Inflatie stijgt, alles wordt duurder

Je zult het zelf al welk gemerkt hebben, het leven wordt duurder.

Wie aan het verbouwen is, ziet het budget ontsporen. Wie met gas verwarmt en geen vaste prijs in het contract heeft, vreest zich deze winter blauw te betalen. En wie brieven en postpakketten verstuurt, betaalt 18 procent meer dan vorig jaar. Worden we collectief armer?

Er zijn redenen om daar ongerust over te zijn. In augustus schoot de inflatie in de eurozone naar 3 procent, het hoogste peil in tien jaar. Het betekent, kort door de bocht, dat voor hetzelfde volle winkelkarretje, aangevuld met de facturen voor dezelfde hoeveelheid energie, huur en enkele diensten, je 3 procent meer betaalt dan een jaar eerder. Of omgekeerd: dat je geld 3 procent minder waard is geworden.

Achter die gemiddelde stijging van 3 procent schuilen grote verschillen. Wie vorige maand in de supermarkt aardappelen of spuitwater kocht, betaalde daar doorgaans minder voor dan een jaar geleden. Maar wie net een nieuw contract voor aardgas afsloot, betaalt 49 procent meer dan een jaar eerder. Het is wat dat betreft nog altijd hoe het de befaamde statisticus van Godfried Bomans verging: hij waadde door een rivier van gemiddeld één meter diep, en verdronk.

Over inflatie

Prijzen van goederen en diensten veranderen voortdurend. Sommige dalen, andere stijgen. Inflatie treedt op als er een algemene stijging van de prijzen is. Het betekent dat je vandaag minder voor 1.000 euro kan kopen dan gisteren. De munt wordt dus minder waard.

Niemand koopt exact hetzelfde. Inflatie wordt gemeten door de prijsevolutie van een korf aan producten en diensten op te volgen die door de meeste mensen worden gekocht. Het gaat onder meer om voeding, benzine, kleding, computers, verzekeringen, huurwoningen en een kappersbezoek.

De Europese Centrale Bank kan de inflatie bijsturen door meer of minder geld te laten circuleren. Ze mikt op een inflatie van 2 procent. Dat geeft haar een kleine veiligheidsbuffer tegenover het scenario dat prijzen zouden dalen, waarbij iedereen aankopen uitstelt omdat het morgen goedkoper wordt en de economie stilvalt.

Een inflatie boven 2 procent wordt dan weer beschouwd als gevaarlijk omdat ze onrust creëert: werknemers vragen dan hogere lonen om de gestegen prijzen te kunnen betalen. Dat zadelt bedrijven op met hogere loonkosten, die ze proberen door te rekenen in nog hogere prijzen.

Vooral aan de fabriekspoorten, waar de ruwe grondstoffen worden geleverd, is de situatie ongezien. ‘De prijzen voor plaatmateriaal zoals MDF zijn met 40 tot 100 procent gestegen, die voor palletten met 100 tot 150 procent’, zegt Pieterjan Desmet, die in het West-Vlaamse Menen de fineerplatenproducent Decospan leidt. ‘Mijn vader heeft dat soort prijsstijgingen zelfs niet meegemaakt tijdens de oliecrisis van de jaren zeventig en tachtig. Dit is ongezien in de geschiedenis van ons bedrijf.’

‘De prijs voor siliconen polymeren, de basis van onze siliconekits voor de bouwsector en de doe-het-zelfzaken, is in een jaar verdubbeld’, zegt Dirk Coorevits, de CEO van de Turnhoutse siliconen- en schuimproducent Soudal. ‘We zitten nu met prijsstijgingen tot 20 procent bij onze leveranciers,’ zegt Erwin Van Osta, CEO van de doe-het-zelfketen Hubo. ‘En ze zeggen ons dat we nog niets gezien hebben.’

Corona-naschok

De plotse prijsstijgingen zijn in grote mate een naschok van de coronacrisis, die het economische leven deed stilvallen. Winkels sloten de deuren, evenementen werden afgelast, vliegtuigen mochten niet vliegen. Het leidde er in april vorig jaar toe dat de prijs voor Amerikaanse olie onder nul dollar zakte, omdat de huur van de opslagtanks duurder was geworden dan de prijs waarvoor je de olie nog kon verkopen. Niemand had ze nodig. Tegenover die absurde, historisch lage prijzen zijn de niveaus van vandaag een waanzinnige sprong omhoog.

