by admin | nov 1, 2020 | Economie
De Vlaamse werkgeversorganisatie Voka meldt dat het economisch herstel na de lockdown van het voorjaar, weer is stilgevallen. De organisatie pleit voor een verlenging van de steunmaatregelen tot midden 2021, aangezien de 90 procent-economie ook volgend jaar blijft gelden.
Uit een rondvraag van Voka bij 1.200 ondernemingen in Vlaanderen blijkt dat ze de jongste drie maanden met omzetverliezen kampen van gemiddeld 13 procent. Vooral de kleinere bedrijven hebben het nu moeilijk. Ook volgend jaar zou de economie slechts op 90 procent van haar potentieel draaien, stelt Voka.
‘Dat is bovendien op basis van de gegevens van vandaag. Als de tweede coronagolf nog zwaarder toeslaat, kunnen ook de gevolgen nog erger zijn’, waarschuwt gedelegeerd bestuurder Hans Maertens. Een nieuwe algemene lockdown zou volgens de prognoses van Voka 5 procent van de bedrijven sowieso niet overleven, terwijl 40 procent kopje onder dreigt te gaan zonder extra steunmaatregelen.
De bedrijfsinvesteringen liggen nog altijd 20 procent onder het normale niveau en voor volgend jaar wordt geen herstel verwacht. Vlaamse bedrijven geven aan dat hun export met bijna een derde is gezakt, en één op de vier exporteurs verwacht hier pas tegen 2022 een herstel. Ook wat de tewerkstellingsvooruitzichten betreft, heerst er pessimisme.
Voka verwacht een bijkomend verlies van 30.000 banen. De werkgeversorganisatie vindt daarom dat bedrijven nu al duidelijkheid moeten krijgen over de verlenging van steunmaatregelen, zoals de tijdelijke werkloosheid, het bankenplan of uitstel van betalingen tot en met eind juni 2021. Bron: Voka
by admin | nov 1, 2020 | Economie
De aanslepende coronacrisis zal de Belgische staatsschuld boven 120 procent van het bruto binnenlands product (bbp) tillen.
Hoeveel kan België hebben voor het failliet gaat?
Nu de Belgische economie voor een tweede keer midscheeps wordt getroffen door een coronagolf, kan het broze optimisme van de zomer en het bijbehorende economische herstel in de vuilnisbak. Als België de volgende maanden van golf naar golf sukkelt, dreigt ook 2021 een jaar met een krimpende economie te worden. De Nationale Bank raamde in juni de schade die een tweede golf zou aanrichten. De economie zou dit jaar met 13 procent krimpen, de werkloosheid zou oplopen tot 10 procent en de staatsschuld zou tegen 2022 stijgen tot 130 procent van het bbp.
“En dan?”, is de reactie van veel economen. De overheid heeft geen andere keuze dan de economie royaal te ondersteunen. De schade dreigt zelfs veel groter te worden als de overheid gezonde bedrijven failliet zou laten gaan. Het steunbeleid is als het ware een nuttige investering, want de factuur van niets doen zou nog veel hoger oplopen. Kortom, de staatsschuld moet nu hoger, om ze later beter te kunnen afbouwen. Bovendien geniet de Belgische overheid van negatieve rentevoeten. Dat zorgt ervoor dat de rentelasten vlot onder controle blijven, dat er geen rentesneeuwbal ontstaat en dat de schuldratio op termijn vanzelf stabiliseert. Op dit ogenblik hoeft de overheid dus niet op een euro te kijken om de coronacrisis te lijf te gaan. Een gratis lunch lijkt dus toch te bestaan. De overheid eet die aan de begrotingstafel gulzig op.
Maar de bomen van de overheidsschulden groeien niet tot aan de hemel. Er zou zelfs een eerste alarmbel moeten afgaan. Om het in het jargon van vandaag te zeggen, de situatie van de Belgische overheids-financiën gaat van code groen naar code geel. De Nationale Bank berekende in september nog tot welk niveau de Belgische overheidsschuld de stempel ‘veilig’ verdient. Met een veilig niveau bedoelt de Nationale Bank een niveau waarbij de regering de schuld nog onder controle kan houden met een klassiek begrotingsbeleid van besparen en belasten, zelfs als de omstandigheden voor langere tijd tegenzitten.
