Spilindex overschreden

Volgens het Planbureau wordt de spilindex  in februari opnieuw overschreden, amper twee maanden na vorige overschrijding

Het is van 1982 geleden dat een overschrijding van de spilindex zo snel na elkaar plaatsvond.

De laatste overschrijding van de spilindex dateert van december 2021. Twee maanden later zou dat dus opnieuw het geval zijn. Dat betekent dat de uitkeringen in maart met 2 procent zouden stijgen, en de ambtenarenweddes in april met 2 procent.

Het Planbureau gaat nu uit van een gemiddelde jaarinflatie in 2022 van maar liefst 5 procent, tegenover 2,44 procent in 2021 en 0,74 procent in 2020. De groeivoet van de gezondheidsindex – gebruikt voor onder meer de lonen, uitkeringen en huren – zou dit jaar uitkomen op 4,9 procent.

De volgende maanden ziet de instelling de inflatie zelfs aantrekken naar meer dan 6 procent, als gevolg van de hoge en zeer volatiele energieprijzen. De inflatie die begin 2022 wordt verwacht is “ongezien sinds 1984”, aldus het Planbureau.

In augustus 2021 was er ook al een overschrijding van de spilindex. Dat komt er dus op neer dat op 7 maanden tijd de spilindex drie maal werd overschreden, en de uitkeringen en ambtenarenweddes dus eveneens drie maal stegen. Een hoge inflatie betekent ook dat de lonen in de privésector stijgen. In elke sector gebeurt dat evenwel aan een ander tempo. Voor sommige sectoren gebeurt dat maandelijks, voor anderen dan weer jaarlijks.

Later in 2022 zou geen overschrijding meer volgen van de spilindex, zo verwacht het Planbureau.

De werkgevers pleiten al voor een indexsprong doorde  hoge inflatie: ‘Dit wordt stilaan onbetaalbaar’ zeggen ze.

“Het leven dreigt de komende maanden nog duurder te worden” zegt het  Verbond van Belgische Ondernemingen (VBO). Bedrijven zullen immers meer en meer de gestegen kosten doorrekenen in

Terwijl bij een peiling door het VBO in mei bleek dat 45 procent van de sectoren aangaf de stijgende kosten ‘in zekere mate’ door te rekenen in de eindprijzen, blijkt bij een peiling in november dat bijna helft van de sectoren de kosten ‘in sterke mate’ denkt te zullen moeten doorrekenen. De huidige hoge inflatie is vooral een gevolg van de gestegen energieprijzen. Maar volgens het VBO dreigt die inflatie nu ook merkbaar te worden in andere sectoren. ‘Er zit nog veel inflatiedruk in de pipeline’, aldus VBO-hoofdeconoom Edward Roosens. ‘We hebben nog maar het begin gezien van de stijging van de consumptieprijsindex’.

Het VBO stelt dan ook vragen bij vooruitzichten dat de inflatie in de tweede jaarhelft van 2022 zal dalen. “Ons beeld van de inflatie is eerder verontrustend”, klinkt het bij de spreekbuis van de bedrijven.

Neutr-On is benieuwd naar wat de grote vakbonden nu gaan doen: een indexsprong toelaten of de lonen weer met 0,4% stijging, of minder, goedkeuren?

