Economisch systeem in verval

De wereldwijde energiecrisis, die vooral in Europa hard toeslaat, zal een grote invloed hebben op de gebeurtenissen in de komende winter op het noordelijk halfrond. Deze crisis kan leiden tot onrust omdat mensen moeten kiezen tussen eten of verwarmen en kan regeringen ten val brengen.

De energiecrisis brengt de vele crises van het kapitalisme samen nu het ‘tijdperk van wanorde’ zich verdiept. In het inter-imperialistische conflict dat speelt in de oorlog in Oekraïne, die de crisis zelf aanstuurt, zijn gas en olie machtige wapens. De ‘energieoorlog’ speelt een centrale rol in de overwegingen van beide partijen.

De wereldeconomie wankelt naar een nieuwe neergang, waarbij de energiecrisis de zwakke onderbuik van het decadente kapitalisme van de jaren 2020 blootlegt. Het effect van Poetins druk op de energie-export naar Europa wordt dit jaar geschat op meer dan 5% van het Italiaanse BBP en 3,3% in Duitsland.

Veel verder van het slagveld gaat de economie van China haar slechtste moment sinds decennia tegemoet, en energie is een groot probleem, niet in de eerste plaats door de oorlog in Oekraïne, maar als gevolg van de klimaatveranderingen, een ander belangrijk onderdeel van de perfecte storm van crises van het kapitalisme. Door de droogte heeft de Yangtze zijn laagste peil bereikt sinds 1856 en aangezien 90% van China’s elektriciteitsvoorziening enorme hoeveelheden water vereist, beginnen industriële black-outs een realiteit te worden.

De mondiale kapitalistische elites, regeringen en journalisten spreken over de energiecrisis als iets onvermijdelijk dat buiten hun wil om gebeurt. Ze halen hun schouders op, ‘wie had de acties van de gekke dictator in Moskou kunnen voorzien? We moeten ons gewoon aanpassen’. Maar niets is minder waar.

Deze crisis is door mensen gemaakt, een duidelijk product van tientallen jaren kapitalistisch beleid, zowel in het Westen als in het Oosten. Het is een symptoom van een vervallen kapitalistische heerschappij en de onoverkomelijke tegenstellingen van een systeem dat gebaseerd is op private winst op korte termijn en nationalisme, een systeem dat niet in staat is tot planning en samenwerking. Het kapitalisme en het imperialisme omverwerpen en een nieuw regime van internationaal democratisch socialisme invoeren is nog nooit zo dringend geweest.

Energie-oorlogen: vechten om het licht aan te houden

Na maanden van sterk verminderde aanvoer en intermitterende afsluitingen heeft Rusland de Nord Stream 1-pijpleiding volledig afgesloten, op dezelfde dag dat de G7-leiders een gepland initiatief aankondigden (dat nog steeds niet is uitgevoerd) om de prijzen van de Russische olie-export te plafonneren.

Terwijl Gazprom, het Russische staatsgasbedrijf, technische redenen opgaf voor de stopzetting (een olielek), maakten Russische staatsambtenaren, en uiteindelijk ook Poetin zelf, binnen enkele dagen bekend dat dit de zoveelste oorlogsdaad was, net als de economische sancties die westerse landen aan Rusland hebben opgelegd sinds de invasie in Oekraïne begon.

Hoewel Rusland Europa nog steeds van gas voorziet via andere pijpleidingen, is de onbeperkte sluiting van Nord Stream 1 een belangrijk keerpunt, dat bevestigt dat West-Europa afstevent op een diepe crisis deze winter.

Terwijl Poetin het agressieve beleid van het Russische imperialisme uitbreidt, wenkt hetzelfde lot voor Oekraïne zelf. De kerncentrale van Zaporizja is de laatste tijd in het nieuws geweest, vooral vanwege de zeer reële bezorgdheid over een mogelijke ramp nu Europa’s grootste kerncentrale zich midden in een oorlogsgebied bevindt, met beschuldigingen van beschietingen door beide partijen.

Minder besproken is echter het belang van de gebeurtenissen in Zaporizja voor de energievoorziening van Oekraïne. De centrale levert meer dan 20% van de elektriciteit van het land en is de enige verwarmingsbron voor een hele geografische regio. Hoe de gebeurtenissen zich de komende maanden ook ontwikkelen, het is in wezen uitgesloten dat de centrale terugkeert als betrouwbare energiebron voor Oekraïne. Na de recente tegenslagen op het slagveld heeft Rusland ook andere delen van de Oekraïense energie-infrastructuur aangevallen, wat tot stroomuitval heeft geleid.

Europese mogendheden hebben het nieuws over de sluiting van Nord Stream 1 begroet met moedige verklaringen dat alles goed zal komen. De Duitse kanselier Olaf Scholtz zei in een reactie: “Ook al is het krap, we komen de winter wel door.” De Franse president Macron waarschuwde dat er “offers” moeten worden gebracht, maar dat de Fransen “moeten accepteren dat ze de prijs van de vrijheid betalen.” Tijdens zijn afscheidsreis naar Kiev herinnerde Boris Johnson de Britse burgers eraan dat “terwijl mensen energierekeningen betalen, mensen in Oekraïne met bloed betalen.”

Maar de harde woorden verhullen echte zorgen. Zelfs voordat Nord Stream 1 werd afgesloten, hebben de EU-lidstaten al ‘vrijwillige’ verminderingen van 15% van het energieverbruik opgelegd en er zijn al berichten over Duitse fabrieken die hun productie volledig stopzetten vanwege de prijzen.

De heersers van ’s werelds oudste en zogenaamd meest geavanceerde kapitalistische staten zijn gereduceerd tot de rol van een soort regendansers, die hout vasthouden en hopen op een zachte winter om de storm te doorstaan.

