by admin | feb 2, 2024 | Varia
In Wenen bouwden sociaaldemocraten honderd jaar geleden al ‘paleizen van de arbeidersklasse’. Centraal in het Weense model van sociale en betaalbare huisvesting, dat nog steeds een pionier is, staat de diepe overtuiging dat huisvesting een mensenrecht is.
Toen de Sociaal-Democratische Arbeiderspartij in 1919 in Wenen aan de macht kwam, maakte ze van huisvesting haar topprioriteit. Dit gebeurde tegen een achtergrond van welig tierende ziekten zoals tuberculose – toen bekend als de Weense pest –, de terugkeer van ambtenaren en soldaten van de voormalige monarchie, en een groot aantal vluchtelingen, vooral uit Galicië. De partij hield zich niet alleen aan haar verkiezingsbelofte, maar overtrof deze ook: in plaats van de aangekondigde 25.000 nieuwe gemeenteflats werden er tussen 1923 en 1934 zo’n 63.000 eenheden met stromend water en toiletten gebouwd. Niet veel later haalde de partij 60% bij de verkiezingen. De invoering van een woonbelasting, een belastingsysteem gebaseerd op inkomen ontwikkeld door de sociaaldemocraat Hugo Breitner, en een luxebelasting voor de rijken maakten de financiering mogelijk. Het verschil in grootte met de vroegere flats was vrij klein – 35 tot 42 vierkante meter per flat –, maar omdat de huren laag waren, waren er geen onderhuurders en bedlegerige mensen (die in ploegendiensten in de bedden sliepen als de huurders aan het werk waren), en zo werd privacy mogelijk voor ten minste een deel van de bevolking. Deze ‘paleizen van de arbeidersklasse’ met ‘licht, lucht en zon’ maakten het verschil. Wenen kon de levenskwaliteit verhogen van velen, niet van enkelen.
Vandaag is in heel Europa veilige, gezonde en adequate huisvesting vaak opnieuw onbetaalbaar geworden voor veel mensen in steden en daarbuiten. De kwestie wordt steeds vaker een factor bij verkiezingen. 2024 is het jaar waarin opnieuw de richting zal worden bepaald die de Europese Unie zal inslaan, niet in het minst voor betaalbare huisvesting. In juni wordt het Europees Parlement gekozen en in de herfst/winter wordt de nieuwe Europese Commissie samengesteld. Voordien, in maart, komen de ministers van Huisvesting samen in Luik onder het Belgische voorzitterschap. De komende lente is daarom het perfecte moment om een sterk signaal af te geven ten gunste van betaalbare huisvesting dat het algemeen welzijn dient. Dit is de enige manier om ervoor te zorgen dat de Europese Unie in de nieuwe mandaatsperiode een sterk beschermend schild opzet tegen speculatie op de Europese huizenmarkten en een offensief lanceert voor meer overheidsinvesteringen in betaalbare huisvesting. Wie in de Europese politieke arena zal het voortouw nemen voor een Europees initiatief voor ‘Huisvesting voor het algemeen welzijn’, 100 jaar nadat de Weense sociaaldemocraten de weg vrijmaakten voor een breed en stabiel concept van huisvesting als recht?
WONINGTEKORT DOOR NEFASTE MARKTWERKING
Getrainde eurocraten weten dat huisvestingsbeleid geen bevoegdheid van de Europese Unie is, maar dat de organisatie ervan in de geest van subsidiariteit bij de lidstaten ligt. Maar de jonge werkneemster in Barcelona die nog steeds bij haar ouders woont omdat ze geen betaalbare flat kan vinden in het licht van een stortvloed aan Airbnb’s, trekt zich hier niets van aan. Net als het gezin uit Bratislava dat met hun kinderen over de grens naar een Oostenrijks dorp verhuist omdat het in de Slowaakse hoofdstad te duur is. Of de jonge alleenstaande moeder in Antwerpen op zoek naar een fatsoenlijke woning die kinderopvang en diensten op korte afstand nodig heeft. Zij willen, en hebben, lokale oplossingen nodig, daar waar hun familie, vrienden en banen zijn.
In de afgelopen jaren hebben lokale politici en burgers het woningtekort dan ook steeds vaker aangekaart, vaak zij aan zij met huurdersorganisaties, via resoluties, burgerinitiatieven, referenda, protest- en zelfs kraakacties. Ook op Europees en lidstaatniveau werden in een aantal initiatieven oplossingen aangedragen, waarvan sommige leidden tot actie door de Europese Commissie. Het ging vaak over bescherming tegen gentrificatie en speculatieve leegstand, over het ongecontroleerde niveau van de huurprijzen en de verkoop van openbare of sociale woningen. De financialisering van de woningmarkt heeft eigendomsstructuren zo ondoorzichtig gemaakt dat huurders niet meer weten wie de eigenaar is van de flat waarin ze wonen; daarom zoeken ze hulp en advies bij hun burgemeesters. Stadsbestuurders deden wat ze konden, zoals we zagen tijdens de covidpandemie en later met de inflatie- en energiecrisis, waarbij ze veel moed toonden voor harde interventies, maar nog meer door hun sociale budgetten tot het uiterste op te rekken. Het werd opnieuw duidelijk dat het vermogen van steden om op te treden, grotendeels wordt bepaald door het nationale bestuur. Weinig aandacht werd echter besteed aan het regelgevend kader van de Europese Unie, hoewel dit kader een belangrijke rol speelt bij het vormgeven van het lokale huisvestingsbeleid.
In heel Europa is de redenering van de woningmarkten zeer irrationeel, zowel vanuit maatschappelijk, ecologisch als economisch perspectief. Huisvesting is een activum geworden op de balans van beleggingsinstrumenten, in plaats van een dienst voor mensen. Deze evolutie kwam niet uit de lucht vallen. Ze is het resultaat van het te lang overlaten van de woningmarkt aan pure marktbelangen. Veel politici beseffen dat de impact van de marktwerking op huisvesting voor heel wat mensen niet werkt. Maar zelfs dan zijn hun remedies vaak zwak. Politici willen de marktwerking eigenlijk niet ondermijnen, ze handhaven belastingvoordelen voor investeerders en nemen geen serieuze maatregelen tegen gentrificatie of financialisering. Ook de internationale en nationale regelgeving tegen het witwassen van geld blijft tandeloos.
