Vlaamse regering creëert 625 extra plaatsen in buitengewoon onderwijs

Er komen op korte termijn volgend schooljaar 625 nieuwe plaatsen bij voor kinderen en jongeren in het buitengewoon onderwijs. Dat heeft de Vlaamse regering beslist. Bestaande scholen zullen vanaf volgend schooljaar uitbreiden, maar er komen ook nieuwe scholen.

Er is een nijpend tekort aan plaatsen voor kinderen en jongeren in het buitengewoon onderwijs, en de vraag blijft nog stijgen. De Vlaamse regering wil nu op korte termijn 625 extra plaatsen creëren door de opstart van nieuwe scholen en de uitbreiding van bestaande scholen.

Concreet kunnen vanaf volgend schooljaar 13 nieuwe scholen buitengewoon onderwijs opstarten. Die komen onder meer in Bierbeek, Sint-Pieters-Leeuw, Antwerpen, Berchem, Oostende, Dentergem, Sint-Kruis-Brugge, Beringen, Lommel, Leopoldsburg en Aalst. Daarnaast zijn er 12 scholen die vanaf september een extra doelgroep kunnen verwelkomen, bovenop hun huidige aanbod. Dat is het geval in Huldenberg, Hoegaarden, Opwijk, Zoutleeuw, Kortrijk, Poperinge, Sint-Andries, Aalst, Nazareth, Buggenhout en Genk.

Onlangs maakte de Vlaamse regering al geld vrij voor zowat 1.000 extra plaatsen. Ook is de drempel om een school voor buitengewoon onderwijs op te starten de voorbije jaren gedaald, wat resulteerde in een capaciteitsstijging van 47.000 naar 52.000 plaatsen.

“We blijven alles uit de kast halen om te zorgen voor extra schoolbanken, ook voor kinderen met extra zorgnoden”, zegt Vlaams minister van Onderwijs Ben Weyts (N-VA). “Voor heel wat leerlingen is het buitengewoon onderwijs de plaats waar ze de beste zorgen en het beste onderwijs krijgen.”

Bron: VRT nws

Vooruit-voorzitter Rousseau wil lerarentekort aanpakken 

Vooruit-voorzitter Conner Rousseau wil startende leerkrachten beter laten begeleiden en minder uren voor de klas laten staan om het lerarentekort in Vlaanderen op te lossen. Dat heeft hij gezegd in “De zevende dag”. Hij opent daarmee impliciet een aanval op N-VA en haar onderwijsminister Ben Weyts. “Ons onderwijs moet beter.”

Rousseau is, zoals bekend, kandidaat om straks zichzelf op te volgen als Vooruit-voorzitter. En om dat te doen wil hij het, naar eigen zeggen, vooral hebben over zaken die er toe doen. Dat is niet zozeer de pensioenregeling van parlementsleden, die hij weliswaar “beschamend” vindt, maar wel pakweg het onderwijs. 

Er staan momenteel zo’n 3.000 vacatures voor leerkrachten open op de website van de VDAB. In de praktijk is het tekort waarschijnlijk nog groter omdat niet alle scholen hun vacatures publiceren op die website. Voor Rousseau is het een no brainer dat dat beter moet.

Ook het niveau moet omhoog zegt hij, terwijl je toch iedereen gelijke kansen biedt. De centrale problemen, zegt hij, zijn de achteruitgang van het niveau van het Nederlands en het lerarentekort. 

Om meer leraren naar het onderwijs te lokken, pleit hij voor zoiets als een cultuuromslag: minder planlast, minder administratieve regels en meer vertrouwen in de leerkrachten zelf. “We zien dat veertig procent van de jonge leerkrachten stoppen in hun eerste vijf jaar”, zegt Rousseau. “Dat is heel slecht.”

Om dat op te lossen wil Rousseau vooral ook dat die jonge leerkrachten beter begeleid en gecoacht worden door oudere collega’s met meer ervaring. “Dan staan de leraren minder uur voor de klas, maar je trekt op korte termijn wel meer mensen aan. Je werkt dus het tekort weg, en je vermindert tegelijkertijd ook de werkdruk.”

