N-Va  heeft plan tegen drugsmaffia

N-Va heeft plan tegen drugsmaffia

N-VA presenteerde een  10 puntenplan voor de strijd tegen de georganiseerde misdaad en de drugsmaffia

“De kanker van de georganiseerde misdaad laten woekeren is een dramatische vergissing.” N-VA-voorzitter Bart De Wever en Kamerleden Sophie De Wit en Yngvild Ingels presenteerden tijdens een persconferentie een tienpuntenplan om de strijd op te voeren tegen de georganiseerde misdaad. Ze pleiten voor een gecoördineerde internationale aanpak, waarbij niet alleen de aanbodzijde maar ook de gebruiker aangesproken wordt.

De drugsproblematiek vergt een gecoördineerde nationale, Europese en internationale inspanning die een veelvoud zal moeten bedragen van het huidige inspanningsniveau, en die lang volgehouden zal moeten worden.

De bedreiging voor onschuldige mensen is er al

Want de drugsmaffia en de georganiseerde misdaad maken slachtoffers. Veel slachtoffers. We schrikken op van de driestheid van deze lieden als ze mensen uit de bovenwereld durven bedreigen en durven vermoorden. We kijken naar Nederland en vragen ons af of na het geweld binnen het criminele milieu zelf ook het geweld zal overwaaien jegens onschuldige familieleden van de criminelen en vervolgens jegens mensen uit de veiligheidsketen, de journalistiek of de juridische wereld. De vraag stellen, is ze beantwoorden. De bedreigingen zijn er vandaag al. Denken we echt dat het niet verder zal escaleren?

Verwoeste levens van ontelbare verslaafden

Bovendien focussen we ons slechts op het puntje van de ijsberg. De meeste dodelijke slachtoffers vallen uiteraard al in de bronlanden van de cocaïne, waar tienduizenden mensen per jaar gewelddadig het leven laten door toedoen van de drugsmaffia. Daarnaast zijn er de ontelbare verslaafden in de hele wereld aan cocaïne, opioïden, cannabis en synthetische drugs wiens leven door gebruik verwoest wordt of verloren gaat.

De maatschappelijke schade van de drugsmaffia: schatplicht, corruptie, slavernij

Los van het geweld, is de maatschappelijke schade van de drugsmaffia veel groter dan algemeen wordt aangenomen, en die schade neemt spectaculair toe. Een business die vele miljarden aan criminele omzet draait, vergiftigt op den duur de hele samenleving. Ik denk aan de jongeren die in onze steden vaak in moeilijke sociaaleconomische omstandigheden opgroeien, en die al op jonge leeftijd worden verleid door de lokroep van het snelle geld. En die hun leven op die manier definitief verknoeien. Ik denk aan de eerlijke handelaars die in sommige wijken geen kans meer krijgen wegens de oneerlijke concurrentie van nepwinkels die de onderwereld uitbaat als prestigewinkel en/of dekmantelbedrijf. Ik denk aan de instroom van crimineel geld in gezinnen, verenigingen en gemeenschappen die zich schatplichtig maken aan de criminele clans. Ik denk aan de ontwrichting van traditionele sectoren door de influx van crimineel investeringsgeld. Ik denk aan de corruptie in alle geledingen van de reguliere samenleving die endemisch wordt, gezien de grote geldhoeveelheden én gezien de dreiging met geweld, plomo o plata. Ik denk aan de overduidelijk link tussen de drugsmaffia en de financiering van, en de rekrutering voor, islamistisch terrorisme. En ik denk aan de diversificatie van de georganiseerde misdaad vanuit drugs naar vreselijke fenomenen als mensenhandel (hedendaagse slavernij), illegale prostitutie (ook van minderjarigen), wapenhandel.

