Nieuwe maatregelen telewerk: “Corona” of “Oekraïne”)

Telewerk niet langer verplicht, noch aanbevolen

Telewerk  was vanaf 18.02.2022 niet langer verplicht in België, maar wel nog aanbevolen. Ondertussen werd in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd dat telewerk niet langer aanbevolen is sinds 07.03.2022.

De regering heeft beslist om de vereenvoudigde procedure voor de tijdelijke werkloosheid “Corona”(“coronawerkloosheid”) te verlengen tot en met 30.06.2022. Dit werd ondertussen bevestigd door de RVA.

Meer informatie over de voorwaarden voor werkgevers die gebruik wensen te maken van coronawerkloosheid vindt u terug in onze nieuwsbrief van 09.11.2020.

Nieuwe maatregelen in het kader van de oorlog in Oekraïne.
Daarnaast heeft de regering beslist dat bedrijven die gevolgen ondervinden van de economische sancties in het kader van de oorlog in Oekraïne, vanaf 01.04.2022 tot en met 30.06.2022 gebruik kunnen maken van dezelfde vereenvoudigde procedure als voor coronawerkloosheid. Redenen om van dit type tijdelijke werkloosheid wegens overmacht gebruik te maken, zijn onder andere: het gebrek aan grondstoffen, het wegvallen van een deel van de afzetmarkt, het moeten beperken van de productie wegens dure energieprijzen, etc. Net zoals bij de coronawerkloosheid kan het hier gaan om een volledige of een gedeeltelijke schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst.
Voor het stelsel van tijdelijke werkloosheid wegens overmacht door de oorlog in Oekraïne gelden dezelfde modaliteiten als voor het stelsel van coronawerkloosheid. We herinneren u eraan dat u als werkgever de volgende stappen dient te ondernemen indien u beroep doet op één van deze vormen van tijdelijke werkloosheid:
Informeer uw werknemers schriftelijk voor de aanvang van de tijdelijke werkloosheid over:
• de periode van de werkloosheid;
• het aantal dagen waarop de werknemer tijdelijk werkloos is en in geval van gedeeltelijke werkloosheid, ook het aantal dagen waarop de werknemer wel arbeidsprestaties levert.
Laat uw Payroll Business Partner weten op welk type tijdelijke werkloosheid (“Corona” of “Oekraïne”) u beroep doet alsook welke dagen de werknemers zullen werken en welke dagen ze werkloos zijn.
Pro-Pay zorgt voor de nodige elektronische aangiftes van deze werkloosheidsdagen zodat de RVA weet op welke uitkering de werknemer recht heeft.

Nieuwe peilingen over stemgedrag

Peiling na peiling wordt duidelijk: de bevolking is niet tevreden over de regering.
De PVDA-PTB is een stijgende partij waarmee men steeds meer rekening zal moeten houden in de Wetstraat.
De nodige voorzichtigheid is altijd geboden met peilingen, maar als de laatste oefening van VTM Nieuws, Het Laatste Nieuws, Le Soir en RTL iets leert, dan is dat de wind meezit voor PVDA-PTB, de uiterst linkse partij geleid door Luikenaar Raoul Hedebouw. Iets wat ook al uit vorige peilingen bleek.
Mochten er vandaag verkiezingen georganiseerd worden, dan zou PVDA-PTB volgens de ‘Grote Peiling’ 8,9 procent van de Vlaamse stemmen halen. Daarmee zou de partij over Groen springen (8,4 procent) en zowaar in de buurt komen van Open Vld, de partij van premier Alexander De Croo (9,8 procent), en CD&V (11,3 procent).
In Wallonië blijft PS de grootste partij (22,4 procent van de stemmen), maar PVDA-PTB volgt op korte afstand met 19,7 procent. De partij doet het daarmee maar iets minder goed dan de liberalen van MR (20,4 procent). Ecolo komt uit op 15 procent. In Brussel is Ecolo de grootste partij (20,3 procent). Maar ook in de hoofdstad geldt: PVDA-PTB is in opmars. Met 16,4 procent van de stemmen is de partij er volgens de Grote Peiling nu net iets groter dan PS.
Kort samengevat: het gaat goed met PVDA-PTB, een partij die zeker in Vlaanderen lang heeft moeten vechten tegen de kiesdrempel en politieke irrelevantie. In de poppoll doet Hedebouw het met een 20ste plaats vandaag beter dan zijn collega-voorzitters Georges-Louis Bouchez (MR), Paul Magnette (PS), Meyrem Almaci (Groen), Egbert Lachaert (Open Vld) en Joachim Coens (CD&V). De Franstalige krant Le Soir sprak op de voorpagina van zijn weekendeditie over ‘Le coup de force du PTB’, de machtsgreep van PTB.
ENERGIECRISIS
Het feit dat de koopkracht meer dan ooit centraal staat in het politieke debat lijkt PVDA-PTB een electorale groeispurt te bezorgen. Zo ijverde de partij maandenlang voor een lagere btw op energie, een ingreep waar de federale regering uiteindelijk niet meer omheen kon door de torenhoge energiefacturen. De ambigue houding van de communisten tegenover de Russische invasie in Oekraïne lijkt kiezers niet af te schrikken. (De Grote Peiling werd afgenomen tussen 15 en 22 maart.)
Wat ook zeker meespeelt in de opkomst van PVDA-PTB is de anti-systeemretoriek die de partij hanteert, met veel nadruk op de verloning van politici en de wereldvreemdheid van de klassieke bestuurspartijen. Volgens Béatrice Delvaux, de vooraanstaande politieke pen van Le Soir, slaagt PVDA-PTB erin de “sociaal-economische angsten van Franstaligen aan te spreken, evenals een zekere afwijzing van de politiek”.
“De resultaten komen overeen wat ik al langer aanvoel in mijn contacten met de mensen”, reageert Hedebouw aan de telefoon. “De sociaal-economische dossiers zijn enorm belangrijk. Ook in Vlaanderen. Ik zeg al veel langer dat ook daar een echte linkse stem kan aanslaan. Dat blijkt nu: we verdubbelen er bijna onze score van bij de verkiezingen in 2019.”
PENSIOENEN
Voor de samenhang binnen de federale regering belooft dit weinig goeds. Het is al langer duidelijk dat PS-voorzitter Paul Magnette zich zorgen maakt over de goede scores van uiterst links in Wallonië en Brussel. Dat zal er niet op verbeteren nu PVDA-PTB de aloude machtspositie van de socialisten in Franstalig België stilaan daadwerkelijk komt bedreigen.
Het dossier van de pensioenen zit al maanden geblokkeerd en het ziet er niet naar uit dat bevoegd PS-minister Karine Lalieux nog veel zal toegeven op haar – volgens de liberalen slappe – voorstellen. Ook de loononderhandelingen van volgend jaar beloven nu al vuurwerk. Door de indexeringen is er nul marge voor loonopslag. PS zou onder druk van PVDA-PTB straks weleens de loonwet in vraag durven te stellen. De regering was daar vorig jaar al diep verdeeld over. Voor de liberalen is de loonwet een rode lijn. Bron: Knack

