OESO knipt stevig in groeiprognose wereldeconomie door oorlog in Oekraïne

OESO knipt stevig in groeiprognose wereldeconomie door oorlog in Oekraïne

De wereldwijde economie zal dit jaar maar met 3 procent groeien, en niet met 4,5 procent zoals eind vorig jaar nog werd vooropgesteld. Dat meldt de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO).

Dat de OESO de wereldwijde groeiprognose bijstelt, heeft alles te maken met de economische gevolgen van de oorlog in Oekraïne. Rusland viel het land eind februari binnen. De vorige prognose dateert van december. Normaal komt de OESO ook in maart met een update, maar dat was dit jaar niet gebeurd net door de grote onzekerheid aan het begin van de oorlog. Een ander gevolg van de oorlog is de hoge inflatie. De OESO verwacht dat de inflatie in de 38 ontwikkelde landen die lid zijn van de organisatie, dit jaar 8,5 procent zal bedragen. Dat is een verdubbeling tegenover de vorige prognose. Als die voorspelling uitkomt, zal de inflatie het hoogste peil bereiken sinds 1988.

‘De wereld zal een hoge prijs betalen voor de Russische oorlog tegen Oekraïne’, zei OESO-hoofdeconoom Laurence Boone. ‘Er speelt zich onder onze ogen een humanitaire crisis af, waarbij duizenden mensen overleden zijn en miljoenen mensen hun huis ontvlucht, en die het economisch herstel bedreigt dat bezig was na twee coronajaren.’

Voor de eurozone voorspelt de OESO een economische groei dit jaar van 2,6 procent (tegenover een prognose van 4,3 procent in december). De Belgische economie zou met 2,4 procent groeien. De Verenigde Staten krijgen een prognose van 2,5 procent, het Verenigd Koninkrijk 3,6 procent en China 4,4 procent. 

Bron: Trends

Wat hebben de onderwijskoepels gedaan om de job van leerkracht aantrekkelijker te maken?

Wat hebben de onderwijskoepels gedaan om de job van leerkracht aantrekkelijker te maken?

De dochter van een collega kreeg te horen dat ze geen examen Nederlands zal hebben. Dat komt goed uit, want het voorbije trimester was er toch al zo goed als geen les gegeven. Het is slechts een van de vele, al te herkenbare anekdotes over het lerarentekort in Vlaanderen.

Over dat zeer schrijnende probleem laten nu ook de grote onderwijskoepels zich horen. In een opiniestuk in De Standaard verwijten de bazen van het vrije (katholiek) en gemeenschapsonderwijs bevoegd minister Ben Weyts (N-VA) een gebrek aan dadendrang. Dat is een lichtjes verbazingwekkende stellingname.

Met de inhoud van hun kritiek is niet zoveel mis. Het actieplan dat de minister lanceerde bij een vorige noodkreet over het lerarentekort zal tekortschieten. En als bevoegd minister is Ben Weyts nu eenmaal de politieke eindverantwoordelijke van het onderwijsbeleid, al gebiedt de intellectuele eerlijkheid wel te zeggen dat de lerarenkwestie al minstens tien jaar aansleept, en bijgevolg de signatuur draagt van opeenvolgende ministers van Onderwijs, van alle kleuren van de regenboog.

Juist daarom verbaast het betoog van de onderwijskoepels nu. Waar hebben zij de voorbije tien jaar gezeten? De ene onderwijsbaas was voorheen kabinetschef van een vorige minister, de ander zit al acht jaar op post. Wat hebben zij concreet gedaan om het lerarentekort weg te werken? In de krant van tien jaar geleden kan je de waarschuwingen terugvinden voor de toenemende instroom van kinderen in het lager en secundair onderwijs, én voor de gelijktijdige uitstroom uit het vergrijzende lerarenkorps. In dezelfde krant kan je lezen dat één op de drie startende leerkrachten snel weer afhaakt – letterlijk dezelfde cijfers als vandaag, tien jaar later. Wat hebben de onderwijskoepels gedaan om die trend te keren?

