Steeds minder mensen voelen zich geroepen om een school te leiden. Nochtans heeft een schooldirecteur een grote impact op de prestaties van de leerkrachten én leerlingen. ‘De vraag is of het nog wel een job is voor één man of vrouw alleen’, klinkt het. In Vlaanderen is er niet alleen een nijpend tekort aan leerkrachten maar ook aan directeurs. Vorige week stonden op de website van de VDAB 219 vacatures voor de functie van schooldirecteur. ‘Hoewel dat heel uitdagend en gevarieerd werk is waarmee je echt het verschil kunt maken, is het allesbehalve evident om geschikte kandidaten te vinden’, zegt professor Geert Devos van de onderzoeksgroep Beleid en Leiderschap in het Onderwijs (Bellon) van de UGent. ‘Vijftien jaar geleden kon het eens gebeuren dat de zoektocht naar een nieuwe directeur moeizaam verliep, maar toen was dat altijd in minder aantrekkelijke scholen met veel problemen. Sinds een paar jaar hebben ook prestigieuze scholen het moeilijk om een geschikte kandidaat te vinden, en de situatie wordt alleen maar erger.’ In het basisonderwijs dreigt een derde van de directeurs in de risicozone voor een burn-out terecht te komen. Dat blijft niet zonder gevolgen, want de directie bepaalt in grote mate het welbevinden en de motivatie van leerkrachten. ‘De rol van een schooldirecteur wordt zwaar onderschat’, bevestigt Devos. ‘Hij of zij moet voor een veilige en relatief zekere werkomgeving zorgen en de leerkrachten inspireren en motiveren.’ Nu het lerarentekort zo groot is dat vooral leerkrachten Frans, Nederlands en wiskunde tussen een hele resem scholen kunnen kiezen, is dat zelfs nog belangrijker dan vroeger. Daarbij komt nog dat wie zich goed voelt in zijn job doorgaans beter lesgeeft. Vandaar dat een directeur niet alleen de prestaties van zijn personeel beïnvloedt maar ook die van de leerlingen. Dat bleek vorig jaar nog uit een onderzoek van drie Amerikaanse universiteiten: als een gemiddelde directeur vervangen wordt door een bovengemiddelde, dan boekt de doorsneeleerling 30 procent meer leerwinst. Met een sterke schoolleider aan het roer nemen ook de gelijke onderwijskansen toe en daalt de schooluitval. Hoe komt het dan dat zo weinig mensen zich geroepen voelen? Aan hun zelfvertrouwen zal het niet liggen, want van de 127 leerkrachten die deelnamen aan de enquête van het expertisecentrum Groeikracht in Onderwijs van de Karel de Grote Hogeschool dachten 53 het potentieel te hebben om schooldirecteur te worden. Toch stellen de meesten zich niet kandidaat wanneer de gelegenheid zich voordoet. ‘Soms weten ze niet goed wat de job inhoudt’, zegt onderzoekster Loth Van Den Ouweland (Karel de Grote Hogeschool). ‘Op school zien ze dan weer dat hun directeur heel hard moet werken en altijd bereikbaar moet zijn, en dat schrikt hen af.’ Bovendien gaan de meeste mensen ervan uit dat je pas in de laatste fase van je carrière schooldirecteur wordt en dat ook tot aan je pensioen moet blijven. Tot voor kort was dat in de meeste gevallen ook zo. Soms is er wel een directeur die ermee ophoudt om een scholengroep te leiden, maar haast nooit om weer les te geven. ‘Daardoor zal iemand van 35, die nog dertig jaar moet werken, die stap minder gemakkelijk zetten’, denkt Van Den Ouweland. ‘Een leerkracht zou dus voor een afgebakende termijn voor de functie van directeur moeten kunnen kiezen.’ In de risicozone Het is niet alleen een hele uitdaging geworden om geschikte schoolleiders te vinden, maar ook om ze aan boord te houden. Steeds meer directeurs vallen langere tijd uit of haken op den duur zelfs helemaal af. Vorig schooljaar waren er in alle Vlaamse scholen samen liefst 1547 directiewissels. Een deel daarvan zijn mensen die met pensioen gaan, maar anderen gooien de handdoek al veel vroeger in de ring. Daarnaast zijn er steeds meer die bezwijken onder de druk. Een onderzoek van de UGent toonde in 2020 aan dat een derde van de directeurs uit het basisonderwijs in de risicozone voor een burn-out terecht dreigt te komen. Dat komt vooral doordat de job de afgelopen jaren steeds zwaarder en complexer is geworden. Anno 2022 moet een schoolleider niet alleen de pedagogische lijn uitstippelen en een degelijk personeelsbeleid voeren, hij of zij moet ook het lerarentekort proberen op te vangen, oplossingen zoeken voor kinderen met leerproblemen, conflicten met veeleisende ouders bezweren, de bouw van een nieuwe turnzaal of refter overzien en elk mogelijk logistiek probleem oplossen. ‘Doordat schooldirecteurs haast verplicht zijn om de hele tijd brandjes te blussen, blijft er vaak te weinig tijd over voor het pedagogische luik van hun job’, zegt Geert Devos. ‘Terwijl dat natuurlijk het belangrijkste zou moeten zijn.’
