De stilte voor de storm

De stilte voor de storm

Een indringende kijk op de oorsprong van radicale ideeën – en hoe moderne technologie die dwarszit

“Vakkundig beargumenteerd en levendig opgeschreven.” Simon Schama, in The New York Times

Wanneer we het hebben over revoluties, denken we algauw aan chaotische protesten waarbij demonstranten met veel lawaai de straat op gaan om te strijden voor hun overtuigingen. Toch worden de ideeën die aan deze revoluties ten grondslag liggen al van oudsher in stilte achter gesloten deuren gevormd. Van dekolonisatie tot feminisme – de meest wereldveranderende bewegingen werden door een kleine voorhoede in gang gezet en daarna pas op grote schaal verspreid.

Maar met de opkomst van Facebook en Twitter heeft de hele wereld plotseling toegang tot deze voorheen zo gesloten netwerken. Grote bewegingen als de Arabische Lente, Occupy Wall Street en Black Lives Matter werden al beïnvloed door de sociale media. In De stilte voor de storm werpt Gal Beckerman zijn licht op de kansen en gebreken van dit nieuwe digitale ecosysteem. Hij neemt ons mee langs de totstandkoming en uitvoering van radicale ideeën, van de heimelijke inspanningen van zeventiende-eeuwse wetenschappers tot het georganiseerde sociale media-activisme van vandaag de dag. Grote politieke en maatschappelijke veranderingen, zo toont Beckerman aan, vallen of staan met de inspanningen van de vooruitstrevende denkers die achter de schermen het heft in eigen hand nemen.

De pers over De stilte voor de storm:
“Filmisch, breed uitgemeten en ambitieus. […] Beckerman neemt ons mee op een magische, historische reis.” The New Yorker

De stilte voor de storm is een bijzonder en heerlijk boek dat de intellectuele impulsen achter een reeks culturele veranderingen en politieke opstanden verkent. […] Beckermans historische en diepgaande casestudy’s maken dit een uitzonderlijk en lezenswaardig boek.” The Washington Post

“Een meeslepende studie.” The Economist

“Het komt zelden voor dat een boek je een nieuwe kijk geeft op maatschappelijke verandering. Dit boek doet dat wél.” Walter Isaacson, auteur van o.a. Leonardo da Vinci en Steve Jobs

De stilte voor de storm is een fascinerende verkenning van hoe wereldveranderende ideeën worden gevormd en verspreid.” Steven Pinker, auteur van o.a. Rationaliteit

“Creativiteit zal niet voortkomen uit een nog grotere razernij, maar uit reflectie over waar we zijn en hoe we er zijn gekomen. Gal Beckerman wijst ons de weg.” Timothy Snyder, auteur van o.a. Over tirannie

Artikelnummer: 9789000383016

Hoera, daar is de arbeidsmarktkrapte!

Hoera, daar is de arbeidsmarktkrapte!

Volgens de werkgeversorganisaties en de regeringen is de krapte op de arbeidsmarkt een zorgwekkend probleem. Het aanbod van werk is groter dan het aanbod van werkzoekenden. Vacatures raken niet ingevuld door geschikte arbeidskrachten. ABVV-adviseur Caro Van Der Schueren ontkent het probleem niet, maar ziet heel andere oorzaken én mogelijke remedies.

Veel werkgeversorganisaties en beleidsmakers maken zich zorgen over de arbeidsmarktkrapte. Er zijn volgens hen twee problemen: Volgens VOKA, het Vlaams netwerk van ondernemingen1, is de arbeidsmarktkrapte een belangrijke bedreiging voor onze economie.

Ten tweede zien zij in het zogenaamd ‘te lakse activeringsbeleid en te hoge uitkeringen’ de oorzaak waardoor werkzoekenden onvoldoende gepusht worden naar de beschikbare jobs. Zo vindt Tom Ongena, Vlaams parlementslid voor Open VLD dat “Activering van werkzoekenden door VDAB nog te vrijblijvend is”2.

En volgens arbeidsmarktexpert Stijn Baert “klampen (de verschillende regeringen) langdurige werkzoekenden te weinig aan om de poule van vacatures die ze overwegen te verbreden. Zo is de vooropgestelde versterking van de degressiviteit in de werkloosheidsuitkeringen gesneuveld”3.

Arbeidsmarktkrapte is geen nieuw fenomeen. We gingen de coronacrisis in met een krappe arbeidsmarkt en door de verschillende steunmechanismen en onze sociale zekerheid hield de tewerkstelling voor het grootste deel stand.

