Vlaamse overheid moet 850.000 euro dwangsommen betalen omwille van falend luchtkwaliteitsbeleid

Vlaamse overheid moet 850.000 euro dwangsommen betalen omwille van falend luchtkwaliteitsbeleid

Het hof van beroep in Brussel heeft vandaag bevestigd dat de Vlaamse overheid wel degelijk dwangsommen moet betalen wegens het niet respecteren van de Europese regelgeving inzake luchtvervuiling. Dit is het voorlopige eindpunt van een rechtszaak die Greenpeace bijna vijf jaar geleden is gestart. Met het geld van de dwangsommen zal Greenpeace een fonds oprichten om lokale projecten voor een betere luchtkwaliteit en een gezonde leefomgeving te ondersteunen.

Al in september 2017 stapte Greenpeace naar de rechter omdat de Vlaamse overheid te weinig doet om haar inwoners te beschermen tegen ongezonde luchtvervuiling, meer bepaald tegen het blijvend overschrijden van de Europese normen voor stikstofdioxide (NO2).De rechtbank van eerste aanleg legde de overheid in 2018 een dwangsom van 1000 euro per dag op, zolang een ambitieuzer luchtactieplan uitbleef. Dat vonnis werd eind vorig jaar bevestigd door het hof van beroep. Vandaag oordeelt het hof van beroep dat de Vlaamse overheid deze dwangsommen daadwerkelijk moet betalen. Het gaat intussen om 850.000 euro.

“Bijna vijf jaar gingen verloren sinds onze oorspronkelijke ingebrekestelling en nog steeds heeft de Vlaamse overheid geen werk gemaakt van een voldoende ambitieus luchtactieplan. Een echte schande als je weet dat in ons land jaarlijks meer dan 7.500 mensen vroegtijdig sterven ten gevolge van de slechte luchtkwaliteit. Onze longen, het klimaat en de natuur hebben nu nood aan gedurfd beleid dat onze mobiliteit gezonder, duurzamer en inclusiever maakt.”, zegt Joeri Thijs, expert Mobiliteit bij Greenpeace.

Fonds Gezonde Lucht

Met het grootste deel van het geld van de dwangsommen richt Greenpeace het Fonds Gezonde Lucht op. Het fonds zal actiegroepen en verenigingen ondersteunen bij lokale projecten die de luchtkwaliteit verbeteren en de leefomgeving gezonder maken.

“Wij stappen niet naar de rechter om dwangsommen te krijgen, maar om beleidsmakers op hun plicht te wijzen en verandering af te dwingen. We zullen het geld gebruiken om mensen te steunen die verandering willen creëren in hun buurt. De overheid beschermt ons onvoldoende, dus we steken zelf een tandje bij.”

Nieuw plan nog steeds onvoldoende

Op 11 maart 2022 keurde de Vlaamse regering een addendum aan het Luchtbeleidsplan 2030 goed, waarmee ze zegt tegemoet te komen aan de gebreken in het plan. Maar ook dit addendum is volgens Greenpeace niet voldoende.

“Het addendum biedt nog steeds geen duidelijkheid over hoe de overheid op korte termijn de NO2-normen zal respecteren en dus het oorspronkelijke vonnis uit 2018 zal respecteren”, zegt Joeri Thijs. “Wij zullen ons nog beraden over verdere stappen. Het is pijnlijk dat je in ons land blijkbaar aanhoudend moet procederen om te verzekeren dat onze overheid regelgeving ter bescherming van onze gezondheid en het leefmilieu naleeft.”

Bron: DeWereldMorgen

Covid leidde tot meer superrijken én meer superarmen

In een snijdend rapport legt Oxfam bloot hoe de COVID-19-pandemie de superrijken nog rijker maakte terwijl armoede miljoenen meer mensen in de klauw kreeg. Het rapport maandag 23 mei gelanceerd terwijl miljardairs voor het eerst sinds corona terug samenkomen op het World Economic Forum in het Zwitserse Davos.

Michael Bloomberg, de filantroop en miljardair die drie termijnen lang burgemeester was van de stad New York, zei ooit dat wanneer hij zou overlijden, hij al zijn rijkdom aan liefdadigheid zou hebben weggegeven.

Klinkt altruïstisch, in een wereld waarin het aantal miljardairs blijft stijgen terwijl ook armoede toeneemt, zo blijkt uit het recente rapport van Oxfam International ‘Profiting from Pain’. De studie werd afgelopen maandag gelanceerd en valt zo samen met de jaarlijkse bijeenkomst van het World Economic Forum (WEF) in Davos, Zwitserland – nog tot 26 mei, de eerste fysieke editie sinds het begin van de COVID-19-pandemie.

Uit de resultaten blijkt dat er 573 nieuwe miljardairs bijkwamen tijdens de tweeënhalf jaar durende COVID-19-pandemie. Ondertussen is ook de groep armen in de wereld blijven groeien. “We schatten dat er dit jaar 263 miljoen meer mensen in extreme armoede zullen belanden, in een tempo van een miljoen mensen per 33 uur”, schrijft Oxfam.

