De voorbije zomer hebben Indiase jongeren fel gedemonstreerd voor een betere toekomst. De demonstranten schaarden zich achter de zogenaamde kakkerlakkenpartij (CJP), een satirische partij voor Gen Z’ers. De groep komt naar eigen zeggen op voor de “overschoolde, arbeidsongeschikte en politiek gefrustreerde jeugd”. India heeft de grootste groep van 15- tot 29-jarigen ter wereld. Miljoenen jongeren in heel de wereld moeten zich staande houden in een wankele wereld. Wie zijn ze en wat willen ze? Deze week richt de blik van Björn Soenens zich op de Gen Z-jongeren: hun dromen, verwachtingen en teleurstellingen.
Er is iets aan het overkoken bij jonge mensen. Een diepe ontevredenheid over de huidige wereld en hun plek daarin. Er is iets ingrijpend veranderd aan jong zijn. Niet aan de hormonen, niet aan de vertrouwde angsten over later, niet aan het verlangen om gezien en bemind te worden. Wel aan het verhaal dat jongeren zichzelf vertellen over wat een geslaagd leven is.
Gen Z is de generatie die anno 2026 tussen de 15 en 29 jaar oud is, geboren dus tussen 1997 en 2012. Het is zonder enige twijfel de hoogst opgeleide generatie ooit. En toch sputtert het voor deze generatie in een lastig tijdperk.
De digital natives
Achter het label van de digitaal verbonden generatie schuilt een diepe, vaak onzichtbare mentale vermoeidheid: zij dragen de loodzware zorgen over het klimaat, een onbetaalbare huizenmarkt en een torenhoge prestatiedruk die al op jonge leeftijd begint.
Het is geen kwetsbaarheid of gebrek aan mentale veerkracht, maar veeleer pure uitputting van het moeten opgroeien in een permanente staat van crisis, waarin de hoop op een rustige stabiele toekomst op de proef wordt gesteld.
Mijn generatie, Gen X – ik werd geboren in 1968 – kwam na de baby boomers, en groeide op met een vrij eenvoudig script voor het leven: eerst studeren, dan werken, vervolgens een carrière opbouwen.
Tussendoor: een huis kopen, een partner vinden. Kinderen krijgen, misschien. Succes was geen garantie, maar wie zich inspande, kon toch vrij vaak een sport hoger raken.
Ik ben dus van de generatie die opgroeide met het idee dat het leven een vrij vlot uitschuifbare ladder was. Hard werken, een vaste job, een huis tegen je dertigste, een gezin, en ergens rond je 67 met pensioen, voor mij over een jaar of 9: een beetje rust na decennia van rat race.
Die ladder bestaat nog, in theorie. Maar de sporten zijn verder uit elkaar gezet, en niemand heeft er iets bijgezet om de generatie na ons omhoog te helpen.
In België is de gemiddelde prijs van een woning de voorbije 10 jaar sneller gestegen dan het gemiddelde loon. In de Verenigde Staten is het nog veel scherper: jonge Amerikanen betalen vandaag naar schatting het dubbele van wat hun ouders betaalden voor een eerste woning, als we hun inkomen van toen in rekening brengen.
Gen Z heeft die cijfers niet nodig om het te weten. Ze voelen het. Ze zien het aan het saldo op hun bankapp. Wat volgt is geen luiheid maar pure rekenkunde.
Waar mijn Generatie X ambitie definieerde als stijgen — in functie, in loon, in aanzien — definieert Gen Z ambitie steeds vaker als niet kapotgaan. Overeind blijven, financieel en mentaal.
Velen van hen zien hun baan in een strikt kader: je doet wat moet, maar je doet geen overuren en geen extra inspanningen, om de stress van het bestaan aan te kunnen.
Quiet quitting
Het fenomeen heet ‘quiet quitting’. Letterlijk: stilletjes afhaken. Het wordt nogal smalend onthaald door bazen van mijn leeftijd, de rijpe vijftigers. Net na de pandemie, vanaf 2021, was er in de VS zelfs sprake van The Great Resignation: massaal veranderden jonge mensen van werk, om een betere balans te vinden tussen werk en privéleven.
De nieuwe houding is minder een opstand dan een boekhoudkundige correctie: als het huis toch onbetaalbaar blijft, waarom zou je er dan je gezondheid voor inleveren? Dus nee: deze generatie reageert niet meer meteen op mails of telefoontjes na de werktijd. Er is geen extra energie of passie voor.
