Wie een leefbaar pensioen heeft krijgt er haast een schuldgevoel bij. Als je hoort hoe onze politici denken en handelen over dat pensioen is het alsof het over een ‘geschenk’ gaat dat zij ons geven en waarvoor wij hen dankbaar moeten zijn. Niets is minder waar. Onze pensioenen zijn van ons, we hebben ze zelf betaald.
Wie een leefbaar pensioen heeft krijgt er een schuldgevoel bij. Als je hoort hoe onze politici denken en handelen over dat pensioen is het alsof het over een geschenk gaat dat zij ons geven en waarvoor wij hen dankbaar moeten zijn. Niets is minder waar.
Ons pensioen is wat er overblijft van wat wij gedurende een gehele loopbaan hebben ‘afgedragen’. Voor een ambtenaar is die afdracht 7,5 % van wat hij verdient en waarvan aan de bron al snel de helft aan belastingen wordt afgehouden. Wat hebben zij die er over hebben beschikt met al dat geld gedaan dat er niets van overblijft?
Johan Vande Lanotte bedacht als federaal minister van Begroting (1999-2005, Vooruit)) in de paarse regering[1] van eerste minister Guy Verhofstadt (1999-2008) de oprichting van een Zilverfonds dat ons pensioen moest veiligstellen. Frank Vandenbroucke (Vooruit) keek er als minister van Pensioenen (1999-2004) op toe.
Zilverfonds, geen origineel idee
Dat Zilverfonds hadden zij niet eens zelf bedacht. Bij onze Noorderburen worden alle pensioenen door om en bij de 150 fondsen beheerd. Nederland heeft de grootste pensioenvermogens ter wereld.
Eind 2011 bedroegen die 138% van het bruto binnenlands product. De gezamenlijke Nederlandse pensioenfondsen hadden eind 2009 €731 miljard aan beleggingen. Eind 2012 was dat opgelopen tot 1007 miljard.
Dat belet niet dat er ook daar een probleem is telkens de kapitaalmarktrente daalt. Daarom moet er volgens de Europese richtlijn een voldoende dekkingsgraad zijn, gewoonlijk van 100%. Er is ook een sanctionering voorzien.
Indexeren van pensioenen gedurende een periode van een dekkingstekort is niet toegestaan. Daar houden de fondsen rekening mee. Het grootste fonds Zorg en Welzijn indexeerde in 2009, 2010, 2011 en 2012 niet. Er werd zelfs van inkorting gesproken.
Er kwam ook een verscherpt toezicht. In 2010 werden zes bestuursleden van een fonds tot ontslag gedwongen en vervangen door beleggingsexperts die geen binding hadden met werkgevers- of werknemersorganisaties.
Sinds de wet van 31 januari 2012 hebben de gepensioneerden verplicht stemrecht in hun fondsen. Fondsen rapporteren ook over de stand van zaken.
“De actuele dekkingsgraad van Pensioenfonds Zorg en Welzijn (PFZW) is in 2024 gestegen van 106,1% naar 109,5%. De beleidsdekkingsgraad is gedaald van 112,0% naar 108,9%. Deze daling komt doordat het gemiddelde van de actuele maanddekkingsgraden in 2024 lager was dan in 2023. De stijging van de actuele dekkingsgraad werd met name veroorzaakt door de beleggingsresultaten. Met de beleggingen behaalde PFZW een jaarrendement van 7,7%. Het totaal belegd vermogen is in 2024 gestegen van € 237,6 miljard naar € 258,6 miljard”(citaat uit de website van Zorg en Welzijn).
Overnames
“Terwijl paars met het Zilverfonds een fata morgana creëerde, werden de echte pensioenfondsen leeggezogen. Geert Noels (Econopolis) spreekt daarbij van ‘monetaire charlatans’. Want in 2003 nam Verhofstadt het pensioenfonds van Belgacom (nu Proximus) over, waarmee de begroting met 5 miljard werd opgesmukt.”
“Daarvoor betalen we straks wel de rekening, want het fonds is leeg en nu moet de overheid de pensioenen van de statutaire ambtenaren van Proximus betalen, tot ze letterlijk uitgestorven zijn.”
