by admin | jan 12, 2025 | Verkiezingen 2024
Tweede mobilisatie tegen afbraakregering Arizona
Nu maandag 13 januari om 10 uur is er in Brussel op het Albertinaplein (Brussel-Centraal) een betoging om de plannen van de Arizona-partijen een halt toe te roepen. Dit is de tweede ronde van de mobilisatie, na de succesvolle actie op 13 december. Op 13 februari gaat het verzet verder met een grote betoging.
Leden van verschillende vakbonden tijdens de actie tegen de toekomstige Arizona-regering op 13 december 2024 in Brussel.
De vakbonden hebben, met de steun van het middenveld, een actieplan opgesteld om een duidelijke boodschap te sturen naar de partijen die onderhandelen over een regering: wij laten ons niet doen. Net als op 13 december, zullen we met de PVDA aanwezig zijn. We roepen onze leden en sympathisanten op om actief deel te nemen aan deze sociale mobilisatie.
Het motto van Arizona: “Er is geen alternatief”
De Arizona-onderhandelaars proberen de publieke opinie voor te bereiden op een bittere pil. Hun boodschap hebben we al vaker gehoord: “Iedereen moet een inspanning leveren”, “We leven boven onze stand”, “We moeten de broekriem aanhalen”…
Bart De Wever zegt het onomwonden: “We kunnen gewoon geen cadeaus meer uitdelen. Integendeel, we gaan er moeten afpakken. Verworvenheden zullen worden teruggeschroefd, evidenties op de helling gezet. Er zal langer moeten worden gewerkt, er zal een flexibeler arbeidsrecht moeten komen, pensioenrechten zullen moeilijker opgebouwd worden dan vroeger.”
Sammy Mahdi (CD&V) en Frank Vandenbroucke (Vooruit) gaan daarin mee: “Iedereen zal inspanningen moeten leveren.”
Hetzelfde geldt voor Maxime Prévot (Les Engagés): “De wereld van gisteren zal morgen niet meer bestaan. (…) We moeten de bladzijde over verworven rechten en privileges omslaan.”
Het motto van de sociale beweging: “Er zijn alternatieven, jullie maatregelen zijn geen natuurwetten”
“De plannen van De Wever zijn politiek-ideologische keuzes. Wij hebben andere prioriteiten, in lijn met de behoeften van de werkende klasse en het collectief”, zegt Ann Vermorgen, voorzitter van het ACV.
Onze pensioenen zijn absoluut betaalbaar. We moeten respect hebben voor het werk van de mensen in zowel de private sector als de openbare diensten. De werknemers betalen elke maand bijdragen aan de sociale zekerheid om hun pensioenen te betalen. Het moet gedaan zijn met die zomaar af tepakken! Als we deze diefstal stoppen, zijn alle pensioenen van het land betaalbaar.
Pak de echte privileges aan
De echte privileges – die de Arizona-partijen weigeren aan te pakken – zijn die van de superrijken en van de politici. In vijf dagen tijd verdient de CEO van een Bel20-bedrijf wat een werknemer op een heel jaar verdient.Toch zijn het de werknemers die een loonblokkering opgelegd krijgen.
Miljardairs betalen nog steeds geen belasting op hun vermogen, terwijl sommige politici een pensioen opstrijken van meer dan 8.000 euro. Maar Arizona zwijgt over deze privileges.
De wet van de straat of van de Wetstraat?
“Wat links heeft verloren bij de verkiezingen, zal het proberen terug te winnen op straat”, zei MR-partijvoorzitter Georges-Louis Bouchez.
De Arizona-partijen willen het recht op betogen inperken en de vakbonden verzwakken.