Hierdoor daalt de werkloosheid verder, neemt de tewerkstelling toe en raken vacatures moeizamer ingevuld. Onze economie herstelt sneller dan voorzien en zit eind 2021 boven het pre-corona niveau. Ondanks de oorlog in Oekraïne gaat de Nationale Bank van België voor 2022 uit van een verdere groei van 2.4 %.

Dus, ‘slecht’ doet onze economie het zeker niet. Bovendien kan het gebrek aan arbeidskrachten de positie van werknemers aan de onderhandelingstafel versterken. Want waar vroeger werkzoekenden elkaar beconcurreerden voor een job, moeten bedrijven nu de concurrentie aangaan met elkaar. Biedt de arbeidskrapte dan niet eerder opportuniteiten dan risico’s?

Waar komt de krapte vandaan?

Laat ons even dieper ingaan op de oorzaken van arbeidsmarktkrapte. In 2019 bracht het departement Werk & Sociale Economie een studie uit over de oorzaken van de arbeidsmarktkrapte in Vlaanderen. De studie gaat in op twee fenomenen. Enerzijds de demografie. Een dalende fertiliteit en het later intreden op de arbeidsmarkt door het aanvangen van hogere studies zorgt voor minder en latere intreders op de arbeidsmarkt. Hierdoor vergrijst de bevolking in sneltempo en neemt de vervangingsvraag sterk toe.

Anderzijds gaat de studie dieper in op de opleidingsmismatch waarbij het arbeidsaanbod (werknemers en hun competenties) niet meer dreigt te matchen met de jobvraag, waarvoor andere profielen en competenties nodig zullen zijn.

Essentieel hierin is dat er door technologie en digitalisering meer en meer vraag komt naar hooggeschoolde profielen, terwijl midden- en lagergeschoolde profielen het moeilijker krijgen door het verdwijnen van jobs of het veranderen van de jobinhoud.

Deze verschuiving in de vraag naar arbeid zien we tot 2018 ook weerspiegeld in de vacatures van VDAB: de vraag naar hogergeschoolde profielen neemt toe, terwijl de vraag naar kort- en middengeschoolden krimpt en in 2018 stabiliseert.

Tegelijk blijft een belangrijk aandeel (17.7%) van de Vlaamse bevolking kortgeschoold. Hun werkzaamheidsgraad ligt in 2020 met 53,7 % een stuk onder de algemene werkzaamheidsgraad die 77,7 % bedraagt. De hooggeschoolden laten een bijzonder hoge werkzaamheidsgraad optekenen: 88,1 %4.

De kortgeschoolden behoren ook tot de groepen die het zwaarst werden getroffen door de gevolgen van de coronacrisis. Vandaag maken zij 44 % uit van de werkzoekendenpopulatie. In 2021 en begin 2022 zien we een lichte stijging in het aantal vacatures voor kortgeschoolden.

Dat is niet verwonderlijk aangezien deze jobs als eerste sneuvelden ten gevolge van de coronacrisis en de aanhoudende sluiting van sectoren die een belangrijk aandeel van kortgeschoolden tewerkstelt.5

Meer jobs, minder kwaliteit

Maar er ontbreekt een element in de studie: het gebrek aan kwalitatieve jobs. De afgelopen decennia zijn jobs minder werkbaar geworden, volgt het loon van de werknemers niet langer meer hun productiviteit en zijn flexibele en onzekere contracten toegenomen.

Van de ongeveer 230.000 nieuwe jobs in België, gemeten tussen 2014 en 20196, gaat het in minder dan de helft om voltijdse contracten. Ongeveer evenveel zijn deeltijds, de rest is seizoens- of interimarbeid.

De Hoge Raad voor de Werkgelegenheid gaf in 2017 bovendien ook aan dat de nieuwe jobs vooral minder goed betaalde jobs zijn. Bijna de helft van de nieuwe jobs, 47%, hoort bij de 20% laagste inkomens, terwijl in de totale tewerkstelling slechts 23% van de werknemers tot die laagste 20% behoort.

In 2018 gaf de Hoge Raad voor de Werkgelegenheid aan dat 4 op 10 van de nieuwe jobs tijdelijke jobs zijn7. Een extreem voorbeeld van flexibiliteit zijn de dagcontracten in de interimsector. Het aantal uitzendkrachten dat een heel jaar door met dagcontracten tewerkgesteld8 is, explodeerde de afgelopen 15 jaar.

Van de ongeveer 230.000 nieuwe jobs in België, gemeten tussen 2014 en 2019, gaat het in minder dan de helft om voltijdse contracten.

