Het systeem is ziek

Artikel door Geert Cool uit maandblad De Linkse Socialist

Het systeem is ziek. Werkende klasse kan alles anders doen draaien.

De vaccins helpen ons beschermen, maar wondermiddelen die ons naar het rijk van de vrijheid leiden, zijn ze helaas niet, zeker niet bij het uitblijven van de noodzakelijke wereldwijde vaccinatiestrategie. Zo’n strategie is mogelijk met de huidige productiecapaciteiten, maar het botst op alle tegenstellingen van het kapitalisme. Elke crisis versterkt andere crises: van de economische problemen tot de escalerende milieucatastrofen. Elke crisis wijst meteen op een systeemprobleem. Heel het systeem is ziek, hoog tijd voor verandering!

De vierde golf van de pandemie toont op pijnlijke wijze dat mooie woorden en snelle oplapmiddelen niet volstaan. Ze overtuigen steeds minder, waardoor op verdeeldheid en repressie wordt teruggevallen. Dit versterkt het wantrouwen dat alle kanten uitgaat. Het leidt tot harde discussies onder collega’s, vrienden of familie. Enkel de arbeidersbeweging is in staat om de impasse te doorbreken. De eerste golf toonde dat het de werkenden zijn die alles doen draaien. Het zijn ook de werkenden die alles anders kunnen doen draaien.

Als wij in ons leven een ernstige crisis meemaken, gebruiken we alle middelen waarover we beschikken om die aan te pakken. Dat zien we bij elke ramp: de mens is tot veel in staat en is instinctief bijzonder solidair. Voor een maatschappelijk probleem als een pandemie zou dit niet anders moeten zijn. Alle wetenschappelijke kennis, know-how en capaciteiten samenbrengen en inzetten om de pandemie te bestrijden, zou ons veel verder brengen. Dit botst echter meteen op de winstbelangen die vandaag centraal staan.

Pfizer, BioNTech en Moderna maken samen 1.000 dollar winst per seconde op een ogenblik dat de bevolking van de armste landen geen toegang heeft tot vaccins. De drie bedrijven konden voor de ontwikkeling van hun vaccins op minstens 8 miljard dollar publieke middelen rekenen. De verdubbeling van de omzet bij Pfizer bracht het bedrijf er al toe om de dividenden per aandeel met 3% op te trekken.

De wetenschap achter de vaccins is essentieel in de bescherming van de wereldbevolking tegen deze pandemie. Maar de vaccinstrategie zal pas efficiënt zijn wanneer die technologie bevrijd is van de beperkingen opgelegd door het private bezit van de kennis en de productiecapaciteit. Big Pharma heeft er geen enkel belang bij dat deze pandemie snel voorbij is. We mogen deze essentiële sector niet overlaten aan de winsthonger!

Hoeveel golven moeten er nog volgen vooraleer de zorgsector volledig anders wordt benaderd? Eerst en vooral is er nood  aan een drastische uitbreiding van de capaciteit inzake personeel en infrastructuur. Het zorgpersoneel wordt vandaag tegen hoge snelheid in een doodlopend straatje van tekorten en uitputting gestuurd. Bij de geringste afname van het aantal besmettingen werd de test- en tracingcapaciteit afgebouwd. Na bijna twee jaar is er nog steeds geen grootschalig stelsel van massale gratis testing. De regeringen lijken niets geleerd te hebben uit de vorige golven. Niet omdat ze dom zijn, wel omdat ze vastzitten in het keurslijf van een falend kapitalistisch systeem. Het zorgpersoneel en de gemeenschap moeten zelf kunnen beslissen wat er nodig is om uit de impasse te geraken.

Alle tegenstellingen van het kapitalisme versterken de pandemie. De groeiende verstoring van de harmonie tussen mens en natuur speelde een rol in het overbrengen van het virus van vleermuizen naar de mens. Onder het kapitalisme zijn er wereldwijde connecties, maar men blijft het systeem in essentie nationaal beheren. Het privaat bezit van de productiemiddelen staat vrije samenwerking in de ontwikkeling van vaccins en een globale strategie in de weg. De besparingslogica van de afgelopen jaren zorgt ervoor dat sectoren als de zorg of het onderwijs moeten blijven dweilen met de kraan open.

