Tim ’S Jongers: ‘De krapte op de arbeidsmarkt geeft sociale professionals macht’

De Belg Tim ’S Jongers maakt furore in Nederland. Met scherpe optredens in de media legt hij de absurditeit van veel sociaal beleid bloot. Het probleem? Beleidsmakers hebben te weinig ervaringskennis. SAM, steunpunt Mens en Samenleving en Sociaal.Net nodigen hem op 20 oktober uit voor een webinar.

Kritische stem

Het gaat hard voor de Tim ’S Jongers (40). Sinds kort is hij directeur van de Wiardi Beckman Stichting, het wetenschappelijke bureau van de Nederlandse sociaaldemocratische partij PvdA. Tegelijk schrijft hij bij De Correspondent over verschillen in de samenleving en was hij als columnist voor De Volkskrant een vooraanstaande en kritische stem over armoedebestrijding.

‘De littekens van opgroeien in armoede blijven voor altijd.’

Eerder dit jaar gaf hij in Nederland de belangrijke participatielezing van Movisie. En recent publiceerde hij ‘Beledigende broccoli’. In dit boek pleit hij voor een betere combinatie van professionele, academische en ervaringskennis. Zelf beschikt Tim ’S Jongers over alle drie.

‘S Jongers woont al negen jaar in Den Haag. Na een opleiding Politieke en Sociale Wetenschappen in Antwerpen specialiseerde hij zich bij onze noorderburen in Bestuurswetenschappen. Om zijn studies te bekostigen, werkte hij in Antwerpen enkele jaren in De Biekorf, de nachtopvang voor dak- en thuislozen van CAW Antwerpen. Met die ervaring kon hij ook in Den Haag aan de slag in de daklozenopvang.

Na zijn studies was de kennismaking met het Haagse kantoorleven niets meer of minder dan een cultuurshock. “Bij mijn eerste sollicitatie kreeg ik de vraag wat ik wou verdienen. Ik dacht hoog in te zetten en antwoordde: ‘Tweeduizend euro netto’, maar ik kreeg het onmiddellijk. Ik waande me rijk.” (lacht)

Dat was een enorme verandering voor je, want je bent zelf in armoede opgegroeid?

“Ik kom uit een zeer kwetsbaar gezin, maar eigenlijk heb ik niet zo veel met verwijzingen naar mijn verleden. Wie er echt meer over wil weten, kan het lezen in mijn boek.”

“Mijn ervaringen kleuren wel mijn blik op het bestaan. En aangezien mijn jeugd fundamenteel anders was dan die van de meeste mensen waarmee ik vandaag in bestuurskamers zit, verschilt mijn kijk op hoe we de zaken moeten aanpakken ook fundamenteel.”

Ook nu je al een paar jaar hetzelfde loon verdient als zij?

“Natuurlijk. Ken je het boek ‘De zeven vinkjes’ van Joris Luyendijk? Een goed boek. Al zouden we het niet over zeven vinkjes moeten hebben, maar over zeven littekens. De littekens van opgroeien in armoede blijven voor altijd. We moeten het vaker hebben over hoe we mensen voor altijd beschadigen, misschien zonder dat we het zo bedoelen.”

Gaat het dan nooit voorbij?

“Jij kan de armoede verlaten, maar de armoede verlaat jou niet. Bovendien was armoede in de jaren ’90 anders dan de armoede vandaag. Toen waren de vangnetten sterker, de mazen kleiner.”

‘In de jaren ’90 was armoede anders dan vandaag.’

“Ondanks het vangnet best breed was, ging armoede vaak gepaard met marginalisering. Ik had de indruk dat het met de rest van de wereld goed ging, alleen met ons ging het slecht. Nu is armoede overal. We gaan richting een miljoen Nederlanders in armoede.”

“De problemen zijn nu meer structureel. Veel mensen hebben te maken met bestaansonzekerheid. Krijg je één of twee klappen, dan kom je al in de problemen.”

En dat komt omdat het systeem minder genereus geworden is?

“Nederland voerde in de jaren ’60 de bijstand in als alternatief voor de vernederende armenzorg. Het moest een vangnet zijn, van waaruit mensen weer hun weg omhoog zouden vinden. Maar begin deze eeuw kwam er een kentering. De bijstand werd gezien als hangmat. Wie in de bijstand zat, moest voortaan een tegenprestatie leveren.”

