by admin | apr 6, 2025 | Sectoren
Amper vier van de vijftien ministers van de federale regering-De Wever zijn vrouwen. Het kernkabinet bevat er zelfs geen enkele. Die kern, het beslissingsorgaan van de federale regering, zal dus onder mannen beslissen over maatregelen als abortus, minimumpensioen, gelijkgestelde periodes en andere zaken die vrouwen aanbelangen.
door Katarina (Gent) uit maandblad De Linkse Socialist
Bij de eerste groepsfoto van de regering-De Wever moest men ‘waar is Wally’-gewijs gaan zoeken naar de vrouwelijke ministers. Zij werden ongelukkig achteraan in de schaduw weggestoken. Een foto en een samenstelling van een regering zeggen natuurlijk niet alles. Heeft deze Arizona-regering met een hoog witte-mannen-gehalte oog voor vrouwenthema’s en zet ze vrouwen en genderminderheden centraal in het geplande beleid? Of valt de vrouwonvriendelijke lijn door te trekken naar het beleid? We nemen enkele elementen uit het regeerakkoord onder de loep.
We gingen toch meer verdienen?
De partijen die deel uitmaken van Arizona beloofden ons dat we meer zouden gaan verdienen. Dit regeerakkoord bewijst het tegenovergestelde. De loonnormwet blijft onveranderd, de index is niet gered en komt tegen eind 2026 opnieuw op tafel te liggen. De BTW op bepaalde goederen wordt opgetrokken. Wanneer één van beide partners niet werkt of een beperkt inkomen ontvangt, krijgen gezinnen een fiscaal voordeel, de huwelijksquotiënt. Deze wordt afgebouwd. Aangezien vrouwen veel vaker een deel van hun loopbaan opgeven voor onbetaalde zorgarbeid, betekent dit een daling van hun inkomen.
De welvaartsenveloppe wordt afgeschaft, wat betekent dat er geen systemische optrekking meer is van de laagste uitkeringen en pensioenen. Vrouwen zijn oververtegenwoordigd in die laagste uitkeringen en pensioenen. Hierdoor zullen veel mensen onder de armoedegrens belanden.
De minimumlonen zullen gedurende de legislatuur tweemaal met 20 euro netto per maand worden opgetrokken. Dat is wel een heel beperkte ambitie. Ook dit treft veel vrouwen, aangezien velen werken in sectoren met de laagste inkomens.
De Arizonaregering plant hard te snoeien in openbare diensten en de publieke arbeidsstelsels. Het zijn vooral vrouwen die gebruikmaken van publieke diensten en er ook in werken.
Flexibel werk nog flexibeler?
40% van de vrouwen werkt deeltijds. De meerderheid ervan koos er niet vrijwillig voor, maar doet dit om de zorg op te nemen voor de kinderen en andere afhankelijke personen. Velen doen het omdat ze geen voltijds werk vinden of omdat ze werken in sectoren die vooral deeltijdse jobs aanbieden. Arizona wil de mogelijkheden voor deeltijds werk vergroten, dit zou voortaan kunnen met contracten vanaf 3 uur per week.
De verplichte sluitingsdag en de zondagsrust staan op de helling. Het verbod op nachtarbeid wordt opgeheven. Het wordt gemakkelijker om de arbeidstijd niet langer per week of maand in te vullen, maar per jaar. Annualisering van de arbeidstijd is dat. Stel dat je 24 uur per week werkt, dan kan de werkgever in rustige maanden 12 uur per week inplannen en in drukke maanden 36 uur per week. Daarnaast worden de overurenstelsels herbekeken en overuren zonder compensatie worden nog meer mogelijk.
Werknemers worden alsmaar meer in flexibelere arbeidsregimes geduwd met directe negatieve gevolgen voor de work-life balans en voor de gezondheid.
Gemiddeld werkt een vrouw na haar werk nog eens 33 uur aan onbetaalde arbeid thuis per week. De zogenaamde dubbele shift. Nu worden twee op de drie tijdskredieten opgenomen door vrouwen. De regering wil het systeem van zorg- en tijdskredieten vereenvoudigen en samenbrengen in een familiekrediet. Er wordt gevreesd dat dit in de realiteit zal leiden tot strengere voorwaarden.
Pensioen onbereikbaarder voor vrouwen
Naar schatting heeft 26,7% van de werknemers bij pensionering geen loopbaan van 35 jaar effectieve tewerkstelling. De gemiddelde effectieve loopbaan van een vrouw bedroeg in 2019 31,6 jaar tegenover 35,4 jaar voor een man.
Elke toegang tot vervroegd pensioen wordt zo goed als onmogelijk. SWT, het vroegere brugpensioen, verdwijnt (met uitzondering van SWT wegens medische redenen). De voorwaarden voor landingsbanen worden opgetrokken, met strenge loopbaanvereisten waarin onder meer ziekte niet wordt meegerekend. De loopbaanvereiste voor vervroegd pensioen (bijvoorbeeld op 60 jaar na een loopbaan van 44 jaar) wordt strenger.
Voor een pensioen is een minimale loopbaan van 35 jaar vereist, waarvan elk jaar minstens de helft effectief moet gepresteerd worden (156 dagen in een zesdaagse werkweek). Gelijkgestelde periodes (ziekte, werkloosheid, tijdskrediet, moederschapsrust …) mogen maar tot 40% van de loopbaan tellen vanaf 2027, wat al gauw daalt tot 20% in 2031. Vrouwelijke werknemers komen gemiddeld aan 39% gelijkgestelde periodes. Oh ja, voor de gelijkgestelde periodes geldt een beperking van het fictief loon zodat het pensioenbedrag lager ligt.
De invoer van een pensioenmalus heeft het perverse effect deeltijds werkenden te straffen. Vier op vijf deeltijdse jobs worden uitgevoerd door vrouwen.
Stelsels als het overlevingspensioen en het echtscheidingspensioen worden afgebouwd. Dit zijn stelsels waarvan vooral vrouwen de begunstigden zijn. Vaak gaat dit over vrouwen die thuisbleven voor het gezin.
De pensioenmaatregelen van de Arizonaregering zouden de pensioenkloof tussen vrouwen en mannen doen oplopen tot 42%.
Jacht op zieken en werklozen
Ruim een half miljoen werknemers en zelfstandigen in België is langdurig ziek. 54,7% van deze mensen zijn vrouwen. 60% van de langdurige zieken met burn-out, spier- en skeletaandoeningen zijn vrouwen. Dit is te wijten aan het feit dat ze werken in sectoren met veel mentale en fysieke belasting, maar ook aan de dubbele dagtaak van werk en gezin. De Arizonaregering wil een snellere activering van zieken. Dat wil ze doen door herintegratietrajecten dwingender te maken. Maar Arizona investeert niet in werkbaar werk en haalbaardere progressief werksystemen.
De regering-De Wever maakt een prioriteit van een aanval op de werklozen, met onder meer een snellere degressiviteit en een beperking van de uitkering in de tijd. Er zijn ongeveer evenveel mannen als vrouwen werkloos, onder langdurig werklozen zijn er iets meer vrouwen. Eén van de redenen hiervoor is dat vrouwen meer in precaire arbeidssystemen zitten. Daarnaast is een terugkeer naar de arbeidsmarkt vaak moeilijker door vooroordelen en door de aangepaste rolverdeling in het huishoudelijk werk.