Een tweede naschok van de coronacrisis is dat bedrijven hebben ervaren hoe kwetsbaar hun aanvoerlijnen zijn. Veel ondernemingen zijn afgestapt van ‘just in time’, omdat ze in de door de pandemie verstoorde wereldhandel hun grondstoffen niet op tijd geleverd kregen. Het maakt dat de heropstart na de coronastilstand, die met horten en stoten gebeurt, gepaard gaat met grote leveringsproblemen. En ook dat duwt de prijzen omhoog.

En dan is er nog de financiële impact van het gratis-corona-herstelgeld. Die rondklotsende miljarden leiden ertoe dat er nauwelijks nog geld te verdienen valt met wat vroeger veilige beleggingen waren, zoals staatsobligaties. De rente op de Belgische overheidsobligatie op tien jaar schommelt nog altijd rond nul procent. Het grote geld zoekt daarom zijn weg naar rendement en vloeit ook naar speculatieve beleggingen op grondstoffen.

De economische vraag van het jaar wordt: zal de inflatie onhoudbaar doorstijgen of is het een tijdelijke opstoot die straks vanzelf weer verdwijnt. Zullen met andere woorden de ongeziene prijsopstoten die vandaag aan de fabriekspoort merkbaar zijn, straks ook oncomfortabel in onze portefeuille voelbaar worden?

ING-econoom Peter Vanden Houte verwacht dat de forse hausse van de prijzen die we nu zien, volgend jaar verdwijnt. Hij gaat ervan uit dat de gasprijs niet in dit tempo kan blijven stijgen en dat ook de OPEC-landen de olieprijs niet onbeperkt kunnen laten oplopen. Doen ze dat wel, dan zullen Amerikaanse bedrijven opnieuw beginnen boren naar schalieolie, omdat er geld mee te verdienen zal vallen. ‘Ik denk dat volgend jaar de impact van de stijgende energieprijzen in de inflatie zal afnemen.’

Dat betekent niet dat de tijdelijke piek onschuldig is. Wie een energiecontract met een sterk variabele prijs heeft afgesloten, zal het voelen. Wat het extra gevoelig maakt, is dat gezinnen met een lager inkomen een groter deel van hun budget aan energie besteden dan rijke gezinnen. Het maakt dat de gemiddelde Belgische inflatie van 2,73 procent in augustus voor het kwart armste gezinnen aangevoeld wordt als een inflatie van 2,88 procent, leren data van de Nationale Bank. Als ze vorig jaar 1.000 euro betaalden aan huur, energie en boodschappen, betalen ze nu dus voor exact hetzelfde 1.028,8 euro.

Zoiets ligt politiek bijzonder gevoelig. In de vorige legislatuur steeg het besteedbare gezinsinkomen met 5 procent. Tegen die achtergrond kon je denken dat er geen golf van protest zou opstijgen toen de regering-Michel de btw op elektriciteit verhoogde. Maar dat was fout gedacht. Omdat de elektriciteitsprijs steeg, liepen de vakbonden en de linkse partijen storm tegen de maatregel en trok er voor het eerst in jaren weer een nationale betoging voor meer koopkracht door de straten van Brussel.

Bij de verkiezingen van 2019 beloofden zowel het Vlaams Belang, de PVDA, Groen, de sp.a, CD&V als Open VLD lagere elektriciteitsfacturen, al was het maar door enkele heffingen uit de factuur te halen. En ook nu heeft de federale regering al aangekondigd dat de uitstap uit kernenergie de elektriciteitsrekening niet mag doen stijgen, en dat ze desnoods enkele taksen van de energiefactuur zal halen om dat te bewerkstelligen. Zoiets is cosmetisch uiteraard, maar het toont hoe gevoelig dure elektriciteit ligt.

Hop, gist en graan

Over naar de langetermijntrend: de problemen aan de fabriekspoort. Volgens het beurshuis JPMorgan kampt de bierbrouwer AB InBev, Belgiës grootste bedrijf, met de hoogste prijsstijging van grondstoffen die hij ooit heeft meegemaakt. Volgens de ramingen zal de prijs voor grondstoffen als hop, gist en graan tegen eind 2022 met 27 procent stijgen.

‘Traditioneel kost een container verschepen zo’n 2.500 dollar. Vandaag zijn er prijzen tot 10.000 en zelfs 15.000 dollar’, zegt Jacques Vandermeiren, de CEO van de Antwerpse haven.

De Europese Commissie peilt sinds 2000 jaarlijks naar het vertrouwen bij grote bedrijven. Nog nooit zeiden zo veel managers van bouwbedrijven dat een tekort aan materiaal hun activiteiten afremt. Daar komt bij dat het duur is om dat materiaal elders te gaan zoeken: door een tekort aan containers zijn de vrachtprijzen door het plafond geschoten.

