Onderzoeksjournalist Yunus Aslan onderzocht wie opdraait voor de miljardenkosten van de PFAS-vervuiling. Terwijl vervuilende bedrijven buiten schot blijven, betaalt de bevolking de rekening via haar waterfactuur, belastingen én gezondheid.

De illusion van welvaart in het hart van Europa is definitief doorprikt. De Belgische bevolking bevindt zich in een wurggreep van onzichtbare, geurloze en meedogenloze ‘forever chemicals’ (PFAS) – achtergelaten door de industrie en dikwijls achtergehouden in de rapporten over onze leefomgeving. Terwijl gezondheidsautoriteiten en regeringspartijen geregeld een muur van stilte optrekken, spreken de data een ijzingwekkende waarheid: België kampt met een ongekende ecologische crisis, en de miljardenfactuur voor deze stille vervuiling wordt schaamteloos naar de slachtoffers doorgeschoven. 

Officiële verslagen en studies leggen de astronomische economische omvang van deze ecologische crisis bloot. Volgens ramingen bedragen de maatschappelijke kosten van de PFAS-vervuiling in België – waaronder de sanering van bodem en water, de chronische gezondheidszorg en de daarmee gepaard gaande verloren levensjaren – op termijn vele miljarden euro’s. Alleen al op federaal niveau worden de totale kosten voor de komende 20 jaar geschat op zo’n 6 miljard euro. Door haar zware industriële verleden en decennialange politieke passiviteit is België vandaag een van de chemische ‘hotspots’ van Europa geworden. 

“Een asymmetrische en onverantwoorde geldtransfer” 

De sociaaleconomische achtergrond van deze crisis getuigt van een systeem waarin de vervuilers systematisch de hand boven het hoofd wordt gehouden, terwijl de gemeenschap opdraait voor de schade. Mike Van Acoleyen, expert bij de milieuorganisatie Bond Beter Leefmilieu (BBL), reageerde exclusief in ons onderzoek en omschrijft het huidige model als een structurele plundering. Van Acoleyen benadrukt dat de waterfactuur slechts een van de vele kanalen is die misbruikt worden om de kosten van industriële schade op de consument af te wentelen: 

“De waterfactuur is maar één van de kanalen om de rekening van de vervuiler door te schuiven naar de maatschappij of de consument, en PFAS is daar slechts één voorbeeld van. Uiteraard is zo’n afwenteling ethisch onverantwoord, zéker als het verantwoordelijke bedrijf winst blijft maken en dividenden blijft uitkeren. De kosten vallen op de schouders van de burger, rechtstreeks via diverse water- of doktersfacturen, of onrechtstreeks via de belastingen. De baten gaan naar de vervuiler. Dat is een onverantwoorde geldtransfer.” 

Deze harde kritiek van het milieumiddenveld wordt officieel en zwart-op-wit bevestigd door de grootste watermaatschappij van Vlaanderen. In een exclusieve reactie aan onze redactie geeft Kathleen De Schepper, directeur Markt en Relatiebeheer en tevens woordvoerder van De Watergroep, openlijk toe dat de burger inderdaad voor de kosten opdraait:

“Als waterbedrijf krijgen wij geen subsidies of andere externe tussenkomsten in onze investeringen. Dit betekent dat alle investeringen die wij uitvoeren worden gefinancierd vanuit de waterfactuur.” 

Met andere woorden: de consument betaalt via zijn drinkwaterfactuur rechtstreeks voor de peperduure filtersystemen die de giftige resten van winstgevende multinationals uit de kraan moeten houden. 

