by admin | aug 4, 2022 | Varia
In Zuid-Europa woeden op veel plekken bosbranden. En ook bij ons is de droogte extreem en de temperaturen abnormaal hoog. Maar waarom doen wij het op vlak van watervoorziening slechter dan landen als Spanje en Portugal, waar veel minder neerslag valt? Daarvoor moeten we naar het wanbeleid van de voorbije jaren kijken. De PVDA heeft tien voorstellen om het tij te keren en de droogte aan te pakken. Want water is een basisbehoefte voor iedereen. Ook in droge en warme periodes.
Lees hier onze 10 voorstellen tegen de droogte
Zuid-Europa staat in brand. We hebben allemaal de verschrikkelijke beelden gezien van gigantische bosbranden in Frankrijk, maar ook Portugal, Spanje, Italië, Slovenië en Griekenland worden niet gespaard. En bij ons? Wie een tuin of moestuin heeft, weet het: de droogte is extreem en de temperaturen zijn abnormaal hoog. Planten moeten voortdurend gesproeid worden, anders geven ze de geest.
Eigenlijk heeft het sinds 5 juli in het hele land nauwelijks nog geregend. Tussen 1 en 24 juli viel er in Ukkel exact 5,2 mm regen, terwijl dat normaal 76,9 mm is. De droogte-index van het KMI wijst op een scenario van droogte, maar nog niet extreem. Maar de trend zet zich voort, ook al waren er enkele stormachtige regenvlagen.
In Wallonië moest de overheid al een reeks maatregelen nemen. De gemeenten Stoumont, Theux, Rochefort, Durbuy, Libin, Libramont, Chimay en Vresse-sur-Semois namen politiebesluiten om het verbruik van leidingwater te beperken. De hele bevolking wordt gevraagd om “spaarzaam om te springen met leidingwater om te voorkomen dat in bepaalde gebieden problemen ontstaan met de productie of verdeling van water”.
Voor het scheepvaartverkeer geldt dat boten zich over het hele netwerk moeten groeperen aan de sluizen, met uitzondering van de Schelde en de kanalen in Henegouwen. Kajakken is verboden, behalve om een stuk van de Amblève.
In Vlaanderen schakelde de droogtecommissie over naar code oranje (niveau 2). Het debiet van de waterlopen staat op zijn laagste peil. De gouverneurs van vier van de vijf Vlaamse provincies hebben een verbod uitgevaardigd om water op te pompen uit alle niet-bevaarbare waterlopen. Die maatregel treft vooral de landbouw. Enkel in een deel van West-Vlaanderen geldt de maatregel niet. Aan sommige sluizen moeten pleziervaartuigen in groep door de sluizen. In meer dan de helft van de meetpunten staat het grondwater laag tot zeer laag en wordt verwacht dat de toestand nog erger wordt.
Vandaag zijn de gevolgen vooral voelbaar in de landbouw en in de natuurgebieden, en uiteraard in ieders tuin en moestuin. Dat geldt zowel voor de voedergewassen, de groenteteelt (die veel water vraagt) als voor de extensieve veeteelt (het gras groeit onvoldoende). In de natuur zijn het vooral de waterrijke gebieden die afzien, maar ook de heide, droge bossen en veengebieden, waar het risico op branden groter wordt.
Behalve in enkele gemeenten in het zuiden van het land, is de drinkwatervoorziening globaal gezien nog niet in gevaar. Maar als de droogte aanhoudt (en de voorspellingen wijzen daarop), kan dat veranderen. En dan komt de vraag wiens gebruik moet ingeperkt worden: de industriële grootverbruikers, de goederenscheepvaart, de landbouw, de natuur of de gezinnen, de zelfstandigen en de kleine ondernemingen? Vandaag genieten de grote industrieën van een degressief tarief: hoe meer ze verbruiken, hoe minder ze betalen! Dat is niet ecologisch en bovendien antisociaal. Zeker als je weet dat zij in Vlaanderen de helft van het drinkwater verbruiken en daarnaast ook nog eens zelf veel grondwater oppompen. Water is een recht waarvan de toegang niet ontzegd mag worden.
Het patronaat wil alleszins zijn belangen veiligstellen als voornaamste watergebruiker. In 2020 stelde de Vlaamse werkgeversfederatie Voka al heel duidelijk:
“Het is belangrijk dat de Vlaamse overheid en de provinciegouverneurs bedrijven ontzien in geval van watertekorten in de komende zomer en hen voldoende prioriteit geven bij een waterafschakelplan om hun watertoevoer te waarborgen.”
En dat wordt dit jaar herhaald:
“Water is voor vele bedrijven een essentiële grondstof. Bedrijven zijn de grootste watergebruikers… De Vlaamse economie hecht een groot belang aan beschikbaarheid van voldoende water. De bedrijfscontinuïteit moet gegarandeerd blijven…”
Dit is niet het noodlot
Is het dan het noodlot dat ons land en heel West-Europa treft? Helemaal niet. De droogte is het gevolg van een combinatie van de (door het kapitalisme veroorzaakte) klimaatopwarming enerzijds, en decennialang wanbeleid tegenover onze watersystemen anderzijds.
Immers, het regent in ons land meer dan genoeg. En de gemiddelde jaarlijkse neerslag neemt net toe door de klimaatverandering. Met andere woorden: het regent gemiddeld méér. Hoe komt het dan dat Vlaanderen een van de regio’s is met de hoogste waterstress in Europa? En dat op wereldvlak België op de 23ste plaats staat van de waterstressindex van het befaamde World Resources Institute, net na Marokko, en net voor Niger, Syrië en Egypte. Onze hoge bevolkingsdichtheid en een grote vraag naar water van de industrie en landbouw spelen natuurlijk een rol. Maar ook hoe we omgaan met ons water. Om dat te begrijpen moeten we eerst even stilstaan bij de invloed van de klimaatverandering op de waterhuishouding.