Abortusrechten en strijd tegen gendergerelateerd geweld naar de koelkast verwezen
Abortus in België is heden ten dage toegestaan tot 12 weken zwangerschap. Daarbovenop is er de verplichte bedenktijd van vijf dagen en staat abortus nog steeds in het strafwetboek. Ondanks het jarenlange werk van expertisebureaus en populaire steun om abortus te decriminaliseren en de termijn te verlengen, werd het abortusdossier steevast gebruikt als pasmunt voor andere politieke dossiers. Het resultaat was dat er niets veranderde.
Dat zal wellicht ook nu niet gebeuren. Het regeerakkoord stelt: “We zetten het maatschappelijk debat rond de vrijwillige zwangerschapsafbreking verder op basis van het rapport van de expertencommissie. Na consensus tussen de meerderheidspartijen, passen wij de huidige abortuswetgeving aan.” De meerderheidspartijen houden er te verschillende standpunten op na om tot een consensus over een verlenging van de abortustermijn te komen. In realiteit betekent dit dus geen wetsaanpassingen.
Over preventie van gendergerelateerd geweld bevat het regeerakkoord maar één zinnetje. De verdere uitrol van Zorgcentra na Seksueel Geweld is positief, maar het blijft beperkt tot wat eerder al was beslist (drie nieuwe centra) terwijl de noden veel groter zijn.
De plaats van vrouwen is in de strijd!
Arizona is een ernstige bedreiging voor de welvaart en het welzijn van iedereen. Vrouwen worden erg hard getroffen door de voorgestelde maatregelen. Diensten en stelsels waar veel vrouwen gebruik van maken dreigen te verdwijnen of worden verder kapot bespaard. Arbeidstijd en -regimes van werkneemsters dreigen te worden verlengd met een steeds grotere flexibiliteit, zonder enige erkenning van de onbetaalde arbeid die zij op zich nemen.
Strijd tegen deze regering is noodzakelijk om onze rechten en eisen uit de schaduw te halen. Sterke en strijdbare betogingen op 8 maart, de internationale vrouwendag, kunnen onze eisen hoog op de agenda plaatsen. Daarmee versterken we de mobilisatie naar de algemene staking van 31 maart en het actieplan dat hierna noodzakelijk is.
Bron: LSP
by admin | apr 6, 2025 | Sectoren
Na jaren van tekorten werkt niets nog naar behoren bij De Lijn. De malaise is algemeen. Het personeel staakt op 12 maart. Sommige reizigers voelen zich bij een staking nog meer in de steek gelaten, maar beseffen meestal ook wel dat de chauffeurs gelijk hebben als ze protesteren. De schandalige afbouw van dienstverlening is immers niet de schuld van de chauffeurs, maar van een beleid dat al jarenlang te weinig investeert.
Vanaf 1 juli nog minder aanbod
De concrete aanleiding voor de staking is de invoering van de basisbereikbaarheid. Vanaf 1 juli volgt een vermindering van het aanbod en een verdere verpachting van ritten. De Lijn werkt voor heel wat ritten met externe bedrijven, pachters. Daar gelden andere arbeids- en loonvoorwaarden. Het gaat om private bedrijven, wat betekent dat een deel van de dienstverlening niet langer in publieke handen is.
De invoering van de basisbereikbaarheid komt neer op een aanpassing van het hele net. De focus ligt daarbij op vraaggestuurd openbaar vervoer, waarbij vooral ingezet wordt op de meest rendabele gebieden en lijnen. Drukke lijnen krijgen daarbij meer dienstverlening ten koste van lijnen waar minder gebruik van wordt gemaakt. Hierdoor dreigen meer afgelegen gebieden ‘vervoersarm’ te worden.
De hele hervorming moest immers budgetneutraal gebeuren. Met het tekort aan chauffeurs en aan materieel, zoals bussen waarmee effectief kan gereden worden (geen overbodige luxe in deze sector), zijn er sowieso meer middelen nodig. Zelfs het Rekenhof stelde in zijn conclusie van 28 maart 2024 dat “het beschikbare budget niet strookt met de intentie de openbaarvervoervraag te laten toenemen in het kader van de modal shift”. De directie van De Lijn kan niet zeggen dat ze niet op de hoogte is van de noden, vorig jaar stelde ze zelf dat er 370 miljoen euro extra nodig is om de taken naar behoren uit te voeren.
Om de hervorming tegen begin januari rond te krijgen werden er last-minute in het wilde weg ritten geschrapt. Dat leidde tot heel wat spontane stakingen. Nu volgt een structurele vermindering van het aanbod en een verdere verpachting. Ongeveer 2% van het aanbod wordt geschrapt.
Aanvallen op personeel
De vermindering van het aanbod zal sommige regio’s harder treffen dan andere. In de hardst getroffen regio’s zijn de gevolgen voor zowel reizigers als personeel rampzalig. Voor de reizigers betekent het minder dienstverlening. Voor het personeel een aanpassing van de dienstroosters waarbij nog meer flexibiliteit wordt geëist. Meer gesplitste diensten (bijvoorbeeld ’s ochtends vier uur rijden, nadien een onderbreking van enkele uren en dan nog de avondspits) en ook minder vaste uurroosters, maken de job minder aantrekkelijk. Met de huidige omstandigheden zijn de chauffeurs al bijzonder flexibel, hoeveel meer willen ze eigenlijk van ons?
Voor veel collega’s is de staking van 12 maart een protest tegen de algemene malaise. Er is een tekort aan alles. Terwijl de chauffeurs er alles aan doen om toch wat dienstverlening aan te bieden, zijn ze bovendien ook nog eens het eerste aanspreekpunt voor ontevreden reizigers. Die ontevredenheid is het gevolg van dezelfde malaise waartegen de chauffeurs protesteren.
De aankondiging van de minister om zo snel mogelijk flexijobs in te voeren en samen te werken met private veiligheidsdiensten in plaats van de eigen controleurs, doet nog een schep bovenop de woede van het personeel. Voor dit jaar wordt geschat dat er een tekort zal zijn dat kan oplopen tot 50 miljoen euro. Er zal binnen alle afdelingen en ook bij de bedienden geschrapt en bespaard worden.
Meer betalen voor minder dienstverlening
Reizigers denken misschien dat er verbetering op komst is nu de nieuwe regering heeft aangekondigd dat er vanaf 2026 jaarlijks 50 miljoen en vanaf 2027 zelfs 70 miljoen euro bijkomt. Het gaat om broodnodige middelen, die niet volstaan om degelijke dienstverlening aan te bieden.
Wat de Arizona-regering er in de aankondigingen niet bij vertelde, was waar dat geld vandaan zal komen. Op de ondernemingsraad van De Lijn werd verteld dat er in feite een verlaging van de dotatie is. Anders gezegd: De Lijn moet dit geld grotendeels zelf ophalen onder de reizigers… Het gaat om onrealistisch hoge bedragen en eigenlijk om een verkapte besparing.
Op 1 april dit jaar gaat een eerste prijsverhoging van start. De tarieven stijgen met gemiddeld 18%. Een enkel ticket zal 3 euro kosten in plaats van 2,5, een tienrittenkaart zal 21 euro kosten in plaats van 17. De directie stelt dat dit “nog steeds voordelig geprijsd is”. Dat is een voorbereiding op nog meer prijsstijgingen.
