by admin | mei 7, 2025 | Varia
Het is weer tijd om je belastingbrief in te vullen. Ruim 7 miljoen burgers kunnen hun jaarlijkse belastingaangifte invullen of het door de fiscus ingevulde formulier nakijken en corrigeren.
Op papier heb je tijd tot 30 juni. Digitaal heeft u tijd tot uiterlijk 15 juli.
Het aangifteformulier 2025 – dat slaat op de inkomsten en uitgaven van vorig jaar, 2024 – telt in totaal 839 codes. Dat zijn er voor inwoners van het Vlaams Gewest 6 meer dan vorig jaar.
Minister Jambon relativeert ook de angst van veel burgers voor het hoge aantal codes. “Liefst 83 procent van alle belastingplichtigen moet minder dan 20 codes invullen.” De meeste codes zijn op uw digitale brief al ingevuld en u moet ze alleen maar controleren.
Veel nieuwigheden in de aangifte zijn er dit jaar niet. Allicht de meest opvallende wijziging: wie naar het werk fietst en daarvoor een kilometervergoeding krijgt van zijn werkgever, moet dat bedrag voortaan aangeven. Maar die verplichte aangifte van de fietsvergoeding betekent niet dat u er ook automatisch op belast wordt. Tot een bedrag van 35 cent per kilometer, en met een jaarplafond van 3.500 euro, blijft de fietsvergoeding onbelast.
Bijna 4 miljoen belastingplichtigen krijgen dit jaar een VVA in de brievenbus of mailbox. VVA staat voor “voorstel van vereenvoudigde aangifte”. Het aangifteformulier is vooraf al volledig ingevuld door de fiscus zelf, omdat de belastingdienst meent over alle fiscale gegevens te beschikken om dat te kunnen doen. Iets meer dan de helft (57 procent) van de burgers krijgt zo’n kant-en-klare VVA. Iedereen die zijn of haar elektronische overheidsmailbox heeft geactiveerd, kortweg e-box, krijgt een digitale VVA, en kan die terugvinden op de overheidswebsite myminfin.be, waarop het belastingportaal Tax-on-web staat. Wie die e-box nog niet heeft geactiveerd, krijgt nog een papieren VVA toegestuurd.
Als u een VVA heeft gekregen, moet u de ingevulde data altijd op fouten of onvolledigheden controleren en indien nodig corrigeren of aanvullen. Als u het VVA-formulier correct vindt, moet u helemaal niets doen. Liefst 92 procent van de ontvangers van een VVA gaan akkoord en passen niets aan.
Tax-on-web: 2 miljoen aangiftes
Ook de 2 miljoen burgers die hun aangifte zelf indienen via het digitale belastingportaal Tax-on-web, zullen merken dat een hoop gegevens over hun inkomsten en uitgaven uit het jaar 2024 al door de fiscus is ingevuld. Net als vorig jaar ligt de uiterste indieningsdatum voor alle digitale belastingaangiftes weer op 15 juli.
Op papier: nog 5 procent
Een almaar slinkende, kleine minderheid van belastingplichtigen gebruikt Tax-on-web nog niet, maar stuurt nog een papieren aangifte naar de fiscus. Dan ligt de uiterste indieningsdatum op 30 juni, net als vorig jaar. Die datum geldt ook voor wie een papieren VVA in de bus krijgt en daar een papieren correctie op terugstuurt naar de FOD Financiën.
Volgens de FOD Financiën kiest amper 5 procent van de belastingplichtigen die de aangifte zelf invult, nog voor een papieren formulier.
Wie vragen heeft over het aangifteformulier of over specifieke codes kan telefonisch terecht bij experts van de belastingadministratie. Die gratis hulplijn wordt gretig gebruikt. Vorig jaar kreeg de FOD Financiën tussen eind april en midden juli 478.000 telefonische vragen om uitleg. Opgelet: deze telefonische ondersteuning is alleen beschikbaar tijdens de kantooruren, van 9 tot 17 uur. Dat kan op het lokale telefoonnummer van de belastingdienst dat vermeld is op uw aangifte.