Inflatie knaagt aan uw spaargeld

De zeer hoge inflatie heeft in 2021 de reële waarde van de enorme tegoeden op spaar- en zichtrekeningen fors doen dalen.
De tegoeden op gereglementeerde spaarboekjes zijn in 2021 met 4,2 miljard euro gestegen naar 274, 4 miljard euro, blijkt uit een rondvraag van De Tijd bij negen banken. Als we dat bedrag extrapoleren naar de hele markt, stegen de spaartegoeden naar zowat 300,05 miljard. Het is de eerste keer dat de grens van 300 miljard is overschreden.
De stijging van de spaartegoeden is kleiner dan in 2020. Een van de redenen is dat ING de spaarrekeningen van rechtspersonen heeft omgezet in niet-gereglementeerde rekeningen om niet meer de minimumrente van 0,11 procent te moeten betalen. Bovendien plafonneert ING sinds 1 juli de tegoeden op 250.000 euro per spaarrekening.
De instroom van vers geld op zichtrekeningen was wellicht nog groter dan die op spaarrekeningen. Belfius meldt een toename van 15 procent, Argenta een stijging van 10 procent. Veel spaarders doen niet meer de moeite om geld over te schrijven van de zichtrekening naar de spaarrekening, omdat een spaarboekje nauwelijks meer opbrengt.
De consumptieprijzen zijn tussen december 2020 en december 2021 met 5,71 procent gestegen.
De sterke en aanhoudende groei van de tegoeden op spaar- en zichtrekeningen is opmerkelijk, omdat de inflatie veel hoger is dan de spaarrente. De consumptieprijzen zijn tussen december 2020 en december 2021 met 5,71 procent gestegen. De meeste spaarboekjes brengen slechts 0,11 procent op en de rente op zichtrekeningen is doorgaans nul.
De reële rente (rente min inflatie) op spaar- en zichtrekeningen bedroeg het voorbije jaar dus -5,6 en -5,7 procent. Omdat eind 2020 ruim 295 miljard op spaarboekjes stond en 100 miljard op zichtrekeningen van gezinnen, is de koopkracht van die bedragen in 2021 met 16,5 en 5,7 miljard euro gedaald, in totaal dus 22,2 miljard. Dat verlies aan koopkracht houdt geen rekening met meerwaarden die veel gezinnen hebben geboekt op beleggingsfondsen en aandelen.
Spaarboekjes blijven populair, omdat bedragen tot 100.000 euro zijn beschermd en het geld onmiddellijk opvraagbaar is. Ook de pandemie heeft de tegoeden op spaar- en zichtrekeningen doen stijgen. De maatregelen tegen de verspreiding van het coronavirus hadden een negatieve invloed op de consumptie. Daardoor hebben de gezinnen relatief veel gespaard, zij het minder dan in 2020.
Almaar meer Belgen gaan op zoek extra rendement. Niet alleen de lage spaarrente, maar ook de sterke stijging van de beurzen en de digitale toegang spelen daarbij een rol. Vooral beleggingsfondsen zijn populair. ‘We zien een duidelijke verschuiving van aandelen en obligaties naar fondsen’, zegt BNP Paribas Fortis. Bron: De Tijd

Feestdagen van 2022

Op volgende feestdagen in 2022 moet er niet gewerkt worden:
• Zaterdag 1 januari 2022, Nieuwjaar
• Maandag 18 april 2022, Paasmaandag
• Zondag 1 mei 2022, Dag van de Arbeid
• Donderdag 26 mei 2022, O.L.H. Hemelvaart
• Maandag 6 juni 2022, Pinkstermaandag
• Donderdag 21 juli 2022, Nationale Feestdag
• Maandag 15 augustus 2022, O.L.V. Hemelvaart
• Dinsdag 1 november 2022, Allerheiligen
• Vrijdag 11 november 2022, Wapenstilstand
• Zondag 25 december 2022, Kerstdag
In bepaalde sectoren worden ook bijkomend communautaire feestdagen toegekend, zijnde: maandag 11 juli 2022 (Vlaamse Gemeenschap), dinsdag 27 september 2022 (Franse Gemeenschap) en dinsdag 15 november 2022 (Duitstalige Gemeenschap).
Ambtenaren hebben bovendien ook verlof op woensdag 2 november 2022 (Allerzielen) en dinsdag 15 november 2022 (Dag van de Dynastie).
Wat als een feestdag in het weekend valt?
Feestdagen die samenvallen met een zondag of een gewone inactiviteitsdag in de onderneming, worden verplaatst naar de eerstvolgende werkdag van de onderneming. In de meeste gevallen is dit op maandag. Werk jij niet op maandag (omdat je deeltijds werkt, bijvoorbeeld) dan ben je die dag helaas kwijt.

