Er is een weg naar vrijheid, maar hoe die te realiseren?

Er is een weg naar vrijheid, maar hoe die te realiseren?

Boekrecensie – Wil Heeffer

Nobelprijs economie (2001) Joseph Stiglitz pleit voor een verandering in het verhaal over wat economie werkelijk betekent om politiek, economie en samenleving terug in evenwicht te brengen. Hij is een van de meest gezaghebbende economen ter wereld. Desondanks hoor je zijn stem te weinig. Hij schreef ‘De weg naar vrijheid, economie en de goede samenleving’.

Net als zijn collega’s Daron Acemoglu en Simon Johnson – evenals Stiglitz winnaars van de Nobelprijs economie – pleit hij voor een ideologische omslag in het denken: een verandering in het verhaal over wat economie werkelijk betekent om de relatie tussen politiek, economie en samenleving in balans te brengen. Hij schreef er het boek De weg naar vrijheid, economie en de goede samenleving over.

Dat de mens gedreven wordt door zelfzucht, dat hij/zij zich richt op realisatie van eigenbelang, is een stelling die Stiglitz in alle toonaarden afwijst. Ook verzet hij zich tegen de opvatting van neoliberale economen dat voor het maatschappelijke welzijn een kleine overheid beter is dan een grote.

Economie is geen natuurwetenschap zoals fysica, waarin een wet, gezien de aardse gegevenheden, in alle omstandigheden opgaat: zoals ‘de appel valt altijd naar beneden’.

“De economische wetenschap heeft onze blik op wat voor soort economie en samenleving wenselijk zijn vernauwd door de relevantie van empathie te ontkennen en niet te zien dat de mate waarin die bestaat zelf door het economische systeem kan worden beïnvloed, Deze twee perspectieven – enerzijds het streven naar sociale rechtvaardigheid omdat dat, in enge zin, in je eigen belang is en anderzijds, in bredere zin omdat dat diep in onze identiteit verankerd zit – zijn normaal gesproken natuurlijk met elkaar verweven en lastig te scheiden.”

Externaliteiten

In de moderne economie staan twee begrippen centraal: externaliteit en trade-offExternaliteiten – onvoorziene omstandigheden – zijn er sinds mensenheugenis geweest en zullen er altijd zijn. Trade-off staat voor het uitwisselen van het een voor het ander, oftewel het opgeven van een voordeel voor een nog groter voordeel.

Zolang het niveau van aanpassing volstaat, verloopt ons gedrag als vanzelfsprekend en vallen die twee zaken buiten zicht. De centrale vragen in zowel filosofie, economie als politiek zijn echter: ‘Waarom gedragen we ons zoals we ons gedragen, waartoe gedragen we ons zoals we ons gedragen en door welk ideeëngoed wordt dat ondersteund?’

In feite zijn het vragen met morele of ethische implicaties. De roep om een andere aanpassing ontstaat pas als zich een crisis voordoet die ook als crisis wordt ervaren. Dan zijn we meestal op elkaar aangewezen. Iets dat we al te gemakkelijk vergeten.

Goed politiek bestuur is inspelen en acteren op die externaliteiten: het ontmoedigen van activiteiten waarbij schade wordt aangericht en het aanmoedigen van activiteiten die positieve externaliteiten opleveren, zo stelt Stiglitz.

De vrijheid van de een moet niet de onvrijheid van de ander betekenen, luidt de centrale stelling van zijn boek. Het falen van rechts zit in het niet inzien van wat dat impliceert:

“In een geïntegreerde samenleving kunnen we simpelweg niet naar de vrijheid van een individu kijken, zonder naar de gevolgen van die vrijheid voor anderen te kijken.”

We tolereren overtuigingen van de een zolang die niet tot daden leiden die anderen kwaad berokkenen. Vrijheid van denken staat daarbij in een ander licht dan vrijheid tot handelen omdat handelingen een nadelig effect kunnen hebben op de vrijheid van anderen.

Hoe die vrijheden zich tot elkaar verhouden, daar gaat politiek over. Regeringen zullen een antwoord moeten geven op de vraag: ‘Veroorzaakt economische vrijheid van private personen niet de onvrijheid van vele anderen in de publieke sfeer?’

De invloed die de bezitters van grote vermogens hebben op politieke besluitvorming is vele malen groter dan die van het ‘klootjesvolk’. Het aangaan van schulden door de overheid kan leiden tot een grote mate van onvrijheid bij toekomstige generaties. Zeker wanneer het ontbreekt aan een goede openbare dienstverlening.

De kloof tussen arm en rijk

Niemand van ons heeft voor de geboorte een keuze kunnen maken in welke wereld hij of zij ter wereld wordt gebracht. Het werpt de vraag op over kansengelijkheid in relatie tot keuzevrijheid: zijn je eigen verdiensten doorslaggevend of zijn sociaal-economische verhoudingen bepalend voor hoe je opgroeit en wat je mogelijkheden zijn?

We groeien allen op in een wereld waarin we tot elkaar veroordeeld zijn in positieve zin. Dat vraagt om na te denken over wat vrijheid inhoudt en hoe de vrijheid van de een zich tot de vrijheid van de ander verhoudt.

Door het hele boek heen lees je dat Jospeh Stiglitz een pleitbezorger is van sociale rechtvaardigheid en opkomt voor een goed openbaar gefinancierd politiek systeem waarin het publieke voorrang heeft op het private.

Herhaalde malen stelt hij zich de vraag naar de herkomst van grote vermogens waardoor mensen zowel in staat zijn tot vergaande vormen van privatisering als tot machtsuitoefening en machtsmisbruik.

Het werpt de vraag op of politieke systemen het ontstaan en behoud van grote vermogens faciliteren en hoe de morele rechtvaardiging daarvan wordt gelegitimeerd, hoe en waartoe een politiek systeem een belastingstelsel inricht.

We lezen, in aansluiting op wat hij onder verwijzing naar het slavernijverleden schrijft over een moreel  onrechtmatig verkregen vermogen:

“Wanneer onrechtmatig verkregen vermogen wordt doorgegeven van generatie op generatie, blijft het ook honderden jaren later onrechtmatig (ook al doen samenlevingen nog zo hun best om een slecht geheugen te bevorderen). Zelfs wanneer dit soort vermogen vele malen is nagelaten, ontbeert de vermogensongelijkheid die uiteindelijk is ontstaan morele legitimiteit.”

En verderop: “Ondernemerstalent alleen is simpelweg niet genoeg. Ben je geboren in de verkeerde omgeving, dan hebben dat soort eigenschappen niets te betekenen. Dat ze deze opbrengsten (grote vermogens) opleveren, is enkel en alleen een gevolg van de sociaal-economische omgeving waarin we leven…”

“Daarom is het ook volledig gerechtvaardigd dat er ook in een perfect competitieve economie, waarin vermogens worden verworven op moreel volstrekt legitieme manieren, hoge belastingen worden geheven op hoge inkomens…”

“Ook in een competitieve economie is er geen enkele reden om te veronderstellen dat wet- en regelgeving op een billijke manier zijn ingericht. Integendeel zelfs, aangezien politieke macht gekoppeld is aan economische macht, en economische macht is gekoppeld aan de economische regels die binnen politieke processen worden vastgesteld.”