We mogen ons lot niet aan het winstbejag overlaten. De werkende klasse moet zelf in het offensief gaan om alle beschikbare middelen en rijkdom in te zetten in ons belang. Geen enkele crisis is nog op te lossen zonder het volledige systeem te betwisten. Om het falende kapitalisme weg te krijgen, moeten we nu stappen zetten om een krachtsverhouding uit te bouwen tegen de greep van Big Pharma, voor meer middelen voor zorg, voor wetenschap in publieke handen, voor een echte wereldwijde strategie op basis van solidariteit en samenwerking … Het potentieel voor groeiende strijdbewegingen is er: begin november betoogden tienduizenden jongeren en werkenden tijdens COP26 in Glasgow voor ‘system change’, eind november protesteerden we tegen seksistisch geweld, in tal van sectoren gingen de werkenden over tot stakingen en acties. Dit moeten we opvoeren en samenbrengen in een strijd voor socialistische verandering: een samenleving waarin de werkende klasse alles anders doet draaien!  Bron: LSP

PC 200 krijgt indexverhoging

Elk jaar in januari worden de lonen van de werknemers die onder paritair comité 200 (PC 200) vallen aangepast aan de levensduurte. In België wordt dit de indexering van de lonen genoemd.

Deze indexering is het systeem waarbij de lonen gekoppeld zijn aan de evolutie van het afgevlakte gezondheidsindexcijfer. Het maandelijkse loon wordt verhoogd met een percentage op basis van de inflatie van het voorbije kalenderjaar. Het indexatiesysteem van PC 200 is van toepassing op alle werknemers die onder dit paritair comité vallen.

Op basis van de huidige vooruitzichten zal het indexpercentage voor de maand januari 2022 ongeveer 3,29% bedragen.

Er lopen momenteel  ook sectorale onderhandelingen plaatsvinden. In het PC 200 is er reeds een ontwerpakkoord bereikt. Naast het indexpercentage van 3,29%, moet de werkgever voor het totale loonbudget ook zeker rekening houden met de volgende zaken die overeengekomen zijn in het ontwerpakkoord:

Er werd een koopkrachtverhoging afgesproken, waardoor de bruto maandlonen van de werknemers met 0,4 % zullen stijgen vanaf 1 december 2021.

Ondernemingen die in 2019 en 2020 winst hebben gemaakt en een gestegen omzet hebben, moeten een eenmalige coronapremie onder de vorm van consumptiecheques toekennen aan hun werknemers. Als de omzet van het bedrijf minimum 5 % is gestegen, bedraagt de coronapremie € 125. Als de omzet van het bedrijf minimum 10 % is gestegen, bedraagt de coronapremie € 250. Deze coronapremie moet uiterlijk worden uitgereikt op 31 december 2021.

De fietsvergoeding voor het woon-werkverkeer zal verhoogd worden van € 0,10 per afgelegde kilometer naar € 0,20 per afgelegde kilometer. De precieze regels en voorwaarden omtrent de toekenning van deze loonelementen zijn momenteel nog niet bekend. Wij informeren u uiteraard over het resultaat van de onderhandelingen in een volgende nieuwsbrief.

Bijna een op de tien Vlamingen leeft onder armoedegrens

Een recordaantal mensen wendde zich in 2020 tot de voedselbanken. (© Nicolas Maeterlinck (Belga))

In het Vlaamse Gewest leeft 9% van de bevolking in een huishouden met een inkomen onder de armoededrempel. In die situatie bevinden zich 610.000 personen. Dat blijkt uit nieuw gepubliceerde cijfers van Statistiek Vlaanderen, gebaseerd op een Europese enquête over het jaar 2019. Er zijn sterke indicaties dat de coronacrisis het aantal Vlamingen onder de armoedegrens verder de hoogte injaagt. Dat blijkt onder meer uit de stormloop op voedselbanken.

De cijfers die Statistiek Vlaanderen, een website van de Vlaamse overheid, dinsdag (3/8) bekendmaakte, zijn afkomstig van het EU-SILC. Dat staat voor statistics on income and living conditions. Die statistiek van inkomens en levensomstandigheden is de referentiebron voor inkomensverdeling en maatschappelijke integratie in de Europese Unie. De enquête dateert uit 2020. De cijfers werden berekend op basis van de huishoudinkomens in 2019.