HOE WENEN ZORGT VOOR SOCIALE EN BETAALBARE HUISVESTING
Eén stad springt eruit rond sociale en betaalbare huisvesting die werkt voor haar burgers: Wenen. De Oostenrijkse hoofdstad loopt al vele decennia voorop in huisvestingsbeleid. Zelfs na de financiële crash bleef Wenen nieuwe woningen bouwen, wat samen met andere initiatieven, zoals gratis kinderopvang voor alle kleuters tot aan de basisschool, enorme voordelen opleverde voor gezinnen en tegelijkertijd de economie hielp. Te midden van de covidpandemie begon de stad zelfs met de bouw van een nieuw gemeentelijk wooncomplex speciaal voor alleenstaande moeders. In 2022 nog organiseerde ze de ‘Internationale Bouwtentoonstelling’ om de toekomstige stedelijke ontwikkeling te verkennen. Als groeiende stad met twee miljoen inwoners is het Weense bestuur vastbesloten om zijn klimaatdoelstellingen tegen 2040 te halen. Het heeft daarom de renovatie van zijn gebouwenbestand versneld om het energie-efficiënter en onafhankelijk van gas als primaire verwarmingsbron te maken.
Vandaag woont één op de vier inwoners van Wenen in een gemeentelijke woning en twee derde van de bevolking woont in een gesubsidieerde woning. De Oostenrijkse hoofdstad is herhaaldelijk als winnaar uit de bus gekomen in wereldwijde ranglijsten over levenskwaliteit. Niet alleen de hoeveelheid, maar ook de diversiteit van het sociale en betaalbare woningaanbod heeft een gunstig effect op de markt.
Wat Wenen al meer dan 100 jaar doet rond sociale en betaalbare huisvesting is geen rocket science. Het idee is om de eetlust van institutionele beleggers, speculanten en uitbuitende huisbazen te bederven door hun vrijheid om hun eigen regels te schrijven te beperken. Wenen zorgt ervoor dat zijn lokale huisvestingsbeleid ingebed is in een degelijk stadsontwikkelingsplan en dat het kwaliteitscriteria omvat voor nieuwe woningen of de renovatie van bestaande woningen, een strikte controle op het grondgebruik, en de bescherming en empowerment van huurders. Dit gaat hand in hand met een sterk beschermend kader zodat mensen in hun huis kunnen blijven wonen na de renovatie van het gebouw.
Dit succesvolle en veelgeprezen model is gebouwd op de drie landelijke pijlers van goed bestuur, stabiele financiering en een sterk institutioneel kader. De Oostenrijkse ‘Wet voor huisvesting voor het algemeen welzijn’ (vaak vertaald als de ‘Wet op de huisvesting met beperkte winst’) biedt een betrouwbaar wettelijk kader om sociale, coöperatieve en betaalbare huisvestingsprojecten in alle regio’s te definiëren, sturen, financieren en beheren. De Oostenrijkse huurwet garandeert een hoog niveau van huurzekerheid, met contracten voor onbepaalde tijd als standaardoptie en gereguleerde huurprijzen voor verschillende categorieën appartementen. Tot slot is de financiële basis voor het systeem stabiel, met een belasting op huisvestingsbevordering die zowel door werkgevers als werknemers wordt betaald en die gaat naar de huisvestingsbudgetten van alle negen Oostenrijkse provincies, waaronder Wenen.
Gemeentelijke woningcorporaties (de grootste is Wiener Wohnen, met meer dan 220.000 woningen voor 500.000 inwoners), woningcoöperaties en woningverenigingen met beperkte winstoogmerk voorzien in een groot deel van alle huisvestingsmogelijkheden in Oostenrijk. Hun bedrijfsmodel is zeer effectief – en goed voor de overheidsbegroting – omdat ze gebaseerd is op doorlopende fondsen, met de verplichting om iedere winst (die in elk geval wettelijk beperkt is) te herinvesteren in de aankoop van grond, renovaties of nieuwbouw. Alle andere activiteiten dan diegenen die verband houden met hun bestaansreden zijn strikt verboden, met een systeem van duidelijke en transparante controleregels. In ruil daarvoor zijn ze vrijgesteld van vennootschapsbelasting. Met al deze elementen beveelt de OESO het Oostenrijkse huisvestingsmodel aan andere landen aan als blauwdruk voor een stabiele woningmarkt. Onlangs nog zag een peer review van de OESO het Weense model van sociale huisvesting als rolmodel voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
Centraal in het Weense model van sociale en betaalbare huisvesting staat de diepe overtuiging dat huisvesting een mensenrecht is. Deze op rechten gebaseerde benadering dwingt de overheid om mensen te beschermen. Een visie voor ‘Huisvesting voor het algemeen welzijn’ moet deze logica volgen. Niet alleen bij het definiëren van het beheer voor het huisvestingsbeleid, maar ook bij het ontwerpen van de instrumenten die de realisatie ervan mogelijk maken.
Een belangrijk element van een stabiel huisvestingssysteem is altijd huurregulering en huurcontrole geweest. In Wenen zijn de huren in de gemeentelijke (zo’n €6,15 per vierkante meter) en coöperatieve (€6,56 per vierkante meter) sectoren gebaseerd op kosten en niet op overheidssubsidies. Een ander instrument is het onder controle houden van grond. Dat kan verschillende vormen aannemen: Wenen heeft een traditie in het aanleggen van grondreserves via een openbaar agentschap en gebruikt een nieuwe bestemmingsplanverordening om ervoor te zorgen dat twee derde van elke nieuwe ontwikkeling bestemd is voor gesubsidieerde woningen. In plaats van de grond te verkopen, worden er erfpachtcontracten met ontwikkelaars afgesloten. De meest recente maatregel is een wijziging van de bouwvoorschriften om meer controle mogelijk te maken over toeristische verhuur op korte termijn.
Gelijke kwaliteitscriteria voor alle huisvestingsprojecten als voorwaarde voor elk project, rekening houdend met sociale en ecologische duurzaamheid, kosten en architecturale criteria kunnen echte vooruitgang brengen. Er zal immers geen zichtbaar verschil zijn tussen een privaat, publiek of coöperatief project, afgezien van de huurvorm. Als het gaat om publieke financiering, zien Weense stadsbestuurders niets verkeerds in het verbinden van voorwaarden aan particuliere investeerders om te zorgen voor gemeenschapsdiensten en bij te dragen aan algemene infrastructuurkosten. De bescherming van huurders tegen speculatie en gentrificatie, het creëren van leefbare buurten samen met de bevolking en de wil om een sociale mix te behouden op het hele grondgebied van de stad, zijn sinds vele jaren doorslaggevende elementen voor het succes van Wenen. Dit alles vormt een unieke proeftuin voor ‘Huisvesting voor het algemeen welzijn’, waarin sociale, ecologische en economische doelen worden samengevoegd tot een stedelijke ontwikkeling die in heel Europa kan, en zou moeten, worden opgeschaald.
