“Vlaamse overheid voert pestmaatregel tegen sociale huurders onduidelijk uit”

Vanaf april 2023 kunnen sociale woningmaatschappijen controleren of sociale huurders zonder werk zich ingeschreven hebben bij de VDAB. Voor deze inschrijving, verplicht sinds 1 januari, kregen huurders tot 31 maart de tijd. Het Vlaams ABVV stelt vast dat deze pestmaatregel zeer onduidelijk werd uitgevoerd en geen enkel gunstig effect heeft voor betere werkgelegenheid.

Het Vlaams ABVV omschreef de beslissing van de Vlaamse regering als een pestmaatregel en stelt dat de invoering bovendien allesbehalve zorgvuldig gebeurt. De registratieprocedure om te bepalen voor wie de verplichting geldt staat niet op punt, er is budget noch begeleiding voor de geviseerde doelgroep en bij de huurders zelf heerst onduidelijkheid over rechten en plichten.

Vanaf 1 april moeten Vlaamse sociale huurders zonder werk, zonder werkloosheidsuitkering en op beroepsactieve leeftijd ingeschreven zijn bij de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding (VDAB). Het gaat over huisvrouwen en -mannen, over studenten en mantelzorgers die geen betaalde baan hebben maar evenmin een werkloosheidsuitkering krijgen.

Deze verplichting werd beslist door Vlaams minister van Wonen Matthias Diependaele (N-VA). De invoering van deze ‘huurdersverplichting’ hangt echter met haken en ogen aan elkaar, zo stelt het Vlaams ABVV vast.

De registratie van huurders voor wie deze verplichting geldt staat niet op punt. Om dit probleem te omzeilen gingen maar liefst 130.000 brieven de deur uit op een totaal van 145.000 huurders. Minister Diependaele verdedigde deze brede mailing als ‘informatie’: “Iemand die al werkt moet toch ook weten dat de verplichting geldt”.

Noch de VDAB, noch de sociale woningmaatschappijen hebben in hun interne organisatie specifieke aandacht voor de geviseerde doelgroepen. Minister Diependaele voorzag er geen budget voor en zijn collega, Vlaams minister van Werk Jo Brouns (CD&V), heeft voor deze doelgroepen geen specifieke begeleiding voorzien. De Vlaamse regering richt zich uitsluitend op één zaak: de verplichte inschrijving.

De sociale huurders weten op basis van de mailing die ze ontvingen niet wat de gevolgen zijn van deze verplichting. Dat ze geen verplichting inhoudt om te solliciteren of werk te zoeken wordt verzwegen, dat de administratieve boete voor wie zich niet inschrijft kan oplopen tot 5.000 euro wordt evenmin vermeld, net zomin als de manier waarop het juiste bedrag van de boete wordt bepaald. Ook hoe de controle op inschrijving zal gebeuren en of een huurder zelf de bewijzen van inschrijving dient voor te leggen is nergens duidelijk. Dit creëert onnodige ongerustheid bij de sociale huurders.

Verschillende deelgroepen onder de huurders worden door deze inschrijvingsplicht verplicht te bewijzen dat ze recht hebben op de vrijstelling van sollicitatie of aanvaarden van werk. Zelfvoorzienende mensen met een handicap worden nu verplicht een hele papiermolen in gang te zetten bij de Vlaamse én federale administraties om een boete te vermijden. Ook studenten ouder dan 18 zullen een bewijs van werk moeten leveren. Het Vlaams ABVV heeft al meerdere verontruste vragen gekregen van getroffen personen die deze verplichting niet begrijpen.

Slecht bestuur

Volgens ABVV-Algemeen Caroline Copers getuigt deze aanpak van slecht bestuur en een totaal gebrek aan opvolging. “De Vlaamse regering koppelt het recht op wonen aan een plicht op werk zoeken in de hoop zichzelf van de verplichting te ontslaan voldoende sociale woningen te voorzien. Dat ze daarbij zelfs niet de moeite neemt om dit grondig op te volgen is extra cynisch. Er is begeleiding noch financiering, overlast voor mensen en diensten en er wordt een extra drempel ingebouwd op een basisrecht met dus groter risico dat er mensen op straat belanden.”