Stiglitz laat op erg inzichtelijke en informatieve wijze zien hoe marktmacht werkt en hoe door een gebrek aan, of een belemmering van belangengroepering van mensen aan de onderkant van de samenleving – en denk daarbij ook aan vakbonden – aan die onderkant verarming optreedt.

Dit is een verarming waarbij een politiek-juridisch systeem de handen wast omdat aan het streven naar monopolieposities en het ontwijken van belastingbetaling door vermogenden geen halt wordt toegeroepen. Het leidt hem vervolgens tot een onderzoek naar een antwoord op de vraag: ‘Hoe vormt ons economisch systeem mensen?’

Inzicht verwerven

Een belangrijke les die voortkomt uit Stiglitz’ analyse van de marktwerking en de invloed die dat heeft op ons gedrag is dat wij mensen nogal kneedbaar zijn. Ofschoon economen het doen voorkomen dat onze beslissingen weloverwogen en rationeel zijn, zijn ze beïnvloedbaar en manipuleerbaar.

De nu levende generatie is gevormd door het neoliberale denken waardoor we handelen naar de geest van mensen die over geld en macht beschikken. Het heeft ertoe geleid:

“dat het mondiaal onbegrensde materialisme resulteert in een wereldeconomie die zich absoluut niet houdt aan de grenzen die worden gesteld door de hulpbronnen van de aarde. En toch blijven we maar niet in staat om de sociale en politieke cohesie te verwezenlijken die nodig is om het materialisme voldoende te beperken, zodat we kunnen terugkeren binnen die grenzen.”

Dat kneedbare uit zich vooral in de manier waarop de media op ons inwerken. We spreken over onze belangrijkste vrijheid – de vrijheid van meningsuiting – maar zien niet hoe die wordt ingeperkt door volgzaam gedrag en door zelfcensuur.

Zo mag je wel Brand! roepen, maar roep je zonder dat daar aanleiding toe is Brand! in een volle theaterzaal, dan wordt je daarvoor gestraft. Vrijheid is dus zo blijkt weer eens, een rekbaar begrip.

We zien bijvoorbeeld nu hoe onze hersenen worden gemasseerd door oorlogsretoriek, hoe defensie meer bewapening betekent in plaats dat alles wordt ingezet op vrede en het sparen van jonge mensenlevens. Dit is iets dat Stiglitz ook terugziet in de wapenlobby in zijn land, de VS.-

Opnieuw zetten regeringen in op een wapenwedloop die voor bedrijven een winstwedloop is. Influencers en social media krijgen alle ruimte, ongeacht de negatieve werking op wat we vrijheid noemen.

Wanneer bij een groot aantal likes de ‘vreugdekreet’ viraal klinkt, beseffen we eenvoudig niet langer dat het woord viraal verwijst naar een niet levend organisme dat onze gezondheid en ons leven bedreigt! Zoals Stiglitz schrijft:

“De balans tussen maatschappelijke gunstige en nadelige effecten slaat tegenwoordig te vaak uit naar de kant van de nadelen…Bedrijven gebruiken hun geld om te bepalen wat burgers zien en horen en met wat zij zien en horen bepalen zij de samenleving.”

Mediaplatforms hebben met het aanzetten tot polarisatie een voor hen winnende strategie uitgebouwd die rampzalig is voor de samenleving. Stiglitz noemt dat “betrokkenheid door woede”.

Het zet bijvoorbeeld stemmers aan om een tegenstem te laten horen omdat ze het vertrouwen in politici verloren zijn. Het gevolg is dat figuren als Trump aan ongeremde macht zijn geholpen, waardoor juist het omgekeerde gebeurt van waarop de stemmer hoopte.

Het goede leven

Al sinds de oudheid rijst de vraag naar wat het goede leven en de goede samenleving inhoudt. Het is opnieuw deze fundamentele vraag die Stiglitz aanzette tot het schrijven van dit boek. Het was tevens ooit de vraag die hem deed kiezen voor de studierichting economie. ‘Welk economisch systeem draagt het meest bij aan een goede samenleving?’

Economen deinzen terug voor vragen over sociale rechtvaardiging van wat bedrijven in maatschappelijk opzicht doen. Neoliberale economen willen niet spreken over inperking van het recht om inkomen te privatiseren. Zij sluiten de ogen bij de vraag naar de achtergrond van het verwerven van grote inkomens. Alles is ‘eigen verdienste’ en ‘de ongebreidelde kracht van de markt’.

Inkomensverdeling is echter een zaak van de politiek en niet van technocratische economen, zo lezen we. Wie wij zijn, wordt beïnvloed door ons economisch systeem. In de opvatting van Stiglitz dient een economie dienstbaar te zijn aan een samenleving. Een goede economie helpt een goede samenleving te creëren. Maar, wat is dat ‘een goede samenleving’?

Stiglitz zegt daarover dat het intuïtief duidelijk is dat een samenleving met meer gelijkheid beter is dan een samenleving die gekenmerkt is door enorme verschillen, en dat samenwerking en tolerantie fundamenteel beter zijn dan hebzucht, egoïsme en intolerantie. Hij schrijft:

“Het neoliberalisme heeft van obscure economen afkomstige doctrines omarmd in een poging marktwerking te verdedigen en overheidsingrijpen tegen te gaan.” Daarom zitten we nu met de gebakken peren omdat de publieke zaak door neoliberaal opererende politici is uitgehold en er een verlies is aan sociale cohesie.

Dan komt de grote vraag: ‘Hoe dat te veranderen?’ Stiglitz pleit voor een progressief kapitalisme en een goed functionerende sociaal-democratie.

Doch daar loopt zijn verhaal enigszins vast. Want, hoe bouw je de veelal semi-private instituties om tot instituties die een publiek goed zijn als bijvoorbeeld nationalisatie wordt afgewezen als middel?

Het toverwoord is ‘macht’

Hoe krijg je grip op banken en verzekeringen, hoe breng je juridische zetels van multinationals terug binnen eigen land en eigen zeggingsmacht? Kan een economie die gebaseerd is op concurrentie ooit nog in harmonieus evenwicht worden gebracht?

Het toverwoord lijkt dan, zoals zo vaak, macht te zijn. Machtsverhoudingen zijn belangrijk voor een juist begrip van de economie, de politiek en de maatschappij, zo schrijft hij. Maar dat is een dooddoener, want dat weet zowat iedereen. Als oplossing luidt het dan:

“Progressief kapitalisme zal een betere balans creëren door de bedrijfsmacht in te perken, door te stimuleren dat nieuwe bedrijven de markt betreden (door financiën en technologie breder beschikbaar te stellen) en door werknemers meer rechten te geven, onder meer door aansluiting bij een vakbond aan te moedigen.”

Maar hoe krijg je dat gerealiseerd binnen ons systeem van een representatief democratisch stelsel wanneer kiezers zich laten beïnvloeden door rattenvangers als Trump? Hoe stel je een grens aan het aandeelhouderskapitalisme zoals dat in het geopolitiek gelauwerde neoliberalisme centraal is komen te staan? Hoe doe je dat als de gewapende macht demonstrerende burgers blijft neerschieten en de kant van de overheid kiest?

Vandaar dat Stiglitz – en ik denk met een machteloze verzuchting – schrijft:  “moeten we ons economisch en juridisch systeem wet voor wet, regel voor regel, institutie voor institutie heropbouwen.”

