Brussel: scholen sluiten door lerarentekort

Brussel: scholen sluiten door lerarentekort

Klassen die midden in het jaar sluiten omdat de leerkracht wegvalt, een onthaalklas die niet ingericht wordt wegens een gebrek aan personeel: de Schaarbeekse basisscholen Hendrik Conscience en Kompas grijpen naar noodmaatregelen omdat er niet genoeg leerkrachten zijn.

In basisschool Kompas in Schaarbeek (scholengroep Sint-Goedele) gaat de onthaalklas dicht, wegens geen leerkracht. De ouders van de vijftien kinderen krijgen van de scholengroep nu een lijst met plekken waar er wel nog onthaalklassen zijn.

“Een aantal van die kinderen vond op die manier een plek,” legt algemeen directeur van de scholengroep Bruno De Lille uit. “Nog anderen zullen een tijdje thuisblijven en pas na de zomervakantie in de eerste kleuterklas instappen. En soms nemen we zelfs contact op met een school die niet tot ons net behoort, omdat die dichterbij ligt dan de alternatieven in onze eigen scholengroep.”

Ook in de Hendrik Conscienceschool in Schaarbeek (GO scholengroep Brussel) noopt het lerarentekort tot noodingrepen. “Twee klastitularissen stoppen er midden in het schooljaar omdat ze dichter bij huis in Vlaanderen aan de slag kunnen,” vertelt woordvoerster Karin Struys.

Aangezien er niet meteen vervangers klaarstaan, worden de klassen van drie leerjaren samengevoegd, van twee parallelle klassen naar één. En omdat er op die manier te veel leerlingen zijn per klas, moeten in die jaren in kwestie (het gaat om het derde, vierde en vijfde leerjaar) in totaal 24 leerlingen op zoek naar een andere school.

Bij de ouders overheersen op dit moment vooral verdriet en onzekerheid, merkte BRUZZ aan de schoolpoort. “We zijn verrast en ook verdrietig, onze kinderen gingen hier graag naar school,” zegt Lucie. “Mijn dochter was ook aan het wenen toen ze vrijdag van school kwam en het nieuws gehoord had. Wat nu met mijn vrienden?” vroeg ze me.

Woordvoerster Karin Struys legt uit dat de scholengroep de ouders heeft geïnformeerd over plekken in de scholengroep waar de kinderen heen kunnen. “Vandaag organiseren we ook nog een infosessie. Het is nu aan de ouders om te kiezen of ze willen blijven of voor een andere school kiezen. Als te weinig mensen voor een andere school kiezen, zullen we nog eens met de ouders praten. Maar ik hoorde al dat verschillende ouders op eigen houtje op zoek waren gegaan toen bleek dat de titularis vertrok.”

Welgemeend Vlaams beleid werkt averechts in Brussel

De twee voorbeelden leggen de vinger op een dieper probleem: het lerarentekort in het Brussels onderwijs is opnieuw aan het groeien. “Vooral sinds januari zien we dat nogal wat mensen uit Brussel kiezen voor een job in Vlaanderen, die dichter bij huis is,” legt Karin Struys uit. “Het welgemeende Vlaamse beleid om meer geld uit te trekken voor het onderwijs werkt averechts in Brussel.”

Struys verwijst daarmee naar de beleidsmaatregelen van Ben Weyts (N-VA), die heel wat extra middelen uittrok voor extra leerkrachten. Alleen betekent dat voor Brussel vooral dat leerkrachten die er al werken plots meer alternatieven dichter bij huis krijgen. “Daarom proberen we steeds meer mensen uit Brussel aan te werven,” zegt de woordvoerster van de scholengroep. “Maar dat vergt tijd.”