Waalse en federale realiteit: “De burger betaalt twee keer” 

Niet alleen in Vlaanderen, maar ook in Wallonië en op federaal niveau klinkt de kritiek op deze gang van zaken steeds luider. Federaal parlementslid Éric Thiébaut (PS) legt de vinger op de zere plek wat betreft de financiering van de waterzuivering. Hij herinnert eraan dat de bevoegdheid voor waterdistributie en kwaliteitsbewaking bij de gewesten ligt, maar waarschuwt voor de financiële valstrik die voor de burgers is opgezet: 

“Vandaag moeten we vaststellen dat een zeer groot deel van de kosten verbonden aan de PFAS-vervuiling door de samenleving wordt gedragen. De investeringen die openbare wateroperatoren moeten doen voor filtersystemen en kwaliteitsmonitoring worden in Wallonië via het wettelijke mechanisme van de ‘coût-vérité’ (de werkelijke kost van water) rechtstreeks doorgerekend in de factuur van de eindgebruiker. Burgers betalen dus niet alleen met hun gezondheid, maar ook met hun portemonnee. Het is onaanvaardbaar dat de bevolking twee keer moet boeten voor een vervuiling waar zij niet verantwoordelijk voor is.” 

Thiébaut onthult ook hoe de pogingen om de miljardenfactuur naar de werkelijke verantwoordelijken te sturen, stuiten op een muur van ambtelijke en politieke inertie. In antwoorden op parlementaire vragen vanuit de socialistische hoek gaf de regering op federaal niveau toe dat het toepassen van het ‘de vervuiler betaalt’-principe juridisch complex is vanwege de zogenaamde “historische vervuiling”. In plaats daarvan wordt er vaak gewezen naar een “algemeen solidariteitsmechanisme” – wat er in de praktijk op neerkomt dat de PFAS-kosten collectief door de burger worden gedragen in plaats van door de vervuilers. 

Ook Waals parlementslid Anne Lambelin (PS) trekt fel van leer tegen het huidige beleid in het zuiden van het land. Zij diende onlangs een concreet wetsvoorstel in om van milieugezondheid een absolute prioriteit te maken in Wallonië, met concrete maatregelen om vervuiling aan de bron te verminderen, burgers beter te informeren en kwetsbare groepen te beschermen. Dit voorstel werd echter weggestemd door de regerende meerderheid van MR en Les Engagés. Lambelin reageert scherp op de sociale onrechtvaardigheid: 

“Het kan niet dat de Waalse gezinnen twee keer betalen: een eerste keer via de aantasting van hun leefomgeving en gezondheid, and een tweede keer via een stijgende waterfactuur. Het principe ‘de vervuiler betaalt’ moet onvoorwaardelijk worden toegepast. Bovendien zien we dat de Waalse regering haar belofte uit de regeerakkoorden om het medisch toezicht en bloedonderzoeken voor burgers in getroffen zones vooraf te financieren, volledig lijkt te zijn vergeten. Minister van Milieu en Gezondheid Yves Coppieters schuift de hete aardappel nu door naar het federale niveau, waardoor de zwaarst getroffen burgers in de kou blijven staan.” 

Historische daders en de fabel van het “PFAS-fonds”

De historische schuldigen van de meest hardnekkige PFAS-vervuilingen zijn nochtans goed bekend en gedocumenteerd. BBL-expert Mike Van Acoleyen trekt een parallel met andere historische gezondheidsschandalen: 

“De bronbepaling is voor een stof als PFOS heel eenvoudig: vrijwel alle PFOS die historisch in omloop is gebracht, is geproduceerd door één bedrijf dat het patent bezat: 3M. Net zoals we voor asbest direct kunnen verwijzen naar Eternit, of naar DuPont (nu Chemours) voor PFOA. Deze historische vervuilers, die zijn blijven doorgaan met hun industriële activiteiten en emissies toen de wetenschappelijke alarmsignalen allang rood kleurden, moeten wettelijk verplicht worden om in te staan voor de volledige sanering.” 

De politieke realiteit hinkt hier echter ver achterop. De Watergroep stelt in haar reactie weliswaar “vragende partij” te zijn voor het principe ‘de vervuiler betaalt’ en verwijst naar het Strategisch Plan Waterbevoorrading van de Vlaamse Regering. Daarin is de ambitie uitgesproken om een PFAS-fonds op te richten zodat private partijen en de chemische sector financieel bijdragen aan de zuiveringskosten. Maar de concrete uitwerking daarvan bevindt zich, jaren na het losbarsten van de crisis, nog steeds in een embryonale ‘studiefase’ op federaal niveau. Terwijl de overheid studeert, betaalt de burger de filters aan de kassa van de watermaatschappij. 

