Regeerakkoord te rooskleurig

Volgens Neutr-On wordt het regeerakkoord te rooskleurig voorgesteld. Het bevat veel beloften maar of die er wel komen is een groot vraagteken. Temeer omdat er door de coronacrisis al een overheidsschuld is van 500 miljard euro. Wie zal die put moeten dempen?
En er wordt ook niks gezegd om de pensioenleeftijd van 67 jaar terug te draaien naar 65.

De regering ziet de sociale partners bovendien als een belangrijke partner voor de uitvoering van haar akkoord. Zo rekent de Vivaldi-regering op het sociaal overleg om de doelstelling van een tewerkstellingsgraad van 80 procent tegen 2030 te realiseren.

De discussie over de zware beroepen was al een zware dobber tijdens de vorige legislatuur. De regering-Michel rekende toen op de sociale partners om een lijst op te stellen. Mensen wier beroep in die lijst opgenomen werd, konden vroeger op pensioen gaan. Dat diende als compensatie voor de verhoging van de pensioenleeftijd. De sociale partners slaagden er evenwel niet in tot een vergelijk te komen. Ze willen de lijst nu opnieuw op de regeringsagenda plaatsen. ‘Die realiteit gaan ze anders op hun bord krijgen, want de mensen houden het gewoonweg niet vol.’

Daarnaast moeten nog veel knopen – zoals een belasting voor rijken of de kernuitstap – tijdens de legislatuur worden doorgehakt. De vakbonden maken een speerpunt van een rechtvaardiger fiscaliteit. Een verhoging van de belastingen mag absoluut niet bij de werknemers terechtkomen, maar zoals in het voorstel dat nu circuleert bij de 1 procent rijksten. Dat moet een strijdpunt worden.

Wat verandert er deze maand?

Elke maand verandert er wat aan de wetgeving. Dit verandert op 1 november.
• Nieuwe bewijsregels in burgerlijk recht vanaf 1 november 2020
Op 1 november 2020 verandert ons burgerlijk bewijsrecht. De gemoderniseerde bewijsregels komen in Boek 8 van het gloednieuwe Burgerlijk Wetboek. Het bewijsrecht wordt aangepast, vooral om de zaken te verduidelijken en beter te definiëren, in te spelen op technologische evoluties en knelpunten aan te pakken. Een van de belangrijkste nieuwigheden is de uitbreiding van het vrij bewijsstelsel.

Drie hoofdstukken
Het nieuwe Boek 8 telt drie hoofdstukken:
in het eerste, met de algemene bepalingen, staan allerhande definities en de algemene regels van het bewijsrecht;
in het tweede gaat het over de toelaatbaarheid van de bewijsmiddelen; en
in het derde staan de bijzondere regels voor de verschillende bewijsmiddelen: authentieke akte, onderhandse akte, onderhandse akte die wordt meeondertekend door de advocaten van partijen, andere geschriften, afschriften, teruggave van de akte door schuldeiser aan schuldenaar, getuigen, feitelijke vermoedens, bekentenis en eed

Vrij bewijsstelsel
Het vrij bewijsstelsel – waar het bewijs kan geleverd worden op eender welke manier – wordt versoepeld. Het plafond van 375 euro wordt verhoogd naar 3.500 euro. Wat meteen betekent dat voor heel wat courante verrichtingen het bewijs vrij kan geleverd worden. Een schriftelijke overeenkomst is niet meer nodig. Sms’en, mails, getuigen, vermoedens… zijn een voldoende bewijs onder die grens van 3.500 euro.

Eenzijdige rechtshandelingen
Het vrij bewijsrecht wordt veralgemeend voor alle eenzijdige rechthandelingen, wat ook hun waarde is. Voor een eenzijdige verbintenis tot betalen geldt wel een uitzondering: de persoon die zich verbindt moet de verbintenis schriftelijk zijn aangegaan en de bedragen en hoeveelheden voluit vermelden.
Voor het bewijs van de datum van de eenzijdige rechtshandeling is er een speciale regeling.