Ook scholengroep Sint-Goedele kampt met een vorm van lerarentekort. “Als je enkel naar het aantal mensen kijkt dat voor de klas staat, staan we er beter voor dan vorig jaar,” vertelt algemeen directeur De Lille. “Maar als je dan ook naar hun profiel kijkt, is de situatie een pak slechter. We hebben steeds meer mensen met een diploma kleuteronderwijs in het lager, terwijl voor de kleuterklassen steeds vaker kindbegeleiders staan met een diploma om in een crèche te werken. Aanvankelijk waren die bedoeld om kleuterleerkrachten te ondersteunen, maar als er geen kleuterjuf of -meester is… Let wel, we zijn blij dat die mensen bij ons willen komen werken.”

Dat het onderwijzend personeel niet het juiste diploma heeft, blijft niet zonder gevolgen. “Als je maar enkele zij-instromers in een verder ervaren lerarenteam hebt, lukt het nog: dan leren de nieuwkomers van de anderen,” merkt De Lille. “Maar als een groot deel van je team niet de juiste opleiding meebrengt, dan zet dat druk op iedereen: de ervaren leerkrachten zijn dan overbevraagd én de nieuwkomers lopen tegen allerlei muren.”  Bron: Bruzz Zo is het andermaal duidelijk dat onze leiders niet bekwaam zijn om de problemen van het onderwijs op te lossen.

Schooldirecteurs, oorzaken van burn-out

Scholen kunnen de kans verkleinen dat hun leerkrachten een burn-out krijgen. Dat blijkt uit een nieuwe studie van de UGent.  De belangrijkste oorzaak daarvan zijn de onbekwame schooldirecteurs.

‘Door in te zetten op de ontwikkelingsmogelijkheden van leerkrachten kunnen scholen de kans op emotionele uitputting verkleinen’, zegt Willemijn Gils van de onderzoeksgroep HRM en Organisatiemanagement van de UGent.  Daarvoor legde ze negenhonderd leraars en negentig directeurs van Vlaamse secundaire scholen een vragenlijst voor. ‘Wat dit onderzoek uitzonderlijk maakt, is dat we zowel leerkrachten als directeurs hebben bevraagd’, zegt Gils. ‘Meestal gebeurt dat apart, terwijl hun jobs in de praktijk onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn.’

Heeft die combinatie ook nieuwe inzichten opgeleverd?

Willemijn Gils: Zeker. We weten allemaal dat er steeds meer van leerkrachten wordt verwacht en dat kan een negatieve impact op hun welzijn en motivatie hebben. Een verrassende vaststelling uit ons onderzoek is dat die hoge verwachtingen alleen meer emotionele uitputting teweegbrengen wanneer hun directeur géén hoge werkdruk ervaart. Mogelijk speelt hun rechtvaardigheidsgevoel daar een rol bij: onbewust beoordelen mensen of ze al dan niet eerlijk worden behandeld door zich met anderen te vergelijken. Vandaar wellicht dat leerkrachten de zware aspecten van hun baan gemakkelijker kunnen dragen als ze merken dat ook hun directeur het heel druk heeft. Een last die je samen draagt, voelt gewoon minder zwaar. Daarmee wil ik niet zeggen dat schooldirecteurs nog harder moeten werken, maar wel dat het beleid, onder meer bij de bestrijding van het lerarentekort, niet louter op de leerkracht mag focussen maar de hele school in beschouwing moet nemen. Bij het bestrijden van het lerarentekort mag het beleid niet louter op het beroep van leerkracht focussen.

Verder onderzocht u ook de mate waarin scholen leerkrachten helpen om zich te ontwikkelen.

