Waarom lijken leerkrachten alles zo veel mogelijk bij het oude te willen laten? ‘Als de samenleving verandert, moet het onderwijs volgen. Maar dan wel omdat het zin heeft en niet omdat er toevallig een nieuwe minister is’, zeggen de leerkrachten van de West-Vlaamse Leraarskamer van Knack.
Deze week komen de vijf Leraarskamers van Knack voor de derde keer samen. Alle panels hebben het over hetzelfde thema: de hardnekkige vooroordelen en misverstanden over hun beroep. ‘Er wordt vaak beweerd dat wij vastgeroest zijn, maar dat klopt totaal niet. Alleen worden ons te veel nutteloze veranderingen opgelegd’, klinkt het in de West-Vlaamse Leraarskamer, die in Kindcentrum De Tandem in Brugge aanschoof.
Er wordt vaak beweerd dat leerkrachten niet tegen verandering kunnen. Begrijpen jullie dat?
Ansger Perquy (leerkracht pedagogisch handelen): Als leerkrachten zich tegen veranderingen verzetten, is dat doordat die van bovenaf worden opgelegd. Het Vlaamse onderwijs scoort slecht in het een of andere onderzoek? Meteen komt de Vlaamse minister van Onderwijs weer met een rits maatregelen aanzetten. Wij worden dus telkens weer op de vingers getikt, want eigenlijk zegt de minister dan: ‘Jullie deden het niet goed en dus moet het nu anders.’ Geen wonder dat daar weerstand tegen is.
Dominiek Segaert (leerkracht Nederlands en godsdienst): Zeker als het om onnodige veranderingen gaat. Nu roept iedereen plots moord en brand omdat kinderen niet meer goed kunnen schrijven, maar dat komt wel door een koerswijziging die jaren geleden in het onderwijs is ingezet. Sindsdien hoeven onze leerlingen in de klas veel minder te schrijven. Zelfs de klassieke boekbespreking is zo goed als verdwenen. Daarnaast erger ik me verschrikkelijk aan al die superintelligente mensen die het onderwijs blijkbaar veel beter kennen dan wij en ons uitleggen hoe wij het in de klas moeten aanpakken. Ze zouden beter eens komen kijken hoe het er in de praktijk aan toegaat als je les moet geven aan 24 heel verschillende leerlingen.
Shauni Celis (leerkracht grafische technieken): De overheid legt ons soms ook veranderingen op die er op papier heel goed uitzien maar moeilijk uit te voeren zijn. Zoals het M-decreet destijds.
Kristof Vandevoorde (leerkracht magazijn in het buitengewoon onderwijs): Om de vijf jaar treedt er een nieuwe minister aan die alles weer helemaal wil veranderen. Denk maar aan de Digisprong: van Ben Weyts (N-VA), de vorige Vlaamse minister van Onderwijs, moesten alle leerlingen een computer hebben, en nu draait zijn opvolgster dat weer terug. Dat is toch veranderen om te veranderen? Ik ken geen enkel bedrijf in de privésector dat om de vijf jaar compleet van strategie verandert. Toch geen goed draaiend bedrijf.
Celis: Iets anders zijn natuurlijk de veranderingen die ons niet van bovenaf worden opgelegd maar die scholen uit eigen beweging doorvoeren. Zelf heb ik nu, met de steun van de directie, het document ter voorbereiding van de klassenraden aangepast zodat we efficiënter kunnen werken. Ik moet toegeven dat er ook collega’s zijn die zich tegen dat soort veranderingen verzetten. Wellicht komt dat doordat die extra werk met zich meebrengen.
Vandevoorde: Ik heb 32 jaar in de privésector gewerkt en daar moet alles heel snel vooruitgaan. Als je in het onderwijs zo te werk gaat, bots je bij sommige collega’s al snel op een muur. Zelfs als ze eigenlijk heel goed weten dat er veranderingen nodig zijn, verzetten ze zich daartegen. De extra werklast zal daar zeker iets mee te maken hebben.
Matthias Allegaert (leerkracht zesde leerjaar): Ik werk nu al tien jaar in een team dat lange tijd de reputatie had elke verandering tegen te houden. Tot er twee jaar geleden een nieuw directieteam aantrad. Die mensen hebben ontzettend veel veranderd en wij zijn daar allemaal in meegegaan. Als je ons op voorhand had gezegd dat we in korte tijd zo veel veranderingen zouden moeten slikken en er heel wat extra werk bovenop zouden krijgen, dan waren veel collega’s waarschijnlijk beginnen te protesteren. De reden dat ze dat nu wel aanvaarden, is dat onze directie de tijd neemt om uit te leggen waarom veranderingen worden doorgevoerd en ook hoe dat zal gebeuren. We voelen ook dat ze echt geloven in wat ze doen. Het gevolg is dat ons team onherkenbaar is veranderd.