Politieke blokkade en de strijd om de landbouw 

In Vlaanderen – het industriële epicentrum van de PFAS-crisis – is het debat inmiddels uitgemond in een bittere politieke strijd. Vanuit de politieke oppositie wordt al geruime tijd intensief campagne gevoerd voor een absolute nultolerantie op PFAS-lozingen. In het parlementaire debat wordt er met klem op gewezen dat de volksgezondheid altijd moet primeren op de winstmarges van multinationals. 

De partij Groen benadrukt in haar officiële standpunten en alternatieven dat deze hormoonverstorende chemicaliën zich opstapelen in het menselijk lichaam, het immuunsysteem ernstig kunnen beschadigen en in verband worden gebracht met onvruchtbaarheid en kanker. De volledige visie en de voorgestelde oplossingen van de partij zijn gedetailleerd terug te vinden op hun PFAS-dossierpagina (groen.be/pfas), waar zij pleiten voor een gecoördineerde en snelle uitfasering van deze schadelijke stoffen, met oog voor de bescherming van zowel burgers als landbouwers. 

De bezorgdheid over pesticiden met PFAS-verbindingen wordt ook gedeeld door de Franstalige socialisten. Anne Lambelin (PS) wijst op de enorme risico’s voor ons drinkwater: 

“Pesticiden die PFAS bevatten, vormen vandaag een van de grootste bronnen van diffuse, langdurige verontreiniging van onze bodem en ons drinkwater. Ze breken onder meer af tot TFA, een extreem mobiele en persistente stof die we nu al overal in de waterlopen terugvinden. Toch reageert de politiek veel te timide. Het verbieden van PFAS-pesticiden voor louter niet-professioneel gebruik is een veel te kleine stap. Voor de professionele landbouw moeten we snel naar veilige alternatieven toe, in nauw overleg met de sector, om te voorkomen dat we de komende decennia de kraan open laten staan terwijl we proberen te dweilen.” 

De huidige bevoegde Vlaamse instanties en milieudiensten (zoals OVAM en de VMM) houden momenteel echter vast aan een stapsgewijze, aan de Europese REACH-procedures gekoppelde uitfasering. Dit betekent in de praktijk dat een definitieve ban op PFAS pesticiden in de Vlaamse landbouw pas tegen 2036 volledig rond zal zijn. Een hele generatie 

zal dus nog jarenlang worden blootgesteld aan deze stoffen via diffuse landbouwtoepassingen alvorens er sprake is van een algeheel verbod. 

BBL-expert Mike Van Acoleyen reageert kritisch op dit uitstelbeleid. Wachten op de trage Europese REACH-kalender noemt hij een vorm van administratieve passiviteit: “We moeten strenger durven zijn dan Europa. Dat is geen overijver, maar een noodzakelijke aanpassing aan de uitzonderlijke crisissituatie waarin onze regio’s zich bevinden.” 

Globale hypocrisie: Gifexport naar het Zuiden 

De politieke tegenstrijdigheid blijkt bovendien uit parlementaire stemmingsverslagen. Wetsontwerpen die niet alleen het gebruik van PFAS-pesticiden op de eigen markt wilden verbieden, maar ook de export van deze schadelijke chemicaliën naar derdelanden (buiten de EU) wilden aanpakken, stuitten in de bevoegde commissies op felle weerstand en werden door de meerderheid weggestemd. Critici wijzen erop dat men hiermee enerzijds de eigen burgers onvoldoende beschermt, maar anderzijds wel toestaat dat de winstgevende export van deze chemische stoffen naar kwetsbare regio’s in het Globale Zuiden wettelijk gevrijwaard blijft. 