Gils: We zijn inderdaad de impact nagegaan van ontwikkelingsgerichte HRM-praktijken, die leerkrachten als een soort beloning worden aangeboden. Dat gaat dan, bijvoorbeeld, over coachingsessies die leerkrachten de kans geven om na te denken over wat ze in hun onderwijscarrière al hebben gedaan en wat ze er verder nog uit willen halen. In het onderwijs is dat minder vanzelfsprekend dan in veel andere sectoren doordat er niet zoveel doorgroeimogelijkheden zijn. Een leerkracht studeert af, gaat voor de klas staan om zijn vak te geven en blijft dat vaak zijn hele loopbaan lang doen. Net daarom is het belangrijk om hen de kans te geven over hun carrière na te denken. Sommigen geven dan aan dat ze uiteindelijk misschien schooldirecteur willen worden, maar evengoed zijn er leerkrachten die er graag wat beleidsgerichte taken zouden bijnemen of die zich in sommige aspecten van hun werk meer willen bekwamen. Uit ons onderzoek blijkt in elk geval dat de werkbevlogenheid van leerkrachten toeneemt wanneer hen zulke HRM-praktijken worden aangeboden. De kans dat ze emotioneel uitgeput raken, wordt ook kleiner. Dat is heel belangrijk, want emotionele uitputting is een van de kernsymptomen van een burn-out.

Wat kunnen uw bevindingen in de praktijk betekenen?

Gils: Ons onderzoek laat zien dat scholen wel degelijk een impact kunnen hebben op de motivatie en het welzijn van leerkrachten en ook dat leerkrachten niet in een vacuüm werken. Ook de manier waarop andere functies, zoals die van directeur, in hun school worden ingevuld, hebben een effect op hen. Wanneer er in de toekomst beleidsmaatregelen worden genomen om het welzijn van leerkrachten te bevorderen, is het dus belangrijk dat naar de héle school wordt gekeken en niet alleen naar het lerarenberoep zelf.  Bron: Knack Volgens Neutr-On is de opleiding van schooldirecteuren ondermaats. Wij pleiten al jaren voor een universitaire opleiding voor hen, een soort schoolbestuurswetenschappen. Daarin kan dan de nodige opleiding voorzien worden zoals leiding geven, schoolwetgeving, rechten, pedagogie, psychologie, enz.

241  knelpuntberoepen 

Wil je een job met een grote kans op werk? Ga voor een knelpuntberoep. Anno 2024 staan er welgeteld 241 beroepen op de knelpuntberoepenlijst. Dat zijn er 7 meer dan vorig jaar. Nieuwkomers zijn onder meer dierenarts, hulpverlener-ambulancier en mecanicien van tuinmachines.

Elk jaar publiceert VDAB een lijst met de knelpuntberoepen in Vlaanderen. Dat zijn jobs waarvan de vacatures moeilijk ingevuld raken.

Hiervoor zijn 3 mogelijke redenen:

  • Er zijn te weinig kandidaten beschikbaar op de arbeidsmarkt (kwantitatief tekort).
  • De kandidaten hebben niet de juiste ervaring of vaardigheden (kwalitatief tekort). Vaak ontbreekt het hen aan communicatieve vaardigheden, klantvriendelijkheid, commercieel-technische kennis en talenkennis.
  • De job heeft specifieke werkomstandigheden die mogelijk afschrikken: zwaar fysiek werk, weekend- en avondwerk, deeltijdse en tijdelijke contracten…

Dit jaar telt de lijst 241 knelpuntberoepen. In vergelijking met 2023 zijn er 4 beroepen weggevallen en kwamen er 11 bij. 

 Hier vind je de volledige lijst.

8 maart: vrouwendag

Op 8 maart is het Internationale Vrouwendag, een jaarlijks moment waarop we stil staan bij de emancipatie van de vrouw. Sommige mensen vinden zo’n dag achterhaald: vrouwen hebben toch al gelijke rechten? Historicus en feminist Lotte Houwink ten Cate weet wel beter. Zij doet onderzoek en schrijft over feministische thema’s uit de jaren zeventig, die volgens haar ook vandaag nog relevant zijn. En ze tipt Moeder en Pen van Mensje van  Keulen. 

https://www.human.nl/lees/boekgesprek/lotte-houwink-ten-cate.html

Hoe staat het met de loonkloof tussen mannen en vrouwen? Gelijk loon voor gelijk werk, het is een Europees basisbeginsel. Daarom keurde de EU in april vorig jaar de Pay Transparancy richtlijn goed..