Maar zoals Thierry Bodson, voorzitter van het ABVV, opmerkt: “We leven in een land waar 3,5 miljoen werknemers uit vrije wil hebben besloten om lid te worden van een vakbond. Vakbonden vertegenwoordigen de wereld van de arbeid in al haar diversiteit. (…) Wij zijn een tegenmacht.” Fundamentele rechten zoals stemrecht, betaalde vakantie en sociale zekerheid werden allemaal op straat afgedwongen. Deze sociale dynamiek is de pijler van onze democratie, en Arizona probeert die te breken. Maar het is die dynamiek die de plannen van Arizona zal tegenhouden.
Bron: PVDA
by admin | jan 12, 2025 | Economie
Neutr-On wil een 30-urenweek. Veel werknemers zouden er sito presto voor tekenen. Terecht, want zo’n korte werkweek doet wonderen voor onze gezondheid en work-lifebalans. Helaas is het (nog) niet de realiteit.
Vierdagenwerkweek of werkdagen van zes uur
lke week een verlengd weekend. En dat terwijl je hetzelfde salaris krijgt. Zou jij hier “nee” tegen zeggen?
Het was de 34-jarige Finse premier Sanna Marin die de piste voor de vierdagenwerkweek opperde tijdens een debat in augustus 2019. Op dat moment was ze minister van Verkeer, en dus nog geen premier.
Marin sprak er over mogelijke denkpistes om een vierdagenwerkweek in te voeren of om de werkdagen in te korten tot zes uur.
In ons land lanceerde toenmalig PS-voorzitter Elio Di Rupo in 2016 al een voorstel voor een werkweek van 32 uren met behoud van loon. “Minder burn-outs bij de mensen, meer productiviteit voor de bedrijven”, klonk zijn motivatie.
Werktijdverkorting leidt tot hogere productiviteit?
Want zo’n vierdaagse werkweek zou nu eenmaal beter werken. In Scandinavië wordt al langer geëxperimenteerd met kortere werkdagen of -weken. Zo werkten in het Zweedse Göteborg 68 verpleegkundigen van het rusthuis Svartedalen twee jaar lang 30 uur per week, in plaats van 37 uur. Daarbij behielden ze het salaris van hun volledige werkweek.
De zorgkundigen gaven daarbij aan dat ze fitter en meer gemotiveerd waren, waardoor ze productiever waren, minder fouten maakten in hun werk en het aantal burn-outs afnam. En de rusthuisbewoners? Wat ‘de kwaliteit van de zorg’ betreft, rapporteerden ze een meer positieve ervaring.
Verschillende bedrijven experimenteren al langer met kortere werkdagen. Zo testte Microsoft Japan een systeem waarbij verschillende werknemers maar vier dagen per week moesten werken in plaats van vijf. De resultaten waren verbluffend: ondanks de kortere week nam de productiviteit met maar liefst 40% toe. Minder werken met behoud van loon is niet zo evident.
Toch werd het voorstel van Elio Di Rupo afgedaan als ‘niet ernstig’. Zelfs zijn Vlaamse evenknie John Crombez brandde het voorstel af. Als we minder werken voor hetzelfde loon, stijgt het uurloon dat werkgevers betalen automatisch. Hogere loonkosten en daardoor een lagere tewerkstelling kan België zich echt niet veroorloven.
Tools en technologie voor een beter leven.
Ondanks het kostenplaatje van het Zweedse experiment, werden voor het verplegend personeel en de rusthuisbewoners uitsluitend positieve resultaten vastgesteld. Het debat over de kortere werkweek zal dus niet vlug gaan liggen. Daarvoor is de vraag naar een betere work-lifebalans en meer werkbaar werk te groot. Volgens Jack Ma (Alibaba) en Bill Gates (Microsoft) zullen we in de toekomst over de tools en technologie beschikken om minder te werken en beter te leven. Automatisering, artificiële intelligentie en robotica gaan voor werknemers en bedrijven veel zoete vruchten opleveren. Zoals een toename van de productiviteit, economische groei en minder werkuren. Volgens Neutr-On zijn het vooral de grote vakbonden die hun leden bedriegen en er voor zorgen dat de kloof tussen de armen en de rijken groter wordt.