Rijkdom verdrievoudigd

Het vermogen van miljardairs is in de eerste 24 maanden van de pandemie harder gestegen dan in 23 jaar. Het totale vermogen van de miljardairs op aarde is nu gelijk aan 13,9 procent van het wereldwijde bbp. Volgens de Oxfam-studie is dit een verdrievoudiging (4,4 procent in 2000).

Op de vraag aan Gabriela Bucher, uitvoerend directeur van Oxfam International, of er ook veel sprake is van filantropie, reageert ze dat rijke mensen die hun geld gebruiken om anderen te helpen, daarvoor best een compliment mogen krijgen. “Maar liefdadigheid mag geen compensatie zijn voor rijke mensen en bedrijven die geen eerlijk deel bijdragen in de vorm van belastingen, of hun arbeiders niet voorzien van een eerlijk loon”, voegt ze daaraan toe. “En het rechtvaardigt niet dat ze hun macht en connecties gebruiken om te lobbyen voor oneerlijke voordelen ten koste van anderen.”

Voeding, energie en farmacie

Uit het nieuwe onderzoek van Oxfam blijkt dat bedrijven in de sectoren energie, voeding en farmacie – vaak monopolies – recordwinsten hebben geboekt, terwijl de lonen van de werknemers vaak niet zijn gestegen. Het vermogen van miljardairs uit de voedingsindustrie en de energie is de afgelopen twee jaar met 453 miljard dollar gestegen, wat overeenkomt met 1 miljard dollar per twee dagen, zegt Oxfam.

Vijf van de grootste energiebedrijven (BP, Shell, Total Energies, Exxon en Chevron) maken samen 2600 dollar winst per seconde. De lijst met miljardairs kent verder ook 62 nieuwkomers uit de voedselindustrie. Uit de geneesmiddelenindustrie kwamen er volgens Oxfam veertig nieuwe miljardairs bij.

Daartegenover staan meer dan 736 miljoen mensen die volgens gegevens van de Verenigde Naties onder de internationale armoedegrens leven, op een totale wereldbevolking van ongeveer 7,8 miljard mensen. Ook is 87 procent van de inwoners van lage-inkomenslanden nog niet volledig gevaccineerd tegen COVID-19.

“De extreem rijken en machtigen profiteren van pijn en lijden. Dit is gewetenloos”, zegt Bucher. “Sommigen zijn rijk geworden door miljarden mensen de toegang tot vaccins te ontzeggen, anderen door de stijgende voedsel- en energieprijzen uit te buiten. Ze betalen enorme bonussen en dividenden terwijl ze zo min mogelijk belasting betalen. Deze stijgende rijkdom en stijgende armoede zijn twee kanten van dezelfde medaille.”

Impact van corona op vrouwen

Een rapport van de Wereldbank van vorig jaar waarschuwde al dat extreme armoede voor het eerst in meer dan twee decennia weer zal toenemen. Verder berekende de instelling dat de impact van het coronavirus naar verwachting tot 115 miljoen meer mensen in armoede zou duwen.

Yasmeen Hassan, uitvoerend directeur bij Equality Now, zegt dat het Oxfam-rapport ook de discriminerende aard van economieën van landen blootlegt. “Zoals bij elke crisis hield Equality Now er rekening mee dat gender van invloed zou zijn op hoe individuen en gemeenschappen de pandemie ervaren, maar zelfs wij waren geschokt over hoe discriminatie op basis van gender is verergerd”, reageert ze.

Terwijl miljardairs – de overgrote meerderheid mannen – enorme winsten hebben kunnen opstrijken, zijn vrouwen over de hele wereld vervallen in armoede, zegt Hassan. Vrouwenarbeid is volgens haar nog steeds voor een groot deel ondergewaardeerd, onderbetaald en niet gecompenseerd.

“Economische tegenslagen en ontoereikend beleid in het kader van de gezondheidscrisis hebben veel van de zwaarbevochten winsten die de afgelopen jaren voor vrouwen en meisjes waren behaald, weer tenietgedaan. We hebben een toename gezien van kindhuwelijken, seksuele uitbuiting, mensenhandel, huisbazen die seks eisen van hun vrouwelijke huurders die hun baan zijn kwijtgeraakt, huishoudelijk personeel dat binnen vastzit met respectloze werkgevers. Vrouwen en meisjes over de hele wereld hebben het zwaarst te lijden gehad onder deze pandemie”, aldus Hassan.

Feest in Davos

“Miljardairs komen deze dagen naar Davos om er de ongelooflijke groei van hun fortuin te vieren. De pandemie, en nu de forse stijgingen van de voedsel- en energieprijzen, zijn eenvoudigweg een zegen voor hen geweest”, zegt Bucher van Oxfam. “Ondertussen zijn we na decennia van vooruitgang op het gebied van extreme armoede weer terug bij af en worden miljoenen mensen geconfronteerd met een onmogelijke stijging van de kosten in levensonderhoud.”