En zeker, hij droeg daartoe in dit boek voorbeelden aan. Maar hoe realiseer je dat in een wereld waarin autocraten rechters naar hun hand zetten? Hoe kom je af van Poetin, Trump, Netanyahu en Erdogan, om er maar eens enkelen te noemen?

Stiglitz pleit voor collectief handelen. Maar het is niet meer dan een hopeloze zucht. Want wie zijn boek moet lezen, zal dat niet doen. En wie het leest, lukt het (nog altijd) niet om een tegenmacht te organiseren.

Het probleem van erg goede boeken zoals dit van Stiglitz is dat je niet de mensen bereikt die gevangen zitten in de neoliberale waan, wanneer er geen tegenmacht is die de kwalijke invloed van sociale media tot zwijgen brengt.

En zo stevenen we af op de apocalyps.

Joseph E.Stiglitz. De weg naar vrijheid, economie en de goede samenleving, Querido Facto, Amsterdam, 2024, pp. ISBN 978 9021 4986 45

Bron: DeWereldMorgen.be

De Europese waanzin van 800 miljard euro voor oorlogstuig

Europa draagt historisch gezien een zware verantwoordelijkheid voor veel wereldwijd leed, en vandaag offert een neoliberale, militaristische elite haar burgers op via sociale afbraak en miljardenuitgaven aan oorlog. Tegelijk groeit voorzichtig een vredesbeweging die deze oorlogslogica en het zaaien van angst wil doorbreken.

In het DNA van de leidende Europese elite zit al eeuwenlang oorlog, veroveringen, kolonialisme, racisme en plunderingen ingebakken. Vandaag is het terug. De retoriek van angst, de cultus van intense bewapening, de race om militaire investeringen, maar wel strikte financieringsnormen voor sociaal- en ecologisch beleid. Dat is het gezicht van het Europa van vandaag.

Dat belet niet dat de Europese elite van zichzelf denkt dat ze de good guys zijn. Dat ze de boodschappers van het goede zijn, de erfgenamen van de verlichting, die democratie en mensenrechten over de planeet verspreidde. Zelfs als daarvoor raketten duizenden mensen doden en landen in puin veranderen.

Gelukkig trappen vele ex-kolonies in het zuiden niet in die valstrik, zich herinnerend hoe in naam van de westerse beschaving, hun landen brutaal en bloedig werden gekoloniseerd en beroofd gedurende eeuwen door de ‘good guys’.

Schulden voor oorlogstuig, niet voor sociaal beleid

Voor de 800 miljard euro moordwapens moeten dus de strikte normen van het Stabiliteitspact sneuvelen. Er kan met geld gesmeten worden als het over oorlogstuig gaat. Wel heeft de Europese Unie decennialang een draconische bezuinigingspolitiek opgelegd. Publieke voorzieningen, gezondheidzorg, onderwijs en sociale voorzieningen werden uitgehold. Het geval van Griekenland enkele jaren geleden is in dit verband gruwelijk.

Er zou wel eens een innig verband kunnen zijn tussen oorlogskoorts en sociale afbraak. Immers, welvarende en ontwikkelde volkeren hebben geen zin om oorlog te voeren. Nihilistische, door sociale media met hersenrot aangetaste jongeren zullen vatbaarder zijn voor propaganda en het slagveld. De media spelen ook hier hun giftige rol (bijv. kamp Waes).

Sociale afbraak van welzijn en welvaart èn militarisering gaan hand in hand. Het is oorlogskapitalisme.

We geven al genoeg geld uit

Los van de cynische hypocrisie, zijn deze extra miljarden voor de productie en aankoop van moordend oorlogstuig niet eens verstandig. Ze dienen tot niets als er in Europa versnippering blijft.  Zoals Prof. Paul De Grauwe van de London School of Economics in het VRT-programma de ‘Afspraak’ (vrijdag 21 maart) terecht stelde.

“De EU geeft jaarlijks 350 miljard dollar uit aan bewapening. De Russen, 150 miljard. Er is dus geen enkel financieel argument om 800 miljard extra uit te geven in Europa. Het zal de versnippering en inefficiëntie van de legers in Europa niet oplossen”.

Een ex-Belgische generaal stelt dat we na een paar uren “met stenen zullen moeten gooien bij gebrek aan munitie”. Het is lachwekkend. Een karikatuur waardig. De demagogie van de ex-generaal is indirect een schuldbekentenis over het wanbeleid dat jarenlang is gevoerd bij defensie. Erg is, dat in de media dit zomaar passeert.

In feite leven we vandaag in een verstikkende kaasstolp van psychologische oorlogsvoering, een soort propagandistische staat van beleg. Kolonels en generaals van de NAVO, en hun ingelijfde ’embedded’ journalisten en academici, dicteren het narratief in de pers en studio’s.

Naar een grote Europese oorlog?

We kunnen niets anders dan ons afvragen: Verbergt de 800 miljard extra bovenop de 350 miljard, die nu al jaarlijks uitgegeven wordt, een agenda om een grote Europese oorlog tegen Rusland voor te bereiden?

Dat is niet zo denkbeeldig. In Oost-Europa zijn uit het fascisme afkomstige krachten, revanchistische krachten, aan het bewind die de nederlaag tegen de Sovjet-Unie nooit verteerd hebben. Kleinkinderen van fascisten zijn met steun van het Westen minister in Oost-Europa geworden. Ze bezetten de hoogste functies in de EU. Ze denken dat hun tijd gekomen is om af te rekenen met Rusland.

Ook in Duitsland. Wehrmacht kolonel Waldemar Baerbock grootvader van Annalena Baerbock, vorig hoofd van het Ministerie van Buitenlandse Zaken, vocht aan de zijde van nazi-Duitsland. Ze neemt geen ideologische afstand van zijn gedachten en bewondert hem.

EU-Commissievoorzitter Ursula Von der Leyen is opgegroeid in een milieu waarin het gezin de hartelijkste betrekkingen onderhield met nazi’s. Het is dus niet verwonderlijk dat ze geen enkel probleem heeft met de gruwel, moorden, vernieling van huizen, die door de zionistische staat worden aangericht in Gaza tegen de Untermenschen, de Palestijnen.

Die houding van de elites in Europa ten aanzien van Gaza is een gevaarlijk voorteken voor hun oorlogszucht. En tot wat ze in staat zouden kunnen zijn in Europa met de 800 miljard extra uitgaven voor oorlog

Daarenboven heeft het weinig zin 800 miljard uit te geven aan extra conventionele wapens, aangezien een grote Europese oorlog desgevallend snel zal overgaan in een nucleaire storm die alle conventionele troepen en grote steden zal wegvagen en een radioactieve woestijn zal achterlaten.

Elke redelijke mens pleit voor een efficiënte militaire verdediging van Europa. De vandaag jaarlijks uitgegeven middelen van 350 miljard per jaar (zonder de Amerikanen te rekenen) zijn ruim voldoende. Op voorwaarde dat de middelen efficiënt worden besteed en defensie centraal staat en niet de aanschaf van dure aanvalswapens zoals het Amerikaanse gevechtsvliegtuig F-35.

