Zal de onderwijskwaliteit verbeteren als leerkrachten meer lesgeven? ‘Die zoektocht naar extra lesdagen is louter politieke framing’, zeggen de leerkrachten van de Limburgse Leraarskamer van Knack.

Deze week komen de vijf Leraarskamers van Creëer een die past bij deze tekst: De vier aanvragen van de ouders tot versnelde opname in een Multifunctioneel Centrum (MFC), “de geschikte plek voor onze zoon”, werden telkens afgewezen. “In wezen werd hulp geweigerd wegens personeelsgebrek en een gebrek aan opvangplaatsen”, aldus hun advocaat Stijn Verbist. De minderjarige belandde later nog ongewild in jeugddetentie en zelfs voor de jeugdrechter. Ten einde raad dagvaardden de ouders de Vlaamse Gemeenschap. “Het ging ons nooit om een schadevergoeding, dat interesseert ons niet, maar om de simpele erkenning dat het hele systeem faalt”, vertelt de moeder. “We deden dit voor onze zoon, maar eigenlijk voor elk kwetsbaar kind.” “Dit is een baanbrekend precedent. Er is geoordeeld dat de Vlaamse Gemeenschap zich niet heeft gedragen als een zorgvuldige overheid”, zegt advocaat Verbist. “Door de systeemcrisis in de jeugdhulp in stand te houden en door niet tijdig adequate maatregelen te treffen om deze crisis te verhelpen.”Knack voor de derde keer samen. Alle panels hebben het over hetzelfde thema: de hardnekkige vooroordelen en misverstanden over hun beroep. ‘Mensen lijken te denken dat wij elke kans aangrijpen om geen les te moeten geven. Het erge is dat Vlaams minister van Onderwijs Zuhal Demir (N-VA) die perceptie nog versterkt met haar krampachtige zoektocht naar extra lesdagen, van facultatieve verlofdagen en pedagogische studiedagen tot de lesvrije week tijdens de klassenraden’, klinkt het in de Limburgse Leraarskamer, die aanschoof in De Berk, een basisschool voor buitengewoon onderwijs in Hasselt.

Veel leerkrachten beweren nochtans dat ze wat meer lestijd zouden kunnen gebruiken.

Roos Ulenaers (leerkracht economie): Die paar extra lesdagen zullen echt het verschil niet maken, want veel leerlingen komen dan toch niet opdagen. De vrijdag voor de paasvakantie moesten ze, bijvoorbeeld, in de voormiddag naar school komen. Hun rapport hadden ze op donderdag al gekregen, maar er werd nog een paasmoment georganiseerd. Meer dan de helft van de leerlingen diende een ziektebriefje in. Hetzelfde met de laatste dag van het schooljaar, want veel ouders willen dan al met hun kinderen op vakantie vertrekken.

Alexandra Waumans (leerkracht Nederlands): Vaak komen ze ook nog eens later van vakantie terug. Een van mijn leerlingen is pas de donderdag na de paasvakantie uit China teruggekeerd en er was er zelfs een die de hele week heeft overgeslagen. Volgens mij ligt ook dat aan al die vooroordelen over leerkrachten: sommige ouders nemen het onderwijs niet meer ernstig.

Greet Keunen (kleuterleerkracht): Aangezien mijn kleuters geen leerplicht hebben, zijn er veel ouders die tijdens de schoolweken met hun kind op vakantie gaan. Ik geef hun geen ongelijk, want dat is natuurlijk veel goedkoper. Maar het zegt wel iets over de manier waarop mensen naar het kleuteronderwijs kijken. Alsof hun kinderen er alleen maar spelen en helemaal niets leren.

Cas Vanommeslaeghe (leerkracht Nederlands, Engels en geschiedenis): Ik heb er geen probleem mee om lesvrije dagen op te geven, maar dan moet die tijd wel nuttig worden ingevuld. Ik geloof niet dat het meer zin heeft om helemaal aan het eind van het schooljaar nog wat les te geven dan om al onze leerlingen grondig te bespreken. Dat zeg ik niet omdat ik dan niet voor de klas wil staan, want klassenraden zijn echt niet plezanter dan lesgeven.

Simon Heijens (leerkracht zedenleer en filosofie): Ik ben ervan overtuigd dat minister Demir zelf ook niet gelooft dat die paar dagen het verschil zullen maken.

Vanommeslaeghe: Dat is louter politieke framing.

Heijens: Klopt. Door de hele tijd te herhalen dat er werkdagen zijn waarop wij niet voor de klas staan, versterkt ze alleen maar de stereotypen die over ons bestaan.

Monica Joris (beleidsondersteuner in het lager onderwijs): Ik heb er geen probleem mee dat er in het lager onderwijs twee facultatieve verlofdagen wegvallen. Minder begrip heb ik voor het feit dat de pedagogische studiedagen ter discussie worden gesteld. Zeker nu al die nieuwe leerdoelen moeten worden ingevoerd. Waar moeten we de tijd vinden om ons daarover te informeren, met elkaar te overleggen en ze dan daadwerkelijk in lessen te gieten? Als de minister de onderwijskwaliteit wil optrekken, zal het echt niet volstaan om extra lestijd in te lassen. Belangrijker is dat leerkrachten meer tijd krijgen om te overleggen en van elkaar te leren. Daar worden onze lessen beter en efficiënter van.