De meteorologen en hydrologen zijn het eens over het feit dat onze weerpatronen aan het veranderen zijn onder invloed van de opwarming van de aarde. Zo dateren de warmste 25 jaren in de geschiedenis van ons land allemaal van na 1989. De luchtcirculatie op aarde (en meer bepaald de zogenaamde straalstroom op 10 km hoogte) verandert en warme lucht kan ook meer waterdamp bevatten. Dat heeft zeer concrete en meetbare gevolgen. Volgens de Verenigde Naties staat de droogte op het punt “de volgende pandemie te worden, en er bestaat geen vaccin om ervan te genezen”. Een derde van de Europese bevolking zal in regio’s leven waar water het hele jaar door zeldzaam zal zijn.
In België kennen we de laatste jaren bijna stelselmatig droge voorjaren, die een hypotheek leggen op de waterstanden voor het vervolg van het jaar. Er zijn ook vaak langere periodes van droogte of neerslag (“blokkering” van anticyclonen of depressies). En de regenval wordt intenser, met meer hevige onweders. VUB-professor hydrogeologie Marijke Huysmans zegt het zo:
“De voorbije jaren tonen dat deze periodes van droogte niet meer uitzonderlijk zijn. We zien steeds vaker langere en intensere periodes van droogte. De totale jaarlijkse hoeveelheid neerslag neemt niet af, maar er zijn wel meer extremen: enerzijds periodes van droogte en anderzijds meer extreme regenval. En ook dat laatste is allesbehalve goed, want onweer is niet het soort regen dat ideaal is om grondwater te voeden. We hebben zachte, malse regen nodig die rustig doorsijpelt. Maar dat regenwater wordt een kostbaar goud in onze regio.”
De klimaatverandering maakt ons dus veel kwetsbaarder. Zo blijkt uit onderzoek van het KMI dat we tegen het einde van deze eeuw ongeveer één derde meer periodes van abnormale droogte zullen zien en dat het aantal uitzonderlijke droogteperiodes zal vervijfvoudigen. Door de hoge bevolkingsdichtheid en het hoge percentage aan verharding is ons land zeer kwetsbaar voor droogte. Als we kijken naar de hoeveelheid water die beschikbaar is per persoon, dan heeft België zelfs minder water beschikbaar dan Spanje of Portugal!
Het probleem is dat we er niet in slagen om ons regenwater vast te houden en te laten infiltreren in de bodem, maar dat we het veel te snel afvoeren. Voor drie druppels regen die op ons land vallen, is er slechts één die de kans krijgt om het grondwater te vervoegen. Dat heeft verschillende oorzaken. Eerst en vooral het nog altijd stijgend percentage aan verharding in ons land: 16% van de gronden in Vlaanderen en 10% in Wallonië zijn ondoorlaatbaar. In de jaren ‘70 was dat in Vlaanderen nog maar 5%… Hierdoor kan regenwater amper doorsijpelen in de bodem, maar wordt het rechtstreeks (en versneld) afgevoerd naar de riolering of een waterloop.
Historische ingrepen in het watersysteem hebben onze omgeving ook kwetsbaarder gemaakt. Door het rechttrekken van beken en rivieren wordt regenwater veel sneller afgevoerd naar de zee. Meanderende beken en rivieren zorgden voor veel meer infiltratie. Ook de kwaliteit van onze bodems gaat sterk achteruit. Verdichting van de landbouwgrond door zware machines, de vernietiging van het bodemleven (pesticiden) en de vermindering van het gehalte aan organisch materiaal, maken dat de bodem minder water kan opnemen en vasthouden.
Dat het anders kan, bewijst een land als Spanje. Op veel plaatsen regent het er veel minder dan hier, maar ze gaan anders met de droogte om. Het water wordt er veel meer gerecycleerd, het afvalwater wordt gezuiverd en opnieuw gebruikt, of in het grondwater geïnjecteerd.
In De Standaard van 14 mei stelde hydroloog Patrick Willems dat zestig procent van het zoet water dat we binnenkrijgen via regen of rivieren, ongebruikt naar zee stroomt. Hij noemde dat “de grootste stroom van verspilling in Vlaanderen” en schat dat we het watertekort kunnen opvangen als we 10 procent daarvan tegenhouden. Als de droogte door de klimaatverandering toeneemt, rekent hij eerder op 20 procent. Dat zijn uiteraard enorme volumes (honderden miljoenen kubieke meters per jaar), maar perfect haalbaar met ambitieuze maatregelen.
Er moet één plan zijn voor heel België
De watersystemen kennen geen grenzen, en al helemaal geen taalgrenzen. Er is slechts één wet: het water zoekt altijd de gemakkelijkste weg van hoog naar laag. In ons land betekent dit dat vrijwel alle beken en rivieren van Wallonië naar Vlaanderen stromen. En het grondwater volgt gewoon de geologische lagen. Daarom moet er in ons land één plan zijn om daarmee om te gaan, of het nu gaat om de overstromingen, de droogte, de drinkwatervoorziening of het bevaarbaar houden van onze rivieren en kanalen. En elke Belg heeft het recht dezelfde (lage) prijs te betalen voor zijn drinkwater.
Vlaanderen is voor zijn watervoorziening deels afhankelijk van Wallonië. In de Vlaamse waterbalans heet dat “aankoop in het buitenland”. Absurd. Maar erger: het gaat om commerciële transacties tussen openbare waterbedrijven aan weerszijden van de taalgrens die de consument veel geld kosten. De Oost- en West-Vlaamse intercommunale Farys koopt bijvoorbeeld veel water aan in Wallonië. Het heeft de duurste drinkwatertarieven van Vlaanderen…
Water-link is een ander voorbeeld. Het levert water aan de gezinnen en bedrijven van de hele Antwerpse agglomeratie, maar is daarvoor vrijwel volledig afhankelijk van de aanvoer van ruw water door het Albertkanaal, dat in Wallonië (bij Luik) afgetakt wordt van de Maas. Zowel voor wat de hoeveelheid water als voor de kwaliteit ervan is het dus afhankelijk van wat in Wallonië gebeurt.