Duitsland

Zorgwekkend is de houding van het economisch sterkste Europees land: Duitsland. De christendemocratische leider en kanselier Friedrich Merz neemt het voortouw in de Europese bewapening. Ze roept nare herinneringen op van de bewapening in de geschiedenis van het Duitse naziregime. En al zeker bij de Russen die in een bloedige strijd met 27 miljoen dode Sovjetburgers, het Duitse naziregime overwonnen hebben, 80 jaar geleden.

De 800 miljard-bewapening van Europa past perfect in het Atlantisch-Amerikaans schema. De bewapening zal ruimte vrijmaken voor de Amerikanen om in het Verre Oosten China te bedreigen en Europa een oostfront te laten openen tegen Rusland.

De Deutsche Kommunistische Partei (DKP) veroordeelt de bewapeningsvoorstellen van F. Merz.

De DKP: “De oorlogseconomie vergroot niet alleen de kloof tussen rijk en arm, maar draagt ook bij tot een verdere militarisering van de samenleving. De veiligheid van de burgers wordt onderworpen aan de logica van de oorlogswinst”.

“Investeringen in militaire technologie en herbewapeningsinfrastructuur leiden niet tot stabiele jobs en het verbeteren van de openbare dienstverlening, maar tot een verscherping van de economische- en sociale onzekerheid van het volk. De staat wordt herleid tot een instrument van de financiering van de wapenwedloop. De regering Merz wordt een ‘dodelijke’ val voor de democratie en voor de toekomst van het land.”

Duitsland is een trouwe lakei van de politiek van Washington. In Duitsland zijn 75.000 Amerikaanse militairen gelegerd, op bases die ontsnappen aan de jurisdictie van de Duitsers (Ramstein, Wiesbaden…). Er zijn Amerikaanse kernwapens aanwezig.

Zonder enig protest van de Duitsers werd de gaspijpleiding Nord Stream 2, naar algemeen aanvaard wordt, vernietigd door de Amerikanen. Het was een zelf kwellende buiging van een vazal tegenover zijn meester.

Rheinmetall

Vaak wordt er gesproken over het grote Duitse wapenconcern Rheinmetall. Het boekt nu nooit geziene winsten. Volgens een artikel in de Berliner Zeitung (2023) vloeien de recordwinsten weg naar Amerikaanse investeerders en aandeelhouders.

Volgens de gegevens van de Amerikaanse Securities and Exchange Commission zijn meer dan 280 aandeelhouders van het concern geregistreerd in de Verenigde Staten. De grootste daarvan zijn (investeringsfondsen) Blackrock, Wellington, Fidelity. Reinmetall is misschien wel formeel, maar verre van een Duits bedrijf. We herinneren eraan dat de huidige kanselier Friedrich Merz, als zakenadvocaat jarenlang in dienst was van Blackrock, de grootste Amerikaanse investeringsmaatschappij.

De bijzondere band van Rheinmetall met de Verenigde Staten blijkt ook uit het feit dat het grootste aantal buitenlandse ondernemingen en vestigingen van het concern, namelijk 10 entiteiten van het bedrijf, in de Verenigde Staten zijn gevestigd.

Het bedrijf ontwikkelt zijn meest geavanceerde militaire technologieën op basis van Amerikaanse dochterondernemingen. Zo wordt er samen met Amerikaanse militaire bedrijven als Textron, Raytheon, Allison, een nieuwe generatie infanterievoertuigen ontwikkeld uitgerust met een artificieel intelligentiesysteem.

Union Sacrée

Het grootste deel van politiek links en aanverwanten in Europa zitten mee op de kar van de bewapening en steunen de extra 800 miljard voor de oorlogsindustrie.

Dat is niet nieuw. Wie terugkijkt in de recente geschiedenis ziet de “Union Sacrée” van socialisten en de heersende klasse voor en in de Eerste Wereldoorlog.

In voorbereiding van de Eerste Wereldoorlog stemden de in Duitsland de  sociaaldemocratische partij SPD voor de oorlogskredieten en oorlogswetten. Slechts veertien SPD-ers stemden tegen onder wie Rosa Luxemburg (1871-1919, vermoord), Karl Liebknecht (1871-1919, vermoord), Franz Mehring (1846-1919) en Hugo Haase (1863-1919). We verwijzen ook naar de Franse socialist Jean Jaurès die zich verzette en werd vermoord (1859-1914).

In België stemden de socialisten ook voor de oorlogskredieten. Emile Vandervelde stelde dat: “De oorlog een heilige oorlog is voor het recht de vrijheid en de beschaving en voor het recht op zelfbeschikking van de volkeren”.

Er is ook een recente versie van de ‘Union Sacrée’ Zo steunden bijv. de sociaaldemocraten,  Dominique Voynet (Frankrijk, groen) Joschka Fischer (Duitse groenen) en Marie-Georges Buffet (PCF) de NAVO en Clinton toen die, zonder enig mandaat van de Verenigde Naties, Joegoslavië bombardeerde in de jaren negentig van vorige eeuw.

Toen in de zomer van 1914 het socialisme zichzelf uitschakelde door de oorlogskredieten te stemmen, lag de weg open voor het vreselijkste alternatief, de barbarij en de bloedstromen in een ongeziene Eerste Wereldoorlog. Zal dit vandaag ook gelden, 100 jaar later?

Lichtpuntjes

2025. Toch zijn er lichtpuntjes. Vandaag wijzen sommige Europese politici de gekke, gevaarlijke bewapeningsstrategie van 800 miljard af. Zowel van verstandig rechts als links.

De eerste-minister van Spanje, de sociaaldemocraat Pedro Sanchez, verzet zich openlijk tegen de bewapeningskoorts. “Er zijn voor hem belangrijker veiligheidsdreigingen in Europa dan de zogeheten oprukkende Poetin”, zegt hij.

In Europa is er een pril begin van een vredesbeweging die weigert extra 800 miljard oorlogskredieten en de stijging van NAVO-bijdragen, op Amerikaans bevel, te aanvaarden.

Een vredesbeweging moet in tegenstroom voor de-escalatie, diplomatie en een grote rol van de OVSE (Organisatie voor Samenwerking en Ontwikkeling in Europa), als alternatief voor de NAVO, pleiten. Waarin Rusland en Europa in dialoog gaan over wederzijdse veiligheid en sociaaleconomische ontwikkeling.

PvdA-voorzitter en volksvertegenwoordiger Raoul Hedebouw verwijst naar de vroegere Belgische christendemocratische minister van Buitenlandse Zaken, Pierre Harmel (1911-2009) die, in volle Koude Oorlog, militaire veiligheid en diplomatiek overleg combineerde in een geest van de-escalatie en ontspanning.

De 800 miljard en extra geld voor de NAVO is verspilling en dient alleen de winsten van de wapenbedrijven. Datzelfde geld is nodig voor de interne veiligheid van onze landen, die steeds fragieler wordt. Dat wil zeggen: hogere budgetten voor welzijnswerk, behoud van onze pensioenen, hogere lonen, uitbouw sociaal wonen, strijd tegen verarming, tegen racisme en belastingfraude.

Interne veiligheid kost ook geld voor: het uitroken van de drugsmaffia en illegale wapenhandel, het opsluiten van recidiverende verkeerscriminelen, de strijd voor het leefmilieu en democratische regels die de greep van het grootkapitaal en het militair-industrieel complex op de politiek verkleint.

Dààr ligt het volk van wakker en niet van het fantasma van een naar Brussel oprukkende Poetin, zoals de Spaanse eerste minister terecht stelt.

