Arbeidsrecht op de schop?

Voor de twaalfde keer al publiceerde ITUC, de Mondiale Confederatie van vakbonden, haar ‘Rechtenindex’.

Goed nieuws valt er dit jaar niet in te lezen. Zowat overal ter wereld gaan de arbeidsrechten achteruit. Het is beslist geen probleem van arme landen, wel integendeel. De snelste achteruitgang wordt in Europa vastgesteld, daarna op het Amerikaanse continent.

Tien jaar geleden waren er nog 18 van de 151 opgevolgde landen waar een topscore van 1 kon worden gegeven. Dit jaar zijn het er niet meer dan zeven: Oostenrijk, Denemarken, Duitsland, IJsland, Ierland, Noorwegen en Zweden.

Slechts drie landen verbeterden hun score: Australië, Mexico en Oman.

Niet minder dan 51 landen haalden de slechtste score, met name 5 en 5+

De landen die  het  slechtst zijn gesteld met de arbeidsrechten zijn Bangladesh, Belarus, Ecuador, Egypte, Eswatini, Myanmar, Nigeria, Filippijnen, Tunesië en Turkije.

In Kameroen, Colombia, Guatemala, Peru en Zuid-Afrika werden vakbondsmensen gedood.

In 87 % van de landen worden vakbondsrechten geschonden, en in 80 % van de landen  wordt het recht op collectieve onderhandelingen geschonden. Zelfs in Frankrijk zijn 4 op de 10 CAO’s unilateraal door de werkgever opgelegd.

In Zweden werden in de Tesla-fabriek stakende arbeiders vervangen om Cao-onderhandelingen te vermijden.

De Belgische secretaris-generaal van ITUC, Luc Triangle, slaat alarm. Als het zo verder gaat haalt over 10 jaar geen enkel land nog een topscore, zo stelt hij.

Door in te stemmen met een neoliberaal beleid van dereguleringen hebben de regeringen het pad geëffend voor autoritarisme en extremisme. Met de hulp van de miljardairs is dat ook tégen de democratie. Zo komt een eind aan de naoorlogse periode waarin het arbeidsrecht werd geconsolideerd.

Het kan anders, aldus nog Triangle. Het roer moet nú worden omgegooid. Het volledig rapport leest u hier: Global Rights Index – International Trade Union Confederation

Inperking van het aantal afwezigheidsdagen zonder medisch attest?

Een op de tien werknemers blijft soms zonder reden afwezig op het werk. ‘Uiteraard zal misbruik voorkomen, maar dat hoeft geen problematische proporties aan te nemen’, zegt arbeidssocioloog Ignace Glorieux (VUB). Hij is dan ook kritisch voor de inperking van het aantal afwezigheidsdagen zonder medisch attest.

Een op de tien werknemers geeft toe soms zonder reden afwezig te zijn op het werk. Dat blijkt uit een bevraging van dienstverleningsbedrijf SD Worx bij 660 werkgevers en 1000 werkende Belgen. Sinds 28 november 2022 hoeven werknemers van kmo’s met meer dan 50 werknemers geen medisch attest meer voor te leggen als ze een dag ziek zijn, en dat tot drie keer per jaar.

Arbeidssocioloog Ignace Glorieux (VUB) schrikt niet van dat cijfer. ‘Ik zou zelfs inschatten dat het werkelijke aantal hoger ligt’, zegt hij. Toch is Glorieux voorstander van het soepele systeem, dat volgens hem blijkt geeft van vertrouwen tussen werkgevers en werknemers.

Maar er wordt wel misbruik van gemaakt.

Ignace Glorieux: Natuurlijk, maar niet in die mate dat het problematisch wordt. Integendeel: pas als iedereen die een dag thuisblijft naar de dokter loopt voor een medisch attest, zouden we absurde toestanden krijgen. Stel je voor dat we met z’n allen naar de dokter gaan voor een verkoudheid. Onze huisartsen zijn nu al overbelast.

Een van de geïnterviewden vertelde dat toen hij ziek was, hij naar de dokter belde voor een medisch attest. Die dokter begreep niet eens waarom hij belde. ‘Zeg toch gewoon tegen uw werkgever dat u ziek bent’, was de reactie.