HET MODEL VAN WENEN OPSCHALEN
Bezoekers aan Wenen komen vaak met het idee dat mensen in huisvestingsnood een sociaal achtergestelde groep zijn voor wie er speciale, maar streng gecontroleerde programma’s moeten zijn. In veel landen heeft deze benadering geleid tot de stigmatisering van burgers die in een sociale woning wonen of er één aanvragen. Het heeft ook geleid tot een benadering dat sociale huisvesting een nogal lastige noodzaak of liefdadigheidsactie is. Zoals vaak het geval is bij sociale voorzieningen, betekent deze manier van denken dat men zich vervolgens afvraagt of iemand echt alles heeft gedaan om zichzelf te helpen – of dat hij misschien niet liegt over zijn woonsituatie of inkomen. Ontvangers van een uitkering worden behandeld als potentiële sociale fraudeurs; degenen die ‘echt, maar dan ook echt’ arm zijn en zich goed gedragen, mogen dan genadig van de bijstand profiteren. Wanneer ze in het bijstandssysteem terechtkomen, moeten ze herhaaldelijk bewijzen dat ze hulp waard zijn. Dit is een schande. Het is volledig in strijd met elk sociaal beleid, dat gebaseerd is op rechten en de emancipatie van mensen.
In tegenstelling tot een dergelijke aanpak leren bezoekers aan Wenen dat het anders kan. En dat zo’n aanpak zelfs goed is voor de overheidsbegroting, niet alleen voor de mensen. De nationale woonbelasting op basis van inkomen financiert het Weense huisvestingsbudget. Die belasting bedraagt ongeveer 500 miljoen per jaar en maakt waar nodig nieuwbouw, renovatie en individuele uitkeringen mogelijk. Niet alleen komt ongeveer 75% van de Weners in aanmerking voor sociale en gesubsidieerde huisvesting, ze hoeven hun inkomen maar één keer aan te tonen – op het moment dat ze het contract tekenen om te tonen dat ze aan de inkomensdrempels voldoen. Dit zorgt voor stabiele, fatsoenlijke huisvesting die burgers zekerheid geeft bij het plannen en organiseren van hun leven. Gemeentelijke, coöperatieve en door de overheid gefinancierde huisvesting is goed verspreid over het hele stadsgebied in een grote verscheidenheid aan architectuur en oplossingen. Voor jongeren biedt het SMART-programma gemakkelijk toegankelijke, maar transformeerbare plattegronden van een woning. De wachttijd voor een gemeentelijke flat is maximaal twee jaar. En terwijl in 1922 op alle binnenplaatsen van de gemeentelijke wooncomplexen buitenbaden voor kinderen werden gebouwd, is de moderne versie hiervan in sommige nieuwbouwwoningen een gemeenschappelijk zwembad op het dak. De filosofie en het beleid zijn hetzelfde: mensen hebben recht op fatsoenlijke, veilige, gezonde en betaalbare, niet in de laatste plaats mooie huizen en de staat heeft de plicht om er alles aan te doen om ervoor te zorgen dat het mensenrecht op huisvesting wordt gerealiseerd.
Politieke partijen doen er daarom goed aan om alle verantwoordelijke niveaus voor huisvestingsbeleid aan te kaarten in hun verkiezingsprogramma’s, inclusief de Europese arena, en nog meer in hun regeringsprogramma’s, als ze geïnteresseerd zijn in het vinden van echte oplossingen voor velen, niet enkelen, en als ze geloofwaardig willen zijn voor hun kiezers. We hebben gezien dat belastingontduiking, financialisering en het witwassen van geld alleen op Europese schaal kan worden aangepakt, terwijl het inbedden van huisvestingsprogramma’s in een gezonde stadsontwikkeling lokale capaciteit vereist. Dit is des te belangrijker omdat we zien dat huisvestingskosten een beslissende factor worden met betrekking tot het risico op armoede. Hier moeten we zeker ook de loon- en pensioenkloven tussen mannen en vrouwen aanpakken. Onze vrouwelijke bevolking wordt veel harder getroffen door de stijgende huisvestings- en energiekosten. Daarom kan elk beleid op het gebied van huisvesting leiden tot empowerment of verdere afhankelijkheid van vrouwen (van sociale diensten of van hun partner) – het draait allemaal om politieke keuzes. In het debat over de toekomstige koers van de Europese Unie zal het belangrijk zijn om te laten zien wie de mensen geloven als het gaat om het verbeteren van hun levensomstandigheden, het waarborgen van een goede levenskwaliteit en sociale cohesie zodat iedereen een goed leven heeft.
Wenen heeft alvast bewezen de winnaar te zijn op het gebied van levenskwaliteit. Omdat het in het verleden, het heden en voor de toekomst op een duurzame manier moedige beslissingen heeft genomen.
Bron: sampol.be
by admin | feb 2, 2024 | Verkiezingen 2024
Dat de woningmarkt in Vlaanderen helemaal is vastgelopen, is niet spontaan gebeurd. Het was geen natuurramp, maar een beleidsramp.
Is er voor mij nog een betaalbare woning in Vlaanderen? Zal ik nog wel een woning kunnen kopen of zal het toch huren worden? Voor jonge koppels, alleenstaanden en zelfs tweeverdieners is het antwoord steeds vaker onzeker. De woningmarkt in Vlaanderen loopt helemaal vast. En dat is niet spontaan gebeurd. Het was geen natuurramp, maar een beleidsramp. Het bouwen van betaalbare woningen is nooit een prioriteit geweest voor de regering-Jambon. En oplossingen? Die zullen er ook niet spontaan komen én al zeker niet als de huidige Vlaamse regering na 2024 doorgaat. Wat kunnen we leren uit de fouten van deze centrumrechtse ploeg (CD&V, Open VLD en N-VA)? En hoe kan het beter?
