by admin | mei 3, 2023 | Economie, Sectoren
Ritten die niet gereden worden wegens tekort aan chauffeurs of voertuigen, ontoegankelijke en vuile trams en bussen, agressie tegen het personeel … In de huidige situatie en met de klimaat- en mobiliteitsuitdagingen, zou een serieuze uitbreiding van de middelen en een massaal investeringsplan voor De Lijn een logische en vooral noodzakelijke stap zijn. Dat gebeurt niet. De hervorming van het bus- en tramnet zorgt voor achteruitgang en een verdere stap richting privatisering.
door een vakbondsafgevaardigde bij De Lijn (artikel uit maandblad De Linkse Socialist)
In 2019 besliste de Vlaamse regering dat de hele structuur van het openbaar vervoer zou veranderen. Het net wordt opgedeeld in een kernnet, aanvullend net en vervoer op maat. Dit zal gefaseerd ingevoerd worden tegen januari 2025. Tot dan zijn alle werkingsmiddelen vastgeklikt. De hervorming moet dus budgetneutraal gebeuren. Bovendien wordt het ‘vervoer op maat’ geprivatiseerd en afgelopen zomer sloot De Lijn een Openbaredienstencontract met de Vlaamse regering waarin de weg naar liberalisering en privatisering verdergezet wordt.
Basisbereikbaarheid?
Op 1 juli wordt de eerste fase van de basisbereikbaarheid ingevoerd, nadien volgen om de zes maanden nieuwe fasen. In de 15 vervoersregioraden werd de afgelopen jaren beslist over een nieuw vervoersnet. Van inspraak van reizigers of personeel was er weinig of geen sprake. Waar de plannen bekend raakten, schoten de actiegroepen uit de grond. Zo was er zodanig veel protest tegen het nieuwe tramnet in Antwerpen dat het terug opgeborgen werd.
Er is een switch naar zogenaamd ‘vraaggestuurd’ openbaar vervoer. Grote en belangrijke lijnen worden rechtgetrokken. Het aanvullend net moet samen met het vervoer op maat zorgen voor de toevoer naar het kernnet of de zogenaamde attractiepolen. Concreet betekent het dat extra middelen voor de ene lijn betaald worden met besparingen elders. De bussen zullen bovendien minder wijken bedienen. Een voorbeeld is lijn 730 in Brasschaat, waar de aanpassing al op 1 januari is doorgevoerd. De dichtbevolkte wijk ‘Kaart’ wordt niet meer bediend. Senioren die er wonen, kunnen enkele keren per dag beroep doen op een buurtbus. Voor de andere bewoners zijn er deelfietsen.
Het grootste probleem van dit plan is de budgetneutraliteit na meer dan 10 jaar zware besparingen. Zo kan geen enkele stap vooruit gezet worden. Vooral in landelijke gebieden zal dit zorgen voor een kaalslag en toename van vervoersarmoede. De term ‘basisbereikbaarheid’ denkt de lading absoluut niet!
Vervoer op maat van de private sector en de sociale dumping
Op 1 januari 2024 gaat het zogenaamde ‘vervoer op maat’ van start. Zo worden belbussen vervangen door OV-taxi’s. De toevoer naar het aanvullend en het kernnet zal volledig overgenomen worden door private spelers. De Lijn zal het vervoer op maat niet langer verzorgen en de chauffeurs zullen onder het taxi-decreet vallen. Dat is een ander paritair comité waar ze 3,6 euro bruto minder per uur zullen verdienen voor dezelfde job! Over de rest van de arbeidsvoorwaarden zwijgen we dan nog. De Vlaamse regering en de directie van De Lijn organiseren zo exact dezelfde sociale dumping als Delhaize…
ACV Openbare Diensten wees op een voorbeeld van een onderaannemer van De Lijn die belbusopdrachten uitvoerde. De onderaannemer liet weten het contract niet langer te willen uitvoeren, waarop De Lijn het contract in de markt van de taxi’s zette. Dezelfde onderaannemer stelde zich daarvoor kandidaat! Het wil hetzelfde werk doen met minder eisen en aan lagere lonen. Dit is slechts het topje van de ijsberg van de sociale dumping.
Nieuw Openbaredienstencontract: middel om verder te besparen
Het nieuwe contract tussen de Vlaamse regering en De Lijn gaat verder op de besparingsweg. Er moet maar liefst 188 miljoen euro aan ‘efficiëntiewinsten’ gevonden worden.