De superrijken, zo stelt ze, hebben het systeem decennialang straffeloos gemanipuleerd en plukken daar nu de vruchten van. “Ze hebben een groot deel van de rijkdom van de wereld in beslag genomen via privatisering en monopolies, het niet voldoende naleven van arbeidersrechten en het doorsluizen van hun geld naar belastingparadijzen – allemaal met de medeplichtigheid van regeringen.”

“Ondertussen slaan miljoenen anderen dagelijks maaltijden over, zetten de verwarming lager, lopen achter met de betaling van rekeningen en vragen zich af wat ze nog meer kunnen doen om te overleven. In heel Oost-Afrika sterft waarschijnlijk elke minuut iemand van de honger”, zegt Bucher. “Deze groteske ongelijkheid verbreekt de banden die ons als mensheid bij elkaar houden. Dit is ongelijkheid met letterlijk de dood tot gevolg.”

Aanbevelingen

Bron:

In het rapport doet Oxfam enkele dringende aanbevelingen voor regeringen. Zo stelt de mensenrechtenorganisatie voor om eenmalige solidariteitsbelastingen te heffen op de winsten die miljonairs hebben gemaakt op de pandemie. Zo heeft bijvoorbeeld Argentinië een eenmalige speciale heffing ingevoerd die de ‘miljonairsbelasting’ wordt genoemd. En het land overweegt nu ook om een belasting op energiewinsten in te voeren, evenals een taks op niet-aangegeven activa in het buitenland.

Verder pleit Oxfam voor de invoering van permanente vermogensbelastingen om extreme rijkdom en monopoliemacht te beteugelen, evenals de buitensporige CO2-uitstoot van de superrijken. Een jaarlijkse vermogensbelasting voor miljonairs van 2 procent, en 5 procent voor miljardairs, zou 2520 miljard dollar per jaar kunnen opleveren – genoeg om 2,3 miljard mensen uit armoede te halen, genoeg vaccins voor de hele wereld te produceren en universele gezondheidszorg en sociale bescherming te bieden voor iedereen in een laag inkomensland of een laag middeninkomensland.

Bron: DeWereldMorgen.be

Hoog tijd dat we talenonderwijs meer waarderen

De interesse en aandacht voor talenonderwijs daalt. Het Vlaams Talenplatform trekt aan de alarmbel én heeft een plan om de neerwaartse trend te counteren. Lars Bernaerts (UGent): “We zijn taal te vanzelfsprekend gaan vinden.”

Lars Bernaerts, professor Nederlandse literatuur (UGent) en kerngroeplid Vlaams Talenplatform: “Talenonderwijs zit al langer in de hoek waar de klappen vallen. De dalende resultaten op PISA en PIRLS zijn in ons hele onderwijs voelbaar. Maar de talen kampen daarnaast met een imagoprobleem. Dat zien we aan de instroom in het hoger onderwijs: minder en minder jongeren kiezen voor een talenstudie. En ook in het secundair onderwijs is taal vaak een negatieve keuze. ‘Hou je kansen open en ga naar de wiskunde’: veel ouders en leerlingen schatten een richting met meer wiskunde of wetenschappen hoger in. Pas wanneer die resultaten tegenvallen, komt de pool moderne talen in beeld.”

Waarom schatten we talenrichtingen als ‘lager’ in?

Lars Bernaerts: “Ik denk dat we taal te vanzelfsprekend zijn gaan vinden. Taal is net een onzichtbare gereedschapskist: je kan niet zonder, maar soms vergeet je het bestaan ervan. Of je nu de instructies leest voor een freesmachine, een vraagstuk doorgrondt bij fysica of in een discussie je argumenten op een rijtje zet: taal heb je voortdurend nodig. Tegelijk is taal veel meer dan een middel. De schoonheid en complexiteit van taal en literatuur verdienen sowieso onze aandacht.” 

“We meten waardering vaak af aan ons loonbriefje. Ingenieurs en informatici verdienen meer, denken we. Dus kies je maar beter voor een studie die financieel de beste vooruitzichten biedt. Nochtans klopt dat niet altijd. Wie talen studeert, vindt snel werk en kan ook op een toppositie belanden. Een sterke talenkennis opent veel deuren op onze arbeidsmarkt. En in het onderwijs komen we taalleraren tekort.”

Leeft dat gebrek aan waardering voor taal in de scholen zelf?

Lars Bernaerts: “Ook veel leraren vinden dat wie de mogelijkheden heeft, beter voor een richting met voldoende wiskunde kiest. Begrijpelijk, want exacte vakken staan maatschappelijk hoger aangeschreven. Wie sterk is in wiskunde of wetenschappen, houdt maar beter alle opties open. En iedereen praat wel een mondje Frans of Engels, toch? Maar die redenering, waarbij je taal reduceert tot een hulpmiddel, loopt mank.” 