Ondernemingsbewijs
De vrije bewijsvoering tussen handelaars wordt uitgebreid naar alle ondernemingen, dus bijvoorbeeld ook vrije beroepen en landbouwers.
Het bewijs tussen ondernemingen of tegen ondernemingen, kan vrij geleverd worden, ook boven de 3.500 euro. De vrije bewijsvoering geldt alleen voor een handeling gesteld door een onderneming. Ze geldt niet wanneer een onderneming wil bewijzen tegen een partij die geen onderneming is. Wel wanneer partijen die geen onderneming zijn, willen bewijzen tegen een onderneming.
Natuurlijke personen die een onderneming voeren en een rechtshandeling willen bewijzen die kennelijk vreemd is aan de onderneming, kunnen zich niet beroepen op de vrijheid van bewijs.
De bijzondere wettelijke bewijswaarde van een aanvaarde of niet-betwiste verkoopfactuur wordt uitgebreid tot alle soorten facturen, ongeacht de achterliggende overeenkomst (bv. vervoer, allerhande diensten). Een dergelijke factuur levert tegen de onderneming het bewijs van de aangevoerde rechtshandeling op. Tegenbewijs is wel mogelijk.
De aanvaarding van een factuur door iemand die geen onderneming is, maakt slechts een feitelijk vermoeden uit.

Bewijslast
Voortaan kan de rechter – bij buitengewone omstandigheden – bepalen wie de bewijslast draagt wanneer de toepassing van de normale bewijslastregels kennelijk onredelijk zou zijn. De rechter moet zijn vonnis grondig motiveren. Hij kan de bewijslast pas omdraaien nadat hij alle nuttige onderzoeksmaatregelen heeft bevolen, gecontroleerd heeft dat de partijen meewerken aan de bewijsvoering en vaststelt dat er nog steeds geen voldoende bewijs is geleverd.

Voorwerp van bewijs
Alleen de aangevoerde en betwiste feiten of rechtshandelingen moeten bewezen worden. Tenzij er afwijkende wettelijke regels zijn. Bewijs van algemeen bekende feiten of ervaringsregels is niet nodig.
Bewijs van waarschijnlijkheid
In principe moet het bewijs geleverd worden met een redelijke mate van zekerheid. Maar wanneer een negatief feit moet bewezen worden, kan het aantonen van de waarschijnlijkheid van dat feit volstaan. Wel alleen als alle partijen aan de bewijsvoering hebben meegewerkt.
Ook bij positieve feiten kan het aantonen van de waarschijnlijkheid volstaan, wanneer het door de aard van het te bewijzen feit niet mogelijk of niet redelijk is om een zeker bewijs te vragen.

Inwerkingtreding
De nieuwe wet van 13 april 2019 treedt in werking op 1 november 2020. Hierop zijn wel enkele uitzonderingen.
Bron: Wet van 13 april 2019 tot invoering van een Burgerlijk Wetboek, BS 14 mei 2019
• Digitale inschrijvingen onderwijs
https://onderwijs.vlaanderen.be/nl/leerlingen-inschrijven-in-het-basis-en-secundair-onderwijs

Kinderzorgverlof

Tijdens de lockdown was tijdelijke werkloosheid al een reddingsboei voor werkgevers met onvoldoende werk voor hun personeel. Nu kunnen ook werknemers aangeven dat ze het systeem willen gebruiken als ze noodgedwongen thuisblijven omdat de school van hun kinderen gesloten is.

Eind september kwam het systeem van het coronaouderschapsverlof ten einde. Met die vorm van ouderschapsverlof konden werknemers vier vijfde of halftijds werken om tijd vrij te maken voor de zorg voor hun kinderen. Het systeem was populair omdat de aanvraagprocedure snel en soepel verliep en omdat de onderbrekingsuitkering van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening (RVA) 25 procent hoger lag dan bij het gewone ouderschapsverlof.

Ook gewoon ouderschapsverlof en tijdskrediet zijn erop gericht om de zorg voor de kinderen op te nemen, maar die systemen vergen heel wat administratie (zie verder).
Sinds kort is er een nieuw alternatief. Het parlement heeft een wetsvoorstel goedgekeurd waardoor werknemers tijdelijke werkloosheid wegens overmacht door corona kunnen aanvragen om de zorg van de kinderen op te nemen als die door een ad-hocsluiting van de school en de kinderopvang noodgedwongen thuis moeten blijven.
Zelf tijdelijke werkloosheid aanvragen klinkt allicht ongewoon. We kennen het systeem vooral van de situatie waarin de werkgever personeel thuis zet als er niet voldoende werk is. Hier gaat het over tijdelijke werkloosheid waarvoor u als werknemer kiest. Wat moet u weten?