Met de fel besproken arbeidsdeal wil de federale regering de arbeidsmarkt hervormen en zo meer mensen aan het werk krijgen. Maar wat staat er in de arbeidsdeal? En wat betekent dit concreet voor jou als werknemer?
Wat is de arbeidsdeal?
De arbeidsdeal van de federale regering bestaat uit een aantal maatregelen die de werkzaamheidsgraad in België moet verhogen tot 80% (nu is dit 71%) en die zowel werknemers als werkgevers de nodige flexibiliteit moeten geven om dit doel te bereiken.
Ter info: deze arbeidsdeal is een politiek akkoord. Dit betekent dat de sociale partners hierover eerst nog hun advies moeten uitbrengen. Na de eventuele aanpassingen kan het voorstel mogelijk ook nog bijgestuurd worden door de Nationale Arbeidsraad. Pas daarna wordt de wet definitief goedgekeurd door het parlement en bekrachtigd en afgekondigd door de koning. De arbeidsdeal in 10 hoofdpunten
- Werkweek van 4 dagen mogelijk
- Wisselend weekregime
- Dienstrooster langer op voorhand bekend
- Recht op deconnectie
- Recht op een opleiding
- Nieuwe regeling opzegtermijnen
- Betere regeling voor platformeconomie
- Soepele regels voor nachtwerk
- Actieplan knelpuntberoepen
- Actieplan diversiteit op de werkvloer
Gamechanger of niet?
Of de arbeidsdeal wel zo’n gamechanger is als gewild, is nog niet zeker. Aangezien heel wat maatregelen gelden voor bedrijven met meer dan 20 personeelsleden, geldt dit dus niet voor 83,9% van de ondernemingen (vooral kmo’s) die minder dan 10 werknemers tewerkstellen. Ook is het voor kleinere bedrijven niet altijd evident om bepaalde maatregelen door te voeren, vanwege bv. de kleinere personeelsbezetting of de aard van de activiteit.
Daarom heeft Neutr-On een beter plan.
Neutr-On wil tegen 2030 voor alle werknemers in de privé een 30-urenweek. Langere werkweken zijn mogelijk, maar die uren moeten dan als overuren betaald worden. Dat noemen we Plan 2030.30 ! Nu we in het jaar 2025 zijn zouden alle bedrijven nu al een 35-urenweek moeten nastreven.
by admin | jan 12, 2025 | Economie
Bijkomend grensbedrag voor flexi-jobbers met vervroegd pensioen
Zowat 235.000 mensen die met vervroegd pensioen zijn, krijgen binnenkort een bericht van de Federale Pensioendienst om hen te waarschuwen. Wie te veel bijverdient met een flexi-job, riskeert zijn of haar pensioen te verliezen.
Het gaat om een maatregel waarover vorig jaar beslist werd en in 2025 van kracht wordt. Concreet komt er een bijkomende jaargrens voor inkomsten uit een flexi-job voor wie de wettelijke pensioenleeftijd nog niet heeft bereikt.
Tot en met 2024 bestond er enkel een algemeen grensbedrag voor alle beroepsinkomsten voor die groep. Daar komt nu een bijkomende jaargrens bij voor inkomsten uit een flexi-job voor wie de wettelijke pensioenleeftijd nog niet heeft bereikt. Concreet: als je een flexi-job hebt, moet je voortaan een bijkomend grensbedrag van 7.876 euro per jaar naleven. Bij overschrijding van dat bedrag riskeer je minder pensioen te krijgen of kan het pensioen zelfs geschorst worden.