‘Dit is ongezien’, zegt Jacques Vandermeiren, de CEO van de Antwerpse haven. ‘Eerst ging de Chinese economie in lockdown door het coronavirus. Daarna schoot ze met een schok in een V-vormig herstel weer omhoog. Maar als China draait, zijn er grondstoffen nodig. En op dat moment waren de aanvoerketen en de scheepvaart in de rest van de wereld nog verstoord door de pandemie.’

‘Vervolgens kwam de brexit. Rederijen schakelden voor hun Brits-Europese handel over op containers, omdat de douaneformaliteiten dan vlotter zijn’, gaat Vandermeiren voort. ‘In maart blokkeerde het containerschip Ever Given dan een week lang het Suez-kanaal. En deze zomer heeft China enkele havens gewoon afgesloten omdat er opnieuw positief werd getest op covid. Daardoor zaten opnieuw duizenden containers geblokkeerd.’

Door die opeenvolging van gebeurtenissen pieken de prijzen. ‘Traditioneel kost een container verschepen zo’n 2.500 dollar, al variëren de prijzen sterk qua vervoerde goederen en vaargebieden. Vandaag zijn er prijzen tot 10.000 en zelfs 15.000 dollar’, zegt Vandermeiren. ‘Wie echt machines of onderdelen nodig heeft en de kosten aan de klanten kan doorrekenen, betaalt die prijzen. Wie het niet kan, wacht. En dus krijg je wachttijden voor producten als tuinmeubels, fietsen en barbecues. Er zijn nu al zorgen over de leveringen voor de koopjespiek van Black Friday in november en de pakjes die onder de kerstboom moeten belanden.’

Dit duurt minstens tot begin volgend jaar, verwacht Vandermeiren. ‘En de kleinste crisis – zoals China, dat om coronaredenen opnieuw een haven dichtgooit – volstaat om weer een flessenhals en een wanverhouding tussen vraag en aanbod te creëren.’

Het beste bewijs dat de vrachtprijzen onwaarschijnlijk hoog zijn? Maersk, de rederij die een op de vijf containers ter wereld verscheept, boekte in het eerste halfjaar van 2021 per maand meer dan 1 miljard dollar winst.

Spelletje zwartepieten

Hoe gaan bedrijven daarmee om? Sommige leggen gewoon de productie stil. In juli stopte de Duitse autobouwer Mercedes-Benz de band omdat er geen chips werden aangevoerd. Tijdens de coronacrisis hadden ze de bestellingen teruggeschroefd, maar er werden wel meer pc’s besteld om te kunnen telewerken en daarvoor waren chips nodig. Nu staan de autobouwers achteraan in de rij.

Andere bedrijven laten de extra kosten noodgedwongen interen op hun winst. ‘Je zit soms met contracten die je eerst moet uitdoen’, zegt Dirk Coorevits van Soudal. ‘Omdat de grondstoffenprijzen stijgen, lopen we voortdurend een beetje achter de feiten aan. Dat weegt op onze winstmarges.’

Zelfs bij AB InBev, dat nochtans een sterke merkenportefeuille heeft, verlaagde JPMorgan deze week de winstverwachtingen. Het beurshuis denkt dat de brouwer niet in staat zal zijn de kostenstijgingen door te schuiven door pintjes een kwart duurder te maken. Ook de weefgetouwenmaker Picanol zegt niet alles te kunnen doorrekenen, ‘omdat we in een zeer concurrentiële omgeving zitten en vaak met langetermijncontracten werken’.

In tijden van inflatie probeert iedereen hetzelfde te doen: de hogere kosten doorrekenen aan iemand anders, zoals in een spelletje zwartepieten. ‘Sommige klanten hebben het er moeilijk mee. Maar we kunnen niet anders dan de gestegen grondstoffenprijzen doorrekenen’, zegt Pieterjan Desmet van Decospan.

Ook de staaltechnologiegroep Bekaert zegt ‘consequent door te rekenen’. En de beeldvormingsspecialist Agfa-Gevaert verhoogde dit jaar al twee keer de prijs van offsetdrukplaten, een van de belangrijkste producten voor de grafische industrie, omdat aluminium zo duur is geworden.

De gezinnen doen hetzelfde: ze proberen de hogere prijzen in de winkel door te schuiven naar de werkgevers, die de lonen optrekken. In ons land gebeurt dat automatisch: in augustus werd de ‘spilindex’ overschreden, waardoor de uitkeringen en de ambtenarenlonen later dit jaar worden aangepast aan de gestegen levensduurte. In Duitsland, waar de inflatie hoger is dan bij ons, bestaat zo’n mechanisme niet. De vakbonden trekken alleen al daarom met een stevige vraag voor opslag naar loononderhandelingen, zegt Vanden Houte.

