Nooit eerder waren er in ons land zoveel langdurig zieken. Vorige week raakte bekend dat het al om 576.000 Belgen gaat. In het parlement moeten de ziekenfondsen zich daar vandaag voor verantwoorden, maar voormalig topambtenaar en dokter Roger Toelen (69) doet nu al een boekje open. “Het record is géén toeval”, zegt hij stellig. Hij was bijna 30 jaar actief op hoog niveau bij de Rijksdienst voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering (RIZIV) en onthult nu voor het eerst bij HLN hoe een betere controle op langdurig zieken jarenlang afgeblokt werd. “Een arts zat in tranen in mijn bureau omdat hij de druk van het ziekenfonds niet meer aankon.”

Weinig mensen in België weten meer over de aanpak van langdurig zieken dan Roger Toelen. De man was zelf ooit adviserend arts bij een ziekenfonds en legde vervolgens een heel traject af binnen de overheidsdienst die de regels rond arbeidsongeschiktheid bepaalt. “Zo goed als mijn hele loopbaan is dat mijn focus geweest”, zegt hij wanneer we bij hem thuis aan tafel schuiven. “Ik begon als arts-inspecteur, maar klom op tot adviseur-generaal. Dat is de positie net onder de directie.”

Een oud-topambtenaar die openlijk praat over wat hij achter de schermen bij de overheid heeft meegemaakt, dat is zeer zeldzaam. Waarom doet u dit?

Roger Toelen: “We breken momenteel records en dat ligt voor een deel aan beslissingen die jaren geleden zijn genomen. Ik vind dat mensen mogen weten hoe dat verlopen is. Bovendien merk ik dat er veel angst heerst om te praten. Een paar weken geleden zag ik bij de VRT artsen getuigen over het feit dat ze hun job bij het ziekenfonds – het controleren van arbeidsongeschiktheid – niet goed kunnen doen. Zij durfden alleen anoniem te spreken en dat heeft mij getroffen. Ik ben sinds 2019 met pensioen en kan dus wél vrijuit praten. Ik wil dat één keer doen omdat ik weet dat er veel mensen zijn die het goed menen, maar tegengewerkt worden.”

Naar wie verwijst u?

“Ik spreek over de adviserend artsen. Dat zijn de dokters die mensen controleren op arbeidsongeschiktheid. Zij werken onder het ziekenfonds, maar een groot deel van hen wil dat niet. Ze voelen zich niet onafhankelijk genoeg om hun werk goed te doen. En dat zeggen ze al jaren.”

Hoezo?

“Heel mijn carrière heb ik gezien hoe adviserend artsen gebukt gingen onder druk van het ziekenfonds. Ik ben zelf ooit begonnen als adviserend arts en heb meegemaakt dat artsen op het matje geroepen werden omdat ze de arbeidsongeschiktheid van leden van het ziekenfonds introkken of niet erkenden.”

U spreekt nu over de jaren 80. Is die praktijk ondertussen niet voorbij?

“Ik ben zeker van niet. In mijn carrière bij het RIZIV heb ik jarenlang intens contact gehad met adviserend artsen. Ik weet wat onder hen leeft. Nog geen tien jaar geleden zat een arts in tranen in mijn bureau omdat hij het beu was. Hij vond dat hij zijn werk niet naar behoren kon doen en wou dat de artsen weggehaald werden bij het ziekenfonds. Zo heb ik er veel zien passeren. Ze waren het allemaal moe om onder de druk van een politieke zuil te moeten werken.”

Als de situatie zo erg is, waarom vragen die artsen dan niet om te mogen verhuizen naar een onafhankelijk agentschap binnen de overheid?

“Die vragen zijn er geweest. Tot drie keer toe heb ik het meegemaakt dat een delegatie van adviserend artsen aan de top van het RIZIV vroeg om hen weg te halen bij de ziekenfondsen. Dat is iedere keer afgewezen zonder enige uitleg.”

“De laatste keer was in 2018. Toen werd ik samen met mijn directeur bij de administrateur-generaal geroepen. In de gang kruiste ik de delegatie van adviserend artsen die was komen pleiten voor een verhuis. In de meeting zei de administrateur-generaal meteen: ‘Nee, dat gaan we niet doen.’ Er kwam geen enkele argumentatie. Ik had nochtans twee scenario’s voorbereid die we konden volgen om de artsen weg te halen bij de ziekenfondsen, maar die mocht ik zelfs niet presenteren. Ik was daar zo verbolgen over dat ik die dag besloot om mijn pensioen aan te vragen. Op die manier wou ik niet verder.”