Bron: DeWereldMorgen.be

Reeds 20 jaar geleden verbrasten Verhofstadt en Vande Lanotte onze huidige pensioenen

Reeds 20 jaar geleden verbrasten Verhofstadt en Vande Lanotte onze huidige pensioenen

Wie een leefbaar pensioen heeft krijgt er haast een schuldgevoel bij. Als je hoort hoe onze politici denken en handelen over dat pensioen is het alsof het over een ‘geschenk’ gaat dat zij ons geven en waarvoor wij hen dankbaar moeten zijn. Niets is minder waar. Onze pensioenen zijn van ons, we hebben ze zelf betaald.

Wie een leefbaar pensioen heeft krijgt er een schuldgevoel bij. Als je hoort hoe onze politici denken en handelen over dat pensioen is het alsof het over een geschenk gaat dat zij ons geven en waarvoor wij hen dankbaar moeten zijn. Niets is minder waar.

Ons pensioen is wat er overblijft van wat wij gedurende een gehele loopbaan hebben ‘afgedragen’. Voor een ambtenaar is die afdracht 7,5 % van wat hij verdient en waarvan aan de bron al snel de helft aan belastingen wordt afgehouden. Wat hebben zij die er over hebben beschikt met al dat geld gedaan dat er niets van overblijft?

Johan Vande Lanotte bedacht als federaal minister van Begroting (1999-2005, Vooruit)) in de paarse regering[1] van eerste minister Guy Verhofstadt (1999-2008) de oprichting van een Zilverfonds dat ons pensioen moest veiligstellen.  Frank Vandenbroucke (Vooruit) keek er als minister van Pensioenen (1999-2004) op toe.

Zilverfonds, geen origineel idee

Dat Zilverfonds hadden zij niet eens zelf bedacht. Bij onze Noorderburen worden alle pensioenen door om en bij de 150 fondsen beheerd. Nederland heeft de grootste pensioenvermogens ter wereld.

Eind 2011 bedroegen die 138% van het bruto binnenlands product. De gezamenlijke Nederlandse pensioenfondsen hadden eind 2009 €731 miljard aan beleggingen. Eind 2012 was dat opgelopen tot 1007 miljard.

Dat belet niet dat er ook daar een probleem is telkens de kapitaalmarktrente daalt. Daarom moet er volgens de Europese richtlijn een voldoende dekkingsgraad zijn, gewoonlijk van 100%. Er is ook een sanctionering voorzien.

Indexeren van pensioenen gedurende een periode van een dekkingstekort is niet toegestaan. Daar houden de fondsen rekening mee. Het grootste fonds Zorg en Welzijn indexeerde in 2009, 2010, 2011 en 2012 niet. Er werd zelfs van inkorting gesproken.

Er kwam ook een verscherpt toezicht. In 2010 werden zes bestuursleden van een fonds tot ontslag gedwongen en vervangen door beleggingsexperts die geen binding hadden met werkgevers- of werknemersorganisaties.

Sinds de wet van 31 januari 2012 hebben de gepensioneerden verplicht stemrecht in hun fondsen. Fondsen rapporteren ook over de stand van zaken.

“De actuele dekkingsgraad van Pensioenfonds Zorg en Welzijn (PFZW) is in 2024 gestegen van 106,1% naar 109,5%. De beleidsdekkingsgraad is gedaald van 112,0% naar 108,9%. Deze daling komt doordat het gemiddelde van de actuele maanddekkingsgraden in 2024 lager was dan in 2023. De stijging van de actuele dekkingsgraad werd met name veroorzaakt door de beleggingsresultaten. Met de beleggingen behaalde PFZW een jaarrendement van 7,7%. Het totaal belegd vermogen is in 2024 gestegen van € 237,6 miljard naar € 258,6 miljard”(citaat uit de website van Zorg en Welzijn).

Overnames

“Terwijl paars met het Zilverfonds een fata morgana creëerde, werden de echte pensioenfondsen leeggezogen. Geert Noels (Econopolis) spreekt daarbij van ‘monetaire charlatans’. Want in 2003 nam Verhofstadt het pensioenfonds van Belgacom (nu Proximus) over, waarmee de begroting met 5 miljard werd opgesmukt.”

“Daarvoor betalen we straks wel de rekening, want het fonds is leeg en nu moet de overheid de pensioenen van de statutaire ambtenaren van Proximus betalen, tot ze letterlijk uitgestorven zijn.”

“Vanaf 2023 kost dat de overheid jaarlijks zo’n 470 miljoen euro. Paars sloeg trouwens niet alleen het pensioenfonds van Belgacom aan, maar ook die van de Antwerpse haven (236 miljoen), de NMBS (300 miljoen), Belgocontrol en Brussels Airport (samen 130 miljoen). ‘Gewoon schaamteloos’, noemt econoom Ivan Van de Cloot (Itinera) het ‘après nous le déluge’-beleid van paars “(Ewald Pironet – Paarse rekeningen, Knack 13 november 2019).

“We dragen nog steeds de financiële gevolgen van die ‘opsmukoperaties’. De Koninklijke Munt is al dicht, maar volgens zakenkrant De Tijd moeten we nog tot 2021 jaarlijks 635.125 euro huur betalen. En in de Paleizenstraat werken nog amper ambtenaren in een gebouw van de federale overheidsdienst Financiën, waarvoor jaarlijks meer dan 2 miljoen euro aan huur moet worden gestort. Tot 2026.”

Toen Guy Verhofstadt eind 2007 een interim-regering leidde, deed hij een pijnlijke vaststelling: ‘Het geld is op.’ Daar hadden de charlatans, hij en Vande Lanotte, zelf voor gezorgd. Op 27 mei 2016 besliste de Belgische ministerraad om het Zilverfonds te laten uitdoven.

In de argumentatie van die beslissing werd bevestigd dat het hier nooit om reële middelen ging die beschikbaar waren voor de vergrijzing maar om een “lege doos”.

Zelfbediening met een eigen doos

Wie betaalt het parlementair pensioen van Verhofstadt en Vande Lanotte? Dat komt niet uit de grote staatspot van de federale pensioendienst, nog uit één of andere lege doos. Voor hun eigen pensioen hebben onze parlementairen wél een eigen fonds.

Dat is voor de Vlaamse regionale volksvertegenwoordigers niet verschillend van de voorzieningen voor de federale parlementsleden. De vzw Pensioenen van de Vlaamse volksvertegenwoordigers werd opgericht als vereniging zonder winstoogmerk (vzw) op basis van de Wet van 27 juni 1921 (Belgisch Staatsblad 18 juli 1996).

De voorzitter van het Vlaams Parlement is van rechtswege erevoorzitter van de Kas van dit pensioenfonds. Samenstelling, bevoegdheden en werking van de Algemene Vergadering, de Raad van Bestuur en het Dagelijks Bestuur worden geregeld overeenkomstig de statuten van de vzw.

De Kas heeft tot doel renten en pensioenen te verzekeren aan gewezen leden van het Vlaams Parlement en de Vlaamse regering, aan hun overlevende echtgenoten en hun wezen. Door de bedoelde ‘gewezen leden’ werden tijdens hun mandaat en in de periode van de uittredingsvergoeding pensioenbijdragen gestort in de Kas.

