Het inferno in de Hoge Venen was blijkbaar niet infernaal genoeg om premier Bart De Wever (N-VA) uit vakantie te laten terugkeren, ook al had hij beloofd dat wel te zullen doen bij een crisis. En waar wacht Theo Francken (N-VA) op om de zeven A400M’s van de luchtmacht om te vormen tot gigantische blusvliegtuigen?
Ach, de brand in de Hoge Venen die 3.200 hectare (and counting) natuur in vlammen deed opgaan, is eigenlijk helemaal geen ramp. Dat zeggen wij niet, maar dat kunnen we afleiden uit de verklaringen van premier Bart De Wever (N-VA) vlak voor zijn vertrek naar Japan. Hij bracht er zijn vakantie door omdat zijn zoon een tijdje gaat studeren in Yokohama. De Wever bezocht er onder meer Hiroshima, waar de eerste atoombom viel.
Vorig jaar werd hij aangespoord door zijn centrumlinkse coalitiepartners (Vooruit en Les Engagés) om dringend uit vakantie terug te komen om de crisis rond Gaza in zijn regering te bedwingen. De Wever weigerde echter zijn vakantie in Zuid-Afrika te onderbreken.
Dit keer hoopte hij van een ongestoorde vakantie te kunnen genieten. Dat zei hij aan Dag Allemaal op 14 juli. “Uiteraard ben ik altijd bereikbaar bij een crisis. Indien nodig keer ik zelfs terug”, liet hij optekenen. HLN.be maakte er meteen de titel van.
Het viel trouwens op hoe gretig de premier inging op de vraag van de populaire media om zijn vakantieplannen uit de doeken te doen. “De politiek is even bijzaak”, schrijft Dag Allemaal. Aan Humo had De Wever ook al laten weten dat hij hoopte dat “dat Donald Trump in de augustusmaand geen eigenaardigheden doet”.
Wie ook zijn traditionele zomerinterview kreeg, was Vooruit-minister Rob Beenders, de tijdelijke huisbewaarder van Wetstraat 16. Op de vraag wat er zou gebeuren als er zich rampen of andere ernstige zaken zouden voordoen, antwoordde hij: “Wanneer het echt ernstig is, zal de premier wel worden teruggeroepen.”
Blijkbaar is de brand in de Hoge Venen voor de premier dus geen crisis, geen ramp en geen ‘ernstige zaak’. Hij onderbrak zijn vakantie niet toen de vlammen vanaf 14 augustus in sneltempo de Hoge Venen in lichterlaaie zetten.
Tijdens zijn verblijf in Tokio had De Wever een opmerkelijk bericht gepost op Instagram. Hij en zijn dochter waren naar het Shintoschrijn in Hakone getrokken “om te offeren aan de weergoden”. Op dat eigenste moment, op vrijdag 14 augustus, begonnen de Hoge Venen te branden.
Een typische, sarcastische opmerking van De Wever (een zachtere variant van de omstreden post van Theo Francken tijdens de hittegolf: “Geniet van het prachtig weer. En LEEF!”) werd zo een venijnige boemerang in zijn gezicht.
Blijkbaar besefte De Wever dat zijn bericht misplaatst was. Zondag publiceerde hij (in de drie landstalen) een ingetogen steunbetuiging aan de hulpverleners en sprak hij zijn medeleven uit met de slachtoffers.
Vorige donderdag (20/8), toen in eigen land minister van Binnenlandse Zaken Bernard Quintin (MR) de vervroegd samengeroepen commissie Binnenlandse Zaken in de Kamer toesprak, postte De Wever nog een vrolijke foto van zijn dochter die het opname tegen sumoworstelaars.
De Wevers afwezigheid stond in schril contrast met de kordate aanpak van koning Filip. Die leidde maandag een delegatie van excellenties (waaronder vicepremier Jan Jambon (N-VA) die de premier verving) om zich van de ernst van de situatie in de getroffen dorpen en in het gigantische natuurgebied te vergewissen.