Sofia Ben Moussa (leerkracht PAV): Toen ik vier jaar geleden startte, merkte ik bij veel collega’s inderdaad een soort veranderingsmoeheid. Daarom hield ik me een beetje in en probeerde ik niet te veel voorstellen te doen om dingen te veranderen. Maar daar ben ik van afgestapt. Als je mensen tijd gunt om zich aan te passen en hun niet het gevoel geeft dat ze ergens toe worden gedwongen, staan ze daar meestal wel voor open. Zo heb ik er als taalcoach een hele tijd over gedaan om alle collega’s ervan te overtuigen dat het echt wel een goed idee is om sommige leerlingen een woordenlijst in hun thuistaal te geven.
Inge Demeyer (leerkracht derde leerjaar): Hoewel ik al vele jaren in het derde leerjaar lesgeef, ben ik iemand die hunkert naar verandering. Ik ben altijd op zoek naar manieren om mijzelf en onze school te verbeteren. Dat moet ook, want zowel de samenleving als onze leerlingenpopulatie is enorm veranderd. Het lijkt me logisch dat we onze werking daaraan aanpassen. Sommige collega’s worden daar inderdaad heel zenuwachtig van. ‘Zal dat allemaal wel werken? Zullen we dan nog wel een echte freinetschool zijn?’ vragen ze dan. Maar als je genoeg tijd neemt om veranderingen door te voeren, lukt dat allemaal wel. Dat is net het probleem met veel maatregelen die de overheid ons oplegt: dat moet allemaal heel snel gebeuren. Neem nu de nieuwe minimumdoelen. Als je die eens goed leest, weet je dat er geen reden is tot paniek. Maar dan moeten ze ons wel genoeg tijd geven.
Ben Moussa: De samenleving is inderdaad heel snel veranderd en het onderwijs is moeten volgen. Daardoor moeten wij soms ook lesgeven over dingen waar we niet helemaal mee vertrouwd zijn, zoals artificiële intelligentie. Dat is best eng. Het lijkt me ook normaal dat je je daar als leerkracht wat onzeker over voelt. Dus moet je de nodige tijd nemen om je die nieuwe dingen eigen te maken en moet je daar indien nodig ook bij worden begeleid.
Vandevoorde: Bij elke verandering zou de vraag moeten zijn: is het wel in het belang van onze leerlingen? Sommige maatregelen die in Brussel worden genomen, zijn dat niet. Ze schaden de leerlingen zelfs. Dan lijkt het me ook normaal dat leerkrachten zich daartegen verzetten.
De Beir (leerondersteuner kleuteronderwijs): Daar ben ik het mee eens. Als leerondersteuner zie ik, bijvoorbeeld, veel kinderen met autistische kenmerken die in een grote klasgroep worden gedropt en daar grotendeels aan hun lot worden overgelaten. Dat is totaal niet in het belang van veel van die kleuters, maar de overheid schrijft nu eenmaal voor dat zij in een gewone klas moeten meedraaien. Natuurlijk voelen veel leerkrachten zich daar niet goed bij.
Ben Moussa: Ik erger me dan weer aan de Vlaamse toetsen die totaal niet op mijn leerlingen uit de B-stroom zijn afgestemd. Nog los van de inhoud moeten ze voor die test ook nog eens twee of drie uur in één grote ruimte op een stoel zitten. Veel van mijn leerlingen hebben dat nog nooit gedaan en kunnen dat ook niet goed. Geen wonder dat de resultaten dan rampzalig zijn.
Perquy: De doorstroomfinaliteit, zoals we het aso nu moeten noemen, is nog altijd de norm. Alle maatregelen en veranderingen worden op die onderwijsvorm gebaseerd. Dat getuigt natuurlijk van een grote minachting voor leerlingen uit technische en beroepsopleidingen.
Celis: Ik heb zelf beroepsonderwijs gevolgd. Toen ik na mijn zevende jaar verder wou studeren, leek iedereen te denken dat ik dat nooit zou kunnen. ‘Dat zal toch héél moeilijk zijn,’ zeiden ze. Dat wist ik natuurlijk ook wel. Maar ik heb het toch gedaan, want ik wou toen al grafisch vormgever en leerkracht worden. Nu ik zelf als praktijkleerkracht in het onderwijs sta, merk ik keer op keer dat zowel het beleid als de rest van de samenleving nog altijd neerkijkt op jongeren die een beroepsopleiding volgen. En dan bloedt mijn hart.
De Leraarskamer van Knack komt tot stand met de steun van de Koning Boudewijnstichting en de Nationale Loterij.
Bron: Knack.be
