Langdurig zieken opnieuw aan het werk helpen, vraagt maatwerk, veiligheid en respect voor wat iemand nog aankan. “Veel langdurig zieken voelen zich opgejaagd. Ze zijn bang dat een kleine stap richting werk meteen leidt tot de druk om volledig aan de slag te gaan.”

Fietsen kan Sabine Bovend’aerde (51) niet meer, die fysieke inspanning is te zwaar. In 2019 werd Bovend’aerde, die voor FOD Financiën werkt, ziek. Uit onderzoek bleek dat ze lijdt aan het chronische-vermoeidheidssyndroom (ME/CVS). Daarnaast heeft ze ook last van chronische gewrichtspijn en zenuwpijnen. Hierdoor is niet enkel fietsen, maar ook reizen met het openbaar vervoer te belastend. Om haar werkplek in Leuven te bereiken, neemt ze de auto.

Omdat haar aanvraag voor een parkeerkaart bij de FOD Sociale Zekerheid werd afgewezen, moet Bovend’aerde haar auto in een naburige parkeergarage zetten. “De parkeerkosten moet ik zelf betalen. Vanaf de parkeergarage moet ik zelfstandig in mijn rolstoel over een modderig pad op mijn werk zien te geraken. Voor ik daar arriveer, ben ik al uitgeput en dan moet de werkdag nog beginnen.”

Bovend’aerde, die halftijds werkt en halftijds een ziekte-uitkering krijgt, vroeg aan haar werkgever de toestemming om vanuit huis te werken. Dat werd maar gedeeltelijk toegestaan. “Ik moet verplicht twee halve dagen naar het kantoor in Brussel komen om het sociaal contact met mijn collega’s te onderhouden.” 

Dat is voor de chronisch zieke vrouw niet haalbaar. “Het gaat niet alleen over de verplaatsing naar het kantoor. Ook aanwezig zijn in een ruimte waar verschillende mensen aan het werk zijn, is heel vermoeiend. De drukte en het rumoer putten mij volledig uit. Ik wil graag blijven werken, maar in deze omstandigheden houd ik het niet vol.”

Toen haar werkgever niet van gedachten veranderde, besloot Bovend’aerde vijf maanden loopbaanonderbreking te nemen. “Ik heb die tijd nodig om weer op adem te komen, te bedenken hoe het verder moet en een aantal zaken te regelen zoals poetshulp en gezinshulp om te zorgen dat ik niet volledig uitval.” 

Naast een kleine RVA-vergoeding betaalt Bovend’aerde haar loopbaanonderbreking grotendeels zelf. “Wat gaat er na 1 oktober gebeuren wanneer ik weer aan het werk ga? De druk op langdurig zieken neemt toe. Maar wie kijkt er naar de werkgevers? Zonder hun bereidheid om de arbeidsomstandigheden aan te passen, zal het activeringsbeleid niet werken.”

Klap in het gezicht

Net als Bovend’aerde wil ook sollicitatiecoach Shauni Boeykens (33) graag blijven werken. Maar ook haar leidinggevende is maar in beperkte mate bereid de arbeidsomstandigheden aan te passen.

In 2023 meldde Boeykens zich ziek bij haar werkgever, het OCMW, nadat ze jarenlang had gekampt met pijn en extreme vermoeidheid. “Ik vond het vreselijk om uit te vallen en zei: ‘Ik blijf niet lang weg. Over hooguit twee maanden ben ik weer aan het werk.’”

Maar dat liep anders. Boeykens kreeg de diagnose fibromyalgie, een chronische aandoening die onder meer gepaard gaat met wijdverspreide pijn en zware vermoeidheid. Ze heeft ook chronische migraine. Haar klachten begonnen na ernstige zwangerschapscomplicaties.

Omdat Boeykens niet lang thuis wilde blijven, hervatte ze begin 2025 het werk via progressieve tewerkstelling voor acht uur per week.

“Het was heel zwaar en ik had veel moeite om me te concentreren. Het administratieve werk bleef telkens liggen. Daarom stelde ik mijn leidinggevende voor om twee uur extra vanuit huis te werken.” 

Het antwoord voelde als een klap in het gezicht. “Mijn leidinggevende zei dat thuiswerk niet fair was tegenover mijn collega’s en weigerde mijn verzoek. Terwijl ik door de FOD Sociale Zekerheid erkend ben als persoon met een handicap. Dat betekent dat je recht hebt op werk dat is afgestemd op je noden.”

Sinds september 2025 zit Boeykens opnieuw thuis. Twee maanden geleden kreeg ze bericht van haar werkgever, die haar wil ontslaan om medische redenen. “Dat is enorm frustrerend. Ik wil heel graag een bijdrage leveren aan de maatschappij en heb veel te bieden. Inclusie is op papier duidelijk iets heel anders dan in de praktijk.”

