Hoe zit het met de belastingverlaging?

Hoe zit het met de belastingverlaging?

Wat blijft er over van de 835 euro belastingverlaging die u is beloofd?

De soepelheid waarmee alle zeven regeringspartijen taboes kunnen laten sneuvelen, zal bepalen hoeveel er rest van de belastingverlaging van minstens 835 euro die u is voorgespiegeld. Een handleiding bij het belastingconclaaf van dit weekend.

De zeven vicepremiers in de regering-De Croo kijken elkaar sinds vrijdagmiddag diep in de ogen over een belastinghervorming. Die staarwedstrijd zal dit weekend voortgezet worden, maar witte rook wordt nog niet verwacht.

1. Waarom nu een belastinghervorming?

Wie naar zijn loonbrief kijkt, ziet telkens de grote kloof tussen het bruto¬bedrag en het nettobedrag dat op de rekening belandt. Wat daartussen zit, verdwijnt gaat als sociale bijdragen en belastingen naar de overheid. Met zijn hoge belastingdruk op arbeid staat België jaar na jaar bovenaan op de rankings. Elke politicus – van links tot rechts – vindt dat werken lonender moet worden. Daarom staat in het regeerakkoord gestipuleerd dat deze regering een brede fiscale hervorming zou ‘voorbereiden’.

Goed een jaar geleden kwam minister van Financiën Vincent Van Peteghem (CD&V) met zijn blauwdruk voor een fiscale hervorming met 2030 als horizon. Maar bij de begrotingsopmaak in oktober werd ¬beslist om deze bestuursperiode toch al effectief een eerste stap te zetten, met ingang vanaf verkiezingsjaar 2024. Het plan daarvoor presenteerde Van Peteghem in maart. Strikt genomen springt de regering altijd verder dan haar regeerakkoord, wat er ook uit de bus komt. Maar ondertussen is het verwachtingspatroon zo groot – De Croo sprak zelf van een prioriteit – dat een minihervorming als een mislukking gezien zal worden.

2. Wat ligt er op tafel?

Het uitgangspunt van de gesprekken is nog altijd de nota-Van Peteghem van maart. Met drie fiscale maatregelen – het optrekken van de belastingvrije som, het schuiven met het belastingtarief van 45 procent en een ruimere werkbonus – zou elke werkende vanaf volgend jaar op jaarbasis minstens 835 euro extra netto op de rekening moeten krijgen. Aan de totale korting hangt een prijskaartje van meer dan 5 miljard  €.

Maar de bloedrode begroting laat niet toe om zomaar belastinginkomsten op te geven. Daarom rekent Van Peteghem op extra inkomsten uit andere belastingen om de belastingen op de lonen te kunnen verlagen. Zo staat in de plannen een hervorming van de btw, waardoor de huidige verlaagde tarieven van 6 en 12 procent geharmoniseerd worden tot 9 procent. Daar¬door zal bijvoorbeeld vlees en zuivel wat duurder worden. Op groenten en fruit, geneesmiddelen en openbaar vervoer zou de btw wel wegvallen. Op elektriciteit, gas en water blijft de btw op 6 procent. Daarnaast wordt een hele rist weinig gebruikte aftrekposten geschrapt. Om de vermogenden te laten bijdragen wordt de effectentaks verdubbeld (nu bedraagt die 0,15 procent op effectenrekeningen boven 1 miljoen euro) en ook naar de onder¬nemingen wordt gekeken om hun deel bij te dragen.

Belangrijk is dat Van Peteghem voor 20 procent van de financiering rekent op zogenoemde terugverdieneffecten. De verwachting is dat door de lagere belastingen meer mensen gaan werken. Dat betekent extra belastinginkomsten en minder uitkeringen. Daarnaast zullen de regio’s de belastingverlaging voor zo’n miljard euro voelen. In onze federale staat vloeit immers een kwart van de personenbelasting naar de regio’s.

3. Hoe groot is de kans op slagen?

Dat de hervorming nodig is en alleen toegespitst is op de werkenden, daar is amper discussie over. Maar hoewel de grootste taboes – zoals een meerwaarde¬belasting op aandelen – niet in dit voorstel zitten, steekt iedereen de stekels op nu puntje bij paaltje komt.

Zo vinden de socialisten en groenen dat het gros van de belastingverlaging naar de lagere lonen moet gaan. De hervorming moest dus herverdelend werken, terwijl CD&V en de liberalen ook op de ruime middenklasse mikken. De ‘meer-netto¬calculator’ die CD&V lanceerde om de hervorming te promoten, toont dat iemand met een bruto maandloon van 2.000 euro er op jaarbasis netto 835 euro op vooruit zal gaan. Maar voor iemand met een brutoloon van 6.000 is dat 1.513 euro. Logisch, vindt Van Peteghem, want de hogere inkomens zullen ook meer bijdragen aan de financiering van de belastingverlaging op de lonen.