Als er een betere directeur aan het roer komt, kunnen leerlingen 30 procent leerwinst boeken.
Nieuwe schoolleiders raken soms ook ontmoedigd doordat ze er niet in slagen hun team achter zich te krijgen. Zeker wie radicaal van koers wil veranderen, stoot vaak op weerstand. ‘Er zijn zelfs scholen waar geen énkele directeur kans van slagen heeft’, zegt lerarenopleider Johan De Wilde (Odisee Hogeschool). ‘Meestal komt dat doordat het team, dat directeur na directeur verslijt, verwend is, de hele tijd klaagt en zelf geen oplossingen aandraagt.’ Meer delegeren De vraag is hoe leerkrachten en andere potentiële directeurs warm kunnen worden gemaakt voor de job én hoe kan worden vermeden dat ze al na een paar jaar weer afhaken. De overheid doet alvast een poging door hen onder meer een gefaseerde loonsverhoging te geven. ‘Vroeger was het voor directeurs heel frustrerend dat leerkrachten, die veel minder verantwoordelijkheden hebben, soms meer verdienden omdat ze een langere staat van dienst hadden’, weet Devos. ‘Maar met een loonsverhoging alleen zal er niet veel veranderen.’ Om te beginnen is het volgens onderwijsexperts cruciaal dat potentiële schoolleiders sneller worden gedetecteerd én klaargestoomd. Nu gebeurt dat in de meeste gevallen pas wanneer er al een vacature is. ‘Schoolbesturen en directeurs zouden de hele tijd moeten uitkijken naar mogelijke kandidaten en die dan de kans geven om leiderschap te ontwikkelen’, zegt Van Den Ouweland. ‘Dan zou het niet zo’n groot probleem zijn als een directeur plots uitvalt.’
Zodra een directeur op post is moet hij of zij ook meer ondersteuning krijgen dan vandaag doorgaans het geval is. ‘Op dat vlak zijn er al heel wat initiatieven ge- nomen, maar na een paar jaar worden die vaak weer afgevoerd omdat er geen budget meer is’, legt Devos uit. ‘Nochtans loont het echt om een structurele aanpak uit te werken. In Ierland, bijvoorbeeld, zijn er nu coaches op wie schoolleiders een beroep kunnen doen als ze zich niet goed voelen of een probleem hebben. Dat is geen project van een jaar, maar een permanent aanbod. Op die manier zouden ook bij ons heel wat burn-outs kunnen worden vermeden.’
Wat ook kan helpen om de job behapbaarder te maken, is het werk van de directeur in handen geven van een duo of een team. Nu al zijn het vooral grotere secundaire scholen waar er naast een pedagogisch directeur ook nog een personeelsdirecteur, een algemeen directeur of een financieel directeur is. Al kan het volgens de experts ook al een heel verschil maken als de directeur simpelweg bereid is om meer te delegeren. ‘Waarom zou je het bouwdossier voor een nieuw schoolgebouw niet laten opvolgen door een leerkracht die net de bouw van zijn eigen huis in goede banen heeft geleid en dat ook graag doet? De brieven aan de ouders zou je dan weer kunnen laten schrijven door een van de taalleerkrachten’, zegt Johan De Wilde. ‘Jammer genoeg staan veel leerkrachten daar vandaag nog niet echt voor open omdat ze vrezen dat de werkdruk dan nog groter wordt. Natuurlijk moeten zij in de eerste plaats kunnen lesgeven, maar dat wil niet zeggen dat ze daarnaast geen andere verantwoordelijkheid zouden kunnen opnemen. Daar zou niet alleen hun directeur beter van worden, maar de hele school.’
