Inflatie op hoogste punt sinds 40 jaar

Inflatie op hoogste punt sinds 40 jaar

De inflatie in België is in mei nog verder gestegen, van 8,31 procent naar 8,97 procent. Daarmee bereikt ze het hoogste peil sinds augustus 1982, toen de inflatie uitkwam op 9,02 procent. Dat meldt statistiekbureau Statbel.
De hoge inflatie is deze maand, zoals in de voorbije maanden, voor een groot deel te wijten aan de hoge energieprijzen. De inflatie van energie bedraagt momenteel 56,8 procent. Daarnaast is ook de inflatie van voeding de laatste maanden sterk gestegen.
Maar ook andere producten worden steeds duurder. De kerninflatie, die geen rekening houdt met de prijsevolutie van de energieproducten en de onbewerkte voedingsmiddelen, bedraagt 4,43 procent in mei, tegenover 4,08 procent in april.
Vooral motorbrandstoffen, elektriciteit, private huur, huisbrandolie, restaurants en cafés, melk, kaas en eieren, aankoop van voertuigen, alcoholische dranken, buitenlandse reizen en citytrips en vis en zeevruchten zijn in mei duurder geworden. Aardgas en kleding hadden daarentegen een verlagend effect op het indexcijfer.
De vorige overschrijding van de spilindex dateert van april. Dat betekent dat de uitkeringen en pensioenen in mei en de ambtenarenweddes in juni opnieuw stijgen met 2 procent. En de hoge inflatie zorgt er ook voor dat de lonen in de privésector stijgen. In elke sector gebeurt dat aan een ander tempo. Voor sommige sectoren maandelijks, voor andere dan weer een keer per jaar.
Ook in februari werd de spilindex al eens overschreden, en vorig jaar was dat in augustus en december het geval.

Bron: Trends

Een leerling aan het woord

Opinie van Thibo Temmerman in De Morgen.

‘Als ik op school rondkijk, ben ik geneigd het lerarenberoep dé zwaarste job te noemen’
Leerkrachten behoren stilaan tot een uitstervend ras, betoogt Thibo Temmerman.

Thibo Temmerman (17) is leerling in het Sint-Lodewijkscollege te Lokeren en lid van cd&v. Hij schreef onderstaand opiniestuk over het lerarenberoep.
Er wordt gezegd dat men volop bezig is met het zoeken naar oplossingen voor het lerarentekort en dat men zo snel mogelijk met tegemoetkomingen zal komen. Waarom duurt alles dan zo lang en komen er maar geen doeltreffende oplossingen uit de bus? Studiezalen zitten volgeladen met leerlingen omdat er geen vervangers op de arbeidsmarkt te vinden zijn. Leerkrachten behoren stilaan tot een uitstervend ras. De nood is bijzonder hoog, maar de reeds ondernomen actie blijft bedroevend beperkt.
Als zoon van een leerkracht Duits-Engels in de derde graad secundair onderwijs en als laatstejaarsstudent economie-moderne talen in het secundair onderwijs op diezelfde school ben ik steeds meer geneigd om het beroep van een leerkracht niet als een van de zwaarste jobs, maar wel tot dé zwaarste job in onze maatschappij te bestempelen.
Veel mensen zijn van mening: ‘Och, een leerkracht, wat moeten zij maar doen?’ en ‘Zijn vier maanden vakantie dan nog niet genoeg?’
Om te beginnen zijn mensen zich nog altijd niet bewust van de planlast bij de leerkrachten. De talloze vergaderingen, stapels verbeterwerk, uren voorbereidend werk, terugkerende onderwijshervormingen en de verplichte bijkomende taken worden al snel vergeten. De voortdurende afkeurende en misnoegde blikken als je het woord leerkracht ook maar durft uit te spreken: dit alles en nog zo veel meer zorgt ervoor dat mensen niet meer voor de job van leerkracht kiezen.
Daarnaast is er ook de motivatie en houding van de leerlingen. Wanneer rond 8 uur de studenten de schoolpoort binnenwandelen, doen ze dat blijgezind. Maar als ze een halfuur later de klas binnenkomen, duurt het niet lang alvorens de eerste hoofden op de schoolbanken belanden. Ze zijn uitgeput na een vermoeiend weekend, volgepropt met activiteiten. Ze moeten uitrusten op school.
Het aantal aandachtige en meewerkende leerlingen is beperkt. Leerkrachten worden niet zelden genegeerd door leerlingen. Vanmorgen nog kreeg mijn leerkracht geschiedenis alweer geen antwoord op zijn nochtans boeiende vraag. Naar goede gewoonte beantwoord ik dan de vraag.
Jammer dat de inzet steeds van slechts enkele leerlingen moet komen. Het beroep van een leerkracht is voor veel jongeren totaal niet sexy en een respectvolle houding tegenover het onderwijzend personeel moet steeds vaker afgedwongen worden. Arrogante opmerkingen als ‘Dat studeer ik niet hoor!’ en ‘Waarom leren we dit eigenlijk?’ worden alledaags. Werkt er iets demotiverender?
Niet dat er geen motiverende momenten meer zijn voor de leerkrachten. En ja, er zijn nog leerlingen en ouders die sympathie opbrengen voor het beroep. Helaas is het de minderheid. Petje af voor de gedreven diehards die er dagelijks voor blijven gaan en het beste uit zichzelf naar boven halen omdat ze er in blijven geloven dat ze goed zijn in hun job en hun doel kunnen bereiken bij de jongeren.
We moeten ervoor zorgen dat het lerarenberoep opnieuw aantrekkelijk wordt gemaakt. Een stijging van het loon alleen is niet voldoende. Er is nood aan respect voor het lerarenambt.
Een opwaardering van dit knelpuntberoep dringt zich op. Niet met woorden maar daden zal het beroep in ere hersteld worden, en zal de instroom van beginnende leerkrachten hopelijk groter worden dan de uitstroom.

