Werkloosheid en bijberoep

Kun je een werkloosheidsuitkering combineren met een bijberoep?
Dat kan, onder volgende voorwaarden:

  1. Je oefende je bijberoep al uit tijdens je tewerkstelling als werknemer en dit minstens gedurende drie maanden voor je uitkeringsaanvraag.
  2. Als je een uitkering aanvraagt, vermeld je dat je een bijberoep uitoefent
  3. De activiteiten van het bijberoep worden hoofdzakelijk uitgeoefend tussen 18u en 7u. Niet ‘overdag’ dus, op het moment dat je normaal met je hoofdberoep moet bezig zijn.
  4. Je bijberoep mag geen van de volgende activiteiten betreffen: een beroep dat alleen na 18 u wordt uitgeoefend, horeca of vermaakondernemingen, leurder, reiziger, verzekeringsagent of –makelaar.

Maximumbedrag
De combinatie wordt wel beperkt door een wettelijk opgelegd cumulatieplafond. Het dagbedrag van de werkloosheidsuitkering wordt verminderd met dat deel van het dagbedrag van het inkomen uit je bijberoep dat meer bedraagt dan 12,41 euro (geïndexeerd bedrag/2009) per dag. Het dagbedrag uit je bijberoep wordt berekend door de totale jaarlijkse netto-inkomsten uit de activiteiten te delen door 312. Bovendien is het zo dat in principe voor elke zaterdag of zondag waarop de activiteit wordt uitgeoefend, er een daguitkering verloren gaat (ook al werkt u na 18u en/of vóór 7u).

Werkloosheidsuitkering niet gegarandeerd
Pas op! Het is niet omdat de bovenstaande vier voorwaarden vervuld zijn en dat je onder het cumulatieplafond blijft, dat alles in orde is. De directeur van het werkloosheidsbureau (RVA) kan steeds oordelen dat je activiteit geen ‘bijkomstig’ karakter meer heeft, als je bijvoorbeeld te veel uren bezig bent met je activiteit of je inkomsten ‘te hoog’ zijn. Dan kan je werkloosheidsuitkering alsnog ontzegd worden.
Wat nu precies te veel uren en te hoge inkomens zijn is wettelijk niet bepaald en is een autonome beslissing van het werkloosheidsbureau. Het wordt beslist op basis van verschillende criteria zoals de aard van de activiteit, de belangrijkheid van de investeringen, de omvang van het zakencijfer …
De interpretatie en toepassing van de wet gebeurt vaak verschillend door de verschillende RVA-afdelingen. Neem daarom best op voorhand contact op met je lokale RVA-afdeling!

Groot IMF-steunpakket voor coronacrisis

Groot IMF-steunpakket voor coronacrisis

Het Internationaal Monetair Fonds (IMF) investeert 650 miljard dollar (omgerekend ruim 547 miljard euro) om landen te helpen de coronacrisis te doorstaan. Het gaat om het grootste steunpakket sinds de oprichting van het IMF. Het geld heeft als doel landen te helpen met oplopende schulden en de financiële gevolgen van de coronapandemie.
Het is voor het eerst sinds de wereldwijde economische crisis in 2009 dat de organisatie van de Verenigde Naties een groot steunbedrag met dit doel vrijmaakt. Destijds ging het om 250 miljard dollar (ruim 210 miljard euro).
IMF-topvrouw Kristalina Georgieva omschrijft het noodpakket als ‘een prik in de arm voor de wereld’ die zal helpen de wereldwijde economische stabiliteit te bevorderen.
“Dit is een historische beslissing” zegt ze. “Het geld zal alle leden ten goede komen, tegemoet komend aan de wereldwijde behoefte aan reserves op lange termijn, vertrouwen opbouwen en de veerkracht en stabiliteit van de wereldeconomie bevorderen”, aldus Georgieva.
“Het zal ook de meest kwetsbare landen helpen die worstelen met de gevolgen van de COVID-19-crisis.”
Dat het IMF met geld over de brug zou komen, werd al verwacht, alleen de hoogte was ongekend. Het IMF sprak in februari al de verwachting uit dat door de coronacrisis de kloof tussen rijke en arme landen alleen maar groter zou worden. Dat komt vooral doordat geavanceerde economieën betere toegang hebben tot coronavaccins. Volgens Georgieva moest juist worden voorkomen dat de ongelijkheid tussen landen toeneemt.
Volgens Georgieva moeten internationale samenwerkingen nieuw leven worden ingeblazen, zo zei ze toen al. Als rijke landen daarbij niet meer middelen beschikbaar stellen aan landen met een laag inkomen, dan is er grote kans op sociale onrust en komt daarmee de stabiliteit in gevaar.

Corona slaat veel harder toe in de arme landen maar ook in de rijke landen  bij mensen met een lagere socio-economische status dan bij de rest van de bevolking. We moeten die mensen extra beschermen tegen de negatieve gevolgen van de pandemie.

Dat zij het zwaarst getroffen worden, heeft verschillende verklaringen. Zij wonen vaak in slechtere leefomstandigheden, met meer mensen dicht op elkaar.  Ze leven ook vaker geïsoleerd, en vingen misschien minder informatie op over covid en hoe ermee om te gaan.

Daarnaast hebben mensen uit lagere klasse doorgaans een slechtere gezondheid. Omdat ze gemiddeld minder naar de dokter gaan dan meervermogenden, kampen ze ook vaker met aandoeningen waarvan ze niet eens afweten – maar die wel het risico op complicaties bij Covid-19 verhogen.

Mensen onderaan de sociale ladder lopen een hogere kans om zwaar in de klappen te delen. Zo werken ze vaker in sectoren waar thuiswerk niet mogelijk is en afstand houden op het werk evenmin vanzelfsprekend is. Toen het coronavirus afgelopen zomer aan terrein won, bleek ook dat de grootste besmettingshaarden te vinden waren in dichtbevolkte stadswijken met een lage socio-economische status.