Specifiek voor de kortgeschoolden zijn de jobs er niet beter op geworden. Het aandeel kwalitatieve kortgeschoolde jobs is afgenomen ten voordele van een stijging van minder kwalitatieve kortgeschoolde jobs. We zien een daling van jobs in de industrie en een stijging in de logistiek, vervoer, schoonmaaksector en online handel.

Hierdoor zijn de banen waarin kortgeschoolden terechtkomen nu vaker laagbetaald, deeltijds en tijdelijk. Een op de twee personen die zijn tewerkgesteld in een laaggekwalificeerd beroep werkt deeltijds, dat is het dubbel van het nationale gemiddelde. Voor de vrouwelijke werknemers in een laaggekwalificeerd beroep, stijgt dat aandeel tot twee derde.

Over het algemeen melden laaggeschoolden die tewerkgesteld zijn een duidelijk lagere tevredenheidsgraad dan de hogergeschoolde werknemers, met name wat hun financiële situatie betreft9. Kortom kortgeschoolden komen steeds minder terecht in kwalitatieve jobs.

Vandaag heeft nog geen 1 op 2 van de werknemers een werkbare job10.

Ook als we kijken naar de Werkbaarheidsmonitor van de SERV (Sociaaleconomische Raad Van Vlaanderen) zie je een gevaarlijke evolutie. Sinds 2004 wordt de werkbaarheid van de jobs gemeten. En wat zien we? Een daling van het aandeel werkbare jobs. Vandaag heeft nog geen 1 op 2 van de werknemers een werkbare job10.

Deze cijfers stroken ook met de evolutie van het aantal langdurig zieken dat jaar na jaar toeneemt.

De krapte lijkt dus geen louter gevolg te zijn van werkonwilligen zoals werkgevers en sommige beleidsmakers of experts beweren, maar ook een gevolg van een stijging van ziekmakende jobs en een gebrek aan kwalitatief aanbod waardoor steeds meer mensen uit de arbeidsmarkt worden geduwd.

De lijst van knelpuntberoepen blijft maar aantikken11. In bijna 1 op 2 van deze knelpuntberoepen vormen de arbeids- en loonsvoorwaarden het probleem. Met stip bovenaan het beroep van verpleegkundige. En ook daar vormen de arbeids- en loonsvoorwaarden het grote probleem.

Corona-effect

Corona heeft bovendien de nood aan kwalitatieve jobs op scherp gesteld. Sinds de uitbraak van corona is één op de vijf werknemers minder positief over het werk. Uit een recente studie van KU Leuven en interimbedrijf Tempo-team blijkt dat werknemers12 minder werkplezier hebben, meer stress ervaren en het gevoel hebben dat hun mentaal en fysiek welzijn is verminderd.

Hierdoor zegt één op de tien werknemers dat ze op zoek willen gaan naar een nieuwe job. Dat is een verdubbeling sinds corona. Deze verschuiving is zeer begrijpelijk. Het werk was één van de enige dingen die, alvast zeker in het begin, overbleven tijdens corona waardoor mensen zich vragen stelden over de positie van hun werk in hun leven.

De krapte lijkt geen louter gevolg te zijn van werkonwilligen, maar ook een gevolg van een stijging van ziekmakende jobs en een gebrek aan kwalitatief aanbod.

Andersom waren de flexibele jobs de eerste die sneuvelden door corona. Interimcontracten, flexijobs of tijdelijke contracten werden niet verlengd of stante pede beëindigd. Waar het aantal dagelijkse uitzendkrachten normaliter rond de 100.000 schommelt, werd 30% vrijwel onmiddellijk op straat gezet in 202013.

De epidemie legde de kwetsbaarheid bloot van minder kwalitatieve jobs. De horeca bijvoorbeeld vindt maar moeilijk opnieuw personeel. De slechte arbeidsvoorwaarden, onzekere contracten en uren hebben werknemers doen overstappen naar andere sectoren met meer zekerheid14.

In Nederland gebeurt er ook iets opmerkelijks. Nora Neuteboom, senior economist bij ABN Amro merkte het volgende op: “Volgens het Centraal Bureau voor Statistiek (CBS) daalde in de afgelopen jaren het aantal werkenden dat meer uren zou willen werken. Het aantal werkenden dat minder uren wil werken steeg juist. Corona deed daar nog eens een schepje bovenop.”