LES 1: ALS JE UITSTELT EN VERTRAAGT, ZIJN GEWONE MENSEN HET SLACHTOFFER
Een steeds groter wordende zak geld in de hand is geen garantie. De gevolgen van het huidige Vlaamse stilstandbeleid zijn duidelijk. Jaarlijks meer dan 2 miljard euro ter beschikking om 180.000 gezinnen op de wachtlijst een betaalbare woning te bezorgen. En er zijn er… praktisch geen gebouwd. Ondertussen werd de wachtlijst alleen maar langer en duwden mensen die geen kant op kunnen, de particuliere huurprijzen steeds verder omhoog. Zo zitten mensen die niets meekrijgen van thuis dubbel vast. Ze kunnen niets kopen en met deze huurprijzen kunnen ze nauwelijks sparen. Een woning kopen is een jackpot geworden die wordt bepaald door het vermogen van iemands ouders. Deze Vlaamse regering is er een voor de ‘happy few’. Niet voor de ‘many’. Wie vooruit wil, kan niet op hen rekenen.
Dat Matthias Diependaele liever kijkt naar het geld dat hij ‘bespaart’ als minister van Begroting dan naar de huizen die hij bouwt als minister van Wonen, mag niemand verbazen. Maar een telefoontje plegen naar je collega en even verder kijken dan je eigen beleid, zo moeilijk kan het niet zijn? Want op het kabinet aan het einde van de gang buigt minister van Armoedebestrijding, Benjamin Dalle, zich over de 20.000 dak- én thuislozen in Vlaanderen. Toch blijft Matthias Diependaele weigeren om betaalbare woningen te bouwen. En dwingt Benjamin Dalle het niet af van zijn collega. Dit is hoe je falend beleid voert. Bravo, Vlaamse regering.
LES 2: SLECHT ONDERHANDELEN, BETEKENT JAREN STILSTAND
Wie het dus ook ziet? De minister van Armoedebestrijding. Al meerdere keren trekt Benjamin Dalle aan de bel. Logisch, iedereen weet hoe zwaar je woonkosten doorwegen als je maar weinig kan besteden. En legt u nu even als lezer samen met mij de link: armoede en betaalbaar wonen zijn onoverkomelijk met elkaar verbonden. U ziet het. Ik zie het. Is minister Diependaele dan de enige die het niet ziet?
Benjamin Dalle is trouwens niet de eerste CD&V-minister die tegen muren aanloopt als hij of zij nieuw start op zijn eigen departement. We zagen het eerder ook al bij minister Hilde Crevits voor de kinderopvang. CD&V claimt tijdens de onderhandelingen wel de post, maar niet de inhoud. Het maakt dat men nauwelijks kan bijsturen tijdens de rit. En zo krijgt minister Diependaele nauwelijks tegenwicht in zijn coalitie. Sterker nog: de CD&V-fractie stemt tegen voorstellen van de eigen partij, althans als ze door de oppositie worden voorgesteld. Wie krijgt dat nog uitgelegd?
Een slecht onderhandeld regeerakkoord is de diagnose voor een ziekte die al vijf jaar duurt. Men hobbelt van incident naar incident. Deze regering is meer bezig met de eigen profilering van individuele ministers dan echte oplossingen bedenken en uitvoeren.
LES 3: ALS JE NIET WEET WAT BIJ GEWONE MENSEN LEEFT, BLIJF JE HANGEN IN CYNISCHE POLITIEK
Het is triest om te zien over vijf jaar dat patronen zich herhalen. Problemen stapelen zich op totdat ze groot in de krant verschijnen. Dan pas schieten ministers in actie. Niet om het probleem echt op te lossen, maar met afleiding en doorschuiven.
Je zag het bij stikstof, bij PFAS, bij onderwijs, bij kinderopvang en bij woningbouw. Men kijkt weg of voert onderling strijd. Pas als het moeilijk wordt in de haven van Antwerpen, of kinderen het slachtoffer zijn, komt men in beweging. Woningbouw blijft moeilijk te grijpen. Week na week zie ik een minister die kritiek van zich af laat glijden. Die een pauzeknop indrukt om eerst woonmaatschappijen te laten fusioneren voordat er weer serieus gebouwd gaat worden. Een onbegrijpelijke keuze. Het is een stilstand die gewone mensen zich niet kunnen veroorloven. Waarom de politiek wel?
Het antwoord is opnieuw pijnlijk simpel. Als je niet meer met gewone mensen spreekt, hoef je hun leed ook niet onder ogen te zien. Keer op keer blijkt deze regering de verbintenis met het middenveld verloren te zijn. De focus op het eigen gelijk maakt je doof voor de miserie van de ander.
Het leidt tot cynische politiek. Een politiek waarin de minister van Wonen huurders de stuipen op het lijf jaagt door te beweren dat ze mogelijk onterecht een sociale huurwoning hebben. Neem nu de verplichte inschrijvingsplicht bij de VDAB. Een minister die met grote aankondigingen en boetes zwaait, en vervolgens met cijfers komt. Daaruit blijkt vooral één ding: de VDAB is niet klaar om mensen beter te begeleiden. Vervolgens wordt er niet gecoördineerd om dit beleid effectief uit te rollen. Resultaat? Geen betere begeleiding naar werk, wel boetes die niets uithalen.
WAT TE DOEN MET WONEN?
Vanaf de oppositiebanken kritiek leveren, is één ding. Maar er is een grotere uitdaging. Want hoe voorkom je dat een volgende regering dezelfde fouten maakt? Als extreemrechts (en dat is een grote ‘als’ helaas) niet aan de macht komt, staat de volgende regering een enorme taak te wachten. Welzijn, Onderwijs, Wonen, allemaal vragen ze om enorme investeringen en hervormingen.
Wat te doen met Wonen?
- Gedaan met hervormingen die alles stilleggen. Als Frank Vandenbroucke op federaal niveau zijn hervormingen had aangepakt zoals Matthias Diependaele op Vlaams niveau, waren de ziekenhuizen al een paar jaar dicht geweest. Het is simpelweg onacceptabel. Het doel moet de komende jaren centraal staan. Dus: duidelijke en realistische bouwdoelstellingen. Die in de toekomst wél afdwingbaar is. Ieder zijn deel is niets te veel. Dat geldt ook voor gemeenten; ook zij moeten hun plicht doen. Dwing betaalbare woningen af en verlicht zo direct de druk op de commerciële huurmarkt.