Als werknemers voor elke dag dat ze afwezig zijn een doktersbriefje nodig hebben, getuigt dat van weinig vertrouwen. Bovendien zullen mensen die misbruik maken van het systeem zich heus niet laten tegenhouden door een verplicht ziektebriefje. Ook daar wordt misbruik van gemaakt.

Niet in alle organisaties en in alle sectoren vindt evenveel ziekteverzuim plaats. Met 13 procent ligt het cijfer hoger in kmo’s, en in de industrie- en bouwsector zegt zelfs 20 procent dat ze soms zonder geldige reden afwezig zijn op het werk. Medewerkers in sectoren als opleidingen, in professionele, wetenschappelijke en technische diensten en gezondheidszorg zeggen dat het minst te doen (6 à 7 procent).

Glorieux: De verschillen zijn inderdaad groot. Ze hebben waarschijnlijk te maken met de sociale druk die iemand voelt om te gaan werken. Wie ergens aan de slag is waar die onmisbaar is, zal zich minder snel ziek melden, omdat die beseft dat de gevolgen van zijn of haar afwezigheid sterker doorwegen. Zo is het voor een onthaalmoeder lang niet vanzelfsprekend om een dag afwezig te zijn. Wie daarentegen op een bureau het ene na het andere dossier moet afhandelen, kan dat werk wellicht makkelijker een dag laten liggen – waarmee ik overigens geen waardeoordeel uit over de verschillende types werk.

‘Mensen die misbruik maken van het systeem zullen zich heus niet laten tegenhouden door een verplicht ziektebriefje.’

De federale regering werkt aan een wetsontwerp dat de werknemer vanaf 2026 nog maar twee keer per jaar het recht geeft geen medisch getuigschrift voor te leggen voor de eerste dag van een arbeidsongeschiktheid. Is dat volgens u een goede zaak?

Glorieux: Dat zal het grote verschil niet maken. De echte profiteurs zullen wel een uitweg vinden, met of zonder medisch attest. Mensen die sporadisch thuisblijven – omdat het eens wat minder gaat of zelfs omdat het eens mooi weer is – zullen dat blijven doen.

Uit de enquête van SD Worx blijkt dat driekwart van de kmo’s nochtans tevreden is dat de afschaffing van het ziekteattest teruggebracht wordt naar twee dagen.

Glorieux: Ik begrijp dat werkgevers het aantal dagen dat een werknemer afwezig mag zijn zonder attest willen indammen, maar het lijkt me eerder een symbolische maatregel. Het zal geen groot verschil maken.

Bron: Knack

Volgens Neutr-On kan het niet de bedoeling zijn dat er misbruik gemaakt wordt van de ziektedag zonder medisch attest. Maar Neutr-On zou wel willen dat de ziekendagen beter opgevolgd worden door de bedrijfsarts. Als medewerkers vaak ziek zijn duidt dat dikwijls op een onderliggend probleem zoals slechte werkomstandigheden, te hoge werkdruk, pesterijen op de werkvloer, gebrek aan waardering, moeilijke thuissituatie, enz.

Ziekteverzuim op de werkvloer kan verschillende oorzaken hebben. Hier zijn enkele veelvoorkomende problemen en hun oorzaken:

  • Lichamelijke klachten: Dit omvat blessures en ziektes die werknemers verhinderen om te werken, zoals rugklachten, spier- en gewrichtsproblemen.
  • Geestelijke gezondheidsproblemen: Stress, burn-out en depressie zijn belangrijke oorzaken van ziekteverzuim. Werkdruk, slechte werkomgeving, geen waardering en gebrek aan ondersteuning kunnen hieraan bijdragen.
  • Pesten en intimidatie: Een negatieve werksfeer kan leiden tot psychologische klachten en uiteindelijk tot ziekteverzuim.
  • Motivatieproblemen: Gebrek aan autonomie, slechte organisatie of een onduidelijke rolverdeling kunnen ervoor zorgen dat werknemers zich minder betrokken voelen en vaker afwezig zijn.
  • Privéproblemen: Financiële zorgen, familieproblemen of mantelzorg kunnen invloed hebben op de aanwezigheid van werknemers.