Tot slot zijn er conflicten tussen gebruikers over een belangrijke grondwaterlaag die zwaar onder druk staat en zich uittrekt over Zuid-West-Vlaanderen, West-Henegouwen en Frankrijk. Wie hoeveel mag onttrekken is geregeld via een tripartite akkoord tussen Frankrijk, Vlaanderen en Wallonië. Het akkoord loopt eind dit jaar af.
Te laat en te weinig
Na de extreme droogte van 2020 zijn de gewesten in gang geschoten.
Vlaams minister van Omgeving Zuhal Demir (N-VA) liet haar administraties en wetenschappelijke deskundigen een ambitieus plan opstellen onder de naam “Blue Deal”, dat 70 acties oplijst “om Vlaanderen klaar te maken voor ‘de droogte van morgen’”, de klimaatrobuustheid van het systeem te verhogen en de omslag naar een zuinig, duurzaam en circulair watergebruik te versnellen. Op zich is dat positief, en op het terrein wordt dat ook vertaald in concrete werkzaamheden. Maar de uitgetrokken budgetten (op dit moment enkele tientallen miljoen euro’s, en maximaal 500 miljoen in het plan) staan niet in verhouding tot de omvang van de uitdaging.
Maar wat erger is: de vorige Vlaamse regering, onder leiding van de N-VA, heeft indertijd het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen (beter gekend als de “betonstop”) afgeschoten. Aan het plan werd jaren gewerkt door de administratie. Doel van het plan was om de toename van verharding in Vlaanderen vanaf 2025 te beperken tot 3 hectare per dag en te reduceren tot 0 (geen netto-toename) vanaf 2040. De betonstop zou de ruimtelijke versnippering een halt moeten toeroepen en de open ruimte moeten vrijwaren. De Vlaamse regering wilde de betonlobby echter niet in de weg leggen en kelderde de ambities van haar eigen administratie. Nu, zolang men niet begint aan een ontharding van onze open ruimte, gaan we blijven dweilen met de kraan open.
Het “plan sécheresse” (of “stratégie intégrale sécheresse”) van Waals minister van Milieu Tellier (Ecolo) werd pas in juli 2021 door de regering aangenomen. Het bevat 76 maatregelen die volledig in de lijn liggen van die van Vlaanderen. Het is echter nog steeds niet aan het parlement voorgesteld. Op aandringen van de PVDA zal dit nu in september (eindelijk) gebeuren, met eveneens hoorzittingen van experten, drinkwatermaatschappijen en gebruikers. In Wallonië is het gebrek aan (menselijke en financiële) middelen echter nog schrijnender dan in Vlaanderen.
Water is een recht
De PVDA is tegen elke prijsverhoging voor de consument. Zogenaamd “flexibele tarieven”, die hoger liggen in droge periodes – net wanneer de mensen meer water nodig hebben dus – kunnen voor ons niet. De waterbedrijven investeren beter in goede leidingen dan in digitale watermeters. Water mag dan al (door het wanbeleid van de traditionele partijen de voorbije 50 jaar) een schaars goed zijn, het blijft een essentiële basisbehoefte en een elementair mensenrecht. Voor dat recht mogen er geen financiële belemmeringen zijn. Ook in droge en warme periodes moet iedereen toegang hebben tot voldoende drinkbaar water en water om zich te verkoelen en te ontspannen.
10 voorstellen tegen de droogte
1. We pakken de droogte eerst bij de industriële grootverbruikers aan. Elke grootverbruiker moet een plan voorleggen voor maximale waterbesparing en hergebruik, en een tijdspad om de maatregelen door te voeren. Tegelijk moet dit plan onderzoeken welke activiteiten stopgezet kunnen worden bij waterschaarste.
2. Toegang tot grondwaterreserves verlenen we prioritair aan de publieke drinkwaterbedrijven en pas daarna, volgens wat voorradig is, aan particuliere ondernemingen. De onttrekking door de industrie controleren we strikt en belasten we. We schaffen het degressief tarief van drinkwater voor grootverbruikers af. Zo zetten we bedrijven aan om zuinig met water om te springen.
3. Met een derdebetalersregeling helpen we de gezinnen, zelfstandigen en kleine bedrijven om te investeren in een regenwaterput en het regenwater en het te gebruiken voor minderwaardige toepassingen zoals de wc, de wasmachine en de tuin.
4. Regenwater moet afgekoppeld worden van de riolering en ter plaatse gebufferd of geïnfiltreerd worden. Elke gemeente moet hiervoor een hemelwaterplan opstellen en hierbij rekening houden met de impact van klimaatverandering.
5. Elke drinkwatermaatschappij moet een plan opstellen om haar waterleidingnet versneld te renoveren, met steun van de overheid. In Vlaanderen gaat immers elk jaar ongeveer 60 miljoen kubieke meter water verloren door lekken in de waterleidingen.
6. Bij het oppompen van water voor bouwwerven (bemaling) wordt retourbemaling, het terug infiltreren van het opgepompt grondwater in de bodem, de standaard. Indien dit technisch niet mogelijk blijkt, wordt nagegaan of het water op een andere manier hergebruikt kan worden. Bemalingswater mag niet meer afgevoerd worden via de riolering.
7. Bij zuiveringsinstallaties voor rioolwater wordt onderzocht of we het gezuiverde water efficiënt kunnen hergebruiken of opnieuw kunnen infiltreren in de bodem.
8. We moeten stoppen met bijkomende verharding (betonstop). Er mag niet meer verhard worden, tenzij men elders onthardt. Bedrijven, grootwarenhuizen en commerciële centra moeten hun verharde oppervlakten tegen 2030 terug doordringbaar maken of het water opvangen en bergen voor hergebruik of infiltratie.