“De circa 1,5 miljoen zelfstandigen in Nederland zijn gemiddeld drie uur minder gaan werken tijdens en na corona. Nu kan je zeggen dat dat niet vrijwillig was, maar ondanks het opheffen van de maatregelen vorige zomer en afgelopen kwartaal, neemt het aantal gewerkte uren niet toe. Misschien willen ook zelfstandigen werken om te leven, in plaats van leven om te werken”15.

1,5 miljoen Nederlanders lijken besloten te hebben dat niet al hun tijd moet gaan naar werk maar dat het werk hen moet toelaten bij hun familie en vrienden te zijn, en dat er voldoende ruimte is voor vrije tijd en persoonlijke ontwikkeling.

Laat de krapte haar rol spelen

Beeld u nu in dat er zo’n mechanisme bestaat waarbij werkgevers vrijwillig worden overtuigd om de lonen omhoog te trekken en betere voorwaarden te creëren. Wel, het is net dat wat arbeidsmarktkrapte doet. Er is daarom nood aan een mentaliteitswijziging die de goede aspecten van krapte erkent en het mechanisme volop laat spelen in plaats van tegen te werken.

Voornamelijk in die sectoren waar een dringend tekort is – zoals in de zorg, het onderwijs, … – en essentieel zijn voor de maatschappij. Voor die sectoren moet er worden ingezet op het verbeteren van de verloning en kwaliteit van de job om ze aantrekkelijker te maken en het huidige personeel te behouden. Een periode van arbeidsschaarste kan hiervoor een katalysator zijn. Het beleid kan hier een handje in helpen.

Werken om te leven, in plaats van leven om te werken.

Enkel met meer werkbaar werk kunnen langdurig zieken terug inschuiven op de arbeidsmarkt. Er is daarom nood aan een werkbaarheidsfonds, beheerd door werkgevers en werknemers waarmee acties kunnen worden opgestart op de werkvloer.

Om de mismatch weg te werken tussen de langdurig- en kortgeschoolde werkzoekenden en de arbeidsmarkt, moet VDAB meer inzetten en investeren op competentieversterking en begeleiding op de werkvloer.

Er is nood aan een mentaliteitswijziging die de goede aspecten van krapte erkent en het mechanisme volop laat spelen in plaats van tegen te werken.

Voor de langdurig werkzoekenden met de verste afstand tot de arbeidsmarkt kan de Vlaamse overheid inzetten op het uitrollen van het Franse concept van ‘territoires zéro chômeur de longue durée’ (gebied van zero werkloosheid van lange duur, nvdr). Dit concept garandeert elke burger het recht op werk zoals vastgelegd in de grondwet.

Door zelf lokale en duurzame tewerkstelling te creëren, die niet wordt ingevuld door het bestaande lokale economische weefsel, heeft elke langdurig werkzoekende zicht op werk. De tewerkstelling is op maat van de mogelijkheden van de werkzoekende en biedt een voltijds contract van onbepaalde duur met opleidingsmogelijkheden en begeleiding op de werkvloer16.

Volgens professor Ides Nicaise van het Leuvense Onderzoeksinstituut voor Arbeid en Samenleving (HIVA) die het concept onderzocht, is het concept economisch kerngezond. En finaal door loonsonderhandelingen terug de vrije ruimte te geven en de loonnormwet te hervormen.

Het artikel Hoera, daar is de arbeidsmarktkrapte werd overgenomen van ABVV-experten en verscheen ook in het tijdschrit Sampol, jaargang 29, nr. 5, mei 2022 pagina 34-39. Caro Van Der Schueren is adviseur arbeidsmarkt bij het Vlaams ABVV.

Notes:

1   Voka.be.

2   Openvld.be

3   De Standaard, 31 januari 2022

4   Steunpunt Werk

5   Arvastat

6   Sociaal-economische Barometer ABVV-2019

7   Hoge Raad voor de Werkgelegenheid, jaarverslag 2018

8   ‘4 jaar lang werken in dagcontracten? Dat moet stopppen’, www.ABVV-experten.be

9   Hoge Raad voor de Werkgelegenheid: ‘Welke positie hebben de Laaggeschoolden op de arbeidsmarkt in België? 2021

10   Werkbaarwerk.be

11   VDAB.be

12   Tempo-team.be

13   Sociaal-economische barometer 2020 ABVV

14   De Standaard, 8 september 2021

15   RTLNieuws.be, 9 november 2021

16   Trends.be 15/12/2021

Bron: DeWereldMorgen.be

Het waargebeurde verhaal van Russische witwaspraktijken, louche moordaanslagen en de lange arm van Poetin

Het waargebeurde verhaal van Russische witwaspraktijken, louche moordaanslagen en de lange arm van Poetin