Het Vlaams ABVV antwoordt op deze gang van zaken met drie tegenvoorstellen:

  1. Terugdraaien van de negatieve koppeling tussen wonen en werken: schaf deze verplichting af. Wonen is een recht, geen stok om mee te slaan.
  2. Zorg voor voldoende sociale woningen en stop met de marginalisering van zowel sociale huurders als het sociale wonen. En neen, de private markt is niet het antwoord, discriminatie tussen niet-sociale en sociale huurders op de privé-markt evenmin.
  3. Het Vlaamse werkgelegenheidsbeleid moet drempels wegwerken voor werkgelegenheid, administratieve sancties vanuit het woonbeleid doen dat niet.

Voldoende kwaliteitsvolle en betaalbare woningen zorgen samen met goed openbaar vervoer voor het wegwerken van drempels naar werk. Pestmaatregelen doen dat niet, aldus nog het Vlaams ABVV.

Bron: De Wereld Morgen

Werkloosheidsvergoedingen beperken in de tijd

Op de vooravond van het feest van de werkende klasse trekt Conner Rousseau alweer de rechtse N-VA-kaart en stigmatiseert hij opnieuw die mensen die het al moeilijk hebben.

CR, voorzitter van Vooruit, lanceerde een paar dagen geleden het idee dat mensen die twee jaar werkloos zijn verplicht een basisbaan moeten aanvaarden. Met de slogan “iedereen moet bijdragen aan de welvaartmaatschappij” zal de langdurige werkloze zijn of haar uitkering verliezen als hij/zij deze job – aan het minimumloon – weigert.

Volgens CR moeten de arbeidsbemiddelingsdiensten (VDAB in Vlaanderen, FOREM in Wallonië) de werklozen sneller en op grotere schaal vormingen en opleidingen laten volgen binnen de eerste twee jaar werkloosheid en ze daarna een basisbaan aanbieden.

Het zou gaan over basisbanen in de zorg (keuken, poets en administratieve taken, …), onderwijs (voor-en naschoolse opvang), de groendienst van steden en jobs in de vrijetijdssector.

Het is wel erg vergelijkbaar met de verplichte gemeenschapsdienst, die sinds dit jaar is ingevoerd in Vlaanderen, met dit verschil dat de basisbaan van CR een minimumloon voorziet (het interprofessioneel minimumloon is sinds 1 december 2022 €12,86 bruto/uur of €1.954,99 bruto/maand). Dit loon zou gesubsidieerd worden door de Europese overheid, ons belastinggeld dus.

N-VA en de OpenVLD zijn enthousiast over het pleidooi van CR want in de praktijk zal dit leiden tot het beperken in de tijd van de werkloosheidsvergoeding. Hun credo: “voor wat, hoort wat”. Maar als je werkloos bent, heb je afgedragen aan de sociale zekerheid (uitgezonderd de schoolverlaters, maar deze krijgen dan ook geen werkloosheidsuitekering maar een veel lagere inschakelingsvergoeding).

Het pleidooi voor basisbanen is het zoveelste voorbeeld van hoe CR en de andere traditionele partijen en het Vlaams Belang steeds weer naar beneden sjotten en zo de werklozen onder andere als luiaards voorstellen.

Over wie gaat het nu eigenlijk?

België telt 1.619.000 mensen die niet of niet betaald werken: werkloos, ziek, pensioen, huisvrouw of man, student. Binnen die groep krijgen 272.000 mensen een werkloosheidsvergoeding. 37 procent van deze laatste zijn langer dan twee jaar werkloos.

Maar deze groep is enorm divers: bv. 4 op de 10 heeft een beperking, velen zijn ouder dan 55 jaar, en velen zijn zeer laag geschoold. We weten allemaal dat heel veel werkgevers weigeren deze categorieën van mensen in dienst te nemen. Willen wij deze mensen zonder inkomen zetten na twee jaar?