Arne Coutteau van HR- en Wellbeing-expert Attentia legt uit welke informatie voor werknemers en sollicitanten beschikbaar zal moeten zijn. Want wat gelijk werk precies betekent, blijkt geen eenvoudige vraag
“Openlijk praten over ons loon, is iets dat Belgen niet makkelijk doen. Bedrijven hebben evenmin de gewoonte daar openlijk over te spreken”, aldus Arne Coutteau. “Toch zal het in de toekomst moeten. Als werknemer kun je zo heel eenvoudig jouw salaris vergelijken met dat van collega’s in een gelijkaardige functie. In je eigen bedrijf, maar ook bij concurrenten. Daarnaast zullen bedrijven niet meer naar je vorige salaris mogen vragen wanneer je solliciteert.”
Belgische wetgeving op komst
De lidstaten hebben nog drie jaar de tijd om de richtlijn in wetgeving om te zetten. Maar het staat wel vast dat je bij een sollicitatie toegang moet krijgen tot concrete looninformatie.
“Sollicitanten moeten van bij de start geïnformeerd worden over de zogeheten loonvork. Dat is het verschil tussen het minimale en maximale brutoloon dat de werkgever wenst te betalen voor een bepaalde functie. Afhankelijk van je diploma, ervaring, specifieke vaardigheden, zal je loon daar ergens tussen liggen. Eenmaal aangenomen zul je als werknemer specifieke salarisinformatie kunnen opvragen, zoals het gemiddelde beloningsniveau voor categorieën van collega’s die gelijkwaardig werk verrichten”, licht Coutteau toe.
Daarnaast heeft Europa de intentie om de loonkloof nu effectief te dichten. Is er een verschil van meer dan 5% tussen mannen en vrouwen, dan zijn bedrijven verplicht daar iets aan te doen. De richtlijnen daarrond zullen wel strenger zijn in grotere bedrijven.

Meer dan mannen tegenover vrouwen
Europa richt zich vooral op de loonkloof tussen man en vrouw, maar de maatregel biedt meer mogelijkheden om discriminatie aan te pakken. Met een juiste structuur kunnen bedrijven de kloof dichten tussen ouderen en jongeren, deeltijdse en voltijdse krachten, medewerkers met en zonder migratieachtergrond. “Europa stimuleert bedrijven nu heel sterk om een objectieve oefening te maken en dat is goed nieuws,” aldus Coutteau.
“Maar ‘gelijk loon voor gelijk werk’ is een minder eenvoudig beginsel dan we denken. Want hoeveel waarde hechten we aan ervaring, leeftijd, diploma’s en positieve evaluaties? Bovendien zijn er grote sectorale verschillen. IT is bijvoorbeeld een goed betaalde sector waar vooral mannen werken. Vrouwen werken dan weer vaker in HR, aan een lager loon. Je moet differentiëren maar kunt er ook niet in doorschieten omdat je op den duur geen enkele job kunt vergelijken.”
Bedrijven in de war for talent
Voor werkgevers belooft de wetgeving rond deze Europese richtlijn sowieso spannend te worden. “Bedrijven zullen hun betrokkenheid om een eerlijkere werkomgeving te creëren nu heel transparant kunnen tonen. Zo’n open en eerlijk loonbeleid kan voor sollicitanten weleens de doorslag geven om voor een werkgever te kiezen, zéker gezien de krapte op de arbeidsmarkt van vandaag”, aldus Coutteau.
Discriminatie detecteren met data
“Data-analyse om discriminatie objectief te detecteren en aan te pakken zal belangrijk zijn. In grote bedrijven is die vaak voorhanden, maar ook kmo’s doen er goed aan om zoveel mogelijk data te verzamelen. Want die data tonen vaak de onbedoelde discriminatie waar we ons niet bewust van zijn”, besluit Coutteau.

Bron: Jobat
Wat verandert er in maart 2024?