9. Verandering van de landbouwpraktijken (overgang naar agro-ecologische en biolandbouw) zodat de bodem meer organisch materiaal bevat, meer water doorlaat en vasthoudt. In samenwerking met de landbouwsector moeten alternatieve, meer droogtebestendige teelten uitgetest worden.
10. Er moet meer ruimte komen voor water. Alle natte natuurgebieden moeten beschermd worden en waar mogelijk moeten rivieren en beken meer ruimte krijgen, zodat ze bij hoog water kunnen overstromen en het water kan infiltreren. Tegelijk moeten ze ook terug kunnen meanderen om de afvoer trager te laten verlopen.
Bron: PVDA
by admin | aug 4, 2022 | Sectoren
De sociale partners kwamen recent tot een akkoord over het beperken van dagcontracten in de interimsector. Daar is vakbondsfront Interim United blij mee, aangezien mensen die via dagcontracten tewerkgesteld zijn met veel onzekerheid te maken krijgen. Bij overmatig gebruik van dagcontracten dienen de ondernemingen nu zelf een RSZ-bijdrage te leveren. “Een belangrijke doorbraak van het principe dat de vervuiler betaalt”, aldus de vakbonden.
Doorgedreven flexibiliteit
De vakbonden zijn tevreden dat nu eindelijk de zeer ver doorgeslagen werknemersflexibiliteit een halt wordt toegeroepen. Het akkoord treedt in werking op 1 januari 2023 en is ook van toepassing op jobstudenten, want ook zij hebben recht op meer zekerheid.
Tussen 2015 en 2020 waren de helft van alle interimcontracten dagcontracten. In 2016, 2017 en 2018 waren er elk jaar ongeveer drie miljoen opeenvolgende dagcontracten. In 2019 en 2020 ging het telkens om minstens 2,5 miljoen, ondanks de coronacrisis.
“Dat dagcontracten lang niet alleen gebruikt worden om onvoorspelbare piekmomenten op te vangen, is overduidelijk. Door te werken met opeenvolgende dagcontracten schuiven bedrijven de kost voor superflexibele arbeid af op de sociale zekerheid”, legt het vakbondsfront uit. “Mensen die met dagcontracten werken, zijn vaker werkloos en kunnen bij ziekte niet terugvallen op gewaarborgd loon betaald door de werkgever.”
Dagcontracten resulteren daarnaast ook in zeer veel onzekerheid voor de betrokken interimmers, zowel financieel als in de planning van hun privéleven.
Algemeen principe blijft overeind: dagcontracten alleen bij noodzaak
Naast het ontraden van dagcontracten via een extra bijdrage blijft het huidige principe overeind dat dagcontracten enkel gebruikt kunnen worden wanneer daarvoor een noodzaak is, zonder dat dit een businessmodel mag worden.
“Er is ook afgesproken om op korte termijn een evaluatie te maken van contracten van twee dagen. Daarbij is afgesproken om de tweedaagse contracten ook te onderwerpen aan deze extra RSZ-bijdrage, bij vaststelling van een substantiële stijging van het gebruik van tweedaagse contracten”, aldus de vakbonden.
Afwervingsbeding
In het persbericht laten de vakbonden ook weten dat er tussen de sociale partners ondertussen ook gesprekken lopen over het afwervingsbeding. Dit beding maakt het onmogelijk voor bedrijven of organisaties om uitzendkrachten aan te werven, voor ze hun volledige afgesproken prestaties geleverd hebben als uitzendkracht. Dat maakt het voor deeltijdse werkkrachten moeilijk om sneller kans te maken op vaste tewerkstelling.
Bron: DeWereldMorgen
by admin | aug 4, 2022 | Economie
De uitbuiting van Filipijnse arbeiders op de bouwwerf van chemiebedrijf Borealis lokt veel reactie uit. “Terecht,” vindt de Belgische transportbond BTB-ABVV, “het gaat over de regelrechte uitbuiting van buitenlandse werknemers.” Ook ACV – bouw, industrie en energie (ACVBIE) reageert: “De sociale uitbuiting en mensenhandel op de Borealis-werf toont aan dat de bouwsector in België steeds verder aan het verrotten is.”
Het zou gaan om 55 vermoedelijke slachtoffers van mensenhandel die ontdekt werden op de werf van chemiereus Borealis. Zij kregen een loon van maximum 650 euro per maand en werkten 6 op de 7 dagen aan de bouw van een nieuwe fabriek. Het Antwerpse arbeidsauditoraat onderzoekt de zaak.
Stuk voor stuk ernstige misdrijven. In persartikels en politieke reacties worden allerlei verklaringen naar voor geschoven over hoe dit kon gebeuren. Het zou liggen aan de gebrekkige Europese detacheringsregels, te weinig controles en te weinig controleurs, een kluwen van onderaannemingen waar een kat haar (malafide) jongen niet in terugvindt …
“En elk van die verklaringen is waar,” constateert de socialistische transportvakbond BTB, “maar de echte reden is eigenlijk simpel: het is Borealis zélf die de volledige verantwoordelijk moet nemen voor wat er op haar werf gebeurt.”
Borealis zegt “mee te willen werken” aan het onderzoek
Dat zijn cynische vijgen na Pasen, vindt de vakbond, “want hoewel multinationale ondernemingen en grote bedrijven heel wat werk uitbesteden aan onderaannemers, wassen ze hun handen in onschuld als er in die keten van onderaanneming iets misloopt, terwijl ze goed genoeg weten wat er gebeurt als ze geen garanties eisen van hun onderaannemers en niet toezien op wat er in hun toeleveringsketen gebeurt.”
Bovendien, zo voegt ACV – bouw, industrie en energie (ACVBIE) toe: “Als firma’s als Borealis per uur 50 euro loonkosten betalen aan de onderaannemer komt daarvan slechts 5 euro in het loonzakje van de buitenlandse arbeider terecht. De mensenhandelaars lopen met de woekerwinsten weg.”