Het huidige beleid kan voor de reizigers als volgt samengevat worden: meer betalen voor minder dienstverlening.
Strijd organiseren, nood aan programma en plan
Na jaren van verslechtering wil de regering op hetzelfde pad verdergaan. De Lijn dreigt het met minder middelen te moeten doen, alleszins komt er geen investering aangepast aan de noden inzake mobiliteit en milieu.
Het ongenoegen is groot en leidde al tot heel veel acties. Toch is er weinig idee over hoe we onze strijd zo efficiënt mogelijk kunnen voeren. Het volstaat niet om telkens te reageren op wat verkeerd loopt, we hebben nood aan een eigen programma van beter openbaar vervoer. Met een duidelijk standpunt tegen de verhoging van de tarieven kunnen we reizigers betrekken en mobiliseren.
Rond een programma voor beter openbaar vervoer in het belang van zowel het personeel als de reizigers is het mogelijk om een campagne op te zetten die opbouwt naar acties, van petities over betogingen tot staking
Brief van het gemeenschappelijk vakbondsfront aan de minister van Mobiliteit bij haar bezoek aan de stelplaats in Mortsel (25 februari)
Vandaag bezoekt u onze stelplaats—een moderne locatie, maar met een pijnlijk tekort aan rijvaardige bussen. Vandaag zal dat tekort misschien minder opvallen, omdat er tijdelijk extra bussen uit andere regio’s zijn overgebracht. Maar de realiteit blijft: er zijn te weinig bussen en de dienstverlening kreunt onder jarenlange besparingen.
In het Vlaams Parlement beweert u dat het “riedeltje” dat De Lijn kapot bespaard werd niet klopt. Wij denken daar anders over. En wij niet alleen. Uw partijgenoot Marc Descheemaecker, voormalig voorzitter van De Lijn, zegt in zijn boek Dood spoor letterlijk dat De Lijn kapot bespaard is. In Het Nieuwsblad (21/02/2021) verklaarde hij al dat er in tien jaar tijd 20% van de werkingsmiddelen verdwenen zijn. Dit zijn geen loze kreten van vakbonden, maar de feiten, bevestigd door iemand uit uw eigen partij.
Maar het probleem stopt niet bij besparingen alleen. Terwijl cruciale middelen verdwijnen, stijgen andere kosten. Miljoenen gaan naar externe consultants en bij techniek betalen we nu de prijs van eerdere reorganisaties. De beschikbaarheidsvergoedingen voor PPS-projecten, zoals stelplaatsen en infrastructuur, slorpten vorig jaar 46 miljoen euro op en zullen de komende jaren nog stijgen. PPS is op lange termijn een peperdure constructie die de werkingsmiddelen onder druk zet —ook dat bevestigt uw partijgenoot Descheemaecker.
En wat stelt u daar tegenover? 400 miljoen euro voor nieuwe bussen en trams. Dat klinkt goed, maar het is onvoldoende om de vergroening door te voeren. Daarnaast kondigt u een “groeipad” aan van 125 miljoen extra werkingsmiddelen, verspreid over vier jaar. Maar in de begroting zien we iets anders: vanaf 2026 worden de inkomsten uit openbaar vervoer met 50 miljoen verhoogd, vanaf 2027 zelfs met 70 miljoen per jaar. Op onze ondernemingsraad kregen we te horen dat dit in feite een verlaging van de dotatie betekent. Met andere woorden: De Lijn moet deze middelen grotendeels zelf ophalen bij de reizigers. Niet alleen zijn de bedragen onrealistisch hoog, dit is eigenlijk een verkapte besparing.
Wij eisen:
- Dringend extra middelen en een serieus investeringsplan. Zonder structurele financiering blijft openbaar vervoer een lege belofte.
- Respect voor het personeel. Degelijke arbeidsomstandigheden en sociaal overleg moeten een evidentie zijn.
- Stopzetting van de privatisering. Openbaar vervoer is een basisrecht, geen verdienmodel.
De huidige dienstverlening is een schande. En straks moeten reizigers hier nog heel wat extra voor betalen. Het schaamrood komt ons op de wangen.
Wij zullen niet rusten tot er een sterk, degelijk openbaar vervoer staat, met respect voor zowel reizigers als personeel.
Bron: LSP
by admin | apr 6, 2025 | Onderwijs
Sinds september is er een groeiende beweging in het Franstalige onderwijs. Op 27 januari waren we met 35.000 betogers in Brussel. Veel leerkrachten en andere personeelsleden uit het onderwijs namen deel aan de staking en betoging tegen Arizona op 13 februari. Daarmee toonden ze dat de beweging verder aan het groeien is. De aanvallen van Arizona op alle openbare diensten en op de pensioenen doen de woede verder aanzwellen. Scholieren trokken mee de straat op. ‘Dit soort maatschappij willen we niet’, riepen ze.
door Elise, lerares in Soignies, uit maandblad De Linkse Socialist
Een ongeziene beweging die doet denken aan 1996
Dit is de grootste protestbeweging van het Franstalig onderwijs in meer dan 20 jaar. De beweging die sinds september aan de gang is, mobiliseert een hele nieuwe laag. Velen nemen voor het eerst deel aan een staking. Tijdens de staking 7 november waren er aan bijna alle scholen stakersposten, ondanks de zeer late reactie van de vakbondsleidingen (vergeet niet dat de nieuwe Franstalige regering van MR en Les Engagés de aanvallen al in juni aankondigde…).
De 48-urenstaking op 27 en 28 januari was een riskante gok, omdat het altijd moeilijker is om gedurende twee dagen te mobiliseren. Toch kwamen er maar liefst 35.000 leerkrachten naar Brussel om te betogen. Het protest trok ook personeelsleden mee die doorgaans minder betrokken zijn, zoals die van muziekacademies en kunstscholen. Scholieren uit het beroeps- en technisch onderwijs, die rechtstreeks worden aangevallen en vaak uit minder welgestelde gezinnen komen, trokken mee de straat op. Er waren spontane betogingen aan de scholen en er waren zelfs scholieren die met hun leerkrachten naar de acties van 27 en 28 januari trokken.
Het gaat om veel meer dan leerkrachten die voor hun arbeidsomstandigheden vechten, het is een maatschappelijke beweging die zich zorgen maakt over de toekomst van onze leerlingen. Vergelijkingen met de strijd van de jaren ‘90 doemen onmiddellijk op als je de omvang van de mobilisatie en de betrokkenheid van leerlingen bij de strijd ziet. Maar het spook van 1996 is ook een last: oudere of voormalige leerkrachten denken met teleurstelling terug aan het feit dat ze loon verloren zonder gehoord te worden, omdat de vakbondsleidingen de beweging stopten zonder dat de besparingen waren ingetrokken. Leerkrachten die ook alleenstaande moeders zijn, vragen zich af of ze in staat zullen zijn om meerdere stakingsdagen en het daarmee gepaard gaande inkomensverlies vol te houden.
Tot nu toe hebben de acties geen directe resultaten opgeleverd. Integendeel, de pensioenen van de ambtenaren liggen nu onder vuur, het brugpensioen in het onderwijs wordt ondermijnd en minister Glatigny lijkt te willen terugkomen op de gemeenschappelijke sokkel in de opleiding, een maatregel die meer sociale gelijkheid moest brengen.