De onderwijskoepels vinden dat de minister met meer geld over de brug moet komen om oudere, van elders instromende leerkrachten gepast te verlonen. Een terechte eis, maar tegelijk staan die koepels toe hoe in hun scholen zovele jonge krachten met de rook door de schouw verdwijnen. Een van hun blijvende frustraties is dat beginnende leerkrachten soms jarenlang moeten husselen en puzzelen met uurroosters. Veel tijd blijft verloren gaan door administratieve last die amper iets bijdraagt aan de onderwijskwaliteit. Dat vreet de motivatie weg. Wat hebben de onderwijskoepels gedaan om de job van leerkracht en de inhoud van vakken aantrekkelijker te maken?

Ook nu weer klinkt de roep op om een loopbaanpact voor het onderwijspersoneel af te sluiten. Uitstekend idee. Het gaat dan ook al minstens tien jaar mee. Al die tijd beten ministers de tanden stuk op de impasse tussen werkgevers en werknemers, onderwijskoepels en vakbonden. Eenzijdige opiniestukjes zullen die bevroren situatie niet ontdooien.

De huidige ellende is de historische verantwoordelijkheid van alle spelers in het onderwijsveld: politiek, koepels, bonden. Een oplossing zal samenwerking voorbij de eigen taboes en verlangens vergen. De situatie is er ernstig genoeg voor.  Bron:  De Morgen

Het lerarentekort in cijfers: nu al meer dan dubbel zoveel openstaande onderwijsvacatures als 5 jaar geleden | VRT NWS: nieuws

Zelfs 1 september wordt duurder

Zelfs 1 september wordt duurder

De boekentas van uw kind – en alles erin – kost 5 tot 10 procent meer.

Als u al schoolspullen bent gaan shoppen voor uw kroost, heeft u het al gemerkt: zelfs 1 september wordt duurder. Ook voor gommen, cursusblokken en geodriehoeken betaalt u meer dan vorig jaar, en dat gemiddeld 5 tot 10 procent. Vooral papierwaren werden duurder.

De coronacrisis, de stijgende grondstofprijzen, de hogere energiekosten, de oorlog in Oekraïne en de inflatie: het zijn de boosdoeners voor zowat elke prijsstijging tegenwoordig. Dat voelen we niet alleen in de supermarkt, de huizenmarkt of aan het tankstation, maar ook in de boekentas van onze schoolgaande kinderen. Ook schoolspullen worden namelijk duurder, en dat gemiddeld 5 à 10 procent.

DUURDERE SCHRIFTJES

“We hebben de stijgingen van de grondstofprijzen niet volledig kunnen compenseren voor onze klanten. Dat maakt alleszins dat geen enkel product dit jaar goedkoper is dan vorig jaar”, aldus Paulien Kurris van Dreamland. “Vooral papierprijzen zijn gigantisch gestegen door de oorlog in Oekraïne en de hogere containerprijzen in China.”

Voor schriftjes en cursusblokken betaal je dus een stuk meer dan vorig jaar, gemiddeld 20 procent. “Ook rugzakken en pennenzakken kosten meer door de stijging van de containerprijzen in de herfst van 2021. Schrijfwaren zijn slechts licht in prijs gestegen, omdat we voor de oorlog in Oekraïne al veel stock besteld hadden.”

“Net als veel andere sectoren ondervindt onze aankoopafdeling enkele prijsstijgingen”, zegt ook Joyce Desmaele van Fun. “Een klein aantal leveranciers van rugzakken en boekentassen verhoogt de prijzen met 5 procent, maar de meeste boekentassenmerken voorzien de prijsstijgingen pas voor 2023. Hier en daar zijn er wel al kleine prijsstijgingen voor het schoolmateriaal. We zijn niet van plan om al die prijsstijgingen door te rekenen aan de klant.”

DINOSAURUSSEN EN EENHOORNS

Fun en Dreamland verzekeren wel dat er voldoende budgetvriendelijk schoolmateriaal beschikbaar is. “We weten dat de koopkracht van de klant zwaar onder druk staat en we helpen hen graag met kortingsacties. Er is voor ieder budget wat wils.” Zo vind je bij Dreamland bijvoorbeeld een rugzak vanaf 10,95 euro, vier cursusblokken voor 2,95 euro en een ringmap voor 1,50 euro.

Dinosaurussen en unicorns blijven blijkbaar de grootste trend bij schoolgaande kinderen. Ook duurzame schoolspullen zijn aan een opmars bezig volgens Dreamland. “Ons eigen merk Kangourou heeft bijvoorbeeld producten met een voering uit gerecycleerde petflessen. Ook lokaal kopen is populair: heel wat Belgische merken komen op in het back-to-schoolsegment”, aldus Paulien Kurris van Colruyt Group.