Wie ooit werkloos is geweest, weet dat dat geen pretje is. Wie ooit langdurig werkloos is geweest, weet dat je daar erg ongelukkig van kunt worden. Telkens opnieuw een “neen” krijgen bij je volgende sollicitatie. Te oud of te jong, te onervaren of te veel ervaring, te laag of te hoog geschoold, niet wit genoeg, enz.

Je zelfbeeld zakt in verhouding met je aantal sollicitaties. Je inkomen zakt drastisch, want naast je maandelijks loon valt ook je vakantiegeld en je eindejaarspremie weg. Je verbergt je omdat je je schaamt voor iedereen die wel een job heeft … En toch worden werklozen steeds meer gestigmatiseerd door CR.

Van die 1.619.000 mensen zijn er vandaag ongeveer 500.000 mensen inactief omwille van langdurige gezondheidsproblemen. Met andere woorden: 500.000 zieke werknemers. De meeste mensen binnen deze groep hebben een job maar kunnen niet werken omwille van ziekte. Velen daarvan zijn thuis omwille van een ziekte gerelateerd aan het werk: bijvoorbeeld burn-out.

Lijkt het niet veel logischer om de werksituatie van deze mensen grondig te bekijken en deze te verbeteren, zodat zij terug aan het werk kunnen?

Zulke goedkope jobs hebben gevolgen voor heel de arbeidsmarkt

In de eerste plaats zal dit reguliere jobs doen verdwijnen. Al gehoord van het verhaal van Jan die op de groendienst werkte? Wel, Jan werd ontslagen omdat de stad kosten wilde besparen. Maar na twee jaar werd hij als werkloze terug verplicht om op diezelfde groendienst te werken maar nu voor veel minder geld …

Daarenboven zien we in het buitenland waar zulke systemen al veel langer bestaan dat het geen nieuwe jobs creëert (het verdringt bestaande jobs) en dat de herinschakeling in reguliere jobs onbestaand is. Met andere woorden, mensen blijven in de zeer laag betaalde, gesubsidieerde jobs zitten.

Op deze manier rijdt CR ook voor de patroons. Natuurlijk heeft onder andere Agoria (werkgeversfederatie metaalsector) hierover ook een mening. Zij eisen dat de langdurige werklozen verplicht een opleiding moeten volgen in functie van een knelpuntberoep. Een opleiding die betaald moet worden door de overheid uiteraard.

De werkgevers willen namelijk het personeel dat ze volgens henzelf broodnodig hebben niet zelf opleiden want dat kost geld. Werklozen opleiden is volgens Agoria de taak van de VDAB/Forem. Ook CR zegt dat de VDAB/Forem meer werklozen sneller opleidingen moet aanbieden. Maar ondertussen is er zo zwaar bespaard op de VDAB/Forem en dat heeft gevolgen voor het personeelsbestand. Zoals velen moeten zij meer werk verrichten met minder mensen.

Verplichte gemeenschapsdienst is een pestmaatregel, bedacht door mensen die nog nooit te maken hebben gehad met concrete grote drempels in de zoektocht naar werk: discriminatie omwille van handicap, gender, fysieke en/of mentale problemen, migratieachtergrond, enz. De vakbonden hebben dan ook zeer terecht deze maatregel veroordeeld.

Misschien is het pleidooi over de basisbaan CR’s manier om de vakbonden mee te krijgen. Maar hij vergist zich. De vakbonden hebben zich in niet mis te verstane woorden uitgesproken tegen de basisbaan.

Iedereen gelijk?

En het moet mij van het hart: mensen worden gestraft omdat ze geen fatsoenlijk en eerlijk betaalde job vinden door hun werkloosheidsvergoeding, hun inkomen, af te pakken. Tegelijkertijd zijn er politici van de meerderheidspartijen (in België, Vlaanderen en Wallonië) die illegaal bovenop hun zeer riant pensioen nog vergoedingen ontvangen en zij worden helemaal niet gestraft.

