Wat verandert er in mei 2023?

Wat verandert er in mei 2023?

Een nieuwe maand, nieuwe maatregelen, wijzigingen van de wetgeving, enz. Hierbij een kort overzicht.

  • Geen cashbetalingen meer op trein

Treinreizigers die een vervoersbewijs aan boord van de trein willen kopen, zullen voortaan alleen nog elektronisch kunnen betalen. De treinbegeleiders mogen geen cash meer ontvangen. Aan loketten en automaten in en rond de stations blijven cashbetalingen mogelijk.

Het is de bedoeling dat treinreizigers een vervoersbewijs aankopen voordat ze op de trein stappen. Dat kan aan het loket, een automaat of via de website of app. Wie aan boord van de trein een ticket koopt, betaalt een toeslag van negen euro.

Volgens NMBS-woordvoerder Bart Crols past de maatregel “in de maatschappelijke trend naar digitalisering en elektronisch betalen”, schrijft Belga. Bij andere vervoersmaatschappijen waaronder De Lijn en de MIVB geldt de regel rond elektronisch betalen al langer. De maatregel moet bijdragen aan de veiligheid voor treinbegeleiders, die voortaan geen cash meer op zak zullen hebben.

  • Nieuwe regels voor autokeuring

Om het aantal herkeuringen terug te dringen en overbodige keuringen af te schaffen, gelden vanaf 1 mei een reeks nieuwe regels voor de autokeuring.

Voor een reeks gebreken zal het niet meer nodig zijn om het voertuig binnen de vijftien dagen of drie maanden te laten herkeuren. De nieuwe maatregel geldt enkel voor de periodieke keuring, niet voor een eerste keuring van het voertuig of voor een keuring voor verkoop.

Deze mankementen vallen nu nog onder code 2 en 3, namelijk herstel en keuring, maar zullen vanaf maandag onder code 5 komen te staan. Dat betekent dat ze op technische keuring worden afgekeurd, maar geen verplichting hebben tot herkeuring.

Het gaat onder meer over gebreken als een inschrijvingsbewijs of gelijkvormigheidsattest dat niet in orde is of ontbreekt, problemen met de nummerplaat vooraan, een LPG- of CNG-sticker die ontbreekt en dergelijke meer. De lijst met gebreken waarvoor geen herkeuring bij een autokeuring meer nodig is, zal door minister van Mobiliteit Lydia Peeters verder uitgebreid worden en voorziet vanaf 2024 ook dat erkende garages de herkeuring zelf zullen mogen uitvoeren na de herstelling.

De nieuwe regels komen er naar aanleiding van de vele klachten over keuringscentra, onder meer over de lange wachttijden die er gelden.

  • Fietsvergoeding voor elke werknemer

Wie naar het werk fietst en vandaag nog geen fietsvergoeding ontvangt, zal vanaf 1 mei recht hebben op een vergoeding van 0,27 euro per kilometer. Dat was in bepaalde sectoren, waaronder de banksector en de toeristische sector, nog niet het geval.

Vakbonden en werkgeversorganisaties hebben in een Nationale Arbeidsraad beslist dat elke werknemer die met de fiets naar het werk pendelt recht heeft op een fietsvergoeding. De beslissing is terug te vinden in de zogenaamde cao 164, een collectieve arbeidsovereenkomst waarin afspraken over arbeidsvoorwaarden staan.

De verplichte fietsvergoeding geldt voor de effectief gereden kilometers in het woon-werktraject, met een maximum van twintig kilometer enkel per dag. Een verklaring op eer van de werknemers volstaat om de vergoeding toegekend te krijgen. Ook e-bikes en speedpedelecs komen in aanmerking. Steps, hoverboards en monowheels niet.

Uit cijfers van Acerta, verzameld bij 260.000 werknemers in 40.000 bedrijven, blijkt dat bijna een op de vijf werknemers een vergoeding krijgt. Dat is 13 procent meer dan een jaar geleden. Zo’n kwart van alle bedrijven keert op dit moment al een fietsvergoeding uit. Het gemiddelde bedrag dat fietsers krijgen is 42,80 euro per maand.

  • Meer patiënten krijgen terugbetaling voor vervanging hartklep zonder operatie

Meer mensen komen in aanmerking voor terugbetaling voor de vervanging van hun aortaklep via een katheter. Dat meldt minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke (Vooruit). Doorgaans gebeurt die vervanging via een operatie, maar voor sommige patiënten is dat te riskant. Door de beslissing krijgt een aanzienlijk hoger aantal patiënten uit die categorie recht op een terugbetaald implantaat.

Hartkleppen zorgen ervoor dat het bloed maar in één richting door het hart kan stromen. Het gebeurt wel vaker dat ze na verloop van tijd beginnen slijten. Dan moet de aortaklep van de patiënt mogelijk worden vervangen. Dat gebeurt meestal via een operatie – zowat 3.000 keer per jaar.

Sommige patiënten komen echter niet in aanmerking voor een operatie. Ze zijn bijvoorbeeld hoogrisicopatiënt of gewoon te oud. Voor hen bestaat er een minder invasief alternatief, waarbij de aortaklep wordt vervangen via de lies – de ‘percutane vervanging van de aortaklep’ (TAVI). Minister Vandenbroucke heeft nu beslist het jaarlijks aantal terugbetalingen voor een TAVI-ingreep te verhogen van 500 naar 1.500, en dat vanaf 1 mei.

TAX the rich

TAX the rich

Er is een taboe in ons land. Altijd als er geld wordt gezocht, kan het voor de regering niet snel genoeg gaan om te snijden in pensioenen of de accijnzen op onze energiefactuur te verhogen. Ondanks grote woorden van sommigen, durven ze nooit de superrijken aan te pakken. In 2017 heeft Peter Mertens, algemeen secretaris van de PVDA, dit taboe doorbroken in zijn boek “Graailand”. Hij legt er uit hoe – en waarom – het tijd is voor eerlijke fiscaliteit.

De M-taks: ik wil wel maar ik kan niet?

“Vandaag naderen we het uur van de waarheid voor hen die zeggen dat ze vooral de rijken willen doen bijdragen. Want de echte vraag is: hoe? Ik zeg het u: er is geen antwoord op die vraag. Ik ga zelfs verder, de N-VA zal elk voorstel steunen dat de één procent rijksten doet bijdragen. Zonder reserve en met enthousiasme. Alleen, ik heb ze nooit gezien, die voorstellen, want ze bestaan niet.” Het zijn grote woorden van N-VA-voorzitter Bart De Wever. Hij vertelde ze aan de krant L’Echo eind mei 2015.

Voorzitter De Wever heeft natuurlijk veel aan zijn hoofd. Hij is voorzitter van de grootste partij van het land, burgemeester van de tweede grootste stad van het land, federaal parlementslid, bestuurder in het Havenbedrijf van Antwerpen, en daarnaast telt hij nog eens dertien mandaten. Daarmee is De Wever de meest cumulerende voorzitter van het land. Ik begrijp dus best dat De Wever ons onderhoud van eind mei 2014 is vergeten. Hij was toen informateur en ik mocht langskomen voor de PVDA. We spraken lang over de miljonairstaks, en informateur De Wever vroeg toen expliciet hoe het systeem in elkaar zat. Daags nadien bracht de pers verslag van ons onderhoud. In Het Nieuwsblad vertelde ik: “De N-VA beweert een sociale partij te zijn. Dan is nu het uur van de waarheid aangebroken.” Ik had de Wever uitgelegd dat onze miljonairstaks enkel de twee procent rijksten aanspreekt, niet de middenklasse. Dat is ook een van de grote verschilpunten met de voorstellen van vermogenswinstbelasting van groenen en sociaaldemocraten, die tien tot vijftien procent van de bevolking treffen, dus ook de middenklasse. Precies een jaar later is De Wever ons gesprek vergeten. Alleen de zinsnede “het uur van de waarheid” is hem bijgebleven.

“Een grote meerderheid van de Belgen is voor zo’n vermogensbelasting. Het is merkwaardig dat de Belgische politieke klasse die meerderheid niet volgt. Ik kan alleen maar besluiten dat de politieke invloed van de grote vermogens in België groot is”, schrijft professor Paul De Grauwe. De professor heeft gelijk. De grote enquête over ongelijkheid die Knack in december 2014 publiceerde, wees uit dat 85 procent van de bevolking vindt dat de regering “meer moet doen om de ongelijkheid aan te pakken”. Het voorstel met het breedste draagvlak was de eis van een vermogensbelasting op het deel van de fortuinen boven 1 miljoen euro: ook die haalde 85 procent. Met andere woorden, volgens de peiling steunt niet minder dan 85 procent van onze landgenoten een miljonairstaks zoals wij die met de PVDA voorstellen. Het idee achter onze miljonairstaks is eenvoudig. Het gaat om een belasting op het bezit van fortuinen. Zonder ingewikkelde fiscale constructies, zonder wetteksten vol keldergaten en achterpoortjes. Geen nieuwe belasting op mensen die door hard werken een vermogen hebben weten bijeen te sparen, of die een huis hebben geërfd van hun ouders of grootouders. Maar een belasting die enkel het vermogen van de multimiljonairs aanspreekt.