Heijens: Wij zijn net door de inspectie op de vingers getikt omdat we te veel buiten de schooluren vergaderen. Geen idee wanneer we dat dan wel zouden moeten doen.

Laura Vranken (leerkracht buitengewoon lager onderwijs): Toen ik nog in het gewone onderwijs werkte, was het ook moeilijk om daar tijd voor te vinden. Hier in het buitengewoon onderwijs hebben we wekelijks overlegmomenten tijdens de lesuren. Dan zitten we samen over projecten waar we aan werken of bespreken we situaties die zich hebben voorgedaan. Dat is een enorme meerwaarde.

Caroline Coppens (leerkracht godsdienst): Onze directie heeft een paar jaar geleden beslist dat alle leerkrachten uit de derde graad op maandag al om halfdrie moeten stoppen met lesgeven. Dan is er een verplichte vergadering of kunnen we samenzitten met collega’s met wie we iets moeten bespreken. Het gevolg is wel dat onze leerlingen op maandag maar zes uur les hebben terwijl ze op andere dagen acht uur in de klas zitten.

Ulenaers: Wij hebben over het schooljaar verspreid vier namiddagen waarop onze leerlingen thuis een taak moeten maken. Eerst hebben we personeelsvergadering en daarna zitten we in aparte groepen samen. Omdat iedereen die tijd zo goed mogelijk wil benutten, levert dat echt veel op.

Zien jullie dan iets in de 38-urenwerkweek die de Commissie van Wijzen voorstelde? Dan zouden overlegmomenten wellicht ook gemakkelijker kunnen worden ingepland.

Coppens: Wie elke dag tot halfvijf op school wil blijven, kan dat toch gewoon doen? Zelf kies ik daar ook geregeld voor, want ik vind het fijn om al mijn werk op school af te maken. Maar dat is wel een persoonlijke keuze. Er zijn ook dagen dat ik na mijn laatste lesuur meteen naar huis ga. Die vrijheid is een heel leuk aspect van onze job.

Joris: Vroeger, als jonge mama, vond ik het heel fijn om meteen na school met mijn kinderen naar huis te kunnen gaan. Nu heb ik daar minder behoefte aan. Ik zeg niet dat er per se een 38-urenweek moet worden ingevoerd, maar het kan wel veel opleveren om na de lesdag met een paar collega’s door te werken. Een school kan dat moeilijk opleggen, want dan zullen veel leerkrachten protesteren, maar het beleid zou daar wel over kunnen nadenken.

Keunen: Bij ons op school zijn er veel leerkrachten die dat totaal niet zouden zien zitten. Zelf blijf ik vaak tot halfvijf op school om mijn werk af te maken en ’s ochtends kom ik ook altijd een uur vroeger. Dat wil natuurlijk niet zeggen dat ik geen werk mee naar huis neem.

Vranken: Het is inderdaad heel moeilijk om al je werk op school te doen. Tegenwoordig probeer ik zoveel mogelijk over de middag af te werken, maar vroeger nam ik alles mee naar huis. Ik kwam thuis, deed het huishouden en hield me met de kinderen bezig. Maar vanaf een uur of zeven liet ik die aan hun vader over zodat ik voor school kon werken. Meestal tot tien uur, maar soms werd het ook later.

Waumans: Als mijn dochter in bed ligt, ga ik meestal ook weer aan de slag. Ik zou het liever anders organiseren, maar ik weet niet goed hoe.

Joris: Het probleem is dat je in het onderwijs altijd nog tien dingen kunt verzinnen die je zou kunnen doen. Het stopt nooit. Daarom denk ik dat mijn gezin destijds zonder aarzelen voor die 38-urenweek had gekozen. Dan was het tenminste duidelijk geweest wanneer ik werkte en wanneer niet.

Vanommeslaeghe: (geëmotioneerd) Zelf ben ik doosbang voor zo’n regime. In de private sector heb ik jarenlang geprobeerd om in zo’n vastgelegde 38-urenweek te functioneren, maar dat lukte gewoon niet. Ondertussen weet ik dat ik ADHD heb waardoor ik het ene moment niet kan stoppen met werken terwijl ik het andere maar niet aan werken toe kom. In het onderwijs heb ik eindelijk een uitweg gevonden, want ik heb er veel vrijheid om mijn werk zelf te organiseren. Ik werk niet minder, maar wel meer op mijn eigen ritme. Als die vrijheid mij weer zou worden afgenomen, heb ik geen idee wat ik zou moet doen.

De Leraarskamer van Knack komt tot stand met de steun van de Koning Boudewijnstichting en de Nationale Loterij.

Lees ook:

Bron: Knack.be