Langdurig zieken moeten opnieuw aan het werk. Maar wie wil werken, botst vaak op de grenzen van de werkvloer. Aangepast werk blijkt een struikelblok en financiële prikkels voor werkgevers hebben voorlopig nauwelijks effect. “Er is nood aan een mentaliteitsverandering bij werkgevers én collega’s van zieke werknemers, maar dat kost veel tijd.”

Sabine Bovend’aerde (51) en Shauni Boeykens (33) zijn beiden chronisch ziek. Toch willen ze zoveel mogelijk blijven werken. Bovend’aerde − die een rolstoel gebruikt en moeilijk op haar werk raakt − vroeg haar werkgever of ze vanuit huis mag werken. Volgens de fiscale specialist werkzaam bij de overheid kan ze haar taken prima vanuit haar thuis in Leuven uitvoeren. 

Boeykens, die als jobcoach bij het OCMW werkt, wil een beperkt aantal uren extra vanuit huis werken om in een rustige omgeving administratieve taken af te maken die op het werk steeds blijven liggen. Beide vrouwen kregen geen toestemming.

De werkgever van Bovend’aerde vindt dat de vrouw het sociaal contact met haar collega’s verliest als ze niet meer fysiek op het werk verschijnt. De vraag van Boeykens wordt geweigerd, omdat het volgens de leidinggevende “niet fair is tegenover collega’s”. Beide vrouwen zitten inmiddels opnieuw ziek thuis. 

Grote nood aan aanpassingen 

Bovend’aerde en Boeykens zijn geen uitzonderingen. België telt inmiddels meer dan een half miljoen mensen die langer dan een jaar arbeidsongeschikt zijn. Het aantal langdurig zieken is tussen 2021 en 2025 met 17,9% gestegen, blijkt uit cijfers van het Riziv. Tussen 2024 en 2025 bedroeg de stijging 4,5%. De verhoging van de wettelijke pensioenleeftijd in 2025 is een van de factoren die het aantal zieke werknemers doet toenemen, schrijft het Riziv. Vooral bij vrouwen is de stijging groot.

Het terug-naar-werkbeleid moet een antwoord formuleren op die toename. Sinds begin 2026 is de aanpak verder aangescherpt. Niet alleen werknemers en mutualiteiten, maar ook werkgevers en artsen krijgen meer verantwoordelijkheden en financiële prikkels om werkhervatting en aangepast werk mogelijk te maken.

Voor veel langdurig zieken zijn aanpassingen op de werkvloer of aan de arbeidsvoorwaarden een belangrijke vereiste om het werk te hervatten. Volgens een bevraging van het CM Gezondheidsfonds heeft meer dan de helft daar nood aan. Twee derde krijgt minstens de helft van de gevraagde aanpassingen. Een op drie werknemers krijgt hooguit de helft van wat ze vragen. 

“In vergelijking met een eerder onderzoek uit 2021 is er een positieve evolutie”, zegt Luc Van Gorp, voorzitter van het CM Gezondheidsfonds. “Tegelijk moet er nog een lange weg worden afgelegd. Werkaanpassingen zijn een belangrijke succesfactor voor een duurzame werkhervatting.” 

Mutualiteiten hebben er belang bij dat werkhervatting slaagt. Sinds kort is een deel van de financiering gekoppeld aan het aantal langdurig zieken dat mutualiteiten opnieuw aan het werk krijgen. 

Onbegrip voor thuiswerkende collega

De aanpassing die Bovend’aerde en Boeykens vragen, lijkt op het eerste gezicht eenvoudig. Toch is Christophe Vanroelen, socioloog aan de Vrije Universiteit Brussel, gespecialiseerd in de relatie tussen werk en gezondheid, niet verbaasd dat de twee geen toestemming kregen om vaker thuis te werken. “Thuiswerk is een verzoek dat langdurig zieken bij hun re-integratie vaker stellen”, zegt hij. “Het lijkt een kleine moeite om daarin mee te gaan. Maar in de praktijk wordt het vaak geweigerd met als argument dat de regels voor iedereen gelijk moeten zijn.”

Volgens Vanroelen heeft dat te maken met het gebrek aan een duurzaam re-integratiebeleid van werkgevers. “Het gaat niet alleen over het uitwerken van een doordacht beleid, maar ook over de communicatie rond het beleid binnen het bedrijf”, merkt Vanroelen op. “De angst van werkgevers dat collega’s gaan protesteren tegen regels die voor langdurig zieken anders zijn dan voor andere werknemers, is vaak terecht. We moeten leren omgaan met langdurig zieken en een ouder wordende werknemerspopulatie. Dat vereist draagvlak en communicatie. Er is nood aan een mentaliteitsverandering bij werkgevers én collega’s van zieke werknemers, maar dat kost tijd.”