Volgens NeutrOn moet de bedrijfsarts of de controlearts meer tijd nemen om de problemen te herkennen en zo nodig oplossingen te kunnen vinden, waar dat nu hun bezoek meer een formaliteit is die zich beperkt tot het ondertekenen van een controleattest.

Werkgevers kunnen dan het  ziekteverzuim verminderen door een gezonde werkomgeving te creëren, ondersteuning te bieden en preventieve maatregelen te nemen.

Een slechte werksfeer kan bijvoorbeeld een aanzienlijke invloed hebben op ziekteverzuim. Werknemers die zich niet prettig voelen op hun werk kunnen last krijgen van stress, vermoeidheid en zelfs fysieke klachten, zelfs psychosomatische klachten. Dit kan leiden tot een hoger ziekteverzuim en verminderde productiviteit.

Factoren die bijdragen aan een negatieve werksfeer zijn onder andere:

  • Is de werkomgeving gezond? Is de lucht en de temperatuur aangepast,  is er goede werkkledij?
  • Stress en burn-out: Langdurige stress door een ongezonde werkomgeving kan het immuunsysteem verzwakken, waardoor werknemers vatbaarder worden voor ziektes.
  • Mentale gezondheidsproblemen: Pesten, micromanagement en een gebrek aan erkenning kunnen leiden tot angststoornissen en depressie.
  • Slaapproblemen: Voortdurende spanning op het werk kan slaapverstoringen veroorzaken, wat de algehele gezondheid negatief beïnvloedt.
  • Verminderde motivatie: Werknemers die zich niet gewaardeerd voelen, kunnen minder betrokken raken bij hun werk, wat kan leiden tot meer verzuim.

Werkgevers kunnen ziekteverzuim verminderen door een positieve werkomgeving te creëren, open communicatie te bevorderen en stressfactoren aan te pakken.

Een betere werksfeer creëren kan een groot verschil maken voor het welzijn en de productiviteit van werknemers. Hier zijn enkele effectieve strategieën:

Werk aan een positieve cultuur

  • Waardering tonen: Laat medewerkers weten dat hun inzet wordt gewaardeerd. Een simpel “goed gedaan” kan al veel doen.
  • Betrek medewerkers: Geef hen inspraak in beslissingen en luister naar hun ideeën.

Stimuleer open communicatie

  • Regelmatige feedback: Zorg voor open en eerlijke gesprekken tussen collega’s en leidinggevenden.
  • Oplossingsgericht denken: Moedig een mindset aan waarin problemen gezamenlijk worden aangepakt.

Bevorder welzijn en werk-privébalans

  • Flexibele werktijden: Waar mogelijk, bied flexibiliteit in werktijden of thuiswerkmogelijkheden.
  • Gezonde werkomgeving: Creëer een ruimte die fysiek en mentaal comfortabel is, met ergonomische werkplekken en ontspanningsmogelijkheden. Zo mogelijk met wat achtergrondmuziek, een drank-automaat.

Stimuleer samenwerking en teamgevoel

  • Teambuildingactiviteiten: Van informele momenten tot gezamenlijke projecten, zorg voor verbinding binnen het team zoals koffiepauzes in een rustige kantine.

Vier successen: Markeer behaalde doelen en mijlpalen met een kleine viering, hoe groot of klein ook.

Geen collectief ontslag bij Nike in Laakdal

“Iedereen die wil blijven, zal dat kunnen”

Sportkledinggigant Nike wil snoeien in de weekendploeg van zijn Europees distributiecentrum (European Logistics Campus) in Laakdal en Ham. Dat hebben de vakbonden donderdag vernomen op een bijzondere ondernemingsraad. Van een collectief ontslag is echter geen sprake. “Zo’n 155 werknemers uit de weekenddagploeg zullen verschillende opties aangeboden krijgen. Maar iedereen die bij Nike wil blijven, zal dat kunnen”, aldus Eric Vuchelen van ACLVB.

Als verklaring voor de herstructurering wordt verwezen naar het feit dat er te weinig werk is tijdens het weekend. Bovendien is arbeid dan duurder.