In Vlaanderen bleef het aandeel van personen onder de armoededrempel de voorbije jaren vrij stabiel: sinds 2003 schommelt het cijfer tussen 9 en 11% van de bevolking.

Bijna een op de tien inwoners van het Vlaamse Gewest leefde in dat jaar in een huishouden met een inkomen onder de Belgische armoededrempel. Voor 610.000 personen kwam dat neer op een verhoogd risico op armoede. Het beschikbare inkomen omvat alle inkomsten van de leden van een huishouden uit economische activiteit, vermogen, eigendom en sociale transfers zoals uitkeringen voor sociale zekerheid en bijstand.

De armoededrempel ligt op 60% van het nationale mediaan beschikbare huishoudinkomen na sociale transfers, aangepast aan de samenstelling en grootte van het huishouden. Voor een alleenstaande lag de armoededrempel in 2019 op 1.284 euro per maand. Voor een gezin met twee volwassenen en evenveel kinderen bedroeg dat maandelijks 2.696 euro.

In Vlaanderen bleef het aandeel van personen onder de armoededrempel de voorbije jaren vrij stabiel. Sinds 2003 schommelt het cijfer tussen 9 en 11% van de bevolking. Lichte dalingen werden genoteerd in 2007, 2010 en 2016. Kleine stijgingen deden zich voor in 2005, 2011 en 2013.

Werklozen meest getroffen

Het armoederisico werd voor 2019 ook berekend naar achtergrondkenmerken. Er waren geen verschillen tussen mannen en vrouwen. Wel naar leeftijd: het risico lag hoger bij ouderen. Van de mensen in armoede was 16% ouder dan 65 jaar. Bij de opdeling naar huishoudtype werden vooral eenoudergezinnen (21%) bedreigd. Ook bij eenpersoonshuishoudens (18%) en oudere koppels (15%) werden armoedecijfers boven het gemiddelde geregistreerd.

De socio-economische positie bleek een doorslaggevende factor, met werklozen (37%) en niet-actieven (19%) als meest getroffen subgroepen

De socio-economische positie bleek een doorslaggevende factor, met werklozen (37%) en niet-actieven (19%) als meest getroffen subgroepen. Bij gepensioneerden lag het cijfer op 14%. Het armoederisico lag in 2019 opvallend hoger bij huurders (22%) dan bij eigenaars (6%) van een woning.

Een steeds terugkerende vaststelling is dat het risico daalt in verhouding tot het opleidingsniveau. In 2019 bedroeg dat 20% bij laaggeschoolden, tegenover slechts 4% bij hooggeschoolden en 9% in de categorie daartussen.

Het geboorteland blijkt ook een rol te spelen. Voor personen geboren in België bedroeg het risico 7%, tegenover 33% voor mensen geboren buiten de 27 EU-lidstaten. Voor personen geboren binnen de EU maar buiten België bedroeg het cijfer 20%.

Slechter in Wallonië en Brussel

Tussen de vijf Vlaamse provincies bestonden behoorlijk wat verschillen. Het aandeel van personen onder de armoededrempel lag het hoogst in Antwerpen (12%) en het laagst in Vlaams-Brabant (7%). Limburg zat op het Vlaamse gemiddelde van 9%, Oost- en West-Vlaanderen daar net onder met 8%.

Het eigenlijke armoederisico lag in 2019 in het Vlaamse Gewest op 10%. Dat is lager dan in de andere Belgische gewesten en het EU-gemiddelde. In het Waalse Gewest bedroeg het risico 18% en in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest zelfs 31%. Dat brengt het Belgische cijfer op 15%.

Het aandeel van personen onder de armoededrempel lag in de EU-lidstaten op 17% van de bevolking. Als natie had Tsjechië het laagste cijfer (10%). De tweede beste score met 12% kwam naast Finland van Slovakije, Slovenië en Hongarije. Dat mag een verrassing genoemd worden, gelet op de lagere levensstandaard in die drie Oost-Europese landen. Het slechtste cijfer werd genoteerd in Roemenië (24%), gevolgd door Letland en Bulgarije (23%), Estland (22%) en Spanje en Litouwen (21%).