BTB vindt dit een cynisch verhaal. Want ‘We wisten het niet’ getuigt volgens de vakbond van cynische medeplichtigheid met diegenen die het vuile werk voor hen opknappen. “Met één doel: geld verdienen”, gaat de vakbond verder. “Het moet immers steeds goedkoper. Deze race to the bottom wordt al langer aangeklaagd door vakbonden wereldwijd. Toch gebeurt er veel te weinig om de opdrachtgevers daadwerkelijk verantwoordelijk te stellen voor hun onethisch wangedrag.”
Opdrachtgevers moeten verantwoordelijkheid nemen
BTB voegt eraan toe dat bedrijf Borealis hierin jammer genoeg niet de enige is, en ook de bouwsector niet. “Dergelijke excessen gebeuren ook in de transportsector, de vleesverwerkende industrie, de kledingsector, ….”
Dat illustreert de vakbond met een voorbeeld uit Denemarken. “Niet zo lang geleden ontdekte de Deense vakbond 3F zowaar een ‘kamp’ waar honderden Filipijnse truckers verbleven tijdens hun verplichte rusttijd. Net zoals bij Borealis werden ze veel te weinig betaald en leefden ze in erbarmelijke omstandigheden. Georganiseerde fraude en uitbuiting met medeplichtigheid van buitenlandse uitzendbureaus in een kluwen van onderaanneming.”
Dichter bij huis zorgde de Belgische Transportbond BTB voor een Filipijnse chauffeur die samen met 23 collega’s reageerde op een advertentie om voor een Oostenrijkse transportfirma te werken. De chauffeur werd aangeworven door de firma IMI SPED, geregistreerd in Slovakije. “Hij kwam daar terecht via een ‘agentschap’ DEBEDA (ondertussen verdwenen na klachten) en verdiende 480€ per maand om 45 tot 50 uur per week te werken.
De chauffeur kreeg zijn opdrachten per sms en werkte, leefde, sliep … in zijn vrachtwagen. Tot de politie hem stopte en de man bij de vakbond terechtkwam. Ondertussen is hij erkend als slachtoffer van mensenhandel.”
“Wat mis liep bij Borealis is geen alleenstaand geval. Het is het topje van een enorme ijsberg”, benadrukt BTB.
Meer inspecteurs
Voor regio Vlaanderen werken op dit moment 8 inspecteurs op de dienst gespecialiseerd voor de transportsector. “Al jaren eisen de vakbonden meer inspecties en inspecteurs, want 8 is een habbekrats als we zien hoeveel trucks er dagelijkse over onze wegen rijden”, aldus de vakbond.
“Die inspecteurs dweilen met de kraan open. Het is cynisch vast te stellen hoe excellenties zoals Minister Van Quickenborne (van Justitie en vice-premier, Open Vld) vandaag verontwaardigd reageren op de Borealis-case en hoe hij de aanwerving van extra inspecteurs aankondigt”. Het gaat hierbij over enkele tientallen nieuwe inspecteurs, zegt BTB. “Terwijl we daar een veelvoud van nodig hebben.”
Ook ACVBIE vindt dat er aanzienlijk geïnvesteerd moet worden in het arbeidsauditoraat en dat de inspectiediensten versterkt moeten worden. Daarnaast vindt die laatste ook dat er een beperking moet komen op de keten van onderaannemers. “Ook moet er een aanwezigheidsregistratie ingeschakeld worden, zodat iedereen geregistreerd staat voor zijn werktijd op de werf.”
Echt vervolgen graag, geen kluwen van juridische procedures
Een andere vaststelling van BTB is de volgende: Wie geld genoeg op tafel kan leggen komt weg met sociale en fiscale fraude en structurele uitbuiting. “Jost, één van de grootste transportfirma’s in België, werd na een actie van de inspectiediensten beschuldigd van vergelijkbare praktijken als bij Borealis. Toch kwam het bedrijf er met een schikking van 30 miljoen euro met het gerecht vanaf af, het bedrijf kocht zijn misdrijven af.”
En dat is volgens de vakbond een algemene trend. Zo werd een ander transportbedrijf door BTB voor de rechters gedaagd in een dossier over sociale dumping, maar dat proces sleept al zes jaar aan en loopt vast in een kluwen van juridische procedures. “Ook de Limburgse transportfirma RMT werd veroordeeld, maar ging prompt failliet. Daar zijn de Bulgaarse chauffeurs dan de dupe van, zij kunnen naar hun centen fluiten.”
Gerechtelijke procedures duren veel te lang, vindt de vakbond. “Vervolging wordt veel te gemakkelijk afgekocht en de organisatoren van de uitbuiting doen ondertussen rustig verder onder een andere dekmantel.”
Opdrachtgevers moeten verantwoordelijkheid nemen
De transportbond vindt het hoog tijd dat we optreden tegen bedrijven die aan de basis liggen van malafide netwerken. En dat het gedaan moet zijn met werkkrachten steeds minder uit te betalen, om als bedrijf steeds meer geld te verdienen. “Wie opdrachten uitbesteedt moet verantwoordelijkheid nemen voor de verdere uitvoering. Samenwerken met fraudeurs of onethische constructies moet bestraft worden”, aldus BTB. En die bestraffing ligt volgens de vakbond in de handen van de overheid.
Ook ACVBIE blijft dit aankaarten in het sociaal overleg met de werkgevers, maar stelt vast dat dit proces traag en moeizaam vordert. “Werkgevers zijn het hier soms mee eens, maar vrezen voor teveel regels en controles bij de kleine lokale bouwbedrijven”, aldus de vakbond. Voor ACVBIE moet er ook vanuit politieke hoek initiatief genomen worden. “We blijven in ieder geval alles in het werk stellen om de regeringen en werkgeversorganisaties te overtuigen om hierin de krachten te bundelen.”