De vakbonden reageren opgelucht op het nieuws dat er geen collectief ontslag komt. Al beklemtoont Marieke Van Gils (BBTK) dat het voor de betrokken werknemers wel zwaar is; de meesten hebben immers bewust gekozen om in het weekend te werken en hun leven daarnaar georganiseerd.

De weekenddagploeg bestaat uit zo’n 600 werknemers: zij zullen zaterdag worden ingelicht of ze bij de herstructurering betrokken zijn en welke opties hen aangeboden worden. “Iedereen zal dan enkele weken bedenktijd krijgen. We verwachten dat de meesten bij Nike zullen willen blijven, al is er wel mogelijkheid tot ontslag”, zegt Vuchelen. Volgens Van Gils zijn er reeds “flankerende maatregelen” afgesproken, maar details daarover zijn voorbehouden aan het personeel.

Eerder dit jaar kregen ook al zo’n 150 tijdelijke werknemers van het Europees distributiecentrum van Nike een vast contract aangeboden.

Bij het Europees distributiecentrum van Nike, op de grens tussen Laakdal en Ham, werken alles samen zowat 5.000 mensen. Het complex wordt zowel gebruikt voor e-commerce als voor leveringen aan retail en groothandel in tientallen landen in Europa en Azië. European Logistics Campus geldt als de grootste werkgever van de Kempen. Werkgeversorganisatie Voka Mechelen-Turnhout reageert dan ook opgelucht op het nieuws dat er geen collectief ontslag komt. “Dit jaar zijn er al 1.179 jobs weggevloeid in de regio Mechelen-Turnhout, de grootste terugval in banen in meer dan twintig jaar”, klinkt het. Voka merkt op dat in Vlaanderen 25 gemeenten Europese investeringssteun krijgen voor grotere bedrijven, maar geen enkele gemeente in de regio Mechelen-Turnhout. “Dat kan echt niet”, en ze roept de betrokken burgemeesters op om hiervoor te ijveren.

Bron: GVA

Neutr-On is blij dat er voorlopig een regeling is gevonden  maar blijft bij haar hoofdeis van een 30-urenweek. De vakbond roept alle werknemers van Nike op om over te stappen naar Neutr-On.             

Welke jobs staan voor een loonindexering in juli? En wie mag zich dit jaar nog aan een hoger salaris verwachten?

Welke jobs staan voor een loonindexering in juli? En wie mag zich dit jaar nog aan een hoger salaris verwachten?

Het Federaal Planbureau maakt maandelijks nieuwe voorspellingen rond de zogenaamde overschrijding van de spilindex. Iets om in het oog te houden als werknemer, want de lonen stijgen automatisch mee met die overschrijding. In welke sectoren komen er indexeringen aan? Is dat systeem nog lang houdbaar? En hoe kan je los daarvan meer gaan verdienen? Jobat.be vroeg het aan Gerben Vermeulen, juridisch expert bij hr-dienstengroep Liantis.

Loonindexering

“Het Federaal Planbureau maakt elke maand – behalve in augustus – nieuwe voorspellingen bekend rond de overschrijding van de spilindex”, aldus Vermeulen. “Daardoor stijgen ook de lonen. In sommige sectoren is er jaarlijks een vast moment waarop de lonen verhogen, veelal januari. Het schoolvoorbeeld daarvan is PC 200. In de bouwsector is dat dan weer elk kwartaal.”

Op 1 juli is dat het geval in een tiental paritaire comités, in oktober binnen een handvol paritaire comités.

Nieuwe wetgeving

“Let wel: hier werd nog geen rekening gehouden met de wijzigingen rond de spilindex”, zegt Vermeulen. “De regering heeft namelijk plannen om het moment waarop de lonen van ambtenaren en de sociale uitkeringen geïndexeerd worden met enkele maanden uit te stellen. Die lonen en uitkeringen zullen normaal gezien pas de derde maand na de overschrijding van de spilindex een aanpassing krijgen, waar dat tot nu toe respectievelijk de eerste en de tweede maand na de overschrijding was. Die wet zit nog in het wetgevend proces, maar de bedoeling is dat deze nieuwe regel van kracht zou gaan vanaf de eerstvolgende overschrijding van de spilindex.”