Een nieuwe maand, nieuwe maatregelen, wijzigingen van de wetgeving, enz. Hierbij een kort overzicht. In de maand augustus komen er weer enkele nieuwe maatregelen.
• Huisarts telefonisch raadplegen niet meer gratis Als gevolg van de coronapandemie voerde het Riziv in allerijl een terugbetalingsregeling in voor raadplegingen op afstand. Huisartsen konden om mogelijke coronagevallen te triëren en om de continuïteit van de zorg voor andere patiënten te verzekeren, 20 euro aanrekenen voor telefonische consultaties. Dat bedrag was volledig voor rekening van de ziekenfondsen, de patiënt zelf betaalde niets. Vanaf 1 augustus gaat het systeem op de schop. Raadplegingen op afstand blijven mogelijk, maar patiënten zullen voortaan wel remgeld moeten betalen. Voor een telefonische raadpleging zullen artsen nog maar 10,38 euro kunnen aanrekenen. Daarvan is 2 euro voor rekening van de patiënt. Voor videoraadplegingen is het honorarium vastgelegd op 23,06 euro, waarvan 4 euro remgeld. In beide gevallen zakt het remgeld voor patiënten die recht hebben op een verhoogde tegemoetkoming naar 1 euro. Ter vergelijking: voor een raadpleging in de spreekkamer bedraagt het remgeld 4 tot 6 euro (zonder verhoogde tegemoetkoming). Voor de terugbetaling van raadplegingen op afstand gelden vier voorwaarden: de patiënt moet al eerder bij de betrokken arts op consultatie zijn geweest of doorverwezen zijn door een andere arts, de consultatie gebeurt op vraag van de patiënt, de arts moet tijdens de consultatie toegang hebben tot het medisch dossier van de patiënt, en in het geval van een videoraadpleging moet de verbinding beveiligd zijn. • Nieuw goedkoop krediet voor Brusselaars die woning renoveren Brusselaars kunnen vanaf 1 augustus een beroep doen op een nieuw goedkoop krediet om hun woning te renoveren. Het krediet ‘Ecoreno’ is ontwikkeld door het Woningfonds van het Gewest en dekt de financiering van allerlei werkzaamheden: van traditionele renovatie tot beveiliging, isolatie en de verbetering van energieprestaties. In functie van hun inkomen zal de rentevoet voor eigenaar-bewoners en huurders 0 tot 1 procent bedragen. Vanaf januari 2023 kunnen ook eigenaars-verhuurders aankloppen bij het Woningfonds. Zij zullen een rente van 1 tot 2 procent betalen. Om in aanmerking te komen voor Ecoreno mag het jaarlijkse inkomen van alleenstaanden en eenoudergezinnen niet meer dan 61.049 tot 81.049 euro bedragen, in functie van het aantal personen ten laste. Voor andere gezinnen bedraagt het plafond 77.699 tot 97.699 euro, afhankelijk van de samenstelling van het gezin. • Weer zonder afspraak naar autokeuring Sinds de coronapandemie was het bij heel wat autokeuringscentra verplicht om een afspraak te maken. Sectororganisatie GOCA Vlaanderen en haar leden spraken af om vanaf augustus weer over te stappen op een gemengd systeem, waarbij ze ook minstens één dag per week zonder afspraak werken. Wanneer een afspraak precies niet nodig is, hangt af van de keuringscentra zelf. Volgens GOCA zullen ze dat “helder en transparant” communiceren. De sectororganisatie ziet er naar eigen zeggen ook op toe dat de centra zich aan de afspraken houden. Bron: HLN
• Indexering pensioenen en uitkeringen De spilindex is deze maand nogmaals overschreden, waardoor de sociale uitkeringen en pensioenen volgens maand geïndexeerd worden. In september is het dan de beurt aan de ambtenarenwedden. De indexatie van de andere lonen is afhankelijk van wat in de collectieve arbeidsovereenkomst (CAO) staat. Zo bestaat de kans dat je loon pas begin volgend jaar wordt aangepast aan de gestegen levensduurte. Dat is de vijfde overschrijding van die index in elf maanden tijd. Oorzaak is de torenhoge inflatie. Zo is het leven in ons land deze maand 9,62 procent duurder geworden (op jaarbasis).