Wanneer kan ik tijdelijke werkloosheid wegens overmacht door corona aanvragen?
‘Als de school, crèche of opvangvoorziening van uw kind sluit, kunt u als werknemer voor die sluitingsdagen tijdelijke werkloosheid aanvragen’, zegt Nele Mertens, juriste bij de hr-dienstengroep Acerta. ‘Dat doet u door uw werkgever een attest te bezorgen dat u vindt op de website van de RVA en dat de school, crèche of opvangvoorziening moet invullen.’

De werkgever kan de aanvraag niet weigeren. De werknemer ontvangt 70 procent van zijn geplafonneerd loon en het dagsupplement van 5,63 euro, wat gunstiger is dan de vergoeding voor ouderschapsverlof (zie verder). Het stelsel geldt alleen voor werknemers in de privésector en contractuelen bij de overheid, maar zou binnenkort ook met terugwerkende kracht worden uitgebreid naar vastbenoemden bij de overheid.
Kies ik het best voor ouderschapsverlof/tijdskrediet of voor tijdelijke werkloosheid?
Om meerdere redenen kiest u beter voor tijdelijke werkloosheid dan voor ouderschapsverlof of tijdskrediet. Ten eerste is er de aanvraagprocedure. Voor het aanvragen van tijdelijke werkloosheid geldt een versnelde procedure. Bij ouderschapsverlof moet u uw werkgever in principe drie tot twee maanden voor de ingangsdatum van het verlof op de hoogte brengen. Maar als de werkgever akkoord gaat, kan de aanvraagtermijn worden ingekort.
Ook voor tijdskrediet is de aanvraagprocedure vrij log. In ondernemingen met maximaal 20 werknemers moet de aanvraag zes maanden op voorhand gebeuren, in bedrijven met meer dan 20 werknemers moet dat drie maanden voor het tijdskrediet begint. Maar ook hier kan de werkgever een kortere termijn aanvaarden.

Ten tweede is er een verschil in vergoeding. Voor tijdelijke werkloosheid ontvangt u 70 procent van uw brutoloon, dat wordt begrensd op 2.754,76 euro. Hoeveel u daar netto van overhoudt, hangt af van uw gezinssituatie. De netto-uitkering bedraagt maximaal 1.520 euro per maand.

Als u ouderschapsverlof neemt, krijgt u als alleenstaande ouder die voor 100 procent met ouderschapsverlof gaat een nettovergoeding van 1.258,19 euro. Samenwonenden krijgen 765,33 euro.

Voor tijdskrediet variëren de bedragen van de RVA-uitkering naargelang u meer of minder dan vijf jaar anciënniteit bij uw werkgever heeft. Voor een voltijds tijdskrediet gaat het respectievelijk over een nettobedrag van 545,95 en 467,91 euro. U kunt bij de Vlaamse overheid wel een bijkomende aanmoedigingspremie aanvragen, waarvan het bedrag afhangt van de werksituatie.

‘Het grootste struikelblok is de minimumperiode die je moet opnemen’, zegt Mertens van Acerta. ‘Wil je halftijds werken via ouderschapsverlof of tijdskrediet, dan moet je dat respectievelijk minimaal twee en drie maanden doen, tenzij je werkgever akkoord gaat met de opname van minimaal een maand. Tijdskrediet of ouderschapsverlof bieden dus geen oplossing voor een korte periode van opvang.’

Bouw ik vakantie op tijdens mijn tijdelijke werkloosheid?
Met gewone werkloosheid ‘verdient’ u geen vakantiedagen voor het volgende jaar. U moet gewerkt hebben om recht op vakantiedagen te krijgen.

Bijvoorbeeld: heeft een werknemer heel 2019 voltijds gewerkt, dan heeft hij in 2020 recht op vier weken vakantie. Zijn collega was de eerste zes maanden van 2019 werkloos en werkte daarna zes maanden voltijds. Die collega heeft in 2020 recht op twee weken vakantie. Met werken bouwt een werknemer vakantierechten op, met werkloosheid niet.

In principe gold dat laatste ook voor tijdelijke werkloosheid wegens corona. Maar door een wetswijzing werd tijdelijke werkloosheid wegens corona gelijkgesteld met werken, waardoor werknemers die onder dit regime in 2020 thuis worden gezet voor 2021 toch over hun vakantiedagen beschikken als zouden ze gewerkt hebben. ‘Het gaat voor de periode na 1 september echter alleen over de dagen van tijdelijke werkloosheid wegens overmacht bij hard getroffen werkgevers’, benadrukt Mertens. ‘Wie tijdelijk werkloos is wegens quarantaine of voor de opvang van een kind bij een andere werkgever, bouwt voor die dagen geen vakantierechten op.’