Als het begrotingsbeleid niet meer volstaat om de schulden onder controle te houden, dan moet een regering teruggrijpen naar nucleaire opties, zoals het bewust nastreven van inflatie, het herstructureren van de schuld of de schuld niet meer terugbetalen, wat bijzonder zware economische gevolgen heeft. Een land mag in dat laatste scenario als failliet worden omschreven.
De Nationale Bank ziet de Belgische overheidsschuld als veilig tot een niveau van 120 procent van het bbp. Boven dat niveau is er een kleine kans dat de regering de greep verliest op de overheidsfinanciën als onheil toeslaat, zoals de financiële crisis van 2008 of de huidige coronacrisis. Andere Europese landen hebben een vergelijkbare veilige bovengrens. Onze grens zou hoger geweest zijn zonder de relatief grote omvang van de Belgische banksector. De ervaring van twaalf jaar geleden leert dat een stevige bankencrisis een bijzonder dure affaire is voor de schatkist. Die crisis tilde de overheidsschuld van een kleine 90 naar 100 procent. De coronacrisis duwt ons nu in de lift naar de volgende verdieping van 120 procent. Het is alarmerend dat de schuld bij elke crisis hoger springt, maar daarna niet meer daalt in betere tijden, onder druk van de vergrijzing en een te lage economische groei. Dat zal na de coronacrisis niet anders zijn. Een volgende crisis dreigt de schuld richting 140 procent te duwen. Code geel wordt dan code oranje voor de overheidsschuld.
Voorlopig volstaat code geelt omdat de rente op de overheidsschuld gevoelig lager ligt dan de economische groei. De rentelasten stijgen daardoor minder snel dan onze terugbetalingscapaciteit toeneemt, wat een wereld van verschil maakt. De Nationale Bank houdt in haar berekening van de veilige bovengrens van de overheidsschuld slechts beperkt rekening met dat gunstige verschil tussen de rente en de groei. Mocht de rente voor eeuwig en drie dagen lager blijven dan de groei, dan kan de overheid ongestoord schulden blijven maken.
Gezien de lage rente al jaren consistent lager is dan de groei, kan dat het nieuwe normaal zijn. Maar dat betekent niet dat de lage rente een geschenk van de goden is. De lage rente is ook een gevolg van de zwakke economische groei en een lage inflatie, die het moeilijk maken om de staatsschuld te verminderen. De lage rente is dus evenveel een symptoom van de onderliggende kwaal als de ultieme genezende kuur voor de overheidsfinanciën. Economen smeken daarom dat de extra uitgaven vooral naar productieve investeringen vloeien, terwijl politici sneller extra lopende uitgaven op de rails krijgen. Bovendien heeft zelfs een beperkte rentestijging of een groeivertraging een grote impact. Daalt het verschil tussen de rente en de groei met 100 basispunten, dan daalt de veilige bovengrens met liefst bijna 20 procentpunt. Het verleden leert ook dat de rente plots kan stijgen, bijvoorbeeld als de financiële markten het vertrouwen verliezen in een land. Normaal gezien is die ezelsstamp voorbehouden voor de ontluikende markten, maar tijdens de eurocrisis kwamen ook Europese landen als Griekenland, Italië en Spanje in het vizier.
Zelfs België bevond zich in 2008 eventjes op dat hellend vlak. Herinner u hoe de Belgische rente in het najaar van 2011 scherp steeg tijdens de Europese schuldencrisis. Beleggers eisten een hogere risicopremie vooraleer ze investeerden in Belgisch staatspapier. De gemoederen bedaarden dankzij het succes van de zogenaamde Leterme-bons. De speculanten beseften dat de Belgische spaarders met gemak de Belgische staat konden financieren en kozen voor de aftocht. Die spaarreserves van de Belgische economie, opgebouwd tijdens de voorbije decennia, blijven een grote troef om het vertrouwen van het buitenland te behouden. België heeft een netto buitenlandse spaarpot van ongeveer 200 miljard euro, wat de optelsom is van een rijke private sector en een arme overheid.