“Een deliberatie is vaak een moment waarop de maskers vallen. Wiskunde weegt dan plots zwaarder door dan pakweg Frans. Zo krijgt een leerling die op verschillende domeinen niet goed scoort, toch het advies om zich op talen toe te leggen. Een negatieve keuze die ertoe leidt dat minder taalsterke leerlingen toch in een talenrichting belanden. En sterke leerlingen zelden voor talen kiezen.”

Hoe keren we die trend?

Lars Bernaerts: “Dat is complex, omdat er zoveel speelt. Om een voorbeeld te geven: leraren lager onderwijs geven wel eens aan dat ze zich onvoldoende voorbereid voelen om Frans te geven. Kijk je dan naar de lerarenopleiding om dat probleem op te lossen? Of moet je de oorzaak zoeken bij het niveau van Frans in het secundair? Of heeft de toegenomen instroom van tso-leerlingen in de lerarenopleiding een invloed, en ligt de oorzaak dus in een maatschappelijke evolutie? ‘Alles is in alles’, schreef Multatuli ooit. Dat geldt bij uitstek voor talenonderwijs.”

“1 ding is zeker: het is een werk van lange adem en we hebben iedereen nodig. Daarom richtten we in 2019 met collega’s van verschillende universiteiten het Vlaams Talenplatform op. Een initiatief dat ijvert voor het belang van het Nederlands, de moderne vreemde talen en de klassieke talen. We brengen alle actoren samen die talenonderwijs kunnen versterken: leraren, de overheid, de koepels, de lerarenopleiding. Want als we ons talenonderwijs willen redden, moet iedereen mee in bad.”

Sommige stemmen stippen aan dat vooral de kennis van grammatica en woordenschat achteruit gaat.

Lars Bernaerts: “Vaak komt dan het debat over kennis versus vaardigheden bovendrijven. Ook bij leraren die we bevroegen, klonk de verzuchting dat de kennis van leerlingen tekortschiet. Maar je kán kennis en vaardigheden helemaal niet los van elkaar bekijken. Wie de Indikativ Präsens van de Duitse werkwoorden niet kent, kan zich niet vlot uitdrukken. En omgekeerd: wie geen zin op papier krijgt, heeft er bij een schrijfopdracht niks aan dat hij zijn vervoegingen netjes kan opdreunen.” 

“Wie een taal grondig wil beheersen, moet het hele pakketje onder de knie hebben. Maar om te slagen voor een taalvak hoeft dat vaak niet. Woordenschat, schrijven, grammatica, lezen, luisteren: als je steeds geïsoleerd oefent en test, blijft een tekort op een of meer van die facetten onder de radar. En zo kan een leerling die de grammatica onvoldoende beheerst, toch slagen.”

“Leerlingen moeten kritischer leren lezen en schrijven. Daar is iedereen het over eens. Maar om die nuances te vatten en onder woorden te brengen, heb je een stevige basiskennis nodig. En dus moet je als leraar zowel geïsoleerd als geïntegreerd oefenen. Dat kost tijd. Onderwijstijd die er steeds minder is. En ook de voorbereidingstijd van taallessen staat onder druk. Omdat geïntegreerd materiaal nog onvoldoende beschikbaar is, stoppen leraren vaak zelf veel energie in de ontwikkeling ervan.”

Moeten we anders evalueren?

Lars Bernaerts:  “Ja, maar evaluatie is erg complex, dat kan elke taalleraar je vertellen. Het is onbegonnen werk om dat materiaal als leraar in je eentje te ontwikkelen. Dus moeten we leraren beter ondersteunen. Met een evidence based toets- en monitoringbeleid, gesteund door onderzoekers en onderwijsverstrekkers. En een toegankelijke databank aan gevalideerde toetsen die je in staat stellen om naar de progressie van je leerlingen te peilen en groeipunten sneller bloot te leggen.” 

“Als je voor een taalvak evalueert, kan je niet altijd stellen dat iets ronduit goed of fout is. Bij een interpretatie van een gedicht voor Nederlands of een argumenterende tekst voor Engels speelt jouw inschatting als leraar een grote rol. En dus maak je de gevolgen van je inschatting misschien minder snel hard op een klassenraad. Maar dat je evaluatie minder afgelijnd is, maakt ze tegelijk waardevol. Die argumentatie van je leerling vertelt niet enkel iets over zijn taalbeheersing, maar ook over de ontwikkeling van zijn wereldbeeld, over zijn vermogen om feiten helder samen te vatten, logisch te redeneren of nuance te brengen. Is je blik als taalleraar vager? Ze is holistisch, kijkt naar de hele mens.”

Welke rol kan de lerarenopleiding spelen om talenonderwijs te versterken?