- Afspraken leggen we vast, op resultaten rekenen we af. Er is gewoon slecht onderhandeld zonder visie. De regering-Jambon koos voor een perceptiebeleid: het moet goed klinken, effectieve resultaten doen er minder toe. Ook al verdient Vivaldi geen schoonheidsprijs, er is wel een duidelijk verschil. Vooruit heeft zo onderhandeld dat Frank Vandenbroucke zijn ding kan doen, gesteund door een regeerakkoord. Zo maken we de gezondheidszorg betaalbaar voor iedereen. Zelfs met wispelturige partners zoals Georges-Louis Bouchez blijft hij zo hervormen en investeren tot de laatste dag van deze regeerperiode. Die aanpak verdient Wonen ook. Een sterke minister van Wonen op Vlaams niveau heeft duidelijke doelstellingen en een helder mandaat: betaalbaar wonen realiseren.
- Betrek het middenveld, hou contact met je doelgroep. Iedere tweede week spreek ik mensen in Kortrijk op mijn inloopspreekuur. Je wordt als politicus direct geconfronteerd met de gevolgen van beleid. Als cijfers weer mensen worden, hou je op met versimpelen en wegzetten. Hetzelfde geldt voor het middenveld. Het is duidelijk dat CD&V het contact met het middenveld al een tijdje kwijt is. Of toch zeker doof is geworden voor veel van hun terechte eisen. Alleen door die banden te herstellen, blijf je als politiek midden in de samenleving staan.
Laat het duidelijk zijn. De volgende regering moet, ongeacht de samenstelling, lessen trekken uit het gefaalde woonbeleid. Uiteraard lijst ik met liefde de inhoudelijke oplossingen van Vooruit op. Deze crisis gaat alleen zoveel verder dan een verschil in keuzes en visie. Het is vooral een gebrek aan keuzes, een gebrek aan het herstellen van fouten, een doofheid voor andere geluiden die ons hier hebben gebracht. Het gevolg is stilstand. Niet alleen voor woningbouw, maar ook een stilstand in het leven van mensen. Deze minister van Wonen vraagt hen letterlijk hun leven op pauze te zetten. Die stilstand kunnen we ons niet veroorloven. De regering-Jambon zal haar gedrag niet meer veranderen. Het maakt de opdracht voor de volgende regering des te groter.
Bron: Sampol.be
by admin | feb 2, 2024 | Varia
Wie elke dag de centen moet tellen en oud brood moet eten om de huur te kunnen betalen, heeft in het hoofd weinig ruimte om echt bezig te zijn met de zogenoemde sociale mobiliteit.
Het jaar 2023 zal de geschiedenisboeken ingaan als het jaar waarin Vlaams minister van Wonen, Matthias Diependaele, alsnog een visie ontwikkelde over sociale huisvesting. Het was enkele jaren wachten, maar ergens in de zomer van 2023 en met als toetje mooi verpakt onder de kerstboom op kerstdag was hij er toch in geslaagd zijn kijk op sociale huisvesting uit de doeken te doen. Los van de inhoud wil ik hem daar wel oprecht voor bedanken.
‘LUIE’ HUISMOEDERS VERPLICHT NAAR DE VDAB
Tot voordien was het niet echt duidelijk hoe hij keek naar een sociale huurders, maar sinds kerstdag weten we het zeker: ze zijn voor de minister vooral een blok aan zijn been. Zeker de huisvrouwen die niet in de rij staan jubelen om hun eigen huishouden te laten verkommeren en dat van de betere middenklasse te gaan regelen met dienstencheques aan een loon waar diezelfde betere middenklasse de spreekwoordelijke kont nog niet voor zou opheffen. Zeker die luie vrouwen blijken een doorn in het oog te zijn van de minister. Hij wil hen aan het werk of ‘uit de hangmat’, zoals hij dat zelf altijd zo vol respect voor de huisvrouw verkondigt.
Na de zomer kregen deze dames dan ook prompt een brief in de bus met de verplichting zich aan te melden bij de VDAB. Waar gespecialiseerde bemiddelaars de desbetreffende huisvrouwen zouden toeleiden naar de juiste job. Om het de huisvestingsmaatschappijen niet te veel op bijkomende rompslomp te jagen, werden de brieven in bulk verzonden. Enkele brieven glipten door de mazen van het net en belandden in de brievenbus van gepensioneerde mannen die niet goed wisten wat te doen. Het waren plezante tijden.
Nochtans denk ik ook dat in gezinnen waar maar 1 partner werkt, onderzocht moet worden hoe we de andere partner mee trekken in het verhaal. In de strijd tegen armoede vallen daar wel winsten te boeken, gezien het armoederisico in gezinnen met eenverdieners het hoogste is. Alleen zijn daar mijn inziens toch compleet andere wegen voor nodig dan via de sociale huisvestingsmaatschappij en inschrijven bij de VDAB. Een totaalvisie over hoe we het beste uit iedereen naar boven halen, ontbreekt telkens weer.
NOG NET NIET SMEKEN OM OP DE WACHTLIJST TE MOGEN STAAN
Maar het bleef niet bij een verplichte inschrijving bij de VDAB. In diezelfde periode kwamen ook de eerste details van het nieuwe gecentraliseerde inschrijfsysteem aan de oppervlakte.
Kandidaat-huurders zullen zich voortaan online kunnen inschrijven in een centraal systeem. Een enorme verbetering, want tot op heden gebeurde de inschrijving manueel en per huisvestingsmaatschappij. Je wil niet weten hoeveel uren maatschappelijk werkers in een OCMW wisten te verslijten aan het op punt stellen van al die inschrijvingen voor één gezin. Die ballast valt nu weg en wordt vervangen door online.
Toch wil dat niet zeggen dat dat de administratieve druk op het hulpverleningsnetwerk drastisch doet verlagen. De digitale kloof waarvan al lang sprake is namelijk niet plots miraculeus verdwenen. De drempel om met een identiteitskaart de inschrijving af te ronden is groot. Mensen vergeten hun pincode of begrijpen niet eens waar die in feite voor dient. Wie zijn pincode kwijt is, vraagt een nieuwe aan en ineens ook een nieuwe afspraak bij de maatschappelijk werker. In een gezin van moeder, vader en twee meederjarige dochters is het niet een of twee, maar vier keer dat er dient ingelogd te worden in het centraal systeem (elk gezinslid apart). Ook mensen (alle meederjarigen) die al geruime tijd op de wachtlijst staan zullen zich voor 31 maart 2024 moeten aanmelden om hun overzetting in het nieuwe register af te handelen of ze worden onherroepelijk geschrapt van de wachtlijst.