Bron: VRT nws

Alle leerlingen van het eerste middelbaar krijgen nu A, B of C-attest

Alle leerlingen van het eerste middelbaar zullen vanaf nu ook een A, B of C-attest krijgen. Dat maakt minister voor Onderwijs Ben Weyts (N-VA) bekend. Tot nu toe waren er scholen waar je in het eerste jaar niet kon blijven zitten en waar je pas in het tweede jaar een attest kreeg. 

De regel gaat dit schooljaar (2022-2023) al in. Iedere leerling van het eerste middelbaar krijgt dus meteen na de examens in juni een A-, B- of C-attest. De maatregel geldt ook alleen voor leerlingen uit de A-stroom. Dat zijn leerlingen die de basisschool succesvol hebben beëindigd. Voor de B-stroom, waar leerlingen extra begeleiding krijgen, verandert er niets.

Vlaams minister van Onderwijs Ben Weyts wil er zo voor zorgen dat leerlingen zo snel mogelijk in de juiste studierichting terechtkomen. “We willen een duidelijk signaal geven dat het ook in het eerste jaar uitmaakt of je je best doet of niet. Examens moeten echt tellen. Het is verkeerd om het eindoordeel lang uit te stellen.”

“Het geven van een attest na het tweede jaar, gaf leerlingen de indruk dat ze hoe dan ook konden overgaan naar het tweede jaar secundair onderwijs.”

Voor de scholen van het Gemeenschapsonderwijs is de wijziging geen probleem. Het gaat slechts om een beperkt aantal scholen dat pas na het tweede jaar een attest gaf, zegt Nathalie Jennes van de scholenkoepel. “Deze wijziging is op voorhand gecommuniceerd. Onze scholen zijn daar dus in principe klaar voor.”

Bron: VRT nws

Leidt bankencrisis naar een nieuwe recessie?

Leidt bankencrisis naar een nieuwe recessie?

De afgelopen weken zorgden voor stroomstoten die doorheen het financiële systeem werden gejaagd. De aanleiding was de dreigende ineenstorting van Silicon Valley Bank, die vooral technologiebedrijven tot haar klanten rekende, al snel gevolgd door de val van de cryptobank Signature. De Centrale Bank in de VS, de Federal Reserve, greep meteen in om de paniek in het financiële systeem te beperken. Die paniek kan immers resulteren in een diepe economische crisis.

door Peter Delsing uit maandblad De Linkse Socialist

Yellen, verantwoordelijk voor financiën binnen de Biden-regering, kwam meteen tussen om de spaartegoeden van bedrijven en de vooral rijke klanten van Silicon Valley Bank voor 100% te garanderen. Een tech-bedrijf als Roku stapelde bijna 500 miljoen dollar op bij de bank. Terwijl de regering in de VS zich slechts garant stelt voor 250.000 dollar per rekening. Een kettingreactie van faillissementen moest ten allen prijze vermeden worden. 

Voor een derde bank, First Republic, sprongen een aantal grote banken – onder leiding van Jamie Dimon van JP Morgan – met 30 miljard dollar in de bres. De klanten van de bank hadden op enkele weken tijd 70 miljard dollar van hun rekeningen gehaald. Het opgehaalde kapitaal moest volgens Yellen en de opiniemakers van de heersende klasse de “solidariteit” tussen de banken in de verf zetten. Het had meer weg van een staaltje paniekvoetbal om verdere besmetting van het systeem te vermijden. 

Remedies van gisteren zijn de kwaal van vandaag 

Silicon Valley Bank had reeds in 2021 enkele waarschuwingen van leden van de Federal Reserve gekregen. Maar het management kon zijn gang blijven gaan. De bank zat op een berg van Amerikaanse staatsobligaties, die ze een aantal jaren geleden had opgekocht. Deze waren echter – met hun lagere rentevoeten – minder waard geworden door de recent sterk opgetrokken rente vanwege de Fed. 