“Vanaf 2023 kost dat de overheid jaarlijks zo’n 470 miljoen euro. Paars sloeg trouwens niet alleen het pensioenfonds van Belgacom aan, maar ook die van de Antwerpse haven (236 miljoen), de NMBS (300 miljoen), Belgocontrol en Brussels Airport (samen 130 miljoen). ‘Gewoon schaamteloos’, noemt econoom Ivan Van de Cloot (Itinera) het ‘après nous le déluge’-beleid van paars “(Ewald Pironet – Paarse rekeningen, Knack 13 november 2019).
“We dragen nog steeds de financiële gevolgen van die ‘opsmukoperaties’. De Koninklijke Munt is al dicht, maar volgens zakenkrant De Tijd moeten we nog tot 2021 jaarlijks 635.125 euro huur betalen. En in de Paleizenstraat werken nog amper ambtenaren in een gebouw van de federale overheidsdienst Financiën, waarvoor jaarlijks meer dan 2 miljoen euro aan huur moet worden gestort. Tot 2026.”
Toen Guy Verhofstadt eind 2007 een interim-regering leidde, deed hij een pijnlijke vaststelling: ‘Het geld is op.’ Daar hadden de charlatans, hij en Vande Lanotte, zelf voor gezorgd. Op 27 mei 2016 besliste de Belgische ministerraad om het Zilverfonds te laten uitdoven.
In de argumentatie van die beslissing werd bevestigd dat het hier nooit om reële middelen ging die beschikbaar waren voor de vergrijzing maar om een “lege doos”.
Zelfbediening met een eigen doos
Wie betaalt het parlementair pensioen van Verhofstadt en Vande Lanotte? Dat komt niet uit de grote staatspot van de federale pensioendienst, nog uit één of andere lege doos. Voor hun eigen pensioen hebben onze parlementairen wél een eigen fonds.
Dat is voor de Vlaamse regionale volksvertegenwoordigers niet verschillend van de voorzieningen voor de federale parlementsleden. De vzw Pensioenen van de Vlaamse volksvertegenwoordigers werd opgericht als vereniging zonder winstoogmerk (vzw) op basis van de Wet van 27 juni 1921 (Belgisch Staatsblad 18 juli 1996).
De voorzitter van het Vlaams Parlement is van rechtswege erevoorzitter van de Kas van dit pensioenfonds. Samenstelling, bevoegdheden en werking van de Algemene Vergadering, de Raad van Bestuur en het Dagelijks Bestuur worden geregeld overeenkomstig de statuten van de vzw.
De Kas heeft tot doel renten en pensioenen te verzekeren aan gewezen leden van het Vlaams Parlement en de Vlaamse regering, aan hun overlevende echtgenoten en hun wezen. Door de bedoelde ‘gewezen leden’ werden tijdens hun mandaat en in de periode van de uittredingsvergoeding pensioenbijdragen gestort in de Kas.
Onze parlementairen hebben dus voor hun eigen pensioen gezorgd: niet uit de federale of de gewestelijke lege kas maar uit hun eigen fondsen.
Waarom?
Waarom hebben onze politici niet gehandeld zoals hun zorgzame collega’s in het buurland Nederland? Waarom deden zij het voor ons niet maar voor hun eigen pensioen wél? Daaruit volgt ook de vraag wat er met al dat geld gebeurde. En deze vraag opent nog een andere.
Zoals iedere fatsoenlijke democratie hadden wij een parlementair systeem met een tweekamerstelsel, een provincie- en een gemeentelijk bestuur. Dat heeft lang goed gewerkt. Vlaanderen kon er ook door verschillende staatshervormingen zijn terechte eisen in kwijt.
Daar zijn nu zes parlementen bij gekomen: het Vlaams Parlement (dat de Vlaamse Gemeenschap en het Vlaams Gewest samen vertegenwoordigt), het Waals Parlement (voor het Waals Gewest), het Brussels Hoofdstedelijk Parlement, het Parlement van de Franstalige Gemeenschap en het Parlement van de Duitstalige Gemeenschap.
België telt momenteel dus zes verschillende regeringsorganen: de Belgische regering of federale regering op federaal vlak (met 21 ministers) en de Vlaamse Regering voor het Vlaams Gewest en de Vlaamse Gemeenschap (10 ministers). Beter is het er niet op geworden.
