Komt er een recessie?

De Vlaamse ondernemingen verwachten nog aanzienlijke prijsstijgingen in de komende maanden. Dat blijkt uit een nieuwe enquête van Voka, het Vlaams netwerk van ondernemingen. De combinatie van toenemende leveringsproblemen en spectaculair stijgende kosten voor energie, grondstoffen en lonen duwt onze economie zwaar in de remmen. ‘De kans op een recessie in de komende maanden wordt zeer reëel’, waarschuwt Voka.
Voka waarschuwt voor ‘zeer realistisch recessiegevaar’
Een Voka-enquête bij 600 Vlaamse ondernemingen leert dat 86 procent van de bedrijven aangeeft dat hun toeleveringen verstoord zijn. De inputkosten liggen vandaag 41 procent hoger dan 6 maanden geleden. En bedrijven verwachten nog een stijging van de inputkosten met 33 procent in de komende maanden. Daardoor verwachten de ondernemingen dat hun verkoopprijzen in de komende maanden met nog gemiddeld 10 procent zullen stijgen.
De afgelopen 6 maanden stegen hun verkoopprijzen al met gemiddeld 12,5 procent. De combinatie van toeleveringsproblemen en gestegen kosten veroorzaakt een duidelijke negatieve impact op de activiteiten van Vlaamse ondernemingen. Voor heel 2022 rekenen bedrijven op een gemiddelde impact van -8 procent. Bedrijven geven aan dat de investeringsplannen voor de komende twee jaar naar beneden worden bijgesteld met gemiddeld 9 procent. Eén op de zes gaat ook op de rem staan qua nieuwe aanwervingen.
Samen met de internationale recessiesignalen impliceert dit dat ook voor onze economie een recessie in de komende maanden een realistisch scenario is. ‘Deze crisis zal een grote impact hebben op de economie en dit na de coronacrisis die nog niet volledig verteerd is. We lopen het risico om in een recessie te belanden.
Voka roept de federale sociale partners en de regering op om rond de tafel te gaan zitten. Er moeten nu maatregelen genomen worden om de loonstijgingen af te remmen en de inflatiespiraal in te perken’, zegt Hans Maertens, gedelegeerd bestuurder van Voka.
‘Als we gewoon toekijken hoe onze loonkostenhandicap ontspoort, dan zullen de gevolgen groot zijn. Bedrijven gaan in de problemen komen en dat dreigt gevolgen te hebben voor onze export, investeringen en bijgevolg ook onze werkgelegenheid. Een fundamenteel debat over onze spectaculair oplopende loonkosten dringt zich meer dan ooit op. Een aanpassing van het indexmechanisme en een indexsprong mogen daarbij geen taboe zijn’, besluit Maertens.

En daarmee is de doelstelling van Voka duidelijk: ze willen een nieuwe indexsprong.
Voka blijft maar klagen, maar wat ze er niet bij zeggen is dat de Belgische bedrijven, met beursnotering, vorig jaar samen een recordwinst van 21,4 miljard euro realiseerden.
De bedrijven genoten van de heropbloei van de economie, waarbij de consument zijn portemonnee opentrok na de lockdowns, de export fors steeg en de investeringen herstelden.
De jaarresultaten kregen daarnaast stevige meerwaarden. Vastgoedeigenaars als WDP, VGP en Montea boekten recordcijfers omdat hun magazijnen meer waard werden. Holdings als Brederode en Sofina realiseerden winsten van meer dan een miljard door de sterke klim van hun participaties.
De genoteerde bedrijven laten 9,95 miljard euro dividenden naar hun aandeelhouders stromen, een stijging met 56 procent.
De aandeelhouders genieten mee. Iets meer dan de helft van de bedrijven verhoogt zijn dividend. Amper een op de tien snoeit in de winstuitkering. De ondernemingen keren samen 9,95 miljard euro dividenden uit, 56 procent meer dan het jaar voordien. De hogere dividenden spijzen via de roerende voorheffing de staatskas.
Het gemiddelde dividendrendement van Belgische aandelen belandt op 3,3 procent bruto of 2,31 procent netto.
De bedrijven zijn in hun prognoses wel voorzichtig. Want sinds het uitbreken van de oorlog in Oekraïne zijn de bedrijfsleiders een stuk somberder geworden want de bedrijven kijken tegen een muur van zorgen aan. De nooit geziene klim van de energieprijzen, de grondstoffen en het vervoer doet de inflatie pieken en dreigt de loonkosten fors hoger te sturen. Veel bedrijven waarschuwen dat ze de hogere kosten moeilijk kunnen doorrekenen. Daarnaast baart de schaarste aan componenten en geschikte werknemers zorgen. De hogere rente maakt lenen duurder. Het Belgische consumentenvertrouwen incasseerde al de grootste klap sinds de start van de statistieken in 1985. De vrees voor een economische inzinking door de oorlog is groot.