OCMW’s, andere gemeentediensten en de CAW’s bereidden zich volop voor om dat huzarenstukje voor elkaar te krijgen. Met aanklampende hulpverlening zullen ze de eerste drie maanden alvast de handen vol hebben aan voorkomen dat veel mensen sneuvelen van de wachtlijst. Drie maanden die maatschappelijk werkers zouden kunnen besteden aan hun cliënten aan het werk helpen bijvoorbeeld.
Wie de minister aanspreekt op deze vreemde wendingen krijgt te horen dat rechthebbenden op een sociale woning er wel iets voor mogen doen. Het wordt immers niet allemaal in de schoot geworpen. Een gevoel dat ongetwijfeld heerst bij de doelgroep als ze te horen krijgen dat ze afhankelijk van de locatie en de gezinssamenstelling toch gemakkelijk 6 tot 15 jaar moeten wachten op een sociale woning. Dat het hen dan absoluut op een presenteerbladje wordt aangereikt.
VOORRANG AAN KANDIDAAT-HUURDERS MET EEN JOB
De minister wil voorrang geven aan kandidaat-huurders met een job. De precieze invulling van zijn plannen zijn voorlopig nog onbekend, dus het is wat giswerk. Maar in de logica van de minister zou een gezin met mama, papa en twee kinderen voorrang krijgen als beide ouders werken. Volgens de regelgeving mogen ze samen niet meer dan 33.524,93 euro op jaarbasis verdienen, plus 2.514 euro per kind ten laste, anders mag je geen sociale woning huren. Werken dus, maar niet te veel of te goed verdiend. Waar slaat het zelfs op? Enerzijds moeten mensen zich inschrijven bij de VDAB omdat ze dan aan het werk gaan en uitstromen uit een sociale woning, anderzijds krijgt de kiezer wijsgemaakt dat de instroom enkel is voor mensen die genoeg hun best doen, maar er regelgevend zelfs geen recht op hebben.
Nochtans is de verbinding die Diependaele legt tussen een sociale woning en werken aan zelfredzaamheid niet eens echt van de pot gerukt. Een veilige thuis is immers de echte hoeksteen van de samenleving. Wie elke dag de centen moet tellen en oud brood moet eten om de huur te kunnen betalen, heeft in het hoofd weinig ruimte om echt bezig te zijn met de zogenoemde sociale mobiliteit. Het niet hebben van een betaalbare-kwaliteitsvolle woning is één van de grootste drempels om uit de armoede te raken. Er wel over beschikken één van de krachtigste hefbomen om ook de volgende generatie te laten ontplooien. Het verwerven van een sociale woning is geen doel, het is een middel om armoede aan te pakken. Als de minister al zou zorgen dat iedereen over die drempel raakt en er dus genoeg aanbod is voor iedereen die er recht op heeft, dan kunnen we samen nadenken over de volgende stap.
Bron: sampol.be
by admin | feb 2, 2024 | Economie
Over de Colruyt en de PVDA. En over het factchecken van factcheckers
Tijdens een interventie op de Zevende Dag in het kader van de nieuwjaarsreceptie van de PVDA sprak Raoul Hedebouw zich uit tegen de grote multinationals in ons land die zeer weinig belasting betalen op hun megawinsten. Hij gebruikte daarbij het voorbeeld van Colruyt, dat volgens Hedebouw slechts 0,27% belastingen betaalde op een winst van 1,8 miljard.
Door Tim (Gent)
Meteen schoten de blafhonden van het kapitaal in actie. Er werd een hele resem “factchecks” uitgevoerd om aan te tonen dat wat de PVDA zegt eigenlijk niet klopt. Volgens de factcheckers moet er immers niet gekeken worden naar deze 1,8 miljard winst en de kleine belasting er op, maar moet er gekeken worden naar de “geconsolideerde jaarrekening” van de Colruyt groep, waar er op een winst van 250,9 miljoen euro netjes 62,2 miljoen euro belastingen werd betaald. Ongeveer 25% dus. Zowel de factcheck van de VRT als die van Knack gaven daarom de uitspraak van Hedebouw het titulatuur “onwaar” aan.
Nu is er wel iets vreemds aan de hand als één onderdeel van een groep 1,8 miljard winst blijkt te maken, en de gecombineerde winst van alle onderdelen samen plots slechts 250,9 miljoen bedraagt. Ook de factcheckers geven toe dat er daar wel iets aan de hand is. Wat er precies is, leren we niet. Enkel Knack geeft een link naar een artikel in De Tijd uit 2013 waarin sprake is van een belastingontwijkingsconstructie die Colruyt toen heeft opgezet in Luxemburg.
Dat artikel is bijzonder interessant. De Tijd spreekt onomwonden van een constructie om belastingen te ontwijken. Het artikel toont duidelijk aan dat het Luxemburgse holdingbedrijf van Colruyt geen reële economische activiteiten heeft. De journalist in kwestie belt naar het telefoonnummer, en komt blijkbaar bij de slagerij van een lokale Colruytsupermarkt uit. Daar heeft men geen flauw idee van de financiële hocus pocus van de groep.
Wat doet dit bedrijf? Vooral andere onderdelen van de Colruytgroep “groeperen”. Finco bvb, de “interne bank” van Colruyt. Of Colim, hun vastgoedbedrijf. Ook de “interne verzekeraar” van Colruyt Locré zit daar, evenals hun “aandeel” in de aankoopcentrale van de groep. De winsten van al die bedrijven gaan dus naar Luxemburg. Slim bekeken: afhankelijk van wat de “huurkost” is die de Belgische supermarkten betalen aan Colim kan je de winsten in België zo natuurlijk stevig drukken. Of kan je extra laten betalen voor financiële diensten, voor verzekeringen of voor de aankoop van koopwaar. Afhankelijk van wat de kosten zijn die Colruyt dus aanrekent voor haar interne diensten, kan je dus “beslissen” of de grote winsten in België of in Luxemburg gemaakt worden.