En tot slot een belangrijk weetje: een langdurige alleenstaande werkloze krijgt vandaag maximum € 1.385,75 bruto/maand. Daar moet hij/zij van leven: afbetaling huis of huishuur, energiekosten, eten (waarvoor de prijzen nog steeds stijgen), vervoer, enz. …

Schaf de loonnorm af en zorg zo voor veel meer volwaardige, doenbare en eerlijk betaalde jobs. Maak van ‘welzijn op het werk’ een echt item. Voer het brugpensioen op 58 jaar terug in met vervangingsplicht en breng de pensioenleeftijd naar 60 jaar.

Bron: De Wereld Morgen

Niet de overheidsfinanciering maar ons economisch model is onhoudbaar

In de zakenkrant l’Echo verscheen op 17 maart een bijdrage waarin 46 economen een verontrustende tekst hebben geplaatst over de toestand van de staatsfinanciën. Vandaag reageren 51 andere economen en academici hierop: het is niet onze overheidsfinanciering die onhoudbaar is, het is het huidige economisch model.

De ratingbureaus, die in alle talen zwegen toen er miljarden uit de publieke middelen geput werden om banken, bedrijven en de kapitalistische economie te redden, zijn weer helemaal terug. En met hen de roep om bezuinigingen.

De 46 economen publiceerden in l’Echo een witboek waarin zij waarschuwen voor de alarmerende situatie van onze overheidsfinanciën[1]. Ze vinden weerklank bij de gouverneur van de Nationale Bank, die aangeeft dat ‘alles erop wijst dat het tijd is voor een grote begrotingsinspanning’, bij de staatssecretaris voor Begroting, die bevestigt dat ‘het probleem van de Staat de uitgaven zijn’ en bij de voorzitter van de MR, die zonder nieuwe liberale hervormingen het faillissement van België voorspelt.

Maar wie gaat er eigenlijk failliet?

51 andere auteurs – economen en academici – reageren hierop: het failliet, dat er wel degelijk is, is dat van de financiële wereld, die opnieuw onze samenleving op de rand van een enorme crisis brengt, met rampzalige sociale en economische gevolgen. Deze mislukking was voorspelbaar en voorzien. Ze is het logische gevolg van een beleid dat heeft toegestaan dat de kapitaalbezitters op grote schaal bleven speculeren.

Streven naar een vermindering van schuldenlast en overheidstekort is een goede doelstelling, al was het maar om een eind te maken aan de gijzeling door de financiële markten en de gedwongen bezuinigingen voor elk begrotingsconclaaf.

Maar in 2023 kunnen we niet meer aanvaarden, zelfs niet meer bevatten, dat de bevolking en de openbare diensten systematisch het doelwit zouden zijn van de voorgestelde oplossingen om de staatsschuld aan te pakken, want dat zou een achteruitgang inhouden op maatschappelijk vlak, voor het milieu en voor de democratie. Alsof de meerderheid van onze samenleving, en niet in het minst de vrouwen, niet al jaren lijden onder de bezuinigingen.

Laten we niet uit het oog verliezen dat het in 2008-2009 om de banken te redden was dat onze overheidsschuld is geëxplodeerd (van 85% naar 100% van het bni [bruto nationaal inkomen]) en, na de covid-crisis, om de ondernemingen en de economie te redden (van 100% naar 115% van het bni).

Was het nodig om te handelen in 2008 en 2020? Uiteraard. Maar op een radicaal andere manier: door de voorwaarden te scheppen om soortgelijke situaties in de toekomst te voorkomen, met name door de financiële sector weer onder controle te krijgen en in dienst te stellen van het algemeen belang. Maar er is op dat vlak niets ernstigs ondernomen. Het accumuleren en speculeren ging onverminderd voort en vandaag, als nieuwe luchtbellen barsten, zouden sommigen opnieuw de samenleving de rekening willen presenteren.

Speculatie oorzaak van inflatie

Dezelfde logica geldt voor wat de aanhoudende inflatie betreft. Daar moet iets aan gedaan worden, maar dan wel door de onderliggende oorzaken, speculatie bijvoorbeeld, aan te pakken. Niet door te proberen de loonindexering te ondergraven, die slechts een gevolg is. Een gevolg dat overigens essentieel is om de binnenlandse consumptie in stand te houden, zoals onlangs nog bleek uit een rapport van de Nationale Bank.