Ze hebben daarbij een troef: arbeidskrapte. Bedrijven in België en in heel Europa krijgen vacatures niet gevuld. Vanden Houte denkt daarom dat de grondstoffenschaarste en de krapte op de arbeidsmarkt de inflatie omhoog blijven duwen, ook als de piek van de volatiele energieprijzen voorbij is. Het kan volgens hem de kerninflatie – de prijsstijgingen van goederen zonder volatiele voedsel- en energieprijzen – volgend jaar tot iets meer dan 1,5 procent doen stijgen. Dat is nog altijd comfortabel onder de doelstelling van de Europese Centrale Bank (ECB) – 2 procent.

Want dat is het schizofrene aan de huidige situatie. De ECB hoopt net 2 procent inflatie te bereiken. Ze ziet daarin de stabiele middenweg tussen twee scenario’s die niemand wil: een algemene prijsdaling en een spiraal van prijsstijgingen.

Een prijsdaling legt de economie plat. Als iedereen weet dat morgen de prijzen met 2 procent dalen, zal iedereen wachten met geld uitgeven. Alles valt dan stil. Om wat veiligheidsmarge in te bouwen en omdat achter gemiddeldes grote verschillen kunnen schuilen, mikt de ECB op 2 procent inflatie.

Meer dan 2 procent inflatie is ook onwenselijk, omdat het onrust creëert. De werknemers vragen dan opslag om het volle winkelkarretje te kunnen blijven betalen, daardoor stijgen de kosten van de werkgever, die dan maar de prijzen optrekt en zo ontstaat een dodelijke spiraal van oplopende prijzen.

Zo ver zijn we niet. Maar her en der doemen de eerste economen op die vrezen dat het ervan kan komen. In de Verenigde Staten waarschuwde Larry Summers, voormalig minister van Financiën en voormalig economisch adviseur van president Barack Obama, dat de Federal Reserve te laks omspringt met het risico op inflatie. In het Verenigd Koninkrijk sprak Andy Haldane, de ontslagnemende hoofdeconoom van de Bank of England, deze zomer de vrees uit dat de inflatie versnelt en iedereen pijn zal doen.

Tot nader order leven we niet in die wereld. Gemiddeld bekeken waden we in België door een rivier van 2,8 procent inflatie. Haal er de volatiele voedsel- en energieprijzen uit en het niveau daalt naar een nog altijd comfortabele 1,6 procent. De verwachting is dat die kerninflatie ook volgend jaar rond dat peil blijft hangen.

Alleen is er opnieuw die verdrinkende statisticus van Godfried Bomans. Aan de fabriekspoort stegen de leveranciersprijzen deze zomer met 21 procent. Wie op gas verwarmt, maakt zich zorgen voor de winter. Wie al weinig inkomen heeft, dreigt het nog harder te voelen. Wie aan het verbouwen is, ziet met lede ogen de facturen binnenkomen. Een beetje inflatie is een zegen voor een economie, maar voor sommigen is het alle hens aan dek.   Bron:  De Tijd

VS gaat obligatieaankopen afbouwen

Jerome Powell, voorzitter van de Federal Reserve (Fed), heeft vrijdag aangekondigd dat het opkoopprogramma van obligaties mogelijk dit jaar al afgebouwd zal worden. Dat is een zoveelste teken dat het soepele geldbeleid van de Amerikaanse centrale bank op zijn einde loopt. De financiële markten blijven er voorlopig rustig onder.

De Fed koopt momenteel maandelijks voor 120 miljard dollar, omgerekend 102 miljard euro, aan obligaties op om zo de economie te stimuleren en de impact van de coronacrisis tegen te gaan. Maar nu de economie sterk herstelt, neemt de roep om die steunmaatregelen af te gaan bouwen toe. Verscheidene kopstukken van de Fed lieten donderdag al verstaan dat het tijd wordt om hier geleidelijk een einde aan te maken.

Wat is tapering?

In Fed-jargon heet het terugschroeven van het opkoopprogramma ’taperen’. Na de financiële crisis van 2008 zijn de centrale banken wereldwijd, de Fed op kop, massaal obligaties en verpakte hypotheken beginnen opkopen op de financiële markten. In eerste instantie was dat om het gevaar voor deflatie na de crisis af te weren en de economische relance een zetje te geven. Die opkoopprogramma’s hielden de rente laag en zorgden voor veel liquiditeit op de financiële markten. Critici omschrijven QE als een dopinginfuus waar de economie onnodig lang aan heeft gehangen. Andere analisten en economen zien het als cruciaal om de deflatoire krachten, die sinds 2008 nooit zijn weggeweest, tegen te gaan.