En dat maakt een verschil. Want in Luxemburg sloot Colruyt een geheime belastingdeal met de autoriteiten daar. Om bijzonder weinig belastingen te betalen op de winsten, die daarna belastingvrij terug naar België kunnen vloeien. Hoeveel belastingen hiermee uitspaart is onduidelijk, de deal is namelijk geheim.
In 2013 maakte De Tijd wel een overzicht van de fiscale constructies die Colruyt dat jaar opgezet had in Luxemburg. Dat jaar werd er 730 miljoen euro overgedragen naar Luxemburg, waarna dezelfde 730 miljoen euro er belastingvrij terugkeerde naar België als een soort hybride dividend-lening. Dezelfde constructie die Colruyt blijkbaar dit jaar ook heeft opgezet, nu voor 1,8 miljard euro. Reken zelf maar het verschil uit tussen de paar tienden van procent belastingen die Colruyt in Luxemburg maximaal zal betalen en de 25% van de formele vennootschapsbelasting in ons land. Honderden miljoenen belastingen worden zo ontweken.
De “experten” die in de factchecks aan het woord werden gelaten moeten schoorvoetend toegeven dat ook zij vermoeden dat de belastingen die Colruyt op haar schimmige constructies in Luxemburg betaald heeft niet hoog zijn. Anders zet je geen ingewikkelde financiële vennootschap in Luxemburg op natuurlijk. Het doet vermoeden dat de aanslagvoet van 0,27% die de PVDA aangeeft juister is dan de 25% die Colruyt beweert te betalen.
Dat het cijfer van de PVDA niet 100% zal kloppen, kan gerust zijn. Dat kan ook niet anders: de partij is immers aangewezen op de publiek beschikbare informatie. De geheime deals in Luxemburg worden angstvallig verborgen gehouden voor de Belgische fiscus, laat staan dat de PVDA ze zou mogen zien. Als Colruyt dan toch transparant wil zijn: open dan de boeken!
Dit hele verhaal toont aan dat een miljonairstaks zoals de PVDA ze voorstelt zeker nuttig is. Tegelijkertijd toont het verhaal ook aan hoe ingewikkeld zo’n taks zal zijn, en hoeveel weerstand er tegen zal zijn. Als de hele media en talloze “experts” nu al in overdrive gaan over de winsten van één bedrijf, wat zal dat dan zijn als de PVDA ooit aan de macht komt en zo’n taks wil invoeren op álle bedrijven en grote vermogens.
Om een miljonairstaks mogelijk te maken, zijn er dus een pak voorwaarden te vervullen. Ik geef er maar een paar, maar mensen die er meer van weten kunnen dit zeker aanvullen:
– Een vermogenskadaster, en ook een volledig en internationaal kadaster waarin alle financiële constructies, belastingdeals etc. in detail worden toegelicht. Vandaag kan de Belgische fiscus – indien ze zou willen – heel veel van die informatie vergaren. Sta hen toe om dat op grote schaal te doen voor de grote vermogens en grote bedrijven in ons land.
– Een duidelijk stappenplan hoe zo’n miljonairstaks zal moeten worden ingevoerd, met duidelijke sancties voor bedrijven en individuen die ze willen ontwijken door delocalisaties en verschuiven van middelen. Straffen voor banken die hen daarbij helpen. Desnoods moet de overheid de onmiddellijke nationalisatie zonder compensaties in het vooruitzicht stellen voor malafide bedrijven die zich willen onttrekken van een correcte heffing van belastingen.
– De vennootschapsbelasting terug naar minstens de 33,99% die er was vóór 2019. Bedrijven die in België actief willen zijn, moeten ook kunnen bewijzen dat ze minstens die 33,99% hebben betaald op hun activiteiten in ons land, en moeten dus volledige transparantie geven over hun boekhouding en de ingewikkelde financiële constructies in het buitenland.
– Tenslotte: en het belangrijkste: mobiliseer de arbeidersklasse om dit mee mogelijk te maken. Roep mensen die werken in banken en grote bedrijven op om mee controle te houden op wat hun bazen uitspoken, laat hen actief meewerken om elke vorm van tegenwerking die de kapitalisten zullen ontwikkelen te neutraliseren. Geef de vakbonden in die bedrijven een totaal zicht op de activiteiten die er ontplooid worden, en wissel die informatie uit tussen vakbonden van verschillende centrales en bedrijven. Geef de ambtenaren bij financiën carte blanche om zelf een plan uit te werken om fiscale fraude en belastingontduiking aan te pakken. Zij zullen zeker gemotiveerd zijn om eindelijk eens achter de grote fortuinen te kunnen aangaan, in plaats van enkel op de kleine visjes te moeten jagen. Wissel die info ook publiek uit met vakbonden en NGO’s internationaal, zodat bedrijven wereldwijd op de zwarte lijst kunnen worden gezet als ze toch oneerlijke praktijken ontwikkelen.
Dit om maar te zeggen: mijn factcheck oordeelt dat de factchecks van de VRT en Knack “Grotendels onwaar” zijn.
Bron: socialisme.be
by admin | feb 2, 2024 | Sectoren
Meer middelen voor De Lijn om bussen te laten rijden? Njet, schreeuwt Jan Jambon (N-VA). Mensen met een zorgnood het budget geven waar ze recht op hebben? Schandalig, beweert Maurits Vande Reyde (Open VLD). Er is geen geld, roepen de rechtse regeringspartners in koor. Enkel Diependaele (N-VA) krijgt zijn geld niet op omdat hij er maar in slaagt om sociale woningen te bouwen. Dat is niet de specialiteit van een regering die excelleert in sociale afbraak.
Tekort aan zorgbudget drijft mensen in wanhopige situaties
In 2021 veranderde de Vlaamse regering het systeem voor een persoonsvolgend zorgbudget. Aanvankelijk werd gezegd dat er voor de 15.000 mensen op de wachtlijst niets zou veranderen, maar ook daar werd op teruggekomen. Een klein aantal mensen zou meer krijgen, een grote groep van 2.200 mensen kreeg minder dan beloofd en alleszins veel minder dan nodig. Sommige zorgbudgetten zouden met meer dan een kwart verlaagd worden. Dit leidt tot menselijke drama’s. Vorig jaar stapte een vrouw uit het leven omdat het financieel en menselijk niet meer haalbaar was. Ze deed dit nadat ze in de media had getuigd en nadat die getuigenis was besproken in het Vlaams Parlement. Toch kwam er geen verandering. Ondertussen groeit de wachtlijst verder aan tot momenteel 17.172 mensen in nood. Het Vlaams Mensenrechteninstituut omschrijft dit als “ontoelaatbaar.”