Lars Bernaerts: “Om even terug te komen op dat Frans in de lagere school: sommige leraren geven aan dat ze amper Frans durven spreken in de klas. Geen schande, want we verwachten te veel. Je moet niet enkel als de beste wiskunde, wetenschappen en taal aanbrengen. Je moet ook kunnen zingen, inspireren bij beeldende vorming én geschiedenis boeiend maken. Zoiets moeten we structureel oplossen. Als je aan leraren in opleiding de kans geeft om zich toe te leggen op een bepaald vak, kunnen studenten met een specifiek profiel of een uitgesproken interesse bewust voor Frans kiezen. Later kunnen ze in hun school als expert de lessen Frans van collega’s overnemen.”
 
“Ook in de educatieve master aan de universiteiten beweegt er wat, en dat is broodnodig. Vroeger werd je eerst master in bepaalde talen, en volgde je in een apart jaar de lerarenopleiding. Vakinhoud en didactiek stonden nagenoeg los van elkaar. Die piste bestaat vandaag nog, maar heel wat studenten ontdekken al tijdens het eerste jaar van hun tweejarige educatieve master hoe je kennis aanbrengt. En dus hebben ze een veel beter beeld van wat ze als leraar willen bereiken.”

Wat met professionalisering tijdens je loopbaan?

Lars Bernaerts: “Leraren hebben veel vertrouwen in de competentie van hun collega’s. Daarom vinden we lerende netwerken erg waardevol. Leraren die het gevoel hebben dat ze in hun eigen school een eenzame strijd voeren, kunnen hun kennis met gelijkgezinden delen. Daarnaast moet er volgens ons meer ruimte zijn voor professionalisering. Zowel vakinhoudelijk als vakdidactisch. Zodat wetenschappelijke inzichten vlotter hun weg naar de klasvloer vinden. Ook bijscholingen zijn nog te vaak extra’s die doorwegen. Professionalisering moet deel van je opdracht zijn. Structureel ingebed, niet bovenop.”

Vanaf 1 september 2023 kunnen scholen een nieuwe richting ‘Moderne Talen’ openstellen in de derde graad. Waarom is dat nodig?

Lars Bernaerts: “Die richting mikt op leerlingen die zich willen klaarstomen voor een talenopleiding in het hoger onderwijs. Talig sterke jongeren dus, die een positieve keuze maken voor een richting die zich toelegt op talen en meer aandacht heeft voor cultuur. Met ambitieuze eindtermen voor literatuur, aandacht voor taaltechnologie, ruimte voor een vierde vreemde taal. En zonder een tweede pool wetenschappen, wiskunde of economie. Of dat dan een richting voor uitblinkers is? Vooral een plek waar talent dat nu soms miskend wordt, alle kansen krijgt om te groeien.”

Hoe kan je als taalleraar zelf het verschil maken voor talenonderwijs?

Lars Bernaerts: “Als we de maatschappelijke waardering voor talen willen opkrikken, is de stem van de leraar onmisbaar. Zelfs taalleraren onderschatten soms de kracht van talenonderwijs. Het gaat over zoveel meer dan je vlot kunnen uitdrukken in verschillende talen of meetbare uitkomsten. Een leerling die debatteert of een opiniestuk leest, scherpt zijn kritische blik. Literatuur neemt jongeren mee in andere denkwerelden, versterkt hun empathisch vermogen. En door te communiceren in andere talen groeit hun intercultureel bewustzijn.  Je daarvan bewust zijn, geloven in je vak en elke dag het beste uit jezelf en je leerlingen halen: zo kan elke taalleraar bijdragen aan de relance van ons talenonderwijs.”

Lars Bernaerts
professor Nederlandse literatuur (UGent) Bron: Klasse

Vivaldi speelt het deuntje van burgerparticipatie op een valse viool

Opinie van Wouter Hillaert

Onze democratie heeft het lastig. Of liever: mensen hebben het steeds lastiger met ‘de politiek’. De kloof gaapt en de burger erbij. “Het is meer dan wat ruis op de lijn”, zo analyseerde minister Annelies Verlinden onlangs nog zelf. “Het gaat om geknakte verbindingen.”

Om de lijn te herstellen zet de regering extra in op burgerparticipatie. Vivaldi wil graag onze ideeën horen, en niet enkel in het stemhokje. Zo loopt nu voor het eerst een grootse burgerbevraging over de Belgische staatsstructuur: ‘Een land van de toekomst’. Elke burger vanaf zestien mag zijn zegje doen, zeker ‘wie zich niet gehoord voelt’. Alleen blijkt de bevraging nog ingewikkelder dan onze staatsstructuur zelf. Verhoogt ze de participatie of de irritatie?

Veel minder promotie (dan de 1,1 miljoen voor het reclamebureau achter deze bevraging) is er voor die andere burgerparticipatieve regeling die al in 2019 gelanceerd werd: het burgerinitiatief. Dat nodigt burgers uit om zelf een wetsvoorstel in te dienen. Je post het gewoon op de website van de Kamer. En als er ook 25.000 andere Belgen hun handtekening mee onder zetten, wordt het besproken in het parlement.

