België telt meer dan 526.000 langdurig zieken. Minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke (Vooruit) wil dat aantal drastisch doen dalen. Hoe kijken arbeidsartsen naar de maatregelen van de regering, zoals de termijn voor medisch ontslag inkorten?
Nergens in Europa is het aandeel langdurig zieken onder de 20- tot 64-jarigen zo groot als in ons land. Dat moet anders, vindt minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke (Vooruit). Met een reeks maatregelen moet het aantal langdurig zieken naar beneden, liefst richting arbeidsmarkt. Hoe leid je iemand opnieuw naar werk of beslis je net dat iemand arbeidsongeschikt is? Olga Gerbosch is voorzitter van de Belgische beroepsvereniging voor arbeidsgeneeskunde (BBVAG) en werkt al 25 jaar als arbeidsarts. “Medisch ontslag kan ook een opluchting zijn”, zegt ze.
Een langdurig zieke weer naar werk begeleiden, hoe doe je dat?
“Allereerst is het mijn job om te vermijden dat het zover komt. Als mensen dan toch langdurig ziek zijn, spelen veel verschillende factoren mee. Wat voor werk doet iemand? Welk ziektebeeld heeft hij of zij? Wat voor werkplek is het? Wij concretiseren wat haalbaar is en op welke termijn om weer aan de slag te gaan.”
“Is iemand chronisch vermoeid door long covid? Dan kan deeltijds werk of thuiswerk een oplossing zijn. Bij concentratieproblemen kunnen koptelefoons met noisecancelling helpen. Werkt iemand in een supermarkt? Dan kan die misschien tijdelijk aan de kassa zitten. We vertrekken vanuit wat de werknemer nodig denkt te hebben. Ook moeten we soms de verwachtingen bijschaven. In die kleine supermarkt zijn er polyvalente mensen nodig, dan kan iemand niet voor altijd alleen aan de kassa zitten. Soms is het een kwestie van iets tijd geven, soms kan iemand een job niet meer uitvoeren.”
In dat laatste geval wordt iemand arbeidsongeschikt verklaard. Hoe maak je die beslissing?
“Er wordt eerst gekeken naar wat wél haalbaar is. Misschien is een andere functie een optie: een tuinaannemer met kapotte knieën kan eventueel een bureaujob doen. Een arbeidsarts beslist niet dat iemand nooit meer kan werken, maar wel dat iemand in zijn bedrijf zijn job niet meer kan doen en dat er geen andere haalbare functie is. Vaak is er dan voor beide kanten geen oplossing meer mogelijk. Een kleine zelfstandige kan bijvoorbeeld niet zomaar in aangepast werk voorzien, of een werknemer voelt zich echt niet meer thuis op een werkvloer. Het is een samenloop van de fysieke en psychische situatie van de patiënt en van de realiteit van de job en de werkvloer. Dat is vaak een moeilijke boodschap voor een werknemer, zeker als iemand ergens lang heeft gewerkt. Ze verwachten dan vaak veel loyaliteit. Maar zo’n ontslag kan ook het begin van iets nieuws zijn, soms is het een opluchting.”
Hoezo?
“Veel mensen zitten lang in een situatie waarin zij noch de werkgever nog een uitkomst zien. Een voorbeeld: een jonge vrouw die in de verkoop werkte, werd gepest en had het mentaal heel moeilijk. Tijdens haar ziekte was ze verhuisd, voor haar was het hoofdstuk bij die werkgever afgesloten. Maar haar ontslag wou ze niet geven, want dan heeft ze geen recht op een uitkering, dus vroeg ze of ik dat kon doen. Maar ontslag wegens medische redenen kan pas na negen maanden ziekte. Dus na die negen maanden stond ze weer aan mijn bureau om dan toch haar ontslag wegens medische overmacht te vragen. Die vrouw was 25, ze heeft haar leven een jaar on hold gezet. Is dat dan constructief?”
Dat minister Vandenbroucke ontslag wegens medische redenen mogelijk maakt na zes maanden in plaats van negen, is dan positief? Betekent het geen grotere werklast voor arbeidsartsen?
“Er is sowieso een groot tekort aan arbeidsartsen, als we sommige taken niet uitbesteden aan bijvoorbeeld verplegend personeel, komt de basis van arbeidsgeneeskunde in het gedrang. Daar zullen mensen in de meest precaire situaties, zoals arbeiders in pakweg een chemische fabriek, onder lijden. Maar de verkorte termijn an sich is niet altijd negatief. Hij kan begeleiding naar meer geschikt werk betekenen. Ik denk aan een boekhouder die een burn-out had en nu in een woonzorgcentrum werkt. Het is een slingerbeweging: eerst kon een ‘medisch ontslag’ met één enkel attest, dan kon het pas na vier maanden met een verplicht re-integratietraject, dan werd het mogelijk na 9 maanden zonder zo’n verplicht traject. Nu wordt die termijn weer verkort. Het is een kwestie van evenwicht.”
Zijn werkgevers dan nog geneigd om langdurig zieken aan boord te houden?
“Elk bedrijf is anders, maar er is een tekort aan arbeidskrachten. Bedrijven staan nu meer open om oplossingen te zoeken dan vroeger. ‘Stuur ze maar terug als ze 100 procent zijn’, was vroeger de boodschap. Maar als iemand een operatie heeft ondergaan, kan die na enkele weken misschien wel al deeltijds werken. Dat kan zelfs goed zijn voor de revalidatie, fysiek en mentaal: uit studies weten we dat mensen met werk vaak gelukkiger zijn.”
Hoe komt het dat België koploper is in Europa qua langdurig zieken?
“Vroeger was het idee dat iemand die een bepaalde job niet meer kon uitoefenen, tot aan zijn pensioen een ziekteuitkering kreeg. Ik heb ooit een vrouw gekend die zich vijftien jaar lang aankleedde alsof ze naar haar werk ging vertrekken, om dan in de zetel te zitten treuren. Op een bepaald moment heb ik haar gezegd dat dat ook voor haar niet goed was. Het idee dat iemand voor de rest van zijn dagen thuis zit omdat één job niet lukt, is niet meer van deze tijd.”
Maken mensen er te veel misbruik van? Zeker als het gaat om psychologische problemen?
“Vanaf wanneer spreek je van misbruik? Die mensen zijn er vaak van overtuigd dat ze niet meer kunnen werken. Het is dat dat anders moet. We zien inderdaad veel mensen met psychologische klachten – zowat de helft van mijn patiënten. Maar dat heeft altijd al bestaan, alleen noemen we dat nu burn-out. Mensen verwachten veel van zichzelf: een perfect gezinsleven, grote vriendenkring, drukke job. Maar ook de maatschappij verlangt veel.”
“Strengere regels zijn niet slecht, maar dan moeten ze in proportie zijn. We kijken nu naar Nederland als gidsland, maar daar zijn arbeidsartsen bijna louter bezig met ‘verzuim’ op te sporen. Dat is op de korte termijn financieel interessant, maar je maakt er op langere termijn geen veilige werkplekken.
Bron: De Standaard