Tatjana Julien (32) zegde haar baan op om haar passie waar te maken. Via een VDAB-traject zit ze opnieuw op de schoolbanken en volgt ze de bacheloropleiding Sociaal Werk. Helaas is de overheid niet haar grootste supporter: “Ik ervaar aan den lijve hoe het beleid me tegenwerkt.”

Met mijn gat op de schoolbanken

We horen ministers en VDAB voortdurend prediken: “Draag je steentje bij aan de arbeidsmarkt”, “School je om naar een knelpuntberoep”, “Leer levenslang”.

Ik waagde de sprong en gaf mijn leven een nieuwe wending zodat ik binnenkort weer volop kan meedraaien. Ik ben 32 en mama van twee fantastische kindjes van 4 en 2 jaar. Vandaag zet ik alles op alles om sociaal werker te worden, een beroep dat de overheid bestempelt als een knelpuntberoep. Dat lukt me best goed: via een VDAB-traject voor werkzoekenden zit ik momenteel in mijn tweede jaar van de bacheloropleiding Sociaal Werk (UCLL).

Brussel zet de kraan dicht

Op papier klinkt dat heel mooi, maar in werkelijkheid knelt het schoentje. Want wie dacht dat de overheid een financieel een duwtje in de rug geeft, is eraan voor de moeite.

Erger nog: ik ervaar aan den lijve hoe het beleid me tegenwerkt. Door het wegvallen van studietoelagen voor wie ouder dan 30 jaar is en de toenemende druk op werkloosheidsuitkeringen, wordt het volwassenen die willen studeren extreem moeilijk gemaakt. In Brussel draait men de kraan steeds meer dicht, terwijl het werkveld schreeuwt om sociale professionals.

Plots ben je te oud

Ben je ouder dan dertig, dan kan je voortaan fluiten naar een studietoelage. Blijkbaar vindt de overheid dat goesting om opnieuw te gaan studeren een vervaldatum heeft. Alsof een dertiger die daarvoor zijn hele leven omgooit, minder steun verdient dan een twintiger.

Die grens is hopeloos achterhaald. We moeten allemaal langer werken, de arbeidsmarkt verandert voortdurend en werknemers vallen met bosjes uit. Jezelf heruitvinden is geen keuze uit luxe, het is bittere noodzaak. Waarom word je daar dan op afgerekend?

De partner-valkuil

Stel dat we die leeftijdsgrens negeren. Dan bots ik meteen op de volgende, nog grotere muur bij de toekenning van een studietoelage: de berekening van het gezinsinkomen. Omdat mijn partner en ik getrouwd zijn en we samen twee kinderen grootbrengen, telt de overheid onze inkomens samen. Het verdict? Mijn partner verdient ‘te veel’, waardoor ik geen recht heb op een studietoelage.

‘Te veel’ volgens de tabellen van de wetgever, terwijl er geen rekening wordt gehouden met de kostprijs van het échte leven in 2026.  Het leven is zeer duur geworden: onze vaste kosten, de winkelkar in de supermarkt, de lening van het huis… Probeer maar eens een gezin van vier overeind te houden op één ‘normaal’ inkomen, terwijl de andere partner voltijds studeert en ook nog eens boeken en verplaatsingskosten moet betalen.

Het systeem zet me in een lastige positie. Ik word plots financieel afhankelijk van mijn partner. Dat legt druk op mij en mijn gezin, net op het moment dat ik die stress kan missen als kiespijn. Ik moet bezig zijn met mijn examens en de zorgen voor mijn kinderen, niet met geldzorgen.

Werkloosheidsuitkering of niet?

Alsof die financiële puzzel nog niet ingewikkeld genoeg is, kreeg ik er de afgelopen maanden nog een gigantische portie stress bovenop. Ik krijg momenteel een werkloosheidsuitkering tijdens mijn studie. Door het politieke debat over de inperking van de werkloosheidsuitkering in tijd hebben wij maandenlang in onzekerheid geleefd.  Gaan we die uitkering verliezen? Word ik dadelijk genadeloos geschrapt en blijf ik met lege handen achter?

Gelukkig is dat laatste niet het geval. Ik zal mijn werkloosheidsuitkering niet verliezen omdat ik al vóór de grote hervormingen aan mijn studies ben begonnen. Maar de stress die we hebben doorstaan tot we die bevestiging hoorden, was er echt te veel aan.

En wat voor al die mensen die na mij komen? De overheid creëert vooral onzekerheid voor wie constructief aan zijn toekomst wil werken. Je wil je omscholen om net uit de werkloosheid te geraken, maar de angst om onderweg alles te verliezen, hangt voortdurend als het zwaard van Damocles boven je hoofd.

Stop met die hypocrisie

Het is die inconsequente aanpak die het meest wringt. Enerzijds stimuleert de overheid ons via de VDAB om terug te gaan studeren en de gaten in het sociaal werk, het onderwijs of de IT op te vullen. Maar anderzijds trekken ze de portefeuille dicht voor de dertigers die deze stap effectief durven zetten.

Als beleidsmakers écht menen wat ze zeggen over ‘levenslang leren’, dan moeten ze de regels er ook aan aanpassen. Schaf die absurde leeftijdsgrens van 30 jaar af voor wie verder wil studeren en nood heeft aan een studietoelage. En kijk naar wat een gezin vandaag écht overhoudt op het einde van de maand, in plaats van te zwaaien met koude, theoretische inkomensgrenzen die de realiteit miskennen.

Geef ons de kans om te bewijzen wat we in onze mars hebben, in plaats van ons financieel te bestraffen omdat we op ons 32-ste iets van ons leven willen maken.

Bron: Sociaal.net