Het nieuwe schooljaar begint met lerarentekort

Op papier zijn er genoeg leerkrachten actief, maar toch is er een lerarentekort: “Goed opgeleide leerkrachten worden niet efficiënt ingezet”, stelt onderwijsexpert Van Damme.

Op papier zijn er volgens de Europese instanties OESO en Eurostat genoeg leerkrachten actief in België. Toch krijgen directeuren hun opdrachten niet gevuld en brengen leerlingen veel tijd door in de studie. Hoe valt dat te rijmen? “Er zijn veel goed opgeleide leraren in België, maar die worden niet efficiënt ingezet”, meent onderwijsexpert Dirk Van Damme. “Bovendien worden leraren te zwaar belast en laten scholen zich leiden door financiële prikkels.”

Er blijft een structureel tekort aan leerkrachten in het basis- en secundair onderwijs, zo blijkt: op de website van de VDAB staan nog steeds opvallend veel vacatures open voor leerkrachten. Toch zijn er op papier voldoende leerkrachten aan de slag in België om alle leerlingen van onderwijs te voorzien. Dat blijkt uit data van de Europese Organisatie voor Economische samenwerking en ontwikkeling (OESO) en Eurostat, het directoraat-generaal van de Europese Unie belast met het opmaken van statistieken.

“België heeft een van de beste ratio’s van alle OESO-landen,” bevestigt onderwijsexpert Dirk Van Damme in “De ochtend” op Radio 1. “Per 9 leerlingen is er 1 leerkracht in het secundair onderwijs. Maar die verhouding vertaalt zich niet in de klassen.” Waar loopt het dan mis, volgens Van Damme? “De grote poel aan goed opgeleide leraren wordt niet efficiënt ingezet. Leerkrachten komen niet terecht op de plekken waar ze de meeste waarde kunnen opleveren.”

Taaie nettenstructuur

Het onderwijsbouwwerk is inefficiënt, meent hij. “Er zijn veel dunbevolkte richtingen en veel richtingen overlappen elkaar ook.” Dat probleem signaleerde ook Vooruit-voorzitter Conner Rousseau in “De afspraak op vrijdag”: “Drie verschillende leerkrachten die Grieks geven aan een handvol leerlingen moeten worden samengebracht in één klas, zo spaar je twee leerkrachten uit.”

De huidige onderwijsstructuur laat dat niet zo gemakkelijk toe. Het Vlaams onderwijs bestaat uit drie onderwijsnetten met telkens minstens een onderwijskoepel. Dat levert een verzuild of ‘vernet’ landschap op: het gemeenschapsonderwijs (GO!), het gesubsidieerd officieel onderwijs zoals het stedelijk of provinciaal onderwijs en het gesubsidieerd vrij onderwijs met de katholieke scholen. “Die taaie nettenstructuur,” stelt Dirk Van Damme, “houdt tegen dat leerkrachten hun opdracht bijvoorbeeld invullen op verschillende scholen waar er nood is. Ze zijn aangesloten aan een net en kunnen niet zomaar ingeschakeld worden in een ander net.”

Die inefficiënte organisatie moeten we durven aanpakken, ondanks de taaie structuren, vindt Van Damme. “Het kan niet zijn dat we leerkrachten genoeg hebben, maar dat leerlingen in de studie zitten omdat we vasthouden aan dat driedubbele aanbod.” Zo oppert de onderwijsexpert bijvoorbeeld een ‘richtingenruil’: “De ene school kan een richting opgeven aan een andere school, in ruil voor een andere opleiding. Onderling kunnen scholen, tussen de netten heen, gemakkelijk zulke afspraken maken.”

Economische logica

Toch is het niet alleen de verzuilde structuur die het onderwijs in de problemen werkt. Een sterke marktlogica werkt ook het onderwijs in de hand. “Scholen krijgen subsidies op basis van het aantal leerlingen dat ingeschreven is”, licht Van Damme toe. “Door die financiële prikkels en de concurrentie die daarbij komt kijken, proberen scholen kleine richtingen in stand te houden. Die eisen veel uren op die ze veel beter elders zouden investeren.”

Door de financiële prikkels en de concurrentie die daarbij komt kijken, proberen scholen kleine richtingen in stand te houden.