“Anno 2022 schiet de bijstand haar doel helemaal voorbij. Het is geen vangnet tegen armoede meer en al helemaal geen hangmat.”

Toch leeft dat beeld van de hangmat heel sterk, ook in België.

“Links heeft de taalstrijd over de economie verloren. Een voorbeeld: we hebben het steeds over ‘de onderkant van de arbeidsmarkt’. Maar stel dat niemand onze kantoren zou poetsen, of onze bagage zou sorteren op de luchthaven. Heel ons systeem zou instorten. Die groep mensen is niet de onderkant maar de basis van de arbeidsmarkt.”

In je boek heb je het over ‘de eeuwige poetsvrouw’.

“Poetsvrouwen zitten het meest vast in hun job. Voor hoogopgeleiden is dat anders. Wij hoppen van job naar job. We kunnen zomaar opleidingen volgen om aan onze persoonlijke ontwikkeling te werken. Een cursus van enkele duizenden euro’s om mijn leiderschapskwaliteiten te ontwikkelen? Geen probleem.”

‘Een cursus leiderschap van enkele duizenden euro’s? Geen probleem. Voor dat geld kunnen we vijf poetsvrouwen een jaar hoger onderwijs laten volgen. Alleen gebeurt dat nooit.’

“Voor dat geld kunnen we vijf poetsvrouwen een jaar hoger onderwijs laten volgen. Alleen gebeurt dat nooit. Als een poetsvrouw een opleiding mag volgen, is het omdat er één of ander nieuw apparaat aangekocht is.”

Hoe komt dat?

“Kijk naar wie beleid maakt. Die lijken op jou en mij. Niet op de poetsvrouw. En als je allemaal op elkaar lijkt, dan sluit je onbewust de ander uit.”

“Wat er nu vaak standaard verwacht wordt van medewerkers op mooie functies, is dat je minimaal een bachelor en master hebt behaald. Liefst met onderscheiding. Daarbij heb je best een bestuursfunctie gehad bij een studentenvereniging, nog wat vrijwilligerswerk gedaan en ben je minimaal een half jaar op Erasmus geweest.”

‘Als je allemaal op elkaar lijkt, dan sluit je onbewust de ander uit.’

“Maar wat als je in een bicultureel gezin grootgebracht werd en je op je vierde hier Nederlands hebt moeten leren? Je ging via het beroepsonderwijs naar het technische. Je haalde uiteindelijk een bachelor. Om je studie te bekostigen moest je onderbetaald werk doen, wat je cijfers niet ten goede kwam. Maar je hield vol en na een paar jaar slaagde je er ook in een master te halen, weliswaar in tweede zit.”

“In dat geval wordt het al moeilijker om in een mooie functie binnen te geraken, want die biculturele ervaring stelt daar minder voor dat jaar Erasmus. De vraag voor organisaties is niet: wie haal je binnen? Want dan ga je met de vinger wijzen. De vraag is: wat hou je buiten als je het zo doet? Heel veel ervaringskennis.”

Hoe moet het dan wel?

“Selectieprocedures moeten anders. Waarom staat er in vacatures voor de beleidsdienst sociale zaken niet: ‘Als u ooit met sociale zaken te maken had, moedigen we u aan om te solliciteren.’?”

“Wat je ook kan doen is intern bekijken wie je al in huis hebt. Stel dat je op een gemeente de bijstand wil hervormen. Dan kan je polsen of er bij de dienst Ruimtelijke Ontwikkeling geen mensen zitten met ervaring met de bijstand. Detacheer hen even en laat hen meepraten. Zij weten hoe beleid werkt, dus dat hoef je hen niet meer te leren.”

“De vraag is: op basis van welke kennisbronnen maken we beleid? Als we vandaag de bijstand hervormen is dat op basis van wetenschappelijke, professionele en beleidskennis. Ervaringskennis zit daar niet bij en dat is problematisch.”

‘De vraag is: op basis van welke kennisbronnen maken we beleid?’

“Zo baseer je je uitsluitend op het normen-en-waardenpatroon van wie enkel het goede leven kent. Dan ga je reflecteren over mensen met een slecht leven en hen zeggen hoe zij moeten verbeteren. Dat werkt natuurlijk niet.”

Je praat over ervaringskennis, niet over ervaringsdeskundigheid. Is dat bewust?