Wegkijken is immoreel en naïef

Velen lijken ervoor te kiezen om deze problemen niet te willen zien. Vaak zijn dat politieke krachten die de legalisering van drugs lijken af te wachten als een onontkoombare uitkomst van een verloren oorlog tegen de drugsmaffia. Deze houding is naïef, dat bewijzen tal van buitenlandse voorbeelden. “En deze houding is immoreel gezien de afschuwelijke gevolgen van het stijgende drugsgebruik. Overigens, hoe sommige partijen zogezegd storm lopen voor een gezond leefmilieu en tegelijk drugsgebruik willen toelaten, het is mij een raadsel hoe je dat opgeteld krijgt”, zegt Bart De Wever.

De kanker van de georganiseerde misdaad laten woekeren is een dramatische vergissing

De N-VA maakt een andere keuze. Wij zijn niet naïef over de groeiende inbedding van het drugsgebruik in de hele samenleving. Welke ouder van opgroeiende tieners kan daar vandaag nog naïef over zijn? Maar we wensen ons niet neer te leggen bij drugsgebruik. Ook de gebruiker mag dus aangesproken worden op zijn/haar verantwoordelijkheid. De link tussen wat geldt als banaal drugsgebruik en de kogels die uiteindelijk op straat worden afgevuurd, mag niet worden weggemoffeld. Nog minder wensen wij ons neer te leggen bij de kanker van de georganiseerde misdaad. Het is mogelijk dat we deze nooit uitgeroeid kunnen krijgen. Maar wie daarom de ziekte maar laat woekeren, begaat een dramatische vergissing.

Samenvatting van de 10 punten die nodig zijn om de strijd tegen de georganiseerde misdaad op te voeren:

  1. De oprichting van een Kruispuntbank Veiligheid en een federaal politioneel drugsagentschap naar Amerikaans model (Drug Enforcement Administration of DEA) dat:
    • de georganiseerde misdaad gecoördineerd bestrijdt in samenwerking met federale en lokale politie, parket, gemeente, Dienst Vreemdelingenzaken, sociale en fiscale inspectie- en opsporingsdiensten binnen de structuur van een Joint Intelligence Center en een Joint Decision Center;
    • zich inschakelt in een Europees drugsagentschap;
    • verankerd is in de bronlanden in samenwerking met het UNODC.
  2. De geografische uitbreiding van het Stroomplan onder de regie van het federaal parket dat werkt onder de mantel van de Nationale Veiligheidsraad die permanent een dashboard opvolgt en jaarlijks hierover toelichting geeft aan de Kamer.
     
  3. De oprichting van een fiscale opsporingsdienst naar Nederlands model (Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst of FIOD van de Nederlandse belastingdienst) die samen met het drugsagentschap focust op het lamleggen van de criminele geldstromen die onze economie en samenleving ondermijnen.
     
  4. Verhoogde druk door de EU op niet-EU-landen waar ofwel crimineel geld naartoe vloeit ofwel criminelen zelf schuilen.
     
  5. Het uitbreiden van het kader voor bestuurlijke handhaving. Burgemeesters moeten een integriteitsonderzoek kunnen voeren naar de uitbaters van handelszaken en indien nodig het pand sluiten of de vergunning intrekken. Daarnaast krijgen ze ook de mogelijkheid om bestuurlijke maatregelen effectief te kunnen handhaven door middel van een bestuurlijke dwangsom en een bestuurlijke verzegeling.
     
  6. Werk maken van een gedegen anticorruptiebeleid voor zowel overheidsdiensten als bedrijven, gepaard met een beroepsverbod voor verdachten (zoals het havenverbod). 
     
  7. Grondigere veiligheidscontroles op handelslijnen, in samenwerking met rederijen of andere transportbedrijven, van bronland tot bestemming, waaronder de gerichte monitoring van goederen en personeel.
     
  8. Verbod op geanonimiseerde telefoons en geheime compartimenten in voertuigen.
     
  9. Strengere straffen voor de georganiseerde misdaad naar analogie met terreur.
     
  10. Het uitbreiden van de capaciteit bij het parket, de zittende magistratuur en een versterking van de coördinatie door het federaal parket.