Dit kan ook de nationale spanningen op verschillende plaatsen doen oplaaien. Schotland is rijk aan olie, evenals de Koerdische regio’s in Iran, Irak, Turkije en Syrië. Ook binnen de EU zal de verdeeldheid toenemen als er echt een tekort aan gas ontstaat. De loze woorden van ‘solidariteit’ waren tijdens de pandemie snel vergeten toen er een tekort aan maskers en beschermingsmateriaal was. Hetzelfde kan zich voordoen rond energie en de centrifugale tendensen binnen de EU verder versterken.

Een mokerslag voor de wereldeconomie

De impact van de energiecrisis op de wereldeconomie kan niet worden overschat. De komende wereldwijde recessie is de laatste in een keten van diepe crises die voortkomen uit langetermijntrends en inherente tegenstellingen die door geen enkele kapitalistische beleidsreactie zijn overwonnen. De wereldeconomie staat opnieuw aan de rand van de afgrond.

Vergeleken met de jaren zeventig, toen de olieprijsschokken in 1974 en 1979 ernstige wereldwijde recessies veroorzaakten, is de huidige crisis veel erger, vooral in Europa, waar de voorspelde klappen voor het BBP in verschillende landen (waaronder Italië en Griekenland) ruwweg het dubbele bedragen van het niveau van de jaren zeventig.

Gas is hiervan de belangrijkste oorzaak. Als de huidige toestand van de gasmarkt zou worden overgenomen door de oliesector, zouden de prijzen per vat meer dan 1.000 dollar bedragen. Vergeet niet dat het historische record voor olieprijzen $147 bedraagt!

De energiecrisis is de belangrijkste oorzaak van de op hol geslagen inflatie, die internationaal de grootste zorg is van kapitalistische economen. Energie is natuurlijk een cruciaal onderdeel van het budget van alle bedrijven, vooral de zware industrie, waarbij de industrie alleen al goed is voor meer dan een derde van het wereldwijde energieverbruik. Energie is daarom een drijvende kracht achter de inflatie in grote sectoren van de economie, van de winning en verwerking van grondstoffen tot goederen en commerciële diensten. Natuurlijk wordt dit versterkt door speculatie op basis van winst, aangezien de bazen groen licht zien om de prijzen over de hele linie te verhogen om snel geld te verdienen.

Schuldencrisis

Toch stelt de energiecrisis de kapitalisten voor echte problemen. Het grootste gevaar is misschien wel dat deze een schuldencrisis kan veroorzaken. De Finse minister van Financiën heeft opgemerkt dat in de huidige situatie “de ingrediënten aanwezig zijn voor een soort Lehman Brothers van de energie-industrie.” Hoe kan het dat energiebedrijven ondanks enorme winsten met wanbetalingen worden geconfronteerd? Het antwoord ligt in de waanzin van de aandelenmarkten en de financiële speculatie.

Terwijl klanten binnenkort massaal hogere rekeningen gaan betalen, moeten grote energiebedrijven ondertussen borgstellingen (‘margin calls’) op de derivatenmarkt ophoesten. Om het risico te beheren, sluiten grote energiebedrijven financiële instrumenten af die in wezen weddenschappen zijn tegen stijgende prijzen.

Als de prijzen dan dalen, heeft het bedrijf zich verzekerd (of “afgedekt”) tegen wat het anders aan winst zou verliezen. Op dit moment maken de razendsnelle prijsstijgingen deze weddenschap veel duurder. Banken eisen in totaal naar schatting 1,5 biljoen dollar aan deposito’s op, waardoor zelfs de meest winstgevende bedrijven failliet dreigen te gaan. De gevolgen kunnen verwoestend zijn.

Vooral als we rekening houden met de wanbetalingen van consumenten en bedrijven wegens onbetaalbare rekeningen. In april hadden huishoudens in Groot-Brittannië al 2,1 miljard pond aan energieschulden opgelopen, een cijfer dat zeker zal stijgen met grotere rekeningen in de herfst en winter.

Kleine en middelgrote bedrijven die hun deuren sluiten (70% van de Britse pubs zegt dat ze de winter niet zullen overleven vanwege de energierekeningen) betekent dat een aanzienlijk deel van de verwachte inkomstenstromen van de energiebedrijven zullen verdampen. De Zweedse minister van Financiën wees op “het risico van besmetting van andere delen van het financiële systeem.”

Truss, Von Der Leyen en het einde van het neoliberalisme

Er is druk uitgeoefend op regeringen om in te grijpen. Ondanks de Thatcheriaanse nostalgie van Liz Truss (in juli verklaarde zij dat Groot-Brittannië “groot is geworden door de omarming van vrije handel, vrij ondernemerschap en vrije markten”) is haar reactie op de huidige energiecrisis een stilzwijgende erkenning van het falende marktmechanisme.

De nieuwe premier betreedt het toneel van de geschiedenis echter aan het einde van het neoliberale tijdperk, niet aan het begin ervan. Geconfronteerd met de huidige crisis heeft zij haar vrijemarktfundamentalisme losgelaten en een steunpakket van 150 miljard pond aangekondigd, dat alle maatregelen in de loop van de pandemie in de schaduw stelt.

Evenzo heeft Ursula Von Der Leyen plannen ontvouwd om 140 miljard euro te halen uit overwinsttaksen op goedkope elektriciteitsproducenten en fossiele-brandstofbedrijven waarvan de winsten de pan uit gerezen zijn. Dat klinkt als veel, maar is gering in vergelijking met de recordwinsten: Shell bijvoorbeeld heeft alleen al in het tweede kwartaal van dit jaar 11,5 miljard euro verdiend!

Tegelijkertijd lijden tientallen miljoenen mensen in Europa onder energiearmoede, waaronder veel oudere mensen en alleenstaande moeders. Een andere vraag is of de 140 miljard euro ooit echt zal worden betaald of in plaats daarvan door ‘creatief boekhouden’ sterk zal worden verminderd. Dit kan alleen worden voorkomen als de boeken van de bedrijven worden geopend en gecontroleerd door vertegenwoordigers van werknemers en de arbeidersbeweging, om er zeker van te zijn dat er geen geld wordt verborgen.