De directe Vlaamse schuld bedroeg eind 2023 25,786 miljard euro. Dat betekent een stijging met 3,930 miljard euro of 17,98% in relatieve termen ten opzichte van de uitstaande directe schuld eind 2022.
We zijn al meer dan 9 maanden na de verkiezingen en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest heeft nog altijd geen nieuwe regering. Intussen loopt het begrotingstekort verder op.
Cliëntelisme
Voor deze vorm van wanbeheer bestaat een duidelijke begripsomschrijving: cliëntelisme. Verhofstadt vergreep er zich aan in zijn eigen partij. Om de tegenstand van de eigen leden te omzeilen deed hij een beroep op de ontevreden mandatarissen uit andere partijen.
Hij maakte ze onderworpen aan zijn eigen gedacht door hen de postjes te geven die hij niet aan zijn eigen verdienstelijke mandatarissen gunde. Omdat ook de oudere en wijze senatoren geregeld een andere gedacht hadden moest de Senaat worden opgedoekt.
Meerdere van die overlopers vonden dan ook hun weg naar het Vlaams parlement. Dat die zelfs nu nog aan de macht verhangen blijven, zie je in de groep van tien die het Open VLD-partijvoorzitster Eva De Bleeker erg lastig maakt.
De onder meer door het schandaal rond Sihame El Kaouakibi van pure schaamte uit de Vlaamse Vlaamse regering naar zijn stad Mechelen weggelopen Bart Somers is erin geslaagd er de voorzitter van te worden.
Cliëntelisme leidt ook naar een ander begrip: graaicultuur. Om het allemaal nog erger te maken moesten ook onze kroonjuwelen, het onderpand voor onze lopende schulden, worden verpast met lease and buy back [2]constructies.
Besparen
Omdat er moet bespaard worden doe je dat best op wat is misgelopen: op het cliëntelisme en op de graaicultuur. Omdat niemand geneigd is aan de tak te zagen waarop hij comfortabel is genest, is de afschaffing van de nodeloze gewestelijke parlementen en regeringen niet mogelijk.
Eerder dan de Senaat af te schaffen doe je dat beter door de provinciale raden (de provinciale ‘parlementen’) en deputaties (de provinciale ‘regeringen’) te vervangen door wat de gewestelijke bestuursniveau’s nu feitelijk zijn: uitvergrote provinciebesturen van de een voorschoot grote regio Vlaanderen.
Wat er met onze pensioenen moet gebeuren is ook evident. Of die nu door een fonds of door een federale dienst worden beheerd is niet doorslaggevend. Het komt er wél op aan om aan ‘goed beheer’ te doen.
Dat houdt in de eerste plaats in dat onze pensioenen worden beschermd tegen de aanslag die Verhofstadt en Vande Lanotte erop pleegden. Ook daar strekt het Nederlandse systeem tot navolging.
Niet zozeer door de eigen fondsen maar vooral door het sterk toezicht én door de sanctionering wanneer het mis loopt. Daarmee zitten wij opnieuw bij het fenomeen dat bij ons zorgt voor een algemene “verloedering”, het ergerlijk gebrek aan handhaving van de eigen wetten, decreten, en regels.
Notes:
[1] De kleur paars verwijst naar de coalitiepartners van deze regering van liberalen (blauw) en sociaaldemocraten (rood).
[2] Een financiële operatie waarbij je een goed dat je bezit verkoopt en vervolgens gaat huren van de nieuwe eigenaar. Het laat je op korte termijn toe over meer financiën te beschikken, maar uiteindelijk kost het veel meer, omdat de huur die je betaalt blijft doorlopen lang nadat je de nominale waarde van je goed aan huurgeld hebt betaald. Op niveau van individuele personen of kleine bedrijven valt daar nog iets voor te zeggen (bijvoorbeeld door de auto die je leaset na verloop van je leasing contract als tweedehandswagen te kopen). Op niveau van de overheid en van overheidsbedrijven is dit een onverantwoorde en kortzichtige vorm van financieel wanbeheer.
Bron: DeWereldMorgen.be
