Dienstencheque wordt 1 euro duurder, maar naar wie gaat die euro? De lonen in de poetshulpsector zijn zowat de laagste van het land. Dienstencheques worden 1 euro duurder. Hoeveel daarvan naar de poetshulpen vloeit en welk deel naar poetsbedrijven, daarover zijn vakbonden en werkgevers het grondig oneens. De dienstencheques worden 1 euro duurder en de fiscale aftrek wordt afgeschaft. Dat ligt vast in het Vlaams regeerakkoord. Maar wat betekent dat voor klant, poetshulp en werkgever?

1. De klant betaalt 2,8 euro meer

De prijs van de dienstencheque stijgt op 1 januari 2025 van 9 naar 10 euro. De laatste verhoging dateert van 2014, toen de prijs werd opgetrokken van 8,50 naar 9 euro. Sindsdien is de prijs zelfs niet geïndexeerd.

Ook de fiscale aftrek verdwijnt. Belastingplichtigen kunnen nu nog voor 198 gebruikte cheques 1,8 euro fiscaal in mindering brengen. Dat bracht de reële kosten voor een cheque op 7,2 euro. Die aftrek verdwijnt ook vanaf 1 januari 2025. Het geld dat de Vlaamse overheid daarmee bespaart, 166 miljoen euro vanaf 2026, vloeit naar de begroting.

Een uur poetshulp wordt dus 2,8 euro duurder voor de klant. Die lijkt bereid die meerkosten te betalen. Zorgorganisatie i-Mens besliste begin februari de klantenbijdrage boven op de dienstencheque met 5 euro op te trekken, en zag na vier maanden slechts 5 procent van de klanten afhaken. Ook zowat alle andere poetsbedrijven rekenen sinds enkele jaren een extra administratieve bijdrage van 1 à 2 euro per uur aan boven op de prijs voor de dienstencheque.

2. De poetshulp hoopt op 1 euro bruto loonsverhoging

Bij de vraag om toelichting in Villa Politica vertelde de nieuwe minister voor Werk Zuhal Demir (N-VA) dat het belangrijk is dat de extra euro per dienstencheque naar de poetshulp gaat. “Wij zijn het er allemaal over eens dat zij recht hebben op een hoger loon. De opbrengst gaat rechtstreeks naar de poetshulp.”

Vlaanderen telt 90.000 poetshulpen. De woorden van Demir zijn volgens vakbondsvertegenwoordiger Issam Benali (ABVV) duidelijk: de poetshulpen krijgen 1 euro extra brutoloon per gewerkt uur. De poetshulpen en de vakbonden hebben de voorbije jaren meermaals actiegevoerd voor een betere verloning. De sector kent zowat de laagste lonen van het land. Afhankelijk van de anciënniteit verdient een poetshulp tussen 13,63 en 14,47 euro bruto per uur.

Benali spreekt van een trendbreuk die hij gematigd positief onthaalt. “Een voltijds werkende poetshulp krijgt zo 1.800 à 1.900 euro extra koopkracht per jaar. Aangezien de meeste poetshulpen deeltijds werken, zullen ze gemiddeld iets minder dan 1.000 euro extra hebben.”

3. Poetsbedrijven hopen op deel van de koek

De sector van poetsbedrijven, Federgon, interpreteert de uitspraken van Demir en de tekst van het regeerakkoord als een uitnodiging om rond te tafel te zitten over de verdeling van die euro: welk deel gaat naar de poetshulpen en welk deel naar de werkgevers? Ook hameren de werkgevers er al lang op dat veel bedrijven het water aan de lippen staat.

Federgon noemt de prijsverhoging welkom, maar veel minder dan gehoopt. In haar memorandum pleitte de sectorfederatie voor een prijsverhoging van 5 euro.

Per gepresteerd uur ontvangt de werkgever nu 28,07 euro: 9 euro via de dienstencheque en 19,07 euro subsidie via de overheid. Van die 28,07 euro ontvangt de poetshulp 13 à 14 euro brutoloon. De rest van het bedrag dient voor sociale bijdragen, vakantiegeld, materiaal, administratief personeel en andere bedrijfskosten.