“In deze tijden moeten de winsten worden gedeeld en doorgesluisd naar degenen die ze het meest nodig hebben,” verklaarde Von Der Leyen in een toespraak voor het Europees Parlement.

Zoals we al eerder hebben uitgelegd, hebben de heersende klassen in de hele wereld het neoliberale wetboek niet uit altruïstische overwegingen verscheurd. De crisis is zo ernstig dat deze maatregelen nodig zijn om een economische en sociale ramp af te wenden. De mogelijkheid dat de ellende van de arbeidersklasse uitmondt in een massale opstand is een belangrijke overweging in de strategische berekeningen van de burgerij. Staatsinterventie in de economie gebeurt dus niet in het belang van de arbeiders, maar om een zeer instabiel kapitalistisch systeem overeind te houden.

Bonanza’s voor energiebedrijven

Als we de steunpakketten nader bekijken, wordt duidelijk welke klassenbelangen ze dienen. In tegenstelling tot haar Europese collega’s heeft de onvermurwbare Truss overwinstbelastingen uitgesloten om de steunpakketten te financieren. In haar plan zullen de rijkste gezinnen twee keer zoveel steun ontvangen. In Finland zal de regering 10 miljard euro overhandigen aan noodlijdende energiebedrijven, in Zweden 23,4 miljard euro en in Duitsland maar liefst 67 miljard euro.

Zelfs als rekening wordt gehouden met de beperkte taksen die in Europa zijn ingevoerd, zijn deze reddingsoperaties een totale bonanza voor de energiebedrijven. Zoals gewoonlijk hebben de kapitalisten een goede crisis niet verloren laten gaan. Zet dit eens af tegen het feit dat in juni het aantal huishoudens in de EU28 dat met energiearmoede wordt geconfronteerd met meer dan 50% is gestegen, of dat driekwart van de huishoudens in het Verenigd Koninkrijk tegen januari 2023 in brandstofarmoede dreigt terecht te komen.

Huidige crisis: erfenis van het kapitalistische energiebeleid

Dit is des te moeilijker te verkroppen omdat dezelfde bedrijven die worden gered een belangrijke rol hebben gespeeld in deze puinhoop. De wortels van de huidige crisis gaan namelijk veel dieper dan de oorlog in Oekraïne en liggen in de meedogenloze en chaotische winstdrang van het kapitalisme.

Het neoliberale beleid dat de markt heeft geliberaliseerd en staatsbedrijven heeft geprivatiseerd, heeft de energiebedrijven decennialang obscene winsten opgeleverd. Met name het beleid van ‘marginale prijzen’, waarbij alle energieprijzen worden bepaald door de duurste soort brandstof, heeft de private energiesector enorme winsten gegarandeerd. Hoewel gas de afgelopen jaren minder dan de helft van de elektriciteit in het Verenigd Koninkrijk leverde, bepaalde het 84% van de tijd de kosten: in werkelijkheid een vorm van kartelvorming.

In hun streven naar winst hebben al deze private bedrijven er groot belang bij het energieverbruik nog verder op te drijven. Ze zijn in directe tegenspraak met elk idee om het gebruik van energie te verminderen of de manier waarop het wordt geproduceerd te veranderen.

Welke motivatie is er in zo’n scenario voor energiebedrijven om die winsten te herinvesteren in de ontwikkeling van hernieuwbare energie? Waarom het risico nemen als het veel veiliger is hun winsten in financiële speculatie te steken? Waarom alles veranderen als de aandeelhouders met het terugkopen van aandelen hun zakken blijven vullen?

Strijd om alternatieve energie

De oorlog, met de daaruit voortvloeiende versnelling van deglobalisering, heeft echter de inherente kwetsbaarheid van deze regeling blootgelegd. Terwijl de heersende klassen in Europa de afhankelijkheid van hun economie van Russisch gas proberen te doorbreken, begint een stormloop op alternatieve energiebronnen die ons verder naar een catastrofe dreigen te drijven.

Liz Truss staat te popelen om de binnenlandse olie- en gasproductie op te voeren en het milieuvernietigende proces van fracking opnieuw op gang te brengen; Europese politici zoeken naar deals met de olierijke dictaturen Qatar, Saoedi-Arabië en de VAE; en nauwelijks tien jaar na de ramp in Fukushima heeft Japan plannen aangekondigd om zijn nucleaire energiecapaciteit verder te ontwikkelen.

Dit is een enorme markt voor overgeaccumuleerd kapitaal dat wanhopig op zoek is naar nieuwe terreinen om in te investeren. De bestaande kerncentrales moeten worden vernieuwd en er moeten nieuwe worden gebouwd, projecten waarvan de potentiële risico’s over het hoofd worden gezien om potentieel enorme winsten veilig te stellen. Dit is wat ten grondslag ligt aan de agressieve lobby van de nucleaire industrie die aandringt op een EU-besluit om kernenergie als ‘klimaatvriendelijk’ te bestempelen.

Aan de andere kant zien sommigen een lichtpuntje in de crisis, in de hoop dat de overgang naar hernieuwbare energiebronnen erdoor wordt versneld. In de context van toenemende inter-imperialistische conflicten en economische ontkoppeling wees een artikel in de Financial Times op enkele van de geopolitieke voordelen van schone energie.

Het bovenstaande maakt duidelijk dat grote bedrijven en kapitalistische regeringen weliswaar zullen investeren in groene energie, maar dat we ons geen illusies mogen maken dat ze dat zullen doen in het belang van de mensheid en de planeet. Ja, er kunnen stappen worden ondernomen om de CO2-uitstoot te verminderen en de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen enigszins te beperken, maar de omvang van de maatregelen die nodig zijn om een klimaatcatastrofe af te wenden is niet mogelijk op basis van het huidige systeem, zeker niet in een tijdperk van verscherping van imperialistische rivaliteiten, nationalisme en oorlog.