Rush op voedselbanken

Dat de coronacrisis een negatieve impact heeft op de armoedecijfers in België, lijdt geen twijfel. Een van de indicaties, en misschien wel de grootste, is het toenemend aantal mensen dat in 2020 de toevlucht nam tot voedselbanken. Die verdeelden vorig jaar 24% meer levensmiddelen dan in 2019. Daarmee is 2020 het recordjaar sinds het ontstaan van het initiatief in ons land in 1984.

Een recordaantal mensen wendde zich in 2020 tot de voedselbanken

In het eerste coronajaar werd 22.013 ton voedsel ingezameld in de negen regionale afdelingen van de Belgische Federatie van Voedselbanken (BFVB).  “Een indrukwekkend cijfer en goed voor 42 miljoen maaltijden”, stelt de BFVB in het jaarverslag.

“De situatie was zo ernstig dat we, voor het eerst en tegen onze normale werking in, grote hoeveelheden voedsel moesten aankopen om tekorten te voorkomen”, zegt gedelegeerd bestuurder Jef Mottar. Het totaal van de eigen aankopen bedroeg 792 ton.

Een recordaantal mensen wendde zich in 2020 tot de voedselbanken. Gemiddeld werden per maand 175.402 personen geholpen via het netwerk van 631 aangesloten lokale organisaties, een stijging met 6% ten opzichte van 2019. Daarnaast werden, vooral in de zomerperiode, ook heel wat niet aangesloten OCMW’s bevoorraad. Hierdoor werden in de zomermaanden extreme pieken bereikt. Geschat wordt dat toen 195.000 personen per maand geholpen werden, een toename met 15% tegenover 2019. De grootste stijging deed zich voor in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (16,5%).

“Deze ongeziene cijfers weerspiegelen de economische impact van de gezondheidscrisis op een deel van de Belgische bevolking”, stelt Mottar. “We zagen nieuwe profielen van begunstigden opduiken, die niet konden genieten van de steunmaatregelen van de overheid. Zoals laaggeschoolden met een precair arbeidsstatuut en jobstudenten.”

Toegang tot hulpverlening

Armoedecijfers vergelijken is een moeilijke opdracht. Dat zegt Henk Van Hootegem, coördinator van het Steunpunt tot bestrijding van armoede, bestaansonzekerheid en sociale uitsluiting. “De aanpak van de coronacrisis heeft de dataverzameling in 2020 bemoeilijkt. Een interfederale nota uit april 2021 is gebaseerd op signalen van organisaties die op het terrein werken en onderzoek dat voornamelijk verricht werd aan de Universiteit Antwerpen en de KU Leuven.”

Henk Van Hootegem (Steunpunt armoedebestrijding): ‘Ondanks een pakket aan goede maatregelen van de overheid heeft Covid-19 een enorme impact op armoede. Helaas meestal in negatieve zin’

“Daaruit blijkt dat corona een belangrijke impact had op het inkomen van de mensen. De overheid nam maatregelen om dat op te vangen, onder meer met het systeem van tijdelijke werkloosheid. Maar dat gaf geen dekking aan alle groepen. Denk aan personen met precaire jobs in tijdelijke stelsels, genre Deliveroo.”

De rush op de voedselbanken is lang niet de enige indicatie dat de coronacrisis de armoede nog heeft doen toenemen. “De digitalisering is sterk toegenomen. Op het werk, in het onderwijs en in de hulpverlening. In de dienstverlening werd overgeschakeld op digitaal en volgens afspraak. Wij vrezen dat die beperkingen gaan blijven, althans voor een deel.”

“Ondanks een pakket aan goede maatregelen van de overheid heeft Covid-19 een enorme impact op armoede. Helaas meestal in negatieve zin. Corona heeft de ongelijkheden in onze samenleving versterkt. Groepen die al moeilijk toegang hadden tot hulp en dienstverlening krijgen het nu nog zwaarder.”