Dirk Van Damme, onderwijsexpert

Bovendien liggen de zogeheten rationalisatienormen laag, vindt Van Damme. Die normen bepalen hoeveel leerlingen er minstens nodig zijn om een richting te behouden. “De overheid zou die normen kunnen optrekken.” De verantwoordelijkheid ligt echter niet alleen bij de overheid, meent de onderwijsexpert. “Ook de netten en koepels die al jaren het politieke beleid op het matje roepen, moeten zelf hun verantwoordelijkheid nemen en samen mee de moeilijke oefening maken.”

Bureaucratisch belast

Ten slotte staan leraren in België te weinig uren voor de klas. Internationaal vergeleken staan we zelfs onder het OESO-gemiddelde. Moeten we die lesuren dan gewoon optrekken? Dat zal weinig uithalen als je niets verandert aan alle werkbelasting daarrond, zegt Van Damme. “De vorige legislatuur van Hilde Crevits (CD&V) toonde met een studie duidelijk aan dat leerkrachten te hard belast worden met papierwerk. Als je het aantal uren voor de klas zou optrekken, maar die bureaucratische rompslomp niet aanpakt, zal de werklast alleen maar vergroten.” Bovendien krijgen leerlingen in België veel uren les in vergelijking met andere OESO-landen, terwijl leerkrachten relatief weinig uren voor de klas staan. “Meer uren les, leidt ook niet per se tot betere leerresultaten”, zegt Dirk Van Damme. Ook hier ontbreekt dus efficiëntie. “De eindtermen en lesplannen die leraren moeten halen, zijn erg zwaar. De leraren halen die doelstelling vaak nu al niet.” De werkdruk verlagen door administratieve taken uit handen te nemen, zou al veel helpen aan het lerarentekort.  Bron: vrt NWS

Spilindex deze maand al overschreden      

Het federaal Planbureau verwacht dat de spilindex al deze maand zal worden overschreden in plaats van in november. Daardoor zullen de sociale uitkeringen al in oktober en de wedden van het overheidspersoneel in november met 2 procent omhooggaan.

Het Planbureau heeft de inflatieverwachtingen naar boven bijgesteld: voor dit jaar van 3,9 procent naar 4,4 procent, en voor volgend jaar van 3,4 procent naar 4,1 procent. De volgende spilindexoverschrijdingen schuiven daardoor ook naar voren.

Als de prognose juist zit, zullen de uitkeringen en ambtenarenlonen twee keer worden opgetrokken volgend jaar. De spilindex zou worden bereikt in februari en juni. De maand na een overschrijding worden de uitkeringen verhoogd, de maand daarna de weddes van het overheidspersoneel. De laatste overschrijding van de spilindex dateert van november 2022.

Wat verandert er in september 2023?

Wat verandert er in september 2023?

Een nieuwe maand, nieuwe maatregelen, wijzigingen van de wetgeving, enz. Hierbij een kort overzicht.
  • Vier keer Vlaamse toets

Vanaf dit schooljaar moeten alle Vlaamse leerlingen op vier momenten in hun schoolcarrière een centrale toets voor Nederlands en Wiskunde afleggen. Dat gebeurt in het vierde leerjaar, het zesde leerjaar, het tweede jaar secundair en het zesde jaar secundair. De Vlaamse toets moet bijdragen aan de strijd tegen de dalende onderwijskwaliteit.

Vlaams minister van Onderwijs Ben Weyts (N-VA) is al lang pleitbezorger van centrale toetsen. Hij ziet ze als een tool om de onderwijskwaliteit op te krikken. “We zijn een van de weinige landen waar ze niet bestaan. Vandaag moeten we ons nog altijd beroepen op buitenlandse onderzoeken, die slechts om de paar jaar plaatsvinden en bij een select aantal leerlingen”, zegt hij. “Dankzij deze toetsen krijgen scholen een instrument om zich te vergelijken met andere scholen, met een gelijkaardige populatie.”

Voor de scholen zouden de toetsen geen extra werk mogen betekenen, aangezien de correctie digitaal en automatisch gebeurt. Tegen 2027 moeten de Vlaamse toetsen volledig uitgerold zijn.

  • Premie voor opleiding knelpuntberoep

Wie een opleiding volgt met het oog op een knelpuntberoep, krijgt kan daar vanaf 1 september een premie voor krijgen. De nieuwe knelpuntpremie moet de vele vacatures voor knelpuntberoepen helpen invullen.