Bron: De Morgen

Vlaams Onderwijs staat aan de afgrond

Het Vlaamse onderwijs staat op de rand van een diepe afgrond. Maar niet om de reden die u denkt. Jarenlang is het publieke debat over ons onderricht gedomineerd door discussies over pretpedagogie, PISA-scores en dalende onderwijskwaliteit. Niet dat die onbelangrijk waren, maar intussen is er nagenoeg niks gedaan om ervoor te zorgen dat leerlingen niet naar een leeg bord hoeven te staren. Erg onverwacht is dat nochtans niet: men moest maar naar de geboortecijfers en personeelstabellen kijken om te zien dat er problemen aan de horizon stonden.
Het lerarentekort is geen verre toekomstmuziek. Het is een crisis die vandaag al iedere dag in volle hevigheid woedt. Steeds meer schooldirecteurs zitten met de handen in het haar in de zoektocht naar iemand om voor de klas te zetten – of die persoon het juiste diploma heeft, is steeds vaker bijzaak.
De problemen zullen de komende jaren enkel groter worden. In het huidige tempo zijn in het basisonderwijs en het secundair de komende jaren 8.000 extra leerkrachten nodig. Per jaar. Als dat cijfer al doet duizelen, bedenk dan dat een leerkracht lesgeeft aan klassen van pakweg twintig leerlingen. Raken de vacatures niet ingevuld, dan blijven iedere dag tienduizenden leerlingen verstoken van de lessen die ze nodig hebben. De problemen doen zich overal voor, van taalvakken in het aso tot technische lessen voor elektriciens in wording.
In feite is de crisis vandaag al totaal. Alle alarmbellen gaan tegelijk af. En in de Wetstraat lijkt vooral gelatenheid te heersen. Het lerarentekort staat eenvoudigweg niet bovenaan de agenda. Bevoegd minister Ben Weyts (N-VA) heeft het lerarentekort geërfd en kan dan ook moeilijk als schuldige worden aangewezen, maar de vaststelling is dat ook Weyts geen afdoend plan heeft om de problemen het hoofd te bieden.
Er zijn wel allerhande plannen om mensen naar het beroep te lokken, zoals anciënniteit die meegenomen kan worden uit de privésector. Maar er is geen serieuze expert of beleidsmaker die werkelijk gelooft dat het lerarentekort daarmee opgelost kan worden. Er lijkt weinig anders op te zitten dan stopmiddeltjes te bedenken. Zoals blended learning, waarbij leerlingen deels de leerstof aangereikt krijgen door vooraf opgenomen videolessen.
Het is weliswaar een illusie om te denken dat daarmee de crisis afgewend kan worden. Het belang van een goede leerkracht valt nauwelijks te overschatten. Zij houden leerlingen bij de les, motiveren hen om door te zetten, prikkelen hun nieuwsgierigheid en geven getalenteerde leerlingen een zetje in de rug. Een video is geen onderwijzer.
Die vaststelling heeft ook een economische vertaling. Onderzoek heeft aangetoond dat wie betere leerkrachten heeft, later ook meer zal verdienen – en dus ook meer belastingen zal betalen, wat op zijn beurt de hele samenleving ten goede kan komen. Het lerarentekort is zo bekeken een directe bedreiging voor de welvaart en economische groei van de regio Vlaanderen. De Wetstraat staat erbij en kijkt ernaar. Bron: DM