Sinds de overstroming van Ruisbroek in 1976 weten ze op het kasteel van Laken dat een koning er snel bij moet zijn wanneer er zich in het land een grote ramp voordoet. Koning Boudewijn verscheen toen pas op 6 januari (drie dagen na de ramp) in de straten van de deelgemeente van Puurs, die bijna volledig was overstroomd nadat de dijk van de Vliet het begaf. Hij kreeg meteen forse kritiek van de getroffen bewoners.
Een radeloze vrouw zou hem afgesnauwd hebben: “Sire, ze moeten u zelf met uw sjokkedeizen in het water gooien.” Een andere Ruisbroekenaar gooide de vorst voor de voeten dat er in België 30 miljard (Belgische franken, omgerekend 3,3 miljard euro vandaag) beschikbaar was voor “de vliegers” (F-16’s) en maar 300 miljoen frank (33 miljoen euro van vandaag) voor de dijken. De koning was danig onder de indruk van de kritiek en zou zich nadien nooit meer laten betrappen op een foutje.
Jean-Luc Dehaene (toen CVP, nu CD&V) onderbrak in 1996 in volle Dutroux-affaire zijn vakantie in Sardinië niet en zou het nadien een van de grootste inschattingsfouten noemen die hij ooit maakte.
De Wever heeft geluk dat de media zijn afwezigheid niet uitvergrootten, een bewijs dat hij nog steeds in een mediatieke état de grâce vertoeft. Ook de oppositie maakte (nog) geen punt van de afwezigheid van De Wever.
Geen eigen blusvliegtuigen
Die afwezigheid De Wever staat in schril contrast met de alomtegenwoordigheid van zijn partijgenoot, minister van Defensie Theo Francken. Die begon meteen na het uitbreken van de brand aan een frenetiek media-offensief. De inzet van zes Panther-bluswagens van het leger werd breed uitgesmeerd en elke dag kwamen er updates die moesten aantonen dat ‘zijn’ manschappen wel degelijk nuttig werk verrichten.
Toch waren de redders in nood vooral de Nederlanders, de Noren, de Zweden en de Duitsers, die samen zeven helikopters inzetten die de brandhaard konden bestrijden op plaatsen die de legervoertuigen niet konden bereiken.
Er kwam al snel kritiek dat België niet klaar was om een serieuze ramp als deze op te vangen. Die kritiek kwam niet alleen uit politieke hoek, maar ook van het Climate and Environment Risk Assessment Center (CERAC). Dat centrum werd tijdens de regering-De Croo, na de overstromingen in Wallonië in 2021, opgericht door Ecolo-minister Zakia Khattabi. In hun rapport uit 2025 staat dat er al sinds 2011 plannen bestaan om de capaciteit om natuurbranden te bestrijden fors te verhogen door de aankoop van bluswagens. Dat jaar woedden er grote branden in de Hoge Venen en op de Kalmthoutse Heide. “Wegens gebrek aan middelen werden die plannen blijkbaar niet opgevolgd”, schrijft het CERAC, dat dinsdag de hoop uitsprak dat deze brand “de laatste wake-upcall” zal zijn.
Blijkbaar voelde Theo Francken zich persoonlijk geviseerd door de kritiek, want hij publiceerde een lang bericht op X waarin hij uiting geeft aan zijn “grote ergernis” dat de politiek de schuld krijgt van de ramp. Hij looft de inspanningen van Defensie en pareert de kritiek dat België niet over eigen blusvliegtuigen beschikt. Volgens Francken komt dat omdat er in België te weinig plekken zijn waar een vliegtuig water kan scheppen. “We hebben niet genoeg grote meren en onze rivieren zijn te smal. Bovendien roepen deze manoeuvres sterke lokale weerstand op.”
Maar klopt dat wel? De Belgische luchtmacht beschikt over zeven gigantische A400M-vrachtvliegtuigen. Die dienen vooral om materieel of humanitaire hulp te vervoeren. Ze werden al ingezet in Gaza en bij de brandbestrijding in Bordeaux.