De premie komt er op initiatief van Vlaams minister van Werk Jo Brouns (CD&V) en is er voor mensen die langer dan twee jaar niet actief waren op de arbeidsmarkt en zich engageren om een langdurige knelpuntopleiding te volgen van minstens één schooljaar.

Wie met de opleiding start krijgt 750 euro. Na het succesvol voltooien van de opleiding komt daar 1.000 euro bij, en wie binnen de vier maanden na de opleiding minstens 28 dagen heeft gewerkt krijgt 1.500 euro. De financiële stimulans geldt voor de opleidingen die starten vanaf september tot oktober 2024. Nadien wordt de maatregel geëvalueerd.

De knelpuntberoepenlijst van de VDAB telt momenteel 234 beroepen, 27 meer dan vorig jaar. In de top 10 staan onder meer verpleegkundigen, werfleiders, poetshulpen en onderhoudsmecaniciens.

  • Eengemaakt premiesysteem voor werkplekleren

Vanaf 1 september treedt er een nieuw eengemaakt premiesysteem voor werkplekleren in werking. De premie kwalificerend werkplekleren moet duaal leren en stages ten goede komen.

Bedrijven krijgen een premie van 600 euro per leerling die een opleiding volgt op de bedrijfsvloer via systemen als duaal leren, alternerend leren of stages. Bedrijven die jongeren een vergoeding betalen krijgen 1.000 euro premie.

De premie kwalificerend werkplekleren wordt één keer per schooljaar uitbetaald en een bedrijf kan het bedrag tot drie keer ontvangen per leerling. Het systeem vervangt premies als de stagebonus en de RSZ-korting voor bedrijven met een mentor om leerlingen te begeleiden.

De startbonus voor leerlingen verandert dan weer in een leerlingenpremie van 500 euro per jaar. Ook die premie kan maximaal drie keer worden uitgekeerd.

  • Nieuwe minimumdoelen voor tweede en derde graad

De leerlingen van de tweede en derde graad secundair onderwijs starten dit schooljaar met de nieuwe minimumdoelen. Er wordt niet langer gesproken over eindtermen en de bedoeling is dat de minimumdoelen de onderwijskwaliteit versterken.

Er komen nu 596 minimumdoelen basisvorming. Er wordt gefocust op Nederlands, talen en wiskunde-wetenschappen. De nieuwe naam moet duidelijk maken dat het niet gaat om een “eindhalte” voor het onderwijs, maar over het minimum wat leerlingen moeten kunnen. De scholen mogen heel wat verder gaan.

Naast de minimumdoelen voor de basisvorming, zijn er ook specifieke minimumdoelen voor bepaalde studierichtingen. Daarin zijn heel wat vernietigde eindtermen opgenomen die belangrijk zijn voor de eigenheid van een studierichting.

  • Verplichte taaltest voor inburgeraars

Vanaf 1 september moeten anderstalige nieuwkomers een verplichte gestandaardiseerde taaltest afleggen. De Vlaamse regering zet door met de hervorming ondanks kritiek uit het onderwijsveld en een waarschuwing van het Grondwettelijk Hof.

Inburgeraars volgen verspreid over 113 locaties in Vlaanderen een opleiding ‘Nederlands als tweede taal’, bekend onder de noemer ‘NT2’. Tot nu toe had de Centra voor Volwassenenonderwijs (CVO) en de Ligo-centra voor basiseducatie (CBE) een eigen opleiding en een eigen toets Nederlands, maar vanaf september moeten alle anderstaligen een gestandaardiseerde test afleggen. Het resultaat van die test heeft juridische gevolgen. Zo bepaalt ze onder meer mee of iemand recht heeft op een sociale huurwoning.

De test gaat echter gepaard met 180 euro inschrijvingsgeld. Vrijwillige inburgeraars konden een vrijstelling of vermindering van dat bedrag krijgen, voor verplichte inburgeraars was daar niet in voorzien. Spelers als het Vlaams Netwerk tegen Armoede, vakbond ACV en Vluchtelingenwerk Vlaanderen trokken naar het Grondwettelijk Hof tegen de regels en kregen gelijk. Ook verplichte inburgeraars moeten aanspraak kunnen maken op een verminderd inschrijvingsbedrag, oordeelde het Hof.