Leerachterstand bij leerlingen groter dan ooit

De leerachterstand bij leerlingen is groter dan ooit. Reden: het lerarentekort.
In het lager en middelbaar onderwijs vallen de afgelopen maanden steeds meer leraars uit die niet vervangen kunnen worden. Bepaalde vakken hebben leerlingen al maanden niet meer gehad. Hoe halen kinderen deze leerachterstand ooit nog in?
Socioloog Dirk Jacobs stuurde anderhalve week geleden een frustratietweet de wereld in. “Al maandenlang krijgen mijn 16-jarige dochter en 12-jarige plusdochter voor verschillende vakken geen les. Ik hoor gelijkaardige echo’s van andere scholen. Ik hou echt mijn hart vast voor het lerarentekort en de te verwachten impact op kwaliteit van het onderwijs.”
Ook bij collega’s klinken gelijkaardige verhalen. Op de ene school is het de leerkracht Frans die een volledig trimester niet vervangen is, op een andere school wordt het hoofdvak cultuurwetenschappen al sinds de herfstvakantie slechts sporadisch gegeven omdat de ene na de andere leerkracht uitvalt wegens niet geschikt of burn-out. Ook in het onthaalonderwijs voor anderstalige nieuwkomers worden de leerlingen stelselmatig meerdere uren per week vroeger naar huis gestuurd wegens een tekort aan leerkrachten.
Dat leidt bij de ouders stilaan tot wanhopige noodkreten. Het probleem lijkt met de week zelfs nog erger te worden. “Dat is niet louter de perceptie”, zegt onderwijsspecialist Pedro De Bruyckere (Arteveldehogeschool Gent). “Het afgelopen anderhalf jaar hebben we elf keer de leraren bevraagd over het lerarentekort op hun school en daaruit kunnen we een stijgende tendens afleiden. In de laatste rondvraag twee weken geleden gaf 43 procent aan dat er klassen zijn die meerdere uren per dag geen les krijgen. In november 2020 was dat nog maar 20 procent.”
In tegenstelling tot wat velen denken, blijken de grootste problemen zich bij de taalvakken te situeren: 21 procent bij de vreemde talen en 7 procent bij het Nederlands. “Dat zijn nu net de vakken waarin contactmomenten het belangrijkst zijn”, geeft Kristof De Witte, onderwijseconoom aan de KU Leuven aan. “Taal vraagt immers interactie: je moet woordenschat en grammatica vaak herhalen en toepassen en dus veel spreekkansen bieden. Bij de exacte wetenschappen is dat minder het geval en kunnen theorie en oefeningen eenvoudiger deels digitaal aangeboden worden.”
Want daar ligt volgens De Witte de oplossing om dit probleem op korte termijn aan te pakken. “Je moet de leraren die er wel zijn efficiënter inzetten. Dat kan door te kiezen voor blended learning, waarbij je een aantal theoretische lessen op video opneemt en waarbij de leerlingen deze theoretische kennis zo kunnen aanleren. Daarbij is het wel belangrijk om centraal leermateriaal aan te maken – daar wringt het schoentje vaak nog in ons land. Bij de terugkeermomenten in de klas kan er dan heel concreet ingegaan worden op de vragen van de leerlingen en kan er geoefend worden.”