Wie uitgebreide hulp nodig heeft, kan een afspraak maken voor telefonische ‘invulhulp op maat’. Die service loopt van 5 mei tot eind juni. De belastingadministratie heeft hiervoor zelf al 63.000 burgers gecontacteerd, op basis van de lijst van mensen die vorig jaar invulhulp hebben gevraagd en gekregen. Wie telefonische hulp niet ziet zitten, kan terecht op een van de honderden zitdagen die in de komende weken door de gemeentebesturen of OCMW’s lokaal worden georganiseerd.
Minister Jambon noemt het “van groot belang” dat de dienstverlening door de administratie voor iedereen toegankelijk is. “De burger heeft recht op persoonlijk contact, telefonisch of fysiek.” Volgens Neutr-On is het nog belangrijker dat de belastingen van de loon- en weddetrekkenden naar beneden gaan. En voor de rijken moet er een vermogensbelasting komen.
by admin | mei 7, 2025 | Sectoren
De 1 mei-acties in Vlaanderen waren dit jaar een mix van feestelijke evenementen en politieke optochten. Hier zijn enkele hoogtepunten:
In Gent werd de Dag van de Arbeid gevierd met een grote optocht door de stad, gevolgd door toespraken en optredens op de Vrijdagmarkt.
In Kortrijk organiseerde het 1 Mei Comité een protestmars met ongeveer 100 deelnemers. De optocht richtte zich op arbeidsrechten en internationale solidariteit, met kritiek op de nieuwe regering en steunbetuigingen aan de Palestijnen.
In Antwerpen en Brugge waren er traditionele 1 mei-stoeten, gevolgd door festiviteiten zoals het Red Rock Festival in Brugge.
Daarnaast waren er tal van culturele en sportieve activiteiten verspreid over Vlaanderen, zoals de BiesakkerRun in Balen, een fietsevenement van Duvel in Puurs, en een spikeballtornooi in Kessel-Lo.
Het weer speelde ook een rol: het was een zonnige en warme 1 mei, met temperaturen tot 28 à 29 graden, maar de droogte van de afgelopen maanden blijft een zorg voor landbouwers en natuur.
Aan de kust had men een topweekend.
Maar tijdens de betogingen en in de 1 mei-speechen bleef de toon onrustig en dreigend.
Zo hebben de Belgische vakbonden en politieke partijen hun eisen en standpunten naar voren gebracht. Hier zijn enkele kernpunten:
Vakbonden (ABVV, ACV, ACLVB):
o Hogere minimumlonen en een sterkere koopkracht voor werknemers.
o Betere arbeidsomstandigheden, met nadruk op werkbaar werk en kortere werkweken.
o Meer sociale bescherming, vooral voor flexibele en tijdelijke werknemers.
o Strijd tegen sociale dumping en eerlijkere belastingen voor bedrijven.
Neutr-On eist nog altijd een 30-urenweek en een vermogensbelasting voor de superrijken
Politieke partijen:
o Vooruit en PVDA pleitten voor een verhoging van de pensioenen en een sterkere sociale zekerheid.
o Groen benadrukte de noodzaak van duurzame jobs en een rechtvaardige klimaattransitie.
o CD&V en Open VLD focusten op economische groei en ondersteuning van ondernemers.
o N-VA legde de nadruk op efficiëntere overheidsuitgaven en minder belastingen.
o Vlaams Belang heeft op 1 mei 2025 een duidelijke boodschap uitgedragen: werken moet weer lonen. De partij profileerde zich als het “syndicaat van de gewone Vlaming” en bekritiseerde zowel de vakbonden als de federale regering. Hier zijn enkele kernpunten van hun standpunten:
- Belastingverlaging: Vlaams Belang pleit voor een verlaging van de tweede belastingschijf van 40% naar 30% en een belastingvrije som op het niveau van het leefloon, zodat werkende Vlamingen netto meer overhouden.
- Sociale zekerheid: De partij stelt dat het sociale vangnet een sociale hangmat is geworden en wil dat sociale uitkeringen strenger worden gecontroleerd.
- Kritiek op de vakbonden: Volgens Vlaams Belang zijn de vakbonden deel van het probleem en gijzelen ze de gewone Vlaming met hun acties.