Ze passen een strikte werkhygiëne toe. Ze trekken grenzen. Gen Z wil de baan graag behouden, maar wil vooral het persoonlijke leven beschermen en een burn-out voorkomen. Het is ook een weerstand tegen gebrek aan waardering en tegen de buitensporige druktecultuur.
Breuk tussen de generaties
Dat is misschien de grootste breuk tussen de generaties: niet dat jongeren vandaag minder ambitieus zijn. Ze zijn anders ambitieus. Ze willen niet noodzakelijk hogerop. Ze willen vooral vrijer, zinvoller, en gezonder leven. Dat is in feite een vorm van zuiver idealisme.
Onderzoek van Gallup en Deloitte toont al jaren aan één stuk hetzelfde patroon in Vlaanderen, in Duitsland, Amerika of waar dan ook: jongeren willen werk dat zin heeft, maar ze willen het niet meer zijn. Ze wensen niet meer samen te vallen met hun werk. Let wel, niet iedereen in die generatie denkt dat. Er zijn uiteraard ook binnen één generatie verschillen.
Werk is slechts een onderdeel van een leven dat er ook nog moet zijn na vijf uur. Het is geen generatie die niet wil werken. Het is een generatie die weigert te doen alsof werk het hele leven is. Voor mijn Gen X was werk vaak een doel. Je was wat je deed. Journalist. Advocaat. Ingenieur. Je visitekaartje vertelde wie je was.
Gen Z staat daar wantrouwiger tegenover. Een baan is een belangrijk onderdeel van het leven, niet noodzakelijk het centrum ervan. Mijn dochter Hannah van 29 is een product van die generatie. Diezelfde confronterende nuchterheid — of noem het desillusie — kleurt hoe mijn dochter en andere jongeren van die generatie naar de toekomst kijken.
Enquêtes bij jongvolwassenen, van Brussel tot Los Angeles, laten een generatie zien die niet cynisch is over de wereld in het algemeen, integendeel, het is die generatie die haar nek uitsteekt voor het klimaat of het lot van de burgers in Gaza of Iran. Het is een generatie die wél zwaar teleurgesteld is over de instituties die haar zouden moeten dragen: banken, het economisch systeem, en de politiek.
Elke generatie is kind van haar tijd en elke jeugd sterft zijn eigen dood. Wat Gen Z kenmerkt is absoluut geen luiheid of tamheid, wat sommigen ook gratuit durven denken of beweren. Het is allicht wel een generatie die haar ouders heeft zien werken tot ze opgebrand waren, terwijl een huis steeds duurder werd en de sociale zekerheid steeds minder zeker.
Opgroeien met de ene crisis na de andere
Gen Z’ers hebben de gevolgen van de financiële crisis meegemaakt, corona en het isolement ervan beleefd, oorlog op hun schermen gezien en vervolgens kunstmatige intelligentie zien oprukken die zelfs de zekerheid van een diploma en een beroep begint aan te tasten.
Deze generatie werd dus volwassen in de schaduw van een woelige wereld: met een pandemie, met oorlog, met klimaatverandering, inflatie en exponentieel groeiende AI. Ze zagen hele beroepen ingrijpend veranderen door technologie.
Zij willen iets anders. Tijd voor vrienden. Tijd voor een partner. Tijd om niet voortdurend productief te moeten zijn. Klimaatangst is voor hen geen slogan meer maar een constant zeurend achtergrondgeluid. Ik, product van Gen X, kreeg te horen dat de wereld beter zou worden als ik maar hard genoeg werkte. Gen Z kreeg de rekening gepresenteerd.
En dan is er iets dat mij, eerlijk gezegd, nog het meest verrast: seks en relaties bij Gen Z. Seks blijkt voor deze generatie minder een bewijs van volwassenheid dan vroeger en meer een terrein waarop grenzen, toestemming, veiligheid en identiteit expliciet worden besproken. Het is allemaal heel complex geworden.
Minder seks dan de generatie ervoor
De generatie die opgroeide met Tinder op haar zestiende heeft, tegen alle verwachtingen in, heel wat minder seks dan de generaties voor haar. Dat blijkt uit herhaalde bevragingen in de VS en ook bij ons.
Angst voor afwijzing, geschoold in de harde economie van de swipe-apps, mengt zich met een dieper wantrouwen in intimiteit zelf.