Aan het begin van de oorlog in Oekraïne zijn er op de wereldbeurzen voor landbouwproducten niet minder dan 26 miljoen extra geldtransacties genoteerd. Deze puur speculatieve handel alleen heeft geleid tot meer dan 40% inflatie[2]. Zoals uit vele studies blijkt, is het de winst-prijsspiraal, en niet de loon-prijsspiraal, die de huidige inflatie aanwakkert.

Ja, het systeem moet worden hervormd, zonder uitstel. Maar wel om het roer om te gooien, en niet, zoals bij Delhaize gebeurt, om de waanzinnige race naar het dieptepunt van sociale en ecologische verantwoordelijkheid nog te versnellen.

Het kwaad bij de wortel aanpakken

Als het echt de bedoeling is om door een beter evenwicht tussen economische ontwikkeling, maatschappelijk welzijn en respect voor het milieu het leven voor de mensen aangenamer te maken, moet de bron van de problemen worden aangepakt.

Laten we beginnen bij de staatsschuld. We hebben meer dan ooit behoefte aan een volwassen debat over hoe de houdbaarheid van de overheidsfinanciën moet worden beoordeeld, voorbij aan de simplistische slogans over hoe hoog de schuld of het tekort is. De manier waarop het tekort de economische activiteit kan ondersteunen en zich kan terugbetalen (begrotingsmultiplicatoren) of ook de rol van de centrale banken bij de staatsfinanciering, dat zijn mogelijke hefbomen die ernstig moeten worden onderzocht. Bovendien zijn er tal van argumenten om van onze schuldeisers – de grote banken – te verwachten dat ook zij aan de gemeenschappelijke inspanning bijdragen door de staatsschuld te verminderen. We hebben ook een echte openbare banksector nodig, die taken van openbare dienstverlening vervult en zich in de eerste plaats ten dienste stelt van duurzame ontwikkelingsdoelstellingen van algemeen belang en niet van particuliere belangen. Het is daarnaast nodig om van de Europese Commissie te verkrijgen dat duurzame investeringen worden weggestreept uit de boekhouding van de overheidstekorten. Met name in gezondheid en klimaat zijn de noodzakelijke overheidsinvesteringen aanzienlijk. Ze kunnen niet worden gedaan zonder inbreuk te maken op de huidige regels.

Bekijken we vervolgens de inflatie. Laten we speculatie aanpakken door alle ‘profiteurs van de oorlog’, vooral in de energie- en de voedingssector, te treffen. En laten we eindelijk de markt voor afgeleide financiële producten eens reguleren, die niets meer met de werkelijkheid te maken hebben!

Tot slot is er de fameuze ‘werkgelegenheidsgraad’, die momenteel in het middelpunt van de politieke belangstelling staat. Uiteraard moeten er arbeidsplaatsen gecreëerd worden. Maar dan wel voor kwaliteitsvol en duurzaam werk. Slechts als werkomstandigheden en verloning verbeterd worden, het werk zijn zin terugkrijgt en privé en werk beter op elkaar afgestemd worden, zullen we de mensen meer aan het werk en in een betere gezondheid houden en arbeid toegankelijker maken voor wie nu uit de boot valt. De oplossing voor de toekomst is een collectieve arbeidstijdverkorting met behoud van salaris en extra aanwervingen ter compensatie. Een rechtvaardige en duurzame maatregel, die sociale vooruitgang met zich brengt[3].

De vraag die men zich bij hervormingen altijd zou moeten stellen is of die hervormingen de ongelijkheid helpen verminderen of ze juist vergroten. Een rechtvaardige belastinghervorming is essentieel om de ongelijkheid te verminderen. De oplossingen zijn bekend: het inkomen globaliseren, de belastingen progressiever maken, vermogenswinst en overwinsten belasten, vermogens belasten, belastingontduiking en -ontwijking bestrijden etc. Deze straffe maatregelen zouden volstaan om jaarlijks duizenden miljarden euro’s binnen te halen, waarmee menselijke ontwikkeling kan worden gefinancierd, de begroting in evenwicht gebracht en onze afhankelijkheid van de financiële markten teruggedrongen.