Onze parlementairen hebben dus voor hun eigen pensioen gezorgd: niet uit de federale of de gewestelijke lege kas maar uit hun eigen fondsen.

Waarom?

Waarom hebben onze politici niet gehandeld zoals hun zorgzame collega’s in het buurland Nederland? Waarom deden zij het voor ons niet maar voor hun eigen pensioen wél? Daaruit volgt ook de vraag wat er met al dat geld gebeurde. En deze vraag opent nog een andere.

Zoals iedere fatsoenlijke democratie hadden wij een parlementair systeem met een tweekamerstelsel, een provincie- en een gemeentelijk bestuur. Dat heeft lang goed gewerkt. Vlaanderen kon er ook door verschillende staatshervormingen zijn terechte eisen in kwijt.

Daar zijn nu zes parlementen bij gekomen: het Vlaams Parlement (dat de Vlaamse Gemeenschap en het Vlaams Gewest samen vertegenwoordigt), het Waals Parlement (voor het Waals Gewest), het Brussels Hoofdstedelijk Parlement, het Parlement van de Franstalige Gemeenschap en het Parlement van de Duitstalige Gemeenschap.

België telt momenteel dus zes verschillende regeringsorganen: de Belgische regering of federale regering op federaal vlak (met 21 ministers) en de Vlaamse Regering voor het Vlaams Gewest en de Vlaamse Gemeenschap (10 ministers). Beter is het er niet op geworden.

De directe Vlaamse schuld bedroeg eind 2023 25,786 miljard euro. Dat betekent een stijging met 3,930 miljard euro of 17,98% in relatieve termen ten opzichte van de uitstaande directe schuld eind 2022.

We zijn al meer dan 9 maanden na de verkiezingen en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest heeft nog altijd geen nieuwe regering. Intussen loopt het begrotingstekort verder op.

Cliëntelisme

Voor deze vorm van wanbeheer bestaat een duidelijke begripsomschrijving: cliëntelisme. Verhofstadt vergreep er zich aan in zijn eigen partij. Om de tegenstand van de eigen leden te omzeilen deed hij een beroep op de ontevreden mandatarissen uit andere partijen.

Hij maakte ze onderworpen aan zijn eigen gedacht door hen de postjes te geven die hij niet aan zijn eigen verdienstelijke mandatarissen gunde. Omdat ook de oudere en wijze senatoren geregeld een andere gedacht hadden moest de Senaat worden opgedoekt.

Meerdere van die overlopers vonden dan ook hun weg naar het Vlaams parlement. Dat die zelfs nu nog aan de macht verhangen blijven, zie je in de groep van tien die het Open VLD-partijvoorzitster Eva De Bleeker erg lastig maakt.

De onder meer door het schandaal rond Sihame El Kaouakibi van pure schaamte uit de Vlaamse Vlaamse regering naar zijn stad Mechelen weggelopen Bart Somers is erin geslaagd er de voorzitter van te worden.

Cliëntelisme leidt ook naar een ander begrip: graaicultuur. Om het allemaal nog erger te maken moesten ook onze kroonjuwelen, het onderpand voor onze lopende schulden, worden verpast met lease and buy back [2]constructies.

Besparen

Omdat er moet bespaard worden doe je dat best op wat is misgelopen: op het cliëntelisme en op de graaicultuur. Omdat niemand geneigd is aan de tak te zagen waarop hij comfortabel is genest, is de afschaffing van de nodeloze gewestelijke parlementen en regeringen niet mogelijk.

Eerder dan de Senaat af te schaffen doe je dat beter door de provinciale raden (de provinciale ‘parlementen’) en deputaties (de provinciale ‘regeringen’) te vervangen door wat de gewestelijke bestuursniveau’s nu feitelijk zijn: uitvergrote provinciebesturen van de een voorschoot grote regio Vlaanderen.

Wat er met onze pensioenen moet gebeuren is ook evident. Of die nu door een fonds of door een federale dienst worden beheerd is niet doorslaggevend. Het komt er wél op aan om aan ‘goed beheer’ te doen.

Dat houdt in de eerste plaats in dat onze pensioenen worden beschermd tegen de aanslag die Verhofstadt en Vande Lanotte erop pleegden. Ook daar strekt het Nederlandse systeem tot navolging.

Niet zozeer door de eigen fondsen maar vooral door het sterk toezicht én door de sanctionering wanneer het mis loopt. Daarmee zitten wij opnieuw bij het fenomeen dat bij ons zorgt voor een algemene “verloedering”, het ergerlijk gebrek aan handhaving van de eigen wetten, decreten, en regels.

Notes:

[1] De kleur paars verwijst naar de coalitiepartners van deze regering van liberalen (blauw) en sociaaldemocraten (rood).

[2] Een financiële operatie waarbij je een goed dat je bezit verkoopt en vervolgens gaat huren van de nieuwe eigenaar. Het laat je op korte termijn toe over meer financiën te beschikken, maar uiteindelijk kost het veel meer, omdat de huur die je betaalt blijft doorlopen lang nadat je de nominale waarde van je goed aan huurgeld hebt betaald. Op niveau van individuele personen of kleine bedrijven valt daar nog iets voor te zeggen (bijvoorbeeld door de auto die je leaset na verloop van je leasing contract als tweedehandswagen te kopen). Op niveau van de overheid en van overheidsbedrijven is dit een onverantwoorde en kortzichtige vorm van financieel wanbeheer.

Bron: DeWereldMorgen.be

Waarom Jinnih Beels (Vooruit) de vakbonden aanvalt op Doorbraak

“Ga daarmee naar de oorlog.” Dat is de titel van het opiniestuk van Jinnih Beels in Doorbraak. Voor wie dat niet weet: Beels is een politica van Vooruit. Doorbraak is een extreemrechtse opiniewebsite. Een socialiste die publiceert bij extreemrechts; inderdaad, ga daarmee naar de oorlog.

Beels zal wel een goede reden hebben om zich in die krochten te begeven, zo zou je denken. Misschien doet ze het om het sociale imago van het Vlaams Belang te doorprikken. Maar neen, Beels vindt in Doorbraak een partner omwille van hun gedeelde afkeer van de vakbonden.

In een poging om uit te leggen waarom de nationale staking van maandag onverantwoord is, haalt Beels in haar opiniestuk alle rechtse clichés boven. Ik moest het een paar keer lezen om het te laten doordringen.

Er zijn verkiezingen geweest, nu moeten de burgers vijf jaar hun mond houden tot aan de volgende verkiezingen, zo luidt de logica. We moeten nu eenmaal allemaal besparen en allemaal langer werken. Het probleem van de werklozen is dat ze niet willen werken. Het moet gedaan zijn met ‘de sinterklaaspolitiek’, dat woord gebruikt ze echt. En ga zo maar door.

Onwaarschijnlijk hoe een politica van een linkse partij een discours kan houden dat zo door en door rechts is. Gewoonlijk probeert men bij Vooruit nog te verdedigen dat dankzij hen de scherpste randjes afgevijld zijn, dat het zonder hen erger geweest zou zijn, maar Beels gaat gewoon vol in de aanval tegen het solidariteitsprincipe waarop de sociale zekerheid zelf is gebouwd. Wil links even groot als rechts worden in Vlaanderen, dan moet het ook even rechts worden, zoiets lijkt de logica. In de realiteit maakt die logica rechts natuurlijk enkel sterker.