Wat als ik door verschillende periodes van tijdelijke werkloosheid op het eind van het jaar nog over veel vakantiedagen beschik?
De overdracht van vakantiedagen is niet voorzien in de vakantiewetgeving. ‘Neem je al je dagen niet op, dan ben je ze dus kwijt’, waarschuwt Mertens. ‘In de praktijk staan veel werkgevers dat wel toe voor een beperkt aantal dagen. Uitbetalen is evenmin voorzien. Dat kan alleen in geval van ziekte of bevallingsrust, wanneer de werknemer zijn vakantiedagen niet meer kan opnemen.’

De RVA verwacht dan ook dat alle werknemers die nog tijdelijk werkloos worden gesteld hun vakantiedagen volledig opnemen voor eind 2020. Is dat niet het geval, dan worden uitkeringen teruggevorderd voor het aantal openstaande dagen, omdat je geen werkloosheidsuitkering kunt cumuleren met loon, zoals enkel vakantiegeld.

Herfstvakantie verlengd tot 15 november.
Door het toenemend aantal coronabesmettingen besliste Vlaams minister van Onderwijs Ben Weyts (N-VA) dat de herfstvakantie verlengd wordt. ‘Op basis van wat de experts en de virologen ons zeggen is het beter een langere adempauze te nemen’, zei Weyts daarover.

Woensdag 11 november is een wettelijke feestdag, maar op 9, 10, 12 en 13 november moeten schoolgaande kinderen ook thuisblijven. De herfstvakantie wordt verlengd tot 15 november.
Het systeem van het coronaouderschapsverlof liep af op 30 september.

https://www.rva.be/nl/nieuws/verlenging-maatregelen

Welke opties hebt u om de opvang te combineren met uw werksituatie?

Thuiswerken
Veel mensen werken opnieuw verplicht thuis, maar werk en de zorg voor kinderen combineren is geen ideale situatie. ‘U kunt uw werkgever wel vragen een aangepast uurrooster te hanteren’, zegt Nele Mertens van het hr-dienstenbedrijf Acerta.

Vakantiedagen opnemen
Ook vakantie- of recuperatiedagen opnemen is een mogelijkheid. ‘Als u nog vakantiedagen hebt, kunt u die gebruiken om de extra dagen te overbruggen’, zegt Mertens. ‘Uw werkgever moet wel zijn akkoord geven.’

Verlof om dwingende redenen
Een werkgever kan verlof om dwingende redenen niet weigeren. Een dwingende reden is een onvoorzienbare gebeurtenis die losstaat van het werk en de dringende en noodzakelijke tussenkomst van de werknemer vraagt. U ontvangt dan wel geen loon en het is beperkt tot tien dagen per jaar.

Verlof zonder wedde
‘Als uw vakantiedagen al opgenomen zijn, kunt u een dag verlof zonder wedde aanvragen’, zegt Mertens. ‘Ook in dat geval moet uw werkgever zijn fiat geven.’ Verlof zonder wedde is niet afdwingbaar.
Via het systeem van tijdelijke werkloosheid kunt u afwezig zijn van het werk als er geen alternatieve opvang mogelijk is.

Tijdelijke werkloosheid
Een laatste optie is de tijdelijke werkloosheid. ‘Via dat systeem kunt u afwezig zijn van het werk als er geen alternatieve opvang mogelijk is. De school van uw kind moet wel de volledige of gedeeltelijke sluiting attesteren via het sluitingsattest van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening. Dat is overigens niet het geval voor de vakantieperiode van 2 tot 6 november. Dat is een gewone vakantieweek waarin de overmacht niet van toepassing is.

Gemotiveerd tijdskrediet
Met dit systeem kunnen werknemers uit de privésector hun loopbaan voltijds of deeltijds onderbreken om voor iemand te zorgen. Het tijdskrediet moet altijd gemotiveerd zijn. De duur hangt af van het motief. Voor de zorgmotieven is de maximumduur 51 maanden. Het systeem is echter niet bedoeld om ad hoc en op korte termijn twee dagen opvang te regelen.

Ouderschapsverlof
Het ouderschapsverlof moet beginnen voor uw kind 12 jaar wordt. In de 15 maanden voor de aanvraag moet u minstens 12 maanden een arbeidsovereenkomst hebben bij uw werkgever. Die mag het ouderschapsverlof niet weigeren. Net als het gemotiveerd tijdskrediet is ook dit systeem echter niet bedoeld om ad hoc en op korte termijn twee dagen opvang te regelen.