- Splitsing van de sociale zekerheid: De partij wil een Vlaamse sociale zekerheid, omdat ze vindt dat Vlaanderen te veel geld naar Wallonië stuurt.
De geplande 1 mei-viering in Ninove werd geannuleerd vanwege gezondheids-problemen van burgemeester Guy D’haeseleer, maar de partij hield wel een alternatieve bijeenkomst in Brussel.
by admin | mei 7, 2025 | Economie
Wanneer de werknemer definitief ongeschikt is om de arbeid, zoals overeengekomen in de arbeidsovereenkomst uit te voeren, kan er beroep gedaan worden op medische overmacht om de arbeidsovereenkomst te beëindigen. Hiertoe dient evenwel eerst een procedure te worden doorlopen.
Wanneer kan deze procedure opgestart worden?
Om alle kansen te geven aan de wedertewerkstelling en re-integratie (al dan niet met aangepast of ander werk) is het slechts mogelijk om de procedure medische overmacht op te starten na minstens negen maanden arbeidsongeschiktheid én voor zover er geen re-integratietraject lopende is voor de werknemer.
Deze periode van negen maanden wordt onderbroken wanneer de werknemer effectief het werk hervat (ook als dit slechts gedeeltelijk is), tenzij die werkhervatting gevolgd wordt door een nieuwe arbeidsongeschiktheid binnen de veertien dagen.
Hoe verloopt deze procedure?
Zowel de werknemer als de werkgever kan deze procedure opstarten door een kennisgeving bij aangetekende zending aan de andere partij, evenals aan de preventieadviseur-arbeidsarts van de onderneming, van de intentie om na te gaan of het voor de werknemer definitief onmogelijk is om het overeengekomen werk te verrichten.
De kennisgeving die uitgaat van de werkgever dient melding te maken van:
- Het recht van de werknemer om te vragen aan de preventieadviseur-arbeidsarts dat mogelijkheden voor aangepast of ander werk onderzocht worden, indien wordt vastgesteld dat hij het overeengekomen werk niet meer kan verrichten (zie verder)
- Het recht van de werknemer om zich tijdens deze procedure te laten bijstaan door de vakbondsafvaardiging van de onderneming
Na ontvangst van de kennisgeving doorloopt de preventieadviseur-arbeidsarts een aantal stappen die zijn opgenomen in een bijzondere procedure in de codex over het welzijn op het werk.
De preventieadviseur-arbeidsarts zal in het kader van deze bijzondere procedure de werknemer onderzoeken om na te gaan of het voor de werknemer definitief onmogelijk is het overeengekomen werk te verrichten, en als de werknemer dat vraagt, vervolgens ook de mogelijkheden voor aangepast of ander werk onderzoeken.
De preventieadviseur-arbeidsarts deelt zijn vaststelling door middel van een aangetekende zending mee aan de werknemer en aan de werkgever. Er is voorzien in een beroepsprocedure voor de werknemer die niet akkoord gaat met de vaststelling van zijn definitieve ongeschiktheid voor het overeengekomen werk.
Indien de werknemer dit gevraagd heeft, zal de werkgever vervolgens, overeenkomstig de voorwaarden en modaliteiten bepaald door preventieadviseur-arbeidsarts, onderzoeken of aangepast of ander werk voor de werknemer in de praktijk mogelijk is in de onderneming, en desgevallend een plan voorstellen aan de werknemer.
Wanneer is een beëindiging wegens medische overmacht mogelijk?