In 2008 was de balans van de Fed goed voor net geen 1000 miljard dollar aan activa. Sindsdien heeft ze die aangedikt met meer dan 7000 miljard dollar aan overheidsobligaties, bedrijfsschulden en verpakte hypotheken. In Europa zien we hetzelfde. Begin 2008 was de balans van de Europese Centrale Bank (ECB) goed voor 1500 miljard euro. Nu bedraagt die 7000 miljard euro. Als je de opkoopprogramma’s van de Bank of England en de Bank of Japan daarbij optelt, hebben de voornaamste vier centrale banken de afgelopen jaren voor meer dan 30.000 miljard dollar aan financiële activa, vooral overheidsobligaties, opgekocht.

Hoewel die opkoopprogramma’s oorspronkelijk bedoeld waren om de onmiddellijke effecten van de financiële crisis op te vangen, zijn de centrale banken er niet mee gestopt. Na het eerste QE-programma van de Fed in 2009 volgden QE2 in 2010, QE3 in 2012 en QE4 in 2013. Sindsdien grappen analisten over QE-infinity. In Europa begon de ECB er pas in maart 2015 mee.

Begin 2020 rees almaar meer twijfel over de noodzaak om die opkopen voort te zetten, maar toen brak de coronapandemie uit en verhoogden de centrale banken het maandelijkse tempo van hun QE-programma’s. Momenteel koopt de Fed maandelijks voor 120 miljard dollar op.

De ECB koopt elke maand voor zo’n 100 miljard euro op. Voor het eerst in jaren lijken er bij de Fed concrete plannen te zijn om die opkopen dit jaar nog te beginnen afbouwen. Een groot deel van de Fed-bestuurders is voorstander om dit jaar nog te taperen, bleek uit de notulen.

Welke impact heeft taperen op de markten?

In 2013 zei toenmalig Fed-voorzitter Ben Bernanke tijdens een hoorzitting voor het Amerikaanse parlement dat ze er bij de Fed aan dachten de obligatie-opkopen terug te schroeven. De economie had het ergste leed van de financiële crisis verwerkt, de arbeidsmarkt stond er goed voor, net als de financiële markten. De financiële markten reageerden onverwacht heftig. De aandelenmarkten daalden in korte tijd meer dan 5 procent, en de rente op de Amerikaanse overheidsobligaties op tien jaar steeg van 1,8 tot 3 procent. Rentes op obligaties stijgen wanneer de koersen ervan dalen.

Na die taper-paniek borg de Fed zijn voornemen om QE terug te schroeven op, en sindsdien zijn analisten en marktspelers nog alerter voor al wat de bank en haar bestuurders erover zeggen. In elke speech of persconferentie worden de woorden van de Fed-bestuurders door de markt gewikt en gewogen op zoek naar ook maar enige verwijzing naar mogelijk taperen. De Fed is sindsdien nog voorzichtiger in haar woordkeuze en formuleringen. Dat lijkt te helpen, want voorlopig reageren de financiële markten niet al te hevig.   Bron: Trends

Pensioenvoorstel vooral slecht voor vrouwen

Pensioenvoorstel vooral slecht voor vrouwen

“De hervorming van het vervroegd pensioen mag dan mooi klinken, een loopbaan van 42 jaar blijft onhaalbaar voor een groot deel van de werknemers en de meerderheid van de vrouwen in ons land”, zegt Kim De Witte, pensioenspecialist van de PVDA. “Bovendien komt er geen uitzondering voor de zware beroepen. Ondanks de plechtige verkiezingsbeloftes van de socialisten, blijft de pensioenleeftijd voor heel veel mensen dus gewoon staan op 67 jaar”.

“Het pensioenplan dat minister Lalieux vandaag op tafel legt, kleurt netjes binnen de krijtlijnen van de pensioenhervorming van de regering Michel. Dat is niet waar de werkende mensen zo hard om vragen”, aldus De Witte. “Slechts 55 procent van de vrouwelijke werknemers komt vandaag aan een loopbaan van 42 jaar. En amper 10 procent van de vrouwelijke zelfstandigen. Bovendien is dat pas op de leeftijd van 63 jaar. Een kleine minderheid van de vrouwen komt aan 42 gewerkte jaren als ze 60 jaar zijn.” 

De verlaging van de vervroegde pensioenleeftijd naar 60 jaar is louter theorie voor de meeste vrouwen. Het is ook louter theorie voor mensen die gestudeerd hebben na hun middelbaar, een meerderheid van de werkenden in ons land vandaag. 