Op deze concrete manier het roer omgooien en meer sociale rechtvaardigheid nastreven is iets wat binnen handbereik ligt en het is cruciaal voor het behoud van onze democratieën, het herdenken van de economie en om, zoals George Orwell schreef in zijn boek 1984, niet alleen in leven maar ook en vooral mens te blijven.

Notes:

[1] Un collectif d’économistes prévient : “Nos finances publiques sont insoutenables”, L’Echo, 17 maart 2023.

[2] La spéculation boursière sur les céréales a contribué à la hausse des prix de nos courses, Simon Bourgeois, Maurizio Sadutto, RTBF, 20 februari 2023.

[3] Cf. de resultaten van het Britse proefproject met de vierdagenweek: https://autonomy.work/portfolio/uk4dwpilotresults/

Bron: De Wereld Morgen

België zakt acht plaatsen op ranglijst persvrijheid

Journalistiek wordt wereldwijd bedreigd door de opmars van fake news, blijkt uit de 21e editie van de World Press Freedom Index, die jaarlijks wordt samengesteld door Reporters Without Borders (RSF). België zakt 8 plaatsen in de rangschikking.

De World Press Freedom Index 2023 evalueert het klimaat voor journalistiek in 180 landen. In 31 landen wordt dat klimaat als “zeer ernstig” bestempeld, in 42 als “moeilijk” en in nog eens 55 als “problematisch”. Amper 52 krijgen de stempel “goed” of “bevredigend”. Met andere woorden: amper drie op de tien landen ter wereld scoren goed of bevredigend.

Opvallende verschuivingen

Noorwegen staat al voor het zevende jaar op rij op de eerste plaats. Maar, en dat is nieuw: met Ierland staat een niet-Scandinavisch land op de tweede plaats. Denemarken, Zweden en Finland vervolledigen de top vijf. De laatste drie plaatsen worden uitsluitend ingenomen door Aziatische landen: Vietnam (178), China (179) en Noord-Korea (180).

Er zijn enkele opvallende verschuivingen. Rusland is negen plekken gezakt en staat nu op plaats 164. Volgens RSF worden de laatste onafhankelijke media in het land meer dan ooit onderdrukt. Peru, waar journalisten worden “lastiggevallen, aangevallen en zwartgemaakt”, is de grootste daler met 33 plaatsen naar plaats 110. Brazilië klimt 18 plaatsen naar 92, mede door het vertrek van Jair Bolsonaro en diens “voortdurende aanvallen op de media.”

België

België zakt met maar liefst acht plaatsen in de ranglijst, van de 23ste plaats in 2022 naar de 31ste in 2023. In België heerst een relatief groot vertrouwen, zegt RSF, maar journalisten krijgen tijdens demonstraties te maken krijgen met geweld door politie en demonstranten en online bedreigingen, vaak met racistische of seksistische inslag.

Het verschil met Nederland is groot, dat 22 plaatsen is gestegen in de index. Nederland staat nu terug op de zesde plaats, die het ook had in 2021 voor de moord op misdaadverslaggever Peter R. de Vries.

Fake news

Als globale trend ziet Reporters Without Borders een groeiende “industrie” van desinformatie die de grens tussen waarheid en verzonnen informatie vertroebelt en zo betrouwbare informatie moeilijker toegankelijk maakt. In 118 van de onderzochte landen melden de meeste respondenten dat politieke actoren in hun land “vaak of systematisch” betrokken zijn bij massale desinformatie- of propagandacampagnes.

“Het verschil tussen waar en onwaar, echt en kunstmatig, feiten en kunstgrepen wordt vervaagd, waardoor het recht op informatie in gevaar komt”, zegt RSF. “Het ongekende vermogen om met inhoud te knoeien wordt gebruikt om degenen die kwaliteitsjournalistiek beoefenen te ondermijnen en de journalistiek zelf te verzwakken.”