Een werknemer moet zijn of haar wettelijke vakantie opnemen binnen de 12 maanden die volgen op het einde van het vakantiedienstjaar. Hieruit volgt dat de wettelijke vakantiedagen waarop een werknemer recht heeft niet kunnen overgedragen worden naar een volgend kalenderjaar. Dergelijke praktijk is onwettig.
Indien de bediende recht heeft op uitbetaling van het vakantiegeld voor deze dagen, moet ook deze uitbetaling geschieden tijdens het vakantiedienstjaar, uiterlijk op 31 december. De arbeider ontvangt elk jaar een vakantiecheque van de vakantiekas. Dit bedrag is definitief verworven.
Algemene regel
Volgens de vakantiereglementering moeten werknemers hun wettelijke vakantiedagen opnemen binnen de twaalf maanden die volgen op het einde van het vakantiedienstjaar. De werknemer moet zijn of haar wettelijke vakantie dus opnemen tussen 1 januari en 31 december van het vakantiejaar. Niet opgenomen vakantiedagen kunnen in principe dus niet worden overgeheveld naar het volgende jaar.
Wat met de niet-opgenomen vakantiedagen?
Er zijn een aantal situaties denkbaar waarin de werknemer zijn/haar vakantiedagen niet opneemt voor het einde van het jaar. Deze dagen is de werknemer onherroepelijk kwijt, ongeacht de reden voor het niet opnemen van deze vakantiedagen. Overdragen van wettelijke vakantiedagen naar het volgende jaar is dan ook een onwettelijke praktijk.
Heeft de bediende recht op vakantiegeld voor deze dagen?
Als het voor de bediende onmogelijk is de wettelijke vakantie te nemen, dient het vakantiegeld uiterlijk op 31 december te worden uitbetaald.
Er moet wel een onderscheid worden gemaakt naar de oorzaak van niet-opname:

  1. Het is voor de werknemer onmogelijk zijn/haar vakantie te nemen
    Dit kan het geval zijn wanneer de werknemer een hele tijd ziek is of wanneer de werkgever de werknemer niet toelaat vakantie te nemen omwille van de werkdruk.
    Het gaat hier om factoren onafhankelijk van de wil van de werknemer. In deze gevallen is de werkgever verplicht om de bediende uiterlijk op 31 december het resterende vakantiegeld te betalen. De berekeningswijze die hiervoor wordt gehanteerd, is die van het saldo vakantiegeld (brutowedde vorig jaar x 8% x niet-genomen vakantiedagen/totaal vakantiedagen). Indien het dubbel vakantiegeld nog niet werd betaald, moet dit bedrag nog worden verhoogd met de brutowedde van vorig jaar x (6,8% + 0,54%).
    De werkgever is daarenboven strafbaar als hij de vakantierechten van de werknemer heeft belemmerd (gevangenisstraf van acht dagen tot een maand en met een geldboete van 26 euro tot 500 euro (x 5) of met één van die straffen alleen). De geldboete wordt vermenigvuldigd met het aantal werknemers die niet met vakantie mochten (met een maximum van 50.000 euro (x 5)).
  2. Het is voor de werknemer wél mogelijk vakantie te nemen, maar hij/zij doet het niet
    Dit kan het geval zijn wanneer de werknemer leeft voor zijn werk en geen vakantie wil nemen, een ‘workaholic’ met andere woorden. In dit geval heeft de bediende juridisch GEEN recht meer op de uitbetaling van vakantiegeld. Als de werkgever de werklust van deze bediende toch wil belonen met het vakantiegeld dat overeenstemt met de niet-opgenomen vakantiedagen, dan heeft dit bedrag juridisch niet het karakter van vakantiegeld, maar van een premie.
    De werkgever zal echter wel moeten kunnen aantonen dat hij het recht van de werknemer om vakantie te nemen op geen enkele wijze heeft belemmerd. Omwille van deze bewijslast is het de werkgever aangeraden om enige tijd voor het einde van het jaar (bijvoorbeeld in oktober) elke werknemer een overzicht te bezorgen van het saldo vakantiedagen met het vriendelijk verzoek deze dagen op te nemen voor 31 december. Tegelijk kan de werkgever melden dat werknemers die geen gebruik maken van hun vakantierecht, deze vakantiedagen onherroepelijk kwijt zijn (idem dito voor het hieraan gekoppelde vakantiegeld voor bedienden).
    Heeft de arbeider recht op vakantiegeld voor deze dagen?
    De arbeider ontvangt elk jaar een vakantiecheque van de vakantiekas. Het geld dat hij of zij via die cheque ontvangt, is definitief verworven, onafhankelijk van het feit of de arbeider de vakantiedagen al dan niet opneemt. De vakantiekas zal met andere woorden het geld van de niet-opgenomen dagen niet terugvorderen van de arbeider.

