by admin | jun 4, 2025 | Economie
Ruim 130.000 vrouwelijke bestuurders in ondernemingen eind 2024
Eind 2024 telde het Vlaamse Gewest 130.476 vrouwelijke en 307.695 mannelijke bestuurders in een onderneming. Onder bestuurders verstaan we de leden van de raad van bestuur.
Het aantal vrouwelijke ondernemers groeide met 6.205 personen (+ 5,0%) in 2024. In datzelfde jaar steeg het aantal mannelijke ondernemers met 10.212 personen (+ 3,4%). De toename was gedurende de laatste 3 jaren telkens groter bij de vrouwen.
Vergelijkbare cijfers voor de periode vóór 2021 zijn niet beschikbaar.
Aandeel vrouwelijke bestuurders neemt toe
Eind 2024 was 70,2% van het aantal bestuurders van een onderneming een man en 29,8% een vrouw. Het aandeel vrouwelijke bestuurders neemt sedert 2022 gestaag toe.
Aandeel vrouwelijke bestuurders hoogst in diensten en vrije beroepen
De diensten en vrije beroepen telden in 2024 het hoogste aandeel vrouwelijke bestuurders (respectievelijk 39,2% en 37,7%). De nijverheid telde het laagste aandeel (16,4%).
Bronnen
- Rijksinstituut voor de Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen (RSVZ):https://www.rsvz.be/nl/statistieken
by admin | jun 3, 2025 | Onderwijs
Je beleid planmatig en betrouwbaar evalueren én tot op de klasvloer brengen: de belangrijkste werkpunten voor scholen. Dat besluit de onderwijsinspectie in haar jaarverslag, Onderwijsspiegel 2025. Hoe je jouw onderwijsbeleid en -praktijk verstevigt? Kijk als team in de spiegel met deze 6 reflectievragen.
In het gewoon basisonderwijs kreeg 62% van de 323 pedagogisch doorgelichte scholen vorig schooljaar een gunstig advies zonder meer. In het gewoon secundair gaat het om 59% van 87 scholen. Dat zijn er meer dan vorig jaar. Tegelijkertijd voldoet ongeveer 40% van de doorgelichte scholen nog niet aan de verwachtingen van het referentiekader voor onderwijskwaliteit, het uitgangspunt van de Inspectie 2.0. Binnen die groep nam ook het aantal ongunstige adviezen tegenover vorig schooljaar toe.
Positief: heel wat scholen hebben een sterk organisatiebeleid en een heldere visie. Maar die visie raakt bij meer dan 60% van de scholen onvoldoende tot op de klasvloer. Concreet ontbreekt het vaak aan doelgerichte maatregelen en afspraken. Ook kwaliteitsevaluatie gebeurt nog onvoldoende planmatig en betrouwbaar in meer dan de helft van de scholen.
Gevolg: het onderwijs op de klasvloer is in veel scholen nog niet kwalitatief genoeg. De verschillen tussen scholen zijn groot, maar algemene struikelblokken zijn onder andere effectieve evaluatie en leerlingenbegeleiding volgens het zorgcontinuüm.
Het pad naar betere onderwijskwaliteit is hobbelig. Klasse zocht daarom naar de 6 grootste struikelblokken uit de Onderwijsspiegel 2025. Welke hinderen jullie onderwijskundig beleid, kwaliteitszorg en onderwijs op de klasvloer nog? Kijk als schoolteam in de spiegel en haal ze – obstakel per obstakel – weg met onze onderstaande tips.
3 vragen op klasniveau
Een helder klasbeeld, lessen die blijven plakken of effectieve evaluatie? Bepaal als schoolteam welke obstakels de weg naar betere onderwijskwaliteit bemoeilijken: evalueer de klaspraktijk met deze 3 reflectievragen en bijhorende tips.
1. Is je klas- en leerlingenbeeld helder?
Wat kunnen je leerlingen al? Waar worstelen ze mee? Wat interesseert hen? Met een helder klas- en leerlingenbeeld help je hen sneller vooruit. Een klas met minder taalfeeling help je door meer in te zetten op een rijke taalomgeving. En een cognitief sterk functionerende leerling is gebaat bij extra uitdaging.