• Aanvraag verwarmingspremie Om de gestegen energieprijzen te milderen reikt de federale regering een verwarmingspremie van 100 euro uit. Die is er voor elk gezin met een residentieel elektriciteitscontract en wordt eenmalig toegekend voor je woonplaats (niet voor je tweede verblijf). Die premie werd normaal gezien toegekend tijdens de periode van 18 april tot 31 juli via de voorschot- of eindafrekeningfactuur. Als je die premie niet automatisch hebt gekregen en wel voldoet aan de voorwaarden, dan kan je die vanaf 1 augustus aanvragen. Je kan dat doen via een formulier op de site van de federale overheidsdienst Economie of door te telefoneren naar het contactcenter (0800 120 33). Je moet de aanvraag voor 15 oktober indienen.
• Duurzaamheidsvoorkeuren financiële producten Financiële instellingen zijn vanaf 2 augustus verplicht om te vragen wat je duurzaamheidsvoorkeuren zijn wanneer je wilt starten met beleggen. Dat is een gevolg van de nieuwe MiFID- en IDD-richtlijnen over duurzaamheid. Die richtlijnen verplichten de bank of verzekeraar al om een risicoprofiel van de klant op te stellen. Daar komt nu dus een klimaatprofiel bij. De adviseurs moeten rekening te houden met je duurzaamheidsvoorkeuren als ze een bepaald beleggingsproduct naar voren schuiven.
• Schoolbonus Elk kind dat in Vlaanderen recht heeft op het Groeipakket (het vroegere kinderbijslag) ontvangt een schoolbonus. Die bonus geldt voor alle kinderen, ongeacht hun geboortedatum. Het bedrag stijgt met de leeftijd: 21,23 euro voor 0- tot 3-jarigen, 37,14 euro voor 4- tot 11-jarigen, 53,06 euro voor 12- tot 16-jarigen en 63,67 euro voor 17- tot 24-jarigen. Dat extraatje wordt uitbetaald op 8 augustus.
Als we het Belgische gewaarborgd gemiddeld minimummaandinkomen (GGMMI) vergelijken met de internationale normen die in een toekomstige Europese richtlijn zouden moeten worden vastgelegd, stellen we vast dat dit nog verder zou moeten worden opgetrokken om een ‘aanvaardbaar’ niveau te bereiken. Dat zegt minister van Economie en Werk Pierre-Yves Dermagne (PS) vrijdag in La Dernière Heure.
Het onlangs verhoogde GGMMI bedraagt 1.806,16 euro. Onderhandelaars van het Europees Parlement en de Raad van de EU (lidstaten) bereikten deze week een akkoord over de toekomstige richtlijn inzake minimumlonen. Die neemt als criterium minstens 50 procent van het gemiddelde brutoloon of 60 procent van het mediane brutoloon.
Als men in België 60 procent van het mediaan loon wil bereiken, zou dit minimum 1.980 euro per maand moeten bedragen, of 12 euro per uur, schrijft La Dernière Heure. Volgens een recente studie van SD Worx ligt het mediaan loon in België onder de 3.000 euro bruto, met als uitzondering het Brussels Gewest en Waals-Brabant.
‘Het Belgische minimumloon is nog niet op het door de richtlijn vereiste niveau. Als we het minimumloon van 2021 vergelijken met het gemiddelde loon van 2021, krijgen we slechts 44% van het gemiddelde, geen 50 procent’, aldus de socialistische minister. Hij meent dat er bij de volgende loononderhandelingen een ‘gunstige impuls voor de armste werknemers’ moet komen.
Wie als student tijdens zijn/haar latere professionele carrière een bovengemiddeld loon wil verdienen, kan maar beter een hoger diploma behalen. Maar welke diploma’s zijn gegeerd en klopt het gezegde “hoe hoger het diploma, hoe hoger het loon?”
Studeren loont
Een diploma is en blijft de beste investering die je als student kunt maken. Met dit officieel document bewijs je dat je over de nodige theoretische kennis en praktische vaardigheden beschikt waardoor je jezelf als een interessante kandidaat kunt profileren op de arbeidsmarkt.
Wie een diploma behaalt, laat ook zien dat hij of zij doorzettingsvermogen heeft en best wel ambitieus is. Ideale kenmerken om een goede en goedbetaalde job te vinden.