Wat verandert er in januari 2022?

  1. Meer nettoloon
    Jawel, u leest het goed. De fiscus gaat minder bedrijfsvoorheffing, een soort voorbelasting, inhouden op het loon. Hoe dat komt? Verschillende belastinghervormingen uit het verleden werden niet volledig doorgevoerd in de bedrijfsvoorheffing. Zo ontstond er een scheeftrekking, waardoor de regeringen eigenlijk gratis leenden bij de bevolking.
    Concreet gaat het voor 2022 om een stijging met gemiddeld 128 euro per werknemer per jaar. In 2023 komt daar 209 euro bij en in 2024 nog eens 243 euro. Het gevolg van deze wijziging is dat mensen bij de eindbelasting minder geld zullen terugkrijgen.
  2. Duurdere zichtrekeningen
    Bpost bank kondigde in oktober als eerste hogere kosten aan. De prijs van de b.comfortrekening stijgt van 4,25 euro naar 4,50 euro. Ook de klassieke zichtrekening van BNP Paribas Fortis wordt duurder. Klanten zullen dan 2 euro per maand moeten betalen, tegenover 1,75 euro nu. Ook Crelan, Deutsche Bank, Bank de Kremer en Nagelmackers kondigden een prijsstijging aan. Op Spaargids.be staat een uitgebreid overzicht en u kan er alle kosten verbonden aan een zichtrekening vergelijken.
  3. Lagere maximumfactuur in de zorg
    De maximumfactuur in de zorg bedraagt vanaf 1 januari niet langer 450, maar wel 250 euro. Daardoor zullen in de loop van 2022 zo’n 100.000 gezinnen al kunnen rekenen op een hogere terugbetaling.
  4. Verlaagde registratierechten
    Vanaf 1 januari betaalt u bij de aankoop van de enige eigen woning 3 procent registratiebelasting in plaats van 6 procent. De Vlaamse regering wil het starters zo makkelijker maken om een eerste woning te kopen.
    In vastgoed beleggen wordt echter duurder. De registratierechten bij de aankoop van elke andere dan een enige eigen woning stijgen van 10 naar 12 procent.
  5. Een salariswagen wordt duurder…
    Het voordeel van alle aard voor diesel- en benzinebedrijfsauto’s stijgt vanaf 1 januari met gemiddeld zo’n 10 procent. Dat is een gevolg van de vergroening van het wagenpark in ons land. Het principe is eenvoudig: hoe vervuilender en duurder de wagen, hoe meer u betaalt.
  6. … maar het mobiliteitsbudget wordt uitgebreid
    Om het aantal bedrijfswagens op onze wegen te verminderen, wordt het mobiliteitsbudget uitgebreid. Die virtuele geldsom kunnen werknemers inzetten voor een pakket met duurzame vervoersoplossingen.
  7. Tot 450 uur fiscaal voordelig bijklussen in het verenigingsleven
    In 2018 maakte de federale regering het mogelijk tot 6.000 euro per jaar onbelast bij te verdienen in de vrije tijd. Die maatregel moest zwartwerk en ‘vergoedingen in drankbonnetjes’ vermijden. Dat was buiten het Grondwettelijk Hof gerekend, waardoor de regering opnieuw naar de tekentafel moest. De oplossing: vanaf 1 januari mogen verenigingswerkers tot 450 uur bezoldigd bijklussen in sportclubs, en tot 300 uur in de socioculturele sector. De solidariteitsbijdrage die de verenigingen vandaag betalen, valt weg.
  8. Langere garantietermijn
    De Europese consumentenwetgeving zorgt voor een geharmoniseerde regelgeving in elke lidstaat van de Europese Unie. Daaronder valt ook de garantietermijn. Tot op heden is de verkoper tot zes maanden na de levering van een aankoop verantwoordelijk voor eventuele gebreken. Vanaf de zevende maand moet de consument aantonen dat het gebrek al bestond bij de aanschaf van het artikel. Die termijn wordt vanaf 1 januari uitgebreid. De verkoper zal dan het volledige eerste jaar verantwoordelijk zijn voor de gebreken. Bovendien komt er een expliciete regeling die het garantierecht bepaalt bij de levering van digitale inhoud (zoals games en applicaties) en digitale diensten (bijvoorbeeld cloudopslag of streaming).
  9. Lokaal kopen met ecocheques
    Betalen voor producten van de lokale landbouwer, in de boerderijwinkel of op de lokale markt kan vanaf 1 januari ook met ecocheques. De uitbreiding werd op 21 december bij cao overeengekomen tussen de vakbonden en de werkgeversorganisaties in de Nationale Arbeidsraad.
    De ecocheques kunnen in Vlaanderen enkel worden gebruikt bij marktkramers en boerderijwinkels die het erkende logo ‘Recht van bij de boer’ dragen. Het gaat om ruim 1.700 verkooppunten. In Wallonië gaat het om verkooppunten die erkend zijn bij ‘En direct de la ferme’.
  10. Belgisch-Nederlandse fiscale constructies vallen voortaan onder OESO-regime
    Vanaf 1 januari 2022 wordt het dubbelbelastingverdrag tussen Nederland en België aangepast door het Multilateral Instrument (MLI) van de OESO. Een van de onmiddellijke gevolgen is de inwerkingtreding van een algemene antimisbruikbepaling. Als een Belgische belastingplichtige een juridische constructie in Nederland opzet met als één van de voornaamste doelen belastingen te ontwijken, kan die door de fiscus als een misbruik gekwalificeerd worden.