De reizigers zullen er niet beter van af zijn. Om de kostendekkingsgraad te verhogen, krijgt De Lijn toestemming om de tarieven te verhogen.
Wat er geïnvesteerd wordt, is voor de ‘private partners’. Zo wordt ingezet op vergroening van de bussen, vooral die van de pachters. In tegenstelling tot De Lijn zelf zijn de pachters voor de aankoop van nieuwe voertuigen niet gebonden aan procedures van openbare aanbesteding, waardoor de vergroening er sneller kan gaan. Dit staat letterlijk in het contract dat door de Vlaamse regering is opgesteld! Indien die regering tijdig de nodige budgetten had voorzien, dan stond de vergroening van het bussenpark al een pak verder. Voor hun investeringen kunnen de pachters overigens rekenen op ruime steun van de overheid. Per elektrische bus krijgen ze maximaal 21.700 euro per jaar om de meerkost te dekken.
In dit kader is er het plan ‘Move the Needle’, een hippe managementterm om te zeggen dat een groter deel van de koek naar de pachters gaat. Europese regels geven aan dat tot 33% van het exploitatiebudget mag worden uitbesteed. De Lijn zit momenteel op 29%. De Europese norm is echter geen verplichting, enkel een maximum.
Voor openbaar vervoer die naam waardig moeten we zelf zorgen
Het openbaar vervoer wordt al bijna 15 jaar afgebouwd. Dit komt nu in een verdere versnelling met een versterking van de privatisering. Wachten in de hoop op beterschap in de toekomst is geen optie. De malaise van het openbaar vervoer komt steeds op hetzelfde neer: een schrijnend gebrek aan middelen en het omvormen van een openbare dienst tot een verdienmodel.
Er zijn al veel acties gevoerd tegen de gevolgen van de afbraakpolitiek, soms met succes. Het blijft echter beperkt tot symptoombestrijding. Om echte stappen vooruit te zetten, moeten we strijden voor meer middelen. Als ArcelorMittal investeert in een nieuwe ‘groene’ hoogoven van 1,1 miljard euro, krijgt het daar 700 miljoen publieke subsidies voor van de Vlaamse en Europese autoriteiten. Maar voor groen openbaar vervoer zijn er geen middelen?!
Personeel voerde actie tegen de gevolgen van het beleid, reizigers tegen hervormingen waarbij lijnen dreigden te verdwijnen. Al het personeel, zowel bij De Lijn als de pachters, en de reizigers moeten de krachten bundelen. Dat kan op basis van een actieplan voor de eis van meer middelen voor dienstverlening, veiligheid, arbeidsvoorwaarden … De privatiseringen moeten teruggedraaid worden, waarbij zowel het personeel als de voertuigen van onderaannemers binnen De Lijn geïntegreerd worden. Extra middelen mogen immers niet dienen voor de winstmarges van de onderaannemers. Ze zijn nodig voor investeringen in meer en beter openbaar vervoer.
Bron: LSP
by admin | mei 3, 2023 | Economie
Om te winnen van de aandeelhouders van Ahold-Delhaize, zullen we de brede steun die we hebben actief moeten mobiliseren. De directie gaat in het offensief met repressie tegen stakersposten en reclamecampagnes in de media. Wat kunnen wij daar tegenover zetten? De steun en solidariteit onder het personeel, de sector, de bredere arbeidersbeweging en de klanten. Door van alle 128 winkels actiecentra te maken met petities, pamfletten en affiches, kunnen we opbouwen naar grotere acties aan deze winkels, lokale betogingen en nationaal protest.
Juridisch weerwerk bieden is nodig en gebeurt best in gemeenschappelijk vakbondsfront. Tegelijk moeten we beseffen dat we onze sterkte niet op het terrein van de directie zullen uitspelen. Zij kiest voor een juridische strijd en kreeg meteen een Brusselse rechter zo ver om stakersposten en blokkades te verbieden, de rechter was zelfs zo enthousiast om dit verbod buiten zijn rechtsgebied op te leggen. Onze sterkte bevindt zich elders: in de steun die we genieten en de kracht van de georganiseerde arbeidersbeweging. Een solidariteitsbetoging in Luik op 7 april, op initiatief van het CSC, gaf een belangrijk voorbeeld. Met 1500 betogers van Delhaize, Mestdagh Intermarché en andere bedrijven werd de solidariteit in actie omzet.