Wetenschappelijke consensus en de juridische strijd 

Wanneer de ecologische data worden gekoppeld aan medische inzichten, wordt de urgentie van de PFAS-crisis pas echt duidelijk. Onafhankelijke wetenschappelijke studies en officiële toxicologische rapporten waarschuwen al jaren voor de sluipende gevaren van deze stoffen. PFAS-verbindingen breken nauwelijks af in de natuur en stapelen zich op in de voedselketen en in het menselijk weefsel. Volgens de uitgebreide risicobeoordelingen van de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (EFSA) kan langdurige blootstelling aan verhoogde PFAS-waarden leiden tot een verstoorde hormoonbalans, een verminderde immuunrespons (met name een lagere antilichaamreactie op vaccinaties) en verhoogde cholesterolwaarden. Daarnaast heeft het Internationaal Agentschap voor Kankeronderzoek (IARC) van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) specifieke PFAS-varianten, zoals PFOA, inmiddels officieel geclassificeerd als “kankerverwekkend voor de mens” (Groep 1). 

De crisis is dan ook al lang geen lokaal milieutopic meer, maar een internationale mensenrechtenkwestie geworden. De juridische milieuorganisatie ClientEarth heeft de Belgische staat officieel in gebreke gesteld bij het Europees Comité voor Sociale Rechten (ECSR). De organisatie argumenteert dat de overheid al jarenlang over gedetailleerde rapporten beschikte over de verhoogde PFAS-waarden in de buurt van industriële sites, maar naliet om de omwonenden proactief en transparant te informeren. Juristen benadrukken dat overheden hierbij flagrant hebben verzaakt aan hun fundamentele zorgplicht om de gezondheid en de fysieke integriteit van hun burgers te beschermen. 

Conclusie: De as van de verantwoording 

Terwijl De Watergroep in haar reactie stelt dat zij met de bestaande, geavanceerde zuiveringsinstallaties momenteel ruimschoots voldoen aan de geldende PFAS-normen, geven zij tegelijkertijd toe dat er de komende jaren extra, miljoenenverslindende investeringen nodig zijn om te voldoen aan de strengere EFSA-streefwaarden die vanaf 2028 van kracht worden. Dat al deze investeringen puur via de drinkwaterfactuur van de burger worden gefinancierd, bewijst het structurele falen van het ‘de vervuiler betaalt’-principe in dit land.

De politieke inertie die toestaat dat de miljardenfactuur via achterpoortjes en gewestelijke tarieven op de burger belandt, die de uitfasering van schadelijke pesticiden jarenlang voor zich uit schuift, en die de aansprakelijkheid van de chemische industrie parkeert in eindeloze federale studies, is vandaag op heterdaad betrapt. Of de Belgische overheden kiezen nu voor een daadkrachtig, gecoördineerd en radicaal verbod op PFAS-lozingen aan de bron, of ze kijken willens en wetens toe hoe de gezondheid en de portemonnee van toekomstige generaties verder worden opgeofferd. 

Yunus Aslan is een onafhankelijke onderzoeksjournalist.

Journalistiek Schild (Recht van Antwoord) 

In het kader van de journalistieke deontologie en hoor en wederhoor hebben wij onze vragen over de PFAS-problematiek voorgelegd aan de betrokken partijen. 

∙ De Watergroep reageerde via directeur Kathleen De Schepper officieel aan onze redactie. Zij benadrukt dat de watermaatschappij momenteel ruimschoots voldoet aan de wettelijke PFAS-normen en extra investeringen plant om te anticiperen op de strengere streefwaarden van 2028. Tevens bevestigt zij dat De Watergroep geen subsidies ontvangt en alle investeringen noodgedwongen volledig worden gefinancierd via de waterfactuur van de burger. De Watergroep verklaart vragende partij te zijn voor het ‘de vervuiler betaalt’-principe en wijst op een lopende federale studie naar een PFAS-fonds, evenals de geplande Vlaamse uitfasering van PFAS pesticiden tegen 2036. 

∙ Chemiegigant 3M hield zich binnen de gestelde termijn onbereikbaar voor commentaar en verkoos tot aan de publicatie te zwijgen.

Bron: dewereldmorgen.be