Achtervolgd door de staatsmaffia door Bill Browder is het verslag van een waargebeurd corruptieschandaal, een zinderend internationaal avontuur en aangrijpend pleidooi voor gerechtigdheid ineen. Bill Browders advocaat Sergej Magnitski wordt in een Russische gevangenis in koelen bloede vermoord. Browders leven verandert voorgoed. Hij laat zijn zakenleven achter zich en stort zich volledig op de zoektocht naar gerechtigheid. Een van de eerste stappen van die missie is om op te helderen wie Magnitski vermoordden en wie er profiteerden van de $230 miljoen corruptiegelden die de jonge advocaat op het spoor was. De Russische financiële kruimels leiden Browder en zijn team de hele wereld over, maar bovenal leiden ze naar niemand minder dan Vladimir Poetin. Als westerse gerechtshoven het gestolen geld vervolgens bevriezen, is Poetins toorn gewekt. Browder staat vanaf dat moment bovenaan de zwarte lijst. Omkopingen, desinformatie en moordaanslagen: Poetin schrikt nergens voor terug om zijn rijkdom en macht te beschermen.

Artikelnummer: 9789045042572

Loonnormwet 2017 is fout!

ACV-voorzitter Marc Leemans nam de gelegenheid van zijn jaarlijkse Rerum Novarum-toespraak te baat om Margot aan het woord te laten. Zij verkondigde haar verhaal, hoe zij dagelijks moet zien rond te komen met dienstencheques. Leemans toont in zijn toespraak dat sociale uitbuiting brandend actueel is en dat de ACV blijft strijd voeren voor social rechtvaardigheid.

Beste vrienden en vriendinnen,

We beginnen met een programmawijziging. Normaal zou ik nu voor u speechen. Maar ik geef graag eerst het woord aan Margot. Margot werkt met dienstencheques. Ze doet belangrijk en zwaar werk. Maar wordt daar veel te weinig voor betaald, 12 euro per uur. Bruto.

De roep van Margot en haar collega’s voor een beter loon, voor erkenning, voor respect, wordt genegeerd door de dienstenchequebedrijven. Die vangen veel overheids-geld maar betalen daarmee liever hun aandeelhouders dan het eigen personeel.

Hun roep, de hoop én de wil om dingen ten goede te keren, dat is dé essentie van Rerum Novarum.

Wat Margot hier net vertelde, vrienden, daarover gaat Rerum Novarum, “over nieuwe dingen”1. Het gaat over onze overtuiging dat we dingen ten goede kunnen veranderen. We weten dat het kan, dat vele mensen zich daarvoor elke dag inzetten. Samen kunnen we de wereld beter maken, op alle niveaus, van het internationale tot het zeer lokale.

Overmorgen (vrijdag 27 mei) start de Internationale Arbeidsconferentie. Die is niet sexy voor media, dus je hoort er weinig over. Vaak denkt men dat het een soort ontwikkelingshulp is. Goed voor mensen in het Oosten en het Zuiden. Nuttig voor onveilige kleding-ateliers in Bangladesh. Voor kind-arbeiders in Afrika. Voor met de dood bedreigde syndicalisten in Zuid-Amerika.

Maar internationale arbeidsnormen zijn ook bij ons belangrijk. Kinderarbeid, hier bij ons? Bij pakjesbedrijf PostNL is het vastgesteld. Dwangarbeid, in Vlaanderen? De verplichte gemeenschapsdienst voor langdurig werkzoekenden zoekt die grenzen op.

Overleg verbieden, bij ons? De regering De Croo maakt mogelijk dat werkgevers in e-commerce eenzijdig de arbeidstijd wijzigen en nachtwerk tot 24u invoeren. Privéleven, gezinsleven, gezondheid van werknemers? Een zeur die daar wakker van ligt.

Vrije onderhandelingen verbieden, in België? Vakbonden die vrij kunnen onderhandelen over loon- en arbeidsvoorwaarden, dat is één van de fundamentele arbeidsnormen, zelfs een mensenrecht. Maar in België voor onbepaalde duur aan banden gelegd. Door de Zweedse coalitie in 2017.

Die verstrengde de loonnormwet, stak ze vol met sjoemelsoftware. En maakte zo een foute thermometer die er voor zorgt dat de loonmarge voor de komende twee jaar wellicht zelfs nul komma nul wordt. Dat zal in ieder geval niet met ACV zijn.

Margot en haar collega’s vechten voor een piepkleine maximale opslag van 0,4% voor 2021 en 2022 samen. Voor Margot zou dat een opslag geven van 8,5 euro. Bruto. Per maand. Netto zijn dat amper 2 broden. Tot nog toe weigeren hun bazen die opslag. Ze vinden dat veel te veel.