“Bij de laatste nieuwe prognoses van het Federaal Planbureau is dit moment verschoven van september 2025 naar februari 2026. Zo is er wat tijd gekocht voor de wetgever om dat te regelen. Alle sectoren die geënt waren op dat systeem – en dus de lonen lieten indexeren bij overschrijding van de spilindex – hebben dus ook nog tijd om ondertussen te bepalen hoe zij verder willen gaan met de indexaties van de lonen in hun sector. Vooral in de zorgsectoren verwijst men naar dit mechanisme, maar de verwachting is dat men daar nog cao’s zal sluiten om het huidige moment van indexatie te behouden – al is dat nog allesbehalve een zekerheid.”

Is het systeem van loonindexeringen nog lang houdbaar?

Er klinken al langer geluiden over het eventuele stopzetten van de automatische loonindexering of om voor een beperkte vorm ervan te kiezen. “Die vraag staat al enkele jaren op de politieke agenda, omdat de loonkosten steeds toenemen”, duidt Vermeulen. “Indexaties hangen ook vast aan de loonnormwet, dus dat is een ingewikkeld kluwen. Het is nu aan alle betrokken partijen om dit verder te bespreken en tot een goede oplossing te komen.”

“Bovendien stond in het regeerakkoord de uitdrukkelijke vraag aan de sociale partners om tegen 31 december 2026 een advies uit te werken over de hervorming van de loonwet en het systeem van automatische indexering. Daarbij moet er volgens diezelfde regering zowel aandacht zijn voor het concurrentievermogen van de ondernemers in ons land, als voor de koopkracht van de werknemers.”

Hoe kan je ook zonder loonindexering meer gaan verdienen?

“Voor de tweede keer op rij besliste de CRB (Centrale Raad voor het Bedrijfsleven, red.) dat er 0,0 procent marge is om de lonen te laten stijgen. De sociale partners die hierover in gesprek zijn gegaan, zijn er nog steeds niet uit. Minister van Werk David Clarinval (MR) is nu tussengekomen om te bemiddelen. Hij bevestigde aan de sociale partners dat de lonen met 5,5 procent zullen stijgen in de komende twee jaar, via het mechanisme van de automatische loonindexering.”

Volgens Vermeulen zijn er sowieso bepaalde elementen die niet meegenomen worden in die 0,0 procent loonmarge. “Zo kunnen werkgevers bijvoorbeeld een loonbonus of een winstpremie toekennen aan hun medewerkers, of kiezen voor andere extralegale voordelen. In het huidige regeerakkoord is er voorzien om die zaken te gaan vereenvoudigen, zodat meer werkgevers dit invoeren en dus meer werknemers de bonus of premie krijgen.”

Bron; HLN

Regering voert strenger beleid in

De federale regering wil met een beperkte werkloosheidsuitkering en een strengere opvolging van langdurig zieken de werkzaamheidsgraad opkrikken. Maar de kans op re-integratie van niet-werkenden varieert sterk van groep tot groep. Meer dan 95 procent van de niet-actieve huisvrouwen en -mannen heeft bijvoorbeeld geen arbeidswens.

De timing kon niet beter. Een paar weken geleden bereikte de federale regering een akkoord over de exacte modaliteiten van de beperking van de werkloosheidsuitkeringen in de tijd. Kort daarvoor raakte al bekend dat de regering-De Wever zowel werknemers, werkgevers, artsen als ziekenfondsen zal responsabiliseren om het aantal langdurig zieken terug te dringen. Die maatregelen moeten de werkzaamheidsgraad optrekken. Net nu lanceerde het Vlaamse Steunpunt Werk (KU Leuven) het online dashboard arbeidsreserve. De beleidsgerichte organisatie, die de arbeidsmarkt van nabij opvolgt, schetst daarin een cijfermatig beeld van de arbeidsreserve bij werkenden, werklozen en niet-beroepsactieven in België en de gewesten. Een statistische blik die ook de arbeidsmarkttransities van die groepen in kaart brengt. Op basis daarvan is een inschatting mogelijk van wie tamelijk gemakkelijk opnieuw aan de slag te krijgen is, en voor welke groepen dat veel moeilijker zal zijn.

