De pensioenhervorming van de regering-De Wever zadelde de Pensioendienst op met een ongeziene uitdaging. Topman Vincent Mahieu spreekt van het zwaarste jaar uit zijn carrière. “Het zou beter zijn te herbeginnen van een blanco blad, maar dat ligt politiek gevoelig.

De managers van de macht
In de machinekamer van het complexe België houden topambtenaren ons land draaiende. Wie zijn die civil servants, wat zijn hun uitdagingen en drijfveren en hoe gaan ze om met de politieke macht die hen aanstuurt? De Standaard interviewde hen op plekken die voor hen van bijzondere waarde zijn of waar ze echt zichzelf kunnen zijn.
“Als het fel waait, voel je de toren hier bewegen.” Het uitzicht op de bovenste verdieping van de Pensioentoren, vlak aan het Brusselse Zuidstation, is adembenemend. Met 150 meter is de mastodont uit 1967 nog altijd de hoogste toren van België. “Op sommige dagen zie je de koeltorens van Doel”, zegt Vincent Mahieu. De administrateur-generaal van de Federale Pensioendienst heeft zo’n 2.300 medewerkers onder zich, en kijkt uit over toch een aanzienlijk deel van de 2,7 miljoen pensioengerechtigden. Hij is bezig met hen allemaal, merk je als je hem bevlogen hoort praten over de werkdag van een vislosser, en hoe je diens pensioen berekent.
“Sinds de start van de regering-De Wever tot de stemming van de pensioenhervorming hebben wij dag en nacht gewerkt, in een hoog tempo, om dat allemaal rond te krijgen. Ik zei het nog tegen de minister en zijn kabinetschef: voor jullie is de job klaar bij de goedkeuring van de pensioenwet, bij ons loopt die door: wij moeten toezien op de correcte uitvoering en moeten maken dat elke burger de juiste informatie krijgt.
Zo ingrijpend is die hervorming, dat MyPension een tijdje niet alle data meer kon geven, op het moment dat de bezorgdheid bij de burger toenam. “Er is wel wat verkeerde framing geweest”, zegt Mahieu. “MyPension heeft nooit platgelegen. We hebben hooguit wat capaciteitsproblemen gehad, door de massale interesse naar de impact van de hervormingen. Onderschat niet de verantwoordelijkheid die wij dragen: als wij verouderde of foutieve informatie zouden laten staan, zouden mensen carrièrekeuzes maken op basis van foute informatie. Dat kun je simpelweg niet maken.”

Heeft de regering de pensioenhervorming niet veel te ingewikkeld gemaakt?
“Het is ontegensprekelijk zo dat er meer complexiteit bij is gekomen, met het systeem van een bonus en malus voor wie langer werkt na de wettelijke pensioenleeftijd of vervroegd met pensioen gaat. Burgers informeren is er niet makkelijker op geworden. Dat is nochtans belangrijk om draagvlak te creëren en vertrouwen te kweken tussen de generaties: tussen de gepensioneerden en de mensen die nu studeren of werken. Mensen moeten in staat zijn om een geïnformeerde keuze te maken over hun carrière.”

De pensioenhervorming roept veel boosheid op, dat zien we bij betogingen. Krijgt u zelf felle reacties, als u vertelt dat u baas bent van de Pensioendienst?
“Toch niet. Ook onze pensioenconsulenten niet. Het kan uiteraard gebeuren, maar de mensen slagen er goed in om een onderscheid te maken tussen de politiek en de uitvoerders van dat beleid. Natuurlijk zitten er bij de zowat 8 miljoen mensen tussen school en pensioen zeker mensen die boos zijn over een daling van hun pensioenbedrag of een opschuiving van hun pensioendatum. Dat is ook menselijk, dat kunnen we wel plaatsen.”