Hoe ziet die miljonairstaks eruit? De taks slaat alleen op fortuinen van meer dan 1 miljoen euro, bovenop de eigen eerste woning met een waarde tot 500.000 euro. Het is een progressieve belasting, met een maximum-aanslagvoet van drie procent: één procent belasting op het deel van het vermogen boven 1 miljoen euro, twee procent op het deel boven 2 miljoen en drie procent op het deel boven 3 miljoen euro. De taks laat alle vermogens lager dan 1 miljoen euro ongemoeid. Bovendien wordt de woning die het gezin betrekt, vrijgesteld voor een bedrag van 500.000 euro. Concreet: de onbelaste schijf bedraagt in de meeste gevallen 1,5 miljoen euro.

Wij vinden het heel belangrijk dat alleen die toplaag van de twee tot maximaal drie procent rijksten wordt aangesproken, en net niet de middenklasse. Want juist bij die allerrijksten is de belangrijkste rijkdom geconcentreerd. Dat staat te lezen in het boek van professor Piketty en ook in ons land is dat zo. Vandaar dat we ons uitgewerkt wetsvoorstel geen ‘vermogensbelasting’ hebben genoemd, omdat we niet willen raken aan het vermogen van de middenklasse. We spreken over een “miljonairstaks” omdat we willen focussen, met een focusbelasting op de twee procent allerrijksten. Dat is allemaal onderbouwd en uitgewerkt in ons wetsvoorstel.

Toch blijven partijvoorzitters als Bart De Wever en Gwendolyn Rutten hardnekkig beweren dat er geen enkel voorstel bestaat dat alleen de toplaag zou aanspreken. In het begin was ik daar behoorlijk pissed over. Niet eerlijk, zo dacht ik naïef. Tot mijn frank viel: het gaat alleen maar om perceptie. Als je de bevolking kan wijsmaken dat alle voorstellen alleen maar de middenklasse doen betalen, dan zal de steun voor een vermogensbelasting wel verdwijnen als sneeuw voor de zon, zo luidt de redenering.

“Ik hoor slogans zoals ‘laat de 1 procent rijksten de crisis betalen’. Ik zeg dan: ‘Graag’, maar in de realiteit kom je met een vermogensbelasting weer bij de middenklasse terecht. Anders brengt ze niets op. En dan zijn het weer dezelfde schouders die belast worden. Daar pas ik resoluut voor.”, aldus Gwendolyn Rutten in Humo. Ook eerste minister Charles Michel houdt zo’n discours: “Ik spaar me geen enkele moeite om te zeggen dat wie meer middelen heeft, meer belastingen moet betalen. Maar niet met inefficiënte maatregelen die geen enkel ander doel hebben dan een applaus krijgen in PVDA-middens.” Ik heb geen applausmeter, dat is iets voor spelprogramma’s, maar ik wil wel graag ingaan op de zes meest gehoorde drogredenen die de ik-wil-wel-maar-ik-kan-niet-politici verspreiden om de M-taks toch zeker niet in te voeren.

Eerste drogreden: “De 1 procent rijksten belasten, dat is een onteigening” [p. 251]

Voor VTM mocht ik de degens kruisen met de burgemeester van Kortrijk, de open liberaal Vincent Van Quickenborne. Het debat begon over rechtvaardige fiscaliteit en toen het woord “miljonairstaks” viel, steeg Q op naar andere toonhoogtes. “Een oud communistisch idee, een inbeslagname op basis van een fantasie van onteigening”, zo zei hij. Mooi toch, zo’n volzin midden in een debat. Met twee belegen adjectieven als voorgerecht – “oud” en “communistisch” – en drie zware zelfstandige naamwoorden als plat de résistance – inbeslagname, fantasie en onteigening.

Fantasie? Onteigening? De geschiedenis leert ons iets anders. Er is altijd eb en vloed geweest, het belasten van de rijken ging afwisselend op en af. Tot aan de neoliberale golf van Reagan en Thatcher in de jaren 1980 was het belasten van de rijken in veel landen een evidentie.

Zelfs in het eldorado van het kapitalisme, de Verenigde Staten, werden een halve eeuw lang, van 1936 tot de jaren 1980, de inkomsten van de allerrijksten aan een fluctuerende rente belast. Het ging om percentages tussen zeventig en eenennegentig procent. Dat was niet veel anders op het Europese continent. Van de vijftien landen die tot 2004 de Europese Unie uitmaakten, waren er twaalf met een vermogensbelasting. De drie landen zonder die vermogensbelasting waren Engeland, Portugal en … België.

Onder de neoliberale vloedgolf hebben heel wat landen de vermogensbelasting opgegeven, dikwijls ook met de hulp van sociaaldemocraten die voor hun capitulatie de naam “derde weg” bedachten. De vermogensbelasting werd niet opgegeven omwille van praktische problemen. Ze moest voor de bijl om ideologische redenen. Voortaan was het uit den boze de allerrijksten een strobreed in de weg te leggen. Hun rijkdom zou vanzelf naar beneden sijpelen. In het vorige hoofdstukje stond ik al stil bij die theorie. Iedereen kent het gevolg: sijpelen deed het niet. Althans niet van boven naar onder. Maar wel andersom. De allerrijksten werden midden in de crisisjaren nog rijker. En dus komt vandaag na een lange periode van neoliberale vloed opnieuw het idee in zwang om de multimiljonairs weer te belasten. Wie zoals Bart De Wever, Charles Michel en Gwendolyn Rutten van dat debat een taboe wil maken, roeit op tegen het tij van de geschiedenis.

Hoewel er hier en daar ook miljonairs zijn die zelf voor een miljonairstaks pleiten, denk maar aan Warren Buffett, zijn er ook heel wat over-vermogenden die er zich met hand en tand tegen verzetten. Een van hen is Roland Duchâtelet, miljardair en eigenaar van voetbalclubs. Aan het weekblad Knack verzekert hij: “Wat er nu verteld wordt over vermogensbelasting is heel demagogisch en het debat daarover wordt opgestookt vanuit extreemlinkse en communistische hoek. De traditionele linkse partijen gaan daarin mee. Ze krijgen schrik van extreem links.” Straffe kost, zelfs praten over een miljonairstaks mag niet van de multimiljonair. Het wijst er wel op dat de idee veld wint. En dat is niet alleen in Europa zo.

De stad Los Angeles bijvoorbeeld heeft ingestemd met het principe van een miljonairstaks. De stad wil de wetgeving van de staat Californië laten aanpassen om dat mogelijk te maken. De beoogde belasting is gericht op inkomens hoger dan een miljoen dollar. Ze gaat dienen om de sociale programma’s voor de 46.000 daklozen in Los Angeles te financieren. Een rijkentaks om de maatschappelijke noden te betalen is ook thema van debat in New York, waar “patriottische miljonairs” zelfs komen vragen belast te worden. Natuurlijk gaat het niet om ‘onteigening’, dat bewees ook Thomas Piketty. Met veel bewijs staaft de Franse econoom dat het rendement van het kapitaal vandaag sneller toeneemt dan de economie, waardoor een maatschappij ontstaat waarin het kapitaal van de renteniers vanzelf genereus groeit. Dat betekent: de vermogens van de multimiljonairs belasten is geen onteigening. Men vermijdt eenvoudig dat de over-vermogenden altijd maar rijker worden. Het is een soort kuur tegen vermogensindigestie en het is nog goed voor de samenleving ook.

Tweede drogreden: “De 1 procent rijksten belasten, dat is de middenklasse belasten” [p. 253]

“Het gevaar is groot dat die taks zijn doel voorbijschiet en niet de rijken maar wel de brede middenklasse treft”, zeggen Bart De Wever en Gwendolyn Rutten in koor. Dat hangt er natuurlijk helemaal van af welke taks je wil installeren. Een taks die ook de middenklasse treft, zoals sp.a en Groen voorstellen? Of een miljonairstaks die enkel de multimiljonairs treft, zoals de PVDA voorstelt? Dat is een wezenlijk debat. “Een rijkentaks verhoogt het gevoel van fairness als hij niet in eerste instantie de tien procent viseert, maar de één procent. Talrijke praktische bezwaren liggen in de weg, maar een vermogenskadaster zou er al veel van opruimen”, schrijft hoofdredacteur Karel Verhoeven in De Standaard. Hij heeft overschot van gelijk. Als je enkel de multimiljonairs wil aanspreken, moet je de weg en de richting kiezen om dat te kunnen doen. Dus niet allerlei symbolische belastingen aannemen met een welluidende naam – ‘vermogenswinstbelasting’ – maar de maatregel nemen die precies de doelgroep raakt. Dat is het geval met het wetsvoorstel voor de miljonairstaks dat Raoul Hedebouw en Marco Van Hees hebben ingediend in de Kamer. En waarom zou een belasting hoofdzakelijk de 1 procent treffen? Wel, heel eenvoudig omdat de wet ontworpen is met het doel om hoofdzakelijk de 1 procent meest vermogenden aan te spreken.