Vrijstellingen
Het bijkomend grensbedrag voor inkomsten uit een flexi-job geldt enkel voor wie met vervroegd pensioen is en de wettelijke pensioenleeftijd nog niet heeft bereikt. Het geldt dus niet voor wie de wettelijke pensioenleeftijd wel heeft bereikt. Ook wie 45 jaar loopbaan op de teller heeft, is vrijgesteld van de maatregel. Potentieel gaat het wel om een grote groep Belgen die mogelijk onderworpen is aan het grensbedrag. Dat zijn er zowat 235.000, zegt Vik Beullens, woordvoerder van de Federale Pensioendienst. Die worden allemaal persoonlijk op de hoogte gebracht. Zeventig procent wordt digitaal verwittigd, via de digitale toepassing mypension. De resterende dertig procent krijgt een brief in de bus. Voor alle duidelijkheid: wie de wettelijke pensioenleeftijd voorbij is of een loopbaan van 45 jaar heeft, mag onbeperkt bijverdienen zonder dat dit impact heeft op het pensioen. Er kan wel een fiscale impact zijn.
Bron: Trends
by admin | jan 11, 2025 | Varia
In Nederland volgde onderzoeker Jaap Olthof (Hanzehogeschool Groningen) mensen met een licht verstandelijke beperking en zag dat ze op veel drempels botsen. “Deze mensen zoeken hun weg in de samenleving en moeten daarbij vaak flink incasseren.”
Een dagelijkse strijd
Marijke (51) heeft een licht verstandelijke beperking.Om privacyredenen zijn dit niet de echte namen van de betrokken mensen.Die diagnose werd nog niet zo lang geleden vastgesteld. Ze scoorde laag op een IQ-test en ze zou zich niet goed kunnen aanpassen. Marijke herkent zich niet in de diagnose. Volgens haar ligt het probleem niet per se daar.
In mijn onderzoek volgde ik naast Marijke, 32 andere mensen met een licht verstandelijke beperking. Ik nam deel aan hun activiteiten en ontmoetingen. Ik volgde hen intensief, soms wel anderhalf jaar lang, bij het sporten, wandelen, dieren verzorgen, werken, reizen, schoonmaken en feesten.
Ik voerde met hen veel gesprekken, ook lastige. Deze mensen lieten me graag zien hoe zij leven en welke moeilijkheden zij ervaren. Ze zoeken hun weg in de samenleving en moeten daarbij vaak flink incasseren. Marijke typeert dit als een ‘dagelijkse strijd’. Ook Davey (23) vertelt: “Gewoon meedoen, is niet vanzelfsprekend. Het is hard werken.”
Daarbuiten red ik het niet
Ook onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau bevestigt de ervaringen van Marijke en Davey: mensen met een licht verstandelijke beperking hebben steeds meer moeite om mee te doen in de samenleving. Rob (48) verkoos op den duur begeleide tewerkstelling boven een reguliere werkgever: “Daarbuiten red ik het niet. Te veel verwachtingen. Laat mij maar hier. Ik zit prima op mijn plek.”
Het gaat niet alleen om werk vinden en behouden. Deze mensen ervaren ook veel moeite bij alledaagse dingen zoals huishoudelijke taken, reizen met het openbaar vervoer of het regelen van financiën. Zo raakte Debbie (39) in financiële problemen toen ze op zichzelf ging wonen. Ongeopend gingen rekeningen de kast in. “Ik haalde de post wel uit de brievenbus, want dat moest. Vervolgens gooide ik die in de kast. Hoe rekeningen betaald moesten worden, daar snapte ik geen flikker van.”
Beeld omkeren
Te vaak worden de moeilijkheden die mensen zoals Marijke, Davey, Rob en Debbie ervaren, verklaard vanuit een laag IQ, lage zelfredzaamheid of beperkt aanpassingsvermogen. Ze zouden op allerlei vlakken tekortschieten. Die eenzijdige kijk reduceert hun moeilijke zoektocht naar een plaats in deze samenleving tot een individueel probleem.
Dat beeld kan je ook omkeren. Deze creatieve en moedige mensen plooien zich naar de gewoontes en verwachtingen van een stugge omgeving: de school, het werk of de supermarkt. In de sportclub zoekt Davey aansluiting bij de jongens en mannen die aan bodybuilding doen. Net zoals alle andere sporters, doet hij zijn oefeningen alleen. Soms groet hij iemand, maar verder is er weinig contact. Om mee te doen zijn er voorwaarden en Davey past zich aan: “In de sportschool spreek je mensen niet aan, al helemaal niet tijdens oefeningen. Dat doe je gewoon niet.”
