De regeringen van het land maken zich op voor een nieuw rondje begrotingsonderhandelingen. Voor Vooruit en CD&V is het nu echt money time. Als ze opnieuw plooien voor een massale besparing op sociale departementen, tonen ze voor eens en altijd hun irrelevantie. Aan argumenten voor een ‘sociale’ begroting is er nochtans geen gebrek.

De begrotingsbesprekingen moeten officieel nog beginnen, maar in de media regent het proefballonnetjes, veto’s en nauwelijks verhulde scheldwoorden. Het was Sammy Mahdi (CD&V) die de vijandelijkheden opende in een interview met Het Laatste Nieuws. Hij had meteen een reeks voorstellen klaar om de 7 miljard euro die de federale regering tijdens deze legislatuur nog wil besparen, vlotjes te vinden. Een opmerkelijk voorstel was het vertragen van de uitgaven voor Defensie. Dat ons land 7 miljard euro moet vinden is vooral te wijten aan het engagement dat binnen de Navo werd aangegaan om het budget van Defensie op te trekken tot 2% van het bbp; van 8 naar 13 miljard euro. “Kunnen we dat niet naar 12 miljard brengen?”, vroeg de CD&V-voorzitter zich af. 

Premier Bart De Wever (N-VA), die de schermutselingen in de media aan zich had laten voorbijgaan, zette meteen de puntjes op de i. De 2% voor Defensie zijn “in marmer gekapt”, liet hij weten aan VTM. 

Een ander voorstel was de btw-hervorming die tijdens de vorige begrotingsonderhandeling sneuvelde en die 3 miljard had kunnen opbrengen. MR-voorzitter George-Louis Bouchez blijft er zich tegen verzetten, terwijl alle andere partijen deze jackpot wel willen kraken. De Oeso pleit al langer voor een verschuiving van de lasten op arbeid naar consumptie.

Sammy Mahdi pleit er ook voor om het remgeld bij de tandarts te verhogen, de misbruiken in de managementvennootschappen tegen te gaan, de verspilling in de gezondheidszorg (overmatige medische beeldvorming, ereloonsupplementen) in te dijken en de effectentaks uit te breiden. “Aan dit tempo is de begroting tegen de zomer geregeld”, glunderde hij.

De CD&V-voorzitter bekritiseerde ook de centenindex – die eerder al door zijn ministers werd goedgekeurd in de regering. Die zou de middenklasse benadelen terwijl zij het meeste bijdraagt aan het systeem. 

Mahdi begrijpt niet waarom de coalitiepartners een compromisvoorstel van de vakbonden en de werkgevers dat lichtjes duurder is, afschieten. Het valt op dat CD&V de laatste tijd fluks in de bres springt voor het fel belaagde (sociale) middenveld. De frontale aanval op de mutualiteiten die te laks zouden optreden tegen langdurig zieken werd met een bazooka door Het Laatste Nieuws ingezet, netjes afgelost door N-VA. De partij pleit nu ronduit voor de afschaffing van de ziekenfondsen. 

Minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke (Vooruit) greep de heisa aan om een aantal hervormingen te bepleiten die de mutualiteiten pijn doen. Dat wekte verbazing, ook binnen zijn eigen politieke familie. Het blijft nu afwachten of Vandenbroucke aan de onderhandelingstafel de val zal doen dichtklappen: als Vooruit streng is voor de ‘eigen zuil’, dan moeten N-VA en MR ook toelaten dat er veel strenger wordt opgetreden tegen de ereloonsupplementen van de specialisten en de wildgroei aan onderzoeken en scans.

Mahdi vindt dat Vandenbroucke te hard van stapel loopt en vooral de Christelijke Mutualiteit viseert. Hij begrijpt ook niet waarom de socialisten het voorstel van vakbonden en patroons voor een meer billijke centenindex blijven afwijzen. Op die manier lijkt CD&V de enige die nog opkomt voor de klassieke ‘zuilen’.