Toen de staalarbeiders van Forges de Clabecq in 1997 met een sluiting bedreigd werden, mobiliseerden ze in alle hoeken van het land onder werkenden en jongeren. Met 70.000 betogers in Tubeke werd de solidariteit zichtbaar. Stel je voor dat we met tienduizenden betogen aan de depots van Delhaize in Zellik. De directie zou het niet wagen om deurwaarders of politie in te schakelen.
Opbouwen naar zo’n type actie kan met sterke acties aan de winkels met zoveel mogelijk collega’s, klanten en syndicalisten uit andere bedrijven en sectoren. Daarmee kunnen we gaan naar regionale betogingen, mee voorbereid met interprofessionele militantenvergaderingen en campagnes gericht op de klanten. Het zou bovendien het perspectief van een staking van de hele sector concretiseren.
Als we de brede steun niet organiseren, zal de directie er alles aan doen om deze te ondermijnen.
Dit belangt iedereen aan!
De aanval op het personeel van Delhaize is een aanval op de hele arbeidersbeweging. Als de franchisering lukt, staan de vakbonden buitenspel en wordt flexibele en precaire arbeid de nieuwe norm. Zo wil men heel bewust evolueren naar een samenleving waarin je op zijn minst 2 jobs nodig hebt om te overleven. Dat gebeurt vandaag al met de toename van flexijobs. Zo zijn er heel wat werkenden uit andere lageloonsectoren die nog een flexijob in de distributie erbij nemen. Ze kunnen niet anders omwille van de slechte werkvoorwaarden en de hoge levenskost. Idem voor studenten om hun studies te betalen. Kortom, de deur wordt opengezet om de samenleving grondig te veranderen.
Een verandering waarbij we definitief over werkende armen spreken en waar één job niet meer volstaat! Als dit bij Delhaize lukt, waarom zouden Colruyt, Aldi of Lidl dan wel nog die hogere lonen betalen of op zondag gesloten blijven. Eens die nieuwe standaard gezet is, volgen ook andere sectoren. Als het bij de ene flexibel aan lage lonen kan, waarom niet bij de andere? In die zin was het een sterkte van de betoging in Luik dat ze niet alleen ging over de franchise van Delhaize maar een speerpunt maakte van het soort jobs dat gecreëerd wordt. Het is nu dat we de krachtsverhouding moeten versterken om Delhaize en deze nieuwe standaard in de samenleving te stoppen. Nog meer solidariteit ontwikkelen is nodig om als één tegenover deze kapitalisten te staan.
Alle werkenden betrekken in een opbouwend actieplan!
Het is mogelijk om op de werkvloer, in de volledige distributiesector én andere sectoren, de steun voor het personeel van Delhaize verder te activeren. Syndicale delegaties uit andere sectoren kunnen personeelsvergaderingen beleggen waar een delegee van Delhaize komt spreken en mobiliseren. Hetzelfde kan op interprofessionele bijeenkomsten van de vakbonden. Zo kunnen we de solidariteit mobiliseren, zowel in actie als in de ondersteuning van stakerskassen zodat het personeel de financiële slagkracht heeft om verder te staken.
We kunnen als volgende stappen bouwen naar een grote staking in de volledige distributiesector, in combinatie met lokale betogingen in alle steden! Zo wordt het duidelijk dat deze aanval niet aanvaard wordt door onze klasse. Het is een krachtmeting waarbij we duidelijk maken wie de distributiesector (en zijn winsten) mogelijk maakt. Door de staking veranderen we onze werkmiddelen in een instrument van strijd. Werkenden uit andere sectoren moeten via een stakingsaanzegging kunnen deelnemen aan alle acties die volgen. Zo kunnen we dit verzet massaal maken!
Met een opbouwend actieplan om de intrekking van het volledige plan af te dwingen, kunnen we winnen. Er zijn ordewoorden nodig voor een sectorstaking. In en rond de winkels van Delhaize kunnen we de kernen van verzet opbouwen met personeel, werkenden uit andere sectoren, klanten en buren. Zo kunnen we onze controle over de winkels versterken. Dat is de beste bescherming tegen de repressie van de directie. En het geeft het personeel het vertrouwen om de staking verder te zetten.