“De plechtige belofte van een regeling voor de zware beroepen, die de regering Michel deed bij de verhoging van de pensioenleeftijd naar 67 jaar, wordt ook volledig geschrapt”, zegt Gaby Colebunders, federaal volksvertegenwoordiger voor de PVDA. “Een verpleegkundige die dertig jaar wisselende shiften of nachtdienst heeft gedaan, zal nog steeds zal moeten werken tot 64 jaar. Dat is veel te zwaar.”  

“Als hij of zij bovendien enkele jaartjes niet gewerkt heeft, of minder dan 156 dagen per jaar (halftijds) gewerkt heeft, dan moet hij of zij doordoen tot 67 jaar. Dat is ondoenbaar!”

In de meerderheid van de landen in Europa stijgt de pensioenleeftijd niet naar 67 jaar. “Ja maar, daar worden de pensioenen onbetaalbaar”, roepen vergrijzingspredikanten van Open Vld en N-VA. “Euh, wij hebben de laagste pensioenen van West-Europa en die zouden onbetaalbaar zijn”, antwoordt De Witte. “Landen als Denemarken, Zweden, Oostenrijk, Frankrijk, Portugal investeren 25 tot 50 procent méér van hun bbp in de pensioenen. Als dat daar kan, waarom hier dan niet?”

De pensioenen worden betaald met sociale bijdragen. De regering Michel verlaagde die bijdragen met haar taxshift voor méér dan vier miljard euro per jaar. Bovenop de vrijstellingen en verlagingen van de vorige regeringen. In totaal gaat het al over 16 miljard euro per jaar, berekende het Planbureau. Dat is vier procent van het bbp. “Dát maakt onze pensioenen onbetaalbaar”, aldus Gaby Colebunders. “Als we onze pensioenen betaalbaar willen houden, dan moet de snelle afbraak van de sociale bijdragen stoppen. Dat wil zeggen: fatsoenlijke jobs met correcte lonen. Geen woord daarover in de plannen van minister Lalieux. Integendeel, de aanvullende bedrijfspensioenen worden verder gestimuleerd, terwijl iedereen weet dat zij de financiering van de wettelijke pensioenen ondergraven.”

De PVDA lanceerde een campagne Op 67 jaar is elk beroep te zwaar, met een sociale pensioenvisie als alternatief. Zij zal daarvoor de komende weken verder handtekeningen verzamelen.  Bron:  PVDA

Scheidsrechters verplicht om alle racisme te melden op wedstrijdblad

Scheidsrechters moeten voortaan alle gevallen van racisme en discriminatie melden die op en rond het voetbalveld plaatsvinden.

De Belgische Voetbalbond (KBVB) en taalvleugels Voetbal Vlaanderen en ACFF lanceerden het ‘Come Together-actieplan’ tegen discriminatie en racisme. Er werden onder andere een ‘Diversity Board’ samengesteld, onafhankelijke bestuurders geïntegreerd in de Raad van Bestuur van de KBVB en er werd een Nationale Kamer Discriminatie en Racisme geïnstalleerd.

Als onderdeel van de campagne moeten scheidsrechters voortaan gevallen van racisme en discriminatie melden, ook als ze zelf niets hebben gehoord of gezien. Er komt zelfs een apart vak op het wedstrijdblad om dergelijke gevallen aan te duiden. Er worden ook sancties verbonden aan de overtredingen, gaande van schorsingen tot alternatieve straffen.

“Scheidsrechters krijgen voortaan expliciet de vraag of ze discriminatie of racisme hebben waargenomen en zijn ze verplicht om elke melding van een speler, afgevaardigde of supporter op te nemen ook al hebben ze zelf de discriminatie niet gehoord of gezien”, zegt Nand De Klerck, woordvoerder van Voetbal Vlaanderen. “Onze scheidsrechters zijn net als elke individuele club een cruciale partner in deze strijd.”

Vanuit politieke hoek komt er kritiek op de plannen, met name van het Vlaams Belang. “Dit gaat  richting een verklikkersmaatschappij”, zegt Vlaams Parlementslid Johan Deckmyn. “Scheidsrechters moeten scheidsrechters blijven – zij zijn geen politieagenten. Het is aan de ordediensten om de orde te handhaven. Dit is een pure heksenjacht en een oneigenlijke overdraging van strafrechtelijke en politionele verantwoordelijkheid aan private personen.”

“Dit zijn buitensporige maatregelen die de terechte wenselijkheid van een goede verstandhouding tussen mensen van verschillende afkomst in het voetbal niet dichterbij zal brengen, maar eerder contraproductief zullen werken”, klinkt het verder. “Dit zorgt voor wantrouwen en paranoia.”

