Veel ongeloof de afgelopen dagen in de mailbox van het nieuwsombudsteam. De cijfers die de redactie publiceerde in verband met het pensioen van leerkrachten deden hier en daar wat wenkbrauwen fronsen. In de eerste plaats bij het onderwijzend personeel zelf. 

“Er staat volgens mij een fout in de tabellen met de pensioenbedragen. Dat kunnen in mijn ogen geen nettobedragen zijn. Mijn moeder werkte meer dan 30 jaar voltijds als statutaire master in het onderwijs en heeft minder dan 3.000 euro netto sinds ze met pensioen is.”

“In het artikel over de pensioenhervorming wordt gesuggereerd dat wie nu als master in het onderwijs op 63 jaar met pensioen gaat meer dan 3.600 euro pensioen per maand krijgt. Dat klopt niet. Ik ga in september op pensioen na 41 jaar in het onderwijs en op mijn 65e. Ik werkte de hele tijd als licentiaat/master. Mijn pensioen zal ongeveer 3.200 euro bedragen. Geen idee waar u uw cijfers vandaan haalt. Wat jullie vermelden moet zo ongeveer het pensioen van een directeur zijn.”

Waar komen de cijfers vandaan?

Hoe zit dit nu precies? Eerste belangrijke vraag: waar komen deze cijfers vandaan? Ik merk de cijfers voor het eerst op in Terzake van 21 november. Er wordt hier duidelijk gezegd dat ze van het kabinet van minister van Pensioenen Jan Jambon (N-VA) komen. Die wil met de cijfers in de verf zetten dat de pensioenen bij de leerkrachten geleidelijk aan zullen dalen en dat wie tot de wettelijke pensioenleeftijd werkt, minder nadeel zal ondervinden dan wie vroeger stopt. Over hoeveel pensioen de leerkrachten uiteindelijk zullen krijgen, wordt niets gezegd, behalve dat dit volgens de minister sowieso meer zal zijn dan dat van andere werknemers of zelfstandigen.

De redactie ging daarna verder met die cijfers aan de slag. Op 25 november komt hierover een uitgebreid artikel online en ook in de podcast Het Kwartier en Terzake wordt er dieper op ingegaan. Hier wordt wel een bedrag geplakt op hoeveel een leerkracht die nu op 63 jaar met pensioen gaat, krijgt: voor masters gaat het om 3.607 euro netto en voor bachelors om 2.877 euro netto. 

Hoe zijn ze berekend? 

In het artikel en in de Terzake-reportage van 25 november wordt in het midden gelaten hoe de cijfers berekend zijn. De redactie lijkt er wel van uit te gaan dat het om gemiddeldes gaat. Dat wordt zo gezegd in Het Kwartier. Ze vergelijkt de bedragen ook met het gemiddelde van alle pensioenen in ons land. Een vergelijking die sowieso moeilijk ligt, want dat laatste gaat over verschillende stelsels en diploma’s. Maar dat wordt ook wel opgemerkt in Terzake en in Het Kwartier. 

Net zoals het nieuwsombudsteam kreeg ook de redactie hier vragen over binnen. Want krijgt een leerkracht met een masterdiploma die op 63 jaar met pensioen gaat nu daadwerkelijk 3.607 euro pensioen? De cijfers van het kabinet zijn ramingen die de Pensioendienst heeft gemaakt om de impact van de hervormingen in kaart te brengen. Navraag bij de Pensioendienst leert de redactie dat het niet om gemiddeldes gaat.

De cijfers gaan uit van een onmiddellijke start van de loopbaan na het afstuderen aan een volle lesopdracht, om dan een volledige loopbaan te werken zonder onderbrekingen tot aan de vroegste of wettelijke pensioendatum. Het resultaat is volgens de Pensioendienst dus veeleer een maximaal pensioenbedrag. Toch wel een belangrijke nuance in heel dit verhaal. Zeker voor leerkrachten die nu volop zicht proberen te krijgen op hun pensioen. 

Beter duiden

De redactie had de cijfers beter moeten duiden. Ondertussen is er in het online artikel een correctie en aanvulling gepubliceerd. Dat is belangrijk, ook al blijft de essentie van de berichtgeving overeind, namelijk dat jonge leerkrachten honderden euro’s minder pensioen zullen krijgen dan hun collega’s die vandaag met pensioen gaan. Als kijkers, lezers en luisteraars de redactie op onnauwkeurigheden betrappen, doet hen dat vaak ook twijfelen aan de rest van de berichtgeving. Nauwkeurig berichten blijft dus een enorm belangrijk principe om het vertrouwen van het publiek te behouden.

Bron: vrt.nws