Het is een post van Jeroen Olyslaegers die me erop wees dat er misschien nog een andere logica de drijvende kracht is achter deze verrechtsing van links op steroïden. Die logica vind je in de titel ‘Ga daarmee naar de oorlog’. Eigenlijk zegt Beels dus, aldus Olyslaegers: “Niet staken, want straks is ‘t oorlog.”

Ik denk dat hij gelijk heeft; het verklaart in ieder geval veel. Als je oorlog wil voeren, dan is er geen ruimte voor sociale zekerheid; dan wordt dat een luxe die we ons niet kunnen veroorloven. Als je oorlog wil voeren, dan is er geen ruimte voor het democratische principe van macht en tegenmacht. Dan moet iedereen in dezelfde richting meelopen, en wie dat niet doet, is een verrader.

Het is echt geen toeval dat hoe harder onze politici oorlog willen voeren tegen Poetin, hoe harder ze op hem beginnen te lijken. Als je oorlog wil voeren, dan is er geen ruimte voor progressieve ideeën en democratische waarden. Als je oorlog wil voeren, dan heb je een autoritaire samenleving nodig waarin gezag blind gehoorzaamd wordt.

Laat dat nu net voor mij een prima reden zijn om maandag wél te staken. Ik ben namelijk van na de oorlog, en ik zou dat graag zo houden.

Bron: DeWereldMorgen.be

Hoe de VRT oorlogsmentaliteit opdringt met de taal als glijmiddel

NAVO-secretaris-generaal Marc Rutte roept de bevolking op tot het aankweken van een “oorlogsmentaliteit.” De media – vooral de Openbare Omroep VRT – doen hun stinkende best om daaraan mee te helpen met taalgebruik als glijmiddel. Gepensioneerd VRT-journalist Johan Depoortere ziet verontrustende tendensen naar kritiekloos conformisme.

Neem het woord “defensie-uitgaven” waar eigenlijk bedoeld wordt “militaire uitgaven”. Veiligheid is meer dan bescherming tegen het gevaar van buitenlandse agressie, en defensie meer dan alleen militaire afschrikking.

Wat met bescherming tegen de gevolgen van de klimaatcrisis die nu in de media helemaal naar de achtergrond zijn verdreven? Veiligheid van de burgers betekent ook dat jongeren in Brussel de metro kunnen nemen zonder het risico te lopen in een vuurgevecht tussen drugscriminelen te worden neergeschoten. Meer F35 bommenwerpers zullen dat soort veiligheid niet verhogen.

Het is verbijsterend hoe de oorlogstaal wordt genormaliseerd en gebanaliseerd. In het journaal wordt het woord “oorlogsdreiging” roekeloos en achteloos in het dagelijkse taalgebruik geïntroduceerd. Wat die “oorlogsdreiging” precies inhoudt en of ze met de werkelijkheid overeenkomt, daar wordt niet op ingegaan.

Hetzelfde met het woord “herbewapening” – alsof Europa “ontwapend” zou zijn. De werkelijkheid is dat aan de vooravond van de huidige oorlog in Oekraïne de NAVO-landen ongeveer 18 keer meer uitgaven aan bewapening dan Rusland. Zou de econoom Paul De Grauwe gelijk kunnen hebben als hij zegt dat meer uitgeven aan wapens overbodig zou zijn als de huidige middelen op Europees vlak beter zouden worden aangewend?

Tot het dagelijkse taalgebruik in de nieuwsuitzendingen zijn uitdrukkingen gemeengoed geworden als “België de slechtste leerling van de klas” , als het over militaire uitgaven gaat, of: “we bengelen aan de staart van het peloton.” Het bekt lekker maar klopt het ook?

Het zijn stijlfiguren waar niemand nog vragen bij stelt en waarbij wordt vergeten dat België wat die uitgaven betreft in absolute cijfers op de veertiende plaats komt in de rangorde van de 31 NAVO-landen, vóór landen als Portugal of Griekenland. Vergeten wordt ook dat tussen 2017 en 2024 ons militaire budget is verdubbeld tot 7,9 miljard Euro. Hoezo onderfinanciering?

We worden om de oren geslagen met cijfers: 2% van het BNP, 3%, 5%. Wanneer is het genoeg en waar zijn die cijfers op gebaseerd? Niemand kan het zeggen. Maar die magische cijfers blijken voldoende om nu op korte termijn – nog vóór de zomer – zomaar vier miljard euro uit de hoed te toveren waar ons nog maar net drastische besparingen in de pensioenen en de sociale uitgaven door de strot zijn geramd met het argument dat de “begroting ontspoort.”

Woorden doen ertoe. De Amerikaanse linguïst en kenniswetenschapper (cognitive science) George Lakoff leert ons dat woordgebruik het kader van het debat bepaalt.

Van hem is het begrip “framing:” de manier waarop we iets zeggen is vaak belangrijker dan wat we zeggen. Een metafoor als “de slechtste leerling van de klas,” of “de begroting is ontspoord” beïnvloedt ons denken meer dan rationele gegevens als cijfers en logica.

Achtergrondinformatie ontbreekt

Wie zijn informatie uitsluitend bij de gevestigde media betrekt moet de vaste indruk krijgen dat de oorlog in Oekraïne op 24 februari 2022 is begonnen net zoals de genocidaire oorlog van Israël tegen Gaza op 7 oktober 2023 is begonnen. De geschiedenis die aan die gebeurtenissen vooraf is gegaan blijft grotendeels in de schaduw.

Zo wordt zelden het feit in herinnering gebracht dat Rusland na het einde van de Koude Oorlog de bereidheid en het verlangen toonde om opgenomen te worden in een Europese veiligheidsarchitectuur. Dat zowel Boris Jeltsin als Poetin in de beginjaren werden gevierd als staatslieden die het beste voorhadden met hun land en hun bevolking.

Zij waren de lievelingen van het Westen ook al was de economische schoktherapie die een einde maakte aan het communisme een ramp voor de overgrote meerderheid van de bevolking. Dat Poetin de Tsjetsjeense hoofdstad Grozny tot puin herleidde en wellicht de hand had in bomaanslagen tegen woonblokken in Dagestan en Moskou was daarbij geen probleem.

Poetin was de “goede dictator” – beste vriendjes met onder andere Brits eerste minister Tony Blair die hem zilveren manchetknopen stuurde voor zijn verjaardag – tot hij de “slechte dictator” werd. De omslag gebeurde in 2007 en de breuk werd compleet toen in 2008 onder druk van de Verenigde Staten maar tegen de zin van leiders als Sarkozy en Merkel Oekraïne en Georgië Navo-lidmaatschap werd beloofd.

Dat was in flagrante tegenspraak met de belofte van de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken James Baker aan Gorbatsjov dat de NAVO “not one inch” zou uitbreiden naar het Oosten. En het is een mythe dat Oekraïne zelf smeekte om lid te worden: in 2008 was een meerderheid van de Oekraïners tegen lidmaatschap van het bondgenootschap.

Een hele rist Amerikaanse beleidsmakers en diplomaten, van George Kennan, de bedenker van de containmentpolitiek van de Koude Oorlog, ambassadeur Matlock, William Burns, de latere baas van de CIA onder Biden, tot Henry Kissinger en talrijke andere Rusland-experts hadden nochtans gewaarschuwd dat lidmaatschap van die buurlanden van Rusland voor Moskou een existentiële bedreiging vormde en dat daarmee de roodste van de rode lijnen zou worden overschreden.