De enige houvast die Margot en alle andere werknemers hebben is onze automatische indexering. Van een index wordt niemand rijker. Een index corrigeert je verlies aan koopkracht. Achteraf. En met uitgevlakte gemiddelden.

Je kan er nadien bijna opnieuw evenveel mee kopen als voordien. Van een index word je niet rijker. Je blijft er even arm van. Maar ook de index willen de werkgevers weg. Zij willen dus onderhandelen over een loondaling! Opslag onder index. Werken voor minder loon.

Dat is niet fair. De koek die we samen bakken wordt niet eerlijk verdeeld. Daarom moet de Loonnormwet veranderd. 87.000 mensen zetten hun handtekening onder onze officiële petitie. Op 29 juni moet het parlement daarover discussiëren.

En om onze eis kracht bij te zetten, betogen we op 20 juni in Brussel. Hoe diep zijn we gezakt, dat we zelfs met deze regering moeten betogen voor de naleving van een mensenrecht. En kom niet af met “de wet is de wet”. We hadden ooit een wet die stemrecht weigerde aan vrouwen. Mensen maken wetten. Mensen kunnen dus foute wetten rechtzetten.

De Loonnormwet van 2017 is fout!

En laat u niets wijsmaken: er is geld voor betere lonen! De Nationale Bank zegt dat veel bedrijven in volle coronacrisis bijzonder goed boeren. Een pak bedrijven soigneren hun aandeelhouders met extra dividenden. De internationale prijsstijgingen leveren een deel van de bedrijven woekerwinsten op, de energiebedrijven voorop.

De waarheid is dat de verdeling van welvaart steeds schever trekt. Met aan de ene kant verarming en uitsluiting van gewone mensen. Met een middenklasse waarvan het onderste deel ook alsmaar dieper wegzakt. En met aan de andere kant steeds grotere concentratie van inkomens en vermogens bij een elite. Zozeer dat het een bedreiging wordt voor de democratie.

Hoe kom je tot betere verdeling? Dat is geen raketwetenschap. Ondersteun vakbonden in plaats van ze tegen te werken. Maak vrij onderhandelen mogelijk in plaats van te verbieden. Treed op als machtige spelers de markt vervalsen. Doe multinationals ook faire belastingen betalen. Bouw aan een samenleving waarin de plaats op de maatschappelijke ladder niet wordt bepaald door afkomst, huidskleur, geslacht, …

Wij hebben nood aan meer herverdeling. Dat kan via de sociale zekerheid. Pensioenen, ziekte-verzekering, werkloosheids-verzekering zijn fundamenteel voor de samenleving. De sociale zekerheid tilt veel mensen uit de armoede en vrijwaart de middenklasse tegen extreme verarming.

Het is schandalig dat de vakbonden van de werkgevers opnieuw het voorziene geld – 800 mio euro – voor de welvaartsvaste uitkering van zieken, werklozen en gepensioneerden blokkeren. Door het te koppelen aan een loonakkoord voor wie werkt.

De wet vraagt tegen 15 september een akkoord tussen sociale partners over 800 miljoen euro extra voor sociale uitkeringen. Lukt dat niet, dan is het simpel: dan moet de regering op 16 september de knopen doorhakken.

Onze eisen liggen op tafel. Mensen met een klein inkomen mogen geen dag langer dan nodig wachten op de verbeteringen waar ze recht op hebben.

Maar wie spreekt over herverdeling van welvaart moet het ook durven hebben over belastingen. De vorige regering bakte niks van de hervorming van de belasting voor de burger. Terwijl ze wél de belasting op bedrijfswinsten sterk heeft verlaagd.

De regering De Croo beloofde een echte hervorming van de belasting. En we kregen een paar voorafgaande stapjes. Er is de invoering van een effectentaks; geld dat dient voor onze gezondheidszorgen. Maar het echte werk moet nog gebeuren. En niet om hoge inkomens te soigneren, zoals liberalen willen.

Wie houdt van opslag vandaag het minst over? Dat zijn de mensen met een laag tot middenlaag loon. Bij de gewone Vlaamse vader of moeder met een beperkt maandloon van 2.900 euro bruto blijft van een opslag met 10 euro maar 1 euro over.