“Toch wel. Pas op: ik heb niets tegen ervaringsdeskundigen, maar ik vind hun rol binnen de wereld van het beleid te beperkt. Een tijd terug zat ik op een vergadering vol hoogbetaalde ambtenaren. Allemaal slimme mensen die discussieerden over de goede aanpak van dakloosheid. Eén ervaringsdeskundige kwam tien minuten zijn verhaal doen.”

“Heel de zaal was geëmotioneerd. Daarna kreeg die man een cadeaubon en gingen wij lunchen. Op zich is het goed dat de mensen aan tafel die realiteit te horen kregen, maar wat was het effect? Ik kan het je niet zeggen.”

Dus het gaat om de rol die de persoon toebedeeld krijgt?

“Inderdaad. Overal worden ervaringsdeskundigen tewerkgesteld. Maar wat mogen die doen? Eens naar een formulier kijken en aangeven of het in begrijpbare taal opgesteld is. Dat is iets heel anders dan mee aan de tafel zitten waar de beslissingen genomen worden.”

Jij noemt dat ‘articulatiemacht’.

“Een ervaringsdeskundige krijgt spreektijd. Iemand als ik heeft articulatiemacht: de macht om mee te beslissen. Dat is een enorm verschil.”

‘Een ervaringsdeskundige krijgt spreektijd. Iemand als ik heeft articulatiemacht: de macht om mee beslissingen te nemen.’

“Terug naar dat overleg over dakloosheid. Die ervaringsdeskundige is weg en voor je het weet lanceert iemand de term ‘zelfredzame dakloze’. Ik verzin dit niet. De term heeft uiteraard als doel de toegang tot hulpverlening te bemoeilijken.”

“Zo hoopt men te besparen, wat natuurlijk onzin is. Je moet mensen zo snel mogelijk helpen, anders belanden ze uiteindelijk toch in een zorgtraject dat de overheid al snel honderdduizend euro per jaar kost. Alleen kan een ervaringsdeskundige dat niet zeggen. Die wetenschappelijke en professionele kennis zit niet in zijn opleiding.”

Hoe los je dat op?

“Ervaringsdeskundigen blijven nu veel te lang in die rol hangen. Een organisatie zou ervaringsdeskundigen pakweg voor drie jaar moeten aannemen. Maak volop gebruik van hun getuigenissen. Maar zorg er tegelijk ook voor dat ervaringswerkers een opleiding volgen, zodat ze wetenschappelijke en professionele kennis kunnen opdoen.”

“Na die opleiding hervatten ze hun leven in een andere functie of organisatie. Het heeft ook het voordeel dat de emotie wat uit mensen hun verhalen getrokken wordt.”

Zijn die emoties niet net de kracht van ervaringsdeskundigen?

“Zeker wel, maar de slinger mag niet doorslaan. Als ik samen met jou beleid maak, moet ik af en toe tegen je kunnen zeggen: ‘Dat is een dom idee.’ Als iemand net met veel emotie zijn ervaringen op tafel gelegd heeft, durf je dat niet of kwets je die persoon in zijn diepste binnenste. Daarom moeten we dat uit elkaar trekken. Ervaringskennis kan je organiseren zonder dat het aan mensen moet kleven.”

Welk beleidsdomein is gediend met meer ervaringskennis?

“Ik denk spontaan aan het gezondheidsbeleid. Men vindt dat mensen aan de onderkant gezonder moeten leven en dat de samenleving hen daarbij moeten helpen. Het gevolg is een tsunami aan projecten waarbij we vergeten groenten zoals pastinaak, bij hen promoten. Het zorgt voor absurde situaties.”

‘Ervaringskennis kan je organiseren zonder dat het aan mensen moet kleven.’

Een Nederlandse gemeente presteerde het onlangs het om voor klanten van de voedselbank een boekje te ontwikkelen met budgetvriendelijke, gezonde recepten. Mensen kregen er een staafmixer bij. Een staafmixer!”

Dat is toch nuttig?

“Denk jij nu echt dat mensen niet weten dat ze beter wat minder frikandel en wat meer broccoli eten? Wat een paternalisme! Alsof broccoli de gezondheidseffecten van de schaamte en vernedering van de voedselbank gaat compenseren.”