In de toelichting bij ons wetsvoorstel staat dat bij een vaste belastingheffing het 100ste deciel – de 1 procent allerrijksten dus – het grootste deel van de belasting zou bijdragen (89 procent), terwijl de bijdrage van het 99ste deciel redelijk laag zou zijn (10 procent) en die van het 98ste bijna onbestaand (minder dan 1 procent). In de feiten zijn het alleen de twee procent allerrijksten die aangesproken worden in ons wetsvoorstel. En 97 procent van de bevolking betaalt niets, nada, nul euro. Niets middenklasse belasten en geen vermogenswinst-tralala. Gewoon zuiver en duidelijk: een miljonairstaks.

De middenklasse sparen, dat is ook het pleidooi van mensen als Paul De Grauwe: “Ik pleit voor een progressieve vermogensbelasting. Op het eerste miljoen betaal je niets, zodat middenstanders en kleine zelfstandigen die hard gewerkt hebben, niet de dupe zijn. Die dynamiek wil je bewaren. Maar alles boven het miljoen euro wordt belast, zodat de echte grote vermogens meer bijdragen. We moeten beletten dat die vermogens blijven aangroeien zonder dat mensen daarvoor iets hoeven te doen. De meeste rijke Vlaamse families zijn schatrijk en worden almaar rijker zonder economische meerwaarde.” Het is een wezenlijk verschil met het voorstel van Groen dat alle vermogens boven 200.000 euro wil belasten. Dan raak je vijftien procent van de bevolking en bijgevolg ook al wie door hard werken een vermogen heeft bijeengespaard of van ouders of grootouders een huis heeft geërfd.

Derde drogreden: “De grote vermogens worden nu al belast” [p. 255]

Nog in het VTM-debat haalde Vincent Van Quickenborne een oud argument van stal: “Kapitaal wordt al belast, door de roerende voorheffing.” Inderdaad, de regering-Di Rupo heeft de belasting op financiële inkomsten naar vijfentwintig procent gebracht. En ja, de regering-Michel heeft die verhoogd naar dertig procent. De roerende voorheffing treft de middenklasse die financiële inkomsten heeft. Zelfs de lage inkomens zijn die belasting verschuldigd: bijvoorbeeld een gepensioneerde die zijn bescheiden pensioen probeert aan te vullen met de lage inkomsten uit kasbons. Hij betaalt hetzelfde tarief van dertig procent als iemand die veel meer verdient. Maar voorwaar, een miljardair als Albert Frère betaalt helemaal geen roerende voorheffing. Alle inkomsten die hij uit zijn fortuin haalt, worden ondergebracht in een waaier van bedrijven die aan die voorheffing ontsnappen.

Het grootkapitaal wordt niet belast op zijn vermogen. En voor de belastingen op inkomsten uit dat vermogen heeft het tientallen achterpoortjes. Dat is zo bij de roerende voorheffing en dat is zo bij de meerwaarde op aandelen. Waarom betalen mensen als Albert Frère en Marc Coucke geen euro belastingen wanneer ze aandelen verkopen die hun één of twee miljard opleveren? Omdat de meerwaarde op aandelen voor het grootste deel wordt vrijgesteld. En wie ontspringt de dans? Niet kleine Jan of kleine An, maar de grote man.

Dat is ook zo bij het doorgeven van vermogen, bij de successierechten. Iedereen die een beetje op de hoogte is van de technieken voor erfenisplanning weet dat de successierechten de eenvoudige burger die een huis erft, zwaar treffen. En dat superrijken net niet getroffen worden. Want die ontvangen aandelenpakketten, bijvoorbeeld van een vastgoedvennootschap die bijvoorbeeld het kasteel van die superrijken in portefeuille heeft.

Ja, we kunnen het debat aangaan over de roerende voorheffing. Dan gaat het erom hoe je financiële inkomsten belast in vergelijking met beroepsinkomsten en huurinkomsten. Maar dat is een debat dat de hele bevolking aangaat. Want die drie categorieën van inkomsten vinden we terug bij verschillende niveaus van rijkdom.

Maar het debat over het belasten van de rijken is een heel ander debat. Het is de bedoeling een specifieke belasting uit te werken op maat van de 1 procent rijksten, die daarvoor ruimschoots de middelen hebben. Die belasting mikt niet op inkomsten, maar op het gigantische vermogen van die 1 procent. En dat is nodig. De kloof tussen arm en rijk is in Europa veel groter op het niveau van het vermogen dan op het niveau van het inkomen. Dat toonde Thomas Piketty aan. En hij besloot daaruit dat je in Europa best een vermogensbelasting instelt voor de miljonairs, in tegenstelling tot de VS, waar je best een nieuwe inkomstenbelasting instelt voor de allerhoogste inkomsten.

Vierde drogreden: “Een vermogenskadaster gaat jaren duren” [p. 256]

Volgens Van Quickenborne is het opstellen van een vermogenskadaster een gigantische onderneming die jaren zal duren. “Je moet gaan kijken naar elk huis, welke de waarde ervan is, en hetzelfde voor alle andere bezittingen in het patrimonium”, zuchtte hij op ons VTM-debat alsof het een beroerde zaak zou zijn.

Mijnheer Van Quickenborne moet toch weten dat er al decennialang een kadaster van huizen bestaat, met van elk gebouw de eigenaar, het plan en de waarde. Dat kadaster dient vandaag al om een belasting te bepalen: de onroerende voorheffing. Het is overigens veelzeggend dat het patrimonium van gewone mensen – het huis – gekadastreerd is en het patrimonium van de rijksten – de financies – niet.

En het berekenen van de waarde van de andere elementen uit het patrimonium is iets dat al elke dag gebeurt op het terrein van de verzekering, de boekhouding van de bedrijven of de successierechten. Daar is dus niets ingewikkelds aan. Het meeste vastgoed en de meeste financiële activa zijn al gekend, zegt ook Luc Coene, de voormalige gouverneur van de Nationale Bank: “Een vermogenskadaster is redelijk eenvoudig. Veel van de gegevens zoals immobiliën en financiële activa zijn nu al bekend bij diverse overheidsdiensten. Technisch gezien is het met de huidige IT niet moeilijk die gegevens samen te brengen.” Inderdaad, een groot deel van zo’n kadaster bestaat al, maar onder geprivatiseerde vorm, in de bestanden van banken en verzekeringsmaatschappijen. De financiële instellingen moeten sinds kort een deel van hun gegevens doorgeven aan het centraal aanspreekpunt van de Nationale Bank, maar met nog een reeks tussenschotten. Het volstaat die tussenschotten uit de weg te ruimen om een vermogenskadaster uit te bouwen.

Sommige politici beweren dat je geen vermogensbelasting kunt invoeren omdat er geen vermogenskadaster bestaat. Maar op zich is een kadaster daarvoor niet nodig. De miljonairstaks is een belasting die moet ‘aangegeven’ worden, net zoals de Impôt de Solidarité sur la Fortune in Frankrijk. De belastingbetaler dient daar zelf het bedrag van zijn fortuin in te vullen op zijn belastingaangifte.

Een vermogenskadaster is natuurlijk wel wenselijk. Het zou niet alleen helpen bij de inning van de miljonairstaks, maar ook om de fraude op andere vlakken te bestrijden: bij de inkomstenbelasting, de btw, de successierechten … Vergeet niet dat die fraude zowat twintig miljard per jaar bedraagt. Het is een “redelijk eenvoudige” maatregel, zoals de voormalige baas van de Nationale Bank zei. Het is vooral een kwestie van politieke wil. Paul De Grauwe onderstreepte dat vroeger al: “Het is niet zo dat er geen vermogensbelasting komt omdat er geen vermogenskadaster is. Het is zo dat men geen vermogenskadaster wil invoeren omdat men geen vermogensbelasting wil.”

Vijfde drogreden: “Een vermogenskadaster, dat is Big Brother” [p. 258]

Nu de tegenstanders van de miljonairstaks al hun argumenten hebben uitgespeeld, vooral dat zo’n taks in de praktijk onmogelijk zou toe te passen zijn, schakelen ze over naar een ander register: dat van de bangmakerij. In ons VTM-debat beweerde Vincent Van Quickenborne doodgemoedereerd “Een vermogenskadaster, dat is Big Brother. De fiscus zal alles weten van alle gezinnen in ons land.”