Na precies drie jaar oogt de oogst opvallend mager. Zo’n honderd burgerwetsvoorstellen werden al ingediend, slechts één haalde de eindmeet: een voorstel van de vakbonden voor automatische indexering van lonen en uitkeringen. Tot afgelopen week. Toen haalden wij als ongebonden burgers met en zonder papieren, verenigd als In My Name, de 35.000 handtekeningen voor ons burgerwetsvoorstel voor een transparanter regularisatiebeleid. Een cadeau voor de democratie, vonden we zelf: 35.000 Belgen van over het hele land die toch nog blijken te geloven in de politiek. Feestelijk gingen we dat geschenk op 17 mei zelf overhandigen aan het parlement.

De reactie van de Kamer? Kafka in het kwadraat. De maandenlang verzamelde handtekeningen worden niet aanvaard omdat de tien bevoegde ambtenaren zich geen weg weten om de mogelijke dubbels te checken tussen 13.000 digitale en 22.000 papieren namen. “Te veel werk.” Nochtans stemde men nog geen maand geleden wel met die combinatie in, en voorziet ook het koninklijk besluit van 2019 in die dubbele optie. Is men dan in het parlement zo verschoten dat er ineens toch een succesvol burgerinitiatief in de bus viel? Willekeur kleurt niet alleen ons regularisatie-, maar ook ons participatiebeleid. Laat graag je stem horen, maar luisteren doen we niet?

Deze bureaucratische scherts komt bovenop alle technische manco’s van de federale website waar burgers met hun eID-kaart of via Itsme digitaal moeten tekenen. Eén op de twee keren lukt het niet in één keer. Voor één op de vijf enthousiastelingen lukt het ook niet na meerdere keren. Verhoogt dit de participatie of de irritatie? Anno 2022 bleek teruggrijpen naar het klassieke papier de enige keus.

Intussen is er zelfs al een burgerwetsvoorstel ingediend rond het burgerwetsvoorstel zelf, om het drastisch te vereenvoudigen. Reactie van minister Verlinden van Democratische Vernieuwing onder dat voorstel: “Er is op dit moment geen intentie om het burgerinitiatief (wet van 2 mei 2019) te wijzigen.” Aha. Dus we mogen als burger eigenlijk enkel wetsvoorstellen indienen die passen binnen de politieke plannen? België op zijn best.

Niet toevallig blijken gelijkaardige regelingen in onze buurlanden zoveel laagdrempeliger én succesvoller. In NederlandDuitsland en Groot-Brittannië heb je respectievelijk 40.000, 50.000 en 100.000 handtekeningen nodig om een voorstel in het parlement te krijgen, maar volstaan je naam en enkele identificatiegegevens. Daarna voeren de parlementaire diensten gewoon een simpele steekproef uit om alle handtekeningen te controleren op hun rechtsgeldigheid. Burgerparticipatie gaat er voor op staatsbureaucratie. In België geldt blijkbaar het omgekeerde.

Kinderziektes? Voor ongedocumenteerde medeburgers komt deze surreële toestand bovenop jarenlange uitbuiting, niet-erkenning van hun grondrechten én een hongerstaking met uiteindelijk gebroken beloftes. Voor tientallen vrijwilligers die zich maanden uit de naad hebben gewerkt voor democratie en basisrechten, van de zondagse markt tot de sportclub, is dit het zoveelste bewijs dat je maar beter niets kan doen. Dat er toch niet geluisterd wordt.

De grootste verliezer zal evenwel de politiek zelf zijn. Zo onhandig en zelfs onvermogend poogt ze telkens weer de kloof te dichten dat ze die net eigenhandig vergroot. Van lokale burgerraden ná de politieke beslissing tot partijen die zogenaamd vervellen tot ‘beweging’: zolang de politiek haar participatieve deuntje vals blijf spelen, moet ze echt niet verrast zijn dat de verbinding knakt.

Beste Kamerleden, u wilde zo graag onze mening horen? Hier dan: geef alsnog het signaal dat jullie dat volgehouden geloof van 35.000 Belgen in de democratie niet willen beschamen, maar net toejuichen. En dat jullie het allereerste succesvolle wetsvoorstel van ongebonden burgers in België toch parlementair wensen te bespreken. Wij deden ons werk. Doe nu eindelijk het uwe.

Intussen zal elke extra burger die ons burgerwetsvoorstel hier nog tekent, ons verhaal enkel sterker maken.

Wouter Hillaert is docent, freelance cultuurjournalist en vrijwilliger bij In My Name.

Bron: De Morgen

Weg met de media , leve de pers!

Weg met de media , leve de pers!

Fuck de media, red de pers‘ van Guido Van Liefferinge is een geëngageerd boek, een pamflet haast dat ons met hoogdringendheid attent wil maken op onrustwekkende evoluties in een wereld die hij bijzonder goed kent. De nu 81-jarige Van Liefferinge verwierf naam en faam met bladen als Joepie en Dag Allemaal, die hij bedacht en met vaste hand bestierde. Hij bediende een publiek dat voordien niet bediend werd, met een nieuw, origineel en goed gemaakt product. Dat het daarbij maar ging om wat smalend ‘boekskes’ werd genoemd, belette hem niet steeds een ethische lijn aan te houden die nooit zwichtte voor de wensen van de commerciële dienst. Hij maakte een populair product, maar zijn bladen begaven zich nooit op populistische paden.