Door rekening te houden met een terugverdieneffect is er geen sprake van een taxshift of belastingverschuiving, maar van een kleine taxcut. Voor de liberalen, met MR-voorzitter Georges-Louis Bouchez op kop, is die taxcut veel te klein. Hij wil aan de belastinghervorming dan ook een arbeidsmarkthervorming koppelen om zo nog meer mensen aan het werk te krijgen. Maar dat is een brug te ver voor de socialisten en de groenen. De socialisten vinden dat de terugverdieneffecten in de eerste plaats moeten dienen om de begroting verder te saneren, want in het najaar gaat Vivaldi op zoek naar nog eens 1,2 miljard euro voor de begroting van 2024. Bovendien wil de PS – met ministers-presidenten in Wallonië en Brussel – absoluut niet dat de factuur voor een stuk bij de regio’s terechtkomt

En dan zijn er de individuele maatregelen. Terwijl Bouchez absoluut niet wil weten van een verdubbeling van de effectentaks, pleit links voor de invoering van een vermogensbelasting. De btw-hervorming in de plannen stuit dan weer op verzet bij links en de MR. No way dat PS-vicepremier Pierre-Yves Dermagne nu zou toelaten dat de winkelkar duurder wordt. Anderzijds willen de liberalen niet weten van maat¬regelen die de ondernemingen treffen en pleiten ze zelfs voor een pakket dat hun competitiviteit aanzwengelt. De groenen willen dan weer van de gelegenheid gebruikmaken om te beginnen schuiven met accijnzen, weg van elektriciteit naar fossiele brandstoffen.

Daarbij komt de vraag hoe Alexander De Croo zich in de onderhandelingen zal opstellen na de slechte peilingen voor Open VLD: als de premier die zijn nek uitsteekt om het compromis te vinden of als liberaal boegbeeld dat de liberale belangen verdedigt?  Bron: De Standaard

Ondersteuning voor gehandicapten werkt stroef

Aan minister Crevits: “Met een half ondersteuningsbudget geraak ik als persoon met een handicap nergens”

“Met een half ondersteuningsbudget geraak ik als persoon met een handicap nergens”, stelt Herman Hillen in deze open brief aan minister Hilde Crevits. Hij kijkt ook breder dan zijn eigen situatie en vraagt de minister naar haar plannen: zal ze haar verantwoordelijkheid nemen en het experiment tot een goed einde brengen? Of schuift ze die door naar de volgende minister?

Ik verblijf al zes jaar noodgedwongen in een rusthuis. Het was de enige plek waar ik terecht kon na een ongelukkige val waardoor mijn ondersteuningsnood plots danig verzwaarde. Een betaalbare en toegankelijke woonst vinden is al geen sinecure. Maar zonder een budget om de nodige ondersteuning te betalen heeft het geen zin te zoeken. En dat persoonvolgend budget (PVB), daar heb ik volgens het VAPH recht op, maar wacht ik al zes jaar tevergeefs op. Zoals zovelen sta ik zorgvuldig geparkeerd op de wachtlijst, zonder einddatum.

Ik heb me mijn hele actieve leven ingezet en verantwoordelijkheid genomen als Openbaar Ambtenaar, en bijgedragen aan de sociale zekerheid. Met een handicap elke ochtend gaan werken is veel zwaarder dan men denkt. Ik heb jarenlang een beetje kunnen sparen. Sinds een aantal jaren leef ik van een bescheiden pensioen.

“Zonder PVB zie ik me verplicht hier te blijven en elke maand een bedrag te betalen dat een pak hoger ligt dan mijn pensioen”

Met mijn PVB zou ik stappen kunnen zetten om een woonst te zoeken en de nodige ondersteuning in te kopen. In mijn huidige situatie echter, zonder PVB, zie ik me verplicht hier te blijven en elke maand een bedrag te betalen dat een pak hoger ligt dan mijn pensioen. Het gevolg is dat mijn spaargeld op is en dat ik naar het OCMW moet trekken.

Ik heb in december na zes jaar op de wachtlijst toegang gekregen tot de helft van mijn PVB. Correctie: minder dan de helft, want het is ook nog, net zoals bij velen anderen, verminderd door de “actualisering”. U en uw regering blijken daar jaarlijks 4 miljoen euro mee te besparen werd berekend en werd gepubliceerd op de site van GRIP vzw. Een besparing terwijl duizenden mensen er behoorlijk op achteruitgingen vind ik heel bedenkelijk. U draaide echter die actualisering nog niet terug. Maar goed, in deze brief gaat het me vooral over de halvering van mijn PVB. Ik mocht meedoen aan uw experiment. Hoera, ik kreeg toegang tot een deel van mijn budget. De bedoeling van het experiment deelbudgetten is kijken of mijn dringendste noden gelenigd kunnen worden.

Mijn dringendste nood, mevrouw de minister, is momenteel niet naar het OCMW hoeven. Dat zou kunnen als ik niet zoveel moest betalen elke maand aan het woonzorgcentrum. Oke, ik kan verstaan dat ik de kosten voor de kamer en eten moet betalen. Maar zorg en ondersteuning die te maken hebben met mijn handicap zou ik niet uit eigen zak moeten betalen, of wel misschien?

Met PVB kan je volgens de wetgeving alvast theoretisch gezien de zorgkosten in een woonzorgcentrum betalen. Dat klinkt mooi. Op korte termijn zou dat er al voor zorgen dat ik niet verder verarm.

“Het halve budget is dus een maat voor niets voor mij”

Maar die mooie theorie is niet haalbaar in de praktijk. Je hangt als budgethouder af van de goodwill van het woonzorgcentrum. Dat zou moeten afzien van de ‘gewone’ rusthuisfinanciering van mijn zorg. Ze moeten, hoe dat heet, van ‘binnen contingent’ overschakelen naar ‘buiten contingent’. Het heeft maanden geduurd eer ik daar helderheid over kreeg. Ik zou de directeur van het woonzorgcentrum eigenlijk op mijn knieën moeten smeken of ze alsjeblieft ‘buiten contingent’ willen gaan, de zorg- en woonkosten splitsen in twee facturen, zodat ik met mijn PVB de zorgfactuur kan betalen. Dat kreeg ik een paar maanden geleden door. Zelfs als het woonzorgcentrum akkoord zou gaan en bij mij zou overschakelen naar ‘buiten contingent’, dan nog zou ik na een aantal maanden geen PVB meer hebben om het te betalen. De bijstandsorganisatie waar ik lid van ben, deed hierrond een inschatting.