  • Lerarentekort aanpakken

Bij de start van het nieuwe schooljaar gaan extra maatregelen van kracht in de strijd tegen het lerarentekort. Zo is het mogelijk om onder meer leerkracht-specialisten aan te stellen en adjunct-directeuren in het basisonderwijs aan te duiden om directies te ontlasten.

Een van de maatregelen is dat scholen vanaf september de mogelijkheid krijgen om leerkracht-specialisten of expertleerkrachten aan te duiden. Die leraars krijgen een mandaat binnen de school van minstens drie jaar in ruil voor een specifieke expertise. Die leerkrachten zullen ook extra verloond worden, waardoor er loondifferentiatie komt tussen leerkrachten.

Daarnaast wordt ook ruimte gemaakt voor gastleerkrachten. Het gaat om mensen uit bijvoorbeeld de privésector of ambtenaren die enkele uren per week ook hun diensten aanbieden in het onderwijs, zonder dat ze een volledige overstap moeten maken.

Verder kunnen mensen met een pedagogisch bekwaamheidsbewijs die in een bedrijf werken dat aan het herstructureren is, voltijds ingezet worden in het onderwijs. Voor die mensen verandert er aan hun loonsvoorwaarden niets. De overheid betaalt hen zoveel als een leerkracht. “We storten dat loon aan het betrokken bedrijf en het bedrijf zorgt ervoor dat het resterende loonverschil wordt gedicht”, zegt Vlaams minister van Onderwijs Ben Weyts (N-VA).

En er ook nog  de invoering van adjunct-directeuren in het basisonderwijs om directies te ontlasten.

Daarnaast krijgen dit schooljaar 216 Vlaamse scholen ook de kans om de bestaande regelgeving even terzijde te schuiven en te experimenteren met nieuwe formules om leraren aan te trekken. Het gaat om 127 basisscholen en 89 scholen in het secundair onderwijs.

Sommige gaan flexibelere schoolteams uittesten, schooluren aanpassen of de opdracht van de leraren beperken tot 38 uur. Andere zullen leraren de mogelijkheid geven om zich meer te professionaliseren of te specialiseren in bepaalde vakken, of experimenteren met duobanen, waarbij mensen in de praktijk enkele uren extra of deeltijds les komen geven.

  • Vervanger voor veelbesproken M-decreet

Vanaf dit schooljaar vervangt het leersteundecreet het veelbesproken M-decreet. Bedoeling is om de beste plaats te zoeken – in het gewoon of in het buitengewoon onderwijs – voor leerlingen met speciale zorgnoden.

Met het nieuwe leersteundecreet worden 46 leersteuncentra ingevoerd, om het gewoon onderwijs te steunen. De leerondersteuners worden versterkt en krijgen voor het eerst een vast ambt en een vast statuut. In de lerarenopleidingen komt er structureel meer aandacht voor speciale zorgnoden in de klas.

Maar het nieuwe decreet stelt ook duidelijk dat het bijzonder onderwijs voor sommige leerlingen de beste optie is. Die tak van het onderwijs krijgt daarom extra middelen. Op drie jaar tijd is de capaciteit in het bijzonder onderwijs gestegen van 46.000 naar 53.000 plaatsen.

Als een leerling met een speciale nood in het gewone onderwijs les volgt, kan de klassenraad beslissen dat het niet lukt om die leerlingen de juiste zorg aan te bieden of dat de zorg voor die ene leerling ten koste gaat van de andere leerlingen. “Het is niet realistisch om elke leerling naar het gewoon onderwijs te sturen. Je moet ook durven zeggen dat niet ieder kind daar terechtkan. Daarom investeren we volop in het bijzonder onderwijs”, verklaart Vlaams minister van Onderwijs Ben Weyts. Hij benadrukt wel dat kinderen met zorgnoden indien mogelijk maximaal terecht moeten kunnen in het gewoon onderwijs.

  • Korte celstraffen effectief uitvoeren

Vanaf september worden in principe ook de korte celstraffen tussen zes maanden en twee jaar effectief uitgevoerd. Het gaat om een sluitstuk van de hervorming van minister van Justitie Vincent Van Quickenborne (Open VLD).

Celstraffen tot drie jaar werden jarenlang zelden tot nooit effectief uitgevoerd door plaatsgebrek in de gevangenissen. Ze werden vervangen door elektronisch toezicht, en onder de zes maanden vaak zelfs helemaal niet uitgevoerd. Die straffeloosheid ligt echter mee aan de basis van de hoge recidivegraad en dus ook van de overbevolking in de gevangenissen, aldus Van Quickenborne.