De arbeidsovereenkomst kan worden beëindigd wegens medische overmacht indien uit de vaststelling van de preventieadviseur-arbeidsarts (waartegen geen beroep meer mogelijk is) of uit het resultaat van de beroepsprocedure blijkt dat het voor de werknemer inderdaad definitief onmogelijk is om het overeengekomen werk te verrichten en:
- De werknemer heeft niet gevraagd de mogelijkheden voor aangepast of ander werk te onderzoeken; of
- De werknemer heeft wél gevraagd om de mogelijkheden voor aangepast of ander werk te onderzoeken maar de werkgever kan geen aangepast of ander werk aanbieden (concreet is hiertoe vereist dat de werkgever, overeenkomstig voormelde bijzondere procedure, in een gemotiveerd verslag heeft toegelicht waarom het opmaken van een plan voor aangepast of ander werk technisch of objectief onmogelijk is of om gegronde redenen redelijkerwijze niet kan worden geëist en dit verslag aan de werknemer en de preventieadviseur-arbeidsarts heeft bezorgd); of
- De werknemer heeft wél gevraagd om de mogelijkheden voor aangepast of ander werk te onderzoeken en de werknemer heeft het door de werkgever aangeboden aangepast of ander werk geweigerd (concreet is hiertoe vereist dat de werkgever, overeenkomstig voormelde bijzondere procedure, het plan dat geweigerd werd door de werknemer heeft bezorgd aan de werknemer en de preventieadviseur-arbeidsarts).
Wat indien de werknemer niet definitief ongeschikt is voor het overeengekomen werk?
Wanneer in het kader van deze procedure niet kan worden vastgesteld dat het voor de werknemer definitief onmogelijk is om het overeengekomen werk te verrichten, eindigt deze procedure zonder gevolg.
Deze procedure kan vervolgens slechts opnieuw opgestart worden wanneer de werknemer opnieuw gedurende een termijn van negen maanden ononderbroken arbeidsongeschikt is zoals hierboven toegelicht, te rekenen vanaf hetzij de dag na de ontvangst van de vaststelling van de preventieadviseur-arbeidsarts, hetzij indien de werknemer beroep heeft ingediend tegen deze vaststelling, vanaf de dag na de ontvangst van het resultaat van de beroepsprocedure.
Beëindiging door de werkgever – financiële bijdrage aan het Terug Naar Werk-fonds
Vanaf 1 april 2024 dient de werkgever die zich beroept op medische overmacht om de arbeidsovereenkomst van een werknemer te beëindigen een bijdrage van 1.800 euro te betalen aan het “Terug Naar Werk-fonds” beheerd door het RIZIV.
De werknemer zal vervolgens, in zijn hoedanigheid van als arbeidsongeschikt erkende gerechtigde, een beroep kunnen doen op een tussenkomst van het Terug Naar Werk-fonds om gespecialiseerde dienstverlening op maat in te kopen bij een erkende dienstverlener met het oog op zijn sociaalprofessionele re-integratie.
Deze verplichting vervangt de bijzondere regeling van outplacement, op basis waarvan de werkgever die zich beriep op medische overmacht aan de werknemer een outplacementbegeleiding ter waarde van 1.800 euro moest aanbieden. Deze bijzondere regeling werd opgeheven vanaf 1 april 2024.
De verplichting geldt niet wanneer de werknemer zich beroept op medische overmacht om de arbeidsovereenkomst te beëindigen, noch wanneer de werkgever en de werknemer gezamenlijk het einde van de arbeidsovereenkomst vaststellen.
Concreet dient de werkgever die zich beroept op medische overmacht binnen een termijn van 45 kalenderdagen nadat de arbeidsovereenkomst werd beëindigd:
- het Terug Naar Werk-fonds in kennis te stellen van een aantal identificatiegegevens van zowel de werkgever als de betrokken werknemer;
- de bijdrage van 1.800 euro te betalen aan het Terug Naar Werk-fonds.
De werkgever zal deze kennisgeving door middel van een elektronisch (of papieren) formulier kunnen verrichten en zal vervolgens een uitnodiging tot betaling ontvangen van het Terug Naar Werk-fonds. Verdere informatie over de wijze van deze kennisgeving en betaling, evenals over het Terug Naar Werk-fonds in het algemeen, kan bekomen worden op de website van het Terug Naar Werk-fonds.
In het Sociaal Strafwetboek werd een sanctie (niveau 2) voorzien voor de werkgever, zijn aangestelde of zijn lasthebber die:
- de voorgeschreven identificatiegegevens niet, of niet binnen de voorziene termijnen en nadere regels, aan het Terug Naar Werk-fonds heeft meegedeeld;
- het bedrag van 1.800 euro niet, of niet volgens de voorziene nadere regels, heeft betaald aan het “Terug Naar Werk-fonds”.