Socialistische vakbond BTB concludeert dat het hoog tijd is voor een deontologische code opgelegd door de bedrijven, om deze vervolgens op te leggen aan de onderaannemers en deze ook af te dwingen.”
“Het is tijd om corporate greed te vervangen door due diligence!”
Bron: DeWereldMorgen
by admin | aug 4, 2022 | Sectoren
De partijen van de Federale Regering bereikten op 19 juli een akkoord over de pensioenhervorming. Er wordt een minimumpensioen van 1.500 euro ingevoerd, maar je moet minstens 20 jaar effectief gewerkt hebben om daar recht op te hebben. Demograaf Patrick Deboosere (VUB) gaat tegen de stroom in, pleit voor vrije tijd als vorm van welvaart en tegen ongeremde economische groei: “Klimaatjongeren en vakbonden delen meer dan ze denken”.
Professor, de Vivaldi-regering heeft een minimumpensioen van 1.500 euro ingevoerd, voor wie 45 jaar gewerkt heeft. Dat zal een grote groep gepensioneerden uit de armoede weghouden.
Patrick Deboosere: “Klopt, maar het blijft laag. 1.500 euro is bijvoorbeeld niet voldoende om de maandelijkse kosten van een woonzorgcentrum te betalen. Bovendien moet je de volle 45 jaar gewerkt hebben om recht te hebben op het volledige pensioen. Wie 40 jaar gewerkt heeft, zal het met 40/45sten van 1.500 euro moeten stellen.”
Schets de geschiedenis eens van de vrije tijd en het pensioen. We hebben die niet altijd gehad, toch?
“Vrije tijd is een belangrijke vorm van welvaart. Groeiende productiviteit van de economie zorgt niet enkel voor meer rijkdom, mensen willen dat ook in meer vrije tijd omzetten. Denk aan de 8-urendag, de 40-urenweek en het betaald verlof. Na de Tweede Wereldoorlog werkten we in België gemiddeld zo’n 2.100 uren per jaar. Vandaag is dat ongeveer 1.500 uren per jaar. Meer vrije tijd kan ook om extra tijd voor studie gaan, en over pensioentijd. In arme landen werken de mensen harder, verdienen ze minder geld en krijgen ze ook geen pensioen. Tijd is een kostbaar goed, als je tijd verliest, komt die nooit meer terug.”
“Tot ongeveer het jaar 2000 kenden we een collectief proces van arbeidsduurvermindering. De laatste grote stap daarin was de invoering van de 38-urenweek. Arbeidsduurvermindering is altijd een belangrijk strijdpunt geweest van de vakbeweging, terwijl er van patronale zijde altijd verzet was. Het neoliberale economische denken past perfect in dat patronale streven om arbeidstijd te maximaliseren. Dit belet niet dat mensen hunkeren naar meer vrije tijd. De laatste jaren zie je dat de arbeidsduurvermindering individueel wordt en dat mensen daarvoor zelfs loon inleveren. Veel jonge mensen kiezen ervoor om vier vijfde te gaan werken. Nu, dat moet je je wel kunnen veroorloven. Als je loon maar 1.600 euro bedraagt, is het moeilijk nog 20 procent te laten vallen voor wat vrije tijd.”
De laatste jaren zie je dat de arbeidsduurvermindering individueel wordt en dat mensen daarvoor zelfs loon inleveren.
“Na het jaar 2000 zie je dat de ideologie van het verplicht werken terug opgang maakt. Het wordt moreel fout gevonden dat je iets anders met je tijd doet dan voor geld werken, en daar horen maatregelen bij zoals het voorwaardelijk maken van uitkeringen. Je krijgt enkel je uitkering als je inspanningen doet om werk te vinden.”
“Daarbij hoort ook een nieuw taalgebruik. Vroeger had de overheid het over werkloosheidscijfers, en deed ze haar best om werkzoekenden aan een job te helpen. Vandaag, ook in het pensioenakkoord en de rapporten van de Vergrijzingscommissie, heeft men het over de arbeidsparticipatiegraad. Altijd opnieuw krijg je steeds verder opgedreven doelstellingen. Nu moet de arbeidsparticipatie in België naar 80 procent. Is dat nodig? Is dat realistisch? Niemand die zich die vraag stelt. Het is deels ook een ideologische index. Uiteindelijk wordt die bepaald door te kijken welk deel van de bevolking minstens één uur per week werkt. Het is eigenlijk een disciplineringsindex. Landen worden ertoe gedreven om zoveel mogelijk mensen in te schakelen in de markteconomie. De beste leerling van de klas is dan vaak Nederland, waar zeer veel mensen een deeltijdse baan hebben. Ook studenten en scholieren werken er een paar uur per week, net als veel gepensioneerden. Als je kijkt naar het totale volume gewerkte uren ten opzichte van de totale bevolking zijn Nederland en België niet zo verschillend. Maar het argument van de arbeidsparticipatiegraad wordt voortdurend gebruikt om de uitkeringen van de werkloosheid in vraag te stellen of sancties in te voeren om langdurig zieken aan het werk te krijgen.”
Neoliberaal model
Waarom moeten we allemaal aan de slag?
“Het Keynesiaanse economisch model is vraaggestuurd. Economische groei wordt gerealiseerd door de vraag te stimuleren. Het gaat ervan uit dat inkomen een economie doet draaien, en wil er dan ook voor zorgen dat zoveel mogelijk mensen een inkomen hebben. Wie geen werk heeft, of stopt met werken omwille van ouderdom of ziekte, krijgt een vervangingsinkomen zodat de consumptie niet stilvalt. Tegelijk zal dit model consumptie proberen te maximaliseren door bijvoorbeeld reclame of mode.”