Vanroelen is voorstander van de extra financiële prikkels die werkgevers krijgen om zieke werknemers te re-integreren op de werkvloer. “Jarenlang is er vooral gekeken naar werknemers. Zij zijn de zwakste schakel in de meeste arbeidsrelaties en je zag dat het beleid jaar na jaar strenger werd voor deze groep. Werkgevers worden pas sinds januari medeplichtig gemaakt aan het succes van het terug-naar-werkbeleid.” 

Toch denkt de socioloog dat er meer winst te halen valt met een beleid dat inzet op het voorkomen van uitval. “Pak risicovolle situaties aan. Wees alert als mensen klachten ontwikkelen. Een burn-out kan je meestal van ver zien aankomen. En reageer direct als iemand zich ziek meldt. Eenmaal langdurig afwezig is het heel moeilijk om de draad weer op te pakken.”

Werkgevers laten premie liggen

Van de financiële prikkels die werkgevers krijgen om langdurig zieke werknemers in dienst te nemen of goed te begeleiden bij uitval, wordt volgens onderzoek van het Riziv opvallend weinig gebruik gemaakt. “89% van de werkgevers die er recht op hebben, vraagt de werkhervattingspremie niet aan”, zegt Niels Morsink, adviseur van de studiedienst van de socialistische vakbond ABVV. “Dat kan liggen aan een gebrek aan kennis over de premie.”

Het ABVV waarschuwt dat activering niet los kan worden gezien van de arbeidsomstandigheden die mensen ziek maken.

“Het heeft weinig zin om iemand te dwingen terug te keren naar de werkvloer die hem of haar ziek heeft gemaakt als daar niets verandert. Zolang de regering de arbeidsomstandigheden verslechtert, is het terug-naar-werkbeleid dweilen met de kraan open”, zegt Morsink. “Denk aan de versoepeling van de regels rond nachtarbeid. Dat zal leiden tot meer arbeidsongeschiktheid. Ook het verhogen van de pensioenleeftijd zonder regeling voor zware beroepen werkt contraproductief als je het aantal zieke werknemers wil terugdringen.”

Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid en vicepremier Frank Vandenbroucke (Vooruit), bevoegd voor het terug-naar-werkbeleid, geeft toe dat “financiële incentives niet volstaan” om het aantal zieke werknemers op de arbeidsmarkt terug te dringen. “Met goede communicatie tussen werknemer en werkgever of inzetten op aangepast werk bereik je meer resultaten. Maar dat is vaak niet de kerntaak van een werkgever.”

De minister wil daarom inzetten op het toegankelijker maken van goede begeleiding van werkgevers via de vouchers van het terug-naar-werkfonds. “Met de vouchers kunnen werkgevers de begeleiding van zieke werknemers uit handen geven aan een gespecialiseerde dienstverlener. Want oplossingen zoeken voor iemand met gezondheidsproblemen is altijd maatwerk.”

Vandenbroucke erkent dat preventie een sleutelrol speelt. “Werkgevers en preventiediensten moeten problemen detecteren voordat mensen uitvallen, niet erna. Vrouwen en mannen ervaren niet altijd dezelfde gezondheidsrisico’s op het werk, en oudere werknemers hebben andere noden dan jongere. Werkbaar werk betekent dat arbeidsomstandigheden, werkritme en aanpassingen afgestemd zijn op wie het werk doet.”

Voor psychisch kwetsbare personen zoals Jeroen, die beschreef hoe de afstand tot de arbeidsmarkt door de activering voor hem net groter werd, bestaat volgens Vandenbroucke het IPS-traject (Individuele Plaatsing en Steun). “Dit is een wetenschappelijk onderbouwde aanpak die mensen met een psychische kwetsbaarheid snel naar een echte betaalde baan begeleidt, met intensieve coaching op maat en nauwe samenwerking tussen de jobcoach en de geestelijke gezondheidszorg.”

Te veel nadruk op aangepast werk

De minister is voorzichtig positief over de resultaten van het beleid. Volgens Vandenbroucke stijgt het aantal mensen in invaliditeit minder snel dan eerder werd verwacht, hervatten steeds meer mensen gedeeltelijk het werk en stromen zij vaker door naar een volledige werkhervatting. Ook het ziekteverzuim zou voor het eerst in 25 jaar dalen.

Maar werkgeversorganisaties vinden dat de discussie te veel focust op aangepast werk. Volgens het Verbond van Belgische Ondernemingen is in drie kwart van de gevallen geen aanpassing van het werk of de werkpost nodig. Een werkhervatting kan ook worden bemoeilijkt door bijvoorbeeld een slechte relatie met de werkgever of collega’s, de vrees om niet meer mee te zijn met nieuwe werkmethodes of een groeiende afstand tot de arbeidsmarkt. “Er zijn dus andere redenen die een verklaring vormen waarom mensen niet opnieuw aan het werk gaan”, stelt woordvoerder Magaly Knapen. “Bovendien moet er meer aandacht zijn voor preventie en re-integratie bij andere werkgevers.”

Bron: Apache.be