Maar De Bruyckere ziet hier op dit ogenblik belangrijke obstakels. “Dat zou goed zijn als er minder leraren zijn, maar nu zijn er vaak helemaal geen voor bepaalde vakken. Dan is dit dus geen oplossing. Ik zie de toekomst dan ook heel somber in. Kijk bijvoorbeeld naar een stad als Amsterdam, daar hebben ze nu beslist om nog maar vier dagen les te geven in plaats van vijf omdat er niet genoeg leraren zijn. Meestal zijn zij drie jaar voor op onze miserie. Ik ken geen magische toverformule om ervoor te zorgen dat dit op één-twee-drie opgelost geraakt.”
NEGATIEVE SPIRAAL
Het behalen van de eindtermen zal niet meteen het grootste obstakel zijn, geeft De Bruyckere aan. “Dat zijn minimumnormen: deze zullen nog wel gehaald kunnen worden. Maar ik hou vooral mijn hart vast voor de aansluiting op de volgende jaren en op het hoger onderwijs, dat zal lastiger worden. Bepaalde vakken die leerlingen minder gekregen hebben, zullen ook niet zo snel gekozen worden aan de universiteit of de hogeschool. Vaak zijn het immers de leraars die hun leerlingen enthousiasmeren voor bepaalde leerstof. Zo kom je echt in een negatieve spiraal terecht, die we nog jaren met ons gaan meeslepen: je zal voor die vakken in de toekomst nóg minder leerkrachten ter beschikking hebben.”
De Bruyckere stipt nog een ander probleem aan, dat vaak onder de waterlijn blijft. “In het beroepsonderwijs is de situatie nog schrijnender. Maar omdat het daar over kleinere aantallen gaat, wordt dat onder de mat geveegd. Toch zijn contactmomenten daar nog belangrijker. Het gaat hier bovendien over knelpuntberoepen, zoals metselaars of elektriciens. Ook voor onze economie heeft dat rechtstreekse gevolgen.”
PRIVÉLESSEN
De ouders hebben dus best wel redenen om ongerust te zijn. Maar kunnen ze zelf iets doen om hun zoon of dochter te helpen? “Ze kunnen een handboek vastpakken en over de leerstof praten met hun kinderen”, zegt De Witte. “Maar dat is vanzelfsprekend geen vervangmiddel. Het is wel beter dan niks.”
Sommige ouders kiezen ervoor om hun kinderen privélessen te laten volgen. “Dat is allemaal goed te begrijpen, maar het maakt het probleem nog erger”, zeg De Witte. “Zo worden potentiële leerkrachten ook nog eens uit het systeem gehaald. Volgens mij doen deze privéleraars het trouwens niet voor het geld, maar gewoon omdat het leuker is om met kleinere groepjes te werken van gemotiveerde leerlingen. De sociaal-economische verschillen worden zo nog meer uitgediept tussen de ouders die zich dat kunnen permitteren en de ouders voor wie zoiets onbetaalbaar is.” Bron: DM