Het halve budget is dus een maat voor niets voor mij. Zonder een volwaardig PVB kan ik het sowieso vergeten om nog ooit uit het woonzorgcentrum te geraken. Een half PVB is gewoon ontoereikend om mijn zorgkosten te betalen als ik elders zou kunnen gaan wonen. En ondertussen kan ik als budgethouder het woonzorgcentrum niet verplichten om in mijn geval de zorgkosten te laten betalen door PVB, de moeite te doen om de zorg- en de woonfactuur te splitsen. De positie van de budgethouder ten opzichte van de zorgaanbieder is heel zwak. De theorie ziet er rooskleuriger uit dan de praktijk.

Als klap op de vuurpijl heb ik vernomen dat ik zal gevraagd worden om constructief mee te werken aan een onderzoek. Het zal me worden aangeraden om deel te nemen, want hoe meer mensen de bevraging invullen, hoe meer inzicht u krijgt in de effecten van het halve budget.

Ik voel mij een proefkonijn en ik begrijp niet wat de bedoeling is van dat onderzoek en wat u verwacht te weten te komen. Zal u concluderen dat mensen beter af zijn met een half budget dan met geen budget? Zal u concluderen dat mensen overleven met een half budget? Wil u de inschalingsprocedure aanpassen zodat mensen in het vervolg veel lagere budgetten krijgen?

“U weet dat ik een van de mensen ben die naar de rechtbank is gestapt om het recht op een volledig budget te verdedigen”

Mevrouw de minister, bij deze laat ik u nogmaals weten dat ik nog altijd mijn volledige budget nodig heb. U weet dat ik een van de mensen ben die naar de rechtbank is gestapt om het recht op een volledig budget te verdedigen. U werd daarover bevraagd in het Vlaams parlement. Ik verwacht van u niets meer en niets minder dan dat u uw verantwoordelijkheid opneemt en mij toegang geeft tot mijn volledige budget. Ook alle anderen hebben daar trouwens recht op, ook al zijn ze niet naar de rechtbank gestapt.

Is er geen enkel lichtpuntje met het deelbudget? Jawel, maar dit zinkt in het niets bij de dreiging van afhankelijkheid van het OCMW. Ik heb al een aantal keer een persoonlijke assistent betaald om mij te assisteren bij mijn maatschappelijke engagementen zoals voor GRIP vzw. Iemand mee hebben voor de verplaatsing, of iemand die bij online vergaderingen voor mij opschrijft wat er gezegd wordt is in mijn situatie van hardhorendheid en beperkte mobiliteit een zegen. Maar het belangrijkste deel van mijn dagelijkse ondersteuningskosten betaal ik hier in het rusthuis, noodzakelijkerwijs, uit mijn eigen inkomen en spaargeld.

Tot nu toe heb ik nog geen zorgkosten kunnen betalen in het rusthuis. Als ik aan het einde van het jaar een groot deel van mijn halve PVB niet zal hebben besteed, zal u dan concluderen dat zelfs een half PVB blijkbaar te veel is, dat ik dus geen zeker mijn volwaardige PVB niet nodig heb?

Wanneer bent u van plan om een einde te maken aan dit experiment en ons ons volledige budget te geven? Als dat onderzoek nog een goed half jaar duurt, en ze begin 2024 de resultaten bekendmaken, wat dan? Gaat u ons dan belonen voor het geduld en ons ons volledige budget geven? In juni 2024 zijn er verkiezingen. Dan bent u minister af. Het is koffiedik kijken welke politieke partij Welzijn in handen krijgt. Gaat u de deelbudgetten over de verkiezingen tillen? Wie A zegt moet ook B zeggen. U hebt het experiment gestart, u moet het ook beëindigen, vind ik.

Ik vraag u maar 1 ding: neem uw verantwoordelijkheid op. Hou mij en alle andere mensen die al lang een erkenning hebben gekregen van hun budget niet langer aan het lijntje en kom uw verplichtingen na. Wie een aanvraagprocedure doorloopt en van de overheid een erkenning krijgt recht te hebben op een budget van een bepaalde hoogte, moet dat budget ook gewoon krijgen. Dat is toch de normaalste zaak van de wereld?

Nu lijkt het eerder alsof de wachtlijsten de normaalste zaak van de wereld zijn geworden. En waar gaan we naartoe? Dat halve budgetten het nieuwe normaal worden? En dat we daar dan maar dankbaar en tevreden voor moeten zijn? En wat daarna? Dat een kwart van wat je nodig hebt om waardig in de maatschappij te leven het nieuwste normaal wordt?

Wij zijn een rijk land, het vermogen van de Belgen is zeer hoog, er worden tal van beleidsmaatregelen gefinancierd die niet rechtstreeks met mensenrechten te maken hebben. Tegelijkertijd kunnen de mensenrechten van personen met een handicap blijkbaar geschonden worden zonder problemen. Welnu, dàt is NIET normaal.

Met zeer verontruste groeten,  Herman Hillen 

Wat verandert er in juli 2023?

Wat verandert er in juli 2023?