Hoe belandt een bio-ingenieur op de stoel van administrateur-generaal van de Pensioendienst?
“Toen ik in 1997 een studiekeuze maakte, was ik geboeid door menselijke genetica. Aan de universiteit werd me afgeraden om voor geneeskunde te kiezen, met mijn rolstoel zou het moeilijk zijn om alles in de praktijk te doen. Na mijn studie voor bio-ingenieur deed ik wetenschappelijk onderzoek aan de KU Leuven. Vervolgens belandde ik bij de FOD Volksgezondheid. Daar kregen we te maken met de Mexicaanse griep. Ik heb mee de aankoop van mondmaskers geregeld – de fameuze mondmaskers die we later nodig zouden hebben in de coronacrisis, maar die tegen dan verscheept bleken te zijn naar Afrika, of zelfs versnipperd. Kun je dat geloven: ze waren niet goed genoeg meer voor ons, maar wel om gedoneerd te worden aan Afrikaanse landen.”
“Bij de FOD Volksgezondheid klom ik in 2012 op tot financieel directeur. In 2018 kwam ik vervolgens over naar de Pensioendienst, waar ik sinds oktober vorig jaar administrateur-generaal van ben.”

Hoe hebt u het voorbije jaar beleefd?
“In alle eerlijkheid, het was het meest uitdagende jaar uit mijn carrière.”

Erger dan het jaar van de Mexicaanse Griep?
“Absoluut. Het is een zwaar jaar geweest, voor het hele team. Hier hebben veel mensen echt heel hard gewerkt. Onderschat niet dat onze medewerkers meeschreven aan de hervorming van het ambtenarenpensioen, en dus hun eigen toekomstige pensioen. Zij zijn daar uiterst professioneel in geweest. Chapeau voor de mensen die aan een pensioenhervorming hebben gewerkt, die onvermijdelijk een impact heeft op een familielid, kennis of zelfs zichzelf. En dat in een hels tempo. Zij weten wat hun rol is als ambtenaar, als ‘civil servant’: de beleidsmakers ondersteunen en de wetgeving correct uitvoeren.”

Stel dat u geen rekening moest houden met de politiek, zou u dan een totaal andere pensioenhervorming hebben getekend?
“Dat denk ik wel. Het zou beter zijn om te starten van een blanco blad. Nu worden er koterijen op koterijen gebouwd, maar als je een efficiënt, eenvoudig uitlegbaar systeem wil, zou je beter eens kantelen naar een heel ander systeem. Maar van een blanco blad beginnen, dat schrikt natuurlijk af. En het ligt politiek én maatschappelijk gevoelig, want er zijn zoveel belangengroepen die verworven rechten of systemen willen behouden. Het gelobby vanuit de publieke sector was immens. Ze kwamen niet op mijn deur kloppen, maar zeker wel bij de minister. De loodsen, de politie, de militairen, de magistraten, de professoren, het onderwijs, de treinbestuurders … iedereen probeert zijn eigen ‘regime’ te behouden.”

En dus komen er nog pensioenhervormingen op ons af?
“Daar ben ik zeker van. De hervorming van het ambtenarenpensioen bijvoorbeeld is al aanzienlijk, maar ik denk dat het tegelijk nog maar een eerste stap is naar meer gelijkheid en harmonisatie met de andere stelsels. Dat moet leiden tot meer mobiliteit op de arbeidsmarkt.”

En we zullen nog langer moeten werken? Of bereiken we daar stilaan een plafond?
“De wettelijke pensioenleeftijd wordt vanaf 2030 opgetrokken tot 67. In zowel Nederland als Duitsland gaat het debat al richting 70. Of het kan gaan om een koppeling aan de levensverwachting, zoals in Denemarken, waar de pensioenleeftijd stijgt naar 70 jaar tegen 2040. Vroeg of laat komt dat ook bij ons op tafel. Alleen is de vraag of je ook het vervroegd pensioen kan opschuiven en dichter bij de wettelijke pensioenleeftijd kan brengen.”

Ziet u zichzelf werken tot 70?
(lacht) “Ik persoonlijk zelf niet nee. Toch niet in deze functie.”