Vaak lukt het ook niet om mee te doen. Tijdens een wandeling kijkt Marijke me boos in de ogen en vertelt: “Ze moeten me toch niet en ik hoef niets van hen. Wandelen, nee dat doe ik niet zo vaak. In m’n eentje zeker? Dat vind ik niets aan. Ik ontmoet ook nooit iemand op straat. Dan hoeft dat lopen niet zo van mij.”
Inclusie: een wisselende praktijk
Deze mensen schipperen voortdurend tussen plekken die ze als veilig en onveilig ervaren. ’s Morgens voelen ze zich welkom in de bibliotheek, de kringloopwinkel of het buurthuis. ’s Avonds ervaren ze dat er voor hen geen plek is op het muziekfestival. Die wisselende ervaringen geven een genuanceerde invulling aan het grote begrip ‘inclusie’. Inclusie is geen vaststaand feit, wel een dagelijkse praktijk van conflict met verschillende uitkomstmogelijkheden.
Het is een illusie te denken dat je inclusie kan beitelen in wetten en regels. De getuigenissen van mensen met een licht verstandelijke beperking leggen een belangrijke zenuw bloot: ze moeten vooral zelf keihard werken om aansluiting te vinden en inclusie mogelijk te maken. Ze ervaren voortdurend een druk om zich te plooien naar wat normaal is. Het kost moeite en energie om beperkingen zo goed mogelijk te verbergen. Toch doen mensen zelf veel moeite om aansluiting te zoeken. Opnieuw zijn alledaagse praktijken veelzeggend. Roeland (33): “Ik plaatste een tafeltennistafel in de gemeenschappelijke ruimte van mijn flat. Zo hoop ik makkelijker in contact te komen met mijn buren.”
Familie en vrienden
Inclusie is geen idealistisch beleidsbegrip dat de wereld voor eens en altijd verdeelt in goede insluiting en slechte uitsluiting. Inclusie is een dynamische en weerbarstige praktijk. Een belangrijk element in die praktijk is de strijd en het verzet van mensen met een licht verstandelijke beperking.
Dat blijkt ook uit de contacten met familie en vrienden. Vanuit deze hoek is er niet alleen hulp en steun, maar ook betutteling en controle. Dit vertelt Richard (46) die veertig jaar bij zijn ouders woonde. Maar ook nu hij in een nieuwe en meer zelfstandige woonvorm verblijft, blijven zijn ouders hem controleren. Dit voelt verstikkend voor hem: “Soms voel ik me een toerist in mijn eigen leven.”
Ondanks de beste intenties, vormen ouders niet altijd een warme, inclusieve hulpbron. Zij kunnen de ontwikkelingsruimte die deze mensen nodig hebben ook inperken. Richard verzet zich wel, maar moet vaak inbinden en zich schikken. Ook anderen delen deze ervaring. Inzetten op ondersteuning vanuit familie vraagt daarom om voorzichtigheid.
In mijn onderzoek nam ik ook de aanpak in Noorwegen onder de loep. Daar wordt niet actief ingezet op familie als hulpbron in ondersteuning. Sociale professionals hebben er een aanzienlijke rol in het leven van mensen met een licht verstandelijke beperking en familie mag ‘gewoon familie’ zijn.
Nog te vaak tweederangsburgers
Mensen met een licht verstandelijke beperking kunnen hun verhaal niet vaak genoeg vertellen op een publiek forum. Zelden staan hun ervaringen centraal in wetenschappelijk onderzoek.
Neem je hun ervaringen wel als vertrekpunt, dan blijken beleidsverwachtingen over inclusie ver af te staan van hoe mensen dat in hun dagelijks leven ervaren. Hun leven is niet een gezellig tafereel van ‘erbij horen’. Het is een grillig parcours vol strijd en botsingen. Ze blijven te vaak tweederangsburgers met weinig verbinding met anderen in het publieke domein.