De politiek van goedkope leningen en een lage rente – sinds decennia de stoplap om het steeds trager groeiende neoliberale kapitalisme er weer bovenop te krijgen – werkt in een context van ontketende inflatie niet meer. De steile prijsstijgingen waren het gevolg van door de pandemie verstoorde aanvoerketens, de oorlog in Oekraïne, het dichtdraaien van de energiekraan door Rusland … Maar zeker ook van monopolistische prijsverhogingen vanwege de op winst beluste multinationals. Het enige botte wapen om die inflatie te temperen – en de looneisen van de werkenden en jongeren af te blokken – bestond volgens gevestigde economen uit het uitlokken van een recessie door lenen veel duurder te maken en zo geld uit de economie te trekken en zelfs de werkloosheid doelbewust op te drijven. 

Vergelijk de lichtzinnigheid van deze maandenlang aangekondigde “kroniek van een recessie” met de paniek die uit Yellens daden spreekt als het erop aankwam om het vermogen van de rijken en machtigen veilig te stellen. Bij Silicon Valley Bank kon er zelfs geen sprake zijn om bijvoorbeeld de spaarders slechts voor 90% te vergoeden, via de opening van de liquiditeitskranen. Zelfs zo’n maatregel zou teveel onzekerheid bij investeerders wereldwijd hebben gecreëerd. Zo werden middelgrote banken ook “systeembanken”, gezien de nationale en internationale verwevenheid van het financiële en productieve kapitaal. Deutsche Bank, die wankele Europese reus, had bijvoorbeeld voor bijna 17 miljard dollar geïnvesteerd in commercieel vastgoed bij Silicon Valley Bank.  

De kunstmatige instrumenten van het regime om een diepe crisis – die tot revolutionaire conclusies zou kunnen leiden – voor zich uit te duwen, zoals lage rente en schuldopbouw, sloegen om in hun tegendeel. Maar de omslag naar een ander beleid – een einde stellen aan het tijdperk van goedkoop geld – zorgt in het tijdperk van kapitalistische wanorde voor nieuwe problemen. Het brengt de financiële sector in de problemen door de snelheid en omvang van de omslag.

De fundamenten zijn niet gezond 

De vertegenwoordigers van het kapitalisme bezweren ons dat het met de fundamenten van dit systeem wel goed zit. Na de pandemie is er onder meer in de VS nog steeds een inhaaloperatie wat de creatie van jobs betreft. Een zachte winter en voldoende energievoorraden zorgden ervoor dat het perspectief van een recessie tijdelijk leek te zijn uitgesteld. Nu dreigt een ontwikkelende bankencrisis een economische crisis uit te lokken, in het bijzonder omdat de winsten van de grote bedrijven onder druk staan. De problemen bij de banken zullen ervoor zorgen dat ze voorzichtiger worden met leningen, wat een rem zal zetten op de economische activiteit. 

In de gevestigde media wordt de nadruk gelegd op de betere situatie van de banken na de crisis van 2008. In de eurozone via de Bazel 3-normen, en in de VS via de wetgeving Dodd-Frank werden meer regels opgelegd, bijvoorbeeld inzake de verhouding tussen de eigen bezittingen versus de investeringen en leningen. Martin Wolf van de Financial Times wijst erop dat de verhouding tussen beiden beter 1 op 3 zou zijn, dan wat vandaag de norm is voor veel banken: van 1 op 10 tot 1 op 20! 

Dit is een fundamenteel probleem. Bij een ernstige crisis zullen de banken nog steeds snel door hun kapitaalbuffers zitten. Zo’n extreme kloof tussen beiden is een bedreiging voor de hele economie. De opgelegde fusie van Credit Suisse met UBS in Zwitserland creëert een monsterbank die qua mogelijke verliezen enkele malen de hele Zwitserse economie vertegenwoordigt!

Credit Suisse alleen was een van de 30 wereldwijd voor het systeem cruciale banken. De Zwitserse president Alain Berset stelde: “Een ongecontroleerde ineenstorting van Credit Suisse zou onschatbare gevolgen hebben voor het land en het internationale financiële systeem.” Vandaar dat de Zwitserse regering binnen de kortste keren een wet kon schrijven om de aandeelhouders buitenspel te zetten en de anti-trust wetgeving naast zich neer kon leggen. 