Een nieuwe maand, nieuwe maatregelen, wijzigingen van de wetgeving, enz.

Hierbij een kort overzicht.

•             Vlaamse verkeersbelasting stijgt met 5 procent

De verkeersbelasting in Vlaanderen stijgt vanaf 1 juli met 5,2 procent. Dat is het gevolg van de jaarlijkse indexering. Vorig jaar bedroeg de toename 8,97 procent.

Wat de zogenaamde groene verkeersbelasting betreft, stijgt de minimumbelasting van 48,00 naar 50,49 euro voor auto’s die ingeschreven zijn vanaf 2016. Dat bedrag loopt nog op volgens de CO2-uitstoot, de euronorm en het brandstoftype van de auto: hoe vervuilender de auto, hoe meer de eigenaar moet betalen.

Auto’s die voor 2016 zijn ingeschreven, worden nog belast met vaste bedragen op basis van de cilinderinhoud. Ook die tarieven gaan met 5,2 procent omhoog. Zo ziet de eigenaar van een auto met een cilinderinhoud van 2 liter de verkeersbelasting oplopen van 441,84 naar 464,76 euro. Bij beide voorgaande bedragen komt nog een opdeciem van 10 procent voor de gemeente.

Volledig elektrische wagens en auto’s op waterstof zijn vrijgesteld van verkeersbelasting. Oldtimers – voertuigen die minstens 30 jaar geleden in het verkeer gebracht zijn – worden forfaitair belast tegen 99,99 euro sinds 1 januari. Die taks wordt dit jaar niet aangepast.

Bij de inschrijving van elke auto is eenmalig de belasting op inverkeerstelling (BIV) verschuldigd. Het bedrag hangt af van de milieukenmerken en de ouderdom van de wagen. Ook die taks stijgt door de jaarlijkse indexering met 5,2 procent.

•             Maestro-bankkaarten verdwijnen geleidelijk aan

Vanaf 1 juli zullen zowat tien miljoen Maestro-bankkaarten in België geleidelijk uit de omloop genomen worden. De gebruikers krijgen een Debit Mastercard in de plaats. Die kaart is beter voor online winkelen, zegt uitgever Mastercard. De overgang zal maximaal vijf jaar duren.

Maar Maestro werd ontwikkeld voor betalingen in fysieke winkels, en niet voor het digitale tijdperk. Daarom verdwijnt het systeem in Europa en vervangt Mastercard het door de Debit Mastercard. Die kaart lijkt op een kredietkaart, met als verschil dat het geld bij een betaling meteen van de rekening gaat. De kaart wordt volgens Mastercard wereldwijd breder aanvaard dan Maestro en biedt online meer mogelijkheden.

Wie een Maestro-kaart in de portefeuille heeft, moet niets doen. Als de kaart vervalt, zal de bank automatisch de nieuwe debetkaart met een ander en korter kaartnummer toesturen. De kaart blijft gekoppeld aan de zichtrekening en zal op dezelfde manier werken.

Mastercard is met Maestro een dominante speler op de Belgische markt, al heeft marktleider BNP Paribas Fortis twee jaar geleden wel de overstap gemaakt naar concurrent VISA voor zijn debetkaarten.

•             Stijging van minimumpensioenen en reeks uitkeringen

Een reeks uitkeringen wordt verhoogd vanaf 1 juli vanwege de indexering en het regeerakkoord over de welzijnsenveloppe.

Het minimumpensioen stijgt vanaf 1 juli met 2 procent, meldt het kabinet van minister van Pensioenen Karine Lalieux (PS). Dat komt overeen met een stijging met 32,74 euro bruto per maand voor een alleenstaande en met 40,91 euro voor een huishouden. De invaliditeitspensioenen voor mijnwerkers stijgen met 2,5 procent.

Volledig werklozen zien hun minimale uitkering stijgen met 1,3 procent of 21,45 euro bruto per maand voor gezinshoofden en 17,38 euro voor alleenstaanden, blijkt uit berekeningen van de christelijke vakbond. De minimumuitkeringen voor tijdelijke werkloosheid stijgen met 3,5 procent.

Ook de werkbonus, de vermindering van de persoonlijke bijdragen voor de sociale zekerheid voor werknemers met een laag loon, wordt verhoogd vanaf juli. De aanpassing hangt af van de loonschaal: het maximale bedrag van de werkbonus voor bedienden met een refertemaandloon kleiner of gelijk aan 2.013,64 euro wordt bijvoorbeeld opgetrokken tot 262,16 euro.

Uitkeringen voor ouderschapsverlof stijgen eveneens: alleenstaande ouders die voor een kind zorgen, zien hun uitkeringen stijgen met 1,2 procent, net als ouders die genieten van 1/5 tijdskrediet om voor een kind te zorgen.

De minimumuitkeringen in het kader van arbeidsongevallen en beroepsziekten stijgen met 2 procent. De minimumbedragen van de ziekte- en invaliditeitsuitkeringen stijgen tot slot met 2,5 procent voor reguliere werknemers die gezinshoofd zijn en met 2 procent voor alle andere categorieën.

•             Mannen moeten na seks met andere man nog vier maanden wachten om bloed te geven

Mannen die seks hebben met mannen kunnen vanaf 1 juli bloed geven na een wachttijd van vier maanden. Het gaat om een versoepeling: tot nu moet er na die seksuele activiteit nog twaalf maanden gewacht worden.