Socialistisch programma

In Panama, Ecuador, Peru en natuurlijk Sri Lanka, waar een revolutionaire beweging het verrotte regime ten val bracht, zijn al massale opstanden uitgebroken tegen chronische tekorten en duizelingwekkende prijsstijgingen. In heel Europa heeft de massale woede over de kosten van levensonderhoud zich al geuit in protesten, syndicale acties en het starten van nieuwe campagnes. De weg is vrij voor een winter van ontevredenheid.

Naast de belangrijke eisen van bevriezing van de prijzen, verlaging van de rekeningen, afschaffing van de BTW en kwijtschelding van de energieschuld, moeten de arbeidersklasse en de armen zich wapenen met een programma dat het kapitalisme als bron van de crisis aanpakt. Dat betekent dat de energiesector uit handen wordt genomen van de vervuilende profiteurs en in democratisch publiek bezit wordt genomen, naast de andere economische sleutelsectoren, waaronder de banken en financiële instellingen.

Dit verschilt enorm van de recente nationalisatie door Duitsland van de falende gasimporterende reus Uniper, een wanhopige ingreep in het belang van het Duitse kapitalisme, niet van de gewone mensen. Ook de Franse energiegigant EDF laat zien dat het niet genoeg is dat bedrijven in handen van de staat zijn als het gaat om een burgerlijke staat die gericht is op de behoeften van de kapitalistische klasse.

Als de arbeidersklasse en de onderdrukten daarentegen de rijkdommen en grondstoffen van de samenleving in handen hebben, zou een radicaal plan kunnen worden ontwikkeld om af te stappen van fossiele brandstoffen, waarbij de werkenden in de energiesector waar nodig worden omgeschoold en goed betaalde jobs worden aangeboden. Goedkope, schone energie zou voor iedereen kunnen worden geleverd, afhankelijk van de behoefte, en verder onderzoek naar en investeringen in wind- en zonne-energie en andere vormen van groene energie zouden de weg kunnen banen voor een snelle overgang naar koolstofvrije emissies.

Cruciaal is dat deze strijd op internationaal niveau wordt gecoördineerd en gewapend is met een socialistisch programma. Begin september protesteerden 70.000 mensen in Praag tegen de stijgende prijzen en de sancties. De arbeidersbeweging mag de kwestie van koopkracht niet laten uitbuiten door de reactionaire krachten, maar moet een onafhankelijk en klassenprogramma ontwikkelen. Dit mag niet verzanden in een vals beleid van nationale eenheid, maar moet energiekwesties koppelen aan de klimaatcrisis en uitleg geven over de noodzaak van een democratisch geleide en georganiseerde energiesector, als essentieel onderdeel van een socialistische planeconomie.

Economische oorlog drijft wereld naar recessie

Bron: Ludo De Brabander in vrede.be

Na meer dan zes maanden van nooit eerder geziene zware economische sancties houdt de Russische economie en oorlogsmachine behoorlijk goed stand. Daar tegenover staat dat de wereld aan de rand staat van een recessie. Volgens een rapport van het IMF van deze zomer vertraagt de wereldwijde economische groei van 6,1% vorig jaar naar 3,2% dit jaar. Als de gastoevoer naar Europa wordt stopgezet moet de groeiverwachting verder naar beneden bijgesteld worden, zo waarschuwt de internationale financiële organisatie. Dat is sinds de jaren ’70 niet meer vertoond. Het ziet er naar uit dat het volgend jaar nog erger wordt omdat de centrale banken de intrestvoeten sterk hebben laten stijgen om de inflatie te bestrijden. Volgens de Wereldbank is het huidige traject van renteverhogingen en beleidsmaatregelen evenwel ruimschoots onvoldoende om de wereldwijde inflatie, die afgelopen augustus in de Eurozone 9% bedroeg, terug te brengen tot het niveau van voor de Coronapandemie. De Wereldbank berekende dat een verder stijgende rente en hoge energieprijzen de wereld volgend jaar effectief in een recessie brengen, wat wil zeggen dat er sprake is van geen of zelfs een negatieve economische groei.

Kort nadat Russische troepen Oekraïne binnenvielen stonden de NAVO-lidstaten en hun bondgenoten voor een dilemma. Aan de ene kant wilden de westerse leiders verhinderen dat de Russische opmars in Oekraïne succesrijk zou verlopen, anderzijds was de bereidheid om een open oorlog met Rusland te starten bijzonder klein. Er werd gekozen voor een massale bewapening van Oekraïense troepen gekoppeld aan economische en financiële sancties in een poging om Rusland zo op al die fronten te verzwakken. De sancties bevatten drie componenten. Een deel van de sancties is gericht tegen de oligarchen met de inbeslagname van overzeese bezittingen en het afkondigen van inreisverboden. Daarnaast zijn buitengewone financiële sancties afgekondigd, zoals het bevriezen van de reserves van de centrale bank en het afsluiten van belangrijke Russische banken van het SWIFT-systeem. SWIFT is een coöperatieve naar Belgisch recht, die instaat voor de financiële communicatie en het internationaal betalingsverkeer vergemakkelijkt. Tot slot zijn er de zware beperkingen op de export van technologie naar Rusland gekoppeld aan de druk op westerse multinationals om uit Rusland weg te trekken.

Maanden later blijkt dat de sancties niet het beoogde effect hebben: het laten doodbloeden van de Russische oorlogsmachine. Daar staat tegenover dat de gevolgen wereldwijd te voelen zijn. In de sanctionerende landen worden tegenwoordig inflatiecijfers genoteerd van 12% (Nederland) en daarmee een aantasting van de koopkracht. Nog erger is het gesteld met de gevolgen voor de arme landen van het ‘globale zuiden’ waar het aantal mensen dat honger lijdt en in extreme armoede moet leven, in angstwekkend tempo toeneemt.