Volgens Federgon raken de leden daar amper mee uit de kosten. 43 procent van de bedrijven is verlieslatend en de gemiddelde winst per cheque bedraagt drie cent, volgens een studie van het departement Werk in 2022. “Een prijsstijging van 1 euro zal de sector niet redden”, zegt Paul Verschueren, directeur Vlaanderen bij Federgon. Hij spreekt van een “schamele injectie” van extra middelen. De sector hoopt dat minstens een deel van de prijsstijging voor de dienstencheques naar de bedrijven vloeit.

De vakbonden zwaaien dan weer met een eigen studie, waaruit blijkt dat de twintig grootste dienstenchequebedrijven in 2023 50 miljoen euro winst boekten, waarvan 73 procent via dividend naar de aandeelhouders vloeide. Met een extra euro per dienstencheque ziet het er niet naar uit dat de Vlaamse regering de sociale vrede in de sector heeft teruggekocht.

Het was een van de eerste maatregelen die lekten uit het Vlaamse regeerakkoord: de dienstencheques worden duurder en de fiscale aftrek verdwijnt. Het grootste deel van die meerprijs komt niet de huishoudhulpen maar wel de Vlaamse begroting ten goede, tot spijt van de vakbonden. ‘Maar het is wel historisch dat er budget op tafel komt om het lot van de poetshulpen te verbeteren.’

‘Er is een groot contrast tussen de beknopte passage over de dienstencheques in het regeerakkoord en wat er eerder in de pers over is gecommuniceerd’, vindt Ben Debognies, medewerker van de studiedienst van ACV Voeding en Diensten. Issam Benali, federaal secretaris bij ABVV Dienstencheques, vindt de passages over de dienstencheques ‘flou’. Letterlijk staat in het regeerakkoord het volgende:

‘De dienstencheques blijven een belangrijk instrument om zwartwerk tegen te gaan door reguliere jobs te creëren voor kortgeschoolden en om de combinatie arbeid-privé haalbaar te maken. We verbeteren de loon- en arbeidsvoorwaarden van de huishoudhulpen om hun werk aantrekkelijk en werkbaar te houden. In het belang van de transparantie tegenover de consument en de arbeidsomstandigheden van het personeel gaan we in overleg met de sector over de administratieve kosten, zonder de rendabiliteit uit het oog te verliezen.’

De tekst van het regeerakkoord is vaag over de dienstencheques, maar ondertussen heeft Vlaams minister van Werk Zuhal Demir (N-VA) bevestigd dat de prijs per cheque met één euro wordt verhoogd, van 9 naar 10 euro, en dat de fiscale aftrek van 1,8 euro per cheque verdwijnt. Daarmee stijgt de prijs voor de klant met 2,8 euro per uur, waarvan 1 euro rechtstreeks naar de huishoudhulpen zal gaan, terwijl 1,80 euro zal worden gebruikt om de begroting op orde te krijgen.

Wat betekent dit voor de poetshulpen?

Issam Benali: Voor de gemiddelde poetshulp, die eerder halftijds dan voltijds werkt omdat het werk zo zwaar is, zal dat neerkomen op een loonsverhoging van iets minder dan 1000 euro bruto per jaar.

Ben Debognies: Spectaculair is dat niet. Wij vinden dat de opbrengst van de prijsverhoging integraal in hogere lonen en betere arbeidsomstandigheden voor de poetshulpen zou moeten worden geïnvesteerd. Poetshulp staat in de top 3 van de slechtst betaalde jobs. Het kan toch niet dat de zwakste groepen in de samenleving de begroting moeten saneren?

De werknemers in de sector hebben de voorbije jaren meermaals strijd gevoerd, en dat signaal is eindelijk politiek gecapteerd.

Issam Benali: Uiteraard hadden wij ook liever een groter aandeel van de prijsverhoging naar de poetshulpen zien gaan, maar het is wel historisch te noemen dat er überhaupt budget op tafel komt om het lot van de poetshulpen te verbeteren. Op dat vlak kunnen we toch spreken van een trendbreuk met de vorige Vlaamse regeringen. De werknemers in de sector hebben de voorbije jaren meermaals strijd gevoerd, en dat signaal is eindelijk politiek gecapteerd.

U bent dus positief over dit onderdeel van het Vlaamse regeerakkoord?