Relaties worden voorzichtiger aangegaan, op latere leeftijd ook, en met meer taal eromheen: ‘consent’, hechtingsstijl, en rode vlaggen spelen een grote rol: een woordenschat die ik op mijn twintigste niet beheerste, en misschien ook niet nodig had, in een wereld die simpelweg minder ingewikkeld was.
Een hyper geconnecteerde generatie heeft daardoor paradoxaal genoeg geregeld meer moeite met echte verbondenheid. Ze kan in enkele seconden tientallen potentiële partners bekijken, maar moet vervolgens nog altijd iemand vinden met wie ze een dinsdagavond wil doorbrengen. Niet simpel.
Er is veel meer ruimte voor verschillende seksuele identiteiten: ontrafel maar eens alle letters in ‘LHBTQIA+’: dan weet je hoe rijk, ingewikkeld en openlijk divers het allemaal is geworden.
Er is ook meer taal voor het aangeven van grenzen en meer argwaan tegenover traditionele genderrollen M/V/X. Tegelijk is er paradoxaal genoeg veel meer eenzaamheid. De swipe heeft de ontmoeting efficiënter gemaakt, maar niet noodzakelijk intiemer.
Gen Z-leden gaan ook veel vaker en complexlozer naar de therapeut om mentale problemen aan te pakken dan mijn generatie, die dat beter ook wat méér had gedaan, eerlijk gezegd. Het is een generatie die, na alle instabiliteit elders, tenminste háár emotionele huishouden op orde wil houden. Het is een groot contrast met voorgaande generaties.
Willen volstaat niet meer
Het verschil met mijn generatie is dus niet dat zij minder willen. Het is dat zij minder geloven dat willen volstaat. Daardoor sluipt er ook een zekere woede in Gen Z-jongeren, een diepe ontgoocheling over de stand van de wereld, een grote boosheid op voorgaande generaties die de wereld in hun ogen hebben verkwanseld.
Mijn Gen X groeide op in de nadagen van een naoorlogse belofte: stijgende lonen, stijgende huizenprijzen die toch betaalbaar bleven, een arbeidsmarkt die, met vallen en opstaan, plaats inruimde voor ons.
Gen Z groeide op na de financiële crisis, na corona, met een klimaat dat niet langer een toekomstig probleem is maar een actueel onheilspellend weerbericht.
Zij zijn niet apathischer dan wij waren. Zij zijn veel beter geïnformeerd, en dat is, in dit geval, geen compliment aan de wereld die wij hen nalaten.
Massale, door jongeren van Gen Z geleide protesten tegen gebrek aan banen leidde zoals gezegd tot een woedegolf in India. Jongerenprotesten tegen corruptie en nepotisme, overspoelden in september 2025 Nepal. Onder de noemer GenZ 212 gingen Marokkaanse jongeren massaal de straat op om te demonstreren tegen jeugdwerkloosheid en de slechte staat van de gezondheidszorg.
Jongeren gingen in Madagascar de straat op tegen het uitblijven van basisvoorzieningen zoals water en elektriciteit. In Bangladesh worden de studentenprotesten van 2024 zelfs vaak gezien als het begin van een wereldwijde Gen Z-revolutie, waarbij de regering na heftige betogingen ten val kwam.
Wat opvalt: veel van die demonstraties zijn leiderloos en worden zeer snel en efficiënt georganiseerd via apps, zoals TikTok, Instagram of Telegram. Dit is de generatie van de digital natives, opgegroeid met smartphones en internet.
Veel jongeren pikken het dus niet langer en trekken massaal de straat op voor hun toekomst, voor duurzaamheid, voor diversiteit en rechtvaardigheid. Klimaatactiviste Greta Thunberg – geboren in 2003 – is in dat opzicht op en top een exponent van Gen Z.
Wat is een geslaagd leven?
De echte generatiekloof gaat dus heus niet over TikTok, sneakers die we al of niet dragen of de lengte van onze kantooruren. De kloof gaat over één fundamentele vraag: wat is een geslaagd leven? Mijn Generatie X kreeg als antwoord: zekerheid, bezit, en carrière.
Gen Z antwoordt een stuk voorzichtiger: genoeg geld, genoeg vrijheid, mensen van wie ze houden, werk dat ergens over gaat, en liefst een beetje meer tijd om te leven. En engagement over de wereld.
In een wereld die steeds duurder, sneller en onzekerder wordt, klinkt dat niet als een gebrek aan ambitie. Het klinkt in de eerste plaats als zelfbehoud.
Bron: VRT.nws