Bron: De Morgen

Bezoek aan psycholoog mag niet leiden tot discriminatie door verzekeraars!

Bezoek aan psycholoog mag niet leiden tot discriminatie door verzekeraars!

Eerder deze week bracht de Vereniging van Psychologen enkele schokkende getuigenissen naar buiten. Getuigenissen van mensen die, omwille van bezoeken aan een psycholoog, gediscrimineerd worden door verzekeraars. Ze moeten hogere premies ophoesten bij het aangaan van bijvoorbeeld een schuldsaldoverzekering of bij het afsluiten van een verzekering gewaarborgd inkomen. “Vandaag is het eindelijk geen  taboe meer om beroep te doen op hulpverlening voor mentale problemen. Het is dan ook onaanvaardbaar dat verzekeringsmaatschappijen mensen discrimineren, louter omwille van een hulpvraag”, zo stelde kamerlid Robby De Caluwé tijdens het vragenuur.

Een psycholoog moest van de verzekeraar een verslag opmaken over iemand die 10 jaar geleden bij haar 3 sessies had gevolgd om van rijangst af te geraken. Een andere cliënt had een spinnenfobie en moest aan de verzekeraar een hoge bijpremie betalen. Dit zijn enkele getuigenissen die de Vereniging van Psychologen afgelopen dinsdag aan het licht bracht.

Federaal volksvertegenwoordiger Robby De Caluwé ondervroeg minister Dermagne over deze praktijken. “Deze discriminatie is onaanvaardbaar. Psychische hulpverlening raakt eindelijk uit het verdomhoekje. Het is geen taboe meer om beroep te doen op hulpverlening voor mentale problemen. Het is dan ook onaanvaardbaar dat verzekeringsmaatschappijen mensen discrimineren, louter omwille van een hulpvraag.”

Dat ook mensen met een fysieke ziekte, zoals diabetes type I, worden gediscrimineerd is al langer bekend. Ze zouden namelijk een hoger gezondheidsriscio lopen. Echter hebben volgens De Caluwé de meeste onder hen een veel gezondere levensstijl dan anderen doordat zij dagelijk hun ziekte monitoren, ze weten op elk moment van de dag wat hun gezondheidsparameters zijn. “Mijn eigen zus is diabetespatiënt en leeft zelfs gezonder dan ikzelf. Het is dan ook niet logisch dat zij hogere verzekeringspremies moet betalen”, aldus De Caluwé.

Eind 2020 heeft het federaal parlement er al voor gezorgd dat mensen die genezen zijn van bepaalde kankers ‘het recht krijgen om vergeten te worden’ door verzekeraars na 10 jaar. Dat wil zeggen dat verzekeraars vanaf dat ogenblik geen rekening meer mogen houden met de medische achtergrond bij het afsluiten van een verzekering. “We moeten nu hetzelfde doen voor mensen met chronische aandoeningen die onder controle zijn. Mentaal én fysiek. Eind 2021 werd onze resolutie voor de schuldsaldoverzekering bij een woonlening hier in dit parlement gestemd en goedgekeurd. Het is nu aan de regering om het aantal ziektes of aandoeningen te omschrijven en dit zo snel mogelijk tot uitvoering laten komen. Binnenkort komt ook het wetsvoorstel van collega Kathleen Verhelst en mezelf ter stemming om dit ook bij de verzekering gewaarborgd inkomen mogelijk te maken”, zo besluit De Caluwé.

Minister Dermagne antwoordde dat de regering werk zal maken om het recht om vergeten te worden uit te breiden naar zowel fysieke als mentale ziektes. Er zal binnenkort een lijst met ziekten worden opgesteld op basis van het advies van het Federaal Kenniscentrum voor Gezondheidszorg.

Bron: O-VLD

De echte oorzaken van de wereldwijde voedselcrisis

De echte oorzaken van de wereldwijde voedselcrisis

De prijs van het brood stijgt zienderogen. Ook andere voedingsmiddelen worden duurder. De Verenigde Naties luiden zelfs de alarmbel over de voedselsituatie in de wereld. Volgens de FAO, de voedsel- en landbouworganisatie van de VN, geraken in de komende maanden nog maar eens 13 miljoen extra mensen ondervoed, vooral in Afrika en Azië.