Blinkende trofeeën

Vooruit positioneerde zich nog niet echt in de snuffelronde van de begrotingsonderhandelingen. Wel pleitte voorzitter Conner Rousseau voor het invoeren van een vermogenskadaster. Dat is nodig om grootverdieners die toch een verhoogde tegemoetkoming in de sociale zekerheid krijgen, te kunnen opsporen. Zo’n kadaster is ook essentieel als je meer belastingen op vermogen wil heffen.

Voor Vooruit (en CD&V) schuilen er grote gevaren in deze onderhandelingen. Het vorige akkoord was een gigantische opdoffer voor de partijen die zich traditiegetrouw profileren als de behoeders van het sociale middenveld en de garanten van de sociale zekerheid. De besparingen in de pensioenen, de beperking van de werkloosheidsuitkering in de tijd en de geplande centenindex, waren blinkende trofeeën voor de rechtse partijen. Ze verbreken het sociale contract tussen overheid en burgers.

Mensen die jarenlang hebben bijgedragen aan het systeem worden nu geconfronteerd met lagere pensioenen, minder snel stijgende lonen en in de tijd beperkte uitkeringen. Vooral dat laatste is een erg ondoordachte beslissing. De belofte in het regeerakkoord dat wie werkloos is een “gepast aanbod” krijgt van de VDAB is dode letter gebleven. Steden en gemeenten moeten nu alle zeilen bijzetten omdat de Vlaamse OCMW’s overspoeld worden door geschorste werklozen die geen werk vinden en noodgedwongen een leefloon moeten aanvragen. De voorbije maanden ging het om 40% van de geschorsten, een aantal dat oploopt tot 50% in de steden.

Voor MR betekent die sociale afbraak alvast dat ze de winst die ze boekte bij de vorige verkiezingen (toen ze de grootste partij van Wallonië werd) dreigt kwijt te spelen (als je de peilingen mag geloven). Grote winnaars in het zuiden van het land zijn PS (die opnieuw de grootste kan worden) en PVDA. In Vlaanderen worden de coalitiepartners (nog) niet afgestraft voor hun rechtse koers. Misschien hangt dat ook wel samen met de verrassende eensgezindheid van de Vlaamse pers over de besparingen in de sociale sector. De media maken de publieke opinie, zeker in een tijd waarin het middenveld aan invloed verliest.

Exit flexi-jobs?

De Belgische topeconoom Mathias Dewatripont (volgens insiders de Belg die het meeste kans maakt op een Nobelprijs) wijst in een interview in Le Vif op nog een ander probleem: de uitbreiding van het systeem van flexi-jobs en studentenarbeid. “Als je reguliere jobs vervangt door dit soort jobs, dan verlies je veel fiscale inkomsten.” Bovendien kapen mensen die in aanmerking komen voor deze stelsels (in het geval van flexi-jobs gaat het om mensen die al werk hebben of met pensioen zijn) de jobs weg voor de neus van langdurig werklozen die geschorst zijn.

Ook minister van Financiën Vincent Van Peteghem (CD&V) was in een gesprek bij de Brusselse businessclub The Merode erg kritisch voor de flexi-jobs, die volgens hem financieel niet houdbaar zijn “en niet verdedigbaar vanuit een idee dat gelijk werk gelijk belast moet worden”.

Van Peteghem was ook erg scherp voor de managementvennootschappen die vooral door kaderleden worden opgezet om minder sociale lasten te moeten betalen op hun hogere lonen. Tijdens het gesprek in de zakenclub pleitte de minister trouwens ook voor meer belastingen op vermogen, een piste die hij (net als zijn voorzitter) in eerdere tussenkomsten afwees.