Waarom werd de vraag van de artsen volgens u geweigerd?

“Dat moet u aan het toenmalig management van het RIZIV en de ziekenfondsen vragen. Zij blokten de verhuis van de artsen zeer stellig af.”

Welke gevolgen heeft dat gehad?

“De factuur van de ziekte-uitkeringen had veel lager kunnen liggen. Als we vandaag al een onafhankelijk agentschap hadden, dan zouden er geen 576.000 invaliden zijn. Let op, ik pleit er niet voor om massaal mensen hun uitkering af te nemen. Wie niet kan werken, moet geholpen worden. Ik pleit er wel voor om de inschatting van ‘kunnen werken’ beter te bepalen. Want daar schort veel aan. Jullie hebben onlangs in HLN de steekproef van 2020 naar buiten gebracht. In de studie staat dat het RIZIV bij de aanvragen voor langdurig zieken in amper 2 procent van de gevallen de aanvraag van de adviserend arts weerlegt. Terwijl in de steekproef wordt vastgesteld dat er in 59 procent van de gevallen een weerlegging mogelijk is. Dat is toch een teken dat het allemaal niet correct verloopt.”

De ziekenfondsen hebben die steekproef weggezet als “methodologisch onjuist”. Wat vindt u?

“Er zijn inderdaad opmerkingen te maken over de epidemiologische aanpak in die studie, maar het verschil tussen die 59 procent en die 2 procent is zo groot dat dit niet alleen kan zijn veroorzaakt door de aanpak. Het rapport legt wel degelijk een probleem bloot.”

Verbaast het u dat het rapport jarenlang in een lade is gestopt en pas in 2024 aan de minister is getoond?

“Nee. In dat rapport worden heel wat zaken blootgelegd die ook tijdens mijn carrière het daglicht niet mochten zien. Het feit dat de adviserend artsen niet de mogelijkheid hebben om hun werk goed te doen en de rol van de ziekenfondsen daarin. Maar ook de noodzaak om de definitie van arbeidsongeschiktheid te herzien, bijvoorbeeld. Die definitie is zo vaag dat er te veel ruimte is voor interpretatie. Daardoor worden langdurig zieken onterecht geweigerd of aanvaard.”

De ziekenfondsen spreken tegen dat zij adviserend artsen beïnvloeden. Er staat volgens hen een ‘Chinese Muur’ tussen hen en de rest van het ziekenfonds.

“Dat klopt niet. De medische directeurs van de ziekenfondsen zijn lid van álle belangrijke organen binnen het RIZIV. Daar beslissen ze mee over welke adviserend arts wordt aangeworven en hoe die moet werken. Ze kunnen de adviserend artsen ook sanctioneren en zelfs hun erkenning intrekken. Die medische directeurs van de ziekenfondsen hebben dus een grote macht over de artsen en over de manier waarop zij moeten werken. Het gebrek aan onafhankelijkheid zit bovendien ook in veel subtielere vormen. Zo stel ik mij zeer de vraag of adviserend artsen door hun directeurs correct geïnformeerd worden over de regels van het RIZIV rond arbeidsongeschiktheid.”

“Mensen onderschatten hoe dominant de positie van de ziekenfondsen binnen het RIZIV is. Ik heb het in mijn carrière altijd meegemaakt dat belangrijke beslissingen eerst bij hen getoetst werden. Als iemand van een ziekenfonds zijn fiat niet gaf, dan bewoog er weinig.”

“De topmensen binnen het RIZIV hebben ook allemaal een politieke kleur. Toen ik er werkte, kwam de administrateur-generaal uit de christelijke zuil. De baas van de controledienst van het RIZIV ook. De socialisten hadden de baas van de dienst die verantwoordelijk is voor de erkenning van invaliditeit. Zoals overal worden die hoge posten verdeeld tussen de politieke partijen. Dat is niets nieuws, maar in het RIZIV zijn die partijen ook gekoppeld aan de zuilen, zoals de ziekenfondsen. Met andere woorden: het RIZIV bepaalt wat de ziekenfondsen moeten doen, maar die ziekenfondsen zijn zélf erg dominant in het RIZIV.”

Waarom klampen ziekenfondsen zich zo vast aan de controle op langdurig zieken?