Niet alleen de Belgische spaarder dekt de kwetsbare begrotingsflank van de overheid af, ook de Europese Centrale Bank zet de overheden uit de wind. Via een bijzonder soepel geldbeleid helpt de ECB de rente extreem laag te houden. Door massaal overheidsobligaties op te kopen, financiert de ECB eigenlijk een groot deel van de tekorten. Maar Frankfurt schrijft geen blanco cheque uit. De ECB kan overheidsobligaties opkopen zolang dat past in het mandaat om een inflatie van bijna 2 procent na te streven. De poppen gaan aan het dansen als de inflatie begint op te lopen en de ECB de rente zou moeten verhogen. Zal de politiek die koerswijziging lijdzaam ondergaan, of zal ze de ECB dwingen de tekorten blijvend te financieren? Uiteindelijk is de ECB onafhankelijk zolang de politiek dat toelaat. Dat zijn zorgen voor morgen, maar een inflatiescenario is een van de manieren om de overheidsschulden af te bouwen.
De Nationale Bank besluit dat er op korte termijn geen reden tot paniek is. België is nog lang niet failliet, zeker omdat de rente zo laag is. Maar er is wel reden tot bezorgdheid. Er is geen enkel theorie die de stijging van de overheidsschuld, zoals waargenomen sinds de late jaren zeventig, goedpraat. En zelfgenoegzaamheid is uit den boze, omdat de ruimte om een nieuwe tegenslag op te vangen na elke crisis kleiner wordt, en omdat een schuldencrisis bijzonder schadelijk is voor de economie. Niemand heeft er baat bij de limieten van onze schuldcapaciteit te testen. Bron: Trends
by admin | nov 1, 2020 | Economie
De overheidsschuld nadert de 120 procent van het bruto binnenlands product, volgens sommige economen een ‘gevaarlijk’ niveau.
De Belgische overheidsschuld is in het tweede kwartaal met 32 miljard euro gestegen naar 524 miljard, blijkt uit cijfers van de Nationale Bank. Het is de eerste keer dat de kaap van 500 miljard wordt overschreden. De schuldgraad klimt naar zowat 115 procent van het bruto binnenlands product (bbp), het hoogste peil sinds 1999.
De sterke toename van de overheidsschuld is vooral te wijten aan de coronacrisis. De zware recessie en de maatregelen van de federale en regionale regeringen om de economie te ondersteunen hebben het begrotingstekort fors doen groeien.
Maar de stijging van de overheidsschuld was veel groter dan het begrotingstekort, omdat de schatkist meer leende dan ze onmiddellijk nodig had. ‘Dat was gedeeltelijk de bedoeling’, zegt Jean Deboutte, directeur van het Federaal Agentschap van de Schuld. ‘We wilden wat reserve opbouwen. Bovendien is het begrotingstekort minder gestegen dan we hadden verwacht.’ Daarom zal de overheidsschuld in het derde en het vierde kwartaal minder stijgen en misschien zelfs lichtjes terugvallen.
Begroting nu al achterhaald
Nog voor België zijn begroting ingediend heeft bij de Europese Commissie, is die door de impact van de nieuwe golf coronabesmettingen nu al achterhaald.
De stijging van het begrotingstekort en de overheidsschuld vormt voorlopig geen groot probleem, omdat ze niet leidt tot een klim van de rentelasten. Deboutte: ‘De langlopende obligaties die we dit jaar hebben uitgegeven, hebben een gemiddeld rendement van 0,07 procent. Op korte termijn leenden we tegen rentes van minder dan -0,5 procent. Als je beide optelt, lenen we tegen een rente van ongeveer 0 procent, gratis dus. We hebben nog nooit zo goedkoop geld ontleend.’