Zie ook: https://www.vlaanderen.be/intern/ontslag/beeindiging-arbeidsovereenkomst-door-medische-overmacht https://werk.belgie.be/nl/themas/arbeidsovereenkomsten/einde-van-de-arbeidsovereenkomst/andere-wijzen-van-beeindiging-van-0
by admin | mei 7, 2025 | Economie
Gaan apothekers straks meer vaccineren en zelf ziektes opsporen? Een voorstel van de Federale Raad voor de Apothekers geeft apothekers alvast een grotere preventieve rol.
Huisartsen staan daar niet voor te springen.
Door Sarah Venken in De Standaard
Wat als je niet meer voor alle kwaaltjes een afspraak bij de huisarts moet maken, maar rechtstreeks bij de apotheek zou terechtkunnen? In een voorstel van de Federale Raad voor de Apothekers, een adviesorgaan voor de minister van Volksgezondheid, krijgen apothekers een grotere preventieve rol. Op vraag van minister Frank Vandenbroucke (Vooruit) wordt nagedacht over een hervorming van de taakverdeling tussen zorgberoepen.
Vandaag mogen apothekers al griep- en covidvaccins toedienen. In het voorstel dat De Standaard kon inkijken, staat dat apothekers nog meer zouden mogen vaccineren. Ze zouden ook diabetes vroegtijdig mogen opsporen via een vragenlijst. Daarnaast zouden ze kunnen testen of iemand een streptokokkeninfectieheeft, screenen op huidkanker of obesitas en de bloeddruk meten. Bovendien zouden ze ook patiënten met kenmerken van een depressie vroegtijdig de weg kunnen wijzen naar de juiste hulp, als uit gesprekken blijkt dat er een risico is.
Marleen Haems, algemeen directeur van het Vlaams Apothekers Netwerk (VAN), vindt het voorstel een goede zaak. “Een op de drie diabetespatiënten kent zijn diagnose niet, omdat ze zich niet laten testen. Dat leidt tot grote risico’s. In het buitenland leveren dergelijke tests bij de apotheker goede resultaten op.”
De mogelijke taakuitbreiding gaat niet ten koste van de huisartsen, zegt Haems. Apothekers zullen nooit zelf een diagnose stellen, wel kunnen ze mee risico’s inschatten. Als ze vermoeden dat iemand diabetes heeft, zullen ze die doorverwijzen naar een arts. “Voor een griepvaccin is het vaak ook makkelijker om een apotheek binnen te wandelen, omdat je daar niet per se een afspraak hoeft te maken”, zegt ze.
“Uitholling beroep”
Het doel is om een efficiëntere gezondheidszorg te creëren, door chronische ziektes sneller op te sporen en meer mensen uit het ziekenhuis te houden. Dat vereist wel een aanpassing van de wet, aangezien apothekers momenteel alleen medicatie mogen afleveren en geen aandoeningen mogen opsporen. “Maar een wetswijziging is een brug te ver”, zegt Jos Vanhoof, huisarts en lid van de Belgische Vereniging van Artsensyndicaten (BVAS). “Wij willen als huisarts onze kerntaken blijven uitvoeren, zoals preventie en acute zorg.”
Apothekers zouden taken overnemen die tot de expertise van de huisartsen behoren, vindt Vanhoof. “De uitbreidingsbevoegdheid naar andere zorgberoepen holt ons beroep verder uit”, zegt hij. “Vergelijk het met een mooie jonagold waar stukjes worden uitgebeten door anderen. Wij blijven zitten met het klokhuis, wat onverteerbaar is.”
Huisarts Stijn Geysenbergh noemt het cherrypicking. “Ze zijn er als de kippen bij om taken die aantrekkelijk lijken, zoals vaccinaties, over te nemen. De toenemende administratieve overlast wil niemand.” De artsen vrezen dat hun relatie met hun patiënten zou lijden onder de verruimde bevoegdheden van de apothekers en stellen zich vragen bij de privacy. Moeten patiënten hun medische geschiedenis dan uitleggen terwijl iemand naast hen in de rij staat aan te schuiven?