Vorig jaar, op 16 juli, stelde PS-kamerlid Philippe Courard (zelf een officier bij de reserve) Theo Francken de vraag of het Belgisch leger van plan was om de toestellen aan te passen zodat ze ook als blusvliegtuigen zouden kunnen dienen. Airbus, de producent van de A400M had eind juni een test gedaan waarvoor er speciale kits met watertanks in het vrachtruim van het toestel werden gemonteerd. Vanaf de luchthaven van Nîmes werden vluchten uitgevoerd waarbij maar liefst 20.000 liter water (of brandvertrager) werd gedropt. De resultaten waren spectaculair. De A400M kan op korte start- en landingsbanen ingezet worden, kan aan lage snelheid (230 kilometer per uur) en op heel lage hoogte (30 meter) boven de vlammen vliegen.
De vrachtvliegtuigen kunnen ook op amper tien minuten tijd volledig vol worden gepompt en hoeven dus hun water niet uit meren of rivieren te scheppen. Ter vergelijking: een Chinook-helikopter kan zo’n 7.600 liter water droppen, een H145M-helikopter (waarvan België er 20 aangekocht heeft) zo’n 1.200 liter en de Canadair-vliegtuigen zo’n 6.000 liter. Als alle zeven A400M-toestellen van de luchtmacht met een special kit voor brandbestrijding zouden worden uitgerust, dan zou er in een mum van tijd 140.000 liter water kunnen worden uitgestort en dat verschillende keren per dag. Daarmee had de brand – wellicht – in de kiem gesmoord kunnen worden.
Toen Courard Francken vorig jaar vroeg of hij overwoog om de A400M’s aan te passen, had de minister daar nog niet van gehoord. Hij gaf aan zijn medewerkers de opdracht om de zaak te onderzoeken. In september liet hij in een antwoord op een schriftelijke opvolgvraag weten dat de aanpassing niet voorzien is, omdat de “ontwikkeling van deze capaciteit” nog niet op punt stond.
In zijn bericht op X spreekt Francken ook kort over de A400M. Volgens hem bevinden de Franse tests zich nog in een experimentele fase waardoor het niet duidelijk is of de technologie al kan worden ingezet.
Het kabinet van minister Francken bevestigt aan Apache dat de Franse plannen nog in een experimentele fase zitten en dus op dit moment nog niet worden meegenomen in de strategische planning van Defensie.
Dat is kras want Frankrijk zette eind juli wel degelijk een A400M in om de branden in de Landes te bestrijden, zo meldde Euronews. Het ging over het enige toestel dat momenteel is uitgerust met een bluskit. Navraag bij Airbus leert dat de Franse vliegtuigbouwer al veel verder staat dan de “experimentele fase”. Een woordvoerder laat aan Apache weten dat Airbus “klaar is om de kits in serie te produceren”. Over de kostprijs wil hij niks kwijt, maar hij noemt die “verwaarloosbaar” in vergelijking met de aankoop van eventuele nieuwe toestellen.
Het is verwonderlijk dat Theo Francken zich zo oppervlakkig laat informeren over wat een enorme doorbraak zou kunnen zijn in de manier waarop in Europa natuurbranden kunnen worden bestreden. Hij kiest blijkbaar voor de versnelde aankoop van middelgrote transporthelikopters (SO Air Task Unit – Medium/Heavy Transport Helicopters). De voorkeur van Francken gaat uit naar de Amerikaanse Chinook-toestellen van het Amerikaanse bedrijf Boeing. Die beslissing moet door de volgende regering genomen worden want de levering is voorzien voor … 2033.
Er werd al 1,3 miljard euro voorlopig ingeschreven in de strategische visie. Daarmee zouden elf helikopters kunnen worden gekocht. Die moeten vooral dienen om special forces te vervoeren, maar ze kunnen ook uitgerust worden om branden te bestrijden. De Nederlandse helikopter die werd ingezet in de Hoge Venen bewees daar zijn nut.
Francken hoopt dat die aankoop kan worden versneld maar wijst de “linkse” partijen met de vinger die een afkeer zouden hebben van legeraankopen bij Amerikaanse bedrijven. Hij vergeet daarbij te vertellen dat de toestellen, zelfs als ze nu zouden worden besteld, pas binnen enkele jaren beschikbaar zullen zijn.