Issam Benali: Ik ben gematigd positief, maar ook nog enigszins voorzichtig. Het is niet omdat de beslissing is genomen, dat het geld automatisch bij de poetshulpen terechtkomt. Stel dat de prijsverhoging op 1 januari 2025 ingaat, dan moeten we nu zo snel mogelijk cao’s kunnen afsluiten, als we willen dat de huishoudhulpen vanaf die dag op hun loonsverhoging kunnen rekenen. Vlaams minister minister van Werk Zuhal Demir (N-VA) zal er samen met ons op moeten toekijken dat het geld effectief bij de huishoudhulpen terechtkomt, en niet bij de werkgevers blijft hangen. Zodra haar kabinet is samengesteld, zullen wij de minister uitnodigen om in overleg te gaan.

Nico Daenens, de ceo van Group Daenens, met 16.500 huishoudhulpen de grootste werkgever in de sector, steunt blijkbaar de vraag van de vakbonden om de prijsverhoging integraal te gebruiken voor een loonsverhoging voor de poetshulpen.

Ben Debognies: In een recent opiniestuk in Trends heeft Daenens inderdaad gepleit voor een verhoging van de lonen van de huishoudhulpen met 10 procent, wat theoretisch mogelijk is met die prijsverhoging van 2,8 euro per uur. Maar dat standpunt is niet representatief voor de werkgevers in de sector. Federgon, de federatie van de werkgevers, vindt juist dat een deel van het extra budget naar de ondernemingen moet gaan, omdat die het financieel moeilijk zouden hebben.

De 20 grootste dienstenchequebedrijven hebben in 2023 samen 50 miljoen euro winst gemaakt.

Klopt dat ook?

Ben Debognies: Dat argument houdt weinig steek. Een recente analyse van de jaarrekeningen van de 20 grootste dienstenchequebedrijven, die in totaal meer dan 75.000 huishoudhulpen tewerkstellen en daarmee goed zijn voor meer dan de helft van de markt, heeft aangetoond dat die bedrijven in 2023 samen 50 miljoen euro winst hebben gemaakt. De realiteit is dat de sector zeer divers is, van grote commerciële spelers tot kleine lokale vzw’s met sociale doelstellingen. Vaak zijn het die laatste die het financieel lastig hebben, onder meer omdat ze meer vorming en ondersteuning voorzien voor hun poetshulpen.

Wat met de ‘administratieve kosten’ die heel wat dienstenchequebedrijven al aanrekenen aan hun klanten?

Ben Debognies: Die extra kosten maken de totale prijs voor de klant weinig transparant en moeilijk vergelijkbaar – het ene bedrijf vraagt een toeslag per uur, het andere per maand, per kwartaal of per jaar. Het is bovendien niet erg duidelijk waarvoor dat geld wordt gebruikt. Bij sommige bedrijven gaat het naar maaltijdcheques voor de poetshulpen, andere zouden het gebruiken voor vorming, nog andere houden het voor zichzelf. De bedrijven hebben altijd gezegd dat ze die extra toeslagen zouden stopzetten zodra ze meer inkomsten uit subsidies zouden krijgen. Uit het regeerakkoord meen ik te kunnen opmaken dat de overheid het ook zo ziet.

Issam Benali: Als de sector meer geld krijgt, is het logisch dat er een einde komt aan die extra toeslagen. In Wallonië, waar de prijs van de dienstencheques eerder al is opgetrokken naar 10 euro, is het verboden om administratieve kosten aan te rekenen.

Blijft nog de vraag of een aantal klanten niet zal afhaken als gevolg van de prijsverhoging?

Debognies: Wij denken van niet. Sinds 2014 is de prijs van de cheques onveranderd gebleven. Als er nu 2,8 euro bijkomt, dan is die stijging nog altijd minder dan de index. Klanten zijn ook wel bereid om wat meer te betalen, op voorwaarde dat hun huishoudhulp daar beter van wordt.

Benali: Een aantal klanten zal misschien moeten afhaken of het aantal uren huishoudhulp verminderen, maar anderzijds staan er genoeg mensen op de wachtlijst, zodat de prijsverhoging wellicht niet zal leiden tot een verminderd gebruik van de dienstencheques.  Bron: Knack

Volgens Neutr-On verdienen de dienstenchequebedrijven voldoende en zouden extra administratiekosten verboden moeten worden. De  organisatie loopt vaak mank en de opleiding die zij aan hun personeel bieden is trouwens onbestaande of slecht.