Niks mis met bijzonder
Als je luistert naar deze mensen, dan stel je vast dat specifieke woon-, werk- of vrijetijdsvormen niet per se haaks staan op inclusie. Zo vertelt Debbie enthousiast over begeleid wonen. “We passen een beetje op elkaar en geregeld kloppen we eens bij elkaar aan. Hier voel ik me thuis. Ik hoef niet meer weg, laat mij hier maar wonen, dan bepaal ik zelf wel wanneer ik eruit kom.”
Een aangepaste woonvoorziening kan dus een veilige plek bieden om naast anderen mee te doen in de samenleving. Mensen met een licht verstandelijke beperking kunnen deze plekken als verbindend ervaren. Hier kunnen ze interesses en behoeften delen. Met andere woorden: ook hier kan inclusie worden ervaren.
Opdracht voor sociale professionals
Hier is ook een belangrijke taak weggelegd voor sociale professionals. Ze kunnen de botsingen, conflicten en fricties zichtbaar maken. Voor oplossingen dienen ze niet alleen te sleutelen aan het aanpassingsvermogen of de zelfredzaamheid van deze mensen maar juist ook naar de inrichting van onze samenleving. Ze kunnen, ook vanuit woon- en zorgvoorzieningen, meebouwen aan laagdrempelige en ongedwongen ontmoetingsplekken waar iedereen welkom is.
Sociale professionals zijn getuigen van de botsingen van deze mensen. Vaak hebben ze echter het gevoel daar niet zo veel aan te kunnen doen. En dus blussen ze enkel de brandjes. Maar Marijke en vele anderen komen daar geen stap mee vooruit. Inclusie is veel meer dan ‘iedereen mag er gezellig bij horen’. Het vraagt een sterke betrokkenheid en reële daadkracht. Sociale professionals kunnen een belangrijke rol vertolken door op te komen voor de belangen van deze mensen. Ze zien deze strijd dagelijks van dichtbij en worden er op die manier zelf ook deel van. Het gaat hen dus ook aan.
Bron: Sociaal.net
by admin | jan 11, 2025 | Sectoren
Nathalie Van Noyen is psychologe en heeft een zus met een mentale beperking: “Ook ik maak me zorgen over wie er voor haar gaat zorgen. Die bezorgdheid blijft te vaak onderbelicht.”
Zwaard van Damocles
Heel wat ouders zorgen voor hun kind met een beperking. Terecht liggen ze wakker van de vraag: ‘Wie zal er voor mijn kind zorgen als wij er niet meer zijn?’ Wachtlijsten stellen hen niet gerust.
In dit debat mis ik het perspectief van de broers en zussen. Ook zij maken zich zorgen en voelen een onzekere toekomst als een zwaard van Damocles boven hun hoofd hangen.
Heel herkenbaar
Voor mij is die situatie heel herkenbaar: ik ben zelf zus van iemand met een beperking. Bovendien bots ik ook professioneel op deze problematiek. Als psychologe ben ik al jaren nauw betrokken bij dit thema, eerst in voorzieningen voor mensen met een beperking en sinds tien jaar in mijn eigen praktijk.
Regelmatig hoor ik verhalen van mensen die al jaren op de wachtlijst staan zonder perspectief op meer professionele hulp, van ouders die hun job opofferen voor de zorg van hun zoon of dochter.
Maar ik hoor evenveel verhalen van broers en zussen die vrezen dat zij nooit een ‘gewoon leven’ kunnen leiden. Te vaak blijft hun bezorgdheid onderbelicht.
Anita en broer Bram
Ik maak het concreet met een fictief voorbeeld, samengesteld uit reële voorbeelden vanuit mijn werk en persoonlijke ervaring.