Gevolgen voor Rusland

Dat neemt niet weg dat de sancties ook in Rusland pijn doen. Nagenoeg de helft van de 640 miljard dollar aan buitenlandse reserves is bevroren. Het embargo op onderdelen van elektronische componenten die vitaal zijn voor zowel militaire als civiele producten, laat zich ook al voelen. Rusland is een belangrijke importeur van hightech, voor twee derde uit Europa en de VS. Meer dan 1000 multinationals stopten of verminderden hun handelsactiviteiten. Honderden oligarchen zijn individueel gesanctioneerd. Het IMF schat dat de Russische economie dit jaar met 8,5% zal krimpen.

De sancties hebben evenwel een pervers effect. Door schaarste en speculatie zijn de olie- en gasprijzen fors gestegen waardoor Rusland zelfs met een verminderde uitvoer toch nooit eerder geziene inkomsten verwerft. Volgens een rapport verdiende Rusland 158 miljard euro aan de export van fossiele brandstoffen in de eerste zes maanden sinds de Russische invasie. 54% van die inkomsten is nog steeds afkomstig van de EU. Daarmee is de zwakke plek blootgelegd: de energieafhankelijkheid van de meeste van de sanctionerende landen. Een Russische tegenmaatregel – het dichtdraaien van de gaskraan – zorgt meteen voor schokprijzen op de energiemarkt die de Europese economie in de zware problemen brengen. Grote energie-intensieve bedrijven moeten nu al de deuren sluiten. De helft van de aluminium en zink producerende bedrijven heeft de productie moeten stilleggen en dat is nog maar het begin van wat een harde winter belooft te worden. Rusland is bovendien volop bezig om zich geleidelijk aan te passen aan de sancties en gaat in de tegenaanval door zelf de banden met het Westen door te knippen en de export te heroriënteren. China heeft zijn olie-import uit Rusland op een jaar tijd met 55% opgedreven en kan ook een rol spelen in het opvangen van de westerse technologische sancties. India verhoogde de olie-import uit Rusland voor de zomer met een factor 25! De weigering van Saoedi-Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten om hun olieproductie op te voeren zorgt ervoor dat de prijzen de pan uit swingen. Daardoor genereert Rusland met minder uitvoer toch meer inkomsten. Bovendien volgt driekwart van de landen de westerse sanctiepolitiek niet of slechts in beperkte mate. Daar heerst duidelijk het gevoel dat het niet hun oorlog is. De precaire situatie waar veel landen sinds de Covid-pandemie in terecht zijn gekomen is zo al erg groot. Een economische oorlog tussen grootmachten kunnen ze missen als kiespijn.

Humanitaire catastrofe dreigt in het globale zuiden

In het globale zuiden is de buffer voor het opvangen van stijgende energie- en voedselprijzen en groeiende schulden, nadat de COVID-pandemie er al stevig op inhakte, bijzonder klein, of onbestaande. Nagenoeg elke multilaterale instelling van IMF tot Wereldbank en de VN,… waarschuwt voor een humanitaire catastrofe. Volgens een rapport van de VN in juni 2022 heeft 60% van de werknemers een lager reëel inkomen dan voor de pandemie. Er is inmiddels al 1.200 miljard dollar per jaar nodig om iedereen sociale bescherming te kunnen bieden. De oorlog in Oekraïne kan tot 95 miljoen mensen in de armoede drijven. Voor elk procentpunt dat de voedselprijzen stijgen komen er 10 miljoen extreme armen bij, aldus het VN-rapport. Kort na de Russische invasie eind februari, bereikte de voedselindex van de FAO – de voedsel- en landbouworganisatie van de VN – een recordhoogte. De graanprijzen stegen met 62% in vergelijking met januari van dit jaar. Handelsrestricties en een verminderde uitvoer uit Rusland en Wit-Rusland, zorgen voor nog sterkere prijsschokken bij meststoffen. Minder meststoffen zorgen er dan weer voor dat ook de toekomstige voedselproductie gehypothekeerd dreigt te raken, aldus de VN nog. Inmiddels zijn de prijzen van de belangrijkste voedselgewassen weer wat gedaald. Dat is een gevolg van goede productieperspectieven in zowel de VS als Rusland, maar ook van de hervatting van de graanexport in de Zwarte Zeehavens in Oekraïne als gevolg van het akkoord dat beide oorlogvoerende landen onder Turkse en VN-bemiddeling sloten.

Het Westen heeft scherp uitgehaald naar president Poetin omdat die niet aarzelt om voedsel als wapen in te zetten. Hetzelfde geldt voor het dichtdraaien van de gaskraan als tegenmaatregel voor de sancties. Verbazend genoeg lijken veel politieke leiders daarover verrast en dus zijn ze slecht voorbereid, hoewel het tot de logica hoort van de economische oorlogsvoering.

Sancties in vraag stellen is taboe

Volgens een journalist van de Britse krant The Guardian behoren de westerse sancties tegen Rusland dan ook tot de “meest ondoordachte en contraproductieve” beleidsmaatregelen in de recente internationale geschiedenis. Straffe woorden, maar hij heeft alleszins een punt dat de sancties vooralsnog ineffectief lijken, terwijl ze een sociaal bloedbad dreigen aan te richten onder de eigen bevolking en die van het globale zuiden. De Roebel verloor in maart, enkele weken na de Russische invasie, weliswaar bijna de helft van zijn waarde (van 74 naar 134 roebel tegenover de dollar), inmiddels staat de Russische munt sterker dan voor de oorlog (58 roebel voor een dollar). Tegenover de euro is het verschil nog opmerkelijker: van 85 roebel tegenover de euro in februari naar 150 in maart, naar nog slechts 56 roebel vandaag. Sinds eind maart zijn veel buitenlandse kopers van Russische fossiele brandstoffen ermee akkoord gegaan om de facturen in Roebels te betalen. Het is een van de redenen waarom de munt ondanks de sancties, zo goed doet.