Het internationaal economisch weekblad The Economist overdreef niet toen het op zijn voorpagina sprak over de “komende voedselcrisis”. Net als vele andere kranten en tijdschriften die het nu over die voedselcrisis hebben, legt The Economist het verband met de oorlog in Oekraïne. Sterker nog, door een voedselcrisis te veroorzaken zou de oorlog “ontelbare levens kosten ver van het slagveld”. Daarmee gaat men toch wat kort door de bocht.

Een langdurige crisis

De huidige oorlog is dan misschien wel de aanleiding, maar is niet de oorzaak. De voedselcrisis is niet dit jaar ontstaan. Tot enkele jaren geleden leek het erop dat de honger in de wereld verminderde. Het aantal mensen met ondervoeding daalde van 811 miljoen in 2005 tot 607 miljoen in 2014. Maar sindsdien gaat het opnieuw de verkeerde richting uit: 650 miljoen in 2019 en weer naar 811 miljoen in 2020.

Deze evolutie heeft niets te maken met een absoluut gebrek aan voedsel. Integendeel, de wereldwijde voedselproductie stijgt al een halve eeuw sneller dan de bevolkingstoename. De graanoogst was vorig jaar de grootste ooit. Bovendien schijnt er geen link te zijn tussen de honger op wereldschaal en de voedselprijzen op de wereldmarkten. Het aantal mensen met honger begon te stijgen in 2014-15, toen de voedselprijzen laag waren.

Kortom, er schort iets fundamenteel aan de manier waarop het voedselsysteem in elkaar zit. Het gaat om een combinatie van factoren die er samen voor zorgen dat de honger toeneemt en de voedselsituatie voor een deel van de wereldbevolking zeer kwetsbaar is.

1. In de eerste plaats zijn veel landen voor hun voedselvoorziening afhankelijk gemaakt van de internationale markten. Sinds de koloniale tijden is de voedselconsumptie geharmoniseerd, zodat vier teelten (graan, rijst, maïs en soja) zorgen voor 60% van alle calorieën die verbouwd worden. Sindsdien is de voedselproductie op grote schaal geïndustrialiseerd met chemische meststoffen en pesticiden. De ontwikkelingslanden werden aangespoord om zich te specialiseren in de teelt van bepaalde landbouwproducten voor de export. Ze konden dan de voedingsmiddelen invoeren.

Sindsdien is de voedselconsumptie van veel landen zeer afhankelijk van de import. Meer dan 20% van de calorieën gaan minstens één grens over voor ze geconsumeerd worden. Vier op de vijf mensen wonen in landen die zelf meer voedsel invoeren dan uitvoeren. Zij zijn dus afhankelijk van de wereldhandel voor hun voedselconsumptie.

In “normale” omstandigheden is dat voor veel landen niet zo’n groot probleem. Europa is bijvoorbeeld op het niveau van het continent zelfvoorzienend en Europese landen hebben voldoende buffers om schommelingen op te vangen. Toch merken we nu bij ons in onze portemonnee ook al de prijzen van de wereldhandel. Men kan zich makkelijk inbeelden dat arme landen nog veel kwetsbaarder zijn.

2. Met de prijzen van voedsel is er ook iets eigenaardig aan de hand. Die worden niet bepaald door de wet van vraag en aanbod. Op de wereldmarkt stijgen de graanprijzen al sinds 2020 en toch is er nog nooit zoveel graan geoogst. Van een tekort is geen sprake. Het probleem is dat de hele markt gedomineerd wordt door enkele gigantische monopolies. Vier bedrijven – ADM, Bunge, Cargill en Dreyfus – controleren 70-90% van de wereldhandel in granen. Deze bedrijven kopen zich nu ook in in andere sectoren: zaden, meststoffen, distributie, enz.

De voedingssector is sterk verbonden geraakt met de financiële sector en de prijzen worden nu vooral bepaald door speculatie. Dat betekent dat de handel in “futures” de prijs van vandaag bepaalt. Men verhandelt vandaag op de wereldmarkt de oogsten van morgen en zelfs van de volgende seizoenen. Als iedereen verwacht dat de situatie op de wereldmarkt in de toekomst zal verslechteren, gaan de prijzen nu omhoog. Vandaar ook dat de periode van de coronacrisis gekenmerkt werd door stijgende voedselprijzen hoewel er voedsel in overvloed was.

