Zonder extra economische groei krijgt premier De Wever de federale begroting nooit op orde. België zit niet alleen met een begrotings-, maar ook met een groeiprobleem. Dat maakt het voor premier Bart De Wever (N-VA) alleen maar moeilijker om de begroting te saneren. België wordt stilaan echt de zieke man van Europa. Ons land heeft niet alleen het grootste begrotingstekort en de op drie na hoogste overheidsschuld, maar ook de laagste economische groei in de eurozone. Zoals De Standaard  berichtte, groeide de Belgische economie het voorbije jaar met slechts 0,5 procent. Nochtans is economische groei een essentieel element om de begroting op orde te krijgen. Lagere groeicijfers betekenen bijna automatisch lagere belastinginkomsten. Daarom staat het in de sterren geschreven dat de regering bij de begrotingsopmaak in september niet alleen op zoek zal gaan naar maatregelen om 10 miljard euro te vinden, maar ook naar manieren om de economische groei te stimuleren – of toch minstens niet af te remmen. Want dat is de herculesopdracht waar de regering voor staat: besparingen dreigen vaak de economische groei af te remmen, en er is al helemaal geen geld om de groei te stimuleren met verdere lastenverlagingen. Minister van Begroting Vincent Van Peteghem (CD&V) liet in juni in De Tijd al optekenen dat “de komende begrotingsopmaak niet alleen mag worden gezien als een besparingsverhaal, maar dat ook moet worden ingezet op een verhoging van onze groei, productiviteit en innovatie. We moeten vooral de middelen die we al uittrekken om bedrijven te ondersteunen doelmatiger inzetten.”

Zweeds voorbeeld
Minister van Financiën Jan Jambon (N-VA) werkt aan een groeiplan om bij de komende begrotingsgesprekken op tafel te leggen. In juni liet hij al verstaan het voorstel van werkgeversorganisatie Voka om naar Zweeds voorbeeld een groeirekening in te voeren, te onderzoeken. Dat zou Belgen moeten stimuleren om een deel van de 300 miljard euro op spaarboekjes in de economie te investeren.
Op zo’n groeirekening zouden alle belastingen op beleggen zoals de roerende voorheffing, de meerwaardebelasting, taks op beursverrichtingen en de effectentaks vervangen worden door één jaarlijkse – liefst niet te hoge belasting – op de totale waarde van de rekening. In Zweden bedraagt die belasting 1 procent. In het regeerakkoord staat trouwens dat de regering “via een variant op de wet-Cooreman-De Clercq mensen wil stimuleren om hun spaargeld in de economie te investeren.” De wet-Cooreman-De Clercq uit 1982 voorzag onder meer in een belastingvermindering voor wie investeerde in Belgische aandelen.
Alleen is het in de eengemaakte Europese markt van vandaag bijna onmogelijk om alleen investeringen in Belgische aandelen aan te moedigen. De vraag is dan ook in hoeverre een eventuele belastingvermindering rechtstreeks naar de Belgische economie zou vloeien. Bovendien is het onduidelijk hoe zo’n systeem kan worden ingepast in ons belastingsysteem. Als zo’n rekening – tot een bepaald bedrag – wordt ingevoerd boven op wat er allemaal al bestaat, wordt het fiscale systeem nog ingewikkelder. Iets waar ook Jambon al voor waarschuwde. De kans dat de groeirekeningen alle bestaande beleggingsfiscaliteit vervangen, is dan weer weinig denkbaar. Dat zou een fiscale omwenteling betekenen waarvan niemand zal kunnen inschatten wat ze kost of opbrengt.

Miljonairstaks
Wat Vooruit absoluut niet zal toestaan, is dat zijn pas ingevoerde en zwaarbevochten meerwaardebelasting door een groeirekening zou worden uitgehold, laat staan vervangen. Vooruit en Les Engagés trekken daarentegen naar deze begrotingsonderhandelingen met een nieuwe miljonairstaks. Het toont meteen de politieke gevoeligheid om aan de spaar- en beleggingsfiscaliteit te sleutelen.
Maar niet alleen dat ligt moeilijk. Jambon werkt ook al enige tijd aan maatregelen om de bestaande belastingverminderingen voor investeerders in start-ups en groeibedrijven te verbeteren, maar zijn voorstellen raakten nog niet door de regering en zullen dan ook worden meegenomen in de begrotingsgesprekken.
Tegelijk blijft economische groei iets waar de politiek maar weinig vat op heeft, zeker in een open economie als de onze. Een regering kan alleen maar proberen om de omstandigheden voor groei te creëren. Zo denkt de huidige regering dat de ingevoerde flexibilisering van de arbeidsmarkt tot extra groei zal leiden, maar of dat zo is, zal nog moeten blijken. 

Bron: DS