De Nederlandse historicus Nicholas Mulder auteur van het boek ‘The Economic Weapon: The Rise of Sanctions as a Tool of Modern War’ stelde vast dat de meeste sancties in de afgelopen 50 jaar een minimaal of zelfs contraproductief effect hebben. Ze zijn doorgaans tot mislukken gedoemd in termen van menselijke kosten, van hun verklaarde doelen, en van de onbedoelde neveneffecten. De economische sancties lijken Rusland noch op de knieën te krijgen, noch bewerkstelligen ze hun doelstelling om de Russische troepen uit Oekraïne te forceren. Net zoals dat met veel historische voorbeelden (Italië, Japan,…) niet is gelukt. Desondanks lijkt het momenteel een taboe om de sancties in vraag te stellen of ze aan te passen – doelgerichter te maken – zodat de negatieve gevolgen tenminste zoveel mogelijk vermeden kunnen worden. Maar het Westen blijft vooral hangen in de illusie van de symboolpolitiek en machteloos spierballengerol.

De Oekraïense successen op het militaire front doen de hoop nu heropleven dat Rusland kan verslagen worden op het slagveld. Maar dat lijkt – toch niet op korte termijn – een haalbare kaart. Deze oorlogsstrategie dreigt de ‘fallout’ ervan te vergroten. Het Kremlin zal zich niet onvoorwaardelijk overgeven – het heeft nog kernwapens achter de hand – en het potentieel voor verdere negatieve gevolgen is niet meer te miskennen. In een extreem scenario, groeit de sociale onvrede in het globale zuiden (voedselrellen, opstanden,…) en in Europa (populariteit van extreemrechts, rellen,…). De wreedheden van het Russische leger – maar ook het Oekraïense leger gaat niet vrijuit –  maken dat het hard slikken is om in onderhandelingen tegemoet te komen aan Moskou, maar de desastreuze economische en sociale gevolgen, het bloedvergieten op het terrein,… zullen de protagonisten vroeg of laat dwingen om naar een overeenstemming te zoeken.

Seksisme op universiteiten

Sinds het nieuwe academiejaar van start ging wordt terug volop bevestigd dat grensoverschrijdend gedrag op de universiteiten en hogescholen helemaal nog niet tot het verleden behoort. Na de golf aan getuigenissen van grensoverschrijdend gedrag op de universiteiten en de verschillende feministische acties verhoogde de druk op universiteitsbesturen om sneller te reageren, zoals de VUB dit deed tegenover seksisme bij de studentenclub Solvay. Campagne ROSA benadrukt evenwel dat het centrale probleem de grote tekorten aan middelen in het hoger onderwijs blijft. Strijd tegen seksisme en machtsmisbruik, en voor massale publieke investeringen in het onderwijs is meer dan ooit nodig.
Machtsmisbruik blijft het hoger onderwijs tekenen
Onder andere de PANO reportage van maart vorig jaar toonde hoe slachtoffers jarenlang in de steek werden gelaten en er doofpotoperaties plaatsvonden om het prestige en het imago van de universiteiten en hogescholen niet te schaden. Begin dit jaar werd de UCLouvain veroordeeld voor haar aanpak van de intimidatie tegenover een personeelslid. In plaats van begrip te tonen voor het slachtoffer, startte de universiteit een tuchtprocedure op tegen het slachtoffer. Zoals nu ook bewezen is het geval geweest te zijn op de KULeuven, zitten universiteiten en andere instellingen bij klachten of meldingen van grensoverschrijdend gedrag vooral in met hun eigen reputatie in plaats van met het welzijn van het slachtoffer en anderen.

Een professor die tot voor enkele jaren les gaf aan de KULeuven is veroordeeld tot 54 maanden cel voor de verkrachting van een studente tijdens een congres in Barcelona in 2016. Al gauw werd de universiteit op de hoogte gesteld van die feiten, maar toch kon de professor nog twee jaar actief blijven als professor op de universiteit. Erger nog, al sinds de jaren negentig werd door zijn collega’s en studenten regelmatig gewag gemaakt van ongewenst gedrag in colleges. In 2010 werd melding gegeven van ongewenste aanrakingen of opmerkingen over kledij van studentes.

De professor gebruikte op een actieve manier zijn machtsverhouding tegenover studenten om in hun intieme omgevingen te komen. Hij organiseerde werkvergaderingen op het kot van studenten of organiseerde buitenlandse uitstappen waarop hij tientallen studenten ongewenst benaderde. Zo verplichtte hij een studente hem langs te laten komen op haar kot voor het installeren van software op haar laptop in plaats van dat op zijn kantoor te doen, zoals de studente voorgesteld had.

Doorbreek de stilte
Maïka De Keyzer, docent geschiedenis aan de KULeuven en ABVV vakbondsafgevaardigde schreef in De Morgen een opiniestuk met als titel “Haast iedereen heeft weet van grensoverschrijdend gedrag aan onze universiteiten. Doorbreek de stilte.” Ze zegt daarin dat ondanks de talloze meldpunten en vertrouwenspersonen voor studenten en personeel en de geleidelijke hervorming van het tuchtreglement en deontologische code slachtoffers nog vaak onvoldoende durven te getuigen en de reactie van universiteiten op de getuigenissen te slap blijft.

Eén van de grote moeilijkheden waar slachtoffers van seksueel grensoverschrijdend gedrag op blijven botsen is dat ze niet serieus genomen worden en dat is niet alleen zo aan universiteiten. Meer dan 90% van de slachtoffers die aangifte doen bij de politie geeft aan er slecht te worden onthaald. Justitie en politie geloven slachtoffers amper of beschuldigen hen. Dat er te weinig slachtofferhulp is, veroorzaakt drama’s. Nooit mogen we het 14-jarig meisje vergeten dat vorig jaar zelfmoord pleegde toen ze na een groepsverkrachting hulp zocht, maar op een wachtlijst terecht kwam.