Dat daarmee de begroting van deze regering met een paar honderd miljoen zal worden bezwaard, is blijkbaar al evenmin een probleem voor de minister. En dat terwijl premier De Wever stilaan gruwelijke nachtmerries krijgt als hij denkt aan het begrotingstekort en de stijgende staatsschuld.
De kans dat de A400M-toestellen snel kunnen worden aangepast voor een veel lagere kost, is erg waarschijnlijk. Als Francken, na de vraag van Philippe Courard, zich had geïnformeerd bij Airbus en al zeven kits had besteld, dan stond ons land nu bovenaan de wachtlijst. Spanje heeft er vorige maand al 15 besteld.
Francken haalde echter wel zijn slag thuis. Tijdens het debat in de kamercommissie toonden zowel CD&V als Vooruit zich bereid om de bestelling van de helikopters te versnellen. De minister van Defensie kwam zo als dé grote politieke winnaar uit deze rampweek.
Pot verwijt de ketel
Dat Francken zijn neus ophaalt voor de goedkopere en snellere aanpassing van de A400M lijkt wel een verhaal van ‘de pot verwijt de ketel’. In het verleden heeft Theo Francken zich altijd een koele minnaar van de A400M getoond. Dat kadert in zijn minachting voor de Europese wapenindustrie, die door Frankrijk wordt gedomineerd.
In 2024 publiceerde hij een opiniestuk in De Tijd waarin hij kritiek leverde op het voorstel van Europarlementslid Wouter Beke (CD&V) om een Europees leger uit te bouwen en een Eurocommissaris voor Defensie te benoemen. “Meer samenwerken drukt de kosten en leidt tot meer inzet. Dat klinkt goed, maar Europees staat niet noodzakelijk gelijk aan efficiënt. Europa is amper in staat consequent, degelijk en inzetbaar militair materiaal te produceren. De NH-90-helikopter en het A400M-transportvliegtuig leden onder de uiteenlopende eisen van de landen, jaren vertraging en consequente budgetoverschrijdingen. Dat resulteerde in onbetrouwbare, dure en nauwelijks inzetbare toestellen”, schreef hij.
Bij andere gelegenheden noemde hij de A400M te log. De toestellen moesten de legendarische C-130 vrachtvliegtuigen vervangen. Die waren in de hele wereld beroemd omdat ze met uiterste precisie en vanop grote hoogte voedsel konden droppen in gebieden waar er hongersnood was. Sinds ze uit dienst zijn genomen organiseerde de luchtmacht nog maar één keer een voedseldropping (in Gaza).
In 1976, na de overstroming in Ruisbroek en het bezoek aan de koning, besefte België dat er dringend werk moest worden gemaakt van de versterking van de dijken. Dat resulteerde in het Sigmaplan.
Het valt af te wachten of uit het gehakketak en de steriele zondebokpolitiek van vandaag ook enig staatsmanschap zal groeien om ook een grootschalig rampenplan uit te rollen dat bescherming biedt tegen de verwoestende gevolgen van de klimaatopwarming. Dat er daarbij, net als in 1976, vooral naar het budget van Defensie wordt gekeken, is vanzelfsprekend. Zeker wanneer militair materiaal ‘dubbel’ kan worden gebruikt: voor de reële klimaatoorlog die ons steeds vaker en heviger zal treffen en tegen de virtuele oorlog aan de grenzen van Europa die we vrezen maar die er (nog) niet is.
Bart De Wever, die wel voluit communiceerde over de virtuele vergadering met Europese regeringsleiders over de vluchtelingencrisis in Ceuta, moet zijn eerste zinnige woord over de belangrijkste natuurramp in ons land sinds 1911 nog uitspreken. Benieuwd of hij de budgettaire inspanningen die gelinkt zijn aan de klimaatoorlog in zijn begrotingsbesprekingen voorzien heeft.
Bron: Apache.be