Wat verandert er in april 2022?

Wat verandert er in april 2022?

Een nieuwe maand, nieuwe regels. Er verandert weer wat deze maand, hierbij een overzicht.
Vliegtaks treedt in werking
De “taks op de inscheping van een luchtvaartuig”, beter bekend als de vliegtaks, geldt vanaf 1 april. Voor elke passagier die vanop Belgische bodem vertrekt met een “luchtvaartuig” (passagiersvliegtuig, privévliegtuig, helikopter …), zal de luchtvaartmaatschappij een belasting moeten betalen.
De taks bedraagt 10 euro per passagier (vanaf 2 jaar) voor korteafstandsvluchten. Dat zijn vluchten naar bestemmingen die in vogelvlucht op maximaal 500 kilometer afstand liggen (gemeten vanaf Brussels Airport). Voor middellangeafstandsvluchten zal de taks 2 euro per passagier bedragen, voor langeafstandsvluchten 4 euro.
De taks zal niet gelden voor bijvoorbeeld transferpassagiers, bij afgeleide vluchten of militaire vluchten, of bij vluchten die op dezelfde luchthaven aankomen als ze vertrokken waren.

Minimumloon stijgt tot meer dan 1.800 euro bruto
Het minimumloon bedraagt vanaf april 1.806,16 euro bruto per maand. Dat is het gevolg van het sociaal akkoord dat vakbonden en werkgevers binnen de Groep van 10 vorig jaar in juni afklopten.
Een van de afspraken in dat akkoord was de verhoging van het zogenaamde gewaarborgd gemiddeld mininummaandinkomen (GGMMI) in verschillende fases. De eerste stap is voor april.
Initieel was aangekondigd dat het minimumloon zou stijgen naar 1.702 euro per maand. Maar sindsdien werd het al enkele keren geïndexeerd, zodat het in de praktijk verhoogd wordt naar 1.806,16 euro. In april 2024 en 2026 komt er telkens nog eens 35 euro bruto bij. En in april 2028 is een vierde verhoging van het minimumloon mogelijk.

Verlaagd btw-tarief voor zonnepanelen, warmtepompen en zonneboilers
Er geldt vanaf april steeds een btw-tarief van 6 procent bij de aankoop en installatie van zonnepanelen, warmtepompen en zonneboilers, ook bij nieuwe en jonge woningen. Dat heeft minister van Financiën Vincent Van Peteghem (CD&V) bevestigd.
Het verlaagde btw-tarief bestaat al voor woningen ouder dan 10 jaar, maar het wordt tot eind december 2023 uitgebreid naar woningen jonger dan 10 jaar, inclusief nieuwbouwwoningen en woningen heropgebouwd na afbraak.

Ook btw op gas naar 6 procent
Vanaf 1 april zal tijdelijk een verlaagd btw-tarief van 6 in plaats van 21 procent gelden op gas. Op de voorschotfacturen zal de korting mogelijk nog niet meteen te zien zijn, maar later verrekend worden.
De federale regering had al een btw-verlaging ingevoerd op elektriciteit vanaf 1 maart. De verlaging geldt zowel op gas als op elektriciteit minstens tot 30 september. De regering nam de maatregel omdat de energieprijzen fors gestegen zijn.
De btw-verlaging op elektriciteit zal pas in april zichtbaar worden op de energiefacturen. De leveranciers hadden tijd nodig om de maatregel te implementeren. De korting voor het verbruik in maart wordt dan verrekend in de eindfactuur, zo verzekerde sectorfederatie Febeg.
Voor gas zal het afhangen van leverancier tot leverancier wanneer de korting in de voorschot-facturen wordt verrekend, zegt Febeg. Vermoedelijk zullen de meeste leveranciers nog 21 procent aanrekenen in april, maar vanaf het verbruik van mei zou het overal 6 procent moeten zijn.
Er worden vanaf 1 april ook nieuwe sociale tarieven toegepast, die gelden tot eind juni. De tarieven stijgen, maar de lagere btw maakt dat de eindprijs inclusief btw lager uitkomt dan in het vorige kwartaal. Voor elektriciteit bedraagt het nieuwe enkelvoudig tarief 22,907 eurocent per kWh, in plaats van 24,236 eurocent per kWh. Voor aardgas bedraagt het nieuwe sociaal tarief 2,846 eurocent per kWh. Vorig kwartaal was dat 2,961 eurocent.