Verzuiling

Van Liefferinge herinnert in het eerste hoofdstuk van zijn boek eraan hoezeer het Vlaamse perslandschap op korte tijd veranderd is. In tijden van verzuiling hoorden kranten duidelijk bij een politieke stroming, partij of vakbond. Maar die grote verscheidenheid verdween met het einde van dat tijdperk. Van Liefferinge betreurt de grote uniformiteit die daar het gevolg van was, met kranten die niet veel meer van elkaar verschillen en eigenlijk inwisselbaar geworden zijn. Het leidde ook tot wat de auteur als grootste bedreiging beschouwt : de mediaconcentratie.

Murdoch

Hij beschrijft uitvoering de manier waarop mediamagnaat Rupert Murdoch in de Angelsaksische wereld zijn imperium opbouwde. Zonder scrupules of beroepsethiek, met als enige motivatie steeds meer winst en politieke invloed te krijgen om zijn imperium nog groter te maken. Van Liefferinge vat de cynische essentie van de filosofie van Murdoch zo samen: ‘Niet de mensen informeren, maar hen de indruk geven dat ze geïnformeerd zijn.’

‘Toen hij in het begin van de jaren tachtig het verlieslatende The Sun opkocht, maakte hij daar in tien jaar tijd het best verkopende blad van Engeland van, met sensatie en seks. Hij gebruikte de Falklandcrisis om premier Thatcher te steunen en uit te pakken met oorlogszuchtige taal. In Amerika gebruikte hij eenzelfde strategie om van de New York Post een ‘vod van verderf’ te maken, die al van in de jaren tachtig de mythe van Donald Trump zou lanceren. Murdochs kranten leenden zich tot populistisch gestook, dat uiteindelijk zou leiden tot de Brexit en de verkiezing van Trump.’

Teveel mediamacht in één hand heeft rampzalige gevolgen op journalistiek vlak, meent Van Liefferinge. De totale amoraliteit eigen aan Murdoch en geïmiteerd door zijn vazallen, bleek toen zijn journalisten de gsm van een vermist meisje hackten en de ouders zo de hoop gaven dat hun dochter nog leefde. Het werd zowat het grootste journalistiek schandaal ooit. Maar dat had geen herwaardering van de journalistieke ethiek tot gevolg, omdat die volgens Van Liefferinge niet meer past in een geconcentreerde mediawereld : ‘ De journalistiek waarvoor het Murdochimperium verantwoordelijk is, legt pijnlijk bloot waartoe te veel mediamacht in één hand leidt.’

Internet

De negatieve effecten van de mediaconcentratie worden nog versterkt door de totale omwenteling van de traditionele journalistiek ten gevolge van het internet. ‘Het instant wereldomvattend bereik was te aanlokkelijk om aan onze neus te laten voorbijgaan.’ Maar Van Liefferinge denkt dat we de negatieve gevolgen nog niet helemaal ingezien hebben: ‘Likes en dislikes zijn niet zo onschuldig als u zou denken. Ze vormen het asfalt voor de boulevards van de polarisatie’.

De analyse van de auteur is behoorlijk indrukwekkend wanneer hij het heeft over het gemak waarmee wij de meest persoonlijke gegevens prijsgeven. Die hebben een onschatbare waarde voor adverteerders en enorme gevolgen voor de huidige pers, waarvan de eigenaars maar al te goed beseffen dat er veel meer te verdienen valt met het datagoud dan met gedreven onderzoeksjournalistiek. Het komt erop aan om lezers aan te zetten om te klikken op intrigerende titels en hen te binden met aantrekkelijke aanbiedingen.

Dystopia

Van Liefferinge ziet onze huidige realiteit als een ‘dystopia’, tegengesteld aan ‘utopia’. Hij ziet een wereld waar de regels uitgezet worden door digitale versies van Rupert Murdoch. Mark Zuckerberg is al even ontdaan van elke moraliteit of ethiek en laat een leger van algoritmes op ons los, ‘om de hevigste emoties los te weken bij de gebruikers… Als er maar gebakkeleid wordt. Als artikels maar geliket en massaal verspreid worden. Als de databanken maar constant gevoed worden’

Het is de verdienste van Van Liefferinge dat hij hallucinante uitspraken van Zuckerberg in herinnering brengt die de hypocrisie van de man goed illustreren, zoals toen die zonder verpinken verklaarde dat ‘Facebook de nieuwe kerk is die de dolende mens boven zichzelf zal laten uitstijgen en redden.’ Zijn critici wijzen er net op dat door zijn immens ego Zuckerbergs echte ambitie allerminst een maatschappelijke verbetering is, maar dat hij alleen maar de machtigste en rijkste man ter wereld wil zijn.