Tot enkele jaren geleden mochten mannen die seks hebben met mannen geen bloed geven. Dat moest het risico verkleinen dat patiënten besmet zouden raken met bloedoverdraagbare infectieziekten, zoals hiv. In 2017 kwam er een versoepeling, waarbij die mannen wel bloed mogen geven indien ze twaalf maanden lang geen seksuele betrekkingen met een man hebben gehad. Die wachttijd wordt nu ingekort tot vier maanden.

•             Fiscaal voordeel voor bedrijfswagens op benzine en diesel wordt afgebouwd

De fiscale aftrekbaarheid voor nieuwe bedrijfswagens met een verbrandingsmotor wordt vanaf 1 juli afgebouwd. Met die maatregel wil de regering het wagenpark verder vergroenen. Alleen bedrijfswagens zonder CO2-uitstoot (elektrisch of op waterstof) blijven 100 procent aftrekbaar tot 1 januari 2027, nadien wordt ook hun aftrek geleidelijk aan afgebouwd.

Voor bedrijfswagens die aangeschaft werden voor 1 juli verandert er niets. De kosten blijven in dezelfde mate aftrekbaar. Voor personenwagens op fossiele brandstof (benzine, diesel, lpg of cng) die aangeschaft zullen worden tussen 1 juli en 31 december 2025 wordt de aftrekbaarheid afgebouwd. Voor auto’s die op fossiele brandstof rijden, zal er na 31 december 2025 geen fiscale aftrek meer zijn.

Voor bedrijfswagens die pas na 1 juli 2023 worden aangekocht, stijgt bovendien de CO2-solidariteitsbijdrage. Hoeveel die stijging inhoudt, hangt af van het brandstoftype en de CO2-uitstoot van de wagen.

•             Veranderingen aan 16.000 bushaltes van De Lijn

Op 1 juli start de eerste grote fase van de uitrol van de basisbereikbaarheid bij de Vlaamse openbaarvervoermaatschappij De Lijn. Daarbij kunnen haltes afgeschaft of verplaatst worden, frequenties veranderen of nieuwe lijnnummers verschijnen.

De basisbereikbaarheid is een nieuw systeem van openbaar vervoer, dat werkt met lagen. De ruggengraat is het treinnet. Dat wordt gevolgd door het kernnet: bussen en trams die grote woonkernen en handelscentra, ziekenhuizen… met elkaar verbinden. Bussen tussen kleinere steden en gemeenten vormen het aanvullende net, en ten slotte is er het vervoer op maat (buurtbus, collectieve taxi’s, deelsystemen…) voor bepaalde weinig bevolkte plaatsen of bepaalde momenten van de dag.

Op 1 juli is er een eerste moment waarop de veranderingen zichtbaar worden voor de gebruikers. “Aan zowat 16.000 bushaltes moeten er aanpassingen gebeuren”, zei directeur-generaal Ann Schoubs onlangs nog. Sommige haltes verdwijnen, aan andere moeten nieuwe lijnnummers komen of nieuwe doortochttabellen. Ook twaalf haltes van de kusttram krijgen een nieuwe naam.

Reizigers kunnen op de website of in de app van De Lijn checken welke veranderingen er zijn voor hun reis. Hier is ook een overzicht van de veranderingen per gemeente te vinden.

Later volgen nog fases. In januari 2025 moet de hele operatie rond zijn. In totaal zal ongeveer 40 procent van de reistrajecten worden aangepast. “Dat betekent dat zowat twee derde van het net een grote of kleine verandering ondergaat”, zei Schoubs eerder.

•             Proximus verhoogt op 1 juli een aantal van zijn tarieven.

Het telecombedrijf verwijst naar de gestegen kosten voor onder meer lonen, energie en apparatuur.

Een aantal Flex-packs, die verschillende diensten combineren, worden bijvoorbeeld 3 euro per maand duurder. De abonnementen voor vast internet ‘Internet Maxi’ en ‘Internet Maxi Fiber’ worden 1 euro per maand duurder.

•             Defibrillator verplicht bij alle voetbalclubs in Vlaanderen

Vanaf 1 juli moeten alle voetbalclubs een automatisch externe defibrillator (AED) ter beschikking hebben op hun voetbalterreinen. Volgens Voetbal Vlaanderen heeft veruit de meerderheid van de clubs al een AED-toestel. De verplichting komt er om de laatste twijfelaars over de streep te trekken.

De verplichting geldt vanaf de start van het voetbalseizoen op 1 juli 2023 en en wordt opgenomen in de criteria van de terreinkeuringen. “We sensibiliseren hier al zo’n zes jaar rond”, zegt woordvoerder Nand De Klerck. “De meeste clubs hebben er dus al een. Bovendien speelt zo’n 90 procent van al onze clubs in infrastructuur van lokale overheden. Daar is sowieso een AED aanwezig, zij zijn dus al in orde. Het gaat over een heel kleine groep die we nog moeten overtuigen. Naar schatting gaat het slechts om zo’n 120 clubs op een totaal van ongeveer 1.200.”

Clubs kunnen een tegemoetkoming krijgen van 500 euro wanneer ze via Voetbal Vlaanderen een AED-toestel aankopen. De federatie helpt ook om de bijbehorende opleidingen te geven aan de clubs.

Volgens het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg sterven in ons land jaarlijks ongeveer tien sporters jonger dan 25 door hartfalen. Door tijdig in te grijpen met een AED-toestel verhoog je de overlevingskans tot wel 70 procent.