Wat verandert er in maart 2024?

Een nieuwe maand, nieuwe maatregelen, wijzigingen van de wetgeving, enz.
Hierbij een kort overzicht.


• Spoorwegmaatschappij NMBS trekt de tarieven op.
Gemiddeld gaat het om een stijging van zo’n 9 procent.
School- en woon-werkabonnementen zullen 9,73 procent duurder worden. De prijs van andere producten gaat met 8,73 procent omhoog. Zo kost een ‘Senior Ticket’ voor 65-plussers vanaf 1 februari 7,80 euro (+0,60 euro) en een ‘Youth Ticket’ tot 26 jaar 7,10 euro (+0,50 euro). Een gewone tienrittenkaart (’Standard Multi’) wordt 9 euro duurder tot 93 euro digitaal of 96 euro op papier. Ook het boordtarief, de toeslag voor wie een vervoersbewijs koopt op de trein, stijgt van 7 euro naar 9 euro.
De spoorwegmaatschappij zegt zich genoodzaakt te zien de tarieven aan te passen aan de impact van de stijgende inflatie en de energieprijzen. Als grootste elektriciteitsverbruiker van het land verwacht ze dat de elektriciteitsfactuur in 2023 meer dan 200 miljoen euro hoger zal liggen dan vorig jaar. “De tariefaanpassing zal slechts een beperkt deel van de gestegen werkingskosten dekken”, aldus de maatschappij.
Toch hoopt de NMBS treinreizen nog aantrekkelijk te houden dankzij enkele “interessante initiatieven”. Zo belooft de spoorwegmaatschappij regelmatige promoacties, zoals het Duo Ticket van afgelopen zomer en de winteractie bij het eindejaar.
Tot slot zullen reizigers extra moeten betalen voor de Diabolo-toeslag. Die bedraagt vanaf 1 februari 6,40 euro, in plaats van 6,20 euro. Dat maakte spoornetbeheerder Infrabel bekend.


• MIVB introduceert goedkoper abonnement en telewerkticket
Ook de Brusselse openbaarvervoermaatschappij MIVB maakt vanaf februari aanpassingen aan haar producten. Zo daalt het jaarabonnement voor 65-plussers sterk in prijs.
Wie ouder is dan 65 kan vanaf 1 februari voor 12 euro een jaar lang alle trams en bussen van de MIVB nemen. Tot nu toe hing daar een prijskaartje van 60 euro aan vast. Het tarief wordt daarmee gelijkgetrokken met de prijs die een Brusselaar van tussen de 18 en 24 jaar tegenwoordig betaalt.
De verandering werd aangekondigd met de voorstelling van de Brusselse begroting in oktober. Daarbij ging veel aandacht naar opvang van de verhoogde levenskost door onder meer de energiecrisis.
Ook het veranderde pendelgedrag krijgt aandacht. Sinds de coronapandemie thuiswerk veel gangbaarder heeft gemaakt, is een traditioneel abonnement niet meer voordelig voor werknemers die slechts twee tot drie dagen per week naar kantoor moeten. Zij kunnen voortaan gebruikmaken van een nieuw flexibel ticket van 75 ritten dat gedurende 90 dagen geldig is.