Persoonlijke aanpak

Waar Boeykens en Bovend’aerde botsen op de bereidheid van hun werkgevers om de arbeidsomstandigheden aan te passen, raakt Jeroen* in paniek bij de druk die hij ervaart door het activeringsbeleid. 

Eind juni werd hij opgeroepen voor een gesprek met de adviserende arts van de Christelijke Mutualiteit. Die besliste dat hij verplicht moet deelnemen aan een terug-naar-werktraject. Weigert hij, dan verliest Jeroen 10% van zijn uitkering.

“Ik was compleet in shock en zwaar geïntimideerd. Sindsdien heb ik te maken met de ene paniekaanval na de andere. Wat houdt dat terug-naar-werktraject in?”

De 55-jarige man kampt al jaren met ernstige gezondheidsproblemen. In 2000 liep hij een hiv-besmetting op en in 2006 kreeg hij lymfeklierkanker. Daarna volgden een burn-out, een ernstige depressie en meerdere langdurige psychiatrische opnames. Jeroen probeerde de voorbije twintig jaar verschillende keren het werk deeltijds te hervatten, maar telkens zonder succes. In 2020 werd hij volledig arbeidsongeschikt verklaard.

“Mijn gezondheid is sinds de oproep eind juni flink achteruitgegaan. Ik heb het gevoel dat mijn klachten niet serieus worden genomen. Er wordt niet echt naar mij geluisterd. Ik heb behoefte aan een aanpak die kijkt naar wat ik nog aankan.”

Het gebrek aan persoonlijke begeleiding heeft een grote impact op Jeroen. “Ik ben psychisch een wrak. Mijn laatste restje arbeidspotentieel is verdwenen.”

Jeroen schreef minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid Frank Vandenbroucke (Vooruit) een brief waarin hij zijn problematiek uitvoerig uit de doeken doet. Hij eindigt met de vraag of de minister zijn getuigenis wil meenemen in de evaluatie van de activering van chronisch zieken. 

Vandenbroucke antwoordde dat hij inzet op een beleid “waarbij mensen met een ziekte- of invaliditeitsuitkering persoonlijk worden gecontacteerd en niet behandeld als nummer of dossier”.

“De minister antwoordt naast de kwestie”, reageert Jeroen. “Ik voel me juist wél als nummer behandeld.”

Gebrek aan kennis

De angst voor activering leeft ook bij Boeykens. Ze vreest dat het huidige beleid langdurig zieken eerder afschrikt dan activeert. “Veel mensen willen liever werken dan thuiszitten. Maar activering moet veilig en op maat gebeuren. Vandaag voelen veel langdurig zieken zich opgejaagd en onzeker. Ze zijn bang dat, als ze aangeven dat ze een paar uur willen werken of vrijwilligerswerk willen doen, meteen de vraag volgt of ze dan niet volledig aan de slag kunnen. Maar je bent niet zomaar genezen”, merkt Boeykens op. “Je moet leren leven met je verminderde energie. Soms is het verstandiger om je niet te tonen, dan is de kans groter dat je met rust wordt gelaten.”

Langdurig zieken worden in het publieke debat nog te vaak voorgesteld als mensen die niet willen werken of misbruik maken van het systeem, zegt Boeykens. “Politici dragen bij aan dat beeld. Dat creëert een groot onveiligheidsgevoel.”

Volgens Boeykens zijn veel van de langdurig zieken vrouwen met aandoeningen als ME/CVS en fibromyalgie. “Het zijn complexe, slecht begrepen aandoeningen waarbij het zenuwstelsel en immuunsysteem een belangrijke rol spelen.”

Dat gebrek aan kennis heeft te maken met een tekortkoming van de geneeskunde. “Medisch onderzoek heeft zich altijd sterk op het mannelijk lichaam gericht. Artsen moeten beter kunnen inschatten wat iemand mankeert en wat die persoon nog aankan. Daarvoor is meer onderzoek nodig naar de verschillen tussen mannen en vrouwen en een holistische benadering.”

Overheid past eigen beleid niet toe 

De overheid roept werkgevers op om de werkomstandigheden aan te passen zodat mensen met gezondheidsproblemen aan het werk kunnen blijven. Dan is het teleurstellend, vindt Bovend’aerde, dat dat bij haar eigen werkgever niet lukt.

“De FOD Financiën is zelf een overheidsdienst. Dan is het ontluisterend dat het beleid dat de overheid voor anderen uitdraagt in mijn geval niet wordt toegepast.”

Daarnaast botst ze op een gebrek aan coördinatie tussen de verschillende diensten waarmee langdurig zieken te maken krijgen. “Als zieke werknemer moet je zelf je weg zoeken tussen de mutualiteit, de werkgever, de arbeidsarts en andere diensten. Er is niemand die het geheel overziet en samen met jou kijkt wat nodig is om het werken haalbaar te maken.”

Jeroen is een gefingeerde naam vanwege privacyredenen. Zijn echte naam is bij de redactie bekend. 

Bron: Apache.be