Om de korte straffen te kunnen uitvoeren, opende Justitie nieuwe detentiehuizen, kleinschalige locaties met een lagere beveiligingsgraad waar gedetineerden actief begeleid worden in hun re-integratie in de maatschappij. De nieuwe gevangenissen van Haren en Dendermonde zijn een tweede flankerende maatregel.

  • Onbetaald zorgverlof

Onderwijspersoneelsleden hebben vanaf 1 september jaarlijks recht op vijf dagen zorgverlof. Het gaat om onbetaald verlof.

Het onderwijspersoneel kan die dagen opnemen als een partner, kind of ouder persoonlijke steun of zorg nodig heeft. Het gaat om maximaal vijf dagen afwezigheid per kalenderjaar om een gezins- of familielid bij te staan.

  • Betere bescherming tegen represailles

Leraren die op school een inbreuk op de regelgeving vaststellen en melden, zijn vanaf dit schooljaar beter beschermd tegen represailles of bedreigingen. Het gaat op inbreuken op regelgeving, zoals EU-wetgeving op overheidsopdrachten of bescherming van de privacy of milieu.

Elke school, academie of centrum moet een intern kanaal hebben om inbreuken te melden. Daarnaast kunnen inbreuken ook gemeld worden bij de Vlaamse ombudsdienst voor niet-hoger onderwijs of bij de regeringscommissarissen voor hoger onderwijs.

De bescherming geldt niet voor leerlingen, studenten of ouders.

  • Eerste herinnering voor factuur gratis

Vanaf 1 september treedt een reeks maatregelen in werking om consumenten beter te beschermen tegen de schuldindustrie. Een eerste herinnering wordt gratis en er komt een plafond op de extra kosten bij een te late betaling.

Wie een kleine schuld heeft openstaan, kan die vandaag al snel zien escaleren tot een groot bedrag, door dure herinneringsbrieven en bijkomende kosten van gerechtsdeurwaarders, incassokantoren en advocaten.

De federale regering besliste daar een mouw aan te passen. Op initiatief van minister van Werk en Economie Pierre-Yves Dermagne (PS) is een eerste herinnering voor een factuur vanaf 1 september gratis. De herinnering moet ook vermelden of er mogelijk bijkomende kosten zijn bij een te late betaling, en consumenten moeten minstens 14 dagen de tijd krijgen alvorens die eventuele kosten in rekening worden gebracht.

Er komt daarnaast een plafond op extra kosten bij te late betaling voor alle contracten afgesloten vanaf 1 september. Voor schulden onder de 150 euro kan er maximaal 20 euro bij komen, bedragen de schulden meer dan 150 euro maar minder dan 500 euro, dan geldt een plafond van 30 euro plus 10 procent van het verschuldigde bedrag.

Tot slot komen advocaten en gerechtsdeurwaarders die schulden invorderen onder het toezicht van de FOD Economie te staan, zoals nu al het geval is voor incassobureaus.

  • ‘Competentiebalans’ voor jonge werkzoekenden

Brusselse werkzoekenden jonger dan 30 jaar worden vanaf 1 september beoordeeld op hun professionele, taalkundige en digitale vaardigheden. De Brusselse overheid wil daarmee nagaan of de vaardigheden van de Brusselaars zin afgestemd op de behoeften van de arbeidsmarkt. De ‘competentiebalans’ gaat gepaard met een traject naar werk via bedrijfsstages of opleidingen. Het is de bedoeling om de maatregel uiteindelijk voor alle werkzoekenden in Brussel in te voeren.  Bron:  Nieuwsblad

Miljonairs vragen zelf om superrijken harder te belasten, ook Yves Leterme en Bernie Sanders ondertekenen open brief

Bijna 300 miljonairs, economen en politieke vertegenwoordigers uit bijna alle G20-landen hebben in een open brief de staatshoofden van het economische topoverleg opgeroepen om tot een nieuwe internationale overeenkomst over vermogensbelasting te komen. De ondertekenaars, onder wie Yves Leterme, Thomas Piketty en Bernie Sanders, willen “voorkomen dat extreme rijkdom onze collectieve toekomst blijft aantasten”.