Mobilisatie van onderaf om de uitdagingen van de beweging aan te gaan
Om ontmoediging te voorkomen, is het essentieel om een duidelijker perspectief te hebben op de volgende fase van het actieplan. Er werd door de vakbondsleidingen gesproken over acties in april, zonder te specificeren wat die zullen zijn. Het organiseren van regelmatige personeelsvergaderingen in de scholen door de syndicale delegaties zou een goede manier kunnen zijn om de onduidelijkheid over de verdere stappen van de beweging te verminderen. We kunnen samen praten over de actieplannen die op tafel liggen, maar ook over actuele gebeurtenissen en de echte noden in elke school, zodat we van onderaf eisen kunnen opbouwen die alle personeelsleden en leerlingen aanspreken. Alleen door druk uit te oefenen op de vakbondsleidingen en door collega’s te laten zien dat wij de toon kunnen zetten in mobilisaties, kunnen we het enthousiasme vasthouden.
Een andere uitdaging voor de beweging is om bruggen te slaan naar de mobilisaties van scholieren die spontaan protesteerden om hun toekomst te verdedigen. Er zijn een aantal zeer reële obstakels voor solidariteit: leerkrachten hebben een plicht tot “neutraliteit” die averechts kan werken als ze scholieren willen mobiliseren, en leerkrachten moeten soms stakende scholieren straffen als de directie het protest niet steunt. Jongerenafdelingen van de vakbonden die ondersteuning bieden bij scholierenacties kunnen een centrale rol spelen om de obstakels te verkleinen.
De strijd voor extra middelen voor onderwijs en openbare diensten verbreden
De Franstalige regering van MR en Les Engagés is niet bereid om te onderhandelen of om de besparingsmaatregelen terug te draaien. Net als de federale regering zoekt ze de confrontatie op. De aanvallen op het onderwijs staan niet op zichzelf. Ze maken deel uit van een golf van besparingsmaatregelen in de openbare diensten, wat de hele arbeidersklasse treft. We kunnen dit ook in ons voordeel gebruiken en ons niet beperken tot een sectorale strijd, maar eenheid vormen met al wie strijdt tegen de Arizona-regering. De betoging op 13 februari was een goede eerste stap om genoeg kracht op te bouwen om deze rechtse regeringen op de knieën te krijgen.
Waar strijden we vandaag voor? Is het alleen maar een defensieve strijd tegen de aanvallen op het onderwijs en op onze pensioenen? Of willen we iets anders voor onze leerlingen: klassen op mensenmaat, gerenoveerde lokalen, beschikbaar (en dus voldoende en niet overbelast) personeel? We vechten niet om enkele maatregelen bij te schaven, of om elders te besparen in plaats van op onderwijs. Er is een schreeuwende nood in alle sectoren, en het geld is er in de samenleving. Door duidelijk te maken waar we voor vechten en de noden van ons onderwijssysteem op deze manier in de verf te zetten, kunnen we ook de solidariteit van scholieren, ouders en uiteindelijk alle geledingen van de maatschappij verzekeren!
Bron: LSP
by admin | apr 6, 2025 | Boeken
De gebeurtenissen van 1905 in Rusland waren de generale repetitie van de revolutionaire explosies van 1917. De werkende klasse toonde in 1905 dat ze in staat was om de economie plat te leggen, het spoor te blokkeren en om delen van de samenleving zelf in handen te nemen. De rol van een politieke algemene staking in een opstand van de werkende klasse werd duidelijk. De gebeurtenissen van dit cruciale jaar tonen hoe snel het bewustzijn van de massa’s kan veranderen, hoe strijd tot scherpe inzichten leidt en hoe zelfs in een achtergebleven land als Rusland reeds in 1905 de mogelijkheden van een socialistische samenleving aan de oppervlakte kwamen.
De schrijver van dit boek speelde een belangrijke rol in de revolutie van 1905. Tegen oktober kwam de beweging tot de conclusie dat er nood was aan een overkoepelende raad, een sovjet (Russisch voor raad). Dit orgaan van arbeidersstrijd in Petersburg leidde gedurende 50 dagen de beweging. De toen 25-jarige Trotski was er een tijdlang ondervoorzitter en vervolgens voorzitter van. Deze sovjet toonde ook aan dat de werkende klasse in staat was om een toekomstige samenleving in handen te nemen. Een algemene staking legt alles plat, maar de werkenden die actie voeren hebben tegelijk nood aan contact met hun kameraden in de rest van het land en ook de bevoorrading van onder meer voedsel blijft nodig. De werkende klasse begon dit alles te organiseren en de sovjet speelde er een belangrijke rol in. Kortom, de algemene staking zorgt ervoor dat de stakers een aantal taken van de staat overnemen en de eerste stappen in de richting van een arbeidersstaat zetten.
Dit boek heeft een opbouw die Trotski wel meer hanteert. Hij beschrijft eerst nauwkeurig de verschillende factoren die een rol spelen in de revolutionaire gebeurtenissen. Hij schetst de context op gedetailleerde wijze. Daarna barsten de gebeurtenissen los en Trotski haalt daar algemene inzichten en lessen uit, die een beeld geven van vakbondsstrijd, zelforganisatie van de werkende klasse, krachtsverhoudingen, strijd om maatschappijverandering … Op een begrijpelijke wijze brengt hij een maandenlange strijd tussen revolutie en contrarevolutie onder woorden. Hij koppelt dit aan inzichten die erg nuttig zijn voor al wie vandaag opkomt voor verandering. In zekere zin is dit boek ook een generale repetitie voor zijn latere meesterwerk ‘Geschiedenis van de Russische revolutie’ over 1917.
Ongelijke en gecombineerde ontwikkeling
Op het begin van de 20e eeuw leefden de Russische werkenden en boeren in schrijnende armoede. Op het platteland gold soms dat het overleven van bedwantsen of kakkerlakken betekende dat er relatieve rijkdom was. Op sommige plaatsen kon zelfs het ongedierte niet overleven. Pas in 1861 werd de lijfeigenschap officieel afgeschaft. Ongeletterdheid bleef de norm op het platteland.
Rusland kende nooit de ontwikkeling van een nationale industriële kapitalistische klasse zoals in vele West-Europese landen. De industrialisering gebeurde niet door de uitbreiding van werkplaatsen van ambachtslieden, maar door de import van industrie op basis van investeringen en leningen van Europees kapitaal. Het resultaat was een industrie die meteen veel grootschaliger was, maar ook een toevloed van arbeiders die van archaïsche leefomstandigheden op het platteland terechtkwamen in de meest moderne grote fabrieken.
Trotski bestudeerde dit fenomeen en sprak over een ongelijke en gecombineerde ontwikkeling. In een economisch achtergebleven land, waarbij een economisch meer ontwikkeld land een rol speelt in de industriële ontwikkeling, is het mogelijk dat bepaalde stadia worden overgeslagen die elders wel voorkomen. De taken van de burgerlijke democratische revolutie die werden doorgevoerd met de Franse Revolutie van 1789 (zoals het opzetten van parlementaire democratie en het elimineren van feodale en semi-feodale eigendomsrelaties) moesten worden doorgevoerd door de arbeidersklasse als onderdeel van haar strijd voor socialisme.