Mooi startersloon
Met een diploma secundair onderwijs maak je meer kans op een job dan zonder diploma. Maar wie écht wil cashen gaat voor een diploma hoger onderwijs of een universitair diploma.
Het startersloon op de arbeidsmarkt hangt grotendeels af van het type diploma dat je behaalt en dat kan nogal verschillen. Zo levert een diploma hoger onderwijs jou gemiddeld 15 tot 20 procent meer loon op en een universitair diploma zelfs 25 procent.
Hier kunnen we uit afleiden dat universitaire masters het allerbeste startersloon opleveren. Met deze diploma’s kom je ook terecht in goedbetaalde beroepssectoren waar er een stijgende vraag is naar hoogopgeleid personeel. Sectoren zoals gezondheidszorg, informatica en technische en industriële wetenschappen scoren hierbij erg goed.
Het hoge startersloon bij werknemers zonder hoger diploma in o.a. de chemische en farmaceutische sector kunnen we verklaren door het vele ploegenwerk met de bijhorende premies. Met hun technische achtergrond en kennis zijn zij gegeerde profielen die de specifieke jobinhoud on-the-job aanleren (bv. procesoperators in de chemische sector).
Zoals gezegd werken zij bovendien vaak in een volcontinu ploegensysteem waardoor hun loon toch erg hoog is. Wat het aantal studiejaren betreft zou je wel kunnen stellen dat hoe langer je studeert, hoe hoger je startersloon zal zijn. Met als absolute toppers zij die (meteen) als manager of in directie aan de slag kunnen.
Gemiddelde loonevolutie per type diploma
Hoger opgeleiden starten niet alleen met een hoger loon, ze leggen daarenboven een sterkere loonevolutie af: van start tot einde groeit hun loon met bijna 90%. Bij lager opgeleiden stijgt het loon over een hele carrière slechts 16,5%, aldus de cijfers.
Ook op lange(re) termijn bewijst een hoger diploma dus zeker zijn nut.
Door de verdere digitalisering en automatisering van de arbeidsmarkt stijgt de vraag naar profielen met een hoger diploma bovendien. Werknemers die lager geschoold zijn, vissen hierdoor wat achter het net: hun jobs worden steeds vaker geautomatiseerd waardoor er minder vraag is naar soortgelijke profielen. Het behalen van een hoger diploma is dus een investering met rendement.
Toch is het ook belangrijk om de keuze van je studierichting niet alleen te laten afhangen van het hoge startersloon en de bijhorende snelle loonsverhogingen. Wie bij de studiekeuze z’n hart en passie volgt, kan minstens even gelukkig worden. Werkgevers vinden “passie” en “goesting” ook belangrijk, wanneer je dat uitstraalt zal dat jou ook financieel geen windeieren leggen. Wie z’n hart en passie terugvindt in de hoogste regionen van bovenstaande lijst heeft dubbel geluk.
Wie een sociale woning wil huren, zal vanaf 2024 de afschriften van zijn of haar bankrekeningen moeten laten zien. Wie te veel op zijn rekeningen heeft staan, krijgt geen sociale woning. De Vlaamse regering noemt dat de “middelentoets”. Die toets stond al in het regeerakkoord, maar nu zijn meer details bekend.
In het regeerakkoord van 2019 staat het letterlijk: “Om misbruiken te voorkomen, voeren we een middelentoets in bij de inschrijving en toewijzing van een sociale woning.” Verderop lezen we nog: “De betrokkene is verplicht actief alle informatie te delen.” Nu zijn ook de details rond de middelentoets goedgekeurd door de Vlaamse regering.
Die bepalen dat wie vanaf 2024 een aanvraag doet voor een sociale woning, verplicht wordt om zijn rekeningafschriften te laten zien. Het gaat om afschriften van bankrekeningen, spaarrekeningen en ook beleggingsrekeningen, in binnen- én buitenland. De nieuwe voorwaarden gaan dus niet over wie nu al een sociale woning heeft.
Als uit de rekeningafschriften blijkt dat je een bedrag hebt bijeengespaard dat gelijk is aan wat je per jaar mag verdienen om recht te hebben op een sociale woning, word je geweigerd. Zo mag een alleenstaande zonder personen ten laste niet meer dan 25.850 euro bezitten. Voor een gezin met twee volwassenen en twee kinderen is dat 43.107 euro.