Contract van het Web

De lokroep van geld en macht blijft de motor van ontwikkelingen in de virtuele realiteit, niet een nobel streven naar een betere wereld, betreurt Van Liefferinge. Hij citeert een vooraanstaande professor aan een Californische universiteit die zijn meest getalenteerde studenten ziet vertrekken naar Facebook of Google: ‘In plaats van oplossingen te vinden voor de grote problemen van deze tijd steken ze al hun energie in technologische snufjes die ons nog afhankelijker moeten maken van de internetgiganten dan we al zijn.’

Van Liefferinge besteedt veel aandacht aan intelligent verzet tegen de almacht van de heersers van het internet, die op de roof van onze gegevens uit zijn om hun fortuinen nog op te drijven. Zo is er Tim Berners-Lee die een ‘contract van het web’ voorstelt, naar analogie met de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. In die nieuwe overeenkomst zouden regels en afspraken kunnen bepaald worden die iedereen zou moeten volgen. Berners-Lee wil ons de totale controle over onze gegevens teruggeven, door die onder te brengen in virtuele kluizen. Bijzonder is ook dat hij hiervoor samenwerkt met de Gentse Universiteit.

Vlaanderen

In het laatste deel van zijn boek gaat Van Liefferinge uitgebreid in op de gevolgen van mediaconcentratie voor de Vlaamse media. Onder druk van de sociale media – die hij systematisch (a)sociale media noemt – en de nieuwsplatformen van de internetgiganten, is ‘de geloofwaardigheid en de kwaliteit van de Vlaamse mainstreammedia sterk afgenomen.’ Vlaamse kranten verliezen inkomsten door de afname van de verkoopcijfers van de papieren versie en compenseren dit door clicks op hun websites en commerciële aanbiedingen voor hun lezers.

Door de ongebreidelde en ongecontroleerde informatiestromen op het internet, wordt het voor een groot publiek steeds moeilijker echt van vals nieuws te onderscheiden. Journalisten worden meegesleurd in die storm en hebben zelden nog de tijd voor diepgaande reportages. Dat leidt volgens Van Liefferinge tot ‘fastfoodjournalistiek’.

De Collega’s 2.0

Zijn scherpste kritiek houdt hij voor het einde. De auteur ziet met lede ogen hoe de muur tussen de redactie en de commerciële dienst steeds brozer wordt. En hoe de geldelijke belangen het redactionele werk beïnvloeden. Dat was duidelijk geval bij de Persgroep (nu DPG-media), die Jan Verheyens film ‘De Collega’s’ met al zijn media ondersteunde. Toen de film zeer zwak van start ging, werd daarover met geen woord gerept in de kranten van de groep, terwijl de concurrentie van Mediahuis dat wel uitvoerig deed. Hier werd de redactionele autonomie dus ondergeschikt aan de financiële belangen van de groep.

De ‘real beauty’ van Dove

Van Liefferinge citeert onderzoeksjournalist Ludwig Verduyn die bewijzen levert dat redacties bij DPG-media samenwerken met adverteerders. Weekendbijlage Nina wijdde een volledig nummer aan ‘real beauty’, een concept van Dove. Nora Vanderschrick, die bij DPG de indrukwekkende Engelstalige titel draagt van ‘Head of Strategy, Creative en Native’ komt er recht voor uit dat dit de weg is van de toekomst. In een interview zei ze : ‘De redacties bezorgen ons de context waaraan we de adverteerders kunnen linken’.

Het blijft volgens haar niet bij Nina, maar ook Goed Gevoel en DM-Magazine zullen meer en meer die weg inslaan. Verduyn stelt zich met Van Liefferinge de vraag waarom de journalistiek die kwalijke vermenging zo lijdzaam ondergaat. Het samenbrengen van alle redacties en de commerciële diensten onder één dak in de Antwerpse News City maakt het in ieder geval gemakkelijker voor de top van DPG om de visie op te dringen van Nora Vanderschrick, om de muur tussen journalisten en commerciëlen nog poreuzer te maken.

Subsidie voor de rijken

Van Liefferinge herinnert er bij het einde van zijn boek aan dat ‘Mediahuis en DPG de voorbije jaren elk €900.000  subsidie ontvingen voor een strategie (transformatiesteun) die ze gemakkelijk zelf konden financieren. ‘In het jaar dat DPG die subsidie opstreek maakte het bedrijf €178 miljoen  winst.’

Is het omdat dit boek dergelijke gevoelige punten aanhaalt, dat de Vlaamse media het nauwelijks hadden over Fuck de media, red de pers? Men hoeft het zelfs niet eens te zijn met alle stellingen en beweringen van de krasse tachtiger Van Liefferinge om te erkennen dat hij een belangrijk boek heeft geschreven dat iedereen die met media te maken heeft, makers zowel als gebruikers, zou moeten lezen.