“Welke moraal zit achter zo’n beleid? Rechtvaardigheid? Maar waarom heb je hen dan ongezond laten worden? Waarom heb je hen in slechte huizen laten wonen? Waarom heb je hen ongezonde jobs laten doen? Waarom heb je niet voor voldoende hoge uitkeringen gezorgd zodat mensen niet in permanente stress moeten leven?”

‘Een beleidsmaker moet beseffen hoe schaamtelijk het is dat zijn gemeente een voedselbank nodig heeft.’

“De overdadige focus op levensstijl en gedrag zorgt ervoor dat we mensen in armoede individueel verantwoordelijk stellen voor hun problemen. Een beleidsmaker moet beseffen hoe schaamtelijk het is dat zijn gemeente een voedselbank nodig heeft. Maar nee, dat vindt hij een mooi voorbeeld van warme solidariteit. Ondertussen staat hij daar in de lokale krant met een mixer te pronken.

Je kan toch niet zeggen dat de overheid niets doet om armoede tegen te gaan?

“Er wordt massaal geïnvesteerd in coaches en consulenten. Het is een businessmodel geworden voor sociaal werkers. Hier in Nederland zijn dat zelfs vaak zelfstandigen. Wat je krijgt is een heel individualiserend discours. Jij moet meer bewegen, hier is een beweegcoach. Jij moet zuiniger omgaan met energie, hier is je energiecoach. Jij weet niet hoe van plek A naar plek B te gaan. Hier is je mobiliteitsconsulent.”

Terwijl het kernprobleem is: mensen hebben te weinig inkomen.

“Exact. Maar dat is onbespreekbaar. Je inkomen moet je verdienen. Liever knippen we het probleem in stukjes: beweegarmoede, vervoersarmoede, energiearmoede, menstruatiearmoede. ‘Armoede-Taylorisme’ noem ik het. Om elk deelprobleem weven we een net waar allerlei professionals een rol in opnemen. Politici kunnen dan volhouden dat ze actie ondernemen. En in tussentijd hoeven ze de structuren die het probleem veroorzaken niet aan te pakken. Nog even en we maken kennis met de menstruatiecoach.”

‘Iemand in armoede kan geen ‘foert’ zeggen tegen de overheid.’

“Als we willen dat mensen een gezond leven hebben, moeten we er als samenleving voor zorgen dat ze een goed leven hebben dat ze naar eigen inzicht vorm kunnen geven. Vandaag is dat niet het geval.”

“Als je eenmaal zit waar de klappen vallen, plaatsen we hen in een permanent verandertraject. Moesten ze dat met jou en mij doen dan zouden wij al snel ‘foert’ zeggen. Maar iemand in armoede kan geen ‘foert’ zeggen tegen de overheid.”

En het sociaal werk stapt hierin mee?

“Soms wel ja. Dan neemt de eigen professionele logica de bovenhand op de ervaring van de mensen waarvoor je werkt. En dan duwen sociaal werkers hen in de hoek waar ze zelf nooit zouden willen zitten.”

“Toen ik hier in Den Haag op de jongerenafdeling van de daklozenopvang werkte, betrapte ik een gast op het roken van een joint in zijn kamer. Zonder nadenken vertel ik dat aan mijn chef. Blijken we een nultolerantiebeleid te hebben, waardoor die jongen geschorst kon worden. Dat betekent twee nachten buiten slapen.”

Wat heb je toen gedaan?

“Ik ben met mijn chef gaan praten, en met zijn chef, en uiteindelijk met de directeur. Mijn boodschap was dat als die jongen buiten vloog, ik met hem meeging. Ik was daar voor de daklozen, niet om mensen dakloos te maken. Als dat niet kon, ging ik wel ergens afwassen.”

‘Ik was er voor de daklozen, niet om mensen dakloos te maken.’

“Mijn boodschap kwam aan. Ik heb de jongen gezegd: ‘Dat was dom van jou, maar ik heb je niet laten vallen. Je kan blijven.’ Het was een hard gesprek, maar als ik hem vandaag in Den Haag tegenkom, houdt hij me nog steeds tegen voor een babbel.”

Je zette er wel je job voor op het spel.

“Ik kon niet anders. Ik heb gelijkaardige ervaringen gehad als die jongen. Ik ken de gevolgen. Bovendien heb ik geleerd dat alle ellende begint met een gebroken relatie: een scheiding, een ontslag, een moeder die haar ouderrol niet meer kan vervullen…”

“Zo komen mensen in een spiraal van miserie terecht. Pas op het moment dat je terug een relatie aangaat, kan het herstel beginnen. Dat kan klein zijn: de buurvrouw die een praatje maakt, een collega die vraagt hoe het gaat … of een sociaal werker die zijn boekje te buiten gaat.”