2. Zetten je lessen je leerlingen aan het leren?
Start bij de voorbereiding van je lessen vanuit de leerplandoelen, maar koppel die aan je klas- en leerlingenbeeld. Een klas(groep) die al goed is in zinsontleding heeft minder oefening nodig dan 1 die het in Keulen hoort donderen. Ook hoge verwachtingen en zelfregulering (metacognitie, motivatie) zijn belangrijke schakels in het leerproces van je leerlingen.
3. Hebben je evaluatie en feedback het gewenste effect?
Goede evaluatie en feedback zijn ontzettend krachtige interventies om je leerlingen te doen groeien. Omgekeerd zijn onduidelijke evaluatie en demotiverende feedback ontzettend krachtige manieren om leerlingen te frustreren of blokkeren.
3 vragen op beleidsniveau
Obstakels gesitueerd? Effen het pad voor je leraren met deze 3 reflectievragen en bijhorende tips. En wandel samen naar meer onderwijskwaliteit – en een score boven verwachting bij je volgende inspectie.
1. Hebben alle leraren het onderwijs- en zorgbeleid in de vingers?
Leerplangerichte lessen, heldere evaluatie en feedback, taalontwikkelend lesgeven, planmatige begeleiding volgens het zorgcontinuüm: neem geen genoegen met louter communiceren, maar laat ze bij iedereen leven.
2. Bruist je school van teamwerk en samenhang?
Als je leraren het beleid goed in de vingers hebben, zijn jullie straf bezig. Nóg straffer? Duidelijke leerlijnen en samenhang tussen vakken en beleidstakken. Hoe verstrengel je je team?
3. Plan en evalueer je cyclisch en betrouwbaar?
Plannen, uitvoeren, controleren en bijsturen: doorloop je dat evaluatierondje regelmatig? En doe je dat op een betrouwbare manier? Heldere doelen die je cyclisch en betrouwbaar evalueert, geven de kwaliteit van je beleid én het onderwijs op de klasvloer een enorme boost.
Zin in meer verdieping? Uitgebreidere adviezen? Reflecties van onderwijsinspecteurs en experts? Naast de Onderwijsspiegel 2025 publiceerde de inspectie dit jaar praktijkgerichte bundels voor het basis- en secundair onderwijs.
Bron: Klasse.be
by admin | jun 3, 2025 | Onderwijs
Vanaf 1 september 2025 krijgt het basisonderwijs nieuwe minimumdoelen op het einde van het kleuteronderwijs, in het 4de leerjaar en op het einde van de lagere school*. Directeurs Kelly en Nathalie ontwikkelden mee de doelen. Ze lichten krachtlijnen, opbouw en implementatieproces toe.
*De minimumdoelen voor het basisonderwijs zijn nog niet definitief goedgekeurd. Ze worden nu voorgelegd aan het Vlaams Parlement. Up-to-date informatie lees je hier.
Waarom was er nood aan nieuwe minimumdoelen voor het basisonderwijs?
Nathalie Kellens, directeur KBO De Horizon, Oudenaarde: “Onze huidige set minimumdoelen voor het basisonderwijs is bijna 30 jaar oud. Die was sowieso aan een grondige herziening toe. En de dalende cognitieve lijn in ons onderwijs deed heel wat alarmbellen afgaan. De urgentie en het draagvlak waren dus vrij groot om nieuwe doelen te formuleren.”
Kelly Thyssen, directeur De Vlinderboom, Antwerpen: “Leraren willen goed les geven. Maar de verschillen tussen leerlingen lijken alleen maar groter te worden, terwijl we die kloof graag willen dichten. Leraren gingen de voorbije jaren zelf op zoek naar antwoorden. Ze lazen zich in over hoge verwachtingen of legden een duidelijkere lat. Heel nobel, maar je kan op je eentje geen systeemfout herstellen. De leerplannen, de verwachtingen van koepels en de leermaterialen steunen allemaal op de minimumdoelen. Dat fundament moet je eerst aanpakken.”
Hoe hebben jullie de nieuwe minimumdoelen voor het basisonderwijs ontwikkeld?