Eind december berichtte Gazet van Antwerpen over een 39-jarige rolstoelgebruiker die euthanasie aanvroeg. Ze stond acht jaar op de wachtlijst en zou uiteindelijk een kleiner zorgbudget dan beloofd toegewezen krijgen. De getuigenis was hartverscheurend: “Ik kan nu voor 2,5 dagen per week een verzorgende inhuren. Als ik op een andere dag niet uit bed raak door de pijn, kan ik – sorry dat ik het zo uitdruk – niet anders doen dan alles laten lopen, bellen naar de verpleegster en hopen dat ze tijd heeft. Ik zit fysiek, financieel en emotioneel aan de grond.” De laconieke reactie van minister Crevits was dat je nooit iedereen gelukkig kan maken…
De verlaging van de budgetten van mensen op de wachtlijst is teruggefloten door de Raad van State. Die stelde dat de maatregel tegen de grondwet inging, meer bepaald tegen de regel dat verleende sociale rechten niet mogen verminderd worden zonder goede redenen in het algemeen belang. Crevits zal 10 miljoen euro extra vragen om de uitspraak van de Raad van State na te komen. Dat gebeurt met tegenzin en vanwege Open VLD en N-VA met kritiek op de bepaling in de grondwet die sociale rechten beschermt. Parlementslid Maurits Vande Reyde (Open VLD), ook bekend van zijn tirades tegen de vredesbeweging, verklaarde dat hierdoor “geen enkele sociale hervorming meer kan.” Hij beweert dat dit een hindernis is voor sociale vooruitgang. Sociale afbraak wordt door de liberalen van diverse partijen steeds meer als ‘vooruitgang’ omschreven.
Voor de rechterzijde betekent ‘vooruitgang’ dat mensen met een beperking in een wanhopige situatie geduwd worden zonder enig toekomstperspectief. Het betekent dat sociale bescherming voor nieuwkomers nog meer beperkt wordt (daarover botste de N-VA eerder met het Grondwettelijk Hof). Het enige waar rechts rekening mee houdt, is de zogenaamde budgettaire oefening. Sander Loones (N-VA): “We moeten sociaal-economisch hervormen, of we botsen op een muur en dan is er gewoon géén geld meer. Dit gaat over de houdbaarheid van ons sociaal model.” Dat de allerrijksten vorig jaar nog wat rijker werden en hun managers nu reeds meer dan een gemiddeld jaarloon verdiend hebben, is van geen tel voor rechts. Er moet bespaard worden. Mensen met een beperking worden opgeofferd aan het hogere belang van een regering die 250 miljoen euro overbruggingskrediet kan uittrekken om de winsthonger van Ineos te sponseren, maar steen en been klaagt over 10 miljoen euro voor mensen met een beperking.
Geen extra middelen voor openbaar vervoer
De kritiek op de dienstverlening van De Lijn weerklonk al bijzonder luid dit jaar. Het afschaffen van 3200 bushaltes is er maar één onderdeel van. Het gaat al langer slecht met De Lijn, zo slecht dat zelfs de directie spreekt over een ‘verrottingsstrategie’.
De vraag om extra middelen, wordt beslist afgewezen. De directie van De Lijn, die politiek aangesteld is door de Vlaamse regering, vraagt extra middelen om het huidige beperkte aanbod te kunnen realiseren. Zoniet komen er extra verhogingen van de ticketprijzen, aldus topvrouw Ann Schoubs.
De Vlaamse regering, die wel middelen uittrekt om de fabrikanten van elektrische voertuigen te sponseren, spreekt zich klaar en duidelijk uit tegen elke vraag om extra middelen. Lydia Peeters (Open VLD) zei eerder dat de directie van De Lijn moet stoppen met ‘klagen en zagen’. Jan Jambon (N-VA) zegt dat er geen sprake kan zijn van extra middelen. “De budgetten zijn vastgelegd,” verklaarde hij.
Jambon voegde er aan toe: “Ik zal u een oplijsting maken van alle diensten in Vlaanderen die geld bijvragen.” Daar heeft hij natuurlijk een punt: na jaren van gebrek aan investeringen zijn de tekorten veralgemeend. Van gebrekkige infrastructuur (denk aan het waterbeheer van de Dender) over het onderwijs (met het rampzalige PISA-rapport als resultaat) en het krakende openbaar vervoer tot de drama’s in de geregionaliseerde onderdelen van de zorg (kinderopvang, ouderenzorg, mensen met een beperking …) is het palmares van deze en vorige Vlaamse regeringen ronduit asociaal. Wat de Vlaamse regering zelf afbreekt, breekt ze des te harder af. Dat omvat ook het recht op protest tegen die afbraak, met aanvallen op het stakingsrecht zoals voor de kerstvakantie nog bleek met de acties van het personeel van de sluizen.
Welk alternatief?
Wie is er verbaasd dat deze rechtse coalitie onder leiding van de N-VA volgens de peilingen haar meerderheid verliest? Wie denkt dat het VB een alternatief vormt, vergist zich. Bij de vorige coalitievorming had De Wever gesprekken met Van Grieken die bereid was om alles wat in het uiteindelijke akkoord zonder het VB kwam te steunen. In de wandelgangen is nu al te horen dat het VB bereid is om een minderheidsregering van N-VA van buitenaf te steunen. Het Vals Belang wil het rampzalig asociaal beleid van de afgelopen jaren verder zetten. Het eist daarbovenop enkel nog wat extra asociale maatregelen tegen vluchtelingen en mensen met een migratie-achtergrond.
Voor een beleid in het belang van de meerderheid van de bevolking moet niet naar rechts gekeken worden. Er is nood aan een stem voor een consequente linkerzijde, de PVDA dus, gekoppeld aan de opbouw van een breed verzet van onderuit door de werkenden in alle sectoren die vandaag met tekorten kampen en al wie daar het slachtoffer van is. Dit moet leiden tot een volledige maatschappijverandering met een samenleving waarin de noden en behoeften van de meerderheid van de bevolking centraal staan en niet de winsten van een kleine minderheid superrijken. Dat is het socialistisch programma waar LSP voor staat.
Bron: socialisme.be