Zijn sociaal werkers dan te gehoorzaam?

“Ik begrijp dat het voor mij als jobstudent makkelijker was om mijn job op het spel te zetten dan voor wie drie jaar lang heeft moeten werken om zijn bachelor sociaal werk te halen. Maar eigenlijk is het vandaag net het moment om als sociaal werker morele eisen aan je organisatie te stellen.”

‘Vroeger kon je makkelijk vervangen worden, nu niet. Sociaal werkers kunnen vandaag keihard op hun strepen staan.’

“Er is een enorm tekort aan sociaal werkers. Vroeger kon je makkelijk vervangen worden, nu niet. Sociaal werkers kunnen vandaag keihard op hun strepen staan. Als jouw organisatie mensen onredelijke voorwaarden oplegt, ga lekker weg. Er zijn betere plekken waar ze je vaardigheden kunnen gebruiken. De krapte op de arbeidsmarkt geeft je als werknemer macht. Maar dat is waarschijnlijk de sociaaldemocraat in mij die het overneemt.”

Sinds september ben je directeur van het wetenschappelijk bureau van die sociaaldemocraten. De voorbije decennia namen zij mee maatregelen die mensen in armoede in de problemen brachten, zoals de voorwaardelijkheid van de bijstand.

“Ik ben niet altijd gelukkig geweest met de beslissingen van het verleden. Met de kennis van nu zullen er waarschijnlijk andere beslissingen genomen worden. Alles valt te verklaren vanuit de toenmalige tijdsgeest en omstandigheden. Ik wil niets goedpraten, maar met alleen maar naar het verleden te kijken, schieten we niets op.”

Zijn die omstandigheden nu anders?

“Toch wel. Ik zie een jonge generatie die ontzettend maatschappelijk geëngageerd is. In Nederland erkennen we opnieuw het nut van stakingen. Dat is nieuw. En je moet maar eens een krantenartikel over armoede van vandaag naast één van een jaar geleden leggen. De toon is helemaal anders.”

“Eindelijk wordt er voor structurele maatregelen gepleit. Logisch, want nu zit de zus van de journalist ook in de miserie. Het is cynisch, maar dat kweekt begrip. Ook dat is de kracht ervaringskennis.”

Bron: sociaal.net

“Niemand ziet zij instromers als reservewielen”

“De praktijkschok voor zij‑instromers is groot. Maar als je hun eerste weken volpropt met info- en groepssessies, dan verslikken ze zich snel”, stelt directeur Vincent Browet van GO! MIRA in Hamme vast. Zij‑instromers begeleiden doet zijn team met behapbare brokjes.

Vincent Browet: “We zetten onze schoolpoort wijd open voor zij-instromers. Ze hebben enthousiasme en werkervaring buiten onderwijs te koop, maar onderschatten wat er allemaal op hen afkomt. Er gaapt een gat tussen hun loopbaan als leerling en hun eerste stappen als leraar. Ze schrikken dat tieners leraren niet zomaar volgen, dat je gezag moet afdwingen. En didactiek, interactie met jongeren of een klas managen, daarvan hebben ze – logischerwijs, ze hadden dat nog nooit nodig – weinig kaas gegeten.” 

Welkom in onze ploeg

“Om al die redenen hebben zij-instromers andere begeleiding nodig dan gewone starters, zelfs als ze de verkorte opleiding al achter de rug hebben. Als school heb je de neiging om ze snel klaar te stomen via een spoedcursus leraar en alle info over je aanpak mee te geven. Maar daar loert het grote gevaar: als je zij-instromers in september overdondert met info-, overleg- en leersessies, verdwijnen ze in oktober uitgeblust via de achterdeur.” 

“Daarom pakken we het gefaseerd aan. Aanvangsbegeleiding start altijd met een mail: ‘Proficiat, welkom in onze ploeg’. Daar stoppen we geen 10 bijlagen bij, maar enkel wat praktische info zoals de code voor de kopieermachine en een login. We kleven hun foto nog voor de zomer voorbij is op de talentenkaart in onze lerarenkamer. Meer dan al het schaafwerk opsommen, willen we zij-instromers laten voelen dat we ze met open armen ontvangen.”