Zolang het kapitalisme traag bleef groeien, gekoppeld aan een beleid van goedkoop geld in het tijdperk van de neoliberale globalisering, kon de indruk worden gewekt dat de schulden in het systeem geen fundamenteel obstakel waren. In een periode van sneller opeenvolgende en diepere recessies is dat door de Centrale Banken gevoede idee een illusie. 

De beurzen in de VS vertonen wat de evolutie van de staatsobligaties betreft de laatste weken een ongeziene volatiliteit, met dagschommelingen die sinds de crisis van 2008 niet meer zijn vertoond. Toen de rente op de staatsobligaties van 2 jaar op 13 maart van 4,59 naar 3,98% gleed, was dat de grootste neerwaartse val sinds 1982. Aldus een hoofd investeringsofficier in de New York Times: “Dit zijn monsterlijke bewegingen op één dag. (…) Dit is complete waanzin.” Greg Peters van PGIM Fixed Income stelt: “De volatiliteit is gewoon extreem.” 

Het kapitalisme kampt sinds de jaren ‘70 met een crisis die het via verhoogde uitbuiting, steil groeiende schulden en het openbreken van nieuwe gebieden voor kapitalistische uitbuiting … probeerde te boven te komen. De winstgevendheid werd deels hersteld, maar ten koste van een toenemende crisis van overaccumulatie, terugvallende productieve investeringen tegenover het BBP, tragere groei, opgepotte winsten en het decadent opkopen van de eigen aandelen met deze winsten. 

Het systeem heeft zich vastgereden en brengt ons van crisis naar ergere crisis. We moeten het verwerpen en opkomen voor het enige rationele alternatief: een economie onder controle van de werkende klasse, op basis van planning – van het hoogste tot het laagste niveau – en verkiezingen op de werkplaatsen en in de wijken. Het wereldkapitalisme heeft ons geen toekomst meer te bieden.

Bron: LSP

Franstalig onderwijs: aarzelingen aan de top, vastberadenheid aan de basis

Op het moment van schrijven was de datum van 27 april nog niet officieel gelanceerd als nieuwe actiedag van het Franstalig onderwijs [Ondertussen is dat gelukkig wel gebeurt!]. Aan vastberadenheid van het personeel ontbrak het de afgelopen maanden niet. Er waren vier dagen van mobilisatie en staking, telkens met zowat 10.000 betogers. Voor de algemene staking van de openbare diensten op 10 maart wachtten veel collega’s tevergeefs op ordewoorden. Er is nood aan een echt actieplan dat zich niet beperkt tot de vraag om gehoord te worden. Alleen wie ons niet wil horen kan naast ons protest kijken. We moeten strijden om meer middelen af te dwingen!

door een jonge vakbondsmilitant van het ACV uit maandblad De Linkse Socialist

“Er zijn enorme tekorten in de sector. Het begint al met de arbeidsvoorwaarden. Een van mijn klassen is vrij representatief. Het is een groep van 30 leerlingen, waaronder twee anderstalige nieuwkomers. De klas is vrij goed uitgerust, met een interactief bord, maar met plafonds die vol zitten met ongedierte.”

“De vervallen staat van de gebouwen, de overbevolkte klassen, de onzekerheid van de job, vooral in het begin, met vervangingen op korte termijn zonder vooruitzichten, dat alles verklaart waarom de job zo hard is. Maar liefst 35% van de jonge leerkrachten verlaat het beroep binnen de vijf jaar. Ik ben aan mijn derde jaar bezig. Een goede collega van mij aan haar zevende jaar en zij heeft al een burn-out.”

“Toen de actiedag van het gemeenschappelijk vakbondsfront in de openbare diensten op 10 maart werd aangekondigd, was ik erg enthousiast. Tijdens de laatste personeelsvergadering vroeg een derde van de aanwezigen een nieuwe stakingsdag. Een dergelijke actiedag biedt bovendien kansen om strijd te verenigen. We staan niet alleen, de volledige openbare sector wordt al jarenlang ondermijnd door besparingen. Na een jaar van sterke mobilisaties van het onderwijspersoneel hebben we nog maar weinig binnengehaald. Hoog tijd dus om harder toe te slaan en niet alleen met het onderwijs.”