In 1930 beschreef Trotski dit als volgt in zijn ‘Geschiedenis van de Russische Revolutie’: “Het achtergebleven land wordt gedwongen de landen die verder ontwikkeld zijn na te streven, waardoor het zich niet aan dezelfde volgorde kan houden. Het voorrecht van de historische achtergeblevenheid – en zulk een voorrecht bestaat – veroorlooft, of beter gezegd, dwingt het reeds bereikte vóór de eigenlijk daartoe bestemde tijd over te nemen en een reeks tussenfasen over te springen. Inheemse volkeren ruilden de boog direct voor het geweer, zonder eerst de weg af te leggen die in het verleden tussen deze wapens lag. De Europese kolonisten in Amerika begonnen de geschiedenis niet van voren af aan. De omstandigheid dat Duitsland of de Verenigde Staten Engeland economisch ingehaald hebben, was juist door de achtergeblevenheid van hun kapitalistische ontwikkeling bepaald. (…) De ontwikkeling van een historisch achtergebleven volk leidt noodzakelijk tot een eigenaardige ineenvloeiing van verschillende stadia van het historische proces. De kringloop krijgt in zijn totaliteit een niet planmatig, gecompliceerd, gecombineerd karakter. (…) Onder de zweep van een noodzakelijkheid van buitenaf is de achtergeblevenheid gedwongen sprongen te maken. Uit de algemene wet van de ongelijkmatigheid vloeit een andere wet voort, welke men bij gebrek aan een meer passende benaming de wet van de gecombineerde ontwikkeling kan noemen, in de zin van het tot elkaar komen van verschillende fasen, het doordringen van afzonderlijke stadia, het amalgaam van archaïsche en moderne vormen.”
De jonge en nieuwe Russische arbeidersklasse was aan het begin van de 20e eeuw geconcentreerd in werkplaatsen die veel groter waren dan die in Europa. Eén van de tegenstellingen van het kapitalisme bestaat erin dat het diegenen die uitgebuit worden samenbrengt en daarmee de mogelijkheid schept voor zelforganisatie. Zoals we zullen zien, is de gezamenlijke ervaring van arbeiders in grote werkplaatsen één van de sleutelelementen in de strijd voor het omverwerpen van het kapitalisme.
Deze ontwikkeling van het kapitalisme zorgde er bovendien voor dat de liberale burgerij erg zwak stond, zowel numeriek als qua traditie en politieke ervaring. Het falen van het liberalisme speelde eveneens een grote rol in de Russische revolutie.
Van bloedige zondag tot een sovjet
De revolutionaire gebeurtenissen van 1905 komen niet toevallig na de Russisch-Japanse oorlog, de eerste grote oorlog van de 20e eeuw. Het sterke Russische leger wilde de expansie in Mantsjoerije en Korea uitbreiden en dacht daarbij op weinig tegenstand te botsen van het opkomende Japan dat zich eveneens op die gebieden richtte. Het kwam tot grootschalige militaire confrontaties, waarbij Port Arthur in Japanse handen viel en het Russische leger zware nederlagen slikte. Dit ondermijnde de gezagspositie van de tsaar. De prijs voor de oorlogsinspanningen werd bovendien doorgeschoven naar de reeds bijzonder arme bevolking in de steden en op het platteland.
Het revolutionaire jaar 1905 begon op 3 januari toen een staking uitbrak in één fabriek. Tegen 7 januari was de staking uitgebreid en namen er zo’n 140.000 arbeiders aan deel. Dat was een uitdrukking van de woede onder de arbeiders na de jaren van oorlog (tussen Rusland en Japan). Het bouwde ook voort op ervaringen van de stakingsgolf van 1903.
De staking begon rond beperkte economische eisen, maar werd uiteindelijk een beweging van tienduizenden arbeiders en werd een politieke gebeurtenis. Op zondag 9 januari betoogden honderdduizenden arbeiders naar het Winterpaleis in Petersburg. Hun eisen werden naar voren gebracht door een priester, maar inhoudelijk waren het wel socialistische slogans.
Het eisenplatform omschreef de uitbuiting en de beledigingen waaronder de arbeiders te lijden hadden. Het bevatte een lijst met daarin allerhande zaken, van onverwarmde fabrieken tot de afwezigheid van politieke rechten onder de dictatuur van de tsaar. Er werd amnestie geëist voor politieke gevangenen, publieke vrijheden, de scheiding van kerk en staat, de 8-urendag, een degelijk loon en de geleidelijke overgang van de landbouwgrond naar de bevolking. De hoofdeis was de vorming van een Grondwetgevende Vergadering op basis van algemeen stemrecht.
De betoging verliep vreedzaam, maar op iedere straathoek stonden militairen die het vuur openden. Tegen het einde van de dag waren er duizenden doden. Deze dag werd bekend onder de naam “Bloedige Zondag” en markeerde het einde van de illusies van de bevolking in de goede wil van de tsaar.
Het effect van de slachtpartij op de arbeidersklasse was bijzonder groot. Er volgde een golf van stakingen doorheen het land, waarbij iedereen in het land te maken kreeg met de acties. Trotski omschreef het als volgt: “Bij de stakingen waren zowat een miljoen mannen en vrouwen betrokken. Gedurende ongeveer twee maanden overheerste de staking het land en dat zonder enig plan, in veel gevallen zelfs zonder eisenplatform en met tussenpozen waarbij de staking stopte en opnieuw begon.”
De staking werd aanvankelijk geleid door de Vereniging van Fabrieksarbeiders (een organisatie die oorspronkelijk was opgezet door de politie) en dit rond economische eisen. De staking veranderde echter snel van karakter en werd een politieke beweging geleid door de sociaaldemocraten. De slogans van de sociaaldemocraten werden overgenomen door de massa’s.
De arbeidersklasse was niet de enige klasse die veranderingen onderging bij deze gebeurtenissen. De heersende klasse was verdeeld over haar reactie. Het tsarisme nam meer de vorm aan van een brutale militaire dictatuur. De kapitalisten anderzijds waren niet zeker over hoe ze konden reageren op de grote beweging. Ze voelden zich eerder aangetrokken tot een liberaal standpunt waarbij gehoopt werd dat de arbeiders zouden terugkeren naar de fabrieken indien op een paar punten werd toegegeven, uiteraard hopend dat die toegevingen vooral de kapitalisten ten goede zouden komen. Ze begrepen niet dat de arbeidersklasse, eens ze in beweging komt, begint te begrijpen dat ze in staat is om volledig komaf te maken met het kapitalisme, waardoor enkele kruimels niet volstaan om de beweging te stoppen.
Later op het jaar zochten de industriëlen opnieuw meer bescherming bij de politie. Deze tweestrijd tussen toegevingen en repressie onder een zwakke kapitalistische klasse, versterkte de zelfverzekerdheid van de arbeidersklasse. Een beschrijving uit die periode weerspiegelt de energie van de stakingsbeweging: “Zaak na zaak, bedrijf na bedrijf, stad na stad legt het werk neer. Het spoorpersoneel brengt de staking over, de spoorwegen zijn de kanalen waarlangs de stakingsepidemie zich verspreidt. Er worden economische eisen gesteld en ingewilligd, volledig of deels.”