Kelly Thyssen: “Welke basiskennis moeten we meegeven in de basisschool? Van die vraag vertrok de commissie Muijs, met de focus op een kennisrijk curriculum. Onder de kerncommissie werden 70 vakexperten aangesteld, gegroepeerd per discipline. Erg belangrijk: in elke vakexpertengroep zaten er ook klasleraren of directeurs. We namen er de vakoverschrijdende sleutelcompetenties bij die op het einde van de vorige legislatuur werden ontwikkeld. Daar wezen we stukjes van toe aan elke vakexpertengroep.”
“Daarnaast keken we naar de internationale ‘benchmarking’: hoe zijn curricula samengesteld in Singapore, Noord-Ierland, Estland, Engeland …? Welke eisen stellen ze daar voor lichamelijke opvoeding, voor woordenschat? Voor het ene vak leende het ene land zich beter dan het andere. Er zijn ook databanken die verschillende curricula met elkaar vergelijken. En uiteraard legden we onze Vlaamse context ernaast.”
In elke vakexpertengroep zaten ook klasleraren of directeursKelly Thyssen
directeur De Vlinderboom
“Voor aardrijkskunde en geschiedenis is die eigenheid van Vlaanderen en België nog belangrijker, want onze geschiedenis verschilt van die van Estland of Singapore. De vakexpertengroepen maakten keuzes: welke basiskennis is absoluut noodzakelijk? Welke lat willen we leggen? Die kennisconcepten vertaalden we naar minimumdoelen voor de derde kleuterklas, het vierde leerjaar en het zesde leerjaar.”
“We beschreven de minimumdoelen dus in 8 vakdisciplines: wiskunde, Nederlands, Frans, geschiedenis, aardrijkskunde, wetenschap en techniek, muzische vorming en L.O. Daarnaast formuleerden we doelen rond ICT en attitudes (leerondersteunende vaardigheden, persoonsvormende en socialiserende vaardigheden en leren leren).”
“Koepels en scholen mogen zelf kiezen hoe ze die implementeren. Ze kunnen de verschillende minimumdoelen zelf vasthaken aan leergebieden die decretaal zijn vastgelegd. De minimumdoelen worden vastgelegd, maar scholen bepalen zelf hoe ze aangeboden worden.”
Nathalie Kellens: “We hebben ook oog voor de samenhang binnen en over de disciplines heen. Ons vertrekpunt is hoe kinderen leren, hoe ze langzaam schema’s opbouwen in hun langetermijngeheugen. Daar zit een logische volgorde in, een verticale progressie. Maar er zijn ook verbanden tussen disciplines. Als kinderen bij geschiedenis over Egypte leren, dan lijkt het ons logisch dat ze bij aardrijkskunde al eens over de Nijl hebben gehoord. Het zijn dus geen losstaande, geïsoleerde feiten.”
Nathalie Kellens: “De minimumdoelen voor het basisonderwijs zijn geen losstaande feiten. We hebben oog voor de samenhang binnen en over de disciplines heen.”
Je hebt het over kennis, zitten er ook vaardigheden in de minimumdoelen?
Nathalie Kellens: “Absoluut. We gingen op zoek naar een gezonde balans tussen kennis en toegepaste kennis, tussen kennen en kunnen. Rond die 2 stammen hebben we de minimumdoelen zelfs geformuleerd. Het is ons basisformat. Je hebt kennis nodig om vaardigheden tot een goed einde te brengen. Als je wil kaartlezen of diagrammen wil interpreteren, moet je eerst weten wat een schaal of een grafiek is.”
Kelly Thyssen: “Ken je het concept ‘temperatuur’ niet, dan kan je het niet meten. Omgekeerd is die meting belangrijk om te weten hoe warm iets is. In de set minimumdoelen voor het basisonderwijs lees je eerst het kennen-doel en dan pas het kunnen-doel. Dat is een puur organisatorische keuze. We hebben geen waardeoordeel over die hiërarchie. Kennen en kunnen zijn even belangrijk.”