Mobilisatie tegen de stroom in 

“De stakingsdag vond een week na de vakantie plaats. De tijd voor de mobilisatie was dus krap. Het was duidelijk dat het niet gemakkelijk zou worden. Mijn delegee van het ACV had net andere opdrachten gekregen en is nu op twee scholen actief. Ze rekende op mij om te mobiliseren. Op maandag hing ik een oproep om te staken in de leraarskamer, gevolgd door enkele argumenten en een inschrijvingslijst om mee te doen. Zo kon ik de discussies in de leraarskamer aanwakkeren, collega’s overtuigen en hen op die basis inschrijven voor de staking.”

“In de namiddag kreeg ik echter een telefoontje van mijn delegee. ‘ACV Onderwijs heeft geen stakingsaanzegging ingediend’, zei ze. Wat?! De grootste vakbond van het land die deel uitmaakt van het gemeenschappelijk front diende geen aanzegging in? Waarom niet? Het vrije onderwijsnet is toch ook een openbare dienst! Het is de Federatie Wallonië-Brussel die ons betaalt. Mijn delegee stuurde een e-mail naar de vakbond om zich te verzetten tegen de beslissing. Om 17u kregen we antwoord: de aanzegging is toch ingediend. Een kleine overwinning!”

“De week ging verder en ik besefte dat de mobilisatie vooral op mijn schouders rustte, mijn delegee zou niet op het piket zijn en zelfs niet staken. Ik sprak collega’s aan en kwam langzaam aan ruim tien stakers. In dit stadium was het nog te vroeg om een piket te zetten om de school te blokkeren. De traditie in het onderwijs is om geen blokkade voor de eigen school te zetten om conflicten met niet-stakende collega’s te voorkomen.”

“Op woensdag was het aantal inschrijvingen al opgelopen tot 15. Ik besloot om een pamflet te maken om op de dag zelf te verspreiden. Ook wilde ik mobiliseren voor een piket aan de school om de eisen te bespreken met niet-stakende collega’s, leerlingen en ouders. Daarna konden we andere piketten in de stad bezoeken, samen met leden van LSP en Campagne ROSA. Ik stuurde deze voorstellen door naar mijn delegee, maar dat werd afgeschoten. Ze weigerde de informatie aan mijn collega’s door te geven omdat het pamflet en de actie niet door de vakbond waren goedgekeurd. De vakbond maakte zelf echter geen materiaal en deed niets om te mobiliseren, er was zelfs geen e-mail. Ik besloot dan maar om zelf de informatie te verspreiden via het prikbord van de vakbonden in de leraarskamer.”

Uitstekend piket

“Op de ochtend van de staking was er een uitstekende sfeer aan de ingang van de school. We hadden veel discussies met niet-stakende collega’s en ouders om hen bewust te maken van onze eisen, in essentie de noodzaak van meer publieke middelen voor onderwijs. Het piket was enthousiasmerend. Collega’s deelden pamfletten uit aan leerlingen en ouders, iets wat al ruim tien jaar niet meer was gebeurd.” 

“Van de 23 stakers gingen er zes mee op een solidariteitstocht langs andere piketten. Het waren vooral jonge collega’s die de ernst van de situatie en de noodzaak van actie begrijpen. Uit onze tocht bleek dat de mobilisatie naar de piketten niet groot was, ook al werd er veel gestaakt. We kwamen wel moedige groepen tegen van Delhaize-personeel dat strijdt tegen de franchisering, RTBF-journalisten die zich verzetten tegen onzekere contracten en freelance werk, collega’s aan de universiteit die opkomen voor gratis en degelijk onderwijs.”

“Deze mobilisatie toont dat we niet moeten aarzelen om het vakbondsapparaat wakker te schudden, een stakingsaanzegging te eisen en te mobiliseren met eigen materiaal waarbij collega’s worden betrokken. Zoals ons pamflet stelde: ‘De woede van de collega’s moet in actie omgezet worden om geen ruimte te laten voor cynisme en defaitisme. We moeten meer collega’s bij de mobilisatie betrekken. Door passieve steun in actie om te zetten kunnen winnen.’ We moeten niet wachten op de leiding, we moeten zelf voor een strijdbaar syndicalisme opkomen.”

Bron: LSP