Deze stakingen waren niet steeds tactisch of overdacht. Het waren vooral manifestaties van de arbeidersklasse die ontdekte dat ze de kracht had om de industrie en de productie stil te leggen. Ze ontdekte zichzelf als klasse, als een kracht in de samenleving, maar ze zag nog niet de taak die voor haar lag. Staken was een uitdrukking van de macht van de klasse, maar het omverwerpen van het systeem was het enige middel om de doelstellingen blijvend te bereiken.
Het nieuw gevonden bewustzijn van de arbeidersklasse kwam tot uiting op meetings aan de universiteiten, één van de weinige plaatsen waar vergaderingen niet illegaal waren. Mensen die voorheen nooit een unief van binnen hadden gezien, haastten zich na hun werk naar de universiteiten. “Het revolutionaire woord was aan de ondergrond ontsnapt en vulde de universiteitszalen en leslokalen, waarbij de slogans van de revolutie werden verspreid.”
Er waren in alle steden debatten over tactieken, politiek, de samenleving en economie. Vanuit deze discussies kwamen de belangrijkste ingrediënten naar voren om een succesvolle revolutie te kunnen voeren. Eens de arbeidersklasse haar eigen mogelijkheden en behoeften als klasse had begrepen, begreep ze dat een nieuwe organisatie nodig was om de machtsstrijd te voeren. Het begrip ‘Sovjet’ (arbeidersraad) ontstond in 1905. De sovjet bood de arbeidersklasse de mogelijkheid om haar acties te plannen en te coördineren.
Op 19 september gingen de letterzetters in de drukkerij Sietin in Moskou in staking voor een kortere arbeidsdag en een hoger stukloon per zetsel, waarbij leestekens ook als zetsel moesten worden meegeteld. Zoals Trotski opmerkt, begon de stakingsbeweging “over punten en komma’s”, maar was er een snelle verspreiding. Tegen 24 september lagen 50 drukkerijen plat. Op 25 september werd een eisenplatform opgesteld, wat leidde tot een aanval van de politie in een poging om de staking te breken. Het was echter te laat. De bakkers en de drukkers voegden zich uit solidariteit bij de staking. Op 30 september kwamen de spoorwegarbeiders in actie. Een officiële conferentie van afgevaardigden van spoorpersoneel kwam samen om te discussiëren over pensioenfondsen en vormde zich tegelijk om tot een onafhankelijke vakbond, waarbij de conferentie een politieke meeting werd.
Het idee van een algemene staking onder de spoorarbeiders werd snel verspreid. Ondanks een wat aarzelende start, werd vanaf 7 oktober het spoornet platgelegd in heel het land. De staking kende een snelle uitbreiding waarbij geen enkel onderdeel van het industrieel en commercieel leven over het hoofd werd gezien: energiesector, telegrafie … Alles wat kon bewegen, deed dit niet.
Enkel door de wil van de stakers, bewoog er soms iets op de werkplaatsen. “Als er nieuwsbulletins nodig waren voor de revolutie, gingen de drukkerijen open; de telegrafie werd gebruikt om stakingsoproepen door te sturen; treinen met afgevaardigden van de stakers reden wel.” De beslissing hierover werd genomen vanuit de beweging.
In deze strijdgolf ontstonden sovjets, raden van werkenden. Trotski omschrijft de sovjet als “een orgaan met veel autoriteit zonder dat ze in bepaalde tradities stond; in staat om onmiddellijk een menigte van honderdduizenden op de been te brengen zonder feitelijk een organisatorisch apparaat te hebben; dat de revolutionaire stromingen onder het proletariaat verenigde en in staat was initiatief te nemen en zichzelf spontaan te controleren – en, nog wel het meest belangrijke, binnen 24 uur van ondergronds werk massaal in de openbaarheid kon treden.” Deze sovjet kwam niet in de plaats van revolutionaire organisaties, maar verenigde verschillende strekkingen en bood hen de kans om een band met brede lagen van de werkende klasse te ontwikkelen. “Interne tegenstellingen tussen de beide even sterke fracties binnen de sociaaldemocraten aan de ene kant en de strijd van beide met de Sociaal-Revolutionairen aan de andere kant, maakten de schepping van een niet-partijgebonden organisatie absoluut essentieel. Om in de ogen van de massa’s direct vanaf haar eerste dag voldoende autoriteit te kunnen hebben, moest het een breed gedragen orgaan zijn. Het antwoord kwam vanzelf. Aangezien het productieproces de enige schakel tussen de proletarische massa’s was, die organisatorisch zeer onervaren waren, diende de vertegenwoordiging via de fabrieken en bedrijven te geschieden. Als organisatorisch precedent diende het model van de commissie van senator Zjidlovski; voor elke 500 arbeiders werd één vertegenwoordiger gekozen, waarbij kleine bedrijven zich electoraal konden bundelen. De nieuwe vakbonden kregen ook een paar afgevaardigden. In de praktijk werd wel afgeweken van die norm; soms vertegenwoordigden afgevaardigden maar een paar honderd of tientallen arbeiders.”
Op 13 oktober was er een bijeenkomst van de Sovjet die vaststelde dat de stakingen hun taak hadden volbracht. De tegengestelde krachten stonden recht tegenover elkaar. De arbeidersklasse zag haar doelstellingen, maar er was een verdere stap van zelforganisatie noodzakelijk. De macht moest nog uit de handen van de oude heersers afgenomen worden vooraleer een nieuwe samenleving kon opgebouwd worden. De arbeiders zagen de sovjet als hun regering. Het was democratisch en verantwoording verschuldigd. Het was een arbeidersorganisatie van bij het begin en haar leden begrepen dat de doelstelling was om te strijden voor de macht.
Krachtsverhouding in heel het land opbouwen
Dit geheel van strijd en zelforganisatie was uiteraard niet beperkt tot de steden. De boeren kenden heel wat ontbering onder de tsaar en kwamen in opstand tegen de grootgrondbezitters waarbij het land werd overgenomen. Huizen werden platgebrand en de grondrente werd geboycot.
De sovjet erkende dat de boeren een belangrijke bondgenoot waren voor de revolutie. Politieke agitatoren organiseerden bijeenkomsten en moedigden de boeren aan om op te komen voor de afschaffing van de private eigendom van het land. Dit veroorzaakte een kloof tussen de landeigenaars en de boeren.
In augustus waren er boerencongressen. De specifieke positie van de boeren betekent dat ze een belangrijke rol kunnen spelen in de revolutie, maar toch steeds een ondergeschikte rol. Trotski legt uit dat de heterogene aard en de brede verspreiding van de boerenklasse maakt dat de boeren geen centrale rol kunnen spelen en steeds met de arbeidersklasse of met de heersende klasse in beweging komen. In 1905 begreep de arbeidersklasse instinctief de noodzaak om een oproep te doen aan de boeren en hen achter de vlag van de arbeidersbeweging te krijgen.
Onder de belangrijkste lessen van de revolutie van 1905 zien we de noodzaak om ook het platteland te organiseren en gezamenlijke eisen naar voren te brengen die de band tussen de boeren en de stedelijke arbeidersklasse versterken; de oriëntatie naar de gewone soldaten in het leger en de noodzaak voor de arbeidersklasse om zichzelf te bewapenen om zich te verdedigen tegen de aanvallen van de kapitalistische staat.