Functiebeschrijving overlopen

“Iets later, bij het intakegesprek, overlopen we samen de functiebeschrijving. Daar komen alle kaarten op tafel. Wat heb je in de vingers dankzij je vorige job, waar verwacht je moeilijkheden en kunnen we helpen? Een ex-leidinggevende straalt misschien natuurlijke autoriteit uit en vertelt boeiend. Maar hoe goed kan die toetsvragen opstellen? Daarrond faseren we overlegmomenten, klasbezoeken of minicursussen. Zo krijgt elke zij-instromer een traject op maat verspreid in de tijd.”

Ondanks alle goede bedoelingen van beide zijden, liep het bij één zij-instromer spaak

Vincent Browet
Directeur

“Onze mentor en vakcollega’s wonen tussendoor een les bij, net zoals we bij onze reguliere starters doen. Klopt onze inschatting? Zit de autoriteit goed? En loopt het lestempo inderdaad nog wat met horten en stoten? Dan kunnen we onze begeleiding bijsturen of nog preciezer uitwerken. Daarbij houden we onze ogen ook open voor het surplus dat zij-instromers brengen. Wie voor de job vaak naar het buitenland trok en talen voortdurend oefende, kunnen we op termijn misschien inzetten voor CLIL-lessen.” 

“Wat we wel merken: dat de directeur of mentor passeert in hun klas, voelt voor sommige zij-instromers in eerste instantie als controle. We vragen ze om hun schild te laten zakken. Je kwetsbaarheid durven tonen en aan zelfreflectie doen, vinden we op onze school een must.” 

Water aan de lippen

“Niemand uit het team ziet zij-instromers als reservewielen. Lerarenopleiding al achter de rug of niet: elke zij-instromer verovert meteen een plekje in het team en mag onder sterke vleugels rustig groeien. Die reflex zit in onze cultuur. Maar vandaag maakt iedereen ook zijn rekening. Hoe meer jobs niet ingevuld raken, hoe vaker een leraar uren overneemt of toezicht houdt in de studie. Bovendien ziet niemand graag dat leerlingen maandenlang een bepaald vak missen.”

“Vorig jaar telden we 3 nieuwe zij-instromers voor algemene vakken. Eentje hield het niet vol. Ondanks alle goede bedoelingen aan beide zijden, liep het spaak. Hem begeleiden werd een fulltime job voor onze mentor. Dat kan niet de bedoeling zijn. Bovendien: die uren hebben we niet. De boodschap dat het stopt, moet je dan durven brengen als directeur. Maar we laten niemand zomaar vallen. Samen zochten we uit in welke sector zijn talenten wel tot hun recht zouden komen. En zo’n gesprek geeft ons ook feedback over onze aanvangsbegeleiding.”

Vakgroep als levenslijn

“Dit jaar vonden we onze nieuwe leraar economie bij het softwarebedrijf Oracle. Al 19 jaar in een boeiende job en toch stapt hij doelbewust naar onderwijs. Eerst nam hij een sabbatjaar om zijn educatieve master te ronden.”

“Voorspellen kan je nooit, maar ik heb er een goed oog in. Hij zal leerlingen meenemen door zijn schwung, energie en vakkennis. En hij schat zijn werkpunten goed in: het niveau bepalen van leerlingen – onze sterke vakgroep is daar zijn levenslijn – en zichzelf niet voorbijlopen. Dus zoeken we uit: waar verlies je te veel tijd en wie kan je daarbij helpen?”

“Onze conclusie? Zij-instromers alleen gaan het lerarentekort niet oplossen. Maar wie de gedurfde overstap maakt, verdient op school begeleiding op maat. Zeker omdat we onderwijs vernieuwend organiseren, kan onze kleinere school er maar een paar aan. En hoewel die enkelingen work in progress zijn, zijn ze vanaf hun aanwerving volwaardige elementen in ons team. Ze brengen zuurstof binnen en ademen unieke werk- en levenservaring.” 

Bron: Klasse.be

Supermarkten 18,1% duurder dan jaar geleden

Afgelopen maand stegen de prijzen weer wat verder. De inflatie voor onze winkelmand steeg zo´n 18% ten opzichte van november 2021. We zien vooral de prijs voor grijze garnalen, aluminiumfolie en diepvriesfrieten omhoog schieten.