“Kijk je nu naar het neoliberalisme, dan is het net omgekeerd. Om economische groei te realiseren moet je de aanbodsfactoren, arbeid en kapitaal, stimuleren. Arbeid moet flexibeler worden, en regels op kapitaal moeten zoveel mogelijk worden afgeschaft. Het is natuurlijk een economisch denken dat beter aansluit bij de belangen van grote bedrijven, multinationals en de ultrarijken. Dit neoliberale economische denken valt ook perfect samen met het streven van een aantal Europese leiders om de grootste economie in de wereld te worden. Sinds de jaren 90 is het economisch beleid van de Europese Unie erop gericht om sneller te groeien dan de concurrentie. Als je naar de productiviteit kijkt, de meerwaarde per gewerkt uur, dan zit de productiviteit in Europa op hetzelfde niveau als in de Verenigde Staten. Maar Amerikaanse werknemers werken gemiddeld ongeveer 1.800 uur per jaar. Het is dus zaak om het aantal gewerkte uren op te drijven. En daarvoor moet iedereen zoveel mogelijk aan de slag. Wie deeltijds werkt moet meer werken, wie ziek is moet zo snel mogelijk herbeginnen, wie wil stoppen met werken moet zijn pensioen uitstellen. Dat is de reden dat er steeds gepleit wordt voor een hogere pensioenleeftijd, maar ook de reden dat de pensioenen relatief laag blijven. Zodat iedereen toch minstens moet proberen om te werken tot hij een volledig pensioen verdiend heeft.”
Sinds de jaren 90 is het economisch beleid van de Europese Unie erop gericht om sneller te groeien dan de concurrentie.
“Zoals ons economisch systeem nu werkt, plegen we roofbouw op de mens en op de planeet, want die ongeremde groei kost ons energie en grondstoffen, en die zijn niet oneindig. Ik vind dat er dringend een front moet komen tussen de vakbonden die voor pensioen en werktijdvermindering strijden, en de klimaatjongeren. Ze hebben meer met elkaar gemeen dan ze misschien denken.”
Solidariteitsbijdrage
Zijn de pensioenen wel nog betaalbaar?
“Ja natuurlijk. Pensioenen worden betaald door de sociale zekerheid. Het is een verzekering, maar tegelijk een systeem met een sterke solidaire inslag. Ik sta een deel van mijn loon af, zodat wie niet meer werkt nog een inkomen heeft. Dat mag je niet als een gewone belasting zien waar de overheid mee doet wat ze wil. Sociale zekerheid vormt geen onderdeel van de belastingen. De verlaging van de patronale bijdragen voor de sociale zekerheid die de regering Michel heeft doorgevoerd was in wezen ook een loonsverlaging, geen belastingsverlaging. Een deel van het loon dat, in onderling akkoord tussen patroons en vakbeweging, opzij gezet wordt voor de sociale zekerheid, moesten patroons plots niet langer betalen. Je organiseert als het ware verder het tekort op de sociale zekerheid. Nu is het wel zo dat de sociale zekerheid al geruime tijd wordt aangevuld uit de algemene middelen. Een deel van de belastingen wordt gebruikt voor de financiering van de sociale zekerheid. Maar onze sociale zekerheid is ook veel breder dan een verzekerd inkomen voor wie oud of ziek wordt. Denk maar aan de gezondheidszorg. Een sterke sociale zekerheid is van onschatbare waarde en er is voldoende rijkdom in ons land om die ook te financieren. Als je aanvullende inkomsten voor de sociale zekerheid zoekt, kan je beter kijken naar een belasting op vermogens, of op hogere belastingschalen voor de hoogste inkomens.”
De regering wil in de toekomst ook de tweede pensioenpijler, het aanvullend pensioen door de werkgever veralgemenen.
“We moeten vooral inzetten op een versterking van de eerste pijler. De tweede pijler is in essentie een privatisering van het pensioen. Je kan in Nederland zien wat dat betekent: minder efficiëntie en een hogere kost. De Nederlandse nettolonen zijn hoger dan in België, maar als werknemer betaal je wel gemiddeld 20 procent van je loon als bijdrage voor pensioen. De kost van de pensioenen duikt dan niet op in het zogenaamde overheidsbeslag. Het kost niet minder, maar het passeert niet langs de overheid. Wat mij betreft is dat geen doel op zich.”
We leven niet langer dan vroeger
Je hoort nu vaak dat we langer leven, en dat je daarom langer moet werken.
“Dat is een misvatting, dat we langer leven! Onze arbeids- en leefomstandigheden hebben de risico’s op vroegtijdig sterven enorm doen afnemen. En ook de geneeskunde heeft stappen vooruit gezet, waardoor minder mensen jong sterven. Dan zie je de gemiddelde leeftijd waarop mensen doodgaan natuurlijk opschuiven, maar dat betekent nog niet dat we langer leven of langer gezond blijven. Eén derde van de mensen in de leeftijdsgroep tussen 55 en 64 heeft in het dagelijks leven te kampen met gezondheidsproblemen. Dat de gemiddelde leeftijd van overlijden stijgt, betekent nog niet dat het verouderingsproces plots niet meer bestaat.”
“Als je nu de pensioenleeftijd verhoogt, dan probeer je dus mensen aan het werk te houden die dat niet meer kunnen. Het gevolg is een uitstroom naar ziekte en invaliditeit. Vandaag zijn er al een half miljoen mensen ziek thuis. Daar zitten veel oudere mensen tussen.”
“Kijk nu ook eens naar wie dat debat voert. Politici, academici en journalisten. Wij hebben natuurlijk het geluk om zeer interessant werk te doen, dat fysiek niet zwaar is. Wij hebben van onze hobby ons beroep gemaakt, en hebben vooral vragen over wat we na onze pensionering nog aan zinvol werk kunnen doen. Dat maakt de zaak niet van de mensen wiens pensioenleeftijd nu verhoogd wordt. Een heleboel mensen doen zwaar en onaangenaam werk. En er is ook een grote groep mensen die op zich interessant en nuttig werk doen, en dat ook met veel passie doen, maar die het op een zekere leeftijd niet meer redden. Denk maar aan kinderverzorgers of leerkrachten.”