•             Sociaal tarief elektriciteit daalt, aardgas stijgt

Vanaf 1 juli dalen de sociale tarieven voor elektriciteit gemiddeld 15,9 procent in vergelijking met het voorgaande kwartaal. Daarmee zitten de sociale tarieven voor stroom op het laagste niveau in twee jaar tijd. Dat is in lijn met de commerciële tarieven. Het sociaal enkelvoudig tarief voor elektriciteit bedraagt vanaf juli 22,238 cent per kilowattuur, inclusief btw.

Het sociaal tarief voor aardgas stijgt met 9,5 procent in vergelijking met het voorgaande kwartaal. Zonder het sociaal tarief zou de tariefstijging 19 procent bedragen. Het sociaal tarief bedraagt nu 4,471 cent per kilowattuur, inclusief btw.

Het sociaal tarief is een verminderd tarief voor mensen met een laag inkomen. Vanaf 1 juli kunnen overigens een half miljoen mensen niet meer van dat sociaal tarief genieten. Ze vallen terug op de commerciële markt. Dat komt doordat het uitgebreide sociaal tarief, dat in 2021 werd ingevoerd, vervalt. Leveranciers zijn wel verplicht om vanaf 1 juli het op dat moment goedkoopste product toe te passen voor die klanten, en dit voor een periode van drie maanden.

•             Verbod op gokreclame van kracht, juridische procedures lopen nog

Gokreclame op tv, radio, websites en affiches, in tijdschriften of kranten mag vanaf 1 juli niet meer. Het verbod erop is deel van het gevecht tegen het aantal gokverslaafden in België, later zal ook sponsoring van sportclubs door gokbedrijven aan banden gelegd worden. Sectoren die zullen lijden onder het verbod trokken ermee naar de rechter.

Minister van Justitie Vincent Van Quickenborne (Open Vld) lanceerde de plannen in het voorjaar van 2022 als antwoord tegen het toenemend aantal gokverslaafden in België. Binnen de regering was coalitiepartner MR, met voorzitter George-Louis Bouchez op kop, een grote tegenstander van het verbod. Ondertussen werkt de Kamercommissie Justitie aan een totaalverbod op gokreclame, die in eerste lezing werd goedgekeurd.

Vanuit de gok- en sportsector klinkt er kritiek op het verbod. Volgens hen stuurt zo’n verbod mogelijke kwetsbare fans naar een onveilig aanbod van niet-erkende aanbieders. Een vereende sportsector trok samen naar de rechtbank.

Elke dag verdwijnt een voetbalveld aan Vlaams bos

Elke dag verdwijnt een voetbalveld aan Vlaams bos

Ondanks grote politieke ambities en inspanningen op vlak van bosuitbreiding, blijft het dweilen met de kraan open, zeggen Bos+ en Greenpeace in een nieuw rapport. Er wordt nog steeds veel ontbossing vergund, er is onvoldoende compensatieplicht en bovendien scoort jonge bosaanplant minder goed op het vlak van CO2-opslag en biodiversiteit. 

Het nieuwe rapport ‘Ontbossing in Vlaanderen: onze bossen op wandel’ van BOS+ en Greenpeace probeert een aantal onderliggende dynamieken bloot te leggen die een grote impact hebben op de oppervlakte en de kwaliteit van onze bossen in Vlaanderen.

Daaruit blijkt dat dagelijks een voetbalveld aan bos verdwijnt in Vlaanderen. In de voorbije twintig jaar werd zo meer dan 5000 hectare bos gekapt.

Stedelijk groen

Belangrijk is dat 31 procent van de oppervlakte bos en aaneengesloten groen in Vlaanderen “zonevreemd” is, en daardoor ruimtelijk bedreigd. In de praktijk leidt dat ertoe dat ontbossing in harde bestemmingen zoals woon-, industrie- en recreatiegebied vlot vergund wordt door lagere overheden en dat er nadien vooral gecompenseerd wordt in zachtere bestemmingen zoals landbouwgebied en groene bestemmingen.

Stedelijke bossen zijn het meest bedreigd: in de bebouwde omgeving was er in de loop van de voorbije twintig jaar een netto afname van bos en aaneengesloten groen van maar liefst 10 procent.

Versnippering

En tot slot zijn de Vlaamse bossen erg versnipperd. Meer dan de helft van onze bossen is kleiner dan 2,5 hectare en amper 2 procent van onze bossen is groter dan 100 hectare. De studie wijst bovendien op een trend van steeds grotere versnippering.
“De dynamieken die het rapport blootlegt tonen aan dat er de voorbije jaren, ondanks grote inspanningen voor bosuitbreiding, nog te weinig stappen werden gezet voor de betere bosbescherming die we zo dringend nodig hebben”, zegt Laure De Vroey van BOS+.

“Door de vele uitzonderingen op het ontbossingsverbod en het gebrek aan een juridische bescherming voor zonevreemde bossen wordt ons Vlaams bosgebied dossier per dossier opgepeuzeld door andere ruimtelijke bestemmingen. Het feit dat de gemeenten en provincies een cruciale rol spelen in het vergunnen van ontbossing en daar door de gemeentefinanciering eigenlijk vaak financieel bij winnen, zorgt voor een versnipperd beleid dat de druk op onze schaarse bossen onaanvaardbaar hoog houdt.”

Boscompensatie is zwaktebod

Vlaanderen kent een mechanisme voor boscompensatie, met als basisidee dat het bosareaal minstens in evenwicht moet gehouden worden, en liever nog te laten groeien. Maar in de praktijk blijkt dat evenwicht, nog niet bereikt, zeggen Greenpeace en Bos+. Door een aantal belangrijke vrijstellingen op die compensatieplicht, valt die balans ook vandaag nog negatief uit.