Op basis van de prijzen van zo´n 3 000 producten in de supermarkten van Albert Heijn, Carrefour, Colruyt, Cora, Delhaize, Aldi en Lidl, vergeleken wij de prijzen van deze maand november met de prijzen van een jaar geleden. Daaruit blijkt dat de prijzen in winkels gemiddeld 18,11% duurder zijn dan vorig jaar. Een gezin met 2 personen zou nu maandelijks gemiddeld € 488 uitgeven in de supermarkt. Dat is € 75 meer dan een jaar geleden en alweer € 11 meer dan vorige maand.

Sterkste stijger: grijze garnalen (+61%)

De producten die deze maand het meest zijn gestegen in prijs zijn: grijze garnalen (+61%), aluminiumfolie (+50%), diepvriesfrieten (+47%), spaghetti (+41%) en papierwaren (keukenrol, toiletpapier en papieren zakdoekjes) (+41%).

Zuivel nog steeds veel duurder

Momenteel zijn zuivelproducten 24% duurder dan een jaar geleden. Zo betaal je 37% meer voor jonge kaas, 33% meer voor boter, 32% meer voor halfvolle melk, 26% meer voor room en 21% meer voor yoghurt.

Kant-en-klaarmaaltijden en diepvriesproducten

Voor een kant-en-klaarmaaltijd zoals lasagne betaalden we gemiddeld 22% meer dan een jaar geleden. Ook de diepvriesproducten zijn duurder geworden. Je betaalt gemiddeld 21% meer dan een jaar geleden. Diepvriesfrieten en frikandellen werden 47% en 32% duurder. Een diepvriespizza kost gemiddeld 15% meer dan een jaar geleden. Een ijsje werd slechts 6% duurder.

Ook op de visafdeling zien we de prijzen stijgen (+19%). Zoals hierboven al genoemd, zijn vooral de grijze garnalen een stuk duurder geworden (+61%). Ook voor verse zalm betaal je nu 21% meer dan een jaar geleden.

Dierenvoeding werd ook een stuk duurder, je betaalt gemiddeld 19% meer dan een jaar geleden.

Vlees, groente en kruidenierswaren

Vlees, groente en kruidenierswaren werden gemiddeld 18% duurder. De sterkste prijsstijgingen voor vlees zien we nog steeds bij gevogelte (+29%). Voor groente is dat komkommer (+38%) en bloemkool (+23%). Wat betreft de kruidenierswaren zijn de grootste stijgers spaghetti (+41%), frituurolie (+37%), mosterd (+35%), tomatenpuree (+34%) en worstjes in blik/bokaal (+30%), bloem (+28%), koffiepads (+26%), eieren (+24%), rijst (+20%) en aardbeienconfituur (+19%).

Fijne vleeswaren en brood zijn gemiddeld 17% duurder dan een jaar geleden.

Fruit steeg het minst in prijs (+7%). Granny Smith appelen werden goedkoper (-5%). Citroenen en blauwe bessen werden slechts 1% duurder.

Schoonmaakmiddelen en hygiëneproducten

Voor schoonmaakmiddelen betaal je gemiddeld 16% meer dan een jaar geleden. Zo betaal je o.a. voor allesreiniger (+22%), wc-reiniger (+19%) en vloeibaar afwasmiddel (+17%).

Producten voor persoonlijke hygiëne en dranken (frisdranken of alcoholische dranken) werden gemiddeld 10% duurder.

Bron: Test Aankoop

Raad van State trekt streep door regeling havenarbeid

De Raad van State heeft de Belgische regeling voor havenarbeid vernietigd omdat ze strijdig is met het Europees recht. Twee havenbedrijven, Katoen Natie en General Services Antwerp, hadden om de vernietiging gevraagd.

België heeft specifieke regels voor werk in de havens. Bedrijven in havengebied mogen enkel werken met erkende havenarbeiders. De regeling is bekend als “de wet-Major” uit 1972. In 2016 sleutelde toenmalig minister van Werk Kris Peeters (CD&V) nog aan de regeling, na overleg tussen vakbonden en havenwerkgevers. De nieuwe regeling, die er kwam onder druk van Europa, maakte het mogelijk om ook buiten de zogenaamde “pool” van erkende havenarbeiders aan te werven. 