Vijftiger Anita is getrouwd, heeft twee puberdochters en een goede job. Anita is ook zus van Bram. Bram is twee jaar ouder en was altijd aanwezig in haar leven. Als kind was dat voor Anita niet altijd eenvoudig. Bram had veel aandacht en ondersteuning nodig. Om haar ouders te ontzien, zette Anita zich in de schaduw van het gezin en hielp vaak mee in de zorg voor haar broer.
Op de wachtlijst
Dat probeert ze vandaag nog steeds, naast de zorg voor haar eigen gezin. Die combinatie lukt de ene dag beter dan de andere.
Haar ouders worden ouder. Voor hen weegt de zorg voor Bram elke dag zwaarder. Bram gaat drie dagen per week naar een dagcentrum in de buurt. Maar op meer intensieve professionele zorg en ondersteuning zal het nog lang wachten zijn.
Bram heeft wel recht op een persoonsvolgend budget maar staat op de wachtlijst in prioriteitengroep twee. Eenvoudig gesteld: hij heeft niet meteen zicht op een budget om meer professionele zorg te financieren. Zolang zijn ouders zelf kunnen instaan voor zorg, is dat budget nog heel ver weg. Maar dat kan straks heel anders zijn. En wat zal er dan met Bram gebeuren?
Alle ogen op Anita
De ouders zouden rust kunnen vinden in het idee dat als zij niet meer voor Bram kunnen zorgen, hun zoon meteen in de hoogste prioriteitengroep terechtkomt. Dan is er wel een budget om professionele zorg te financieren.
Bij de notaris
Veel vragen blijven onbeantwoord. De ouders van Bram vinden geen rust. Enkele dagen geleden gingen ze langs bij de notaris om hun bezorgdheden te bespreken. De notaris vertelde dat ze een deel van de erfenis kunnen inzetten om de noodzakelijke zorg te waarborgen.
Anita kan bijvoorbeeld haar erfdeel beperken ten voordele van Bram. Dan kan er extra zorg worden betaald als er geen extra zorgbudget vrij komt. Of een andere piste: Anita neemt Bram in huis of neemt op een andere manier een groot deel van de zorg op zich. Voor dat engagement ontvangt Anita een financiële vergoeding, betaald vanuit de erfenis.
Helemaal van de kaart
Ze willen deze pistes bespreken met hun dochter. Maar Anita leest vooral de angst in de ogen van haar ouders. Ze is ook zelf helemaal van de kaart. Natuurlijk wil ze voor haar broer zorgen. Maar ze heeft ook haar eigen gezin. Als ze kiest om voor Bram te zorgen, zal ze dan nog voldoende tijd hebben voor haar partner en kinderen? En wat met haar job?
En heeft ze wel een keuze? Ze voelt nu al de boze blikken van familie, vrienden en collega’s: ‘Hoe kil kan je zijn om zo’n schattige broer niet in huis te nemen?’.
En al komt geld voor Anita nooit op de eerste plaats, de zorg uitbesteden heeft financiële gevolgen. ‘Of mag je zo niet denken?’, vraagt Anita zich af. Ze wil geen geldwolf zijn, maar ook geen zus die haar eigen gezin op het spel zet.
Schuld en schaamte
Anita is niet alleen. Ik kwam de voorbije jaren veel worstelende broers en zussen tegen. Leven met het gevoel dat de juiste keuze onmogelijk is, is lastig. Je wil loyaal en zorgend zijn, maar ook je eigen toekomst en ambities niet opofferen. Een schuldgevoel kan zwaar wegen: sommige broers en zussen belanden zelf in de problemen omdat ze verstrikt raken in dit kluwen van vragen.
Net als hun ouders, zijn ook broers en zussen vragende partij voor goede oplossingen die rust en zekerheid brengen. Al hebben ze geen wettelijke verplichting tot zorg, toch moeten ze moeilijke beslissingen nemen en slingeren ze voortdurend tussen gevoelens van schuld en schaamte. Voor hun perspectief zou in onze zorg meer aandacht moeten zijn.
Bron: sociaal.net