Waarom niet?
“Ik zit met een wat specifieke situatie, als rolstoelgebruiker. Er komt veel stress bij deze job kijken. Ik denk dat ik dat tempo en die intensiteit niet kan trekken tot 70. Ik denk wel dat ik tegen dan een andere rol kan opnemen, als mentor bijvoorbeeld. Maar deze verantwoordelijkheden dag in dag uit opnemen, dat kost veel energie.”

Er is maar één topambtenaar in een rolstoel. Heeft dat uw werk ook mee gekleurd?
“Ik vind het wel van belang, het geeft me een andere kijk op de dingen. Neem nu de quota: in de federale overheid moet 3 procent van de jobs zijn ingevuld door personen met een beperking. Dat is goed, want het stimuleert mensen om ook belang te hechten aan diversiteit bij aanwervingen, of zelfs ruimer, want je kan ook al aangeworven zijn en een handicap krijgen.”
“Er zijn echter ook veel beperkingen die niet zichtbaar zijn, zoals autisme bijvoorbeeld. En dan wordt dat 3 procentquotum een hindernis. Want alleen de mensen die zelf een attest hebben doorgegeven aan de werkgever tellen daarvoor mee. Heel wat mensen met een beperking willen natuurlijk niet dat hun werkgever daarvan op de hoogte is. Dat snap ik heel goed.”
“Wij willen afstappen van die eis om een attest af te leveren. De sociale zekerheid kan de gegevens uit databanken anoniem kruisen met de mensen die bij ons werken. Dan zou je bij ons uitkomen bij 4 procent, terwijl we puur op basis van attesten uitkomen onder de 3 procent. Maar uiteindelijk doet dat er niet toe. Waar het om gaat, is dat we redelijke aanpassingen doen voor mensen met een beperking, dat we een ‘disability management’ hebben. Als iemand uitvalt met een burn-out, hebben we een actief beleid om die persoon weer te betrekken en te kijken wat er mogelijk is. Dat vind ik veel belangrijker dan dat 3 procentquotum, waarbij je kunt afvinken om vervolgens te doen alsof je werk erop zit.”

Ervaart u zelf als rolstoelgebruiker nog moeilijkheden?
“Toch wel. Aan het begin van mijn loopbaan hier in Brussel nam ik nog dagelijks de trein. Toen moest je die nog 24 uur op voorhand reserveren, zodat iemand je zou helpen. Nu is dat nog altijd drie uur op voorhand en het kan dan alleen in de grote stations. Ik reserveerde op zaterdag om zeker te zijn dat ik op maandag de trein kon nemen. En dan moest je hopen dat het niet sneeuwde, dat er geen stakingen waren en dat je geen treinbegeleider met een slechte dag trof. In Brussel-Zuid wist je nooit zeker of er wel iemand zou staan om te helpen.”
“En bij De Lijn is het niet veel beter. Daar moet je geluk hebben dat de buschauffeur echt wil stoppen om de oprijplaat boven te halen. Soms heb je wel eens een buschauffeur die zegt: sorry, ik mag mijn post niet verlaten. Daar gaat mijn bloeddruk van omhoog.”
“Als ik dan zie hoe het er in andere landen aan toegaat, dan denk ik dat er hier nog véél ruimte is voor verbetering. In Oostenrijk en Zwitserland weet je op voorhand welke treinwagon toegankelijk is en kun je met een druk op de knop zelf binnenrijden.”

Maar in uw carrière aan de overheid botste u niet op drempels?
“Absoluut niet. Ik zeg thuis wel eens: als ik niet in een rolstoel moest zitten, was ik misschien competitiesporter geworden. Want ik heb toch wel een grote drive. Ik overcompenseer wel eens, misschien wel om te vermijden dat mensen zouden zeggen: die zit daar als deel van een diversiteitsbeleid. Maar ik zie de rolstoel niet, de rolstoel zit achter mij.” 

Bron: DS