De andere partijen steunen het initiatief van de voetbalbond.

Gebrek aan fair-play en tegenwerking vind je ook in andere sporten.  Zo werd de rolstoel van rolstoelsprinter Peter Genyn op de Paralympische Spelen in Tokio vlak voor de finale gesaboteerd. Iemand had drie banden plat gestoken en zijn kader gebroken.  Genyn wilde geen namen noemen over wie de sabotage mogelijk deed Hij zei:  “Ik ben blij dat ik kunnen tonen heb wat ik kan. Je moet een sukkelaar zijn om zoiets te doen.”   Genyn behaalde  de gouden medaille. 

Volgens Neutr-On moet elke vorm van grensoverschrijdend gedrag,  racisme, discriminatie, agressie, hooliganisme, sabotage of gebrek aan fair-play bestraft worden.

Voetbal en sport een feest!

Vlaams opleidingsverlof uitgebreid tot 250 uur

Samen met de start van het nieuwe schooljaar is het Vlaams opleidingsverlof uitgebreid: van 125 tot 250 uur. De eenmalige uitbreiding moet levenslang leren aanmoedigen.

Werknemers die zich willen bijscholen, krijgen al langer een duwtje in de rug van de overheid. Vroeger gebeurde dat met het betaald educatief verlof, maar sinds de zesde staatshervorming is Vlaanderen bevoegd voor zijn eigen regeling. Vlaanderen introduceerde op 1 september 2019 het Vlaams opleidingsverlof. Daarmee kunnen werknemers tot 125 uur zonder loonverlies afwezig zijn van hun werk, om een erkende opleiding te volgen.

De werkgever mag het loon in die periode weliswaar begrenzen tot 3047 euro bruto per maand. Hij kan nadien een deel van de loonkosten terugvorderen bij de overheid: een forfaitair bedrag van 21,30 euro per uur. Dat gebeurt via een zogeheten WSE-loket. Hoe de terugbetalingsaanvraag precies verloopt, leest u hier.

“Het Vlaams opleidingsverlof geldt enkel voor wie in de privésector én in het Vlaams Gewest tewerkgesteld is”, merkt Karien Defoor, juridisch expert bij Liantis, op. “Bevindt de hoofdzetel van uw werkgever zich in Brussel of in Wallonië, maar werkt u voor een filiaal in Vlaanderen? In dat geval komt u in aanmerking.”

“Vlamingen die in Brussel of Wallonië werken, kunnen geen aanspraak maken op het Vlaams opleidingsverlof. Zij kunnen terugvallen op het Brusselse of het Waalse systeem van het betaald educatief verlof.”

250 uur

In het schooljaar 2021-2022 verdubbelt de limiet van het Vlaams opleidingsverlof eenmalig tot 250 uur. De Vlaamse regering trekt daarvoor 10 miljoen euro uit. Ze wil zo werkgevers stimuleren om hun werknemers warm te maken voor om- en bijscholing. “Dat moet hun toekomstkansen in de sector en op de Vlaamse arbeidsmarkt in het algemeen verbeteren”, zegt Vlaams minister van Werk Hilde Crevits (CD&V) in een persbericht. “Levenslang leren moet ook helpen om werknemers langer aan de slag te houden.”

Ook wanneer u deeltijds maar minimaal halftijds werkt, komt in aanmerking. Het maximale aantal uren opleidingsverlof wordt dan pro rata berekend volgens uw tewerkstellingspercentage. Klik hier voor een persoonlijke berekening.

“Weet wel dat u de 250 uren niet aan eenzelfde opleiding mag spenderen”, waarschuwt Karien Defoor. “Dat zit zo: de werknemer mag tot 125 uur afwezig zijn voor opleidingen die hij zelf kiest, en daarnaast nog eens maximaal 125 uur voor opleidingen die de werkgever voorstelt.”

Welke opleidingen mag u volgen?

Uiteraard komt niet eender welke opleiding in aanmerking voor het Vlaams opleidingsverlof. Een overzicht vindt u in de officiële opleidingsdatabank. Het gaat voornamelijk om arbeidsmarktgerichte vormingen. U ziet ook meteen of er bepaalde voorwaarden zijn om zo’n opleiding te volgen. Nogal wat cursussen komen bijvoorbeeld enkel in aanmerking voor wie zijn eerste diploma van dat niveau wil behalen. Hebt u al een bachelor of een master op zak, dan hebt u dus mogelijk geen recht op het opleidingsverlof.

