“De pensioenhervorming discrimineert vrouwen”, zeggen tien vrouwenorganisaties samen met de vakbonden ABVV en ACV. Zij eisen daarom met de campagne ‘Zorgen genoeg, genoeg gezorgd’ dat de federale regering de pensioenhervorming aanpast.
“My Pension is een hele grote angst voor veel vrouwen”, vertelt Heleen Struyven, woordvoerder van vrouwenorganisatie Femma, woensdagochtend 4 maart in De Ochtend op Radio 1. “Veel vrouwen getuigen dat ze zelfs niet durven te kijken naar hun pensioen, omdat het toch niks gaat voorstellen.”
Tien vrouwenorganisaties en de vakbonden ABVV en ACV bundelen daarom de krachten en roepen gezamenlijk op voor een rechtvaardige pensioenhervorming die ongelijkheid verkleint in plaats van vergroot. Zelfs de Raad van State waarschuwt voor discriminatie van vrouwen en de vergroting van de pensioenkloof tussen mannen en vrouwen, die nu al 28 procent bedraagt.
“Er is een rechtvaardige pensioenhervorming nodig en niet één die vrouwen discrimineert, financieel kwetsbaar maakt en bestaande ongelijkheid verder vergroot”, legt Struyven uit, in naam van alle vrouwenorganisaties, op Radio 1. Met de campagne Zorgen genoeg, genoeg gezorgd kaarten ze de discriminerende pensioenhervorming aan en stellen ze concrete aanpassingen voor. “Wij vragen een rechtvaardige bijsturing die rekening houdt met de realiteit van vrouwenlevens.”
Niet realistisch
De huidige pensioenhervorming vertrekt vanuit één norm: de lange, ononderbroken voltijdse loopbaan. Maar zo ziet de realiteit van vrouwenlevens er niet uit. “Dit is een ideaalbeeld dat voor veel vrouwen simpelweg niet haalbaar is”, aldus Struyven. “Als we kijken naar hoe loopbanen in werkelijkheid verlopen, dan is er lang niet zoveel vrije keuze als de regering met dit beleid laat uitschijnen.”
Zo werkt 40 procent van de vrouwen vandaag deeltijds. Bij de mannen is dit slechts 12 procent. Dat komt omdat veel vrouwen naast hun betaalde werk ook nog 68 procent van het onbetaalde werk doen. Ze besteden zelfs gemiddeld 9,5 uur per week meer dan mannen aan zorgtaken. “Met de pensioenhervorming wordt dat extra afgestraft in plaats van gewaardeerd”, aldus Struyven.
Concreet discrimineert onder andere de retroactieve pensioenknip vrouwen om met vervroegd pensioen te kunnen gaan. “Vroeger telde een werkjaar mee voor een vervroegd pensioen vanaf 104 gewerkte en gelijkgestelde dagen. Nu is die lat verhoogd naar 156 dagen”, legt Struyven uit.
De vrouwenorganisaties vragen daarom het herstel van de 104-dagenregel voor vervroegd pensioen, zodat de toegang hiertoe haalbaar blijft. De realiteit van vele vrouwen is namelijk geen rechte, voltijdse carrièrelijn, maar een combinatie van arbeid en zorg. Het systeem moet die realiteit erkennen in plaats van bestraffen. Struyven: “Een vrouw die deeltijds of met korte interimcontracten werkt, of die door de thuissituatie niet aan het nieuwe minimum van zes gewerkte maanden komt, ziet anders meteen een volledig werkjaar wegvallen in de telling voor een vervroegd pensioen.”
“We moeten echt terug naar een minimum van 104 gewerkte en gelijkgestelde dagen per jaar gaan. En als de regering toch de geplande verstrenging naar 156 dagen voor vervroegd pensioen wil doorzetten, dan mag die enkel gelden voor toekomstige loopbaanjaren vanaf 2027”, stelt Struyven.
De nieuwe maatregel geldt namelijk ook met terugwerkende kracht voor de mensen die nu aan het einde van hun loopbaan zijn. “Sowieso moeten nieuwe regels alleen voor de toekomst gelden”, benadrukt Struyven. De spelregels tijdens de loopbaan verstrengen en die vervolgens toepassen op het verleden is fundamenteel onrechtvaardig, stellen de vrouwenorganisaties.