Steeds meer werknemers krijgen winstpremie

Steeds meer werknemers krijgen een winstpremie bovenop hun loon. Dat blijkt uit de cijfers die CD&V-Kamerlid Steven Matheï opvroeg bij minister van Financiën Vincent Van Peteghem (CD&V). ‘Vorig jaar konden 121.464 werknemers rekenen op een winstpremie van gemiddeld 876,92 euro. Dat is een stijging van bijna 20 procent ten opzichte van 2018. En ook het aantal werkgevers dat een winstpremie uitkeerde, nam sterk toe’, aldus Matheï.

Een werkgever kan sinds 2018 een winstpremie uitkeren bovenop de bestaande loonpakketten. De premie mag niet meer dan 30 procent van de loonmassa bedragen en het bedrag wordt voordelig belast in de vorm van een bevrijdende inhouding van roerende voorheffing (7 in plaats van 25 procent).

Ten opzichte van 2018 waren er in 2020 dubbel zoveel ondernemingen die een winstpremie uitkeerden. Ook het aantal werknemers dat kon rekenen op een winstpremie bleef de afgelopen jaren stijgen. Waar er in 2018 102.339 werknemers konden rekenen op een winstpremie, waren dat er in 2019 115.570 (+13 procent) en 121.464 in 2020 (+5 procent). Het totaalbedrag van uitgekeerde winstpremies steeg met 22 procent, van 86,7 miljoen euro in 2018 naar 105 miljoen euro in 2020.