Veiligheid

Het Europees Hof van Justitie oordeelde vorig jaar dat een dergelijke regeling aanvaardbaar is als het doel is de veiligheid in de havengebieden te waarborgen. Dat havenarbeiders alleen maar kunnen worden erkend door een paritair samengestelde commissie van werkgevers en werknemers, was volgens het Hof wel strijdig met het Unierecht.

De Raad van State heeft nu geoordeeld dat de Belgische regeling de toetsing met het arrest van het Europees Hof niet doorstaat. Onder meer de samenstelling van de erkenningscommissies vormt een probleem wegens “onvoldoende waarborgen inzake onpartijdigheid”.

Arbeidskrachten

De Raad van State valt ook over het criterium “behoefte aan arbeidskrachten” waarover de erkenningscommissies oordelen en dat bepaalt of een havenarbeider in de pool van havenarbeiders kan terechtkomen. Havenarbeiders die niet in de pool worden opgenomen, krijgen maar een erkenning voor de duur van hun arbeidsovereenkomst.

Dat maar een deel van de havenarbeiders in aanmerking komt voor een erkenning voor onbepaalde tijd, strookt niet met het vooropgestelde doel om de veiligheid in de havengebieden te waarborgen. Er zijn geen redenen die deze verschillende behandeling van twee categorieën havenarbeiders die zich uit het oogpunt van de veiligheid op hun werkplek in volstrekt vergelijkbare situaties bevinden, kunnen rechtvaardigen, luidt het in het arrest.

Bron: VRTNWS

Internationale Arbeidsorganisatie stelt zich vragen bij Belgische loonnormwet

De Belgische loonnormwet, die de grenzen bepaalt voor loonsverhogingen in de privésector, “is onverenigbaar is met de vrijheid van collectieve onderhandelingen”. Dat zegt de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO).

De loonnormwet werd in 1996 ingevoerd in ons land onder de regering-Dehaene. Op basis van die wet wordt bepaald hoeveel de lonen van werknemers in de privésector maximaal kunnen stijgen, bovenop de automatische indexering die ons loon sowieso doet stijgen wanneer het leven duurder wordt door inflatie. 

De wet moet ervoor zorgen dat ons land door loonstijgingen in de privésector geen te groot concurrentienadeel ondervindt met de ons omringende landen. 

“Bom” onder de loonnormwet

Onder de vorige regering-Michel werd de wet aangescherpt, tot woede van de vakbonden. De vakbonden vinden dat er door die wijziging te weinig ruimte is voor loonsverhogingen. De christelijk vakbond ACV diende daarom een klacht in bij het CFA, een van de toezichthoudende organen van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO).

“Het CFA heeft nu geconcludeerd dat de loonnormwet ‘onverenigbaar is met de vrijheid van collectieve onderhandelingen’, zoals vastgelegd in IAO-conventie 98”, meldt het ACV. De raad van bestuur van het IAO heeft die conclusies ook goedgekeurd.

“Hoewel de conclusies van het CFA niet juridisch bindend zijn, geven de samenstelling van dit controleorgaan en de daaropvolgende goedkeuring van de conclusies door de raad van bestuur van de IAO – waarin de Belgische regering momenteel zetelt – een aanzienlijk gewicht aan de aangenomen conclusies”, zegt het ACV. 

Het ACV spreekt over “een bom” onder de loonnormwet. “Indien de regering niet optreedt, zullen de vakbonden verdere juridische stappen ondernemen”, aldus de christelijke vakbond. “Nationale rechters zullen rekening moeten houden met de bevindingen van het CFA”, luidt het.

Als men echt vrije loononderhandelingen nastreeft, dan moet men zowel de automatische indexering als de loonnormwet afschaffen

Verbond van Belgische ondernemingen (VBO)

De werkgevers waarschuwen dat de vakbonden met deze beslissing van het IAO “het paard van Troje” binnenhalen, omdat volledig vrije loononderhandelingen ook de automatische indexering in vraag zouden stellen. 

“Volgens de aanbeveling moeten de sociale partners vrij kunnen beslissen over de criteria waarop zij hun onderhandelingen over de loonontwikkelingen baseren”, zegt het Verbond van Belgische Ondernemingen (VBO). 

“Dit slaat niet enkel op de loonnormwet maar ook op de automatische indexering. Als men echt vrije loononderhandelingen nastreeft, dan schaft men zowel de automatische indexering als de loonnormwet af”.

Bron: VRTNWS