Toch rijst de vraag of de groei van de overheidsschuld geen risico’s inhoudt. De rente blijft wellicht niet eeuwig zo laag. Pierre Wunsch, de gouverneur van de Nationale Bank, waarschuwde al enkele keren dat de schuldgraad niet kan blijven toenemen. Drie economen zeggen in het economisch tijdschrift van de Nationale Bank dat een stijging van de overheidsschuld boven 120 procent van het bbp gevaarlijk zou zijn.
Sowieso is er nog geen licht aan het einde van de tunnel. De economische prognoses die het Planbureau in september maakte over een heropleving in de tweede helft van dit jaar en een groei van 6,5 procent in 2021 worden vrijwel zeker onderuitgehaald door de tweede coronagolf en de maatregelen van de overheid. Die laten zich niet alleen voelen in de gesloten horeca en aanverwante sectoren, maar dreigen ook het consumentenvertrouwen en de consumptie weer een knauw te geven.
Tegen die achtergrond moeten de federale regering en de deelstaten de komende dagen hun begrotingen afwerken om ze op 30 oktober te kunnen indienen bij de Europese Commissie. De extra steun voor de sectoren die getroffen zijn door de nieuwe maatregelen komt grotendeels nog op de begrotingen van 2020 en wordt dus toegevoegd aan de schuld.
Voor het federale niveau gaat het om een half miljard voor overbruggingspremies, eindejaarspremies en het kwijtschelden van sociale bijdragen. De Vlaamse regering diept haar tekort voor dit jaar uit van 6 naar 6,3 miljard voor extra steun aan zaken met 60 procent omzetverlies en de evenementensector.
by admin | nov 1, 2020 | Varia
De Europese Commissie wil dat er zo snel mogelijk overal in de Europese Unie een wettelijk minimumloon komt. Hoe hoog dat moet worden, mogen de lidstaten zelf bepalen. Volgens Eurocommissaris Schmit leven nu nog te veel mensen in de EU op of onder de armoedegrens, omdat hun loon te laag is. Later vandaag presenteert hij zijn plannen officieel.
Op dit moment hebben 21 lidstaten een wettelijk minimumloon, terwijl in bijvoorbeeld de Scandinavische landen de sociale partners afspraken maken over de hoogte van het loon. Ook Italië, Cyprus en Oostenrijk hebben geen wettelijk minimumloon.
Commissievoorzitter Ursula von der Leyen beloofde bij haar aantreden dat overal in de EU werknemers een minimumloon zouden kunnen verdienen. Ze had die belofte in de zomer van 2019 nodig om de sociaaldemocraten over de streep te trekken bij haar verkiezing in het Europees Parlement.
Frans Timmermans, destijds de lijsttrekker van de Europese sociaaldemocratische lijst (de Spitzenkandidat), had de verkiezingen gewonnen met dit thema. Zijn partij wilde boter bij de vis, anders zou Von der Leyen niet de nodige stemmen halen om tot voorzitter te worden verkozen.
Dat minimumloon is volgens de Eurocommissaris in veel landen niet voldoende om fatsoenlijk te kunnen overleven. Daarom stelt hij voor om afspraken te maken over de hoogte. Het liefst heeft de Europese Commissie, zo staat in de stukken, dat het minimumloon ongeveer zestig procent is van wat er gemiddeld wordt verdiend in een land (het middeninkomen).
Strikt formeel mag de Europese Commissie geen voorstellen doen over de hoogte van inkomens en uitkeringen. Dat is zo afgesproken in het Verdrag van Lissabon. Maar Schmit omzeilt dat door aanbevelingen aan de lidstaten te doen. Indicatoren, zoals dat in het Europese jargon heet. En die indicatoren moeten door de lidstaten gebruikt worden bij het vaststellen van het minimumloon.