De drie vakbonden plakten eerder ook al cijfers op die stelsels. Daaruit blijkt dat de 7 miljard waar Mahdi het over heeft, een bescheiden schatting is. ABVVACV en ACLVB komen met voorstellen die maar liefst 21 miljard kunnen opleveren, waarvan 12,5 miljard door middel van een vermogensbelasting. De managementvennootschappen kosten de schatkist elk jaar 526 miljoen euro. Flexi-jobs zijn goed voor 380 miljoen minder inkomsten en studentenarbeid zelfs voor 750 miljoen euro. Daarbij zijn er nog loonsubsidies voor de eerste aanwerving (620 miljoen euro).

Een klassieker zijn de bedrijfswagens of andere vormen van alternatieve verloning. Die zijn goed voor 756 miljoen minder inkomsten per jaar.

De taks van Zucman

En dan is er nog de olifant in de kamer: de rijkentaks, de miljonairstaks, de vermogensbelasting; hoe u het ook wilt noemen. Die werd op 12 mei met vuur verdedigd door de nieuwe wonderboy van de topeconomen: de Frans-Amerikaanse leerling van Thomas PikettyGabriel Zucman. De bescheiden Dewatripont tipt hem als kandidaat voor de Nobelprijs. Zucman sprak in Bozar voor 2.000 geboeide toeschouwers.

Zucmans voorstel is eenvoudig. Tel de inkomsten op die de staat int bij werknemers, zelfstandigen en bedrijven. Neem dat bedrag en haal datzelfde bedrag op bij miljonairs. Dan kom je op een ‘rijkentaks’ van 2% die geheven wordt op het patrimonium (vastgoed en aandelen) van al wie meer dan 100 miljoen euro rijk is. Voor België zou dat elk jaar 1,8 miljard euro opbrengen. Zucman noemt zijn taks – die zijn tegenstanders wegzetten als een communistische fata morgana – een “centrumrechts voorstel”. Het is inderdaad tien keer minder dan de 11,3 miljard die het Planbureau in 2024 becijferde toen het de voorstellen van Groen doorlichtte.

De “Zucman-taks” is al jarenlang hét gespreksonderwerp in Frankrijk en in Franstalig België. Alle Franstalige media besteedden dan ook aandacht aan de lezing van Zucman in Bozar, geen enkele Vlaamse krant of zender deed dat. PS wilde hem uitnodigen voor een hoorzitting in de Kamer, maar MR stak daar een stokje voor. Ook dat was in Vlaanderen geen nieuws.

Zowat alle linkse partijen, van PVDA over de groenen tot de socialisten, zijn voorstander van een of andere vorm van miljonairstaks. Vooruit schuift het voorstel ook naar voren.

Daarmee zit de enige centrumlinkse regeringspartij op ramkoers met zowel MR als N-VA. De rechtervleugel van de regering wil niet weten van extra belastingen (correctie: N-VA pleit voor een btw-verhoging, maar die wordt ook afgeschoten door MR). De kleine meerwaardebelasting die Vooruit de vorige keer uit de brand sleepte, was al een te grote toegeving. MR en N-VA blijven hameren op de noodzaak om te besparen … op de sociale zekerheid. Het valt te verwachten dat de draconische maatregelen die Frank Vandenbroucke al heeft aangekondigd, voor hen niet voldoende zullen zijn. Er zit nog veel meer vet op de soep, zo luidt het.

Tegenvallende inkomsten

Het echte probleem van deze regering is niet de te hoge uitgaven van de overheid (al kun je over de noodzaak om nutteloos oorlogstuig te kopen een boom opzetten), maar de tegenvallende inkomsten. Dat bleek onlangs uit een rapport van het Rekenhof. Hierdoor neemt de schuld toe. Op een moment dat de intresten hoog zijn, kan dat leiden tot een rentesneeuwbal die de schuld versneld kan doen stijgen, zoals na de oliecrisis van de jaren 70.

Ondanks de gitzwarte begrotingscijfers (het Rekenhof zegt dat de regering geen 7 maar 15 miljard moet besparen) wil de regering koste wat het kost de lasten op arbeid verlagen zodat mensen met een job substantieel meer verdienen dan mensen met een uitkering. Dat zal het tekort nog doen toenemen, zeker als er geen verschuiving komt naar belasting op consumptie en vermogen. Geen van beide voorstellen is op dit moment realistisch.