Index blijft stijgen

Index blijft stijgen

De torenhoge inflatie heeft een enorme impact op de lonen. Door de automatische indexering lopen de loonkosten fors op voor de bedrijven.
De afgelopen 10-15 jaar kwam de gemiddelde indexering in ons land uit op minder dan 2 procent per jaar. Volgens de prognoses zou dit cijfer tegen juli 2023 kunnen oplopen tot 12 procent.
De automatische indexering van de ambtenaarslonen en uitkeringen in België is bijna uniek in Europa. Alleen Luxemburg en Malta maken gebruik van dezelfde procedure. Ook de lonen in de privésector worden automatisch aangepast aan de toegenomen levensduurte.
Dit beschermt uiteraard de koopkracht van de Belgische consumenten.

“Voor een aantal sectoren, zoals hotels en restaurants of (werknemers in de voedselproductie), zal er begin volgend jaar een stijging zijn van meer dan 8 procent, bovenop de stijging van (ten minste) 3 procent dit jaar. Andere sectoren krijgen te maken met meervoudige (en snellere) indexeringen, zoals bouwvakkers, voor wie de stijgingen bij elkaar opgeteld ook meer dan 8 procent zouden bedragen voor 2022 (8,12 procent); en nog eens 3,63 procent als we vooruitkijken naar 1 juli 2023.
De werkgevers maken zich dus zorgen over wat de impact daarvan zal zijn op hun concurrentievermogen. Daarnaast wordt er ook gewaarschuwd voor een zogenaamde loon-prijsspiraal, waarbij de stijgende lonen de inflatie verder aanwakkeren. Vorige week hebben het VBO en Voka opnieuw gepleit voor een indexsprong. De socialisten en de groenen antwoordden dat daar geen sprake van kan zijn.
Automatische indexering en inflatie.
De automatische indexering is gebaseerd op de spilindex. Als die wordt overschreden, worden de lonen aangepast. Deze afgevlakte gezondheidsindex is de gemiddelde waarde van de gezondheidsindexen van de vier jongste maanden, waaruit alcohol, tabak, benzine en diesel zijn verwijderd. Telkens wanneer de spilindex wordt overschreden, worden de ambtenaarslonen en uitkeringen automatisch met 2 procent geïndexeerd.
Het Belgische inflatiecijfer is bijzonder hoog in vergelijking met de rest van Europa. Voor de maand maart bedroeg de inflatie 8,31 procent, het hoogste niveau in bijna 40 jaar.
De loonindexering in de privésector is afhankelijk van de afspraken gemaakt binnen de CAO waar je onderneminig deel van uitmaakt.
Elk jaar wordt er tussen de sociale partners onderhandeld over interprofessionele akkoorden. Maar de zogenaamde wet van 1996 beperkt de loonstijgingen tot een marge van 0,4 procent (exclusief de automatische indexering van 2 procent). De vakbonden willen een einde maken aan deze wet, die volgens hen hun manoeuvreerruimte inperkt. Ook zij oefenen momenteel druk uit op de regering. De automatische indexering en de garantie daarvoor – de wet van 1996 – zullen in de komende maanden en jaren zeker een politiek strijdtoneel zijn.
De loonindexering is een gevolg van de hoge inflatie. Daardoor wordt de spilindex veel sneller dan normaal overschreden. Bij een overschrijding van de spilindex worden de sociale uitkeringen en de ambtenarenweddes opgetrokken.
Ook in februari en in april werden de ambtenarenweddes al verhoogd. En er zit mogelijk nog een vierde loonindexering in dit jaar, want het Planbureau verwacht dat de spilindex in oktober weer overschreden zal worden. Dat zou betekenen dat de uitkeringen in november en de weddes van het overheidspersoneel in december opnieuw omhooggaan.

Ook lonen in de privé geïndexeerd
Bij vijftien verschillende paritaire comités wordt op 1 juni een indexatie van de lonen toegepast. Bij arbeiders uit de petroleumnijverheid en -handel (PC 117) wordt het basisuurloon verhoogd. Bedienden uit de kleinhandel in voedingswaren (PC 202) krijgen één procent meer loon in juni. Dertien andere paritaire comités, waaronder de audiovisuele sector en verschillende delen van de zorgsector, kunnen rekenen op twee procent extra loon.

Onder welk paritair comité je valt, is af te leiden uit je loonbrief. In onderstaande tabel staan alle PC’s opgelijst die op een indexering kunnen rekenen deze maand.

Indexering lonen juni 2022
Niet alleen ambtenarenlonen stijgen in juni, dat is ook het geval voor werknemers van vijftien paritaire comités
Paritair comité Beschrijving ▼ Loonaanpassing
331 Vlaamse welzijns- en gezondheidssectoren – Kinderopvang & geestelijke gezondheidszorg 2%
329 Socioculturele sector 2%
117 Petroleumnijverheid en -handel 116,92 (percentage toe te passen op basisuurloon)
319 Opvoedings- en huisvestigingsinrichtingen en -diensten 2%
339 Maatschappijen voor sociale huisvestiging 2%
330 Inrichtingen tandprothesen 2%
315 Handelsluchtvaart 2%
311 Grote kleinhandelszaken 2%
322 Dienstenchequessector 2%
318 Diensten voor gezins- en bejaardenhulp 2%
225 Bedienden van het gesubsidieerd vrij onderwijs 2%
202 Bedienden uit de kleinhandel in voedingswaren 1%
227 Audiovisuele sector 2%
313 Apotheken en tarificatiediensten 2%
337 Aanvullend paritair comité voor de non-profitsector 2%

Consumptieprijsindex | Statbel (fgov.be)