• Tijdskrediet wordt ingeperkt
Vanaf 1 februari worden de mogelijkheden voor tijdskrediet en thematische verloven, zoals ouderschapsverlof, en loopbaanonderbreking voor ambtenaren ingeperkt. De regering besliste daarover in oktober vorig jaar, bij de opmaak van de begroting van 2023.
Voltijds ouderschapsverlof aanvragen kan vanaf 1 februari enkel voor kinderen tot 5 jaar. Halftijds of een vijfde tijdskrediet opnemen voor kinderen tussen 5 en 8 jaar oud kan wel nog altijd. De RVA verduidelijkt dat het recht op voltijds ouderschapsverlof wel blijft bestaan tot de 8e verjaardag van het kind, maar de werknemer kan enkel een uitkering krijgen als het kind nog geen 5 jaar is.
Daarnaast wordt het totale aantal maanden waarin men ouderschapsverlof kan opnemen teruggeschroefd van 51 tot 48.
Ook de anciënniteitsvoorwaarden worden aangescherpt. Tot nog toe moesten werknemers minstens 24 maanden anciënniteit hebben in het bedrijf om tijdskrediet op te nemen, vanaf 1 februari wordt dat minimaal 36 maanden. Er komt ook een tewerkstellingsvoorwaarde van 12 maanden voor voltijds tijdskrediet. Wie deeltijds werkt, krijgt toegang na 24 maanden tewerkstelling.
Aan de voorwaarden voor het ouderschapsverlof – maximaal vier maanden per kind – verandert niets, maar anciënniteitstoeslagen en supplementen verdwijnen voor werknemers van ouder dan 50 jaar. Dat geldt ook voor de loopbaanonderbreking.
De Gezinsbond en de Vrouwenraad zijn kritisch voor de aanpassingen. Volgens Vrouwenraad-voorzitter Meron Knikman wordt de combinatie van werk en gezin er “zeker niet gemakkelijker op”. “We hebben nood aan een duurzaam gefinancierd zorgbeleid, een gelijke verdeling van de zorg en een gelijke opname van verlof om gezinsredenen door beide ouders.”


• Pelletcheque kan aangevraagd worden
Wie in aanmerking komt voor de zogenaamde pelletcheque, ter waarde van 250 euro, kan daarvoor vanaf 1 februari een aanvraag indienen bij de FOD Economie. De overheidsdienst houdt wel nog een slag om de arm. “We doen er alles aan om op tijd klaar te zijn, en zullen alles uitgebreid testen om eventuele computerproblemen te vermijden”, klinkt het.
De cheque is bedoeld voor wie vooral met pellets verwarmt. Wie voldoet aan de voorwaarden, kan vanop de site van de FOD Economie een formulier afdrukken en vervolgens terugsturen. Daarnaast komt er ook een webapplicatie. “Normaal” gaan die allebei op 1 februari online, aldus de FOD Economie.
Wie al gebruik kon maken van de mazoutcheque, de cheque voor propaan in bulk of de federale premie voor het basispakket gas, komt niet in aanmerking. Ook wie al het sociaal tarief geniet voor gas, maakt geen kans.
Een andere voorwaarde is dat de pellets in een tankwagen of op palletten geleverd moeten zijn, in een bestelling van minstens 500 kg en dat tussen 1 juni vorig jaar en 31 maart van dit jaar.
Wie de cheque aanvraagt, zal een kopie van de factuur en een bewijs van betaling moeten voorzien.
De aanvragen kunnen gebeuren tot en met 30 april.


• Mucomedicijn voor jongere kinderen
Vanaf 1 februari zal het geneesmiddel Kaftrio, voor de behandeling van mucoviscidose, ook voor kinderen van 6 tot 11 jaar volledig terugbetaald worden. Sinds 1 september wordt het dure Kaftrio al terugbetaald voor kinderen vanaf 12 jaar die in aanmerking komen. De terugbetaling is wel afhankelijk van een aantal medische criteria.
De taaislijmziekte heeft een grote impact op de ziektelast en de levenskwaliteit van de patiënten. Kaftrio verbetert de longfunctie, zorgt voor een vermindering van het aantal opstoten, doet de nood aan antibiotica afnemen en geeft mucopatiënten een betere levenskwaliteit.
Er is ook overeengekomen om de monotherapie Kalydeco, voor patiëntjes vanaf 4 maanden, terug te betalen. Dat geneesmiddel herstelt de zout-waterbalans in de luchtwegen, waardoor de slijmen dunner worden en de longen beter worden beschermd. Die therapie wordt nu al terugbetaald vanaf 2 jaar, maar nu zullen dus ook de jongste mucopatiëntjes in aanmerking komen.