Wie te veel spaargeld heeft, krijgt geen sociale woning meer: “Rechtvaardigheidsgevoel herstellen”
De controle gebeurt in twee stappen. Bij de inschrijving moet de kandidaat-huurder een verklaring op eer tekenen over hoeveel geld er op zijn of haar rekeningen staat.
Bij de toekenning ben je verplicht om recente rekeningafschriften met saldi te laten zien om te controleren of je de waarheid hebt gesproken. Als er een vermoeden van fraude is, kan de woonmaatschappij “een diepgaander onderzoek voeren om de werkelijke beschikbare middelen in kaart te brengen”.
Dat “diepgaander onderzoek” zal vooral uit gesprekken bestaan, waarbij de kandidaat-huurder zal moeten bewijzen dat hij of zij wel degelijk recht heeft op een sociale woning. “De bewijslast ligt bij de kandidaat-huurder”, horen we bij minister van Wonen Matthias Diependaele (N-VA).
Dit zal de wachtlijsten niet meteen korter maken
De Vlaamse regering wil er met de nieuwe middelentoets naar eigen zeggen voor zorgen dat sociale woningen alleen gaan naar mensen die ze echt nodig hebben. “Wie voldoende vermogen heeft, moet kunnen doorschuiven naar de private huurmarkt”, klinkt het.
Minister Diependaele laat nog in een reactie weten dat de middelentoets de lange wachtlijsten voor een sociale woning niet meteen korter zal maken. “Het gaat vooral om eerlijkheid en rechtvaardigheid. De Vlaming die voor dit systeem mee betaalt, wil ook dat een sociale woning terechtkomt bij iemand die ze ook echt nodig heeft.”
Dit gaat over heel weinig mensen
“Dit gaat over heel weinig mensen”, laat Joy Verstichele weten, coördinator van het Vlaams Huurdersplatform dat ook kwetsbare huurders vertegenwoordigt. “Dit is vooral een afleiding van het echte probleem: het gebrek aan sociale woningen. Vorig jaar zijn er maar 700 bijgekomen.”
“Met deze voorwaarden maakt men de procedure alleen maar langer en moeilijker, terwijl vandaag zo veel mensen nood hebben aan een sociale woning. Dit gaat mensen die er wel degelijk recht op hebben afschrikken”, legt Verstichele uit.
“Dit draagt vooral ook bij tot de verdere stigmatisering van de sociale huurder, terwijl het stil blijft over het echte probleem. Dit is vooral symboolpolitiek, maar met nadelige effecten op het terrein.”
Wachtlijsten
De lange wachtlijsten voor een sociale woning zijn een oud zeer. In 2020 was het aantal kandidaat-huurders al opgelopen tot bijna 170.000 mensen. De Vlaamse regering verwacht dat de lijst, door investeringen in nieuwe sociale woningen, pas vanaf 2026 zal beginnen te slinken.
Tot dan kan wie wacht op een sociale woning wel een beroep doen op de Vlaamse huurpremie. Met die premie kunnen kandidaat-huurders op de private markt een woning huren, Vlaanderen past dan de sociale correctie bij.
Wij gebruiken cookies om de werking van onze website te verbeteren
Functional Altijd actief
De technische opslag of toegang is strikt noodzakelijk voor het legitieme doel het gebruik mogelijk te maken van een specifieke dienst waarom de abonnee of gebruiker uitdrukkelijk heeft gevraagd, of met als enig doel de uitvoering van de transmissie van een communicatie over een elektronisch communicatienetwerk.
Voorkeuren
De technische opslag of toegang is noodzakelijk voor het legitieme doel voorkeuren op te slaan die niet door de abonnee of gebruiker zijn aangevraagd.
Statistics
De technische opslag of toegang die uitsluitend voor statistische doeleinden wordt gebruikt.De technische opslag of toegang die uitsluitend wordt gebruikt voor anonieme statistische doeleinden. Zonder dagvaarding, vrijwillige naleving door uw Internet Service Provider, of aanvullende gegevens van een derde partij, kan informatie die alleen voor dit doel wordt opgeslagen of opgehaald gewoonlijk niet worden gebruikt om je te identificeren.
Marketing
De technische opslag of toegang is nodig om gebruikersprofielen op te stellen voor het verzenden van reclame, of om de gebruiker op een website of over verschillende websites te volgen voor soortgelijke marketingdoeleinden.