En als de directie toch doorgaat met de franchise, leggen we de nationalisatie van Delhaize op tafel om jobs en arbeidsomstandigheden te redden. Dit betekent dat we structureel en collectief de controle en de leiding terugnemen en de aandeelhouders die genoeg geprofiteerd hebben eruit gooien.
Bron: LSP
by admin | mei 3, 2023 | Economie
Aan het Zuidstation kwamen 2500 militanten en werknemers uit de winkelsector bijeen om te protesteren tegen de aanvallen op hun arbeids- en loonvoorwaarden. De strijd tegen de franchisering bij Delhaize stond uiteraard centraal, maar het ongenoegen in de sector is breder. Er zijn problemen met de werkdruk, zoals bij Lidl waar er in een aantal winkels opnieuw gestaakt wordt, en meer algemeen met een neerwaartse spiraal voor het personeel. Als de franchisering bij Delhaize passeert, zal dit de druk verder verhogen, zowel voor het supermarktpersoneel als voor anderen.
Er wordt al bijna zeven weken actie gevoerd, dit is nu al een historische strijd. Deze uitbreiden om het plan van de directie te stoppen, blijft een dringende noodzaak. De franchisering aanvaarden, zal de neerwaartse spiraal niet stoppen. De strijd moet opgevoerd worden om het plan volledig te stoppen. Eerder toonde een lokale betoging in Luik, op initiatief van het ACV, het potentieel om de strijd uit te breiden en de solidariteit te activeren.
Ook nu werd na afloop van de actie aan het Zuidstation door Brussel betoogd. De sfeer werd meteen erg strijdbaar, niet in het minst omdat de betogers langs het volledige parkoers van alle omstaanders steunbetuigingen kregen. De spontane betoging werd getrokken door militanten van CNE, het Franstalige ACV Puls. Er waren ook enkele rode militanten, onder meer van ACOD LRB in Brussel en BBTK bij Albert Heijn.
De betoging trok naar het kantoor van het VBO, de Belgische werkgeversorganisatie. De aanvallen op het personeel van Delhaize kaderen immers in een algemeen offensief voor meer flexibiliteit en lagere lonen, wat maakt dat steeds meer mensen verschillende jobs moeten combineren om rond te komen.
Aan het VBO hield de politie de betogers tegen, waarbij zelfs traangas werd ingezet. Om de belangen van de aandeelhouders van Ahold-Delhaize te verdedigen, wordt niet op repressie en traangas bespaard. Het patronaat klaagt steen en been als stakers een winkel of een depot blokkeren, maar aarzelt niet om de federale politie in te zetten om de eigen lokalen te blokkeren. In de buurt van het VBO werden slogans geroepen en gespeecht.
De strijdbare betoging toonde dat er een bereidheid is om de strijd verder te zetten en om het protest op te voeren. Een staking van de volledige sector, gekoppeld aan lokale betogingen, is meer dan nodig. Daarvoor is er een eisenplatform nodig dat de intrekking van het plan van Delhaize eist en dat opkomt voor betere voorwaarden voor al het personeel in de sector. Het winkelpersoneel werd als essentieel gezien tijdens de pandemie en kreeg algemeen respect van de bevolking. Van de directies daarentegen krijgen ze al jarenlang niets anders dan opeenvolgende herstructureringen die de lonen naar beneden duwen en de flexibiliteit en werkdruk opvoeren. Er is nood aan een strategie om met de hele sector en heel de samenleving die logica te stoppen.
by admin | mei 3, 2023 | Economie
Als 13-jarige rekken vullen om iets bij te verdienen: in Nederland kijkt niemand er nog van op. Terwijl Albert Heijn en Jumbo over de grens online actief jongeren aanwerven, weerklinkt in België kritiek. “We hebben het over kinderen die op die leeftijd moeten buitenspelen.”
Zowel Jumbo als Albert Heijn proberen via hun website in Nederland kinderen van 13 of 14 jaar aan te trekken om winkelrekken te vullen. Die jonge werkkrachten zijn er ook toegestaan: in tegenstelling tot bijvoorbeeld achter de kassa staan, gaat het bij hen om “lichte werkzaamheden van niet-industriële aard”. Volgens de simulator op de site van Albert Heijn komt het loon daarvoor op 5,25 euro per uur.
