Volgende week buigt de regering van premier Bart De Wever (N-VA) zich over eventuele maatregelen om de stijgende energieprijzen op te vangen. De Europese Commissie heeft daar alvast enkele bedenkingen bij.
Ondanks het uiterst broze staakt-het-vuren in het Midden-Oosten zullen de Europese energieprijzen nog een geruime tijd hoog blijven, aldus de Europese Commissie. ‘Maakt u zich geen illusies’, waarschuwde een woordvoerder afgelopen woensdag tijdens een persconferentie. Tegen die achtergrond klinkt de roep om maatregelen in de regering-De Wever steeds luider. Vooruit-voorzitter Conner Rousseau, MR-kopstuk Georges-Louis Bouchez, Les Engagés-voorman Yvan Verhoughstraete en CD&V-chef Sammy Mahdi pleiten voor ingrepen. Premier Bart De Wever (N-VA) trapt op de rem, vooral uit budgettaire overwegingen.
Minister van Energie Mathieu Bihet (MR) legt volgende week een plan op tafel. Het is onduidelijk aan welke maatregelen hij schaaft, wel pleit zowel de MR als Les Engagés ervoor om direct in te grijpen op de prijs van energie.
Maar dat laatste raadt de Europese Commissie nu net af, zo blijkt uit een interne nota die Knack kon inkijken. In het document tracht Brussel lessen te trekken uit de energiecrisis van enkele jaren geleden. Veel nationale maatregelen werden niet op het juiste moment genomen, waren onvoldoende gericht en bleven ook nog eens te lang aanslepen. Tussen 2022 en 2024 waren alle crisismaatregelen samen goed voor 2,2 procent van het Europese bbp – België bleef aardig onder dat Europese gemiddelde, Griekenland gaf het meeste uit.
Slechts een kwart van de nationale maatregelen ging toen naar de kwetsbaarste bedrijven en huishoudens, bovendien garandeerde de brede overheidssteun geen betere bescherming. Ook hadden sommige maatregelen vervelende neveneffecten. Spanje en Portugal voerden een prijsplafond in op gas dat werd gebruikt voor elektriciteitsproductie. Het drukte dan wel de elektriciteitsprijs, maar het vergrootte ook het gasverbruik – in Spanje en Portugal, én daarbuiten. De Iberische, door gas opgewekte, elektriciteit werd namelijk zo goedkoop dat ze massaal naar het buitenland werd uitgevoerd. Dat jaagde de vraag naar gas bijgevolg de hoogte in, terwijl het al zo duur was door het beperkte aanbod.
Openbaar vervoer
Wat stelt de Commissie wel voor? ‘Het goedkoopste vat olie is het vat dat niet verbruikt wordt’, zei voorzitter van de Europese Centrale Bank Christine Lagarde eind maart. Ook Eurocommissaris voor Economie Valdis Dombrovskis bepleit ingrepen die de vraag naar energie, vooral naar fossiele brandstoffen, doen dalen. De Commissie legt enkele opties op tafel: informatiecampagnes om openbaar vervoer en renovatie te stimuleren, gerichte inkomenssteun, lagere belastingen op elektriciteit zolang die geen gapend gat in de begroting slaan, en gerichte prijsingrepen voor kwetsbare gezinnen en ondernemingen – al zorgen die voor ongewenste marktverstoringen. En dat allemaal zo tijdelijk mogelijk.
In één adem pleit de Commissie ervoor dat de lidstaten volop blijven investeren in hernieuwbare energie, wat maakt dat de doorgaans hogere gasprijs de elektriciteitsprijs steeds minder beïnvloedt. In heel Europa steeg het aandeel van hernieuwbare energie in de elektriciteitsmix tussen 2021 en 2025 van 36 procent naar 48 procent, het aandeel van fossiele brandstoffen daalde van 34 procent naar 26 procent. Bovendien spreiden de EU-lidstaten sinds de oorlog in Oekraïne hun afhankelijkheden van gas beter. In 2021 kwam weliswaar 45 procent van het gas uit Rusland, in 2025 was dat nog 12 procent – de afhankelijkheid van de Verenigde Staten steeg wel van 6 procent naar 26 procent.
Naast de kosten voor het opwekken van elektriciteit zelf, zo merkt de Commissie op, moet er ook iets gedaan worden aan de btw en accijnzen, het elektriciteitsnetwerk en de kosten van CO2-uitstoot. Daarom zal de Commissie binnenkort een voorstel op tafel leggen waarmee de lidstaten de belastingen op elektriciteit eenvoudiger kunnen laten dalen – een zoveelste stap om elektriciteit aantrekkelijker te maken dan gas of stookolie. Ook raadt de Commissie aan om de inkomsten van het zogenaamde emissiehandelssysteem, dat de uitstoot per ton CO2 belast en dat elk jaar wat duurder wordt gemaakt, te gebruiken om de hoge energieprijzen te compenseren.
Overwinstbelasting
Het neemt de hoge energieprijzen aan de pomp natuurlijk niet meteen weg. De Europese transportsector is enorm afhankelijk van fossiele brandstoffen – in 2024 ging het om 90 procent. Daarom grijpen een heleboel lidstaten al in, maar niet bepaald zoals de Commissie dat zou willen. Roemenië, waar de inflatie dit jaar maar liefst 6,5 procent bedraagt, verlaagt drie maanden de accijnzen op diesel voor de transportsector zodra de prijs stijgt – dat omgekeerde cliquetsysteem heeft Bihet alvast uitgesloten voor ons land. Polen verlaagt de btw en accijnzen op benzine en diesel, Oostenrijk gebruikt de gestegen btw-inkomsten op fossiele brandstoffen om de prijzen aan de pomp te drukken.
Het zijn ingrepen die geld kosten, en dat terwijl de Europese schatkisten er om velerlei redenen een stuk slechter voorstaan dan in 2022 – hét argument van De Wever en bijvoorbeeld Nederland om nu nog niet in te grijpen. Enkele jaren geleden kregen de lidstaten van de EU nog de toelating om de kosten van de energiemaatregelen buiten de begroting te houden, zoals dat momenteel ook met defensie-uitgaven het geval is voor twaalf lidstaten. Maar die maatregel, zo werpt de Commissie tegen, zorgt er natuurlijk voor dat de geplande schuldafbouw van lidstaten die al diep in het rood staan voor de zoveelste keer vertraging dreigt op te lopen.
Toch baren de kosten zorgen. Begin maart vroegen vijf lidstaten, waaronder Duitsland en Frankrijk, de Commissie om opnieuw een overwinstbelasting op energiebedrijven mogelijk te maken. Die ingreep werd ook tijdens de vorige energiecrisis ingevoerd en leverde toen ruim 25 miljard euro op. Maar niet iedereen is overtuigd van het nut van die maatregelen. Estland, bijvoorbeeld, beargumenteert dat de winsten van die bedrijven net moeten dienen om te investeren in de groene en onafhankelijke energiebronnen van de toekomst – in Spanje, waar de energiekosten veel lager zijn, blijkt die aanpak succesvol.
Bron: Knack.be