“De aanhoudende bosvernietiging zorgt voor een kwaliteitsverlies in onze Vlaamse bossen: de bossen die nieuw worden aangeplant als compensatie zorgen voor verjonging en versnippering”, zegt expert Filip Verbelen van Greenpeace.

“Dat is alarmerend nieuws want de bescherming van oude bestaande bossen draagt op korte termijn veel meer bij aan het behoud van biodiversiteit en opslag van koolstof dan het aanplanten van nieuw bos. De vernietiging van oude bossen kan onmogelijk gecompenseerd worden door het aanplanten van jonge bomen elders. Net daarom moet de bescherming van deze ecologisch meest waardevolle bossen een beleidsprioriteit worden.”

Bron: DeWereldMorgen.be

Malaise in het onderwijs: “We worden aan ons lot overgelaten”

Het is nu al jaren dat het onderwijsveld op zijn tandvlees zit. De belangrijkste kwalen zij gekend: lerarentekort en dalende onderwijskwaliteit. Minister Weyts is niet in staat of bereid om dit grondig aan te pakken. We gingen ons oor te luister leggen op de werkvloer.

Het is eind juni en de grote vakantie wenkt. En maar goed ook. Voor veel leerkrachten en directieleden was het – andermaal – een slopend schooljaar. Leerkrachten en directies gaven dit schooljaar weer het beste van zichzelf, maar een snelle rondvraag leert dat de meesten vermoeid zijn. Ze zijn op en kijken reikhalzend uit naar het einde van het schooljaar en de vakantie.

Recente onderzoeken bevestigen dit. Liefst 45 procent van de leraren zit tijdens de werkdag in overlevingsmodus, 55 procent ervaart vaak stress door school en 63 procent voelt zich leeg op het einde van de schooldag. De hoge werkdruk eist zijn tol. Eén op twee leerkrachten is bang om uit te vallen, en één op drie riskeert ook daadwerkelijk een burn-out.

Lerarentekort

De druk op het mentaal welzijn van het onderwijspersoneel heeft in de eerste plaats te maken met het lerarentekort. Dat heeft ondertussen ontoelaatbare proporties bereikt. Er is daar bij ouders veel bezorgdheid over omwille van de gevolgen voor hun kinderen. Maar buitenstaanders beseffen niet altijd goed wat dit betekent voor een school zelf.

Om te beginnen was de start van het nieuwe schooljaar op dat vlak nog nooit zo problematisch als dit jaar. Eind augustus was de helft van de scholen nog op zoek naar leerkrachten. Directeurs waren zo radeloos dat ze zelfs TikTok-filmpjes maakt om potentiële leerkrachten te verleiden.

Het tekort laat zich echter vooral voelen tijdens het schooljaar. Het wordt hoe langer hoe moeilijker om interims te vinden. Volgens de VDAB geraken tussen de 2.500 en 3.000 jobs niet ingevuld. En die cijfers zijn nog een onderschatting.

Scholen doen er alles aan om de gaten te vullen en zoveel mogelijk nieuwe leerkrachten aan te trekken, maar dat legt een enorme druk op een school. Een directrice vertelt dat ze zich vaak meer een interimbureau voelt dan een schooldirecteur. De tijd die de directie daaraan moet besteden kan niet naar andere, belangrijke zaken gaan.

Geen leerkracht betekent geen les. “Het is dan kiezen tussen de pest en de cholera”, vertelt een directeur. “Ofwel doen we een beroep op collega’s om wat extra uren te geven, maar die kreunen al onder de zware werkdruk, en we willen niet dat er nog meer collega’s uitvallen. Ofwel moeten de leerlingen naar de studie of naar huis”.

Het gevolg is dat er heel wat lessen sneuvelen. Een studiemeester van een grote school vertelt dat er dagen zijn dat tot een vierde van de klassen studie krijgt of naar huis mag. Dat is helaas geen uitzondering meer. Andere scholen experimenteren met digitaal lesgeven of zetten klasgroepen samen. En in heel wat scholen staat een directielid gedurende een aantal uren voor de klas.

De inzet van de leerkrachten en directieleden is hier vaak bewonderenswaardig, maar het is dweilen met de kraan open. In liefst vier op de tien scholen werden er examens afgeschaft omdat er voor die vakken onvoldoende les werd gegeven.

Het lerarentekort heeft nog een ander negatief effect. Door de schaarste kunnen leerkrachten nu om het even waar terecht en kunnen ze dus jobhoppen. Daardoor ontstaat een groot verloop en verliest de school continuïteit. Bij navraag kwam ik in de provincie Antwerpen een school tegen met 25 starters dit schooljaar, dat is één op zeven van het korps.

Door die schaarste geven ook veel startende leraren vakken waarvoor ze niet opgeleid zijn. Bovendien kunnen zij bij hun aanwerving ook gemakkelijker eisen stellen, bijvoorbeeld op het vlak van uurroosters. Anders gezegd, directies kunnen niet echt meer kiezen wie ze willen aanwerven en moeten tevreden zijn met wat ze aangereikt krijgen.

Dat is niet bevorderlijk voor de onderwijskwaliteit en ook niet voor de samenhang van het lerarenkorps.

Het lerarentekort versterkt tenslotte ook de segregatie. Scholen met veel kwetsbare leerlingen trekken minder gemakkelijk starters aan. In die scholen laat zich het lerarentekort dan ook sterker voelen. Dat betekent dat uitgerekend de leerlingen die het meest nood hebben aan een goede omkadering er ook het meest van verstoken zijn.