“Geen kinderarbeid”
De actieve zoektocht naar jonge vakkenvullers levert de Nederlandse supermarkten felle kritiek op. “Dit is niet de toekomst die we willen”, schreef PVDA-kopstuk Raoul Hedebouw op Twitter over de campagne van Albert Heijn.
Ton Wilthagen, professor arbeidsmarkt aan de Universiteit van Tilburg, merkt op dat het in Nederland lang niet ongewoon is. “Het gaat niet om kinderarbeid”, vertelt hij in “De wereld vandaag” op Radio 1. “In principe zijn ze te jong om te werken, maar dit valt onder de uitzonderingen. Het is geregeld in de Nederlandse arbeidsreglementering. Op schooldagen mogen ze niet in de winkel werken, er geldt een limiet van maximaal zeven uur per dag en het aantal uren in vakantieweken is gelimiteerd.”
Afspraken met scholen
Bovendien vinden de meeste Nederlanders het allesbehalve raar dat jongeren van 13 of 14 jaar op die manier geld bijverdienen — de tieners zelf nog het minst.
“Er is zoveel werk dat ze doorgeven waar je goed kan werken. Als het hen niet bevalt, stappen ze weer op”, vertelt Withagen. “Nederland is Europees kampioen bijbaantjes. Dat ligt aan de cultuur, maar het heeft ook te maken met de krappe arbeidsmarkt van vandaag. Jongeren willen graag wat bijverdienen en de supermarkten zelf kunnen heel wat mensen gebruiken.”
Ook Nederlandse scholen zien er geen graten in. “Het besef dat schoolwerk er niet mag onder lijden, is er dan ook. Scholen en supermarkten uit dezelfde buurt proberen daar ook onderling afspraken over te maken: als er een proefweek is, vragen ze ook om jongeren niet op te roepen.”
“Buitenlopen en uitleven”
Toch zijn er meer dan een paar kanttekeningen te maken bij de aanwerving van zo’n jonge doelgroep. Dat zegt Kristel Van Damme, sectorverantwoordelijke retail bij de Christelijke vakbond ACV. “We hebben het over kinderen die niets beter zouden moeten doen dan buitenlopen en zich uitleven”, klinkt het. “Wanneer onze mensen in hun winkel veel jobstudenten tewerkstellen, vinden ze dat trouwens ook niet altijd fijn. Het is vermoeiend. Een deel van de jobstudenten is vaak nonchalant en je moet ze ook altijd opnieuw opleiden. Als ze de kans krijgen om ergens naartoe te gaan, zijn ze inderdaad weg.”
Het argument dat jongeren door de krappe arbeidsmarkt hun oudere collega’s niet in de weg lopen, veegt ze van tafel. “Zeventig procent van alle tewerkstelling in Nederlandse supermarkten wordt ingevuld door minderjarigen. Er is dus wel degelijk sprake van verdringing.”
Niet aan de orde
Voor alle duidelijkheid: in België kan studentenarbeid pas vanaf 15 jaar en er zijn voorlopig geen plannen om daar iets aan te veranderen. Toch is Van Damme er niet gerust in. “We zien de evolutie nu al, ook bij Delhaize. Omdat ze door de stakingen te weinig personeel vinden om hun winkels open te houden, kijken ze vooral naar jobstudenten”, besluit ze. “Het kan echt niet dat een winkel draait op 70 procent jobstudenten. Dat is niet het model dat we hier in België willen.”
Bron: VRT nws
by admin | mei 3, 2023 | Onderwijs
Vanaf mei kunnen Brusselse jongeren uit het middelbaar onderwijs terecht op de Erasmushogeschool en de Odisee Hogeschool voor ondersteuning ter voorbereiding van de starttoets Nederlands. “We willen zorgen dat jongeren de toets niet als drempel zien, en blijven starten als leerkracht in onze hoofdstad”, stelt Sarah Vrijdags, onderzoeker aan de Odisee Hogeschool.
Studenten die aan de lerarenopleiding willen beginnen, moeten al enkele jaren een verplichte instaptoets afleggen. Vanaf volgend academiejaar hangen er voor het eerst gevolgen aan hun resultaat. “De starttoets is verplicht én bindend”, duidt de VLHORA, de Vlaamse Hogescholen Raad. “Als je het streefcijfer niet haalt, zal je remediëringslessen moeten volgen om je niveau bij te werken.”