Meer en meer privé-onderwijs

Meer en meer privé-onderwijs

Parlementaire vraag van Hannelore Goeman (Vooruit) over privé-bijlessen.
Minister, de cijfers liegen er niet om: steeds meer ouders sturen hun kinderen naar de bijles. We konden gisteren in de krant lezen dat er 81 procent meer aanvragen zijn in een aantal bijleskantoren. Dat kost nochtans handenvol geld, die bijlessen. Dat kan oplopen tot honderden euro’s. Het is zeker niet voor iedereen weggelegd. Daar maken wij ons uiteraard grote zorgen over.
Er is natuurlijk ook wel een reden waarom ouders dat doen. Het echte probleem is dat heel veel ouders vaststellen dat hun kinderen vandaag nog altijd, ook na corona, uren in de studie zitten. Er zijn eigenlijk gewoon niet genoeg leerkrachten om de leerachterstand op school, in de klas, aan te pakken, zoals het eigenlijk zou moeten gebeuren. Als we eerlijk zijn, dan kun je het ouders ook niet kwalijk nemen dat ze het beste willen voor hun kind, en dat ze gaan kijken naar bijlessen, als ze het zich kunnen permitteren. Maar de realiteit is wel dat kinderen, van wie de ouders dat geld niet hebben, uit de boot vallen. Die moeten opnieuw, zoals zo vaak met deze Vlaamse Regering, hun plan trekken. Dat vinden wij compleet onaanvaardbaar. Het antwoord is nochtans simpel: als je echt iets wilt doen aan de leerachterstand, als je die op school wilt aanpakken en bijlessen overbodig wilt maken, dan moet je zorgen dat het lerarentekort wordt aangepakt. Dat moet nu de eerste prioriteit zijn. We zien dat de Vlaamse Regering er toch echt niet in slaagt om daar iets aan te doen, en dat u niet de resultaten kunt voorleggen die nodig zijn.

Mijn vraag is dus opnieuw heel simpel, minister: wat gaat u extra doen om ervoor te zorgen dat de leerachterstand echt wordt aangepakt, en er geen enkel kind uit de boot valt? (Applaus bij Vooruit)

De voorzitter: De heer De Witte heeft het woord.
Kim De Witte (PVDA)
Minister, wie meer uitleg wil, moet betalen. Dat was gisteren de kop in Het Nieuwsblad. De krant kopt dat omdat private bijlessen natuurlijk een booming business zijn in ons land. Het aantal bijleskantoren schiet als paddenstoelen uit de grond. Superprof, GoStudent, My Sherpa, Het Bijlesbureau, en noem maar op. Er zijn ook multinationals in ons land die bijles geven, hier en in andere landen, en zelfs investeringsfondsen.

Minister, ik denk dat u met mij akkoord gaat dat het toch niet de bedoeling kan zijn dat de winstlogica binnenkomt in ons onderwijs. Ik citeer Stefan Grielens, dat is de algemeen directeur van de vrije centra voor leerlingenbegeleiding (CLB’s): “Als het de logica wordt dat je voor extra uitleg buiten het onderwijs terecht moet, dan ontstaat een kloof tussen wie het wel en wie het niet kan betalen.”