Het beleid van de regering zal wellicht voor een hogere werkzaamheidsgraad zorgen, maar niet overal. Volgens de meest recente gegevens over de arbeidsreserve bedraagt de Vlaamse werkzaamheidsgraad 77 procent, met goed 74 procent volledige tewerkstelling (2,876 miljoen) en iets minder dan 3 procent zogenoemde tijdsgerelateerde ondertewerkstelling (goed 100.000 Vlamingen). Die laatste groep zijn mensen die een periode tijdelijk werkloos zijn, zoals in de bouw vaak gebeurt, of deeltijds werkenden die graag wat meer uren zouden willen presteren.

De groep klassieke werklozen die een baan zoeken, maakt slechts 3 procent uit. In Vlaanderen gaat het om 100.000 mensen. Dat is een van de ‘gemakkelijkste’ deelgroepen van de arbeidsreserve om opnieuw aan het slag te krijgen. Bijna vier op de tien werklozen hebben een jaar later een baan, terwijl dat aandeel bij de niet-beroepsactieven lager is. Slechts één op de acht (12,2%) heeft na een jaar werk gevonden.

Ontmoedigd maar beschikbaar

Die niet-actieven vormen ook de grootste groep in de arbeidsreserve die niet aan de slag is: in Vlaanderen zijn ze met 807.900, of bijna 21 procent van de bevolking op arbeidsleeftijd (20-64 jaar). De beperking van de werkloosheidsuitkering in de tijd zal de mensen in deze groep niet meteen naar de arbeidsmarkt loodsen, maar bijvoorbeeld een strengere opvolging van langdurig zieken kan dat wel. Die niet-beroepsactieven zijn geen homogene groep, blijkt uit het dashboard van het Steunpunt Werk.
Het kan contradictorisch klinken, maar van de niet-actieven zijn er 75.700 zoekend of beschikbaar voor werk. Het gaat om mensen die wel bereid zijn een baan te aanvaarden indien ze een aanbod krijgen, maar vaak ontmoedigd zijn, omdat ze blijkbaar niet over de juiste competenties beschikken, geen alternatief hebben voor kinderzorg of omdat hun talenkennis ondermaats is.

Volgens Sarah Vansteenkiste, directeur van het Steunpunt Werk, zitten daar de meeste kansen om de werkzaamheidsgraad op te trekken. Bij de lancering van het dashboard stelde ze: “Naast actieve werklozen beschikt Vlaanderen ook over andere potentiële arbeidskrachten. Met gerichte ondersteuning kunnen zij in de toekomst ingezet worden op de arbeidsmarkt. Het Steunpunt Werk gaat na hoe sterk de werkzaamheidsgraad zou stijgen, als we erin slagen die makkelijkere deelgroepen van de arbeidsreserve aan de slag te krijgen. We bekijken hoe de werkzaamheidsgraad verandert, als we de actieve werklozen, de zoekende en beschikbare niet-beroepsactieven aan het werk krijgen. Die groepen staan ook bekend als de potentiële arbeidsreserve.” Volgens het Steunpunt Werk zou de Vlaamse werkzaamheidsgraad kunnen stijgen van 77 naar 81,2 procent. Zo zou dus het doel van 80 procent werkzaamheidsgraad wordt gehaald.

Het is evenwel een theoretische oefening. Vansteenkiste: “Er wordt enkel gekeken naar de aanbodzijde en niet naar de vraag. Om het potentieel te benutten, moet de vraag voldoende aantrekken. De energiecrisis, de stijgende inflatie en de oorlog in Oekraïne stellen de arbeidsmarkt voor een nieuwe uitdaging. Naast de conjunctuur speelt ook de uitstroom van 55-plussers een rol.”

Lang of kort ziek

Voorts rijst de vraag wat de kansen zijn van herintegratie van de inactieven die niet naar een baan zoeken en niet beschikbaar zijn voor de arbeidsmarkt. Met 234.000 vormen de langdurig zieken de grootste groep inactieven in Vlaanderen. Hun aantal steeg in tien jaar met 22 procent. Dat is volgens het Steunpunt Werk het gevolg van een combinatie van factoren, zoals de vergrijzing van de bevolking op arbeidsleeftijd, wat ook samengaat met een grotere kans op gezondheidsproblemen. Ook de stijgende deelname van vrouwen aan de arbeidsmarkt speelt een rol, want bij hen komen gezondheidsproblemen vaker voor, een gevolg van meer huishoudelijke lasten.