Leerachterstanden
In het Nederlandstalig onderwijs in Brussel raken 315 voltijdse jobs niet ingevuld. Voor nog eens 219 leraren die langdurig afwezig zijn, worden geen vervangers gevonden. Die problemen zorgen voor leerachterstand bij jongeren.
De Brusselse Nouhaila studeerde de afgelopen twee jaar voor leerkracht, maar moet noodgedwongen stoppen. “In het vijfde en zesde middelbaar had ik geen lessen Nederlands omdat ze geen leerkracht vonden. Mijn Nederlands was daardoor veel te slecht om zelf leerkracht te kunnen worden.”
Inhoudelijk waren er naar eigen zeggen geen problemen. “Dat maakt het frustrerend, want eigenlijk kan ik het wel. Ik kan me gewoon niet duidelijk uitdrukken in het Nederlands”, vertelt ze.
Drempel nog hoger
De Brusselse hogescholen vrezen dat de nieuwe starttoets Nederlands een extra drempel zal opwerpen voor de jongeren. “Daarom willen we hen extra helpen en ondersteunen ter voorbereiding”, zegt Vrijdags. “Eerst kijken we naar hun niveau, om daarna specifieke remediëringsmodules aan te bieden.”
Voor het project wordt nu gemikt op Brusselse leerlingen uit de derde graad van het middelbaar onderwijs. Meer Brusselse leerkrachten voor de klas kan toekomstige jongeren motiveren om eveneens met de opleiding te starten. “De leerkrachten die er nu wel staan, zijn vaak geen Brusselaars, waardoor jongeren zich er minder in herkennen”, vindt Vrijdags.
Brusselse “ketjes”
Samen met de hogescholen zet Capital vzw haar schouders onder het “Klaar voor de lerarenopleiding”-project. Die vzw strijdt al een aantal jaar tegen de jeugdwerkloosheid in onze hoofdstad. Zo hopen ze extra veel jongeren te bereiken voor wie het tot nu niet mogelijk was om leerkracht te worden.
“We willen jongeren warm maken om voor de klas te staan. Door een extra grote Brusselse weerspiegeling in de leraarskamers van scholen, kunnen er misschien meer Brusselse ketjes afstuderen”, vertelt Hassan Al Hilou van Capital vzw.
De vzw Capital en de hogescholen trappen hun project af met een kick-off op 26 april. Jongeren uit Brussel met interesse voor de lerarenopleiding kunnen die dag bij de hogescholen terecht met vragen en twijfels over de starttoets.
Ook de Vlaamse Gemeenschapscommissie steunt het initiatief. Brussels minister voor Nederlandstalig onderwijs Sven Gatz (Open VLD) vond al eerder dat er meer moest gebeuren om de problemen in het Brussels Nederlandstalige onderwijs op te lossen. Daarvoor trekt de VGC nu 144.000 euro uit. “Zo hopen we scholieren aan te zetten om voor de lerarenopleiding te kiezen en ons lerarenkorps te ‘verbrusselen'”, zegt Gatz.
“Goed maar te laat “
Voor Nouhaila komt het initiatief jammer genoeg te laat. “Het is goed dat er iets gebeurt ter ondersteuning, maar ik ben er niks meer mee”, zucht ze. “Ik ben nu twee volle jaren kwijt, hoewel ik echt leerkracht wil worden.”
Nouhaila begint volgend jaar aan een nieuwe opleiding. Bedoeling is nog steeds om daarna haar droom na te streven en het diploma voor leerkracht op zak te hebben.
Waar en wanneer kan je de starttoets afleggen?
Voor elke lerarenopleiding leg je de starttoets Nederlands af op een hogeschool. Dat kan de hogeschool zijn waar je wil gaan studeren, of eentje dichter in de buurt. De starttoetsen worden vanaf de zomer op verschillende data georganiseerd. De toets afleggen kan van 26 juni tot en met 8 juli, van 4 september tot en met 16 september en van 16 oktober tot en met 21 oktober.
Voor de lerarenopleiding lager onderwijs zal je ook aan een starttoets Frans en wiskunde moeten deelnemen. Die kan je gewoon thuis via je laptop afleggen.
Bron: VRT nws