Daarmee laat hij – en de hele regering staat hier achter hem – vooral zien aan welke kant hij staat. Want voor 99 procent van onze bevolking kent de fiscus perfect de inkomsten zonder dat de Open Vld daar enig probleem mee heeft en zonder dat ze van Big Brother spreekt. Een gewone belastingplichtige die zijn aangifte op Tax-On-Web invult, stelt vast dat de fiscus alle gegevens al kent. Straffer nog, de regeringspartijen, met voorop de liberalen, installeren zelf meer en meer Big-Brothermaatregelen voor de grote meerderheid van de bevolking. Als staatssecretaris voor Fraudebestrijding aarzelde Bart Tommelein geen moment om alle gegevens over het energieverbruik en water van de werklozen door te spelen om valse verklaringen over de gezinssituatie op te sporen. Zijn liberale opvolger Philippe De Backer heeft zelfs overwogen de gezondheidsgegevens van de burgers te verkopen aan de farmaceutische sector, maar moest uiteindelijk terugkrabbelen voor het protest. En tijdens de begrotingsbesprekingen lag zelfs een middelentoets voor werklozen op tafel. Zuhal Demir van de N-VA was alvast voorstandster van zo’n extra controle op de werklozen om te zien of ze toch niet wat eigen vermogen zouden hebben. Big Brother voor de gewone mensen en het recht op privacy voorbehouden voor de multimiljonairs-klasse. Sommigen zouden niets liever hebben. Nee, een vermogenskadaster instellen leidt niet tot Big Brother. Het zorgt er alleen voor dat we ook iets meer zicht krijgen op de rekeningen van de 1 procent allerrijksten. En het is een belangrijk instrument in de strijd tegen de fiscale fraude.

Zesde drogreden: “Het kapitaal zal het land ontvluchten” [p. 259]

“Rijke Belgen verlaten het land massaal”, titelt beurskrant De Tijd paginabreed op de ochtend van 29 oktober 2016. De streamer in de krant liegt er niet om: “Ze hebben het gevoel dat het in België stilaan een schande is geworden om nog vermogend te zijn.” Die arme miljonairs toch! Het artikel past in een goed uitgekiend mediaoffensief van de miljonairsklasse om toch maar elke vorm van vermogensbelasting tegen te gaan. “Vorige week raakte bekend dat de rijkste Belg, Alexandre Van Damme (54), de grootste individuele aandeelhouder van de biergroep AB InBev, deze zomer is verhuisd naar Zwitserland. Van Damme pendelt nu naar zijn kantoor in Sint-Gillis met een privéjet. Duizenden Belgen volgden al dezelfde route”, schrijft de beurskrant hoogdramatisch. Het artikel wordt op de sociale media lustig rondgetweet door de verzamelde N-VA-clan.

Wat is er aan de hand? Najaar 2016 kondigt de rechtse regering aan dat ze de roerende voorheffing naar dertig procent zal verhogen, zoals ik hierboven al schreef. Twee weken later bericht Alexandre Van Damme dat hij naar Zwitserland zal verhuizen. “Een verlies van zeventig miljoen euro voor de Belgische fiscus”, beweert Geert Noels onmiddellijk. En iedereen praat Noels na: zie je wel, de rijken bollen het af als je het hen lastig maakt. Alleen: Alexandre Van Damme had al besloten in Zwitserland te gaan wonen nog vóór het regeringsbesluit de roerende voorheffing te verhogen. Dat maakt het tijdschrift Medor bekend. Medor onthult ook dat Van Damme streeft naar absolute anonimiteit. Hij zou geplaagd worden door een panische angst voor ontvoering, gemarkeerd door de ontvoering van die andere bierbaron, Freddy Heineken, in 1983. In Zwitserland hoopt Van Damme onder de radar te kunnen blijven. Dat onze schatkist zeventig miljoen euro zou verliezen, is ook al een legende. Het bedrag zou kloppen moest Van Damme alle inkomsten van dividenden uit zijn aandelen van AB InBev als fysieke persoon opstrijken. Maar dat is niet zo. Officieel is het niet het individu Alexandre Van Damme dat langs de dividendenkassa passeert, maar wel de vennootschap Patrinvest. En, dankzij het fiscaal systeem van het Definitief Belastbaar Inkomen (DBI) betaalt Patrinvest geen eurocent belastingen op die inkomsten. Van Damme betaalt dus geen belasting op de inkomsten uit zijn dividenden, en geen belasting op eventuele meerwaarden, want die worden nooit belast. En hij was al veel langer van plan naar Zwitsersland te verhuizen. Tot zover het indianenverhaal, verspreid door fiscalisten, economen en andere ideologische huurlingen van de denktanks van big business. Ja, er zijn rijken die verhuizen naar Zwitserland. Maar ze zijn met zo weinig dat men er zelfs geen vijf kan opnoemen.

Toch blijft het establishment onvermoeibaar het argument van “kapitaalvlucht” van stal halen. In Frankrijk wordt de “rijkentaks” afgeschaft. Van Overtveldt, Rutten en De Wever vertellen aan wie het maar wil horen dat “zelfs de socialistische regering-Hollande met de staart tussen de benen de vermogensbelasting moet intrekken”. Alleen, de rijkentaks van Hollande was geen vermogensbelasting. Het was een belasting op inkomen, met een schaal van 75 procent op de allerhoogste inkomens. Ze had voornamelijk een symbolische waarde, ze was complex en bracht zo goed als niets op. Daarom werd ze op 1 januari 2015 in de prullenmand gegooid. Een beter argument tegen symbolische inkomensbelastingen kun je niet hebben.

Ondertussen blijft bij onze zuiderburen wel de vermogensbelasting bestaan, de Impôt de Solidarité sur la Fortune, of kortweg de ISF. Die bestaat al lang, viseert enkel de hoogste vermogens en brengt jaarlijks zo’n 4 à 5 miljard euro op. Volgens de belastingcalculator van Thomas Piketty zou het rendement acht maal hoger liggen als alle achterpoortjes van de ISF zouden gedicht worden.

Die Franse ervaring leert dat de kapitaalvlucht voor de ISF verwaarloosbaar klein is. Sinds het jaar 2000 hebben drieduizend kapitaalkrachtigen Frankrijk verlaten. Dat is 0,53 procent van al wie onderworpen is aan de ISF. Met andere woorden: 99,47 procent van de belastingplichtigen blijft de solidariteitsbelasting betalen en dus de schatkist spijzen.

Een studie aan de andere kant van de Atlantische Oceaan komt tot dezelfde conclusie: de miljonairs verhuizen maar zelden naar een andere Amerikaanse staat om te ontsnappen aan een hogere belasting in de staat waar ze wonen. “Een vermogensbelasting is essentieel om een rechtvaardig systeem te creëren.” In zijn column voor De Standaard citeert economiejournalist Ruben Mooijman de Nederlandse filosoof Gribnau. “Toch heeft geen enkele Belgische regering, links of rechts, dit principe tot op heden in de praktijk willen of kunnen brengen.

Tot nu wellicht. De taks-shift biedt een uitgelezen mogelijkheid om daar verandering in te brengen. De enige partij die onvermoeibaar op deze nagel klopt, de PVDA, heeft trouwens deze week ook nog eens voorgerekend hoeveel de fiscus laat liggen. In het nieuwe boek De miljonairstaks en zeven andere briljante ideeën om de samenleving te veranderen komt voorzitter Peter Mertens uit op 9.527.438.955 euro”, aldus Ruben Mooijman. “Hoe kan het dat we nu al maanden bezig zijn over die taks-shift zonder dat er iets concreets gebeurt? En dat de kans dus groot is dat er weer een Belgisch compromis uit de bus komt, dat in het ergste geval niet meer zal zijn dan gerommel in de marge? Peter Mertens geeft in zijn boek het antwoord in de vorm van een gedicht van Charles Ducal. De eerste regel luidt als volgt: ‘Dit is de muur. Tot hier reikt het denken.’”Het is tijd om de muur van het status-quo te doorbreken. Alle pseudotechnische drogredenen wijzen maar op één ding: liberaal rechts zit in moeilijke papieren in dit debat. Het is tijd om de drogredenen achter ons te laten en klaar en duidelijk aan de bevolking te zeggen: wil men de 1 procent multimiljonairs belasten, ja of neen? 

Bron: PVDA

1 mei, dag van de arbeid

Op 1 mei 2023 trokken duizenden mensen door de straten van verschillende steden in België om het feest van de Arbeid te vieren. Hogere lonen, lager pensioenleeftijd, rijkentaks, meer mensen aan het werk en steun aan de werknemers van Delhaize waren de belangrijkste thema’s dit jaar.
1 mei-toespraak PVDA-voorzitter Raoul Hedebouw
In zijn 1-mei toespraak hekelt PVDA-voorzitter Raoul Hedebouw de grote ongelijkheid in onze samenleving. Daarom stelt hij een rijkentaks voor en gaat hij tekeer tegen de graaicultuur. De pensioenleeftijd moet terug naar beneden en hij eist respect voor de werknemers van Delhaize.