Bron:   N-Va

Kwetsbare mensen en groepen

We gebruiken elke dag allemaal veel woorden. Ook in de hulpverlening. En het vakjargon is dan nooit ver weg. Maar verstaan we elkaar ook? En dekt de vlag altijd de lading?

Zo zwaaien we vaak met het woord ‘kwetsbaar’. We focussen op kwetsbare mensen en groepen. Wie we daarmee exact bedoelen is vaak minder duidelijk.

(G)een deugd

Kwetsbaarheid is een deugd. Zich kwetsbaar opstellen werd in Nederland zelfs uitgeroepen tot Deugd van de week: “Met kwetsbaarheid heb je de moed om jezelf bloot te geven en de muren tussen jou en anderen af te breken.”

‘Kwetsbaar ben je blijkbaar voor of door iets, maar wat is dat dan?’

Toch gebruiken we in zorg en welzijn kwetsbaarheid meestal niet als een na te streven deugd, wel om iets te zeggen over bepaalde mensen of groepen van mensen. Maar wie zijn dan die kwetsbare groepen?

En wat houdt die kwetsbaarheid in? Kwetsbaar ben je blijkbaar voor of door iets, maar wat is dat dan? En is dat mooie woord soms geen zachte mantel die de harde realiteit verdoezelt, die van armoede bijvoorbeeld?  

Iedereen kwetsbaar

De bekende psychiater Dirk De Wachter zei vorig jaar in HUMO dat we moeten “hopen dat de pandemie ervoor zorgt dat we beseffen dat we allemaal potentieel kwetsbare mensen zijn”. De risicomaatschappij maakt dat we met z’n allen kwetsbaar zijn. 

Dat we met z’n allen kwetsbaar zijn, brengt de hulpverlener in een lastig parket. Hij kan toch niet met iedereen werken?

Verhoogd risico

De hulpverlener hoeft niet meteen te panikeren: kwetsbaarheid kent verschillende gezichten en gradaties. Het is ongelijk verdeeld en de ene kwetsbaarheid is de andere niet. Die verschillen helpen de hulpverlener te bepalen met wie hij nu wel of niet moet werken.

‘Kwetsbaarheid kent verschillende gezichten en gradaties.’

Een mooie poging om dat beleidsmatig te vertalen, vinden we in regelgeving van het algemeen welzijnswerk. Centra Algemeen Welzijnswerk (CAW) moeten zich prioritair richten tot mensen met een “verhoogd risico op kwetsbaarheid”. 

Verschillende factoren vergroten dat risico op kwetsbaarheid. Dat kunnen gebeurtenissen zijn in de persoonlijke levenssfeer zoals gezins- en relatiebreuken, schokkende ervaringen en verlieservaringen. Ook mensen met beperkte financiële draagkracht zijn meer kwetsbaar, vooral omdat ze geen of weinig gebruik maken van bepaalde voorzieningen. Migratieroots en een precair verblijfsstatuut verhogen de kwetsbaarheid. Dat is ook het geval met criminaliteit en de maatschappelijke reacties erop. Lees verder via deze link

Oudermishandeling

Momenteel werkt Hilde Van Mieghem aan een TV-reeks  over oudermishandeling. Dat blijkt een uitdaging. Experten zijn dun gezaaid en weinig slachtoffers zijn bereid te getuigen.

Hoe lopen de voorbereidingen voor de nieuwe reeks?

“Ik ben me nu al een tijd in het thema oudermishandeling aan het verdiepen en ik ben echt geschokt: het is het taboe der taboes. De overheid en de samenleving zien het probleem niet. Wat er binnen een gezin gebeurt, dat is heilig, daar moei je je niet mee.”

“Eigenlijk zou je het zelfs geen taboe mogen noemen, want van een taboe weet men nog dat het bestaat. Als ik mensen op straat zou aanspreken met de vraag ‘Denk jij dat het veel voorkomt dat kinderen hun ouders mishandelen of terroriseren?’, ben ik er zeker van dat meesten ‘Nee’ zouden antwoorden.”