Bron: De Wereld Morgen

Hun winsten versus onze winkelkar en personeel

Hun winsten versus onze winkelkar en personeel

Breek de dictatuur van de markt

Deze 1e mei strijden we voor een betaalbare winkelkar! Het is elke keer schrikken aan de kassa: tientallen euro’s voor een kar waar amper iets in ligt. Toch is het de realiteit in de supermarkt. We betalen 30% meer dan vorig jaar voor levensnoodzakelijke basisproducten als groenten, fruit, brood, eieren … De prijzen razen door en ons loon blijft achter. Door de uitgeholde index steeg dat maar met 10%. Dat is te weinig! Dat voelen we, dag in dag uit en vooral op het einde van de maand (een einde dat altijd vroeger begint).

door Michael Bouchez

Wij betalen hun winsten

De werkende klasse verliest. Maar er zijn ook winnaars. De kar van de aandeelhouders van Delhaize, Colruyt, Engie … blijft wel goed gevuld. Zij maken recordwinsten op onze basisproducten. De winsten van Ahold Delhaize gingen er met 13% op vooruit. Olieconcern ExxonMobil verdubbelde haar winst (een winststijging van 100% dus) … Het gebeurt in realtime voor onze ogen: een reusachtige transfer van arbeid naar kapitaal. 

Wij betalen dubbel

Maar daar stopt het niet. De werkende klasse betaalt dubbel voor de winsten van de aandeelhouders. Bovenop de prijs aan de kassa betalen we voor hun winsten als werkende klasse omdat ze bovendien onze arbeidskracht goedkoper proberen te maken. Door onze loon- en arbeidsvoorwaarden af te breken, drijven ze de uitbuitingsgraad op. Wij moeten meer en sneller produceren in ruil voor minder loon. Dat is wat de poging tot franchisering bij Delhaize is: grotere winsten voor hen ten koste van onze koopkracht. Het is een illustratie van waar de samenleving naartoe gaat als we de regels van het kapitalisme volgen.

Offensieve eisen: de beste verdediging

1 mei is de dag waarop de werkende klasse haar geschiedenis van strijd en verworvenheden viert, ontstaan als een dag van strijd tegen de horror van het kapitalisme in de 19e eeuw. De arbeidsvoorwaarden bij PostNL, de poging tot franchisering, de sociale dumping en aanvallen op piketten van Delhaize zijn voorbeelden van hoe het patronaat die 19e eeuwse wereld terug wil brengen. 

1 mei is de dag waarop we in herinnering brengen dat de werkende klasse door collectieve strijd sociale vooruitgang heeft afgedwongen. Geen halve cent loonsverhoging of geen halve dag verlof is uit de lucht komen vallen. Integendeel. Voor elke cent extra in de vorm van loon, pensioenen of sociale zekerheid en voor elke dag verlof is strijdsyndicalisme en een programma nodig geweest.

We moeten die strijd niet gewoon herdenken, maar omzetten naar eisen voor vandaag. Elke aanval op onze lonen, werkomstandigheden en koopkracht moet beantwoord worden door strijd van de volledige arbeidersklasse voor eisen, zoals het volledig herstel van de index om de winkelkar echt betaalbaar te houden, of voor een directe loonsverhoging van €2/u voor iedereen door het breken van de loonnormwet. Een strijd van de hele werkende klasse tegen de franchisering bij Delhaize, de neerwaartse spiraal van de arbeidsvoorwaarden van het winkelpersoneel en ook tegen de aanval op ons recht op collectieve actie.

Een andere samenleving

Zolang de markt blijft bestaan, zullen bedrijven de uitbuiting vergroten om hun winstmaximalisatie en marktpositie te versterken. Onze levensstandaard en hun winsthonger staan diametraal tegenover elkaar. De werkende klasse over alle sectoren heen, als personeelslid of als consument, heeft dezelfde belangen.

1 mei moet een dag van strijd zijn voor een alternatief op het kapitalisme: voor een democratisch geplande economie in een socialistische maatschappij die gerund wordt door de werkende klasse op basis van de noden van de meerderheid van de bevolking en de planeet.

Bron: LSP