“Dag kameraden,
‘t Is 1 mei. 1 mei, de Dag van de Arbeid. 1 mei, de dag waarop de wereld van de arbeid haar stem laat horen. 1 mei, de dag bij uitstek om het te hebben over de groeiende ongelijkheid in onze samenleving.
Want, kameraden, er heerst een echt taboe in dit land. Een taboe waar niemand over durft spreken. Een taboe over de echte transfers in ons land. Want als het over “money money” gaat, doet de regering altijd alsof we allemaal in hetzelfde schuitje zitten, dat we met z’n allen de broekriem moeten aantrekken en langer moeten werken. Wij gaan dat taboe vandaag hier doorbreken. Wij gaan spreken over de ongelijkheid in onze samenleving, wij gaan spreken over de superrijken en de multinationals.
Vandaag gaan wij een taboe doorbreken. Wij gaan spreken over de ongelijkheid in onze samenleving, over de superrijken en de multinationals
Ik denk dan aan de 37 miljardairs in ons land. Ik heb het over de 1 procent van de Belgische bevolking, die in totaal een vermogen van 662 miljard euro bezit. 662 miljard! Nooit eerder was er in ons land zo’n concentratie van rijkdom. En elders in de wereld ook niet trouwens. In de fiscale hervorming van de federale regering wordt daar met geen woord over gerept. Het is hoog tijd dat we ons eens richten op de mensen met de breedste schouders.
In ons land betaalt een miljardair vandaag 0 procent belasting op de meerwaarde die hij maakt op aandelen. Nul euro. Terwijl bij werkende mensen tot de helft van hun inkomen wordt belast. Ja, België is een belastinghel voor werknemers, maar een belastingparadijs voor de ultrarijken en multinationals.
Een klein clubje superrijken wordt steeds rijker, terwijl de mensen die de rijkdom creëren met moeite de maand doorkomen. En wat doet de regering? Ze verhoogt de accijnzen op onze energiefactuur. Daarom zeggen wij met de PVDA: “Het is genoeg geweest.” Wij zeggen: “TAX THE RICH!”
Het is tijd voor eerlijke belastingen. Ons voorstel voor een miljonairstaks ligt op tafel in het parlement. Wij willen een belasting invoeren van 1 procent op nettovermogens boven de 1 miljoen euro, 2 procent boven de twee miljoen euro en 3 procent boven de drie miljoen euro. Op die manier raken we enkel de superrijken.
Onze miljonairstaks zou 8 miljard euro opbrengen en kan morgen al gestemd worden. Die 8 miljard euro kunnen we gebruiken voor onze pensioenen, voor onze gezondheidszorg, voor onze openbare diensten.
De rechtse partijen zijn natuurlijk allemaal tegen. De Croo, Bouchez, De Wever… allemaal verdedigen ze openlijk de rijksten. Allemaal vinden ze het normaal dat ze de werkende mensen doen betalen. Ze blijven geloven in de mythe van het trickle-down-effect: hoe beter de rijken het zouden hebben, hoe meer de rest van de bevolking zogezegd mee zou profiteren.
Iedereen weet dat dat in de realiteit niet klopt: de rijken worden rijker en de armen armer. Wel, wij gaan hen niet laten doen. Een meerderheid in ons land – zowel in Vlaanderen als in Wallonië en Brussel – wil de grootste vermogens doen bijdragen. Dat is niet alleen een kwestie van sociale rechtvaardigheid, maar ook van democratie.
De socialisten, zij beweren dat ze de breedste schouders al laten bijdragen. Via de zogenaamde “effectentaks”. Wat is de effectentaks? Dat is een belasting van 0,15 procent op aandelen die op een effectenrekening staan. Zo’n rekening kun je bij je bank gaan openen om je aandelen erop te zetten.
Maar wat blijkt? De superrijken hebben hun aandelen helemaal NIET op effectenrekeningen staan. Zij hebben aandelen op naam en zetten die niet op zo’n rekening. De ultrarijken, de miljardairs, worden dus niet getroffen door deze belasting.
Dat is precies wat mijn kameraad Peter Mertens enkele weken geleden onthulde: zwart op wit, op basis van cijfers van de minister van Financiën, Vincent Van Peteghem, zelf. Geen enkele van de 37 miljardairs in ons land betaalt de effectentaks. Daarom brengt ze zo weinig op.
Steek een euro in de grond, giet daar water op, er zal nooit iets groeien. Het is de arbeid die kapitaal creëert, het werk van de werkende klasse.
Kameraden, kapitaal creëert geen kapitaal. Steek een euro in de grond, giet daar water op, er zal nooit iets groeien. Nooit. Zoals de klassieke economen al zeiden: het is de arbeid die kapitaal creëert, het werk van de werkende klasse. In ons land gaat een steeds groter deel van de welvaart, van de rijkdom die de werkende klasse produceert, naar het kapitaal. Een miljonairstaks is een eerste stap om dat recht te trekken.
Daarom versta ik niet dat Conner Rousseau al naar de N-VA aan het kijken is om in 2024 een coalitie te vormen. De N-VA is een neoliberale partij. De N-VA is de partij bij uitstek die de superrijken verdedigt. En wat stellen we vast? Dat Conner Rousseau de werklozen wil straffen in plaats van achter de superrijken aan te gaan!
Wie een linkse politiek wil, moet naar links kijken. We zijn er met de PVDA om een echt links alternatief op te bouwen, zowel in het noorden als het zuiden van het land.
Kijk naar het verschil tussen wat er in Antwerpen gebeurt en in Zelzate. In Zelzate, waar PVDA in een coalitie zit met Vooruit, gaan we voor een eerlijke fiscaliteit. Daar zijn we het geld gaan halen bij de grote multinationals, zoals ArcelorMittal, om het terug te geven aan de lokale middenstand en de inwoners van Zelzate. In Zelzate bestaat een goede dynamiek tussen Vooruit en de PVDA.
Natuurlijk moesten we tegen de stroom zwemmen en is Voka, de Vlaamse werkgeversorganisatie, in beroep gegaan tegen deze belasting. Maar we wonnen voor de Raad van State. Wie gelooft in een idee en de wil heeft om ervoor te strijden, kan en zal overwinningen boeken.
Overwinningen halen, zelfs vanuit de oppositie, dat is iets wat de PVDA geregeld doet
En uiteraard zullen we de liberalen, zoals Georges-Louis Bouchez (MR) en zijn ‘beweging van de rijken’, tegenkomen in onze strijd. We zullen hen blijven bestrijden. Maar het probleem is ook dat er socialisten zijn zoals Paul Magnette (PS). Zij doen forse, linkse beloftes op 1 mei, maar kieperen die beloftes de dag erna, op 2 mei, vervolgens weer de vuilnisbak in.
We moeten durven zeggen dat we de krachtsverhoudingen moeten veranderen. En dat doe je niet alleen in het parlement. Krachtsverhoudingen bouw je op straat op, samen met de vakbonden en de sociale beweging. Enkel op die manier kunnen we overwinningen behalen.
Overwinningen halen, zelfs vanuit de oppositie, dat is iets wat de PVDA geregeld doet. Samen met het middenveld. Samen met de acties van de werkende klasse.
Welke partij heeft voor het Noodfonds voor de zorg gezorgd?? De PVDA. Een recente studie toont aan dat onze overwinning 5.000 jobs heeft gecreëerd. 5.000!
Welke partij stelde voor om de minimumpensioenen te verhogen? Het is de PVDA die 180.000 handtekeningen verzamelde en die eis op de politieke agenda heeft gezet en deels heeft binnengehaald.
Welke partij heeft de Turteltaks van tafel geveegd omdat het onrechtvaardig was dat alle Vlamingen zouden betalen voor de zonnepanelen van havenbaasFernand Huts en co.? Opnieuw de PVDA met haar formidabele mobilisatiekracht. En we deden verder …
Welke partij eiste als eerste dat energie niet beschouwd zou worden als een luxeproduct waarop het btw-tarief van 21 procent geldt? Als de btw op energie vandaag 6 procent bedraagt, dan is dat dankzij de PVDA die daar al sinds 2007 actie voor voert, en de meer dan 300.000 mensen die ons steunendoor onze petitie te tekenen.
Onze strijd tegen de graaicultuur is een strijd voor democratie
En overwinningen halen, dat deden we ook tegen al de privileges van de politieke klasse. Toen we voor het eerst in het parlement zaten in 2014 beslisten de rechtse partijen, N-VA , MR, Open Vld en CD&V, dat mensen tot 67 jaar zullen moeten werken. 67 jaar. Maar wat bleek toen, in 2015? Diezelfde elite die vroeg om de mensen te doen werken tot 67 jaar, mocht zelf al op 55 jaar met pensioen. Op 55 jaar! Na onze strijd moesten ze op die privileges terugkomen.