Toch heb je genoeg aanwijzingen dat oudermishandeling wel degelijk een issue is?

“Absoluut. Signalen vanuit de hulpverlening bevestigen het probleem. Over België zijn er amper cijfers, maar over andere Europese landen hebben we wel cijfers. En we weten ondertussen uit ervaring over onderzoek naar kindermishandeling of partnergeweld dat er weinig verschillen zijn van land tot land.”

‘Als je vraagt: ‘Pleegt jouw kind geweld?’ zegt elke ouder ‘Nee’.’

“Het zal dus deze keer een heel internationale documentaire worden. Hulpverlening en experts zijn hier dun gezaaid. De paar die ik vind, verwijzen me door naar het buitenland. Ook de zoektocht naar ervaringsdeskundigen die willen getuigen leverde voorlopig nog niets op.”

Hoe komt het dat je moeilijk getuigen vindt?

“Als je het hebt over ‘geweld tegen ouders’ gaat de deur meteen dicht. Mensen zien het niet als geweld. Als je vraagt: ‘Pleegt jouw kind geweld?’ zegt elke ouder ‘Nee’. Die wil zijn kind beschermen. De vraag ‘Ben je soms bang van je zoon of dochter?’ of termen zoals grensoverschrijdend gedrag of onhandelbare kinderen maken veel meer los.”

“De loyauteit en onvoorwaardelijke liefde voor het kind, speelt heel erg mee. Ze willen het kind beschermen tegen kritiek, tegen een oordeel. Maar er is ook veel schaamte. De ouder durft er niet mee naar buiten komen omdat ze de schuld bij zichzelf leggen. Ze hebben het gevoel dat ze falen.”

Kijk je vooral naar jonge, minderjarige kinderen die hun ouders terroriseren?

“Nee, de reeks gaat over alle kinderen. Er zijn drie duidelijke groepen. De kinderen en jongeren tot 25 jaar. Dan heb je een hele groep volwassen kinderen die thuis blijven wonen. Niet enkel twintigers, maar ook mensen van pakweg 45 jaar. Ze komen amper hun kamer uit, nemen niet deel aan de samenleving en terroriseren het gezin. Toch slagen de ouders er niet in om het kind op straat te zetten.”     Lees verder via deze link

De geschiedenis van het atheïsme in België

De geschiedenis van het atheïsme in België

Onder de Belgen die zich in recente internationale opiniepeilingen uitlaten over hun religieuze overtuiging of het ontbreken daarvan, beschouwen aanzienlijke percentages van de respondenten zichzelf als atheïst. Tot hiertoe bestond er nochtans geen algemene studie in België over de rol van het atheïsme in de intellectuele, politieke en culturele geschiedenis van het land. Dit boek is het resultaat van een samenwerking tussen Liberas vzw en de Association Belge des Athées. Met de steun van de Vlaamse en de Franse Gemeenschap en koepelorganisaties van de vrijzinnige beweging bundelden beide organisaties hun krachten om het atheïsme in heel België tijdens de negentiende en twintigste eeuw op een toegankelijke en wetenschappelijke wijze te belichten.

Dit volume behandelt de ontkenning van het bestaan van God niet enkel vanuit een filosofisch oogpunt. Er wordt gekeken naar debatten tussen wetenschappers binnen en buiten de muren van de universiteit, en naar het atheïsme in vrijzinnige en politieke kringen. Ook atheïsme in de kunsten en de letteren krijgt de nodige aandacht. Het atheïsme wordt in deze milieus bestudeerd als een sociaal fenomeen dat veel weerstand opriep. Heel wat vooraanstaande wetenschappers, denkers, schrijvers en kunstenaars, van Félicien Rops tot Leo Apostel, spelen een rol in deze geschiedenis en komen aan bod in het werk. De auteurs van de bijdragen zijn specialisten verbonden aan universiteiten en erfgoedinstellingen. Bron: Standaardboekhandel

Laat de regering ons in de steek?