Slachtoffers die melding geven of klacht dienen moeten beschermd worden in plaats van hen te negeren en daders ongestoord verder te laten doen. De tekorten in het hoger onderwijs zorgen ervoor dat de vele klachten en meldingen te laat of gewoon niet behandeld worden, ondanks de goede wil van het personeel op die diensten. Zonder de nodige investeringen kan er geen sprake zijn van laagdrempelige meldpunten voor studenten, onderzoekers en personeel aan alle universiteiten en hogescholen die genoeg middelen hebben om hun rol te kunnen spelen. Er is nood aan meer transparante procedures over hoe klachten worden afgehandeld en tuchtcommissies die paritair zijn samengesteld met vertegenwoordigers van het bestuur, het personeel, vakbonden en studenten. Dit is noodzakelijk om de invloed van het ons-kent-ons netwerk voor het afhandelen van klachten te doorbreken.

Voor massale publieke investeringen in het onderwijs
Een einde maken aan de straffeloosheid is een eerste stap om komaf te maken met de zwijgcultuur aan universiteiten en hogescholen. Tegelijkertijd is dit niet voldoende om preventief te strijden tegen misbruik en grensoverschrijdend gedrag. Nog steeds zijn er geen systematische opleidingen voor personeel in het (hoger) onderwijs over het voorkomen en aanpakken van gendergerelateerd grensoverschrijdend gedrag.

Studenten, doctoraatstudenten en onderzoekers zijn altijd afhankelijk van professoren, promotoren of anderen die functies bekleden op de universiteit. Tegelijkertijd zien we hoe de positie van studenten en onderzoekers steeds precairder wordt. Zelden was het zo duur om te studeren en te leven. Onderzoekers aan de universiteiten hebben bovendien ook een erg onzeker statuut, het maakt hen voor de afhandeling van hun doctoraat en de lancering van hun academische carrière nog afhankelijker van hun promotor. Massale investeringen in het onderwijs zijn dan ook nodig om betere statuten, zoals een werknemersstatuut voor onderzoekers en doctoraatstudenten, en degelijke ondersteunende diensten te voorzien.
Zuhal Demir, de Vlaamse minister van justitie, blokkeerde een subsidieaanvraag van de universiteit van 1,4 miljoen euro voor de bouw van een nieuw bezoekerscentrum. Demir wilt eerst meer uitleg van het rectoraat van de KU Leuven over wat het wist in de verkrachtingszaak. Het is duidelijk dat ook de meest rechtse partijen een druk voelen om zich uit te spreken tegen seksueel geweld, maar in tegenstelling tot de N-VA denken wij niet dat het slachtoffers van seksueel grensoverschrijdend gedrag ten goede komt om te dreigen met nog extra besparingen op het onderwijs in de strijd tegen seksisme.
Volgens ROSA zijn het net de regeringen waar N-VA deel van uitmaakte en de rechtse besparingspolitiek die mede verantwoordelijk zijn voor de eindeloze reeks slachtoffers van geweld en machtsmisbruik in het hoger onderwijs.
Volgens ROSA staat de N-VA voor een nog meer elitair onderwijsbeleid zoals Ben Weyts bewees met zijn harde knip. De harde knip is een hervorming van het landschapsdecreet die op licht aangepaste wijze ook in het Franstalig onderwijs werd doorgevoerd en waardoor studenten die niet slagen voor hun vakken in de eerste twee jaren van de bacheloropleiding hun studies moeten stopzetten of niet mogen doorstromen naar het derde jaar.
De verkrachtingszaak op de KULeuven toont waarom strijd tegen seksisme en machtsmisbruik nodig is en blijft. #MeToo is meer nodig dan ooit, maar in een omgeving waar klachten vooral genegeerd worden of hoogstens leiden tot wat geroddel is het niet onlogisch dat veel slachtoffers blijven zwijgen. In 2019 toonde een studie dat één op de vijf Belgische studenten ooit al slachtoffer werd van een poging tot verkrachting. Feministische protestacties kunnen verder de moed geven aan slachtoffers om naar buiten te komen met hun verhaal. Maar we willen er natuurlijk vooral voor zorgen dat we een toekomst tegemoet gaan zonder slachtoffers van machtsmisbruik en grensoverschrijdend gedrag.
De strijd tegen seksisme is daarom ook een strijd voor democratisch en gratis onderwijs. Studenten moeten een vrije studiekeuze hebben zonder lange uren te moeten kloppen in een studentenjob. We moeten ons organiseren rond concrete eisen die het onderwijs kunnen democratiseren. De machtsrelaties moeten structureel aangepakt worden. Campagne ROSA en de Actief Linkse Studenten verdedigen de eis van een studentenloon: studeren is een voltijdse job en moet zo behandeld worden. We komen ook op voor een drastische uitbreiding van de publieke middelen voor onderwijs. Bron: ROSA

Belgische inflatie boven 12%

Belgische inflatie klimt tot boven de 12 procent, spilindex weer overschreden

De inflatie is in oktober in België met 1 procentpunt gestegen tot 12,27 procent. De inflatie komt zo uit op het hoogste peil sinds juni 1975, toen er sprake was van 12,5 procent. Dat meldt statistiekbureau Statbel vrijdag. De spilindex wordt opnieuw overschreden, zodat de uitkeringen en overheidslonen opnieuw zullen stijgen.

De nieuwe overschrijding van de spilindex was verwacht door het Planbureau – en datzelfde Planbureau verwacht er ook nog een in december. Het is al de vierde overschrijding dit kalenderjaar, na februari, april en juli. Bovendien werd ook in december 2021 de spilindex al overschreden.

Zeven uitspraken over inflatie die de wenkbrauwen doen fronsen

Omdat de spilindex opnieuw overschreden is, zullen de uitkeringen en pensioenen in november en de ambtenarenweddes in december opnieuw stijgen met 2 procent. De hoge inflatie zorgt er indirect ook voor dat de lonen in de privésector stijgen. In elke sector gebeurt dat aan een ander tempo. Voor sommige sectoren maandelijks, voor andere dan weer een keer per jaar.

