Na het “JustSign-dossier”, waarvoor Michael Freilich (N-VA) een strafklacht indiende, hekelt hij nu ook een “JustScan-farce” tussen justitie en Bpost.

De manier waarop de digitalisering van justitie werd aangepakt, leidt tot een nieuwe, opmerkelijke onthulling. Volgens Michael Freilich (N-VA) die recent al een strafklacht indiende in het dossier JustSign, ging justitie ook de mist in bij een opdracht voor te scannen documenten, ‘JustScan’.

Justitie vroeg tijdens de coronapandemie aan Bpost om een belangrijk aantal documenten te scannen. De te scannen documenten hadden te maken met huishoudelijk geweld en zedenfeiten, iets wat tijdens corona meer voorkwam. Bpost, dat al met justitie samenwerkte in het kader van de inning van de verkeersboetes, werd gevraagd of het een reeks dossiers kon inscannen.

Met die opdracht was 700.000 euro gemoeid. Tien medewerkers zouden op maandbasis 20.000 euro krijgen.

Volgens Freilich werd die taak nooit uitgevoerd, maar werd Bpost wel betaald. Het geld werd ook niet teruggestort. Volgens Bpost werd JustScan gelijktijdig met het JustSign-project aan Bpost opgedragen in het kader van de IT-overeenkomst tussen Bpost en de overheid. Justitie kreeg daarover een niet-bindend voorstel, maar Bpost kwam er al snel op terug. Het vond dat het niet aan medewerkers van Bpost was om gevoelige persoonsgegevens te verwerken.

Schuiven met budgetten

Bpost zegt nog dat het geld niet werd teruggestort op verzoek van justitie zelf, dat vroeg om het aan te wenden om aan andere (IT)-noden van de FOD Justitie te voldoen. Beide werkten zoals bekend al samen voor de inning van boetes.

Freilich noemt deze manier van werken onwettelijk. “Het schuiven met budgetten is illegaal. Als de Inspectie financiën een project goedkeurt, mag het geld niet voor iets anders gebruikt worden. Dat Bpost nu impliceert dat het kabinet van de minister voor deze onwettigheid verantwoordelijk was, sterkt me in de overtuiging dat er fraude en manipulatie in het spel was . Als ik dat niet had aangekaart, hadden we hier zelfs nooit weet van gehad.”

Bron: De Standaard