Diezelfde elite die eist dat de mensen geen loonsverhoging mogen vragen en dat de lonen van de mensen zelfs geblokkeerd worden, wel die elite strijkt zelf meer dan 6.000 euro netto per maand op. In het Vlaams Parlement hadden ze een keer beloofd om hun eigen lonen met 5 procent te verminderen. Dat was onder druk van de publieke opinie. Wat bleek een paar maanden later: ze hadden hun eigen beslissing niet toegepast. Het is onze Jos D’Haese die dat ontdekte en naar buiten gebracht heeft! Ook hier hebben we een overwinning geboekt.
En een paar weken geleden brak er een nieuw schandaal los. Het pensioen van politici is wettelijk begrensdop maximaal 7.800 euro. Maar wat blijkt? De traditionele partijen hebben bewust een manier gezocht om dat wettelijke maximum te omzeilen, zodat ze een pensioen tot 9.375 euro kunnen cumuleren. 9.375 euro! Diezelfde partijen die doodleuk aan de bevolking vragen om met kleine pensioentjes te leven, die kennen zichzelf ongeziene extra’s toe. En alle partijen hebben daarmee ingestemd. Alle partijen. Jawel, ook het Vlaams Belang. Als het gaat over meegraaien, dan doet het Vlaams Belang altijd mee.
We hebben meermaals voorgesteld dat de lonen van politici gehalveerd zouden worden. Maar van extreemrechts krijgen we altijd een grote “njet”. Vlaams Belang, daar klinkt het altijd van eigen volk eerst. Dat eigen volk, dat zijn dus die graaiers. Bij het Vlaams Belang is het “eigen graaiers eerst”. Veel geld voor zichzelf graaien, en dan maar hopen dat de mensen er niets van zien en dat de mensen mee naar beneden stampen. Naar de Walen, naar de werklozen, naar de migranten.
Dit heeft een doel, beste vrienden: dat de mensen niet naar het gegraai naar boven kijken maar naar beneden. Het is trouwens geen toeval dat het Vlaams Belang tegen elke vorm van belasting op de grote vermogens is. Dat is het ware gezicht van het Vlaams Belang, een partij in dienst van het establishment, in dienst van de rijksten en die zelf profiteert van de privileges.
Kameraden, die politieke zelfbediening heeft een functie. Het feit dat politici 6.000 euro netto per maand verdienen, zorgt ervoor dat zij los staan van de realiteit van de mensen die zij vertegenwoordigen. Juist omdat politici pensioenen tot 9.000 euro kunnen verdienen, is het voor hen gemakkelijk om het minimumpensioen te verlagen.
Kameraden, wij zijn niet de eersten die al die politieke privileges willen afschaffen. Wij zijn marxisten. Wij kennen de historische strijd van de werkende klasse voor democratie. Al in 1871, in de Commune van Parijs, werden alle politieke privileges afgeschaft en moesten politici leven aan een arbeidersloon.
De verkozenen konden ook op elk moment ter verantwoording worden geroepen en uit hun functie worden gezet. Resultaat: het merendeel van de verkozenen was arbeider of een erkende vertegenwoordiger van de werkende klasse. Onze strijd tegen de graaicultuur is dus een strijd voor democratie.
Laat de rijkdom terugvloeien naar de werknemers, in de vorm van betere lonen, maar ook door het recht op een fatsoenlijk pensioen op een redelijke leeftijd
Zoals de laatste weken is gebleken, spelen wij als partij een essentiële rol. Om de cultuur van privileges in de politieke wereld te bestrijden. Om het ware gezicht van het Vlaams Belang te ontmaskeren. Om problemen en sociaal beleid echt op de agenda van dit land te zetten. Dat doen we door mensen van onderuit te mobiliseren. Met een echt links alternatief.
Daarom doe ik vandaag een oproep: help ons de PVDA te versterken. Versterk ons in de dynamiek om een bolwerk tegen extreemrechts op te bouwen, een bolwerk tegen het liberale beleid, zodat we nog meer overwinningen kunnen behalen. Steun ons, word lid, engageer je in een lokale afdeling. Samen dwingen we verandering af.
Kameraden, in de komende weken of maanden wil de regering haar nieuwe pensioenhervorming op tafel leggen. Dezelfde politici die zichzelf al die privileges toekenden, beslisten al om de beloofde minimumpensioenen te verlagen. En ze zullen mensen blijven dwingen om langer te werken. We zien rechts, maar ook een deel van links in de regering, al een aanval inzetten op de zogezegde “geprivilegieerde” regelingen, die mensen toestaan vroeger te stoppen met werken.
Laat dit vandaag een essentiële les zijn, kameraden: laat u NOOIT meer “geprivilegieerd” of “bevoorrecht” noemen door een traditionele politicus. Het zijn zij die geprivilegieerd zijn. Zij zijn niet degenen die aan het eind van hun carrière vroegtijdig moeten stoppen omdat hun lichaam het niet meer aankan. Zij zijn niet degene met een zwaar beroep, met een beroep met veel werkdruk, flexibiliteit en stress die het niet meer aankunnen op latere leeftijd.
Als al deze politici ook maar één maand zouden werken als poetshulp, aan de band in een grote fabriek of als verpleegkundige, ze zouden het misschien een beetje begrijpen.
Kameraden, we hebben nog nooit zoveel rijkdom geproduceerd als vandaag. De productiviteit is geëxplodeerd, en het zijn de lichamen van de werkende mensen die de prijs betalen. Dé vraag is: wat gaan we doen met al die rijkdom? De regering wil dat ze in de zakken van de aandeelhouders verdwijnt. Maar voor ons is het niet meer dan normaal dat ze terugvloeit naar degenen die ze produceren.
Laat de rijkdom terugvloeien naar de werknemers, in de vorm van betere lonen, maar ook door het recht op een fatsoenlijk pensioen op een redelijke leeftijd. Op 67 jaar is elk beroep te zwaar. Vandaag zijn zeven op de tien mensen nog steeds tegen de verhoging van de pensioenleeftijd naar 67 jaar. Een zeer grote meerderheid in het noorden, zuiden en centrum van het land. Waarom wordt er niet naar hen geluisterd?
De socialisten hadden beloofd dat ze pas in een regering zouden stappen als de pensioenleeftijd weer op 65 jaar zou worden gebracht. Waarom hebben ze die belofte gebroken? Daarom zullen we blijven strijden tegen de verdere afbraak van onze pensioenen en voor de terugkeer van het pensioen op 65 jaar, kameraden!
De strijd van de Delhaiziens is een strijd voor welke samenleving we vandaag willen voor onze jongeren
Op deze Dag van de Arbeid, kan ik uiteraard niet anders dan iets zeggen over de Delhaiziens. Al die mannen en vrouwen strijden nu al meer dan acht weken aan een stuk tegen een multinational, Ahold-Delhaize, die hen wil verhandelen als koopwaar. Ondanks de moeilijkheden, ondanks de arrogantie van de directie, ondanks de deurwaarders, ondanks dat alles, staan ze er nog altijd. Dit weekend nog. Respect!
Dit is trouwens niet alleen de strijd van de 9.000 werknemers van Delhaize en hun gezinnen. Dit is een strijd voor de arbeidsvoorwaarden in de hele sector. Het is de strijd voor welke samenleving we vandaag willen voor onze jongeren.
Zo’n samenleving van onzekere contracten en van hyperflexibiliteit, waar de arbeidsvoorwaarden voortdurend achteruit gaan, die willen wij niet. Daarom is de strijd van de Delhaiziens ook de strijd van ons allemaal. De vakbonden lanceerden een paar dagen geleden trouwens een oproep voor een grote betoging in gemeenschappelijk vakbondsfront op 22 mei, als steun aan de werknemers van Delhaize. Wij steunen hen volledig!
Beste kameraden, het is vandaag 1 mei. En zoals dat prachtige lied, de Internationale, ons vertelt: “Makkers, ten laatste male, tot de strijd ons geschaard, en de Internationale zal morgen heersen op Aard”.
Vandaag hebben heel wat mensen wereldwijd te lijden onder de gruwel van oorlog. Zij kunnen deze mooie feestdag van de werkende klasse niet vieren zoals wij dat hier vandaag kunnen. In Oekraïne, in Jemen, in Palestina, in Congo… Oorlogen om geld. Oorlogen om nieuwe markten te veroveren.
Aan al die mensen zeggen wij: we zetten de strijd voort: voor het internationalisme en tegen de oorlog! Wij zullen de stem van de vredesbeweging blijven verdedigen. Wij zullen ons blijven verzetten tegen de militarisering en de escalatie die ons in een nieuwe Koude Oorlog dreigen mee te sleuren.
“Als de rijken oorlog voeren, zijn het de gewone mensen die sneuvelen”, zegt men. De werkende klasse heeft alleen maar te verliezen bij oorlog. Daarom roepen wij op tot een Europees vredesinitiatief. Het is tijd om op internationaal vlak echt naar de stem van de vrede te luisteren. En plaats te maken voor een multipolaire, democratische wereld.
Beste kameraden, wij gaan door. Geniet van deze 1 mei om samen met kameraden deze mooie Dag van de Arbeid te vieren. Vandaag is onze dag. Vandaag maken we er een feestje van!” Bron: PVDA