Slechts 10 procent van de niet-beroepsactieve arbeidsongeschikten heeft na een jaar werk, leren berekeningen van het Steunpunt werk. Als dat instroompercentage licht stijgt, naar 15 procent, kan dat volgens Sarah Vansteenkiste een belangrijke bijdrage leveren tot een werkzaamheidsgraad van 80 procent of meer: “In die hogere instroom richting 15 procent zitten niet enkel langdurig zieken. In principe kunnen er ook mensen tussen zitten die minder dan een jaar ziek zijn. Een andere voorwaarde is dat we de werkinstroom van werklozen en andere groepen van niet-beroepsactieven op het niveau houden van vandaag en we de uitstroom beperken.”

De cijfers van het Steunpunt tonen duidelijk aan dat meer of minder dan een jaar ziek zijn een wereld van verschil maakt. Van wie in 2021 in Vlaanderen minder dan een jaar in een ziektestelsel zat, waren zes op de tien (60,4%) een jaar later weer aan het werk. Bij wie langer dan een jaar in ziek was, daalde dat naar één op de twaalf (8,2%).

Weinig werkervaring bij huisvrouwen en -mannen

In de categorie inactieven als de studenten (178.000) en vervroegd gepensioneerden (192.000) is het potentieel van een stap naar de arbeidsmarkt sowieso zeer klein. Voor studenten is het gewoon wachten tot ze hun diploma hebben behaald.

In de categorie huisvrouwen en -mannen zijn er wel nog mogelijkheden om de instroom naar werk te verhogen. Die bedraagt nu amper 5 procent. Een stijging naar 10 procent is mogelijk, maar het is niet realistisch die groep integraal naar de arbeidsmarkt te loodsen. Vroeger onderzoek leert dat 97 procent van de huisvrouwen- en mannen geen arbeidswens heeft. 95,9 procent is zelfs niet bekend bij de VDAB. Slechts 16,5 procent heeft de voorbije acht jaar werkervaring gehad. Die groep maakt trouwens slechts een zeer klein deel van de personen op arbeidsleeftijd uit. In Vlaanderen is dat 3 procent, in Wallonië en Brussel respectievelijk 4 en 5 procent.

Het dashboard levert ook interessante inzichten over Wallonië en Brussel. De Waalse werkzaamheidsgraad bedraagt 67 procent. De werkloze werkzoekenden maken 5 procent van de bevolking op arbeidsleeftijd uit, en de zoekende of beschikbare inactieven 3 procent. De 80 procent werkzaamheidsgraad is nog veraf maar het huidige Belgische gemiddelde van 73 procent is wel haalbaar. Ook in Brussel (werkzaamheidsgraad 64%) is er nog marge, met 9 procent beschikbare werklozen en 5 procent beschikbare inactieven. Al zal de werkzaamheidsgraad niet alleen stijgen door de maatregelen van de regering-De Wever, maar ook door een intensiever activeringsbeleid van de regionale arbeidsbemiddelingsdiensten.

Werkzaamheidsgraad niet-EU-burgers blijft te laag

Het Steunpunt Werk ging ook na in welke sociaaleconomische categorieën een versterkte inzet van de arbeidsreserve voor een groei van de werkzaamheidsgraad kan zorgen. Amper progressiemarge is er bij de Vlaamse hooggeschoolden, met nu al een werkzaamheidsgraad van meer dan 90 procent. Anders is het met de personen geboren buiten de Europese Unie. Die groep heeft een veel lagere werkzaamheidsgraad dan het gemiddelde (77%). Doordat ze oververtegenwoordigd zijn in de potentiële arbeidsreserve, is nog veel beterschap mogelijk. De werkzaamheidsgraad van de personen geboren buiten de EU-27 zou kunnen stijgen tot 72,7 procent. Ook voor kortgeschoolden, personen met een handicap en jongeren jonger dan 24 jaar is er nog groeimarge. 

Bron: Trends