Is Corona een beroepsziekte?

COVID-19 kan erkend worden als een beroepsziekte voor werknemers in bepaalde sectoren.
Dat betekent dat zij aanspraak kunnen maken op een vergoeding als zij door de ziekte zijn getroffen en dit door middel van een laboratoriumtest werd gediagnosticeerd (behalve in ernstige uitzonderlijke gevallen).

Over welke werknemers gaat het?
werknemers in de gezondheidszorg die een aanzienlijk verhoogd risico lopen op besmetting met het virus (beroepsziektecode 1.404.03);
werknemers die werkzaam zijn in cruciale sectoren en essentiële diensten en die daar in de periode van 18 maart tot en met 17 mei 2020 hebben gewerkt (beroepsziektecode 1.404.04).
Zelfstandigen komen hier niet voor in aanmerking aangezien ze niet gedekt worden voor beroepsrisico’s (beroepsziekten en arbeidsongevallen) binnen de sociale zekerheid.

Als u niet tot een van deze categorieën behoort, kunt u nog steeds een schadevergoeding aanvragen bij Fedris, maar om als COVID-19-slachtoffer te worden erkend, moet u bewijzen dat u de ziekte daadwerkelijk hebt opgelopen in de loop van uw professionele activiteiten en niet in andere omstandigheden.
Fedris is enkel bevoegd voor werknemers uit de privésector en van de provinciale en lokale overheidsdiensten.

Bovendien kan COVID-19, onder welbepaalde omstandigheden, als een arbeidsongeval worden erkend. Werknemers die menen het slachtoffer van een dergelijk ongeval te zijn, moeten dat zo snel mogelijk aan hun werkgever melden.

Vrijwilligers

In geval van overlijden door COVID-19 wordt een schadevergoeding toegekend aan bepaalde familieleden van het slachtoffer (alleen in geval van besmetting tijdens de periode van 10 maart tot 1 juli 2020).

Vindt u het antwoord op uw vraag NIET in onderstaande FAQ, dan mag u uw vraag stellen aan covid19@fedris.be.

Voor algemene vragen over het coronavirus vragen we u om geen telefonisch contact op te nemen met een dossierbeheerder.
Heeft u een aanvraag in verband met COVID-19 ingediend, dan zal Fedris u een dossierbeheerder toewijzen (zie briefwisseling). Vragen over uw persoonlijk dossier, richt u wel aan uw dossierbeheerder.

U hebt een vraag in verband met…

1. COVID-19 als beroepsrisico: beroepsziekte of arbeidsongeval
2. De vergoedingsaanvraag en de vergoedingen in het kader van de beroepsziekten
3. Wie komt in aanmerking voor vergoeding?
4. Inlichtingen voor werkgevers en artsen
5. Covid-19 Vrijwilligersfonds voor overleden vrijwilligers

Voor de volledige INFO, klik hier

Relanceplan cultuursector

Vlaams minister van Cultuur Jan Jambon maakt 167 miljoen euro vrij voor eenmalige impulsen voor de zwaar getroffen cultuursector. Dat geld komt boven op het noodfonds van 65 miljoen (cultuur) en 10 miljoen (media). “We zorgen voor een stroomstoot die de cultuursector zuurstof zal geven. Daar is iedereen gebaat bij”, zegt minister Jambon.

Jambon voorziet onder meer een eenmalige uitgave van 100 miljoen euro voor culturele infrastructuur. Die middelen staan los van de 95 miljoen die al was voorzien in het Vlaamse regeerakkoord.

Geannuleerde filmopnames compenseren
Ook het Vlaams Audiovisueel Fonds krijgt een stevige, eenmalige financiële injectie. Daarvan gaat 5 miljoen naar het garantiefonds, dat de schade moet compenseren wanneer filmopnames niet kunnen doorgaan, en 10 miljoen naar de creatie van filmproducties, te spreiden over 2021 tot 2023.

Subsidies voor individuele kunstenaars
Verder worden de projectsubsidies voor individuele kunstenaars en kleinere organisaties structureel opgetrokken met 6 miljoen euro per jaar. Dat moet voor de nodige zuurstof zorgen bij de invoering van het nieuwe kunstendecreet.

Naar analogie met het Ondernemingsloket komt er een digitaal verenigingsloket. Verder vloeit er eenmalig 5 miljoen naar de uitrol van een gedeeld ticket- en reservatiesysteem en 30 miljoen naar de al aangekondigde culturele activatiepremie.