Apotheker David Vergucht uit Nevele is voorstander van de uitbreiding. Hij snapt het voorbehoud van de huisartsen, “maar we willen net die mensen bereiken die misschien moeilijk bij de huisarts raken. Een apotheek is een goede aanvulling, want het is laagdrempelig.” Minister Vandenbroucke treedt die visie bij. “Apothekers hebben een vertrouwensband met de mensen die ze over de vloer krijgen. Dat, gecombineerd met farmaceutische kennis, maakt hen unieke spelers in het zorglandschap”, zegt zijn woordvoerder.
Marieke Geijsels, plaatsvervangend lid in de Hoge Raad voor Artsen, die eveneens adviseert aan de minister, benadrukt dat het om een voorstel van de Raad voor de Apothekers gaat. Op 8 mei wordt het voorgelegd aan de Hoge Gezondheidsraad, waarna verdere besprekingen volgen. Op 30 juni zou het dan als advies aan minister Vandenbroucke worden overgemaakt. “We moeten kijken hoe apothekers het werk van huisartsen kunnen aanvullen, zonder overlappingen”, zegt Geijsels.
Bron: De Standaard
by admin | mei 7, 2025 | Economie
België telt meer dan 526.000 langdurig zieken. Minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke (Vooruit) wil dat aantal drastisch doen dalen. Hoe kijken arbeidsartsen naar de maatregelen van de regering, zoals de termijn voor medisch ontslag inkorten?
Nergens in Europa is het aandeel langdurig zieken onder de 20- tot 64-jarigen zo groot als in ons land. Dat moet anders, vindt minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke (Vooruit). Met een reeks maatregelen moet het aantal langdurig zieken naar beneden, liefst richting arbeidsmarkt. Hoe leid je iemand opnieuw naar werk of beslis je net dat iemand arbeidsongeschikt is? Olga Gerbosch is voorzitter van de Belgische beroepsvereniging voor arbeidsgeneeskunde (BBVAG) en werkt al 25 jaar als arbeidsarts. “Medisch ontslag kan ook een opluchting zijn”, zegt ze.
Een langdurig zieke weer naar werk begeleiden, hoe doe je dat?
“Allereerst is het mijn job om te vermijden dat het zover komt. Als mensen dan toch langdurig ziek zijn, spelen veel verschillende factoren mee. Wat voor werk doet iemand? Welk ziektebeeld heeft hij of zij? Wat voor werkplek is het? Wij concretiseren wat haalbaar is en op welke termijn om weer aan de slag te gaan.”
“Is iemand chronisch vermoeid door long covid? Dan kan deeltijds werk of thuiswerk een oplossing zijn. Bij concentratieproblemen kunnen koptelefoons met noisecancelling helpen. Werkt iemand in een supermarkt? Dan kan die misschien tijdelijk aan de kassa zitten. We vertrekken vanuit wat de werknemer nodig denkt te hebben. Ook moeten we soms de verwachtingen bijschaven. In die kleine supermarkt zijn er polyvalente mensen nodig, dan kan iemand niet voor altijd alleen aan de kassa zitten. Soms is het een kwestie van iets tijd geven, soms kan iemand een job niet meer uitvoeren.”
In dat laatste geval wordt iemand arbeidsongeschikt verklaard. Hoe maak je die beslissing?
“Er wordt eerst gekeken naar wat wél haalbaar is. Misschien is een andere functie een optie: een tuinaannemer met kapotte knieën kan eventueel een bureaujob doen. Een arbeidsarts beslist niet dat iemand nooit meer kan werken, maar wel dat iemand in zijn bedrijf zijn job niet meer kan doen en dat er geen andere haalbare functie is. Vaak is er dan voor beide kanten geen oplossing meer mogelijk. Een kleine zelfstandige kan bijvoorbeeld niet zomaar in aangepast werk voorzien, of een werknemer voelt zich echt niet meer thuis op een werkvloer. Het is een samenloop van de fysieke en psychische situatie van de patiënt en van de realiteit van de job en de werkvloer. Dat is vaak een moeilijke boodschap voor een werknemer, zeker als iemand ergens lang heeft gewerkt. Ze verwachten dan vaak veel loyaliteit. Maar zo’n ontslag kan ook het begin van iets nieuws zijn, soms is het een opluchting.”