Federaal armoedeplan

Voedselbanken blijven ook dit jaar een wapen in de strijd tegen armoede. Maar de financiering baart kopzorgen. Het Fonds voor Europese hulp aan de meest behoeftigen (FEAD, Fund for European Aid to the Most Deprived) is aan hervorming toe. Daardoor krijgen de voedselbanken minder budget voor de aankoop van levensmiddelen, met negatieve gevolgen voor kwantiteit en kwaliteit. Vorig jaar ontving de Belgische federatie via FEAD nog 2.125 ton voedsel.

Federaal minister van Maatschappelijke Integratie en Armoedebestrijding Karine Lalieux (PS) kondigde in februari een plan aan met concrete maatregelen. De voorbije weken bezocht ze enkele steden om inspiratie op te doen voor het armoedeplan. Zo ging ze een kijkje nemen in Turnhout, waar het OCMW met verschillende actoren gegevens uitwisselt om zelf armoede op te sporen.

Lalieux wil haar plan lanceren in het voorjaar van 2022. Ze rekent op samenwerking tussen het lokale en het federale niveau. Voor investeringen in armoedebestrijding moet ze wel nog haar collega’s in de federale regering overtuigen. Tegen de achtergrond van het huidige begrotingstekort zal dat niet evident zijn.

Op lokaal niveau regent het klachten over administratieve overlast die gepaard gaat met federale steunmaatregelen in de nasleep van de coronacrisis. Lalieux heeft alvast een werkgroep opgericht om de administratieve last en de procedures te vereenvoudigen.   Bron: Apache

Koopkracht gaat achteruit

De lage spaarrente en de hoge inflatie knibbelen aan onze koopkracht. Gelukkig gaat de lage spaarrente ook gepaard met een opvallend voordeel: je moet over een klein fortuin beschikken alvorens je ook maar één cent belastingen moet betalen op je spaardeposito’s.

In ons land zijn de gereglementeerde spaarboekjes vrijgesteld van belastingen zolang je niet meer dan 980 euro aan interesten opstrijkt. Zodra je meer verdient aan je spaarinspanningen moet je een roerende voorheffing van 15 procent betalen op de spaaropbrengsten boven dat plafond. De vrijstelling geldt per persoon. Staat de rekening op naam van twee gehuwden of wettelijk samenwonenden, dan is er een vrijstelling tot 1.960 euro per jaar.

Cijfers van De Tijd leren dat we door de hoge inflatie en lage spaarrente vorig jaar maar liefst 22 miljard euro aan koopkracht hebben moeten inboeten. Bij heel wat banken moet je immers tevreden zijn met een spaarrente van 0,11 procent, het absolute minimum in ons land. In sommige gevallen krijg je zelfs geen spaarrente meer. De banken kunnen de minimumspaarrente namelijk omzeilen door niet-gereglementeerde spaarboekjes aan te bieden.

Geen belastingen op de eerste 980 euro aan interesten

Ondanks de lage spaarrente blijven we met z’n allen massaal geld op ons spaarboekje parkeren. De spaarrekening is immers een flexibel bankproduct. We kunnen de deposito’s namelijk op eender welk moment opvragen. Daarenboven moet je geen belastingen op de interesten betalen, althans zolang je niet meer dan 980 euro aan interesten opstrijkt.

Zelfs wanneer de spaaropbrengsten dat plafond overstijgen, geniet je van een gunsttarief. Bij heel wat spaar- en beleggingsproducten ben je een roerende voorheffing van 30 procent verschuldigd. Bij het gereglementeerde spaarboekje bedraagt dat tarief slechts 15 procent.

De financiële wereld is constant in beweging en dat kan vergaande gevolgen hebben voor jouw persoonlijke financiën. Het is nu misschien wel belangrijker dan ooit om op de hoogte te blijven van wat er zich allemaal afspeelt in de wereld van personal finance, gaande van de evolutie van de spaarrentes tot hoeveel geld je kan besparen door van energieleverancier te veranderen. Niels Saelens volgt dit alles voor jou wekelijks op!

Dankzij de lage spaarrente moet je over een stevig spaarpotje beschikken alvorens je ook maar één cent moet betalen aan de fiscus. Bij een rente van 0,11 procent moet er al 890.910 euro op je spaarboekje staan alvorens je meer dan 980 euro aan interesten krijgt. Hou er rekening mee dat de fiscale vrijstelling per persoon geldt. Indien je samen met een partner een rekening opent, moeten jullie samen al 1,78 miljoen euro bijeengespaard hebben.