Het pensioenakkoord van de Vivaldi-regering koppelt voor het eerst het pensioen aan effectief gewerkte jaren. Als je niet minstens 20 jaar gewerkt hebt, kan je geen minimumpensioen krijgen. Dat zullen veel mensen logisch vinden.
“Ja, ze doen wel hun best om een bepaald beeld erin te krijgen. Alsof mensen met plezier niets doen, alsof de mens per definitie lui is. Werk is levensnoodzakelijk. Werken geeft je het gevoel nuttig te zijn, zorgt ervoor dat je met andere mensen in contact blijft. Dan hoor je: een zelfstandige die heel zijn leven gewerkt heeft, krijgt minder pensioen dan iemand die heel zijn leven werkloos was. Maar dan is de vraag natuurlijk: had die werkloze dan zijn levensproject gemaakt van niet te hoeven werken? Of was het bijvoorbeeld iemand die thuis voor de kinderen gezorgd heeft? Misschien was die persoon lange tijd ziek?”
“Als het dan over arbeid gaat, moet dat altijd vermarkte arbeid zijn. Dat is niet het enige werk dat mensen doen. Ze nemen zorgtaken op, doen het huishouden, zijn actief in verenigingen, als ze jong zijn maar ook na hun pensionering. Als je doet alsof dat allemaal onbelangrijk is, krijg je het taalgebruik en de pensioenhervorming die we nu hebben. En vooral vrouwen, die vaker zorgtaken opnemen en dus minder snel een volledige loopbaan opbouwen, zijn hier het slachtoffer van. Men stelt het ook voor alsof het over grote vleespotten gaat. Wie twintig jaar heeft gewerkt en bijvoorbeeld nog bijkomend voor een periode van 5 jaar kan terugvallen op een gelijkgestelde periode, zal het moeten rooien met 25/45ste van 1.500 euro. Soms hoort men dan het argument dat men nog altijd wel beroep kan doen op een inkomensgarantie. Klopt, maar men verliest uit het oog dat pensioen een recht is, terwijl leefloon en inkomensgarantie aan allerlei voorwaarden zijn onderworpen. Je kan bijvoorbeeld gedwongen worden om eerst je woning te verkopen. Denk ook aan de onmenselijke controles waaraan ouderen met inkomensgarantie (IGO) in 2019 werden onderworpen. Elk verblijf in het buitenland van meer dan één nacht moest worden gemeld en postbodes waren gevorderd om dat te controleren. Gelukkig is dat nu afgezwakt, maar het blijft problematisch.”
“Men stelt het ook altijd voor alsof pensioenen in een diepe put verdwijnen. Maar niets is minder waar. Pensioenen komen direct terug in de economie. De bakker, de tandarts, de fietshersteller, ze verdienen allemaal een deel van hun inkomen dankzij de pensioenen. Hetzelfde kan niet worden gezegd van kapitalen die, al dan niet wettelijk, naar het buitenland verdwijnen.
Bron: De Wereld Morgen
by admin | aug 4, 2022 | Economie
Ondanks eerdere beloftes kondigt de federale regering vandaag aan dat ze in de toekomst meebetaalt voor het kernafval en de risico’s bij het langer ophouden van kerncentrales Doel 4 en Tihange 3. Met deze Engiedeal gaat de regering plat op de buik voor Engie-Electrabel”, reageert PVDA-volksvertegenwoordiger Peter Mertens.
“De rode lijnen die de regering eerder neergezet heeft worden nu duidelijk overschreden. De kosten voor de verlenging worden doorgeschoven naar de werkende klasse. Met deze Engiedeal gaat de regering plat op de buik voor Engie-Electrabel,” reageert PVDA-volksvertegenwoordiger Peter Mertens. De PVDA verzet zich tegen een akkoord waarbij winsten worden geprivatiseerd en de risico’s worden gedragen door de samenleving.
De regering besliste in maart om de onderhandelingen voor het langer openhouden van Doel 4 en Tihange 3 met exploitant Engie-Electrabel op te starten. Ze besliste daarbij over twee rode lijnen: de regering zou geen exploitant worden en niet betalen voor het kernafval. “De regering breekt in deze Engiedeal duidelijk beide beloftes,” kaart Peter Mertens aan. “Ten eerste zet de regering samen met Engie een nieuw bedrijf op. Dat ze geen rechtstreekse exploitant wordt, is dus slechte politieke prietpraat. Keer op keer is aangetoond dat in dergelijke publiek-private samenwerkingsverbanden de winsten voor de privé zijn, de verliezen voor de samenleving,” legt hij uit. “Ten tweede schrijft de regering dat ‘de kosten voor het kernafval voor de exploitant zijn’, maar tegelijk geeft ze toe dat de overheid boven een bepaald, vooraf vastgelegd maximumbedrag zal opdraaien voor alle meerkosten. Experts zeggen dat die kosten vandaag onderschat worden. Deze intentieverklaring zal de factuur in de toekomst dus bij de belastingbetaler leggen.”
Volgens de PVDA toont de communicatie van Engie, dat het slechts over een ‘niet-bindende intentieverklaring’ gaat, aan dat het bedrijf nog meer wil binnenhalen. Mertens: “De multinational wil altijd maar meer. Minister Van der Straeten heeft ondertussen wel al een bocht van 180 graden gemaakt, en al haar beloftes en principes gebroken.”
“De verklaring zwijgt ook in alle talen over de overwinsten die Engie-Electrabel vandaag met de kerncentrales boekt. Dat is vreemd, want dat moet op de onderhandelingstafel gelegen hebben,” vervolgt Peter Mertens. De PVDA eist al van in het begin van de energiecrisis dat de overwinsten afgeroomd worden. “Tot het moment dat die taks er komt, blijft Engie alle overwinsten in eigen zak steken. Met dit princiepsakkoord lijkt het dat ze dit in de toekomst onbeperkt mogen blijven doen.”
Bron: PVDA