De ondertekenaars vragen de G20 om door internationale samenwerking de rijkste personen ter wereld te belasten en een einde te maken aan de belastingcompetitie en -ontwijking. “Het moet onze gedeelde ambitie zijn om internationale en nationale systemen te hebben in dienst van iedereen, en niet alleen van wie geld en macht heeft”, klinkt het in de brief.

Volgens de ondertekenaars ondermijnt de grote ongelijkheid de politieke stabiliteit over de hele wereld. “De accumulatie van extreme rijkdom door de allerrijksten is een ramp op het vlak van economie, ecologie en mensenrechten. Decennia aan belastingverlagingen voor de rijken, gebaseerd op de valse belofte dat iedereen zou profiteren van rijkdom aan de top, hebben geleid tot de toename van extreme ongelijkheid.”

“Last wordt onevenredig gedragen”

Een recent rapport van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) toont bovendien aan dat in de rijkste landen de belasting op inkomen uit arbeid systematisch hoger is dan die op kapitaal, laat Oxfam weten in een persbericht. “De last van de solidariteit wordt dus onevenredig gedragen door gewone werkende mensen, terwijl de rijksten gebruik kunnen maken van een belastingsysteem dat in hun voordeel is aangepast om hun bijdragen te verminderen of deze solidariteit te omzeilen. België is een van de koplopers in deze rangschikking van fiscale ongelijkheid.”

Bron: HLN

Schoolbevolking basis- en secundair onderwijs

Schoolbevolking basis- en secundair onderwijs

Ruim 1,2 miljoen leerlingen in basis- en secundair onderwijs

Het Vlaamse basis- en secundair onderwijs telde in het schooljaar 2022-2023 iets meer dan 1,2 miljoen leerlingen. Het kleuteronderwijs (gewoon en buitengewoon) telde afgerond 259.000 leerlingen en het lager onderwijs (gewoon en buitengewoon) 465.000 leerlingen. In het secundair onderwijs (gewoon (voltijds en deeltijds) en buitengewoon) waren er 495.000 leerlingen. In bovenstaande cijfers zijn telkens ook de leerlingen van het Vlaamse onderwijs in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest inbegrepen.

In het kleuteronderwijs daalt het aantal leerlingen licht sinds het schooljaar 2014-2015. In het lager onderwijs was in 2020-2021 voor het eerst een daling merkbaar. Maar zowel in het kleuter- als het lager onderwijs viel in het schooljaar 2022-2023 een lichte stijging te noteren. In het secundair onderwijs stijgt het leerlingenaantal sinds 2015-2016.

Trendbreuk in de aandelen aso, bso en tso

Binnen het voltijds gewoon secundair onderwijs telde het algemeen secundair onderwijs (aso) in het schooljaar 2022-2023 het grootste aantal leerlingen (121.000 leerlingen of 39,7% van het totaal). Het technisch secundair onderwijs (tso) kwam op de 2de plaats met 97.000 leerlingen (31,7%). Dan volgden het beroepssecundair onderwijs (bso) met 78.000 leerlingen (25,7%) en het kunstsecundair onderwijs (kso) met 9.000 leerlingen (2,9%).

In bovenstaande cijfers wordt geen rekening gehouden met de 1ste graad en het onthaaljaar voor anderstalige nieuwkomers (okan). De 1ste graad wordt niet ingedeeld in de onderwijsvormen aso, tso, bso en kso. De 1ste graad telde in het schooljaar 2022-2023 152.000 leerlingen. In okan waren 8.000 leerlingen ingeschreven. In het duaal leren in Centra voor Deeltijds Onderwijs (CDO) zijn de anderstalige nieuwkomers niet ingeschreven in een apart onthaaljaar voor anderstalige nieuwkomers. Deze leerlingen zijn daar geteld bij tso of bso.

Het leerlingenaandeel van het aso steeg tussen het schooljaar 2016-2017 en 2020-2021 van 41,0% naar 42,8% maar is daarna gedaald tot 39,7% in 2022-2023. In het tso en bso is een omgekeerde beweging aan de gang: na een dieptepunt in 2020-2021 is het aandeel in beide onderwijsvormen de laatste schooljaren toegenomen. Het tso-aandeel steeg van 30,3% in 2020-2021 tot 31,7% in 2022-2023, het bso-aandeel van 24,5% tot 25,7%. Ook het aandeel van het kso is in die periode toegenomen.

Bronnen