Werknemers hebben hun loopbaan opgebouwd in goede trouw, binnen het geldende kader. Dat kader achteraf wijzigen, ondermijnt rechtszekerheid en treft vrouwen disproportioneel. De regering zet vrouwen zo voor voldongen feiten met grote financiële gevolgen waaraan ze niets meer kunnen veranderen. Ook de Raad van State oordeelt in haar advies dat deze maatregel vrouwen disproportioneel hard straft.
Financiële sancties werken niet wanneer mensen structureel minder kansen hebben op een voltijdse, ononderbroken loopbaan, aldus de organisaties. “Naast thuissituaties waar zorg nodig is, zijn er ook diverse sectoren waar deeltijdse contracten sowieso de norm zijn”, vertelt Struyven verder. “Neem de dienstenchequesector waar 90 procent van de vrouwen deeltijds werkt. Deze jobs kan je onmogelijk 38 uur per week jaar na jaar volhouden. Toch zitten we nu met een systeem dat hier geen rekening mee houdt en deeltijds werken juist heel hard afstraft.”
Bovenop de verstrenging naar 156-dagen, voorziet de regering ook vanaf 2027 een systeem van beloning en bestraffing. Wie langer werkt dan de wettelijke pensioenleeftijd, krijgt een bonus. Maar wie vroeger wil stoppen, krijgt een malus, een vermindering van het pensioenbedrag. Voor elk jaar dat je voor de wettelijke pensioenleeftijd stopt, verlies je 2 tot wel 5 procent pensioen. Alleen wie aan de strenge werkvoorwaarden voldoet, ontsnapt eraan: namelijk 35 jaar lang minstens 156 dagen per jaar te hebben gewerkt, én in totaal dus 7.020 gewerkte (en gelijkgestelde) dagen te hebben. Dit komt neer op gemiddeld 45 jaar halftijds werken.
In de praktijk treft de pensioenhervorming hiermee vooral wie zorgtaken opneemt of periodes van onderbreking kent om maatschappelijke redenen. Dit vergroot de bestaande ongelijkheid, en in het bijzonder dus voor vrouwen, waarschuwen de vrouwenorganisaties. Daarom pleiten ze voor een afschaffing van de pensioenmalus. Minstens vragen ze een vrijstelling voor wie 7.020 effectief gewerkte dagen kan aantonen over de volledige loopbaan.
“Besparing op de rug van vrouwen”
“Er is begrip dat er bepaalde besparingskeuzes gemaakt moeten worden, maar wat je met dat budget doet is ook een politieke keuze”, stelt Struyven. “Ook al is er nood aan hervorming, moet je ervoor zorgen dat je niet bespaart op oneerlijke normen die specifiek vrouwen treffen.”
“De regering noemt de pensioenhervorming een activeringsbeleid, maar ze besparen hiermee op de rug van vrouwen. Ze presenteren de hervorming als een stimulans om langer te werken, maar zelfs de Raad van State wijst erop dat dit effect enkel hypothetisch is. Dit kan niet genegeerd worden. Bovendien had de Vergrijzingscommissie dit vorig jaar al berekend. De regering weet dit dus al, dit is geen nieuwe informatie voor hen.”
Daarom is deze campagne zo hard nodig, benadrukt Struyven. “Het gaat hier over mensen die zorg opnemen. Het is zo belangrijk dat nu extra duidelijk wordt gemaakt dat je niet onder het mom van een activeringsbeleid, vrouwen extra de put in kan duwen.”
Tot slot blijven de vrouwenorganisaties ervoor ijveren dat zorg, ouderschap en mantelzorg volwaardig worden erkend als onderdeel van de loopbaan. Zorgarbeid is geen individuele luxe of vrijblijvende keuze, maar een essentiële maatschappelijke bijdrage. Zorg is onmisbaar voor de samenleving en het is volgens de organisaties onaanvaardbaar dat vrouwen hiervoor financieel worden afgestraft.
“Er is nu meer dan ooit het gevoel dat die onbetaalde zorgarbeid totaal niet gezien wordt”, aldus Struyven. “Daarom komen vrouwen op Internationale Vrouwendag deze zondag 8 maart onder andere hiervoor massaal op straat.”
Op Internationale Vrouwendag 8 maart worden er in verschillende steden acties georganiseerd. Bekijk de website van Femma voor meer informatie.
Bron: Dewereldmorgen.be