Enkele rit met De Lijn wordt kwart duurder
Het goedkoopste ticket om een enkele rit te maken met De Lijn, wordt vanaf 1 april 25 procent duurder. Het m-ticket gaat van 2 naar 2,5 euro.
De Vlaamse openbaarvervoermaatschappij legt uit dat de ritprijs over de verschillende ticketsoorten wordt gelijkgetrokken. Het m-ticket in de app van De Lijn krijgt dus dezelfde prijs als het sms-ticket en het traditionele biljet op een kaart. Die laatste twee kosten nu al 2,5 euro, al komt er bij de sms-tickets nog een operatorkost van 0,15 euro bij.
Voor het overige veranderen de prijzen van de vervoersbewijzen maar beperkt. Zo zullen de tienrittenkaarten – in de app en op een kaart – vanaf 1 april 17 euro in plaats van 16 euro kosten, en gaan de prijzen voor sommige Omnipas-abonnementen voor 25- tot 64-jarigen licht omhoog. De tarieven van de sociale abonnementen en de abonnementen voor jongeren en senioren blijven ongewijzigd.

Ambtenaren zien loon tweede keer dit jaar met 2 procent stijgen
De weddes in de openbare sector worden in april met 2 procent verhoogd. Dat is het gevolg van de overschrijding in februari van de spilindex.
De maand na zo’n overschrijding worden de uitkeringen en de pensioenen met 2 procent geïndexeerd, om ze aan te passen aan de gestegen levensduurte. Nog een maand later volgen de ambtenarenlonen.
Het is al de tweede keer dit jaar dat de lonen van de ambtenaren geïndexeerd worden. Dat gebeurde ook al in februari, nadat de spilindex in december overschreden was.
Volgens het Planbureau is zelfs een derde overschrijding van de spilindex dit jaar mogelijk. Bij de laatste prognose voorspelde de instelling die in juli. Dat de spilindex zo vaak overschreden wordt, heeft te maken met de torenhoge inflatie. Die steeg in februari naar 8,04 procent, het hoogste niveau sinds maart 1983. De inflatie wordt gestuwd door de hoge energieprijzen.

BNP Paribas Fortis voert nulrente in voor spaargeld boven 250.000 euro
BNP Paribas Fortis beperkt vanaf 1 april het toegelaten maximumbedrag op een gereglementeerde spaarrekening tot 250.000 euro. Boven dat bedrag zal geen rente meer worden gegeven.
Concreet zullen bedragen boven de 250.000 euro op een spaarrekening ter beschikking worden gesteld op een depositorekening, die een rentevoet van 0 procent kent. BNP Paribas Fortis zal ook geen getrouwheidspremie uitkeren voor het bedrag boven de 250.000 euro dat wordt overgeheveld naar een andere rekening. Bij wijze van vergoeding zal wel een financiële compensatie worden betaald. Daar moet wel 30 procent roerende voorheffing op worden betaald.
BNP Paribas Fortis benadrukt dat voor meer dan 99 procent van de klanten de maatregel geen impact heeft. Ook de dochtermerken Fintro en Hello Bank! voeren de maatregel in.
BNP Paribas Fortis is marktleider voor spaarrekeningen in ons land. De bank is niet de eerste die met een nulrente komt. Eerder deed bijvoorbeeld ING dat al, net als enkele kleinere vermogensbanken. Voor bedragen boven de 500.000 euro geldt bij ING zelfs een negatieve rente.