“Dat is een vraag voor hen. Er zijn zeker voordelen aan verbonden, want anders zouden ze zo hard niet strijden. Ik kan me voorstellen dat je liever zelf de baas bent over de artsen die jouw klanten moeten controleren. Je kan ook zwaarder wegen op het beleid en op de uitvoering ervan als je hun werkgever bent. Het gaat bovendien om een groter plaatje. We spreken hier over zuilen waarin ook vakbonden en politieke partijen zitten. Die hebben leden en kiezers die ze willen bedienen. En financieel worden de ziekenfondsen ook een stukje beloond voor het organiseren van die controle.”

Zijn er rationele argumenten om adviserend artsen toch bij de ziekenfondsen te houden?

“Ik kan er alvast geen bedenken. Je hebt nu iets meer dan driehonderd artsen verspreid over vijf ziekenfondsen die allemaal hetzelfde werk doen, maar voor andere werkgevers. Het zou efficiënter en goedkoper zijn om die bij één werkgever onder te brengen. Bovendien kan je dan ook bij het RIZIV efficiënter werken. Want nu zijn er tientallen artsen en ambtenaren nodig om het werk van de ziekenfondsen te controleren. Je organiseert dus een controle op de controle.”

“Ik sta trouwens niet alleen met mijn mening. In 2018 heeft toenmalig minister van Sociale Zaken Maggie De Block (Anders) het ‘Nationaal College voor sociale verzekeringsgeneeskunde’ opgericht. Dat college heeft in december 2020 een jaarverslag geschreven met de boodschap dat adviserend artsen ondergebracht moeten worden in een onafhankelijk agentschap. In dat college zaten professoren, oud-ambtenaren én medewerkers van de ziekenfondsen.”

Dat advies ligt al jaren op het ministerie.

Waarom heeft minister van Sociale Zaken Frank Vandenbroucke (Vooruit) er nog niks mee gedaan, denkt u?

“Dat moet u aan hem vragen. Het valt wel op dat het bewuste advies zit weggestopt in één van de bijlagen van het jaarverslag. Dat lijkt mij geen toeval.”

Het zou minstens vijf jaar duren om een nieuw agentschap op te richten, zegt Vandenbroucke. Heeft hij gelijk?

“Nee. Ik heb het Fonds voor de Medische Ongevallen opgericht op twee jaar tijd. En ook het FANC (nucleaire waakhond, red.) is destijds op twee jaar tijd opgericht. In dit geval is het zelfs nog simpeler. Bij het Fonds voor de Medische Ongevallen en het FANC moest eerst nog het juiste personeel worden gezocht. Terwijl het hier gewoon gaat over het verplaatsen van artsen naar een andere werkgever. Uiteraard zal je mensen hebben die liever niet mee verhuizen, maar dat is geen ramp. Je hebt waarschijnlijk geen driehonderd artsen meer nodig als je alles onderbrengt in één agentschap. De rest kan trouwens blijven zoals het vandaag is. De ziekenfondsen zouden hun rol als uitbetalingsorgaan en verdediger van hun klanten dus kunnen blijven spelen.”

De minister zei in een interview dat hij niet gelooft dat artsen langdurig zieken beter zouden evalueren als ze in een onafhankelijk agentschap zitten.

“Hij vergist zich. Van de driehonderd artsen die er nu zijn, kan je een selectie maken om de beste eruit te halen. Die artsen kunnen vervolgens beter worden aangestuurd om de richtlijnen van het RIZIV op te volgen. Dat zal veel sneller effect hebben op de cijfers dan alle andere maatregelen die hij zelf naar voren schuift.”

In de Kamer vindt vandaag een hoorzitting plaats met de top van het RIZIV en de ziekenfondsen. Verwacht u daar veel van?

“Nee. Er zal gezegd worden dat de controle op arbeidsongeschiktheid al veel verbeterd is. De waarheid is echter dat geen enkele nieuwe maatregel écht zal helpen als die uitgevoerd moet worden door artsen die onder de vlag van de ziekenfondsen werken. Ik hoop dat meer ex-collega’s en adviserend artsen de moed vinden om dat hardop te zeggen.”

—-

Witteboordcriminaliteit en geïnstitutionaliseerd gangsterisme van de ergste soort.

Of hoe bepaalde partijen schaamteloos via hun eigen zuilen het collectief plunderen om aan cliëntelisme te doen binnen de eigen achterban.

Het RIZIV moet grondig worden uitgemest, en niet alleen moeten alle directeurs eruit die een link hebben met vakbonden of ziekenfondsen, het zou ook goed zijn mochten er geen politieke benoemingen meer plaatsvinden aan de top ervan.

De idee alleen al dat zo’n Pedro Facon omhooggepistonneerd kon worden tot topman als dank voor bewezen Covid-diensten, is alleszeggend.

Bron: HLN