“Wereldvreemde” Conner Rousseau krijgt stevige kritiek: “Voor hem zijn huisvrouwen profiteurs!”

De voorzitter van Vooruit had in Het Nieuwsblad gezegd dat hij een gesprek had met een vrouw die ervoor koos om zonder uitkering thuis te blijven om voor haar kinderen te zorgen.

Rousseau merkte echter op dat zij ook gebruik maakt van de wegen, haar kinderen ook naar school gaan en ze ook kan rekenen op de gezondheidszorg indien ze ziek zou worden.

“Ik vind dat iedereen die kan werken, zijn deel moet doen. Mijn moeder was alleenstaande en die heeft toch ook voor haar kinderen gezorgd?”, zegt Rousseau in de krant.

“Veel vrouwen met een migratieachtergrond kiezen er vandaag voor niet te werken. We moeten hen meer kansen geven om zich te emanciperen op de arbeidsmarkt.”

Vlaams Belang reageerde scherp op Twitter. “Voor Vooruit zijn ouders die ervoor kiezen hun kinderen zelf op te voeden dus profiteurs die niet werken. Huisvrouw of huisman is voor Rousseau geen voltijdse bezigheid. Wereldvreemd!”

bron: Redactie24

Dreigende crash voor ouderenzorg? ‘De demografische tijdbom tikt’

Dreigende crash voor ouderenzorg? ‘De demografische tijdbom tikt’

Over het personeelstekort in zorg en welzijn is al veel geschreven. Jan Steyaert van het Expertisecentrum Dementie zet de puntjes op de i: “Tegen 2040 zijn er 25 procent meer ouderen dan nu. Dat is een demografische tijdbom. De kloof tussen zorgvraag en zorgaanbod wordt alleen maar groter.” Kortom: we dreigen af te stevenen op een ethisch fiasco, alleen ontbreekt de sense of urgency.

Tijdbom

Ik wil je als lezer niet op het verkeerde been zetten, daarom meteen deze bekentenis: ik ben geen demograaf.

Ik werk wel bijna tien jaar in de Vlaamse dementiezorg. Niet als ‘handen aan het bed’, maar als wetenschappelijk medewerker van het Expertisecentrum Dementie Vlaanderen. Samen met onze regionale collega’s werken we aan goede zorg voor wie nu dementie heeft en hun naasten. We hebben ook een preventieve opdracht.

Met dat jubileum van tien jaar in het vooruitzicht wil ik graag terugkijken op het verleden, stilstaan bij het heden en kijken in de wazige kristallen bol van de toekomst. Vooral omdat ik verontrust werd door een Nederlands rapport over zorg en welzijn. Alvast bij onze noorderburen staat de houdbaarheid van de zorg onder druk door vergrijzing, de opkomst van nieuwe zorgtechnologie en de toename van het aantal chronisch zieken. Cruciale vraag: gaat dit ook op voor Vlaanderen?

Ik schrijf dit artikel vanuit het perspectief van dementiezorg, maar de conclusies gelden voor de hele ouderenzorg en eigenlijk voor heel zorg en welzijn. En ja, zelfs voor de hele Vlaamse arbeidsmarkt in zijn geheel. De demografische tijdbom die op ons afkomt zal veel impact hebben.

Wind in de zeilen voor dementiezorg

Afgelopen jaren had de Vlaamse dementiezorg de wind in de zeilen. Er werd veel vooruitgang gemaakt. Zo ontstond de opleiding tot referentiepersoon dementie. Ondertussen zijn er zo’n 2.500 zorgprofessionals met dat getuigschrift. Ze werken niet alleen aan goede dementiezorg, maar vooral als ‘change agent’ in hun organisatie.

En omdat mantelzorgers een belangrijk fundament zijn van goede zorg, werd de psycho-educatie ‘Dementie en nu’ ontwikkeld. Honderden mantelzorgers namen er al aan deel. Zo bleven veel personen met dementie langer thuis, met behoud van kwaliteit van leven. Mooie resultaten!

Sinds 2012 wordt ook hard gewerkt aan genuanceerde beeldvorming rond dementie, om te vermijden dat stigma de aandoening nog zwaarder maakt. Als expertisecentrum ontwikkelden we ook een in de ouderenzorg veel gebruikt referentiekader voor dementiezorg. Samen met Cera en de Vlaamse overheid organiseren we hierover ook studiemomenten en coachingstrajecten voor zorgorganisaties.

Leven we dan in de ideale wereld? Nee, er ligt nog werk op de plank. Er staan een aantal nieuwe grote projecten op stapel waarbij we focussen op huisartsen en de thuiszorg. We werken ook aan een tool om kwaliteit van leven vanuit het perspectief van de persoon met dementie in beeld te brengen. Het is allemaal onderdeel van het huidige Vlaams dementieplan.

Woonzorgcentra worden onbetaalbaar

Maar er is ook tegenwind. Soms vallen de kaarten niet goed en komen ideeën waar we als expertisecentra sterk achter staan niet van de grond. Die tegenwind zien we vandaag de dag vooral bij de woonzorgcentra.

De woonzorgcentra worden onbetaalbaar. Vrijwel niemands pensioen is voldoende om de eigen bijdrage te betalen. “Meer dan 80 procent van de gepensioneerden kan een verblijf in een woonzorgcentrum niet betalen met zijn wettelijk pensioen”, titelde KNACK vorig jaar. Seniorenvereniging OKRA berekende de gemiddelde prijs van een éénpersoonskamer in een woonzorgcentrum en kwam uit op 2.096 euro per maand. Terecht luidde de Vlaamse Ouderenraad begin dit jaar op Sociaal.Net de alarmbel: “De gemiddelde factuur lag eind 2022 zo’n 830 euro boven het gemiddeld werknemerspensioen.”

Wie onvoldoende financiële reserves of geen kinderen heeft die meebetalen, moet noodgedwongen langer thuis blijven of aankloppen bij het OCMW. Een bittere pil voor veel bewoners en families.

Beeldvorming is belabberd

Daarnaast blijft de beeldvorming over woonzorgcentra belabberd. Keer op keer halen wanpraktijken en schrijnende toestanden onze nieuwsmedia. Als je het een paar maanden bijhoudt, krijg je een collectie knipsels en reportages die een erg negatief beeld vormen. Zelfs als je een woonzorgcentrum vlot kan betalen, zou je er niet naar willen verhuizen.

Ook hier is dringend behoefte aan betere beeldvorming, want die schrijnende toestanden zijn gelukkig niet representatief voor de hele ouderenzorg. En voor veel mensen is een woonzorgcentrum nog steeds de enige garantie voor kwaliteit van leven.

Personeelstekort

Een derde en misschien belangrijkste tegenwind zit in het tekort aan zorgpersoneel. Begin november 2022 berichtte De Standaard over meerdere woonzorgcentra die een bewonersstop instelden omdat ze geen zorgpersoneel meer vinden. Andere woonzorgcentra gaan zelfs over tot sluiting van afdelingen.

Dat personeelstekort is niet nieuw en zien we ook elders in de samenleving. Scholen vinden geen leerkrachten meer. Huisartsen en tandartsen stellen een patiëntenstop in. Restaurants sluiten op weekdagen omwille van te weinig medewerkers. Zelfs de federale pensioendienst moet openingstijden reduceren door gebrek aan personeel en een toenemend aantal dossiers. Symbolisch voor wat de ouderenzorg te wachten staat?

Op zoek naar oplossingen

Langs verschillende kanten worden voor deze arbeidstekorten oplossingen uitgewerkt.

Om het tekort in zorg en welzijn aan te pakken, wordt elk jaar de Week van de Zorg georganiseerd, met als hoogtepunt de jaarlijkse opendeurdag bij honderden Vlaamse zorgvoorzieningen. Ook de Vlaamse zorgambassadeur zet al jaren in op het aantrekkelijker maken van werken in zorg en welzijn. Zo startte begin dit jaar nog de nieuwe campagne ‘Career’BlijfaanZ probeerde dan weer personeel dat al in de zorg werkt, daar te houden.

Het is een manier om de bekendheid en aantrekkelijkheid van werken in de zorgsector te verhogen. Nodig, maar anderen trekken natuurlijk dezelfde kaart. Dat zorgt voor concurrentie en communicerende vaten… Als het imago van de ziekenhuizen beter wordt, gaat zorgpersoneel daar werken en verliezen woonzorgcentra en thuiszorg. Als het imago van het onderwijs beter wordt, verliest zorg…

Vlaanderen zet daarnaast ook in op onder meer het aantrekken van zij-instromers, arbeidsmigratie, zorgwonen en zorgzame buurten. Maar echt significante impact hebben deze acties (nog?) niet. Het blijven lokale initiatieven. Het zijn vaak projecten die lopen zolang er financiering is en die zelfs als ze succesvol zijn geen substantiële opschaling krijgen.