Deze laatste lessen werden pas getrokken uit de nederlaag van 1905. De tragische strijd van de Potemkin was één van de vele pogingen van delen van de gewapende krachten om deel te nemen aan de strijd voor de macht. In het leger en de zeemacht, waren de meest revolutionaire delen de geschoolde en technisch onderlegde soldaten die gerecruteerd werden onder de industriële arbeiders en niet zozeer onder de boeren die veelal analfabeet waren.
Repressie breekt beweging, maar lessen waren essentieel voor 1917
Het tragische einde van de revolutionaire beweging kwam er in december, toen de troepen onder controle van het regime in staat waren om de revolutionaire krachten uit te schakelen. De nederlaag van 1905 werd gevolgd door een periode van steeds donkerder wordende reactie. Eén van de bittere lessen volgde op de hoopgevende lessen over de sovjet. De arbeider die in actie kwam, maar zijn gereedschap niet had ingeruild voor een wapen, kon zich niet verdedigen toen de reactionaire Zwarte Honderd een aanval uitvoerde, martelingen organiseerde en in opdracht van het regime vernieling zaaide. Die troepen werden gerecruteerd onder de armste, meest wanhopige en ongeorganiseerde lagen die gevoed werden met leugens en vodka.
De belangrijkste lessen en de ervaring van 1905 waren echter niet vergeten. Integendeel, door strijd verworven inzichten zijn beklijvend. In 1905 werd aangetoond dat het absolutisme tot verregaande toegevingen kon gedwongen worden. Toen het doodknuppelen van de beweging niet werkte, moest het tsarisme met het ‘manifest van 17 oktober’ democratische rechten aankondigen in een poging om het protest dood te knuffelen. Dat was niet geloofwaardig, het protest ging door. De repressie die vanaf december volgde, toonde hoe toegevingen vanwege het establishment slechts tijdelijk zijn. Het overwinnen van minstens grote delen van het leger zou noodzakelijk zijn om een volledige breuk met het absolutisme en het kapitalisme te realiseren. Daartoe was een programma en benadering gericht op de bevolking op het platteland, waar de meeste soldaten vandaan kwamen, essentieel.
In februari 1917 kwamen de massa’s opnieuw in opstand en werden er opnieuw sovjets opgezet. Zelfs na een langere periode waarin dit instrument voor revolutionaire actie niet had bestaan, werd in het protest in 1917 veel sneller overgegaan tot het opzetten van raden. De concrete ervaring met de Voorlopige Regering na februari 1917 bracht Lenin tot zijn Aprilstellingen, waarin hij zich verzette tegen steun aan die regering en de noodzaak stelde van de machtsovername door de werkende klasse. Er was bovendien het inzicht dat spontaneïteit en het revolutionaire instinct van de arbeidersklasse onvoldoende zijn om tot een succesvolle revolutie te komen. Een partij die in staat is om de kracht van de arbeidersklasse te kanaliseren is evenzeer van vitaal belang. De bolsjewieken namen de lessen van eerdere revolutionaire explosies op en verwerkten die, waardoor ze er in oktober 1917 in slaagden om de ketting van het wereldkapitalisme te laten breken in haar zwakste schakel.
Wat hebben we vandaag aan 1905?
Dat maatschappijverandering noodzakelijk is, zal niemand betwisten in een tijdperk van genocide en oorlogen, existentiële klimaatcrisis en ongeziene sociale problemen. Maar is het ook mogelijk? Marxisten antwoorden daar bevestigend op. Alle rottigheid die vandaag zo dominant is, zien we als het verleden en het heden. Wij strijden voor een andere toekomst. Als dit potentieel zich stelde in een context van een achtergebleven Rusland meer dan 100 jaar geleden, dan zijn de mogelijkheden met alle technologische kennis en scholingsgraad van de werkende klasse vandaag veel groter. De revolutie van 1905 bevestigt ook dat massabewegingen mogelijk zijn in achtergebleven landen die door oorlog getekend zijn. Als antwoord op de vreselijke situatie in pakweg Syrië of Gaza kijken marxisten niet naar de politieke vertegenwoordigers van het kapitalistische systeem, maar naar de kracht van zelforganisatie om de samenleving zelf in handen te nemen.
Een klassiek tegenargument luidt: ‘Allemaal goed en wel, maar vandaag krijgen we de werkende klasse niet meer mee.’ Hoe bewustzijn verandert, is zelfs voor revolutionairen vaak moeilijk te vatten. Het conservatisme in het bewustzijn van de massa’s ligt mee aan de basis voor sprongsgewijze en snelle ontwikkeling van ideeën in revolutionaire periodes. Zoals Trotski in zijn ‘Geschiedenis van de Russische Revolutie’ opmerkt: “Snelle veranderingen in de inzichten en stemmingen van de massa’s in het revolutionaire tijdvak komen niet uit de soepelheid en beweeglijkheid van de menselijke psyche, maar integendeel uit haar sterk conservatisme voort. Het chronisch achterblijven van de ideeën en verhoudingen bij de nieuwe objectieve voorwaarden, tot op het moment, waarop de laatste zich in de vorm van een catastrofe over de mensen storten, brengt juist in de revolutionaire periode de sprongsgewijze ontwikkeling van ideeën en hartstochten teweeg, die de politiemannen eenvoudig een gevolg van de activiteit van ‘demagogen’ toeschijnt.”
De snelheid waarmee het bewustzijn ontwikkelt, verrast steevast ook de revolutionairen. Ook dat is een voorbeeld van ongelijke en gecombineerde ontwikkeling. Sommigen proberen veranderingen te vatten als boekhouders die alle factoren voorzichtig afwegen, zonder begrip van het explosieve karakter van uitbarstingen. Anderen wachten tot hun vooropgestelde schema’s in vervulling gaan. Uiteraard zijn er bij elke revolutionaire explosie specifieke kenmerken. Er is steeds nood aan een bredere kijk die zoveel mogelijk elementen in rekenschap brengt, inclusief de snelheid waarmee verandering mogelijk is. Trotski: “De slimme strategen die denken dat je een revolutie als een bos asperges kan behandelen, waarin de eetbare delen naar wens van de oneetbare kunnen worden gescheiden, zijn gedoemd tot de rol van vruchteloze wauwelaars aan de zijlijn. Omdat revolutionaire gebeurtenissen per definitie geen ‘rationele’ omstandigheden scheppen, zodat hun ‘rationele’ voorwaarden om hun ‘verstandige’ strategie toe te passen bij voorbaat uitgesloten zijn en onmachtig achter alle gebeurtenissen aan struikelen.” Lenin stelde: “De werkelijke opvoeding van de massa’s kan nooit gescheiden worden van de zelfstandige politieke en in het bijzonder revolutionaire strijd van de massa zelf. Pas in de strijd wordt de uitgebuite klasse opgevoed, pas de strijd maakt haar bewust van haar krachten, verruimt haar horizon, vergroot haar bekwaamheid, verheldert haar verstand, staalt haar wil.”
Zelfs indien het verlangen naar actie steeds sterker is dan het inzicht om die actie te organiseren, leidt de ontwikkeling van strijd tot de noodzaak van organisatie. Het was in zo’n context dat de Sovjet van Petersburg erin slaagde om op amper een week tijd een bijzonder grote autoriteit op te bouwen, een positie waarmee ze in staat was om in het offensief te gaan maar ook om honderdduizenden stakers op een gedisciplineerde manier terug naar de werkplaatsen te leiden om energie op te doen voor een volgende slag. De Sovjet van Petersburg vormde een embryo van een nieuwe arbeidersstaat, zich bewust van de taak om de macht volledig te nemen. De uitbouw van de krachtsverhouding die daarvoor op nationaal vlak nodig was, stond nog onvoldoende sterk om in 1905 reeds tot een beslissende breuk met het kapitalisme te komen.