Energie

De hoge inflatie deze maand is opnieuw voor een groot deel te wijten aan de torenhoge energieprijzen. Zo bedraagt de inflatie van energie momenteel 63,03 procent. Bovendien zitten ook de voedingsprijzen de laatste maanden in een sterk stijgende lijn. De inflatie voor voeding (inclusief alcoholische dranken) komt in oktober uit op 12,30 procent.

De kerninflatie, die geen rekening houdt met de prijsevolutie van de energieproducten en de onbewerkte voedingsmiddelen, bedraagt 6,50 procent in oktober, tegenover 6,21 procent in september. Dat is een gevolg van de toegenomen inflatie voor bewerkte voeding en diensten.

De belangrijkste prijsstijgingen noteerde Statbel bij aardgas, elektriciteit, motorbrandstoffen, vlees, huisbrandolie, groenten, kleding, zuivelproducten, brood en granen, fruit, private huur en tot slot restaurants en cafés. Alcoholische dranken hadden een verlagend effect op het indexcijfer. Met 11,27 procent was de inflatie in september al geklommen tot het hoogste niveau sinds augustus 1975.

VBO wil geen loonsverhogingen

Geen reële loonstijgingen tot 2028?

De Centrale Raad voor het Bedrijfsleven (CRB) heeft haar technisch verslag nog niet officieel gepubliceerd, maar vakbonden en werkgeversorganisaties konden het al inkijken. In dat verslag wordt een analyse gemaakt van de loonkostenevolutie en wordt een eventuele loonmarge voor de interprofessionele onderhandelingen voorgesteld. De verwachting was allang dat er boven op de automatische loonindexering geen ruimte zou zijn voor reële loonstijgingen. De oplopende inflatie doet de bruto-uurlonen in 2022-2024 met 21 procent stijgen. Dat is veel sneller dan in de buurlanden, wat onze bedrijven met een belangrijke loonhandicap opzadelt.

Het ABVV blaast het loonoverleg op nog voor het begint. De socialistische vakbond verzet zich tegen de 0 procent loonmarge boven op de indexeringen. Dat zal het nog vaak moeten doen, want door de oplopende Belgische loonkostenhandicap is er wellicht tot 2028 geen ruimte voor een reële loonopslag. Tenzij misschien via de truc van de consumptiecheque.

Het verslag zou inderdaad pleiten voor 0 procent loonmarge boven op de index voor 2023-2024. Dat is onaanvaardbaar voor de socialistische vakbond ABVV, die via een verontwaardigd persbericht daarover gisteren het loonoverleg de facto opblies. Volgens het ABVV is er wel ruimte voor reële loonstijgingen. Volgens recente cijfers van de Nationale Bank is de brutowinstmarge van de Belgische bedrijven gestegen van 44,8 procent in het eerste kwartaal naar 45,2 procent in het tweede kwartaal van 2022. Bedrijven kunnen tegen een stootje, is de redenering. Maar in werkgeverskringen is te horen dat de marges zullen dalen. Het Verbond van Belgische Ondernemingen (VBO) wijst er bovendien op dat de indexering van de lonen er in veel sectoren pas in januari 2023 komt. De verwachte brutoloonstijging van 10 procent zal de bedrijven miljarden euro’s kosten.

Strenge loonwet blijft overeind

Het technisch verslag van de CRB ziet de Belgische loonkostenhandicap ten opzichte van de buurlanden oplopen tot 6 procent. Ook in Frankrijk, Nederland en Duitsland worden de brutolonen aangepast aan de stijgende levensduurte, zij het met vertraging en niet in dezelfde mate als in België.

De loonkostenhandicap moet volgens de wet op het concurrentievermogen worden afgebouwd. Dat was al zo volgens de eerste wet van 1996, maar die werd zelden stringent toegepast. De nieuwe wet van 2017, allang een doorn in het oog van syndicaten en de linkerflank van Vivaldi, is dat wel. Dat betekent dat 0 procent reële loonmarge niet eenmalig is. Bij de vakbonden bestaat de vrees dat er ook voor de loonakkoorden 2025-2026 en zelfs 2027-2028 niets meer te onderhandelen valt boven op de index. Vandaar dat de vakbonden druk willen zetten met een nationale stakingsdag op 9 november.

Regering moet knoop ontwarren

Of dat veel zal veranderen, is nog de vraag. In de Vivaldi-regering lijkt een consensus gegroeid dat men niet aan de loonnormwet raakt en dat de automatische loonindexering overeind blijft. Geen netto-indexering, geen indexsprong. De korting op de indexering van de sociale bijdragen die de regering bij het begrotingsconclaaf besliste, was het maximaal haalbare. Toch komt het loondossier de komende weken en maanden op de regeringstafel. Als de sociale partners geen sociaal akkoord kunnen sluiten – en zo ziet het ernaar uit – moet de federale regering de knoop ontwarren. Dat zal voor gekibbel zorgen. De kans bestaat dat er uiteindelijk een typisch Belgisch compromis uit de bus komt. Bij het vorige loonakkoord 2021-2022 werd een beperkte reële loonstijging van 0,4 procent afgesproken. Te weinig voor de vakbonden en de socialistische partijen in Vivaldi. De regering toverde dan maar de zogenoemde coronacheque uit de hoed. Bedrijven die goed presteren, konden hun werknemers een eenmalige nettopremie tot 500 euro toekennen. Het zou niet verbazen dat de regering-De Croo straks met een vergelijkbaar voorstel komt om het dossier te ontmijnen en zo de sociale vrede te garanderen. Maar de Belgische loonkostenhandicap is daarmee niet weg, integendeel. De Belgische bedrijven zullen nog jaren met een concurrentienadeel kampen zeggen ze.  Bron: Trends