U moet zich voor minstens drie studiepunten of 32 contacturen of lestijden inschrijven, binnen een periode van één jaar. U mag verschillende modules bij eenzelfde opleidingsverstrekker combineren om tot dat minimum te komen. In schooljaar 2021-2022 mag dat zelfs met modules van verschillende instanties.

Ook loopbaangerichte opleidingen kunnen recht geven op opleidingsverlof. “Dat zijn opleidingen in het kader van een persoonlijk ontwikkelingsplan”, legt Karien Defoor uit. “Ook wie zijn middelbare school niet afmaakte en via de Vlaamse Examencommissie alsnog zijn diploma wil halen, kan een beroep doen op het opleidingsverlof.”

Sinds vorig jaar worden veel opleidingen overigens digitaal georganiseerd. Het Vlaams opleidingsverlof is echter in principe alleen toegestaan voor blended learning. Daarbij moeten er nog altijd (online) contactmomenten zijn tussen de lesgever en de cursist. Een volledig digitaal lessenpakket dat u zelf moet verwerken, komt dus niet in aanmerking.

Ter info: u mag tijdens het schooljaar niet meer dan 10 procent van de lessen ongewettigd afwezig zijn. Anders wordt 25 procent afgetrokken van uw eerstvolgende recht op opleidingsverlof.

Hoe gebeurt de aanvraag?

Via deze link kunt u zelf uw aanvraag indienen. De standaardprocedure bevat vijf stappen. De eerste is uiteraard: nagaan of u wel in aanmerking komt voor het Vlaams opleidingsverlof. Meld vervolgens aan de opleidingsverstrekker dat u daarvan gebruik wenst te maken. Licht ook uw werkgever in, zodat die daar rekening mee kan houden in de werkplanning. Voor opleidingen die per schooljaar georganiseerd worden, moet u hem uiterlijk op 31 oktober 2021 het inschrijvingsattest bezorgen.

Hoe het verlof concreet wordt opgenomen, wordt in onderling overleg afgesproken. “Als alle voorwaarden vervuld zijn, kan de werkgever de door de werknemer gekozen cursussen in principe niet weigeren”, stelt Karien Defoor. “Dat mag hij enkel wanneer u hem het attest te laat heeft gegeven én als er in het bedrijf met een collectieve planning gewerkt wordt. Anderzijds mag uw baas u geen opleidingen opleggen. De werknemer beslist of hij al dan niet ingaat op het voorstel van zijn werkgever.”

Als u in de loop van het schooljaar van werkgever verandert, kunt u in principe ook in uw nieuwe bedrijf het opleidingsverlof blijven opnemen. Dat vergt wel administratieve stappen. U dient het inschrijvingsattest van uw opleiding binnen de vijftien dagen na uw indiensttreding te overhandigen aan uw nieuwe baas, evenals een overzicht van de al opgenomen uren en het saldo van het maximumrecht per schooljaar. Daarmee kan hij dan een terugbetalingsaanvraag indienen. Uiteraard moet u nog steeds voldoen aan de toelatingsvoorwaarden.

Andere steunmaatregelen

Hebt u niet voldoende aan het Vlaams opleidingsverlof, dan kunt u ook tijdskrediet met motief overwegen. Dat geldt voor een opleiding die erkend is door een van de drie Belgische gemeenschappen of door de sector, en die minstens 360 lesuren per jaar omvat. U pauzeert uw huidige job dan gedurende maximaal 36 maanden (eventueel gedeeltelijk). In die periode ontvangt u geen loon, maar wel een uitkering van de federale Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening.

“Die RVA-vergoeding is evenwel altijd lager dan uw normale loon, maar u kunt nog altijd een bijkomende aanmoedigingspremie aanvragen”, weet Karien Defoor. “Die varieert tussen 152,72 en 518,38 euro netto per maand, afhankelijk van uw vroegere en huidige tewerkstellingsregime. Ook uw gezinssituatie speelt mee: als alleenstaande hebt u recht op maandelijks 45,20 euro extra.”

Vergeet ten slotte niet dat u met opleidingscheques een deel van de kosten van een opleiding kunt betalen. Werknemers uit zowel de privésector als de Vlaamse en de federale openbare sector komen in aanmerking. Welke opleiding u met de opleidingscheques kunt betalen, hangt af van uw scholingsgraad. Een voorwaarde is dat u in Vlaanderen woont. Per schooljaar hebt u recht op een tegemoetkoming van maximaal 125 euro. Hebt u geen diploma hoger onderwijs of secundair onderwijs, dan gelden verhoogde bedragen voor een aantal specifieke opleidingen.  Bron: Knack