Hoezo?
“Veel mensen zitten lang in een situatie waarin zij noch de werkgever nog een uitkomst zien. Een voorbeeld: een jonge vrouw die in de verkoop werkte, werd gepest en had het mentaal heel moeilijk. Tijdens haar ziekte was ze verhuisd, voor haar was het hoofdstuk bij die werkgever afgesloten. Maar haar ontslag wou ze niet geven, want dan heeft ze geen recht op een uitkering, dus vroeg ze of ik dat kon doen. Maar ontslag wegens medische redenen kan pas na negen maanden ziekte. Dus na die negen maanden stond ze weer aan mijn bureau om dan toch haar ontslag wegens medische overmacht te vragen. Die vrouw was 25, ze heeft haar leven een jaar on hold gezet. Is dat dan constructief?”
Dat minister Vandenbroucke ontslag wegens medische redenen mogelijk maakt na zes maanden in plaats van negen, is dan positief? Betekent het geen grotere werklast voor arbeidsartsen?
“Er is sowieso een groot tekort aan arbeidsartsen, als we sommige taken niet uitbesteden aan bijvoorbeeld verplegend personeel, komt de basis van arbeidsgeneeskunde in het gedrang. Daar zullen mensen in de meest precaire situaties, zoals arbeiders in pakweg een chemische fabriek, onder lijden. Maar de verkorte termijn an sich is niet altijd negatief. Hij kan begeleiding naar meer geschikt werk betekenen. Ik denk aan een boekhouder die een burn-out had en nu in een woonzorgcentrum werkt. Het is een slingerbeweging: eerst kon een ‘medisch ontslag’ met één enkel attest, dan kon het pas na vier maanden met een verplicht re-integratietraject, dan werd het mogelijk na 9 maanden zonder zo’n verplicht traject. Nu wordt die termijn weer verkort. Het is een kwestie van evenwicht.”
Zijn werkgevers dan nog geneigd om langdurig zieken aan boord te houden?
“Elk bedrijf is anders, maar er is een tekort aan arbeidskrachten. Bedrijven staan nu meer open om oplossingen te zoeken dan vroeger. ‘Stuur ze maar terug als ze 100 procent zijn’, was vroeger de boodschap. Maar als iemand een operatie heeft ondergaan, kan die na enkele weken misschien wel al deeltijds werken. Dat kan zelfs goed zijn voor de revalidatie, fysiek en mentaal: uit studies weten we dat mensen met werk vaak gelukkiger zijn.”
Hoe komt het dat België koploper is in Europa qua langdurig zieken?
“Vroeger was het idee dat iemand die een bepaalde job niet meer kon uitoefenen, tot aan zijn pensioen een ziekteuitkering kreeg. Ik heb ooit een vrouw gekend die zich vijftien jaar lang aankleedde alsof ze naar haar werk ging vertrekken, om dan in de zetel te zitten treuren. Op een bepaald moment heb ik haar gezegd dat dat ook voor haar niet goed was. Het idee dat iemand voor de rest van zijn dagen thuis zit omdat één job niet lukt, is niet meer van deze tijd.”
Maken mensen er te veel misbruik van? Zeker als het gaat om psychologische problemen?
“Vanaf wanneer spreek je van misbruik? Die mensen zijn er vaak van overtuigd dat ze niet meer kunnen werken. Het is dat dat anders moet. We zien inderdaad veel mensen met psychologische klachten – zowat de helft van mijn patiënten. Maar dat heeft altijd al bestaan, alleen noemen we dat nu burn-out. Mensen verwachten veel van zichzelf: een perfect gezinsleven, grote vriendenkring, drukke job. Maar ook de maatschappij verlangt veel.”
“Strengere regels zijn niet slecht, maar dan moeten ze in proportie zijn. We kijken nu naar Nederland als gidsland, maar daar zijn arbeidsartsen bijna louter bezig met ‘verzuim’ op te sporen. Dat is op de korte termijn financieel interessant, maar je maakt er op langere termijn geen veilige werkplekken.
Bron: De Standaard