Misschien heeft Sammy Mahdi wel gelijk en is het makkelijk om 7 miljard euro te vinden, zelfs zonder Zucman-taks. Als alle achterpoortjes om belastingen en sociale lasten niet te betalen, worden gesloten én als misbruiken worden ingedijkt (zowel bij uitkeringstrekkers als bij topmanagers of topdokters) is het zelfs mogelijk om veel meer geld te vinden. En dat heeft dan nog niks te maken met de strijd tegen fiscale fraude waarover we deze legislatuur nog maar bitter weinig gehoord hebben.

Een laatste voorbeeld: de aanvullende pensioenen. Dinsdag (27/5) verdedigde Joy Schols (een student van armoede-expert Wim Van Lancker) aan de KU Leuven haar doctoraat over deze koterij van het pensioensysteem die al sinds 2003 bestaat. Het is een (para)fiscaal vriendelijk systeem om naast je wettelijk pensioen een extra potje op te bouwen voor de oude dag. Je betaalt op dat aanvullend pensioen minder socialezekerheidsbijdragen en belastingen.

De Belgische overheid is er zich van bewust dat dit een gunstregime is, maar schat al jarenlang de kostprijs voor de schatkist te laag in. Joy Schols berekende voor het eerst dat het gaat om 1,6 tot 2,1 miljard euro (cijfers van 2019) in plaats van de 121,4 miljoen waar de regering van uitgaat.

Er is ook sprake van een sterk matteuseffect: 68% van de parafiscale subsidies komen terecht bij 10% van de werknemers met de hoogste inkomens.

Stuitend vrouwonvriendelijk

Wie de doctoraatsthesis van Schols bekijkt vraagt zich af waarom er in dit land nog geen vrouwenpartij is opgericht. De maatregelen van deze regering zijn stuitend in hun vrouwonvriendelijkheid. De aanvullende pensioenen komen vooral bij hoogopgeleide mannen uit de privésector terecht. PensionStat, de studiedienst van de Rijksdienst voor Pensioenen (waar Schols aan de slag zal gaan) publiceerde ronduit onthutsende cijfers over de pensioenkloof in ons land. Een man krijgt gemiddeld 2.287 euro wettelijk pensioen; een vrouw 1.884 (dat is bijna een vijfde minder). Maar mannen die een aanvullend pensioen krijgen, bouwen gemiddeld 100.766 euro op, tegenover 46.933 euro voor vrouwen: een pensioenkloof van 53%. Als je beide stelsels optelt, bedraagt de pensioenkloof 21%. Dat zijn de cijfers uit 2024. 

De nieuwe pensioenhervorming dreigt die kloof nóg groter te maken. Zo wordt het huwelijksquotiënt afgeschaft dat ervoor zorgde dat gehuwde vrouwen (of mannen) met een onvolledige loopbaan toch een hoger pensioen konden krijgen. Voor al die vrouwen die er destijds voor kozen om (een tijdje) thuis voor de kinderen te zorgen en die nu een onvolledige loopbaan hebben, is dat niet minder dan contractbreuk.

De roep om profiteurs te straffen, is legitiem. Maar een overheid die zichzelf en het contract met haar burgers respecteert, is in de eerste plaats verplicht om de meest hypocriete achterpoortjes van het systeem te sluiten. De wet moet voor iedereen gelijk zijn: elke euro die verdiend wordt, moet op een billijke manier (naar draagkracht) worden belast; of hij nu uit (zelfstandige) arbeid of vermogen komt. En iedereen moet bijdragen tot de sociale zekerheid die gebaseerd is op het verzekeringsprincipe. Wie pech heeft, ziek is of werkloos wordt, of de pensioenleeftijd heeft bereikt, heeft recht op een uitkering. En moet zich daar niet voor schamen. Integendeel: het is iets om apetrots op te zijn.

Bron: Apache.be