Minister, onderwijs is een recht, geen voorrecht. Maar we gaan stapje voor stapje naar dat laatste toe. De ongelijkheid in ons onderwijs is…lees verder via deze link

Kwaliteit onderwijs blijft dalen

Leerlingen hebben onvoldoende basiskennis wanneer ze het beroepsonderwijs verlaten. Bepaalde eindtermen worden door minder dan één op de drie leerlingen gehaald. Dat schrijven de Mediahuis-kranten.

De meeste leerlingen uit de derde graad beroepsonderwijs kunnen geen korting berekenen op een kassaticket of de regel van drie toepassen. Dat resultaat komt uit de laatste Vlaamse peilingsproeven. Die controleren of leerlingen bepaalde eindtermen – de minimumdoelen die zijn opgelegd door de Vlaamse regering – behalen.

3.000 leerlingen namen deel aan de proef eindtermen Project Algemene Vakken (PAV). Dat vak omvat onder meer rekenen, schrijven en luisteren. Voor functionele rekenvaardigheid behaalt slechts 26 procent de eindtermen, voor functionele leesvaardigheid 34 procent en voor functionele luistervaardigheid 30 procent. Daar gaat het om het begrijpen van essentiële informatie in schriftelijke en mondelinge communicatie.

Ontnuchterende resultaten

“Over de hele lijn zijn de resultaten zwak”, aldus professor Rianne Janssen (KU Leuven). Zij coördineerde de peilingsproeven. “Er is een algemene daling in prestaties ten opzichte van de vorige peiling in 2013. Enkel voor lezen is de daling niet significant.”

Jan Vanhoof (UAntwerpen) noemt de resultaten “ontnuchterend”. “Het is de zoveelste alarmbel die afgaat. De tendens is heel duidelijk”, zegt hij. “Het is jammer dat dit specifiek over het beroepsonderwijs gaat. Zo lijkt het alsof het probleem zich alleen daar situeert, maar vergis u niet: in het basisonderwijs zien we dezelfde tendens.” Er zijn wel verzachtende omstandigheid: de peiling is afgenomen in mei 2021, na een coronajaar vol schoolsluitingen en afstandsonderwijs. Hoe groot de impact van corona is, is moeilijk in te schatten, geven de onderzoekers aan. In het onderzoek wordt bovendien duidelijk dat er sinds de vorige peiling in 2013 wat veranderd is in de leerlingenpopulatie van de derde graad bso. Er zijn meer leerlingen met leerstoornissen en gedragsproblemen en ook meer leerlingen met een andere thuistaal.

Wereldwijde belasting voor bedrijven

Wereldwijde belasting voor bedrijven

Een groep van bijna 140 landen over de hele wereld heeft afgesproken dat multinationals, ongeacht het land waar zij gevestigd zijn, altijd minimaal 15 procent winstbelasting moeten betalen. De EU wil die regel als blok invoeren per 1 januari 2023. Maar daar hebben de lidstaten tot nu toe nog geen overeenstemming over kunnen bereiken.
Inzet is om dat met de gehele Europese Unie tegelijk te doen, maar niet alle lidstaten zijn daar al klaar voor. Daardoor dreigt een jaar uitstel.
Neutr-On betreurt het ten zeerste dat de minimumbelasting niet op 1 januari 2023 wordt ingevoerd, maar begrijpt wel het belang van de unanimiteit. Alleen als alle lidstaten instemmen kan het minimumtarief worden ingevoerd. Er zijn vijf lidstaten die nog twijfelen en uitstel wensen.
De minimumbelasting voor de multinationals moet in de hele EU tegelijk worden ingevoerd.
Om dit te bereiken is enige coördinatie nodig van de belastingen die in lidstaten worden geheven. De EU probeert indirecte belastingen, zoals btw, waar nodig te harmoniseren. Ook stelt de EU de douanetarieven vast die geheven worden op importgoederen. De EU heeft geen bevoegdheden als het gaat om directe belastingen, zoals inkomsten- of vermogensbelasting. Daar beslissen de lidstaten zelf over.
Het fiscaal beleid van de Europese Unie moet voorkomen dat bedrijven en instellingen profiteren van belastingregelingen in één lidstaat, die hen een oneerlijk concurrentievoordeel opleveren ten opzichte van bedrijven en instellingen uit andere lidstaten. Verder is het fiscaal beleid bedoeld om nationale belastingregels in te perken die obstakels kunnen vormen voor EU-burgers om in een andere lidstaat te werken. Het beleid moet dus verstoringen in de interne markt voorkomen.
Een belangrijkste EU-discussie is de discussie over de belasting op techreuzen. Er komt een wereldwijd minimumbelastingtarief van 15%. Multinationals zullen belasting moeten betalen in de landen waar zij actief zijn en waar zij gevestigd zijn. Eind 2021 diende de Commissie de eerste voorstellen in om dit in wetgeving te gieten.