Anders gesteld: hij of zij draagt tot 90% af, dat is veel meer dan wat de hoogste lonen betalen op hun laatst verdiende euro. Terwijl er voor vermogenden 1001 gaten en ontwijkings- en ontspanningsroutes zitten in de gruyère kaas van ons Belgisch belastingstelsel. Die fundamentele onrechtvaardigheid wegwerken moet de eerste prioriteit zijn.

De oplossing hiervoor zit niet in nieuwe besparingen op kap van gewone mensen. Bijvoorbeeld door te snoeien in sociale zekerheid of publieke diensten. De oplossing zit in eerlijke bijdragen van hoge inkomens en vermogens. Sterke schouders kunnen best wat zwaardere lasten dragen.

Daarom wil het ACV een vermogensbelasting van 1% op de eerste schijf van 1.000.000 tot 1.500.000 euro, 1,25 % van 1.500.000 tot 2.000.000 euro en 1,5 % op alles daarboven. Geschatte opbrengst: 6 miljard euro!

Arthur Apostel van het KUL-HIVA2 zocht het haarfijn uit: één kwart van de rijkdom zit geconcentreerd bij amper 1% van de gezinnen, dat is een pak méér geld bij een pak minder mensen dan vaak werd gedacht. Die eten geen boterham minder als daar wat afgaat.

Maar voor ons moet het ook gaan over faire belasting op elk inkomen. Hoe dikwijls hebben we al gezegd: 1 € = 1 € ? Waarom is de euro die men verdient door een nano-seconde speculatie minder belast dan de euro die men verdient door een leven lang transpiratie en hard werken?

De belasting op hard werken kan omlaag. Als je een eerlijke fiscale bijdrage vraagt aan andere inkomens. Uit speculatie, uit verhuur, uit vermogen, uit meerwaarden, …

Politici moeten meer aandacht hebben voor wie het moeilijk heeft!

Meer respect voor mensen in hun strijd om het hoofd boven het water te houden, om vooruit te komen in het leven. Voor wie hard zijn best doet en voor wie pech heeft of ouderdom.

Partijen zijn vooral bezig met het eigen dagelijks overleven. Ze vertragen broodnodige beslissingen of blokkeren ze in een politiek moeras. De Wetstraat die naar de eigen navel staart en zich opwarmt voor een zevende staatshervorming. Wie zit daarop te wachten? Dat drijft mensen naar extremen.

Want ondertussen krijgen gezinnen in moeilijkheden te weinig antwoorden op hun vraag hoe ze de energierekening en de verplaatsing naar het werk moeten betalen. Ondertussen worden werknemers een kostenpost gezien.

Ondertussen worden mensen met een sociale uitkering als een passief blok aan het been gezien. Ondertussen hebben de dienstencheque-werknemers zoals Margot nog altijd geen loon-cao voor 2021-2022. En evenmin een fatsoenlijke tussenkomst in de steeds zwaardere kosten om zich tussen werkposten te verplaatsen.

We zijn een klein land. Onze politici moeten dichter bij de burgers staan. Respect voor elke persoon, elk gezin, aandacht voor wie het moeilijk heeft.

Dat is waar Rerum Novarum en het ACV en de beweging voor staan. Dat is wat we van politici verwachten. Omdat iedere mens telt!

Ik dank u.

Notes:

1   Rerum Novarum (‘over nieuwe dingen’) is de naam van de encycliek van paus Leo XII van 1891, waarin de Katholieke Kerk voor het eerst een sociale leer verkondigde over de situatie van de werkende klasse, zoals rechtvaardig loon, recht op eigendom en solidariteit. De Kerk erkende tevens de rol van de vakbonden voor het bekomen van deze rechten. De christelijke vakbond beschouwt Rerum Novarum als zijn historische basis.

2   Onderzoeksinstituut voor Arbeid en Samenleving van de Katholieke Universiteit Leuven.

Bron: DeWereldMorgen.be

21% van onderwijspersoneel vertoont burn-outsymptomen

Op dinsdag 31 mei organiseren de vakbonden van het overheidspersoneel een actiedag. Ook onderwijspersoneelsleden die aangesloten zijn bij ACOD Onderwijs zullen die dag staken. Enkele van hun eisen: een focus op de kerntaken, minder werkdruk, behoud van de koopkracht, en, opvallend, aandacht voor kinderarmoede. Interview met Nancy Libert, algemeen secretaris bij ACOD Onderwijs.

Nancy Libert kent het onderwijs door en door. Ze stond 20 jaar voor de klas, vooral in het secundair beroepsonderwijs, en leidt vandaag ACOD Onderwijs als algemeen secretaris. Wie beter om te antwoorden op de vraag: is het onderwijs nog wel aantrekkelijk als werkplek?