‘Sociale dialoog’
Om te beginnen moet er in elk land een ‘sociale dialoog’ worden gehouden. Collectieve onderhandelingen noemt Schmit dat. En het liefst heeft de Europese Commissie dat het minimumloon voortaan volgens een vaste berekening wordt vastgesteld, maar volgens juristen zou de commissie dan zijn bevoegdheden te buiten gaan. Dus worden er in het wetsvoorstel alleen suggesties gedaan.
Wel moeten alle lidstaten voortaan jaarlijks een rapport inleveren in Brussel waarin staat welke maatregelen er zijn genomen, hoe de sociale dialoog is verlopen en wat de ontwikkeling is van het minimumloon. De Europese Commissie geeft dan vervolgens advies aan de lidstaten over wat er beter kan.
Wanneer de plannen van de Europese Commissie in alle landen worden opgevolgd kunnen tussen de tien en twintig miljoen werknemers meer verdienen, is berekend. Dat wordt deels door de ondernemingen betaald.
De consumenten betalen ongeveer driekwart van de rekening, zo verwacht de Europese Commissie, doordat de prijzen van producten zullen stijgen. Maar, zo staat te lezen in een toelichting op de voorstellen, doordat mensen met een minimumloon meer gaan uitgeven zal de economie als geheel nauwelijks afnemen.
De Europese Commissie wil dat meer werknemers in de EU een fatsoenlijk en transparant minimumloon ontvangen. Onderhandelingen tussen de sociale partners moeten daarbij de norm zijn, in zoveel mogelijk sectoren. Maar er komt geen geharmoniseerd Europees minimumloon, benadrukt het dagelijks EU-bestuur.
Elk land blijft zijn eigen minimumloon bepalen, stelt de commissie in een nieuwe richtlijn voor. Daarin staan ook geen percentages of getallen voor een wenselijk geacht niveau. De commissie wil wel een jaarlijkse verplichting voor alle lidstaten invoeren om Brussel te melden hoe hun minimumlonen tot stand zijn gekomen. Ze pleit ook voor betere handhaving.
Volgens EU-commissaris Nicolas Schmit (Sociale Zaken) leeft een op de tien werkenden in de EU in armoede. “Dat moet veranderen. Mensen met een baan moeten niet hoeven te worstelen om rond te komen,” zei hij bij de presentatie van de voorgestelde richtlijn.
Lonen vallen onder de nationale bevoegdheid. Er zijn momenteel twee systemen in de EU. In 21 landen, bestaat een wettelijk minimumloon. In zes landen is dat niet het geval maar komen minimumlonen tot stand bij collectieve onderhandelingen tussen vakbonden en werkgevers. In Zweden, Denemarken en Finland werkt dat heel goed en zijn de minimumlonen hoog, maar in Cyprus bijvoorbeeld niet.
De lidstaten moeten het nu eerst eens worden over het voorstel. Ook het Europees Parlement zal er nog aan sleutelen. Bij alle overheidsopdrachten via aanbestedingen is de overheid straks verantwoordelijk dat het minimumloon of het geldende cao-loon betaald wordt aan de uitvoerende werknemers.
Lees ook
by admin | nov 1, 2020 | Varia
De sociale verkiezingen zullen, als er geen onvoorziene omstandigheden plaatsvinden, verlopen van 16 tot en met 29 november 2020. In de zomer werd het advies van de sociale partners omgezet in een Koninklijk Besluit.
Zoals we reeds in vorige nieuwsbrieven schreven willen we iedereen oproepen om het eerlijke verloop van de verkiezingen goed te controleren. Bij fraude kun je het best onmiddellijk klacht neerleggen bij de politie.
Voor wie stemmen?
– Vraag aan de kandidaten of ze voor een vermogenstaks (1% > 1 miljoen euro) zijn of niet,
stem voor diegenen die voor een vermogensbelasting zijn
– Stem voor bekwame kandidaten die hun collega’s verdedigen
– Stem niet voor ja-knikkers die vorige keer verkozen waren en niks verwezenlijkt hebben
– Stem niet voor kandidaten die partij trekken voor de patroons
– Stem niet voor slappe figuren
– Stem ook voor jongeren en vrouwen