Sommige critici merkten op dat de poging in 1905 sowieso gedoemd was om te mislukken, maar vergeten daarbij te vermelden dat deze ervaring essentieel was om in 1917 wel te overwinnen. Trotski laat Marx op dit tegenargument antwoorden: “Zowel in revolutie als oorlog is het absoluut noodzakelijk alles op alles te zetten op het beslissende moment, wat ook de mogelijke uitkomst van het gevecht is. Onze geschiedenis kent geen enkele succesvolle revolutie die het tegendeel hiervan kan bewijzen. Een nederlaag na een langdurig gevecht is in feite van niet minder revolutionair belang dan een eenvoudig behaalde overwinning. In elk gevecht is het absoluut onvermijdelijk dat ook de uitdager de kans loopt het gevecht te verliezen, maar is dat daarom reden om maar bij voorbaat zichzelf verslagen te verklaren en de strijdbijl te begraven?”
De snelle en indrukwekkende ontwikkeling van de Sovjet en de impact daarin van revolutionaire socialistische voorstellen, was een voorbeeld van de zelforganisatie van de werkende klasse. De meest schadelijke illusie in de geschiedenis van de werkende klasse was altijd die om op anderen te vertrouwen. Vertegenwoordigers van werkplaatsen, vakbonden en politieke organisaties namen de tijd om samen te komen, de situatie te bespreken en hun acties op elkaar af te stemmen. Ze coördineerden de publicatie en verspreiding van informatie en waren in staat om ordewoorden te lanceren waarmee de beweging op een hoger niveau kwam.
In strijdbewegingen blijft de kwestie van organisatie ook vandaag erg belangrijk. Marxisten zijn daarbij de grootste verdedigers van personeelsvergaderingen, collectieven om acties te organiseren of algemene vergaderingen om de strijd te versterken. Waar stakingen voorbereid en georganiseerd worden met voorafgaande personeelsvergaderingen, staan deze sterker en heeft die grotere betrokkenheid ook tijdens en na de staking een effect. Een personeelsvergadering kan ervoor zorgen dat de werkenden zich de strijd toe-eigenen. Dat maakt het overigens ook moeilijker voor de leiding om de strijd zomaar te stoppen. In de campusbezettingen in de eerste helft van 2024 tegen de genocide in Gaza werden overal algemene vergaderingen opgezet, aanvankelijk vooral vanuit praktisch oogpunt om de bezetting te organiseren maar uiteindelijk ook steeds meer als forum voor discussie over de volgende stappen en over het eisenplatform. Het woord ‘sovjet’ is na de ervaring van de stalinistische dictatuur wellicht aangebrand (ironisch eigenlijk, want als er iets was waar de bureaucratie een probleem mee had was het bewuste zelforganisatie van bredere lagen van de werkende klasse). Het concept van democratische raden om strijd te organiseren en te coördineren, is echter actueler dan ooit.
Vandaag wordt het belang van de algemene staking in de arbeidersstrijd algemeen erkend. Het is met een totale blokkering van de economie een belangrijk wapen. Het wordt soms uitgeroepen als een eerder symbolische eenmalige actie, al dan niet om stoom van de basis af te laten. Dat neemt echter niet weg dat een algemene staking die de hele economie lamlegt de vraag opwerpt wie het voor het zeggen heeft: de werkenden of de bazen. Het werpt de machtskwestie op: wie de hele economie kan blokkeren, kan ook beslissen om deze opnieuw op te starten onder leiding en controle van de werkende klasse. Rosa Luxemburg merkte op dat een algemene staking steeds een politieke betekenis heeft. “De politieke betekenis van de rustig stakende arbeidersmassa’s lag in België altijd en ligt ook heden nog daarin, dat zij in geval van hardnekkige weigering door de parlementsmeerderheid, eventueel gereed en in staat zijn door onrust en oproer op straat de heersende partij er onder te krijgen.” De kapitalisten geven pas toe als ze bang zijn dat ze anders nog meer kunnen verliezen. Dat is de praktische betekenis van een krachtsverhouding. Een staking waarin de dreiging van machtsovername vervat zit, doet het volledige systeem op zijn grondvesten daveren. Dat betekent dat er ook een politiek programma aan zo’n staking moet verbonden zijn.
Het inzicht over het belang van een algemene politieke staking was iets ‘nieuw’ in 1905. Rosa Luxemburg, die actief was in de revolutionaire gebeurtenissen in Warschau (toen een door Rusland overheerste stad), vatte het als volgt samen: “In de vroegere burgerlijke revoluties, waar aan de ene kant de politieke scholing en de aanvoering van de revolutionaire massa door de burgerlijke partijen bezorgd werd en waar het er anderzijds enkel op het omverwerpen van de oude regering aankwam, was de korte barricadeslag de passende vorm voor de revolutionaire strijd. Vandaag, nu de arbeidersklasse zichzelf in de loop van de revolutionaire strijd voorlicht, zichzelf verzamelt en zichzelf aanvoert, en de revolutie evenzeer tegen de oude staatsmacht als tegen de kapitalistische uitbuiting gericht is, doet zich de massastaking als het natuurlijke middel voor om de breedste lagen van het proletariaat in volle actie aan te werven, te revolutioneren en te organiseren, en tegelijk om het oude regime te ondermijnen en omver te werpen en de kapitalistische uitbuiting in te dijken.” Lenin merkte op: “De Russische revolutie [van 1905] is de eerste grote revolutie in de wereldgeschiedenis – en zij zal zeker niet de laatste zijn – waarin de politieke massastaking een buitengewoon grote rol speelde.” En verder: “Zeer kenmerkend was gedurende de revolutie de verstrengeling van economische met politieke stakingen. Ongetwijfeld heeft pas het innige verband tussen deze beide vormen van stakingen de grote kracht van de beweging gewaarborgd.”
Tot slot een citaat van Trotski uit zijn ‘Geschiedenis van de Russische Revolutie’ waarin hij omschrijft wat een revolutie is. “Het minst aanvechtbare kenmerk van een revolutie is de directe inmenging van de massa’s in het historisch gebeuren. In gewone tijden verheft zich de staat, zowel de monarchale als ook de democratische, boven het volk; geschiedenis wordt dan gemaakt door de vaklieden in dit handwerk: vorsten, ministers, ambtenaren, parlementsleden, journalisten. Maar op die keerpunten in de geschiedenis, waar de oude orde onverdraaglijk wordt voor de massa’s, doorbreken deze de slagbomen, die haar van het politieke schouwtoneel scheiden, lopen zij haar traditionele vertegenwoordigers onder de voet en scheppen door haar inmenging het uitgangspunt voor een nieuw regime. Of dit goed of slecht is, willen wij aan het oordeel der moralisten overlaten. Wij zelf nemen de feiten, zoals zij door de objectieve loop van de ontwikkeling gegeven zijn. De geschiedenis van de revolutie is voor ons voor alles de geschiedenis van het met geweld veroveren van de macht door de massa’s om hun eigen lot te bepalen.”
Bron: LSP