Nancy Libert: “Er is toch een probleem. Jongeren van 18 jaar hebben bijna heel hun leven op school gezeten. Ze kennen geen enkel beroep zo goed als dat van leerkracht. En het is een mooie stiel. Je krijgt de kans om de mensen van morgen te vormen, om de maatschappij mee vorm te geven. En toch hebben de lerarenopleidingen elk jaar minder inschrijvingen.

Het is dan ook zwaar werk. Een recent rapport van de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen (SERV) geeft aan dat ruim 21% van de leerkrachten burn-outsymptomen vertonen. Geen enkele sector doet het slechter.”

“Het tijdsbestedingsonderzoek uit 2018 toont dat een onderwijspersoneelslid gemiddeld 40 tot 45 uur per week werkt. Dat is het gemiddelde van les- én vakantieweken. 40% van de leerkrachten is op zondag bezig met lesvoorbereiding en verbetering.

Corona heeft dat enkel erger gemaakt. Om te beginnen word je geen leerkracht om voor een webcam te zitten. Het werkplezier komt door in de klas met leerlingen te werken. Bovendien houdt het ook ‘s avonds niet meer op. Je blijft mails beantwoorden en de telefoon opnemen.

Om de werkdruk menselijk te houden zou je het recht op deconnectiviteit moeten garanderen. Na het werk mag de leerkracht onbereikbaar zijn.

Nu we onze staking aangekondigd hebben, hoor ik van leerkrachten: ‘Goed dat we staken, dan heb ik een dagje zonder les, zodat ik de examens kan opstellen.’ Waar hoor je dat, mensen die in staking moeten gaan om hun werk te kunnen doen?”

Als je zegt dat er op de kerntaken moet gefocust worden, wat bedoel je dan precies?

Nancy Libert: “Dat zou onderzocht moeten worden in een proefproject. Wat moet een school doen, en wie op school moet het doen? De leerkracht geeft les, maar doet ook andere dingen. Misschien zijn er taken die om nieuwe profielen vragen?

De maatschappij vraagt steeds meer van het onderwijs. Alles wat misgaat moet op school aangepakt worden, want dat is de enige plaats waar je alle kinderen en jongeren bereikt. Dat houden we enkel vol als er extra middelen tegenover staan.”

“We moeten ook aandacht hebben voor de taken van de directeur. Het is een eenzaam beroep. Een directeur moet antwoorden geven aan het schoolbestuur, personeel, leerlingen en ouders. Bovendien ga je als directeur de concurrentie aan met scholen in de omgeving. Een directeur wil zijn schoolteam leiden, dat is de aantrekkingskracht van dat beroep. Maar als er bespaard wordt op onderhoudspersoneel, wie denk je dat er dan de toiletten gaat ontstoppen? De directeur.”

De actiedag van het overheidspersoneel gaat ook over koopkracht. Is dat een probleem voor leerkrachten?

Nancy Libert: “De meeste leerkrachten vinden hun loon voldoende. Maar voor sommige praktijkvakken is het moeilijk om iemand te vinden, omdat het in de privésector vaak nog een stuk beter is. Bedenk ook dat er weinig extra’s bijkomen, geen maaltijdcheques, werk-gsm of tankkaart. Sinds kort is er een ICT-vergoeding, maar voordien kochten leerkrachten hun laptop van hun eigen centen. Het is nog altijd heel gewoon dat leerkrachten investeren in hun eigen job. Boeken voor de schoolbibliotheek bijvoorbeeld of materiaal om te knutselen.”

Opvallend is dat jullie niet enkel het onderwijspersoneel verdedigen, maar ook de leerlingen. ‘Los kinderarmoede op’, lees ik in jullie stakingsoproep.

Nancy Libert: “Met een lege maag kan je niet leren. Leerkrachten staan oog in oog met kinderarmoede en dat raakt hen. Er zijn leerkrachten die extra boterhammen en fruit mee naar school nemen om kinderen met lege brooddozen te helpen.”

“De coronacrisis maakte het nog duidelijker. Bijna elk gezin heeft intussen wel een computer en een internetaansluiting. Maar het maakt een groot verschil als je je materiaal helemaal voor jezelf hebt, of dat je die ene computer moet delen met je broers en zussen.

Het onderwijs kan kinderarmoede niet helemaal oplossen. Maar wat mij een goed idee lijkt, is dat de basisschool aan iedere leerling elke dag een gezonde warme maaltijd zou aanbieden. Dat is een concrete maatregel die zijn geld meer dan waard is.”

Bron: DeWereldMorgen.be