“Maar niet tegenover elk kennen-doel staat een kunnen-doel. Soms is het genoeg om over een onderwerp te leren, soms moet je het echt toepassen. En dubbele doelen haalden we eruit, zodat het overzichtelijk blijft. Optellen en aftrekken, dat moeten leerlingen kennen en kunnen, natuurlijk. Dat noteren we maar 1 keer in de set minimumdoelen.”
Het curriculum haalbaar houden, was onze grootste bezorgdheidKelly Thyssen
directeur De Vlinderboom
Nemen wiskunde en Nederlands meer plaats in het nieuwe curriculum in?
Nathalie Kellens: “De krijtlijnen in de visienota van onze Vlaamse regering waren op dat vlak wel leidend. Tegelijk is de vrijheid van onderwijs heel belangrijk. We hanteerden een opvatting die er van uitgaat dat de realisatie van de minimumdoelen maximaal 70% van de onderwijstijd in beslag mag nemen. De overige 30% mogen scholen zelf invullen volgens hun pedagogische project. Op basis van die onderwijstijd kreeg elke vakexpertengroep een richtinggevend percentage toegewezen. De minimumdoelen moeten haalbaar blijven binnen die tijd.”
Kelly Thyssen: “Nederlands en wiskunde krijgen meer onderwijstijd, zoals gevraagd is door onze regering. We hebben geprobeerd het volume van de doelen te beperken zodat scholen nog een stuk vrijheid hebben. Anderzijds is de set minimumdoelen een pak uitgebreider, omdat ze veel concreter geschreven zijn.”
“Sommige doelen kan je halen in één of een paar lessen. Voor andere doelen heb je lessenreeksen nodig. Op het eerste gezicht ziet het er misschien veel uit voor wiskunde en Nederlands, maar het was onze grootste bezorgdheid om het curriculum haalbaar te houden.”
Gaat er nog genoeg aandacht naar de andere vakken?
Nathalie Kellens: “Zeker. Kennis over aardrijkskunde, geschiedenis, wetenschap en techniek is noodzakelijk als je wil dat kinderen groeien in kritisch denken of begrijpend lezen, bijvoorbeeld. Om een tekst te vatten, moet je heel wat woorden en feiten kennen. Dat is een complexe denkvaardigheid. De andere vakken zijn dus niet ondergeschikt aan Nederlands, ze kunnen elkaar net heel erg versterken. Leg je logische verbanden en behandel je kennisconcepten telkens door de lens van een ander vak, dan blijft kennis ook beter hangen.”
Kelly Thyssen: “We kunnen letters op tijd aanbieden en technisch lezen in het vak Nederlands, maar voor begrijpend lezen is je kennis over de inhoud van de tekst bepalend. Die kennis is zelfs belangrijker dan leesstrategieën, weten we uit onderzoek. Kinderen meer teksten voorschotelen zonder hun feitenkennis bij te spijkeren, heeft weinig zin. Je hebt aardrijkskunde, geschiedenis, wetenschap en techniek nodig om complexere teksten te kunnen begrijpen.”
Kelly Thyssen: “Voor begrijpend lezen is je kennis over de inhoud van de tekst bepalend.”
Er zijn ook minimumdoelen over attitudes. Wordt gedrag een belangrijker onderdeel van het curriculum?
Nathalie Kellens: “Een goed leerklimaat is essentieel om optimaal te kunnen leren. Daarom gaat een deel van de minimumdoelen over leerondersteunende vaardigheden, ‘leren leren’ en persoonsvormende en socialiserende vaardigheden. Vanuit de minimumdoelen bieden we kapstokken om rust en veiligheid op scholen te installeren. Heldere afspraken zorgen voor voorspelbaarheid. Niet alleen voor kinderen, maar ook voor leraren.”
Kelly Thyssen: “Hoe die afspraken er moeten uitzien, dat is de vrijheid van de school, natuurlijk. In de minimumdoelen wordt niet voorgesteld hoe scholen daarmee aan de slag gaan. Wel zeggen we dat het belangrijk is om klas- en schoolafspraken te maken. En dat je van leerlingen verwacht die te volgen.”
De doelen zijn helder en precies. Je kan er vlot mee aan de slag.Nathalie Kellens
directeur KBO De Horizon
Bezorgt dit nieuwe curriculum scholen veel extra werk?