Onderwijskwaliteit

En dat brengt ons bij een tweede belangrijk pijnpunt: de dalende kwaliteit van het onderwijs. De resultaten van recente onderzoeken zijn, ondanks het gesus van Weyts, dramatisch. Op het vlak van begrijpend lezen zijn Vlaamse leerlingen uit het 4de leerjaar heel sterk achteruit gegaan. We zitten nu op het niveau van landen als Albanië en Cyprus.

In vergelijking met leerprestaties in andere Europese landen stonden we ooit aan de top, maar jaar na jaar tuimelen we in de rankings naar beneden. De terugval gebeurt ook alsmaar sneller, zeker voor Nederlands, Frans en wiskunde. In vergelijking met 2019 is er nu voor een twaalfjarige bijvoorbeeld een leerachterstand van bijna een half jaar.

Die dalende tendens is al langer bezig, maar het lerarentekort versterkt die neergang nog meer. Lieven Boeve, topman van het katholiek onderwijs benadrukt dat “we een hoge prijs betalen voor ons lerarentekort”.

Een onderwijzer illustreert dit met de situatie in zijn school. Door het lerarentekort vond men dit jaar geen zorgcoördinator. Als je dan voor een klas staat van meer dan twintig leerlingen is het onmogelijk om alle leerlingen individueel op te volgen en de gepaste zorg te geven.

“Je moet je dan beperken tot de meest prioritaire zorg. Dat is heel confronterend en frustrerend, want je wil alle leerlingen zo goed mogelijk helpen. Zo kom je gemakkelijk in een vicieuze cirkel terecht. Je voelt je schuldig omdat het je niet lukt. Daardoor heb je minder energie en begin je af te tellen naar het einde van de dag of van het schooljaar. Je maakt dan nog gemakkelijker fouten, waardoor je je nog slechter voelt. Enzovoort.”

Het verklaart in een notendop het verband tussen het lerarentekort, de hoge kans op burn-out en de dalende onderwijskwaliteit. Een pervers effect hiervan is dat steeds meer leerlingen hun toevlucht (moeten) zoeken tot private bijlessen. Volgens een recente studie van KU Leuven zegt vier op de tien leerlingen van de middelbare scholieren uit de tweede en derde graad aso en tso dat ze ooit betaalde bijles hebben gevolgd.

Excelleren dus voor wie het kan betalen.

Een Marshallplan is nodig

Om zowel het lerarentekort aan te pakken als de dalende onderwijskwaliteit heeft onderwijsminister Ben Weyts een aantal maatregelen uitgevaardigd. Wat het lerarentekort betreft, gaat het over het uitbreiden van de anciënniteit van zij-instromers en het invoeren van de ‘gastleraar’ en de ‘leraren-specialist’. Om de dalende onderwijskwaliteit tegen te gaan is er de centrale toets en de Koalatest en zijn er de nieuwe eindtermen.

Enkele van die maatregelen hebben iets opgeleverd. Zo zijn er een pak meer zij-instromers, en kennen de lerarenopleidingen opnieuw meer inschrijvingen. Maar in het geheel genomen zijn de maatregelen ontoereikend of op bepaalde punten zelfs contraproductief.

Volgens een onderwijzer “is er onder het onderwijspersoneel een algemene consensus dat wij aan ons lot overgelaten worden. Krachtige maatregelen die nodig zijn om het schip niet verder te laten zinken, dat zien we niet”.

“Weyts lanceert de ene maatregel na de andere. Ze zijn niet overlegd, weinig doordacht en ook niet gedragen door het personeel”, aldus een directeur. “Zo los je de malaise niet op.”

Volgens een leerkracht secundair onderwijs laat “de invoering van de leraren-specialist zien dat Weyts niet weet wat er leeft op de werkvloer en hoe erg de situatie is. Die maatregel zaait alleen maar verdeeldheid en het zal het engagement van vele collega’s onder druk zetten.” “Wat ben je met 250 euro extra als je voor elke vakantie tegen een burn-out aanloopt?”, aldus onderwijzer Senne Heremans, lid van de leraarskamer van Knack.

Voor de mensen op het veld is het duidelijk dat het onderwijs in stormweer zit en dat een soort Marshallplan nodig is om het tij te keren. Van Weyts moeten we dat niet verwachten: “Mijn voorgangers hebben zo’n groot pact geprobeerd en het bleek de beste garantie op een mislukking. Met zo’n allesomvattende Staten-Generaal organiseer je alleen maar kladderadatsch.”

Voor de N-VA, die bij de regeringsvorming het onderwijsdepartement claimde is het lerarentekort kennelijk geen prioriteit. Het kwam zelfs niet eens voor in de startnota voor de formatie van De Wever in augustus 2019.

Dat ouders in toenemende mate hun toevlucht moeten zoeken tot private bijlessen, dat de kloof tussen sterke en zwakke scholen groeit, en dat leerkrachten met het invoeren van de leraren-specialist tegen elkaar worden opgezet, past in elk geval in de harde neoliberale logica van de N-VA, gericht op individualisme, competitie en concurrentie. Het zijn symptomen van een sluipende privatisering van het onderwijs.

Weyts heeft geluk dat hij op het einde van dit schooljaar geen rapport hoeft te krijgen van het onderwijskorps. In het beste geval zou het een B-attest zijn: ‘gelieve van richting te veranderen’.

Bron: DeWereldMorgen.be