“Njet means njet” voor Moskou had Burns in een mail aan Condoleezza Rice, toenmalige minister van Buitenlandse Zaken, geschreven en dat de NAVO uitbreiden tot tegen de grenzen van Rusland een roekeloze beslissing was die tot grote problemen moest leiden.

Evenmin horen en lezen we dat Rusland zich niet ten onrechte bedreigd voelt door de raketten die de NAVO in Roemenië en Polen heeft opgesteld die in enkele minuten Sint Petersburg kunnen bereiken of meer nog door de eenzijdige opzegging door de Verenigde Staten van de ontwapeningsakkoorden uit de Koude oorlog: in 2019 het INF-verdrag uit 1987 en in 2002 het ABM- verdrag over de beperking van de intercontinentale kernraketten.

Dat het mogelijke NAVO-lidmaatschap van Oekraïne de directe oorzaak was van de Russische invasie in februari 2022 maakte de voormalige NAVO-baas Jens Stoltenberg overduidelijk in een toespraak tot het Europees Parlement in september 2023.

“Om oorlog te vermijden wilde Poetin ons een document laten ondertekenen waarin we beloven dat Oekraïne geen lid zou worden van het bondgenootschap”, zei Stoltenberg en hij voegde eraan toe: “Natuurlijk hebben we dat geweigerd.”

Zou Poetin ook zonder de Navo-uitbreiding tot de Russische grens Oekraïne zijn binnengevallen? Het is mogelijk maar we zullen het nooit weten. De bewering van de pundits en Facebookexperts die in het hoofd van Poetin kunnen kijken en beweren dat hij dat sowieso zou hebben gedaan is pure speculatie. Wat we wél weten is dat er een grote kans bestaat dat de oorlog zou zijn vermeden als Oekraïne zich als neutraal land zou hebben opgesteld. Wat we ook weten is dat de oorlog al in een vroege fase gestopt had kunnen worden.

Eind maart 2022, een maand na de Russische inval lag door Turkse bemiddeling een ontwerpovereenkomst op tafel die door onderhandelaars van beide partijen was goedgekeurd en de voorwaarden bepaalde om een einde te maken aan de oorlog.

President Zelensky verklaarde zich bereid af te zien van NAVO-lidmaatschap en voor Oekraïne de status van neutraliteit te erkennen. Het verdrag werd gekelderd door de toenmalige Britse premier Boris Johnson die zich naar Kiev spoedde om Zelensky aan te sporen het verdrag te verwerpen en hem ervan te overtuigen dat Oekraïne met behulp van het Westen de oorlog kon winnen.

Doordat Europa noch de VS de afgelopen drie jaar geen enkele poging tot diplomatieke regeling van het conflict hebben ondernomen zijn we nu honderdduizenden doden, catastrofale vernietiging en terreinverlies verder en zit Oekraïne in een veel ongunstiger situatie dan toen. Europa staat met de billen bloot nu Trump een “vrede” naar zijn beeld en gelijkenis Oekraïne door de strot ramt en Macron en Starmer amechtige pogingen doen om bij Trump in het gevlei te komen en een plekje aan de onderhandelingstafel af te smeken.

Geen debat over de grond van de zaak

Het “debat” is een geliefkoosd format voor duidingsprogramma’s als Terzake en De Afspraak. Helaas gaat het “debat” al te vaak voorbij aan de essentie ten voordele van partijpolitiek gekissebis. Erger nog is dat feiten en opinie op gelijke hoogte worden gesteld. Zo moet een wetenschapper die zich beroepshalve met vraagstukken van veiligheid en ontwapening bezighoudt de degens kruisen met iemand die van mening is dat we “moeten herbewapenen” en geld van sociale uitgaven overhevelen naar het militaire apparaat.

Het overkwam Tom Sauer die bij hoge uitzondering in De Afspraak werd uitgenodigd en daar werd geconfronteerd met de (toen nog) toekomstige minister van Oorlog Theo Francken. Een ander voorbeeld was het debat (Terzake 7 maart) tussen NVA-fractieleider in de Kamer Axel Ronse, een hevige pleitbezorger van hogere militaire uitgaven en Gwendolyn Rutten van Open VLD. Opmerkelijk dat een liberale politica die nauwelijks van extreem-linkse of extreemrechtse sympathieën verdacht kan worden als een zeldzame stem vraagtekens zet bij de oorlogshysterie die zich van politiek en media heeft meester gemaakt.

Maar ook hier werd de kernvraag zorgvuldig vermeden, namelijk of meer vliegtuigen, tanks, drones en raketten ook inderdaad meer veiligheid betekenen voor de burger. Want ondanks haar kritiek op het tempo en de hoeveelheid gaat ook Rutten akkoord met de noodzaak aan meer geld voor wapens. “We gaan hoe dan ook meer moeten doen” zei Rutten wat dat betreft, “maar hoe doen we het best en waar halen we het meeste resultaat van”.

Dat wetenschappers en vredesactivisten als Tom Sauer van de Universiteit Antwerpen of Ludo De Brabander van de vzw Vrede slechts uiterst zelden aan bod komen tussen de tsunami aan militaire “experts” en al of niet gepensioneerde kolonels en generaals geeft op zich al te denken.

Bedenkelijker wordt het nog als ze zich in hun zeldzame optredens ook moeten verantwoorden voor hun engagement in de ruime vredesbeweging in tegenstelling tot de “experts” die als nevenactiviteit hand-en spandiensten verlenen aan de militaire lobby. Zo wordt Sauer gevraagd of hij spreekt als “academicus” dan wel als bestuurslid van Pax Christi. Jonathan Holslag wordt nooit gevraagd of hij spreekt als wetenschapper dan wel als reserve-officier van het Belgisch leger en docent aan het Nato Defence College. Michelle Haas wordt niet gevraagd welk petje ze op heeft: dat van de academica of dat van  bestuurslid van het Hoger Instituut van Defensie.

Kortom

Het is pijnlijk te zien hoe de Openbare Omroep mee stapt in de oorlogshysterie die de gevestigde media en de publieke opinie dreigt te overspoelen. Zou het niet de taak van de Openbare Omroep zijn om ook tegengeluiden te laten horen in een debat dat nu beheerst wordt door de stemmen van het militaire establishment en de mini-Trumps in regering en politiek.

Wat ontbreekt is helderheid in het debat dat nu te vaak gaat over modaliteiten en partijpolitiek gekissebis maar in een boog om de kern van de zaak heen loopt, namelijk de vraag of meer militaire uitgaven ook werkelijk onze veiligheid verhogen en of “defensie” hetzelfde moet zijn als “afschrikking” door een uiterst gevaarlijke wapenwedloop.

Een sluipende gewenning aan het oorlogsnarratief dreigt door taalgebruik dat meer verhult dan verheldert en door het kritiekloos herhalen van gemeenplaatsen en halve waarheden die de status hebben gekregen van onaantastbare zekerheden die echter maar zelden op controleerbare feiten berusten.

Te vrezen valt dat de ingeslagen weg de betrouwbaarheid, het gezag en de geloofwaardigheid van de openbare omroep als onafhankelijk massamedium aantast.

Bron: De Wereld Morgen