Nathalie Kellens: “De doelen zijn helder, precies en niet mis te verstaan geformuleerd. Daardoor is er minder ruimte voor interpretatie. We hopen dat leraren er daardoor vlot mee aan de slag kunnen.”
Kelly Thyssen: “De heldere minimumdoelen kunnen scholen zeker werk besparen. Nu moet ik vergaderingen houden met het hele schoolteam: wat wil dit doel nu zeggen? Hoe gaan we het implementeren? In welke stukjes gaan we dat doel ‘kappen’? Zeker voor wereldoriëntatie kan daar veel tijd in kruipen. Ik hoop dat er minder vergadertijd gaat naar het interpreteren van de nieuwe minimumdoelen en naar het maken van afspraken. Ik denk dat daar een grote win zit voor scholen.”
“Leraren basisonderwijs zijn sowieso generalisten die van veel disciplines iets kennen. Dat al die zaken nu heel concreet opgesomd worden in de minimumdoelen, kan misschien even schrikken zijn. Maar we hopen dat leerplannen en leermaterialen veel duidelijker worden, dat lerarenopleidingen mee op de kar springen. En dat scholen ondersteuning en tijd krijgen om zich te professionaliseren.”
Nathalie Kellens: “We timmeren aan een gedeelde kennisbasis voor al onze kinderen, ongeacht hun thuiscontext, het net of de school waarin ze zitten. Ze krijgen dezelfde kernideeën en cruciale basisvaardigheden aangeleerd. Een instromer uit een andere school kan dan sneller inpikken in zijn nieuwe klas. Ook dat kan het werk van leraren verlichten.”
Kelly Thyssen: “Dat is het kernidee achter dit kennisrijke curriculum: dat alle kinderen een degelijke, gedeelde kennisbasis meekrijgen, niet alleen de kinderen uit gegoede gezinnen. We willen de wereld bij hen binnenbrengen op school, het mag niet afhangen van wat ze thuis leren. Zo hopen we de kloof toch een stuk te dichten. Dat komt de kinderen en de leraren ten goede.”
Ik geloof dat dit leraren weer in hun kracht kan zettenKelly Thyssen
directeur De Vlinderboom
Vanaf 1 september 2025 kunnen scholen in principe al vrijwillig starten met de nieuwe minimumdoelen. Wat kunnen ze al doen?
Nathalie Kellens: “De minimumdoelen bieden alvast mooie handvaten om je verticale progressie en concrete planning over de leerjaren heen meer vast te zetten. Ze zijn een startpunt, het zijn de eerste bakens. De bal ligt nu in het kamp van de leerplanmakers, die heel doordacht hun leerplannen en leerinhouden zullen vormgeven tegen de gefaseerde invoering vanaf 1 september 2026. Die start met wiskunde, Nederlands en wetenschappen en techniek.”
Kelly Thyssen: “Die leerplannen zullen op hun beurt houvast geven aan de scholen. Maar leraren weten nu al wat op het einde van de kleuterklas en van het basisonderwijs van leerlingen verwacht wordt. En ze kunnen zich alvast inlezen: wat is een kennisrijk curriculum, hoe kunnen we kennisrijk werken?”
Nathalie Kellens: “Bij het begin van elke vakdiscipline is er een compacte visietekst. Een inleiding die het hogere doel van elke discipline verheldert. Je leest er waarom de vakexperten precies voor die kennisconcepten kozen. Dat kan je in de eerste fase alvast eens doornemen.”
Kelly Thyssen: “Als kerncommissie zijn we bijzonder trots op deze set doelen. Het engagement bij de experten was groot en er was een goede afstemming tussen academici en mensen uit de praktijk. De minimumdoelen zijn ambitieus maar ook haalbaar en inclusief.”
“Ik geloof dat dit leraren weer in hun kracht kan zetten. We laten de maatschappij zien hoe belangrijk leraren al vanaf de kleuterklas zijn om kinderen dingen aan te leren. Als leerlingen zich goed voelen omdat ze succesvol zijn, haal je daar als leraar veel voldoening uit.”
Bron: Klasse.be