Conclusie: Door de vrijstelling blijft het spaarboekje op fiscaal vlak een aantrekkelijk spaarproduct, ook al moeten we aan koopkracht inboeten. Bij heel wat andere lucratievere beleggingsproducten, zoals een beleggingsfonds, moet je veel meer belastingen betalen. Denk bijvoorbeeld aan de beurstaks en de roerende voorheffing van 30 procent.

Autosector heeft het zwaar

De autosector heeft het al twee jaar erg zwaar. Er was de coronacrisis en de lockdowns die de verkoop verhinderden en dan meteen daarna het tekort aan cruciale elektronische chips dat de productielijnen al enkele maanden stillegt. Daarnaast blijft de markt ook veel tekenen van onzekerheid vertonen door de veranderende wetgeving en de gedwongen overgang naar de elektrische auto. Verward en vaak verkeerd geïnformeerd, geeft de consument er daarom de voorkeur aan om zijn aankoop uit te stellen.

De automarkt stortte in 2020 en 2021 volledig in. Op twee jaar tijd is ze inderdaad met 30% gekrompen door de coronacrisis, maar ook door de tekorten aan chips en andere grondstoffen. Wordt 2022 een beter jaar?

De prijzen van de tweedehandswagens daarentegen stijgen sterk in België

FEBIAC heeft zopas de verkoopcijfers van nieuwe wagens in 2021 bekendgemaakt. En het is een koude douche: de inschrijvingen daalden in België met 11,21% in 2021, met een spectaculaire daling in december (-32,25%). De merken blijven echter hoopvol dat de verkoop die in 2021 niet werd gerealiseerd, wordt uitgesteld naar 2022. Afwachten maar…

In een persbericht geeft FEBIAC aan dat “de inschrijvingen die de leveringen van voertuigen weerspiegelen, een vertraging hebben in vergelijking met de vraag” en dat “de invoerders goed gevulde orderboeken melden”.  We hopen het voor hen, aangezien we ver verwijderd zijn van de gebruikelijke cijfers, want de voorbije jaren vloog de markt van record naar record. In 2019 telde de markt voor nieuwe auto’s nog 550.000 auto’s, een niveau dat inmiddels is gedaald naar… 383.000 stuks. Dat is dus een daling van 30% in slechts twee jaar.

In deze context zijn het de algemene constructeurs die het meest te lijden hebben, omdat juist zij de grote verkoopvolumes nodig hebben om winstgevendheid te zijn. Renault zag zijn verkoop bijvoorbeeld meer dan gehalveerd: van 48.500 auto’s in 2019 is de Franse fabrikant gedaald naar slechts 20.000 dit jaar.

Deze situatie bewijst in ieder geval één ding: de noodzaak voor deze constructeurs om meer te vertrouwen op een waardering in plaats van op Quicks Win op basis van een kortetermijnvisie zoals deals met verhuurbedrijven, enz., legde de Renault-woordvoerder uit aan de economische krant L’Écho. En de andere fabrikanten verkeren in dezelfde situatie: -13,8% voor VW, -15,13% voor Peugeot of -30,2% voor Fiat. Zoals wel vaker doen premiummerken het beter en hebben ze duidelijk minder last van de sterke schommelingen in de markt.

Wat zijn de vooruitzichten voor 2022?

Toch bevestigen fabrikanten dat de orderboeken vol zijn en dat de klanten, zelfs particulieren, bereid zijn om te wachten. Dit bewijst dat de mobiliteitsbehoeften er zijn. De schommelingen zijn op dit moment abrupt, maar niets wijst erop dat ze zullen aanhouden. Het zou volstaan om alles weer vlot te laten lopen (op vlak van de aanvoer van onderdelen) om de cijfers weer in het groen te krijgen. Of toch bijna.

In deze context hadden constructeurs ook graag een normaal autosalon gezien, maar een nieuwe opstoot van de pandemie heeft daar anders over beslist. Hopen maar dat 2022 een beter jaar wordt. Ondertussen floreert de tweedehandsmarkt wel volop.