Toespraak van Jason Hickel op Ecopolis, Brussel 24 oktober 2021

Vertaling: Magda Brijssinck

Jullie weten even goed als ik dat we er slecht voor staan, dat het niet de goede kant opgaat. Jullie weten even goed als ik dat onze regeringen ons in de steek laten. Dat ze de hele wereld in de steek laten. Dat ze al het leven op aarde in de steek laten. COP na COP gaat voorbij, maar het enige wat we van onze leiders — als we ze zo al mogen noe­ men — te horen krijgen, zijn wollige, vrijblijvende beloften over nuluitstoot. [COP — Conference of Parties: internationale klimaattop van de VN, nvdr.] Het zijn echter totaal loze beloften. Er bestaat nog altijd geen beleid waarop hun beloften steunen. In feite zet het bestaande beleid van de regeringen ons tot op heden op weg naar bijna drie graden opwarming.

Hoe ziet een wereld van drie graden warmer eruit? Op welke toekomst stevenen we af? Dat kan ik jullie vertellen. Zo’n 30 à 50 procent van alle levende soorten zal uitsterven. Anderhalf miljard mensen zullen van hun thuis verdreven worden, gedwongen te vluchten voor droogte, branden, overstromingen en dodelijke hitte. De opbrengs­ ten van basisvoedsel zullen met wel 30 procent afnemen, waardoor wereldwijd de ononderbroken voedselvoorziening almaar meer ontwricht zal worden. Een groot deel van de tropen zal voor de mens onbewoonbaar worden.

Denk eens aan de gevolgen. Denk eens aan de chaos die dit gaat meebrengen. De instellingen zullen het begeven. De wetenschappers laten er geen twijfel over bestaan dat zo’n wereld niet te verenigen is met de menselijke beschaving zoals we die kennen. De status quo komt neer op een dodenmars.

Het is niet jullie fout, niet onze fout. We zijn geneigd om over deze crisis te praten als het ‘Antropoceen’. Maar het zijn niet de mensen als mens die het probleem veroorzaken. Het is ons economisch systeem, het kapitalisme, dat opgezet wordt rond voortdurende expansie, extractie en accumulatie door een elite, en dat de levende wereld behandelt als niets meer dan een exter­ naliteit. Het is een moloch die zo geprogrammeerd is dat hij alles op zijn pad verslindt, tot kortstondig voordeel van een miniem deel van de mensheid.

De voorbij­de­groeitheorie is opwindend en visi­ onair. Ze kan echter ook nogal abstract aandoen en het is niet het moment voor abstracties. We hebben een concreet politiek programma nodig. Wat moeten we doen om de klimaatcrisis aan te pakken? Hoe zou het zijn om die crisis als een echte klimaatnoodtoestand op te vatten? Wat is er in feite vereist om de mondiale opwarming te beperken tot niet meer dan 1,5°C?

De allerbelangrijkste maatregel is er een waar tot nu toe geen enkele minister zich aan heeft willen wagen: stel een limiet aan de productie van fossiele brandstof en bouw die af volgens een bindend jaarplan tot deze industrie nagenoeg ontmanteld is tegen het midden van de eeuw. Ik zal het nog eens zeggen: stel een limiet aan de productie van fossiele brandstof en bouw die af volgens een bindend jaar­ plan totdat deze industrie nagenoeg ontmanteld is tegen het midden van de eeuw. Voilà. Dit is de enige zekere manier om de klimaatontwrichting een halt toe te roepen, en dit moet bovenaan onze agenda staan, bovenaan de lijst van onze eisen”.

Bron: Oikos

Benieuwd naar meer? Lees het volledige stuk via . Bestel hier het boek ‘Minder is Meer’.

Vraag je gratis proefnummer aan via info@oikos.be of neem ineens een abonnement.