Volgens een recent Oxfam-rapport stegen de voedselprijzen tussen maart 2021 en maart 2022 met 30%, meer dan ooit in dezelfde tijdspanne. Tezelfdertijd hebben de superrijken achter de voedingsmultinationals zich enorm verrijkt. De familie die de graangigant Cargill bezit, kon dagelijks 20 miljoen dollar aan het familiefortuin toevoegen. Ze tellen nu twaalf miljardairs in hun rangen, vier meer dan in 2020.

3. Een deel van de gewassen die verbouwd worden, zijn niet beschikbaar als voedsel. Denk aan de markt van biobrandstof. Men schat dat de calorieën aan voedsel die in brandstof verwerkt worden binnenkort gelijk zijn aan het equivalent van de voedingsnoden van 1,9 miljard mensen. En dan is er de dierenvoeding. Ongeveer 40% van het graan dat geoogst wordt in de EU, wordt door koeien opgegeten. En dus zorgt een stijging van de prijs van één product ook voor prijsstijgingen op andere vlakken: als de brandstofprijzen stijgen, zal nog meer biobrandstof geproduceerd worden. En de stijging van de graanprijzen zorgt dan weer voor nog hogere prijzen van dierlijk voedsel.

4. Ten slotte speelt de klimaatverandering een rol. Die veroorzaakt een toename van extreme weerfenomenen. Denk aan de extreme hittegolf die India nu kent. Men schat dat dergelijke hittegolven honderd keer waarschijnlijker geworden zijn door de klimaatverandering. Elk extreem weerfenomeen heeft telkens een effect op de voedselprijzen.

De invloed van de oorlog

Het is belangrijk de onderliggende crisis te verkennen om te begrijpen waarom de huidige oorlog de prijzen nog eens extra de hoogte in jaagt. Rusland en Oekraïne zijn belangrijke exporteurs van graan. Samen zijn ze goed voor 30-35% van de export. Rusland neemt daarvan het grootste deel voor zijn rekening.

Oekraïens graan raakt het land nauwelijks uit, maar Rusland kan ondanks de sancties wel nog graan verkopen op de internationale markt. Daardoor is er op de wereldmarkt slechts een geringe terugval van graan. Het probleem is dat 50 landen wel zeer afhankelijk zijn van Russisch of Oekraïens graan. Voor landen als Egypte, Eritrea en Somalië is dat zelfs meer dan 50%. Wat op wereldvlak een rimpeling op het wateroppervlak is, betekent voor hen een vloedgolf.

Voor een product als zonnebloemolie ligt dat anders. Oekraïne is verantwoordelijk voor meer dan de helft van de wereldproductie en bijgevolg voelen we de gevolgen ook bij ons in Europa. Maar indirect zijn ook andere producten belangrijk voor de landbouw. Rusland is ook een van de grootste exporteurs van chemische meststoffen. Bovendien heeft de landbouw ook nood aan aardolie, die nu veel duurder geworden is.

Op zo’n moment heeft speculatie een sneeuwbaleffect. In Het Nieuwsblad verklaarde de Nederlandse landbouweconoom Bart De Steenhuijsen Piters hoe de grote vier monopoliebedrijven nu de prijzen de hoogte in jagen: “Zij proberen er nu natuurlijk voor te zorgen dat hun handel ook in de toekomst verzekerd blijft. Zij verzamelen dus zo veel mogelijk tarwe voor hun afnemers in het Westen, zodat hun winstgevendheid niet verminderd wordt. Dat fenomeen heeft een véél sterkere impact dan de werkelijke tekorten die er zouden zijn door de oorlog in Oekraïne. Want doordat die bedrijven graan vastleggen voor hun rijke klanten, wordt het duurder en kunnen armere landen – of tenminste: bedrijven in armere landen – het niet meer betalen.” De aandelen van de genoemde bedrijven bereikten op de beurs recordhoogtes sinds de oorlog.

Intussen kampt India met een hittegolf. Op 13 mei vaardigde India een exportstop uit voor graan. De eerste dag waarop er opnieuw handel was in Chicago (het centrum voor de wereldhandel in voedsel), stegen de graanprijzen met 6%. Enkele dagen later waren ze 39% hoger dan bij de start van de Russische inval in Oekraïne.