Langer werken

De overheid zet ook in op niet-sectorspecifieke maatregelen. De bekendste daarvan is de verhoging van de pensioenleeftijd tot 67 jaar. Langer werken, is meer volk op de arbeidsmarkt.

De werkgelegenheidsgraad is in Vlaanderen momenteel 76,7 procent. Tegen 2030 streeft de overheid naar een werkgelegenheidsgraad van 80 procent. Dat betekent dat tegen dan vier op vijf volwassenen actief zijn op de arbeidsmarkt. De werkgelegenheidsgraad nog verder verhogen, wordt echter pittig. In die laatste 20 procent zitten immers studenten hoger onderwijs, mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt en mensen met een langdurige of chronische ziekte.

Bovendien zijn er in deze groep ook heel wat mantelzorgers actief. Als we die groep pushen naar betaald werk dan verdwijnen ze als mantelzorger. Kortom: het is niet realistisch om en meer participatie op de arbeidsmarkt en meer mantelzorg te verwachten.

Arbeidstekort gaat niet over

“Ik dacht dat we de bodem bereikt hadden.” Zo citeerde De Morgen Vlaams parlementslid Celia Groothedde (Groen) eerder dit jaar over het recordaantal open vacatures in de kinderopvang. Het is een kenmerkende uitspraak voor de gedachte dat de krapte op de arbeidsmarkt binnenkort voorbij zal gaan. Helaas is de realiteit anders.

We staan immers nog maar aan het begin van een grijze golf. Mensen worden steeds ouder en het aantal kinderen dat geboren wordt is doorheen de jaren blijven dalen. Die combinatie zet de samenleving onder druk. De al lang aangekondigde ‘zilveren tsunami’ staat aan de voordeur. Slechts heel langzaam sijpelt de maatschappelijke urgentie hiervan door.

Vlaanderen

Laten we focussen op het Vlaamse Gewest. Statbel geeft bevolkingsprognoses tot 2070. Die stellen ons in staat demografische ontwikkelingen in beeld te brengen. Natuurlijk steeds met de voetnoot dat onverwachte gebeurtenissen zoals oversterfte door corona of extra vluchtelingen door een oorlog in Oekraïne zich ook in de toekomst kunnen voordoen.

Maar laten we toch in die wazige glazen bol kijken met paar eenvoudige cijfers. Conclusie? Tegen 2040 stijgt de beroepsbevolking (rekening houdend met stijging pensioenleeftijd) met amper 3 procent terwijl de oudere bevolking met meer dan 25 procent toeneemt. Tegen 2060 is dat respectievelijk een groei van 5 en 35 procent.

Een zeer beperkte groei van de beroepsbevolking en een kwart meer ouderen, dat is een demografische tijdbom, niet alleen om de pensioenen betaalbaar te houden maar ook voor de organisatie van onze zorg. Ondanks de eerder genoemde maatregelen zal de krapte aan zorgpersoneel immers stevig toenemen, niet alleen in woonzorgcentra, maar ook in de thuiszorg, elders in zorg en welzijn, en op de totale arbeidsmarkt.

Kloof tussen zorgvraag en zorgaanbod

Anders gezegd: we evolueren naar een steeds zwaarder onevenwicht tussen de actieve  beroepsbevolking en het aantal ouderen. Hierdoor ontstaat er een steeds grotere kloof tussen zorgaanbod en zorgvraag.

Een toename van 25 procent ouderen wil immers ook zeggen 25 procent meer mensen met een zorgbehoefte. Misschien leven de aanstormende ouderen wat gezonder en wordt het ‘maar’ 20 procent. Maar gaan we 20 of 25 procent woonzorgcentra bijbouwen? Gaan we de thuiszorg met dit percentage laten groeien? Wellicht niet, we hebben er het geld en de mensen niet voor. Dat was ook wat de Nederlandse Wetenschappelijke Raad voor Regeringsbeleid schreef in hun rapport ‘Kiezen voor houdbare zorg. Mensen, middelen en maatschappelijk draagvlak’.

De druk op de ouderenzorg zal zonder grondige en snelle aanpassingen alleen maar toenemen. Behoud van kwaliteit wordt lastig, ruimte voor innovatie en verbetering wordt kleiner. Wachtlijsten inperken of daar zelfs maar de ambitie toe hebben, zal iets van het verleden worden. De zorgbehoefte van bewoners van woonzorgcentra wordt al jaren groter en zal alleen maar groter worden.

Anno 2023 verblijft naar schatting 70 procent van de personen met dementie thuis. Hun aantal zal toenemen. Niet alleen uit eigen keuze, maar omdat er gewoon te weinig residentiële ouderenzorg zal zijn. Links en rechts zullen kleine privé-initiatieven ontstaan, zoals co-housing of koopkrachtige gezinnen die eigen zorgpersoneel aanwerven. Maar voor de overgrote meerderheid van ouderen is de toekomst zorgwekkend.

Geen hartoperatie meer boven de 85 jaar?

Het Nederlandse rapport geeft ook een aanzet tot oplossingen. Behoud en uitbreiding van zorgpersoneel wordt een lastige en zal onvoldoende zijn.

Daarom moeten we inzetten op begrenzing van de groei in de zorg en dat kan door het trekken van de preventiekaart. Alleen is net dat een deel van zorg en welzijn waarin onder meer Vlaanderen weinig investeert. Leefstijlgeneeskunde staat bij ons nog maar in de kinderschoenen. Toch kent iedereen de uitspraak “voorkomen is beter dan genezen”, zeker als genezen (nog) niet kan of er straks  personeel noch middelen voor zorg zijn.

De Nederlandse auteurs geven ook aan dat we als samenleving zullen moeten kiezen. Als individu kunnen we nu dankzij de wet op patiëntenrechten al zorg weigeren als we die te complex of te risicovol vinden, maar als samenleving dergelijke keuzes maken is nog wat anders.

Want hoe zou dat er dan gaan uitzien? Geen hartoperatie meer als je ouder bent dan 85? Geen nieuwe heup boven de 90 jaar? We staan voor dit soort ingrijpende ethische keuzes, alleen wordt het debat niet gevoerd. Alleen tijdens de eerste coronagolf stak het even de kop op.

En wat met nieuwe technologie?

In ons dagelijks leven merken we hoe technologische innovaties alles veel efficiënter laten verlopen. Maar geldt dit ook voor de zorg?

Het al genoemde Nederlandse rapport is pessimistisch: “Vooral in de ziekenhuiszorg heeft er in tijden van beperkte middelen soms een behoorlijke productiviteitsverbetering plaatsgevonden doordat mensenwerk werd vervangen door technologie. Maar voor de ouderenzorg geldt dit veel minder.”

Zelf denk ik dat het beter benutten van eenvoudige hulpmiddelen wel wat zorgruimte kan creëren. Maar dan moeten mensen sneller hulpmiddelen aanvaarden. Een personenalarm of gps-tracking pas gebruiken als er al eens een valpartij of verdwaling geweest is, zijn vaak voorkomende maar ook te vermijden situaties. Daartoe moet het stigma rond gebruik van hulpmiddelen omlaag en advies van ergotherapeuten ruimer beschikbaar zijn. Check daarom zeker eens de website ‘Hulpmiddelen bij dementie’.

Ik ben ongerust

Zoals bij aanvang al geschreven, ik ben geen demograaf. Dus kijk ik uit naar nuancering van dit redelijk eenvoudig rekenwerk op Vlaamse bevolkingsprognoses. Of vooral naar ontkenning en tegenspraak.

Want de tendens tussen 2020 en 2040 maakt me behoorlijk ongerust. Tegen 2040 ben ik 78 jaar oud. Misschien nog fris van lijf en geest, misschien overleden, maar anders wellicht met een zorgnood. En dan is het nu negeren van deze analyse niet handig. Je zou kunnen zeggen dat deze tekst een vorm van persoonlijke vroegtijdige zorgplanning is, puur uit eigenbelang.

Ik mis in Vlaanderen het perspectief op langere termijn. We kijken vaak niet verder dan de volgende verkiezingen. We hebben geen equivalent van de Nederlandse Wetenschappelijke Raad voor Regeringsbeleid of het Sociaal Cultureel Planbureau om vanuit het perspectief van de samenleving een problematiek te benaderen. Wij blijven morrelen in de marge en voeren het debat niet over structurele oplossingen.

We zijn niet klaar om de snelheid en omvang van deze demografische transitie op te vangen. Daarvan wegkijken lijkt me geen verstandige optie. Je kan me een pessimist noemen, of mee uitgaan van “hope for the best, but prepare for the worst”.

Bron: Sociaal.net