En dan zijn er de vooruitzichten: China verwacht een mindere graanoogst dit jaar, de VS kampen met droogte. Rusland heeft problemen om pesticiden en zaden te importeren van Europa wegens de sancties. De sancties maken ook de export van Russische meststoffen onzeker. En de prijs van de olie stijgt zienderogen… Als je weet dat speculatie op toekomstige voedselprijzen de evolutie van de huidige prijzen bepaalt, dan is het eenvoudig te begrijpen dat er een sneeuwbaleffect van speculatie op gang gekomen is, dat de prijzen steeds verder de hoogte in drijft. Waar dat gaat eindigen, weet niemand.

Voor mensen in acute hongersnood komt er dan nog een extra probleem bovenop. De hulporganisaties die voedselhulp verspreiden, kunnen het ook allemaal niet meer betalen. Met de budgetten die hulporganisaties hebben, kunnen ze minder eten betalen om hulpbehoevenden te voeden. Het Wereldvoedselprogramma van de Verenigde Naties voorzag vorig jaar maandelijks 10 miljoen Jemenieten met voedselhulp en moet dat nu verminderen naar 8 miljoen. In Oost-Afrika zijn de kosten voor voedselhulp met 65% gestegen. Nu die regio opnieuw geteisterd wordt door hongersnood, is dat natuurlijk rampzalig.

Groeiende tegenstellingen en structurele oplossingen

Voedsel in overvloed en toch lijden steeds meer mensen honger. De prijzen van voedsel swingen de pan uit terwijl er gigantische winsten gemaakt worden. Er worden miljardenwinsten gemaakt door enkelen terwijl miljarden mensen het moeilijk krijgen om de eindjes aan elkaar te knopen. Niets legt de absurditeit en de wreedaardigheid van de systeemcrisis zo duidelijk bloot als de voedselcrisis.

Daar komt onvermijdelijk sociale onrust van. Daarom hield de VN Veiligheidsraad op 19 mei al een vergadering over hoe de voedselcrisis verzet aanwakkert. David Beasley, directeur van het Wereldvoedselprogramma, zei daar: “Toen de prijzen in 2007 en 2008 opflakkerden, zagen we protesten en rellen in meer dan 40 landen. Nu zien we al protesten in landen als Sri Lanka, Indonesië, Pakistan en Peru, terwijl de situatie gedestabiliseerd geraakt in Burkina Faso, Mali en Tsjaad. Het zijn tekenen aan de wand voor wat komen gaat.”

Bij diezelfde gelegenheid riep secretaris-generaal van de VN Gutierrez de Veiligheidsraad op om werk te maken van een politieke oplossing voor conflicten en om te investeren in de vrede. “Belangrijkst van al”, zo voegde hij toe, “is een einde aan de oorlog in Oekraïne.” Hoewel die oorlog niet de oorzaak is van de voedselcrisis, zou een einde aan de gevechten inderdaad opnieuw rust kunnen brengen op de internationale voedselmarkten.

Bovendien toont de voedselcrisis aan dat we niet te lichtzinnig mogen omspringen met economische sancties. Zelfs al wordt voedselexport uitgesloten van de sancties, dan nog wordt de export uit Rusland bemoeilijkt door de indirecte effecten van de maatregelen en de sancties op andere producten (meststoffen, olie, …).

Uiteindelijk moeten we er ook voor zorgen dat er meer geld naar de noodhulp van de VN gaat. Nog geen 10% van de noden zijn al gefinancierd.

Maar op langere termijn hebben we natuurlijk nood aan structurele maatregelen. Er moet een verbod komen op voedselspeculatie. Hoewel er na de voedselcrisis van 2007-2008 maatregelen werden genomen om dat fenomeen in te dijken, zijn die ruimschoots onvoldoende om een impact te hebben. Uiteindelijk moet de hele voedseleconomie herdacht worden. Daarbij gaan we wereldwijd opnieuw moeten investeren in diversiteit en voedselsoevereiniteit, zodat lokale gemeenschappen en landen zelf kunnen instaan voor een stabiele voedselvoorziening, zonder al te grote afhankelijkheid van de markt en de grote voedselbaronnen.

Bron: PVDA